Berichten

Checklist

Ik ben geen viroloog of epidemioloog. Ik ben wel opgeleid als wetenschapper. In 1971 afgestudeerd en toen een aantal jaren als wetenschappelijk medewerker gewerkt bij de Universiteit van Amsterdam. Mijn specialisatie is onderzoek en statistiek. Heb in 1965 leren programmeren. Ben al heel lang bezig met (big) data-analyses.

Ik ben goed in analyseren van data, het herkennen van patronen. Daarnaast ben ik goed in logica. Was op school een echt B-type. Kan ook goed wetenschappelijke studies lezen en beoordelen.

Vanaf eind maart schrijf ik artikelen op deze site over COVID-19. Middels het analyseren van data, het lezen van de nieuwste internationale wetenschappelijke studies en logisch redeneren, heb ik daaruit een serie conclusies getrokken. Inmiddels wordt een deel daarvan of algemeen erkend of er zijn grote discussies over, die uiteindelijk dezelfde richting in gaan als de conclusies die ik toen trok.

(Als u tijd heeft, nodig ik u uit om mijn artikel te lezen van 14 april met de titel “Zo gaat de verspreiding van COVID-19 vooral”  en het artikel van 24 mei met de titel “De COVID-19 kennis van nu”).

Dan wil ik nu op aparte conclusies ingaan, die ik in mijn artikelen heb getrokken en in welke mate deze conclusies nu ook meer mainstream zijn geworden.

 

  1. Mondbescherming in openbare ruimtes

Op 6 april schreef ik dit artikel “Waarom mondbescherming buiten een verstandige beslissing is”.  Met o.a. deze zin: “Dat gezegd hebbende komen we uit op iets wat eigenlijk in het verlengde ligt van mijn vaststelling dat de WHO (en RIVM) niet snel genoeg inspeelt op de nieuwste bevindingen.

Op 5 juni adviseerde de WHO tot het dragen van mondkapjes in de openbare ruimtes. Inmiddels zien we in steeds meer landen dat het  wordt ingevoerd.

  1. Via ventilatie en hogere luchtvochtigheid kan de verspreiding in gesloten ruimtes worden tegengegaan.

Al vanaf de eerste blogs op 27 maart schreef ik over de invloed van de luchtvochtigheid op de verspreiding van het virus. Op 2 april in het artikel “Euraka! Dit zijn de verspreidingsversnellers; de micro druppels” kwamen een aantal zaken bij elkaar. Ik beschreef daarin dat je besmettingen kon voorkomen door het verhogen van de luchtvochtigheid en ventilatie.

In een land als Japan was dit al lang bekend, maar in Nederland bleef het RIVM daar lang van weg. Maar de ventilatiecomponent begint (gelukkig) in Nederland eindelijk meer gemeengoed te worden  zoals uit dit artikel blijkt. Het verhogen van de luchtvochtigheid zie je ook al op veel plekken als hulpmiddel tegen de verspreiding. Maar, zolang het RIVM, de impact van het airborne virus nog niet onderkent, is het in Nederland nog geen expliciet beleid.

Wel zien we in steeds grotere mate, ook in Nederland, het onderwerp “ventilatie” hoger op de agenda komen.


  1. Buiten veel minder risico’s op besmetting dan binnen

In meerdere artikelen in april gaf ik aan dat de besmettingen vooral binnen geschieden. Na de uitkomst van een aantal onderzoeken heb ik in mijn artikel op 25 april expliciet gesteld dat men veel meer naar buiten zou moeten gaan.  Ik vermeldde daarbij al deze Chinese studie  over de locaties van besmetting, die onlangs breed in de media werden aangehaald als onderbouwing voor de veel kleinere kans om buiten besmet te worden.

Ongeveer 1 maand na mijn artikel werd ook door sommigen van de usual suspects aan virologen en epidemiologen in de media gesteld dat de kans om besmet te worden buiten beduidend kleiner is dan binnen.

Helaas zijn het OMT (en in hun navolging Premier Rutte) nog hardleers en blijven (tegen beter weten in?) volhouden dat de besmettingen bij Atalanta Bergamo – Valencia in het stadion plaats vonden.

  1. Besmetten via oppervlaktes vindt niet plaats

In mijn artikel van 14 april met als titel “Zo gaat de verspreiding van het virus vooral” beschreef ik dat de kans van besmetten via voorwerpen heel klein is.

Op 22 mei heeft de Amerikaanse CDC haar adviezen bijgesteld en gemeld dat de overdracht via voorwerpen minder groot is dan men eerder had aangenomen. De studie van prof. Streeck in Heinsberg kwam daarna uit, waarbij hij bij onderzoek in 21 huishoudens geen virusdeeltjes van voorwerpen heeft kunnen verzamelen, die bij nader laboratorium onderzoek ook in staat waren om mensen te besmetten. Op 1 augustus ging De Volkskrant er -eindelijk- toe over om te benoemen dat de kans op besmetting via voorwerpen feitelijk nul was.


  1. De grote rol van superspreading events bij de verspreiding

Op 9 april schreef ik een artikel over het grote belang van de superspreading events. En op 19 april ging ik dieper in op het superspreading event van Kessel op 5 maart.  Dat leidde tot dit artikel van 24 april. Op basis van de cijfermatige analyse van afzonderlijke gemeenten tot aan het moment van lockdown, kon ik niet anders dan concluderen dat de superspreading events een dominante rol speelden bij de verspreiding van het virus. En dat het virus zich zonder zo’n gebeurtenis eigenlijk vrij langzaam verspreidde. Want terwijl we ons gewone normale leven nog leefden voor de lockdown en de social distancing, zag je dat klip en klaar terug in de cijfers in gemeenten waar geen superspreading events hadden plaatsgevonden.

Op 3 juni beschreef ik o.a. de aanpak in Japan en een artikel in de New York Times met als titel “Stop the superspreading events”. Vanuit onderzoek in diverse landen werden mijn conclusies van 24 april bevestigd.

  1. De belangrijke rol van aerosols

Vanaf 2 april heb ik aandacht gevraagd voor de grote rol van aerosols bij de verspreiding van het virus. Ik kon me namelijk niet voorstellen dat superverspreiding tijdens bijeenkomsten met veel mensen, zelfs als men alle voorzorgen in acht namen, op een andere wijze kon geschieden dan via de lucht.

Dat bewijs werd geleverd door de studie van prof. Streeck in Gangelt. Dat beschreef ik in dit artikel op 4 mei. Als je breed naar de cijfers kijkt, dan lijken vrijwel alle Covid-19 besmettingen met via de lucht te gaan, zoals ik op 3 juni heb beschreven.

Er komen steeds meer geluiden van prominente virologen die wijzen op het belang van de verspreiding van het virus via de lucht. Dit was o.a. de podcast van prof. Christian Drosten waarin hij het volgende zegt: “Druppeltjesoverdracht speelt waarschijnlijker een kleinere rol dan de overdracht via aerosols”.

Op 1o juni is er een nieuwe studie uitgekomen met de naam “Identifying airborne transmission as the dominant route for the transmission of COVID-19”. De titel zegt het al. Nog een extra bewijs van de centrale rol van het virus dat zweeft in de lucht.

In juli is er steeds meer informatie beschikbaar gekomen over de rol van aerosols en hebben 239 wetenschappers een beroep gedaan op de WHO om die manier van verspreiding van het virus serieus te nemen.

In Nederland houden het RIVM en het OMT (vooralsnog) vast aan de mening dat die rol klein is. Maar helaas is het zo dat die Nederlandse deskundigen keer op keer bewijzen achter de feiten aan te lopen. (Neem bij voorbeeld de discussie rondom mondbescherming, waarbij Van Dissel, zelf na het invoeren van mondkapjes in het OV, nog in het openbaar zei, dat het onnodig was.)

Hoewel dus internationaal steeds meer wordt erkend dat besmetting via de lucht een grote rol zou kunnen spelen, is dat in Nederland (nog) niet het geval bij de officiele instanties.

Maar nu het Duitse RIVM (RKI)  ook aerosols als belangrijke besmettingsweg erkend en  het onderzoek bij de slachterij in Gutersloh heeft laten zien dat er mensen op 8 meter afstand zijn besmet komt ook bij dit onderdeel een checksymbool.

De weestand van het RIVM om dit te onderkennen hangt op een dramatische wijze sterk samen met het volgende punt.

 

  1. De 1,5 meter samenleving is onnodig en onveilig

Vanaf het moment dat de 1,5 meter samenleving aangekondigd werd als het nieuwe normaal heb ik me daar op verschillende manieren tegen verzet. In dit artikel van 15 april beschreef ik dat voor het eerst. En via mijn medewerking aan www.smartexit.nu heb ik dat ook nog op een andere manier geoperationaliseerd.

In essentie is dat bezwaar tweeledig. Aan de ene kant levert het forse economische en maatschappelijke schade op. Aan de andere kant is het bovendien ook niet het juiste antwoord op het echte gevaar van de grootschalige besmetting met het virus. 80% van de besmettingen vindt plaats via superspreading events. En dat gebeurt niet, constateer ik hier, doordat men dan niet op 1,5 meter afstand blijft, maar door het zwevende virus in de ruimte, dat langere tijd door aanwezigen wordt ingeademd.

U begrijpt dat ik ook daarom al fel tegenstander van het voorstel om de 1,5 meter samenleveing via de wet te formaliseren.

Dus de 1,5 meter verhindert het overgrote deel van de besmettingen niet, en levert ook nog een schijnzekerheid op. Zo zien we in Georgia dat er na de opening van kerken waar men zich strak aan de 1,5 meter hield, toch weer besmettingen plaatsvonden.

Maar op dit punt ligt er een gigantisch obstakel, waarvan ik bang ben dat het als een groot blok beton onze samenleving (zowel economisch als sociaal) diep onder water houdt en daarmee heel veel (onnodig) kapot maakt.

Dat obstakel is, dat vrijwel alle virologen en epidemiologen er van uit gaan dat influenza zich via druppels verspreidt en dat dit ook geldt voor Covid-19 (en Sars). Zo zijn ze opgeleid en zo kijken ze naar de verspreiding van deze infectieziekten aan. Dat is ook terug te vinden in de opstelling van de WHO (en RIVM, en OMT). Over een andere manier van verspreiding wil men amper denken. Laat staan dat het een dominante rol speelt. Want dat heeft met terugwerkende kracht kolossale consequenties. Van nogal wat van het werk dat men in het verleden op dit terrein heeft gedaan vervalt dan ineens de basis.

De 1,5 meter-maatschappij (social distancing) is de consequentie van het feit dat je stelt dat mensen vrijwel alleen via direct contact wordt besmet. Als de besmetting vooral (of vrijwel alleen) door de lucht geschiedt dan is die 1,5 meter-maatschappij niet nodig en moeten we andere maatregelen nemen. (En dat betreft eigenlijk alleen het zorgen dat superspreading events niet kunnen plaatsvinden).

Daarom zie je het patroon dat 99% van de virologen en epidemiologen, bij welke conclusies ze ook trekken, ze altijd eindigen met “en overigens zijn we van mening dat mensen binnen of buiten de 1,5 meter afstand dienen aan te houden”. In mijn oren klinkt het langzamerhand als een soort wanhopige poging om overeind te houden wat langzamerhand niet meer overeind te houden is, dat de besmetting van Covid-19 (en influenza) vrijwel alleen geschiedt via direct contact.

Dat men zich daarbij in allerlei bochten moet wringen, feiten naar eigen hand zet, drogredenen hanteert, is goed beschreven in het artikel “Factchecking het OMT”. Ik heb op persoonlijke titel diverse hoogleraren virologie en epidemiologie en andere medici uitgenodigd om hetzij uit te leggen waar we in onze fact checking verkeerd zitten. Of aan te geven hoe het komt dat als het OMT niet voldoet aan de minimale eisen van logica, argumentatie en het correct gebruik van feiten, er niemand van de beroepsgroep daar in het openbaar wat van zegt. Helaas, geen enkele reactie gekregen. Ook niet van het RIVM of het OMT of leden van het OMT.

Het lijkt op een omerta. De beroepsgroep lijkt gevangen te zijn in het dogma van de besmetting via kontakten en niemand van de usual suspects  mag of wil daarvan afwijken. Want zelfs nu men een vorm van opening geeft aan besmetting via de lucht, klinkt onmiddellijk de mantra: “maar die 1,5 meter moeten we blijven aanhouden”.

En de meeste politici zijn daardoor zo gehypnotiseerd (onder invloed van het Bergamo-trauma) dat ze die mantra’s gedachteloos herhalen. Het maakt niet uit dat de feiten laten zien dat er geen toename is van nieuwe besmettingen als wordt afgeweken van de 1,5 meter afstand (zoals tijdens de mooie Paasdagen en die prachtige Hemelvaartsdag). En het maakt ook niet uit dat er wereldwijd harde aanwijzingen zijn dat de uitbraken in slachthuizen komen door de lage temperaturen, die het lang in de lucht laten van aerosols bevordert. Het moet en zal aan het afwijken van de 1,5 meter-maatregel liggen en zoekt men een verklaring buiten de werkplek. Het zou dus gebeurd moeten zijn in het wooncomplex en het woon-werkverkeer. (Vervolgens zet men de werknemers in grote bussen op 1,5 meter afstand van elkaar, maar wel met de ramen dicht).

En hoe het op schepen gebeurt waar zowel in Frankrijk als in de VS meer dan 1000 bemanningsleden zijn besmet?  Men vindt altijd wel een gelegenheidsredeneringen. Zolang men het eigen mantra van die 1,5 meter afstand maar overeind kan houden!

In het verlengde hiervan zien we dat terwijl men een pakket aan maatregelen heeft genomen als “het stoppen van bijeenkomsten van grotere groepen mensen”,  “het sluiten van scholen”  en “social distancing/1,5 meter afstand”, de duidelijke daling van het aantal besmette personen louter wordt toegeschreven aan die laatste maatregel. Men laat mentaal niet eens toe dat het wellicht louter aan de eerste maatregel zou kunnen liggen. Zeker als we nu weten dat mensen thuis zoveel minder worden besmet dan tijdens een superspreading event, zou dat te denken moeten geven.

 

De enige manier waarop ik dit kan plaatsen is door het te vergelijken met het begin van de 17e eeuw. Iedereen was ervan overtuigd dat de zon om de aarde draaide. Galilei kwam en beweerde dat het andersom was. Dat was een iets te grote paradigma shift voor de knappe koppen van die tijd. En Galilei eindigde met huisarrest.

Dat het uiteindelijk toen nog een tijd duurde voordat men toegaf dat Galilei gelijk had is niet schadelijk geweest voor het verloop van de menselijke geschiedenis.

Maar elke dag dat het langer duurt voordat men met elkaar onder ogen ziet dat het virus zich dus  vooral (of zelfs alleen) via de lucht verspreidt en dat de 1,5 meter-maatschappij ons geen bescherming biedt, hoe meer de enorme schade oploopt.

Dat de betrokken deskundigen (RIVM, OMT, virologen en epidemiologen) comfortabel een positie kunnen handhaven, die op logische gronden en de nieuwste onderzoeksresultaten eigenlijk al vrijwel onhoudbaar is geworden, komt doordat de media die deskundigen niet het vuur aan de schenen legt. Men laat hen zonder echte kritische vragen hun oude mantra’s debiteren. En aan tegengeluiden wordt amper aandacht geschonken. En als die dan wel een keertje wordt gepubliceerd wordt wel iemand van de usual suspects gebruikt om dat tegengeluid onderuit te halen.

En zo zitten we met de kongsi van de media die hun rol niet kritisch vervullen en steeds maar weer de usual suspects uitnodigen om hun mantra’s te debiteren. En hebben we politici in en om onze regering, die blijkbaar onder invloed van het Bergamo-trauma zijn gehypnotiseerd. Het enige dat ze nog kunnen is om het kwartier anderhalve meter te roepen en de mantra’s van de virologen herhalen. Maar zelfstandig nadenken, ho maar.

Tot de wal het schip keert, maar dan ben ik bang dat het schip al zinkende is.

De stuitende stelligheid van Rutte en/of het OMT

Op 9 april schreef ik een uitgebreid artikel over de superspreading events en met name over de wedstrijd Atalanta Bergamo-Valencia. Prremier Rutte gebruikt deze wedstrijd als argument dat we ook buiten niet zonder de 1,5 meter kunnen. Plus dat we tijdens voetbalwedstrijden alleen maar fluitsterend mogen juichen.

De wedstrijd vond inderdaad plaats in Milaan op 19 februari jl. Dat betekende o.a. dat circa 40.000 supporters van Bergamo naar Milaan zijn gereisd voor de wedstrijd (bijna 50 km afstand).

Er zijn zeker grote aantallen mensen besmet in relatie tot de wedstrijd.

Maar de vraag is of dat tijdens de wedstrijd in het stadion is gebeurd of bij allerlei activiteiten in relatie tot de wedstrijd. (De reis tussen Bergamo en Milaan v.v., het eten in restaurants, en het kijken naar de wedstrijd van de thuisblijvers in de regio Bergamo in cafe’s e.d.)

De stelligheid van Rutte dat het in het stadion is gebeurd is vind ik stuitend.  En het is veelbetekenend voor de kwaliteit van de informatie voor belangrijke besluitvorming.

Laten we eerst kijken naar de geweldige database van Koen Swinkels over superspreading events. Er zitten er meer dan 1100 in. Bijna 500 waarbij meer dan 100 mensen zijn besmet. Van die gedocumenteerde events is van ruim 2% onduidelijk of die besmetting buiten of binnen hebben plaatsgevonden. De overige ruim 97% vonden zeker binnen plaats.

Dus als je dit weet, dan lijkt  de kans veel groter dat de besmetting niet in het stadion heeft plaatsgevonden, maar op locaties binnen, in relatie tot het bezoeken van of het kijken  naar de wedstrijd.

 

Maar we kunnen ook via een getallenvoorbeeld dit meer proberen te onderbouwen: Ik kom daarbij niet onder een aantal aannames uit, maar het geeft wel een goede indruk.

Hier staan specifieke cijfers over de provincies binnen de regio Lombardije, waarvan er drie rond Bergamo liggen.

De eerste uitbraken waren in de provincie Lodi (met ruim 200.000 inwoners) en de provincie Bergamo (met ongeveer 1 miljoen inwoners). Kort erna volgde de provincie Brescia met 1,2 miljoen personen.  Deze drie provincies herbergen 25% van de bewoners van Lombardije en meer dan de helft van de besmette personen van Lombardije.

Die eerste gevallen van COVID-19 werden rond 15 februari herkend. De kleding- en schoenenindustrie in Italië is voor een belangrijk deel in Chinese handen gekomen, dus het zou zomaar kunnen zijn dat die besmettingen zijn ontstaan na Chinees Nieuwjaar op 25 januari. In de eerste helft van februari zijn er ongetwijfeld mensen uit China weer teruggekomen, waarvan enkelen het virus bij zich hadden.

Toen de voetbalwedstrijd in Milaan plaatsvond op 19 februari waren er dus al mensen in het gebied rond Bergamo besmet. Ik probeer het echte aantal besmettingen in te schatten op basis van het aantal overleden personen. Uitgaande dat ze gemiddeld 18 dagen na de besmetting overlijden. Daarbij vermenigvuldig ik het aantal doden met 200 om het totaal aantal besmette personen te schatten. (Dit is gebaseerd op uitgebreid onderzoek van prof. Streeck in Kreis Heinsburg.)

Op basis van die omrekening moeten er op 19 februari dus al ongeveer 3000 personen in de regio van Bergamo besmet zijn geweest. Dat zijn er 1500 per 1 miljoen inwoners.

Als we nu de doden in dat gebied tellen vanaf 2 tot en met 4 weken na de wedstrijd, dan moeten er een week na de wedstrijd rond de 60.000 besmette personen in die regio zijn geweest. Laten we even aannemen dat daar van 30.000 op de dag van de wedstrijd besmet zijn geraakt.

Zonder dit superspreading event zou het aantal besmette personen in één week tijd van 3.000 naar rond de 10.000 zijn gestegen. Maar het werden er dus  20.000 meer. Laten we aannemen dat 10.000 op de dag van de wedstrijd zijn besmet.

Laten we aannemen dat naast de 40.000 personen in het stadion nog eens 200.000 mensen in de regio in gezelschappen naar de wedstrijd hebben gekeken of ( in de horeca of elders). Dan waren daarvan – op basis van die 1500 per 1 miljoen- in het stadion dus ongeveer 60 besmet. En bij de andere kijkers 300. Die hebben dus samen op de middag en avond van de wedstrijd 10.000 andere mensen besmet.

Als het alleen in het stadion is gebeurd hebben 60 personen 10.000 aanwezigen besmet, gemiddeld per persoon ruim 150.

Als het gebeurd is rondom de wedstrijd in Milaan (inclusief tijdens het vervoer) plus in de omgeving van Bergamo zelf, dan hebben 360 personen 10.000 andere personen besmet en dan is het gemiddelde aantal bijna 30 personen.

Dit is een berekening met behoorlijk wat aannames. Dus de echte aantallen zullen wel anders zijn. Maar een ding zal hetzelfde blijven, welke cijfermatige aanname je ook doet. Het aantal mensen dat per besmet persoon anderen besmet zal  bij de veronderstelling “in het stadion” vele malen meer zijn dan bij de veronderstelling “in binnenruimtes”.

Er is natuurlijk geen 100% zekerheid waar de besmettingen werkelijk hebben plaatsgevonden. Maar gezien het feit dat er geen gedocumenteerde superspreading events zijn geweest die buiten hebben plaatsgevonden (bij ruim 2% is het onzeker of het binnen of buiten is geweest), en het feit dat als het in het stadion gebeurd zou zijn het aantal nieuwe besmettingen per besmet persoon vele malen hoger moet hebben geleden dan als het in binnenruimttes heeft plaatsgevonden, is de kans vele malen groter dat het niet in het stadion is gebeurd.

De stellige uitspraak van premier Rutte is ongefundeerd.

Het erge daarbij is dat hij dit niet zelf heeft verzonnen, maar dat dit een conclunsie is van het OMT. In het addendeum van 25 mei, waarbij het OMT uitlegt dat je wel buiten besmet kan worden staat er als één van de argumenten letterlijk in: 

Of uit de vele besmettingen, die plaatsvonden in een voetbalstadion in Bergamo, Noord-Italië.” 

Kortom: het OMT is ook stellig in dat de besmetting in het stadion heeft plaatsgevonden…..

Dat is de kwaliteit van de informatievoorzieing van het OMT en de kwaliteit van de informatie waarop hele belangrijke beslissingen worden genomen met grote consequenties voor Nederland en de Nederlanders.

En weet u wat het trieste is?  De 1,5 meter afstand om je te beschermen tegen besmetting met COVID-19 heeft net zo’n wankele basis als wat je hierboven leest over de besmettingen die in het stadion hebben plaatsgevonden. Het zijn dan doel- of cirkelredeneringen van de categorie die premier Rutte vorige week maakte: “1,5 meter afstand werkt, want anders hadden we nu niet zo weinig besmette personen gehad”. Daarbij gaat hij voorbij aan het feit dat die daling ook kan zijn opgetreden door het verbieden van bijeenkomsten.

Juist omdat bij alles wat we nu nog verder gaan doen we de 1,5 meter afstand moeten bewaren, zou je toch willen dat men komt met de harde onderbouwing daarvan. Het enige dat ik tot nu toe heb gezien is een vaststelling (door Wells) dat een druppel van niezen of hoesten maximaal op 1 meter afstand van de persoon op de grond terechtkomt. Maar de vragen “in hoeveel gevallen komt die druppel binnen bij een ander persoon?” en “hoeveel kans is er dan dat de ontvanger daardoor besmet wordt?’ heb ik nog niet beantwoord gezien. Want besef wel, het is echt niet zo dat als jouw lichaam in contact komt met het virus, jij automatisch geïnfecteerd raakt. O.a. Wells laat in 1955 zien dat er dan nog echt wel wat meer moet gebeuren.

De gigantische impact van superspreading events

Voor meer info over de SSE’s in de wereld  de grote verzameling van Koen Swinkels 

Om superspread events te voorkomen moet men zorgen dat bij evenementen in binnenruimte het virus niet lang in de lucht kan blijven zweven. Goede luchtverversing en hogere luchtvochtigheid zijn daarbij zeer effectief. Tussen nu en eind oktober moeten alle HVAC systemen in kantoren, instellingen, ziekenhuizen scholen, winkels, restaurants Coronaproof worden gemaakt. Dan lopen we geen gevaar meer voor superspreadevents.

Buiten kunnen ze in ieder geval niet plaatsvinden, omdat het virus dan vervliegt.

Is de Damdemonstratie een superspreading event?

Antwoord is “Nee”.

Er is een combinatie van argumenten:

  • Het was buiten en daar kunnen de aerosols niet lang vlak boven mensen hangen die het dan inademen en ziek worden.
  • Het aantal mensen dat anderen kan besmetten is nu erg laag. Dus maximaal waren er enkelen aanwezig die dat hadden kunnen doen. Daarbij droeg vrijwel iedereen een mondkapje, dus de kans om anderen te besmetten was dan toch laag.
  • Bij superspreading events worden mensen besmet doordat aerosols, die in de lucht worden gebracht door maar 1 of een paar mensen, door vrijwel alle aanwezigen worden ingeademd. Namelijk als er geen ventilatie was en de luchtvochtgheid te laag was. Daar was op de Dam geen sprake van.
  • Zelfs als iemand het virus de lucht in bracht dat anderen zou kunnen besmetten, dan zou het toch maximaal om een paar mensen gaan die besmet worden en niet een groot aantal.

(Als de demonstratie was gehouden binnen in een groot slachthuis, dan had ik me wel ernstig zorgen gemaakt)

Dus als je virologen of epidemologen of bestuurders hoort zeggen dat er een fors risico was dat er op de Dam veel mensen het risico liepen om besmet te worden, dan laten ze zien dat ze niet begrijpen hoe een superspreading event verloopt (en dat aerosols daar de dominante factor waren).

Waar ik me wel ongerust over maak is bijeenkomsten in gesloten ruimtes waar wel 1,5 meter afstand wordt gehouden, maar geen goede ventilatie/luchtverversing is. Of men daar nu met maximaal 30 personen is of 100. Gelukkig steunt het weer ons nu door de hoge luchtvochtigheid en hebben we nog maar weinigen die anderen kunnen besmetten.

 

Meat processing industry: superspreading hot spots

It struck me for the first time a month ago: in the US, workers in the meat processing industry went on strike because COVID-19 had broken out among a number of colleagues. That turned out to be only the beginning, as we now see large numbers of infected workers in the meat processing industry outside the US as well. They form the base for outbreaks in the area around those factories.

There are two components that make these kinds of factories superspreading hotspots. First of all: if you look at photos of those factories, you can see that people are working very closely together.

But I don’t think that’s the only reason that makes COVID-19 strike in meat processing factories. The second reason seems to be that in those factories the temperature is usually kept a bit lower. Not only in storage areas, but also in the rest of the factory. And that creates favorable conditions for micro drops to stay airborne longer and thus contaminate more employees. It is also known that in a colder environment the virus can be found for a longer period of time on, for example, metal. Whichever of the three causes, in combination with each other, every meat processing plant has the risk of becoming a superspreading hotspot.

As a result, in areas of the US where COVID-19 had not yet really broken out and the weather conditions were actually unfavorable for a major outbreak of the virus, it still happened because of the infected workers in those factories.

With the help of Google I came across these outbreaks in the vicinity of factories like this in North America.

If you read the messages, there also seems to be a connection with the type of employees that work in those factories and the way some employers deal with sick people. (Let them come to work anyway).

But also in other countries we see in the media that there are outbreaks at slaughterhouses and meat processing factories:

  • South-Brazil
  • Ireland, waar in het parlement is gemeld dat er verschillende onbekende hotspots in vleesverwerkende fabrieken zouden zijn
  • Birkenfeld, Germany waar veel Roemeense gastarbeiders besmet zijn

 

In the rest of Europe and in the Netherlands I haven’t really been able to find the kind of outbreaks like in the US. But I don’t know if that means it’s less the case in Europe, or if it’s because it hasn’t been recognized yet that these kind of factories could be hotspots of COVID-19 contamination. Especially in areas where there are already a lot of infestations anyway, it might not be noticed.

This is a website where you can find the locations of those factories in the Netherlands.

It wouldn’t surprise me if this is also the case in Europe. Maybe you know of examples of outbreaks in and around those factories?

Vleesverwerkende industrie: superspreading hot spots

Het viel mij voor het eerst een maand geleden op in de VS: arbeiders in vleesverwerkende industrie gingen in staking omdat COVID-19 was uitgebroken bij een aantal collega’s. Dat bleek slechts het begin te zijn. Lees meer