Berichten

Dolende Van Dissel

Als je gisteren de ontwikkelingen in de Tweede Kamer en op televisie goed volgde, zag je het demasqué van Van Dissel. Hij lijkt het contact met de werkelijkheid volkomen kwijt te zijn. Daarnaast kon je gisteren ook zien dat zowel Van Dissel als de GGD het begrip “wetenschappelijk” compleet om zeep helpen. En dan te bedenken dat ons Coronabeleid vooral bepaald wordt door Van Dissel en zijn kompanen.

De vermoorde waarheid in Dokkum

Het begin was eigenlijk alleen maar lachwekkend. Maandag beschreef ik hoe de GGD Fryslân de besmetting van een groep jongeren in Dokkum op het terras plaatste, terwijl dezelfde groep ook samen in een kroeg was geweest. Een volledige willekeurige keuze, niet in lijn met de ervaringen wereldwijd dat er vrijwel geen besmettingen in de buitenlucht plaatsvinden.

Een gênante poging om te “bewijzen” dat je buiten ook gevaar loopt om besmet te worden, uiteraard gevolgd door de waarschuwing om je buiten ook aan de 1,5 meter regel te houden. Ik eindigde met de voorspelling dat deze manipulatie van de GGD Fryslân nog lang zal dooretteren.

Binnen 14 uur was het raak. Om 13:49 tijdens de briefing door Van Dissel aan de Tweede Kamer zei hij over het buiten besmetten “We hebben in Dokkum een voorbeeld waar het besmetten EVIDENT buiten gebeurd is”.

Weer een knoepert van een logicafout

Maar dat was niet het enige. Kort ervoor zei hij iets wat feitelijk juist was, maar als argument quatsch. Hij wilde uitleggen dat de aerogene verspreiding hooguit een kleine rol speelde bij de verspreiding van het virus. Hij zei toen “wij hebben bij de bestrijding van de uitbraak hier helemaal geen rekening gehouden met aerogene verspreiding, en we zijn toch tot maar 40 gevallen per dag gekomen”.

Het klopt dat hij er helemaal geen rekening mee heeft gehouden. Maar wat hij, met zijn oogkleppen op, blijkbaar niet onderkent, is dat de maatregelen die genomen zijn, ook de kans op besmetting langs aerogene weg tot een minimum beperkten. Namelijk het verbieden van bijeenkomsten met meer dan een paar mensen.

Dat je dan juist het argument dat je er geen rekening mee hebt gehouden, vervolgens als bewijs hanteert, is verbijsterend.

Maar het wordt nog erger. Hij zei dat als aerogene verspreiding echt zou plaatsvinden dan zouden in ziekenhuizen ook forse uitbraken geweest moeten zijn. Daarbij ging hij gemakshalve voorbij aan het feit dat als er nu één plek is waar men veel aandacht geeft aan het ventilatiesysteem dan is het in ziekenhuizen. Want daar weet men al lang dat allerlei virussen en bacteriën zich door de lucht kunnen verplaatsen. De patiënten en personeel in ziekenhuizen worden tegen de aerogene verspreiding van het virus beschermd door dat goede ventilatiesysteem.

In een paar minuten tijd bezigde Van Dissel drie enormiteiten die hem compleet diskwalificeren voor de rol die hij in Nederland speelt bij de bestrijding van het virus.

Hij gaf een uitstekend bewijs voor de strekking van deze twee blogs:

Miskenning van het belang van ventilatie

Maar dat was nog lang niet alles van deze historische 11e augustus. Op de vraag van Lodewijk Asscher over de opening van de scholen en de ventilatiesystemen antwoordde Van Dissel dat zijn advies was dat scholen zich aan het Bouwbesluit van 1984 dienden te houden en het advies is dat “het in orde is”.

De balans van dit optreden van Van Dissel is dus:

  • Hij herhaalt onwaarschijnlijke onzin-informatie van de GGD Fryslân kritiekloos.
  • Maakt een kanjer van een redeneerfout over de gevolgen van maatregelen.
  • Onderkent niet dat juist in ziekenhuizen de verspreiding van het virus was tegengegaan door een goed ventilatiesysteem.
  • En geeft als advies dat de ventilatiesysteem in orde zijn.

Bij Dit is de Dag werd een gesprek gevoerd met de Belgische Van Dissel, Marc van Ranst  en met mij. In dat gesprek maakte Van Ranst duidelijk dat er in België wel expliciet aandacht geschonken is (al enkele maanden) aan het belang van ventilatie. Zeker ook ten aanzien van het openen van de scholen op 1 september. Dat was voortschrijdend wetenschappelijk inzicht.

De ultieme doodsteek voor de geloofwaardigheid

De ultieme doodsteek voor de geloofwaardigheid, maar ook -helaas- van de integriteit van Van Dissel’s RIVM en de GGD kwam aan het eind van de avond.

Het was naar aanleiding van het document over de uitbraak in de zorginstelling in Maassluis, waar ik hier uitgebreid over heb geschreven en EenVandaag en De Volkskrant uitgebreid op zijn ingegaan.

Overtuigend bewijs dat de uitbraak in die zorginstelling gekomen was door het ventilatie/airco-systeem. Gezien het feit dat naast 17 van de 21 bewoners, ook 18 van de zorgmedewerkers (die mondkapjes droegen als ze bij die bewoners waren) besmet waren, kon het niet anders zijn dan dat de verspreiding aerogeen via het ventilatiesysteem was verlopen. De Rotterdamse microbioloog had zelfs nog de virusresten in de filters van die systemen gevonden.

Dat laat ook zien dat de kans heel groot is, dat bij nogal wat zorginstellingen in de afgelopen maanden veel slachtoffers zijn gevallen juist door hetzelfde wat eind juni in Maassluis is gebeurd.

Maar het stuitende van dit onderzoek is dat in plaats van het omarmen van deze informatie, het RIVM de verspreiding van deze informatie juist tegengewerkt. De Volkskrant schreef daar op 10 augustus een artikel over. De Telegraaf maakte deze kop:

 

Gisteravond zou microbioloog Peter de Man, die het onderzoek naar het ventilatiesysteem had gedaan, in Op1 komen. Een half uur ervoor kwam de GGD met een persbericht. De verspreiding was waarschijnlijk niet door de ventilatie gekomen. De vondst van het virus in het ventilatiesysteem werd gebagatelliseerd en dat er 18 medewerkers besmet waren zou gekomen zijn doordat ze samen lunchten en niet genoeg afstand hielden.

Laat dat laatste even goed tot u doordringen. Bij een patiënt thuis wordt circa 15% van de huisgenoten besmet, terwijl men dagenlang in elkaars nabijheid is. Maar uit wanhoop om maar niet te moeten onderkennen dat het virus aerogeen is en door ventilatiesystemen wordt verspreid vinden ze het blijkbaar wel aannemelijk dat 18 personen tijdens hun lunch worden besmet.

Wat Peter de Man daarna bij Op1 zei zou de finale klap gegeven moeten hebben aan het restje geloofwaardigheid dat er nog is m.b.t. RIVM en GGD. Niet alleen gaf hij duidelijk aan dat de kans uitermate klein is dat het ventilatiesysteem niet de oorzaak was van de uitbraak. Maar wat veel erger was, hij beschreef hoe RIVM en GGD niet wilden dat zijn conclusies naar buiten kwamen. Dit is het hele interview met hem. En dit is het kortere fragment. En ik denk dat hij nog niet alles vertelde wat hij werkelijk weet over de pogingen van RIVM en GGD om de resultaten onder de pet te houden.

Ik moet me echt inhouden om te beschrijven wat ik van dit gedrag van RIVM en GGD echt vind. Ik doe het dan ook maar niet.

Wel vraag ik me af hoe lang de regering nog denkt, deze leiding van het RIVM en van de GGD nog te blijven handhaven. Zij zijn verantwoordelijk voor de steeds grotere chaos die uit het Nederlandse beleid voortkomt. De grotere risico’s die men in de komende maanden loopt in gesloten ruimtes met weinig of slechte ventilatie (inclusief scholen). En de directe en indirecte gevolgen van het toenemen van besmettingen in Nederland.

Ik sluit af met een Amerikaans gezegde wat heel goed van toepassing is “If you are not a part of the solution, you are a part of the problem”.

 

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier  

De mail van 2 april, die ik -helaas- nog een keer moet versturen

Mijn Eureka-moment

Eind maart was ik ruim een maand met analyses en lezen van onderzoeken bezig.  Ik ben toen begonnen met er blogs over te schrijven op deze site. Als u naar mijn inhoudsopgave gaat kunt u ze makkelijk terugvinden.

Mijn manier van werken was enerzijds het uitvoeren van data-analyses over de verspreiding van het virus (met daarbij de opvallende ontwikkelingen toen van regio’s in landen waar het wel en niet uitgebroken was). Anderzijds probeerde ik via het lezen van artikelen en studies, zowel over COVID-19 (ja, toen waren ze er al), influenza en SARS (uit 2003) verklaringen te vinden voor die opmerkelijke patronen.

Nogmaals: als u de eerste 6 artikelen van maart terugleest, dan ziet u wat ik tot dat moment gevonden had.

Het grote Eureka-moment kwam rond 1 april. Het kwam allereerst door de beschrijving van de uitbraak van het koor, dat zo goed was beschreven in de L.A. Times van 29 maart. Er waren wat reacties van wetenschappers in de VS op Twitter (niet de virologen, maar een aantal van degenen die onlangs de brief aan de WHO hebben gestuurd). Die gaven aan dat zoiets als bij het koor in Seattle kwam door aerosolen. Ik las vervolgens al hun artikelen en studies. Daarbij bleek dat ook bij SARS en Influenza vaak op de belangrijke invloed werd gewezen van aerosolen. Dus waarom dan niet bij COVID-19 werd er gesteld.

De doorslag gaf de video die ik zag van een Japanse professor. Hij is voorzitter van de Japanse federatie voor infectieziektes. En dat was een video waarin hij proefondervindelijk liet zien hoe lang aerosolen blijven hangen en hoe belangrijk ventilatie daarbij is om dat te voorkomen.

Die video kun je hier zien.

Dat gaf voor mij de doorslag en ik schreef mijn blog, die ik op 2 april plaatste met de titel “Eureka! Dit zijn de verspreidingsversnellers: de microdruppels”

In het licht van wat er sindsdien met het onderwerp aerosolen en het RIVM is gebeurd (namelijk vrijwel niets) is dit wel het meest opmerkelijke: ik ontving de link naar deze overtuigende video van die Japanse professor over aersolen van iemand, die werkt voor het RIVM. 

Ja, lees die zin nog maar een keer terug. Van iemand, die werkt voor het RIVM. Je denkt misschien dat het vooral een wetenschappelijk instituut is, maar ik kan je verzekeren dat de besluitvorming daar niet bepaald wordt door de wetenschap, maar door macht. Het is een compleet verpolitiseerde ambtelijke instelling, waar ook nogal wat wetenschappers tussenlopen die daarover gefrustreerd zijn (maar het helaas alleen achter de schermen vertellen).

Verstuurde een e-mail op 2 april

Omdat ik me bij het schrijven van dat blog realiseerde hoeveel deze bevindingen zouden kunnen betekenen voor de aanpak in Nederland van COVID-19, en dan ook met name voor zorginstellingen en de plekken waar veel mensen bij elkaar waren in openbare ruimtes heb ik op 2 april een mail gestuurd. Die stuurde ik naar een twintigtal politici (veel fractievoorzitters en ook Mark Rutte) en adviseurs van politici. Plus nog eens 30 mensen werkzaam in oude en nieuwe media en 20 influentials (uit de analoge wereld).

Wat gebeurde er met die mail?

Vrijwel niets. Uiteindelijk leidde het op 19 april tot een uitnodiging om bij Op1 te komen. Maar de opvolging daarvan in de oude media was nul, behalve twee vernietigende tv-kritieken in het AD (van Angela de Jong) en in De Volkskrant.

Alleen kon ik via een aantal kanalen op internet mijn verhaal wel kwijt. Dat zijn de plekken waar velen werkzaam in de oude media (plus degenen die daar wel regelmatig mogen opdraven of hun columns hebben) hun neus voor ophalen: Harry Mens (die me als eerste de ruimte al gaf in maart), Cafe Weltschmerz (waarvan het eerste interview met Pim van Galen meer dan 550.000 keer is bekeken), de nieuwe wereld en het kanaal van Vincent Everts. Je ziet een opgave ervan hier op mijn site.

Opmerkelijk is dat ik zowel bij YouTube, Google, Facebook en LinkedIn een duidelijke vorm van censuur heb ervaren. Minimaal werden uitingen van mij daar veel moeilijker vindbaar gemaakt of begeleid met een waarschuwing dat het fake nieuws was. Als je me dat in februari had verteld dat dit zou kunnen gebeuren, dan had ik je voor gek verklaard.

Hoewel mijn geluid indirect nu wel op steeds meer plekken doorklinkt is het bij veel van die oude media blijkbaar nog heel moeilijk om te onderkennen, dat ik al in een vroeg stadium de juiste inhoudelijke lijn te pakken had.

 

Nog steeds is de boodschap niet aangekomen

Dat de regering (en het RIVM) die lijn nog steeds niet te pakken hebben, bleek wel bij de tragische persconferentie van Mark Rutte en Hugo de Jonge van afgelopen donderdag. Het was 1,5 meter, 1,5 meter, 1,5 meter wat de klok sloeg. Een betere illustratie van dit blog kon er niet gegeven worden. De kernzin van dat blog was “als je enige gereedschap een hamer is, dan ziet ieder probleem eruit als een spijker”.  Dat inmiddels ook mainstream (eindelijk) steeds meer duidelijk wordt wat een belangrijke rol aerosolen spelen bij het verspreiden van het COVID-19 virus en hoe belangrijk dus goede ventilatie is, blijken Rutte en De Jonge (in navolging van het RIVM) nog steeds niet te onderkennen. Hun enige gereedschap is “1,5 meter”, dus problemen worden veroorzaakt door het niet houden aan die 1,5 meter en de enige oplossing is om te zorgen dat mensen zich aan die 1,5 meter houden.  (Bijzonder is dat gisteren bij Nieuwsuur Coutinho, voormalig directeur van het RIVM, erkende dat er geen wetenschappelijk bewijs was voor die 1,5 meter).

Daarom stuur ik de mail die ik op 2 april stuurde nog een keer. Maar niet via e-mail, maar gewoon hier als een soort open brief.

Nogmaals: die Japanse professor waar naar verwezen wordt is niet zomaar iemand, maar gewoon de voorzitter van de Japanse organisatie voor infectieziektes. Plus dat ik attent werd gemaakt op die video door iemand die werkzaam is voor het RIVM!

Dit is die mail/open brief

Mijn e-mail, nu als open brief

“Onderwerp: Nieuwe wetenschappelijke inzichten vanuit Japan en Korea reiken de sleutel aan voor de oplossing!

Wellicht heb je -een deel van – deze mails van mij in relatie tot de Corona-crisis niet gelezen. Begrijp ik goed gezien wat zich allemaal aan het afspelen is.

Maar dit blog naar aanleiding van nieuwe wetenschappelijke inzichten vanuit Japan en Korea reikt de sleutel aan hoe we snel uit deze crisis kunnen komen. Dus ik verzoek je vriendelijk doch dringend, lees het blog en kijk naar de video van de Japanse voorzitter van de organisatie van infectieziekten.

Hij biedt de missende schakel in de puzzel die ik ook heb proberen op te lossen. En daaruit volgt ook duidelijk welke maatregelen we (nog) wel en niet moeten nemen.

https://bit.ly/2USsmik

Mind you: In Japan zijn er tot dusverre 66 doden op een bevolking van 124 miljoen. In Korea is er wel een eerdere uitbraak geweest, maar bij een bevolking van 50 miljoen hebben ze nu 100 nieuwe gevallen per dag en minder dan 200 doden. Wij hebben dus per capita minstens 100 maal meer doden (en counting).

Wat de Japanners en Koreanen stellen is, dat het virus zich niet alleen verspreidt door dicht bij elkaar te zijn, maar er komen ook via  microdruppels (aerosolen) naar buiten en die blijven heel lang in de lucht. Daarbij zijn er bewijzen uit onderzoek in de VS dat bij hogere luchtvochtigheid die microdruppels niet in de lucht blijven, (Dus de monddoekjes zijn niet om je te beschermen, maar om anderen te beschermen!)

Dat verklaart dus waarom in gebieden met lage luchtvochtigheid die verspreiding zo snel is gegaan, en in gebieden met hogere luchtvochtigheid vele malen langzamer.

En ook waarom in een kerkgebouw bij Seattle op 10 maart, terwijl de 60 aanwezigen zich aan alle voorschriften hielden, toch 45 besmet werden.

 

Maar ook leert het ons wat we wel en niet nog kunnen doen ten aanzien van de te nemen maatregelen.

Lees het blog voor die conclusies. Op die manier kunnen we op een veel intelligentere manier het virus bestrijden en de economie en de samenleving in stand houden.

Blijf gezond

Maurice de Hond”

 

Het is in- en intriest dat ruim 4 maanden na het versturen van deze mail, ik die nu nog een keer hier moet plaatsen.

Het document dat alles zou moeten doen veranderen

Een document ontvangen

Met enige regelmaat ontvang ik mails van personen, werkzaam bij officiële instanties, die de beschikking hebben over relevante informatie die niet naar buiten wordt gebracht. Maar waarvan die personen wel menen dat het relevant is dat dit gebeurt.

De inhoud ervan versterkt het beeld dat die officiële instanties alleen maar behoefte hebben aan informatie die hun standpunten uit het recente verleden bevestigt. Informatie die daar haaks op staat, is alleen maar erg lastig en moet genegeerd worden of – nog erger- onder de pet gehouden worden, wat daarvan ook de kosten mogen zijn qua volksgezondheid, economie of maatschappij.

Enkele dagen geleden ontving ik op deze manier zo’n stuk. Ik las het met open mond. En daarna kostte het nog een tijd om echt te laten indalen wat dit allemaal betekende. Niet alleen de inhoud ervan, maar ook (en misschien vooral) dat het RIVM deze informatie niet direct massaal is gaan delen.

De bevindingen

Ik geef hieronder de samenvatting van dit stuk. Het is een interne beschrijving van de resultaten van het onderzoek door iemand van het RIVM zelf.

  1. De datum van dit stuk is 23 juli. Terwijl ik dit schrijf is het 13 dagen later.
  2. Er is een zorginstelling met 7 aparte afdelingen en in totaal 120 bewoners in de regio Rotterdam-Rijnmond. Inmiddels is bekend dat het Maassluis betreft.
  3. In één van die afdelingen werden eind juni 17 van de 21 bewoners positief getest. Kort erna werden ook 18 medewerkers positief getest.
  4. Men weet welke patiënt de index-patiënt was.
  5. De medewerkers droegen vanaf half april professionele mondkapjes, behalve tijdens hun pauzes.
  6. Gezien deze ontwikkelingen (de uitbraak die vrijwel tegelijkertijd plaatsvond en dat het personeel mondkapjes droeg) en het feit dat er op dat moment buiten de instelling ook maar heel weinig besmette personen waren, heeft men naast het normale bron- en contactonderzoek, ook het ventilatiesysteem onderzocht.
  7. Uit de beschrijving van het ventilatiesysteem bleek dat de bewuste afdeling niet lang geleden was gerenoveerd. Het ventilatiesysteem stond niet in verbinding met andere afdelingen. Het systeem was energie-efficiënt en dat hield in dat er alleen verse lucht naar binnen werd gehaald (en verwarmd of gekoeld) als het CO2-gehalte te hoog was. Normaal werd de lucht dus ongefilterd gerecirculeerd.

In de huiskamer van die afdeling stond ook speciale ventilatieapparatuur plus ook 2 airco-units. Het filtersysteem was erop gericht om stof uit de lucht te halen.

In de andere afdelingen was die apparatuur er niet en werd de buitenlucht rechtstreeks gebruikt

  1. Op diverse plekken werd begin juli in de filters van dit ventilatiesysteem of in de buurt ervan COVID-19 aangetroffen!
  2. Als conclusie staat er dat de bevindingen “suggestief zijn voor de verspreiding van het virus via het ventilatiesysteem”.
  3. Plus dat blijkbaar de resultaten voor de betrokken microbiologen van het Rotterdamse ziekenhuis aanleiding waren om andere zorginstellingen te attenderen op de mogelijke risico’s van de verspreiding van het virus door recirculatie van lucht via het ventilatiesysteem.

EenVandaag heeft zojuist over dit document deze reportage gemaakt. En De Volkskrant pleegde ook nog aanvullend onderzoek, dat je hier aantreft.

 

De conclusies

De bewoording van het onderzoek in het document is van een medewerker van RIVM zelf. De terminologie “suggestief voor” en “mogelijke risico’s” hebben zij gebruikt. Ik vraag me af welke andere mogelijke verklaring je kunt hebben bij deze onderzoeksresultaten.

Ik beoordeel deze resultaten als een bevestiging van de vele bewijzen dat:

  • Slecht afgestelde of slechts circulerende ventilatiesystemen een belangrijke rol spelen bij het massaal verspreiden van het virus onder degenen die in die ruimtes (langdurig aanwezig zijn).
  • Aerosolen dus een rol spelen bij het verspreiden van het virus. En dat via die aerosolen in een relatief korte tijd veel mensen tegelijk kunnen worden besmet.

Dit is -helaas- ook een ondersteuning van mijn stelling dat er sinds maart veel mensen in zorginstellingen ziek zijn geworden (en overleden) door de wijze waarop de ventilatiesystemen functioneerden. Vooral daar waar veel van de bewoners (en medewerkers) in korte tijd waren besmet. Ik had onlangs beschreven dat juist dan de bewoners heel lang het virus inademen (dus een hoge virale doses krijgen) en daardoor veel zieker worden. In dit geval zijn er 6 van de 17 besmette personen overleden.

Dit is niet alleen belangrijke informatie ter evaluatie van wat er is gebeurd, maar nog belangrijker, het levert cruciale informatie ten aanzien van het beleid dat nu gevoerd moet worden om nieuwe besmettingen zoveel mogelijk te voorkomen.

Want: hou rekening met besmettingen via aerosolen, zorg dat de ventilatiesystemen goed zijn en zorg voor zoveel mogelijk verse lucht. En dat geldt niet alleen voor zorginstellingen, maar op ieder plek in binnenruimtes waar veel mensen bij elkaar komen. En -zeker nu het mooi weer is- verplaats activiteiten, zoals feestjes, zoveel mogelijk naar buiten.

 

En wat deed het RIVM hiermee?

Maar niet alleen voor zorginstellingen is dit cruciale informatie, maar ook voor scholen, die binnenkort weer opengaan, voor kantoren, voor restaurants, voor theaters, voor bioscopen. Daarom stelde ik eind juni al het Deltaplan Ventilatie voor. Om te zorgen dat we in het najaar zo min mogelijk risico’s zouden lopen in binnenruimtes.

En dat leidt tot mijn tweede schok. En misschien nog wel een grotere dan de eerste.

Het RIVM beschikte in ieder geval op 23 juli over deze informatie. Uit het stuk is eigenlijk op te maken dat de informatie zelf nog minstens enkele dagen ouder is. Er staat heel expliciet dat blijkbaar de microbiologen die het onderzoek hadden gedaan, zorginstellingen zijn gaan attenderen op het “mogelijk risico”.

Ik weet van journalisten dat ze geprobeerd hebben een reactie hierover te krijgen bij RIVM, GGD, de zorginstelling of de betrokken microbioloog. Geen van hen reageerde.

Ik had echter al wel via mijn klokkenluider vernomen dat de betrokken microbioloog de zorginstellingen niet heeft gewaarschuwd, zoals het wel in dat rapportje staat, op instigatie van GGD/RIVM.

 

Waarom zijn deze bevindingen voor het RIVM geen reden geweest om er zelf onmiddellijk mee naar buiten te komen, zodat alle beheerders van HVAC-systemen in Nederland direct zich bewust werden van de risico’s van niet goed functionerende ventilatiesystemen? Dus niet alleen die van zorginstellingen, maar overal!

Maar als je het opereren van het RIVM en Van Dissel c.s. sinds februari goed hebt gevolgd, dan is het antwoord heel eenvoudig. Je haalt het al uit de tweet van het RIVM van 31 juli jl. Voor het eerst dat het RIVM expliciet aandacht vroeg voor het onderwerp ventilatie. Lees het onderstaande met het besef dat men bij het RIVM zeker 8 dagen ervoor al de bevindingen wist van dat onderzoek.

Het volgt het nu al maanden herkenbare patroon van het RIVM: bij de oude standpunten blijven. En als men wat van positie verschuift, doet men het op een manier dat je niet zou kunnen denken dat het eigenlijk een verschuiving is.

Besef daarbij dat veel van de besmettingen die nu ontstaan gebeuren op plekken waar in besloten ruimtes mensen bij elkaar zijn. Kroegen, feestruimtes, zorginstellingen. En hoe belangrijk het zou zijn dat elke keer als we onze autoriteiten horen, zoals de ministers en burgemeesters, ze niet alleen hun standaard mantra’s aflopen: “1,5 meter, persoonlijke hygiëne, thuis blijven bij klachten”, maar als eerste voortaan zeggen “niet in besloten ruimtes komen zonder goede ventilatie”. En met het mooie weer de instructie erbij geven, zoals de Amerikanen in april al zeiden “move all activities outside”.

Maar ja, dat vond het RIVM nooit echt van groot belang, en zelfs na deze bevindingen in die zorginstelling van Rijnmond, nu nog steeds niet. En onze bestuurders hebben tot nu toe steeds hun oren laten hangen naar het RIVM.

Laten we hopen dat de bevindingen rondom dit bijzondere document een wake-up call worden voor onze bestuurders in Nederland. Want anders gaan we in het najaar een echte tweede golf meemaken en/of vormen van al dan niet regionale lockdowns met verdere desastreuze gevolgen voor economie en samenleving.

 

P.S. Het is voor mij en waarschijnlijk ook voor nabestaanden van slachtoffers in zorginstellingen wrang om dit alles nu te lezen. Op 2 april jl. had ik een mail gestuurd naar 70 politici, adviseurs van politici, en een groot aantal journalisten. Het ging over dit blog met de titel “Eureka, dit zijn de verspreidingsversnellers, de microdruppels”. Daarin vraag ik aandacht voor de aerosolen en ook wijs ik op het belang van ventilatie en luchtvochtigheid. In die mail vestigde ik de aandacht op dit blog met de titel “Nieuwe wetenschappelijke inzichten vanuit Japan en Korea reiken de sleutel aan voor de oplossing!”  Ik zag daar in de media niets van terug.

Op 19 april was ik voor het eerst bij Op1. Ten aanzien van zorginstellingen wees ik in dit fragment nadrukkelijk op het gevaar van de verspreiding van aerosolen via de ventilatie.

In het beleid heb ik daar helaas tot voor kort vrijwel niets van teruggezien. En nog steeds hoor ik van onze bestuurders alleen maar het belang van 1,5 meter en niet om te zorgen voor goede ventilatie in besloten ruimtes. Daar waar vrijwel alle clusters van besmettingen nu ontstaan. Niet alleen waren de slachtoffers in die zorginstelling in Maassluis onnodig, maar ook veel besmettingen die nu plaatsvinden.

 

Nu de WHO de eerste stap heeft gezet

Bij de kritiek op mijn werk sinds eind maart werd er vaak gesteld dat ik toch geen viroloog/epidemioloog was of dat ik geen wetenschapper zou zijn. Dat was dan eigenlijk al voldoende om niet serieus op mijn bevindingen in te (hoeven) gaan.

Dat miskent het universele karakter van onderzoeken over veel vakgebieden heen. Mijn kracht op school zat in de B-vakken. En bij mijn studie specialiseerde ik me in methoden en technieken van onderzoek plus statistiek. Die kennis kan ik op veel vakgebieden toepassen. Ook als mijn materiekennis beperkt is, kan ik vaak wel vaststellen of het onderzoek juist is uitgevoerd en of de conclusies, die worden getrokken onderzoeksmatig terecht zijn getrokken.

De regels van de logica spelen daarbij een grote rol. En in alle vakgebieden (zeker ook bij de peilingen en ook als ik ze zelf uitvoer) merk je dat veel van de conclusies minder hard zijn, dan ze lijken. Het zou best zo kunnen zijn, maar 100% zeker is het niet.

 

Zwak onderbouwd

Veel van hetgeen ik in het begin voetstoots had aangenomen van de virologen/epidemiologen/microbiologen bleek, toen ik me erin verdiepte, methodisch gezien nogal zwak onderbouwd te zijn. Plus dat men met regelmaat ernstig zondigde tegen de basisvoorwaarden van de logica. Men redeneerde naar het gewenste eindresultaat toe.

Een mooi voorbeeld is dit document van de RIVM van 30 juni. Dit staat er letterlijk onder punt 2:

Ik moet jullie bekennen dat ik alleen maar verbijsterd kan kijken naar dit punt 2 en de conclusie die daar dan door het RIVM wordt getrokken.

Ik heb die interessante studie over de Diamond Princess ook bestudeerd. Daar is nog wel wat over te zeggen, maar laten we even aannemen dat onomstotelijk bewezen is dat het ventilatiesysteem op het schip niet heeft gezorgd voor de snelle verspreiding van de besmettingen.

Dan zou mijn conclusie zijn dat het systeem op het schip blijkbaar goed heeft gefunctioneerd. Wellicht met voldoende verse lucht en/of de juiste filters. Maar hoe durf je zonder blikken of blozen op basis van dit een voorbeeld te stellen “dat dit geen rol lijkt te hebben gespeeld in de epidemie en dat er geen reden is het huidig beleid aan te passen”.

Een van de basisregels van de logica is dat de “absence of evidence” niet de “evidence of absence” is.

Voor zo’n belangrijk onderwerp als de rol van ventilatiesystemen is dat wel een uitermate povere onderbouwing.

Dat is eigenlijk alleen maar te begrijpen vanuit het feit dat de WHO/RIVM tot gisteren stelde dat besmettingen via direct contact (druppels) verloopt en vrijwel niet via de lucht. Dus echt moeite doen om te laten zien dat het wel via ventilatiesystemen kan lopen, mag je blijkbaar van WHO/RIVM niet verwachten.

 

Wat gaat het WHO/RIVM verder doen met de aerosols?

Juist omdat het een patroon is, waarbij men onder het mom van “wetenschappelijk bezig zijn”, er alles aan doet om zoveel mogelijk te laten zien dat men het altijd al bij het rechte eind had, is men nu dus bezig te erkennen dat er sprake kan zijn van aerogene verspreiding, maar zal men de invloed ervan als beduidend minder groot blijven beschrijven dan die van besmetting via direct contact. In dit stuk aan het RIVM leg ik uit waarom ik het standpunt heb, dat die rol van aerogene verspreiding beduidend groter is dan die van de besmetting via direct contact.

Het rapport dat gisteren van het RIVM is uitgekomen, laat al zien hoe het RIVM het effect van de aerogene verspreiding wil downplayen. In het nieuws was dat het RIVM nu wel onderkende dat er besmettingen via de lucht plaats konden vinden, maar in de toelichting in de richting van de media, en als je de studie leest, dan zie je de lijn die ik al verwachtte van de WHO zich al aandienen.

Lees maar deze toelichting van de onderzoeker bij de NOS.

Dit is de kern:

Ik heb de wetenschappelijke studie gelezen waar de resultaten in staan van wat ze hier stellen.

Het voert te ver om hier heel diep op die studie in te gaan. Maar de essentie is dat men een aantal aannames doet. En die in een model stopt. Aan de hand van die aannames voert men berekeningen uit. En op basis van die berekeningen trekt men conclusies.

De cruciale component hierbij zijn aannames. Als je andere aannames doet, dan krijg je andere uitslagen.

De twee belangrijkste aannames voor het model zijn: hoeveel aerogene virusdeeltjes worden door besmette mensen in de lucht gebracht, en hoeveel virusdeeltjes moet je inademen om er ziek van te worden.

Ten aanzien van het eerste heeft men bij het onderzoek vastgesteld, dat een klein deel van de besmette mensen veel meer virusdeeltjes in de neus had dan anderen. Men gaat er bij de berekeningen van het model vanuit dat die personen dus in dezelfde mate veel meer aerogene virusdeeltjes in de lucht brengen. Die personen worden “superspreaders” genoemd.

Wat het tweede onderdeel betreft, hoeveel virusdeeltjes je moet inademen om er ziek van te worden, is niet proefondervindelijk vastgesteld. Op basis van studies met andere ziektevormen heeft men daar een keuze bij gemaakt.  Voor COVID-19 zijn die cijfers namelijk niet bekend.

Die keuze is echter wel bepalend voor het eindresultaat van het model. De waarde die men hiervoor heeft gekozen is gebaseerd op andere ziektes en is nogal hoog. Laten we als een simpel voorbeeld even zeggen dat er 100.000 viruseenheden nodig zijn om ziek te worden. Als men dan berekent dat er 200.000 viruseenheden in de lucht zweven, dan kunnen er maximaal 2 mensen besmet worden.

Maar stel dat het aantal eenheden om ziek te worden op 1.000 eenheden wordt vastgesteld, dan kunnen er dus 100 keer zoveel mensen besmet worden door die 200.000 viruseenheden. Dus die aanname van het aantal benodigde viruseenheden is bepalend voor de eindresultaten.

Nu is het interessant dat op de website van het RIVM iets staat over aerogene verspreiding van het influenzavirus. Dit is de tekst.

Er zijn sterke aanwijzingen dat dit met COVID-19 ook het geval is. Dat er niet al te veel virusdeeltjes nodig zijn om ziek te worden.

Maar door wel een veel hogere waarde in het model te stoppen, is men tot de conclusie gekomen dat mensen amper besmet kunnen worden door het virus in de lucht.

Had men andere aannames gedaan, en aangenomen dat er 100 keer minder virus voor besmetting nodig is, dan zouden de uitkomsten totaal anders zijn. (En wie het onderzoek van Wells uit 1955 nog een keer terugleest, ziet hoe die aerogene verspreiding bij bijvoorbeeld influenza kan huishouden in de longen).

Maar deze uitslag van het onderzoek is precies datgene wat het RIVM (en de WHO) wil. Gewoon doorgaan met het concept van de superspreader in plaats van de superspreading omstandigheden. Een persoon die veel anderen besmet omdat hij zoveel virussen in zich draagt. (“De superman” onder de besmette personen zoals prof. Voss bij het debat bij Op1 zei). En als die er niet is, dan worden mensen niet via de lucht besmet.

Zodat men door kan gaan met het concept dat eigenlijk de enige belangrijke manier van verspreiden via direct contact is. En als we maar die superspreading personen kunnen identificeren zijn alle problemen over!

Maar met een open mind naar allerlei gebeurtenissen kijken, dat is niet zo makkelijk voor WHO/RIVM. Zeker niet als dat zou betekenen dat het belang van de overdracht via druppels beduidend kleiner is dan men tot nu toe aannam.

Want het is zo makkelijk om te zeggen: “Houd 1,5 meter afstand””. En als er toch uitbraken zijn: dan heeft men zich niet aan die 1,5 meter gehouden.

 

De aanwijzingen zijn veel sterker dat het bij grootschalige besmettingen tijdens superspreading events niet zozeer komt door een superspreader die aanwezig is, maar juist omdat de omstandigheden voor de virusdeeltjes gunstig zijn om lang te blijven zweven en zo een groot deel van de aanwezigen te besmetten. Zo kan iedereen een superspreader worden, mits de omstandigheden maar juist zijn.

Maar dat is geen uitkomst die het RIVM of de WHO wil hebben. Want zodra men vaststelt dat de besmettingen tijdens superspreading events via de lucht zijn gegaan, dan stort hun hele kaartenhuis in elkaar. Superspreading events zijn de aanjager van de pandemie, zoals op veel plekken gesteld wordt. En als aerogene verspreiding zo besmettelijk is, dan spelen de besmettingen via direct contact een kleine of zeer kleine rol.

Misschien wordt het eens tijd dat de Nederlandse media prof. Christian Drosten interviewen, die gesteld heeft dat de aerogene besmetting waarschijnlijk belangrijker is dan de besmetting via direct contact.

Want als de WHO en het RIVM op basis van hun koppigheid maar weigeren de sterke aanwijzingen onder ogen te zien, kunnen we daardoor in het najaar in forse problemen terechtkomen.

 

Vooral nadat ik gisteravond burgemeester Bruls hoorde bij Nieuwsuur. Het heeft me weer een nieuw paar schoenen gekost en een televisie.

Eigenlijk gaf de voorzitter van de Nederlandse veiligheidsregio’s onbeschaamd aan dat als er in Nederland in het najaar een forse uitbraak zou komen, we dan niet met heel gerichte lokale of regionale maatregelen gaan komen, maar net zoals de afgelopen maanden weer landelijke maatregelen zullen gaan nemen.

Goh, het is niet alleen het RIVM die de afgelopen maanden maar weinig heeft bijgeleerd.

De ultieme lakmoesproef (Bewaarexemplaar)

De afgelopen dagen is er veel gebeurd. Ook is er veel nieuwe informatie beschikbaar gekomen. Op basis daarvan heb ik een belangrijk besluit genomen en heb ik dit blog “de ultieme lakmoesproef” genoemd.

Lees meer

Interview AD 27-6, inclusief Van Dissel en RKI

Op 27-6 verscheen er een uitgebreid interview met mij in het AD. Ook nog eentje met prof. Van Dissel, plus dat net de afgelopen week de sites van het Duitse RIVM en Europese RIVM aangepast waren. Achter elkaar geeft dit een hele goede indruk van de stand van zaken.

Hier kunt u de video zien die het AD gemaakt heeft en toegang krijgen/kopen tot het complete digitale artikel, inclusief links. Hieronder de screenshots. Onder de drie screenshots gaat het nog verder.

In hetzelfde AD stond er ook nog een interview van prof. Van Dissel.  Die is ook weer digitaal te lezen als u toegang heeft/koopt bij de AD-site. Ik vraag vooral uw aandacht voor wat Van Dissel daarin zegt over aerosols en ventilatie.

Op 26 juni heeft RKI,  het Duitse RIVM haar website aangepast om ruimte te geven aan de verspreiding van het virus via aerosols.

Dit staat er (vertaald uit het Duits) in:

Het ECDC (Europese RIVM) heeft 22-6 haar website aangepast. Dit staat er nu o.a.

En over ventilatiesysttemen:

Als toegitft een fragment uit een artikel in Science van  26-6

 

Ten slotte:  bijna 3 maanden geleden schreef ik dit artikel onder de titel “Eureka, dit zijn de verspreidingsversnellers, de microdruppels”. 

Mijn gesprek met het RIVM

Zonet het gesprek gehad met drie professoren verbonden aan het RIVM.

Ik had afgesproken dat ik vooraf mijn bevindingen en conclusies naar ze zou sturen om het gesprek efficiënt te laten verlopen. Gezien de transparantie en het feit dat in dit stuk goed de opbouw en de onderbouwing staan van mijn stellingname dat aerogene verspreiding van het virus de dominante weg is, treft u het stuk hieronder aan.

U kunt het als u wilt ook downloaden.

 

Basisstuk voor RIVM

Het gesprek verliep zeker met wederzijds respect en was zeer inhoudelijk van karakter. Ik voel me niet vrij om hier op te schrijven wat zij gezegd hebben. Ik kan wel zeggen dat zij aan het eind mijn opstelling niet omarmd hebben, noch dat ik dat gedaan heb ten aanzien van hun opstelling. Ik hoop/denk wel dat beide kanten de informatie-uitwisseling nog wat zullen verwerken en dat we daar in de toekomst meer van zullen merken.

 

Nog twee punten tot slot.

 

Punt 1. In de bijgaande 13 pagina’s heb ik aan de hand van studies, informatie en logisch denken mijn stelling onderbouwd dat het grootste gedeelte van de verspreiding van COVID-19 via aerosols gaat.  (En dat we daarom o.a. een Deltaplan Ventilatie nodig hebben). En dat 1,5 meter afstand, zeker in de buitenlucht, volkomen onnodig is.

Vanmorgen heb ik prof. Van Dissel bij de uiteenzetting in de Tweede Kamer een toelichting horen geven over waarom er amper sprake kon zijn van aerogene verspreiding. Dit was een aaneenschakeling van feiten die werden aangepast aan het doel en doelredeneringen. (Zo van het karakter: kijk 1,5 meter werkt, waarom hebben we anders zo weinig besmettingen? Antwoord: het zou ook gelegen kunnen hebben aan het verbieden van de samenkomsten met meer mensen ter voorkoming van superspreading events).

Ik zou echt graag van een deskundige (viroloog, epidemioloog, microbioloog) een zelfde soort stuk willen hebben als dat ik geschreven heb, met de onderzoeksmatige onderbouwing dat het besmetten van anderen in overgrote mate via direct contact plaatsvindt (inclusief via oppervlaktes) en dat het houden van 1,5 meter afstand een beleid is waardoor er veel besmettingen worden voorkomen. Ik beloof dat ik dat stuk dan ook integraal op deze website zal zetten.

Maar dus niet van het kaliber van de redeneringen van Van Dissel van vanmorgen in de Tweede Kamer, maar met de bronnen erbij die ook bekeken kunnen worden door de lezers.

 

Punt 2 .Daarnaast heb ik net gehoord dat Ab Osterhaus a.s. maandag om 11 uur met mij in debat wil bij BNR. Ik stel het op prijs dat hij dat doet en ik zie er naar uit. Moet nu dus serieus in training omdat ik wel in de juiste gewichtsklasse wil uitkomen. Mocht hij in de komende dagen bij Op1 langskomen, dan doe ik de staredown met hem wel via het beeldscherm (Weer eens wat anders dan een schoen naar mijn TV gooien).