Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » De timmerlieden van WHO en RIVM

De timmerlieden van WHO en RIVM

Samenvatting van het artikel

Als je enige gereedschap een hamer is, lijkt elk probleem een spijker. Dit artikel laat zien dat het weer een grote invloed heeft op de verspreiding van het virus en dat dit inconsistent is met de druppeltheorie. Door vol te houden dat gestegen aantallen besmettingen komen doordat men kennelijk niet genoeg afstand hield, doet de WHO meer kwaad dan goed.

Lees volledig artikel
Leestijd: 9 minuten

Als ik de deskundigen van de WHO/RIVM/OMT hoor, dan moet ik steeds denken aan die uitspraak van Maslow (1966), dat als je enige gereedschap een hamer is, dat dan ieder probleem eruit ziet als een spijker.

Volgens de WHO (en de RIVM in Nederland en vrijwel alle virologen/epidemiologen in de media) wordt COVID-19 verspreid door grotere druppels. Als iemand hoest, niest of praat en je bent te dichtbij (binnen 1, 1,5 of 2 meter, afhankelijk in welk land je woont 😉) dan kan een druppel je besmetten. Dat kan ook indirect, wordt gesteld, doordat de druppel op een oppervlakte komt die jij dan aanraakt en die vervolgens in je oog terecht kan komen.

Op basis daarvan zijn er allerlei maatregelen genomen, erop gericht dat mensen zo min mogelijk dichtbij elkaar komen, met als codewoord “social distancing”.  In Nederland is het die 1,5 meter-samenleving.  Als het aantal nieuwe besmettingen duidelijk afneemt dan stellen zij dat het te danken is aan de mensen die deze afstand hebben gehouden. Als er dan toch weer een stijging komt van nieuwe besmettingen, dan komt dat volgens hen doordat mensen die afstand niet meer in acht hebben genomen.

Met wat kleine nuances is dit de lijn geweest van de WHO en haar trouwe volgers, vanaf het begin van dit jaar. En als er door wetenschappers gewezen werd op de mogelijke andere verspreidingsmogelijkheid via de lucht, dan werd dat eerst ontkend en vervolgens onder aanhoudende druk schoorvoetend erkend maar wel meteen gebagatelliseerd.

Deel van het probleem

Nu op allerlei plekken in de wereld uitbraken zijn op plekken waar ze eerst niet waren of waar ze onder controle leken, zien we dat de aanhangers van de WHO-lijn zich gedragen conform die uitspraak van Maslow over de hamer en de spijker. “Nadat de maatregelen zijn versoepeld, zien we weer een toename van het aantal besmettingen, mensen komen weer veel te dicht bij elkaar. Dus moeten er weer hard maatregelen genomen: nieuwe lockdowns, strakker handhaven van social distancing, etc.”

Maar wat die deskundigen van WHO en aanhang daarbij niet door hebben, is dat zij allen hiermee, zoals een andere uitspraak luidt “niet een deel van de oplossing zijn, maar een deel van het probleem”.

 

Ik zal deze boude bewering uitleggen:

Mijn start van de data-analyses over de verspreiding van COVID-19 kwam doordat ik eind februari – begin maart zag dat het virus zich eigenlijk alleen aan het verspreiden was in de gebieden met een bepaald winterweer. Dat bleek zich voor te doen boven de 30 graden noorderbreedte bij temperaturen tussen de 4 en 12 graden en een specifieke luchtvochtigheid van onder de 6g/kg.

Toen ik naar de verklaringen daarvan zocht, kwam ik influenzastudies tegen in de afgelopen 15 jaar, waarbij bleek dat mensen in die gebieden, door die weersomstandigheden, vaker in gesloten ruimtes verblijven en dat de lage luchtvochtigheid die er dan is, ervoor zorgde dat het influenzavirus lange tijd in de lucht kon blijven hangen. Hier heb ik dat eind maart beschreven.

Dit is het kaartje met de gemiddelde temperaturen in de wereld in de maand februari en de cirkels met de grote uitbraken rond 1 maart.

 

Dat leidde bij mij tot een belangrijke conclusie (die op dit moment trouwens zelfs nog nadrukkelijker getrokken kan worden dan toen): 

Er zijn heel duidelijke regionale patronen zichtbaar, wat aangeeft dat de verspreiding van het virus duidelijk samenhangt met het weer in die regio’s.

 

Kijk naar de situatie van dit moment in veel landen in West- en Noord-Europa. Vrijwel overal zien we nu vrijwel geen ziekenhuisopnames of doden meer en lage aantallen nieuwe gevallen. Zou dat nu echt zijn, omdat de bevolking in al die landen zich zo keurig gedraagt conform de voorschriften van de WHO? Waarom is er nergens in West-Europa een echt grote uitbraak, die er nu wel in Florida en Texas is? Waarom zien we nu wel heel duidelijke toenames in alle Balkanstaten en Spanje? Waarom zijn er nu wel grote uitbraken in India en Zuid-Afrika, terwijl die twee maanden geleden daar nog niet waren?

Omdat men zich daarvoor wel keurig gedroeg conform de voorschriften van de WHO en nu niet meer? Kom nou!

Kijk naar Melbourne, waar sinds begin juli een duidelijke stijging is van nieuwe gevallen. Komt dat dan doordat men vanaf begin juli zich niet langer aan de WHO-instructies hield van social distancing, terwijl men dat in de twee maanden ervoor wel heeft gedaan?

Besef dat in Melbourne in juni al enkele dagen het weer onder de luchtvochtigheidsgrens van 6 g/kg kwam en vanaf 27 juni dat een aantal dagen kort na elkaar. (Groen zijn de dagen waar in de middag of avond de luchtvochtigheid buiten onder de 6g/kg kwam).

Als je de WHO en aanpalende deskundigen hoort, zou je het wel zeggen.  Want we moeten afstand van elkaar houden, want anders worden we door de druppels besmet, die binnen 1 meter van de besmette persoon op de grond vallen. En als je het niet doet, dan heb je het risico van uitbraken.

Maar het is van een logica tartende simpelheid!

 

De basispatronen in de wereld

Als je nu wereldwijd kijkt zijn er een aantal duidelijke patronen te herkennen. Die trouwens veel lijken op de jaarlijkse verspreiding van influenza over de wereld:

  • In de gebieden boven de 30 graden NB en onder de 30 graden ZB houdt het virus huis tijdens de periode tussen eind van de herfst en ergens in de lente. In deze studie uit maart wordt dat duidelijk beschreven. Daarom zien we nu de sterke stijging in Melbourne en ook die in Zuid-Afrika, waar het in de regio van Johannesburg al een tijd behoorlijk koud is.
  • In de (sub-)tropische gebieden houdt het virus, net als influenza, huis tijdens de regenperiodes. In Brazilië is die periode tussen maart en juli (en trekt dan van noord naar zuid). In India is dat tijdens de moesson (van juni tot september, die van west naar oost trekt). Je hebt veel gebieden in Zuid-Amerika die twee keer per jaar een regenperiode hebben en daar zie je die COVID-19 uitbraken ook vooral tijdens de regenperiodes
  • Vlak bij de evenaar zijn er minder duidelijk gedefinieerde regenperiodes. Maar ook daar zien we duidelijke relaties met hevige regenbuien (zoals in Manous en Guayaquil het geval was in maart).
  • Daarnaast is er een ander patroon dat hier min of meer los van staat en bij influenza niet zo opviel.  Er is een duidelijke samenhang tussen uitbraken in regio’s waar de temperatuur sterk is opgelopen en  men veel gebruikmaakt van airco’s. Je ziet dat in de zuidelijke staten van de VS, maar je kunt het ook heel goed zien in de Balkanstaten. Waar de duidelijke stijging van gevallen ontstond kort nadat de temperaturen naar rond de 30 graden stegen. Je ziet het in het Midden-Oosten (Israël, Irak, Iran). Plus dat de uitbraken in Saoedi-Arabië daar ook mee samen lijken te hangen.

Gooi die oogkleppen af; het zijn de aerosols

En daarmee zijn we tot de kern gekomen van waarom ik zeg dat de aanpak van de WHO iedere logica tart.

Als de verspreiding van het virus in overgrote mate gebeurt door besmettingen via druppels, die je kunnen treffen en infecteren als je te dichtbij een besmet persoon bent, hoe kan je dan patronen verklaren, waar landen in dezelfde regio en met hetzelfde klimaat dezelfde trends laten zien? Omdat de bevolking van -noem eens wat- Nederland, Oostenrijk en Frankrijk zich tegelijkertijd min of meer identiek gedraagt?

Natuurlijk kan dat niet. Er is een andere reden.

Besef dat ten aanzien van de verspreiding van de griep wereldwijd de WHO en haar deskundigen al jarenlang met de handen in het haar zitten om te verklaren waarom de verspreidingspatronen van de griep over de aarde gaan zoals ze gaan.

Dit komt uit een presentatie van één van de WHO-dokteren in 2014.

In de rest van de op zichzelf prima presentatie probeert men op allerlei manieren toch een verklaring te vinden: “men zit dicht bij elkaar”, “het heeft met de schoolvakantie te maken”, etc. etc.  Maar zelf komen ze tot de conclusie dat het uiteindelijk toch geen verklaring biedt voor alle geconstateerde patronen in de verschillende delen van de wereld.

 

En zowel bij de influenza als nu bij COVID-19 is er maar één logische conclusie te trekken uit het onvermogen om die patronen toen en nu te duiden:

Er wordt een gigantische basisfout gemaakt:  noch influenza, noch COVID-19 verspreiden zich primair via die grotere druppels. In beide gevallen verspreidt het virus zich primair via de lucht. 

Als je dat laatste als verklaring neemt, dan kan je ineens wel begrijpen waarom in landen in dezelfde regio en hetzelfde klimaat de patronen sterk op elkaar lijken. En dan kan je ineens wel verklaren waarom het nu in Melbourne precies begin juli is gaan uitbreken en dat het in de zuidelijke staten van de VS nu veel erger is dan enkele maanden geleden en in New York precies andersom. En kan je ook een rationele verklaring geven voor die jarenlange zoektocht naar de patronen van de griepgolven.

De weersomstandigheden hebben weinig invloed op het gedrag van grotere druppels die een niet-besmet persoon binnen een straal van 1 meter, in neus, mond of oog kunnen treffen, zodat die daardoor geïnfecteerd wordt. 

Maar de weersomstandigheden hebben wel een grote invloed op het gedrag van de kleinste druppels. Namelijk of ze al dan niet lang blijven zweven.

In de winters boven 30 NB en onder 30 ZB zijn mensen vaker binnenshuis zonder goede ventilatie. Als de luchtvochtigheid onder 6 g/kg daalt, blijven de kleinste druppels lang airborne en kunnen ze ingeademd worden door de aanwezigen. (En studies hebben al vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw aangetoond dat je veel erger ziek wordt als een virus dat zich met name richt op de lagere luchtwegen, zich direct kan nestelen in je longen).  Wells liet dat al in 1955 zien. Inmiddels heb ik veel meer studies gezien die dat al sinds die jaren beweren. (1)(2)(3) En -heel pikant- ook deze studie van dr. Peter Teunis van het RIVM uit 2010  beschrijft dat. De infectiekans neemt veel sterker toe als aerosols in je longen komen, dan als er druppels in je neus worden ingebracht.

In (sub-)tropische gebieden is de unieke situatie tijdens een regenbui dat om ieder huis als het ware een watergordijn hangt, die dezelfde rol speelt als muren en ramen in de winter boven de 30 graden. Er is geen uitwisseling van de lucht in huis en erbuiten. Het water houdt dat tegen.

En als mensen in hele warme ruimtes de airco aanzetten, dan creëer je dus ook omstandigheden met een slechte ventilatie met buitenlucht en een lagere temperatuur, die gunstig zijn voor de aerosols om langer in de lucht te blijven.

Ik ga hier niet nog een keer de bewijsvoering beschrijven van de grote rol die aerosols spelen bij zowel griep als COVID-19. Ik heb het al in meerdere artikelen gedaan, zoals deze en deze en deze.

Twee belangrijke bronnen raad ik u aan om te lezen, als ik u niet kan overtuigen.

Deze van Prof. JimenezEn deze van Dr. Fluxman.

Prof. Jimenez heeft ook nog dit overzicht gemaakt dat hij in het uitgebreide stuk toelicht.

Het mooie aan dit overzicht van prof. Jiminez is ook dat hij zo goed blootlegt in wat voor gedachtenkronkels de timmerlieden, die alleen een hamer hebben, moeten maken, om de grotere superspreading events te kunnen verklaren: “Ze hebben nog samen staan koffiedrinken” (prof. Van Dissel). Of “buiten loop je het toch ook op, kijk maar naar de wedstrijd Atalanta Bergamo- Valencia” (OMT en premier Rutte), waarbij men gemakshalve vergeet dat de toeschouwers 50 km moesten reizen omdat de wedstrijd in Milaan was.

Een belangrijk punt van de argumentatie van degenen die beweren dat besmettingen van COVID-19 niet via de lucht verlopen wil ik er wel even kort eruit lichten. Omdat men daar gebruikmaakt van een manier van redeneren die van elke logica is gespeend:

Men stelt (en die argumentatie zien en horen we steeds): mazelen is aerogeen en heeft een reproductiefactor die tussen de 12 en 20 ligt. COVID-19 heeft een reproductiefactor van 2,5, en dat geeft aan dat het dan niet aerogeen kan zijn.

Over de logicafouten hierbij heb ik hier uitgebreid over geschreven.

Twee van de vele argumenten hiertegen:

  1. Niet ieder virus dat door de lucht gaat is even besmettelijk. Misschien word je van het inademen van 10 virusdeeltjes mazelen al ziek en pas bij 500 virusdeeltjes COVID-19. Dat heeft grote gevolgen voor de reproductiefactor. Maar zegt vervolgens niets over het al dan niet aerogeen zijn.
  2. Adams en Cowling stellen dat 10% van de besmette personen 80% van de nieuwe besmette personen infecteren. Als je dat doorrekent betekent dat bij die 10% er sprake is van een R0 van 20; ik heb dat hier uitgewerkt. Dat zou dan inhouden, conform de stelling dat blijkbaar een hoge reproductiefactor wijst op aerogene besmetting, men dus met dat argument ten aanzien van mazelen ten opzichte van CIVID-19 impliciet erkent dat COVID-19 wel via de lucht gaat.

Maar ja, als je alleen een hamer tot je beschikking hebt…….

….. dan gebruik je ook argumenten die iedere logica tarten, om toch niet een ander stuk gereedschap te moeten gaan gebruiken!

 

Ja, onze timmerlieden zijn inmiddels wel bereid toe te geven dat aerosols een rol kunnen spelen, maar dan wel een (hele) kleine rol, zeggen ze dan. Dat er -gelukkig- inmiddels ook virologen en epidemiologen zijn die aangeven dat die rol groter is/kan zijn dan van grote druppels, wordt door de mainstream, inclusief veel media in Nederland, nog steeds genegeerd.

Besef dat tot nu toe het bewijs voor ALLE drie manieren waarop je besmet zou kunnen worden door COVID-19 hooguit indirect bewijs is. Aerosols, grote druppels, of via oppervlaktes. Maar als je naar de verspreidingspatronen kijkt en de overzichten van Jimenez en Fluxman en je durft dan nog steeds met droge ogen te beweren dat die rol van aerosols hooguit klein is, dan laat je niet alleen zien dat je oogkleppen op hebt, maar ook dat die vastgemaakt zijn aan dat deel van de hersens dat dient om logisch te kunnen denken.

Er kan een discussie gevoerd worden of het belang van aerosols 60%, 70%, 80%, 90% of 100% is. Zelf denk ik te kunnen aantonen dat het ergens tussen de 90% en 100% is. Dat doe ik mede op basis van deze studie en hier werk ik dat verder uit.

Maar welke van deze waarden het ook is, het is voor mij meer dan duidelijk, dat doordat de WHO/RIVM/OMT sinds het begin de lijn hebben gekozen dat “COVID-19 zich (vrijwel) alleen verspreidt via direct contact” en dat op basis van voortschrijdend inzicht niet fundamenteel hebben aangepast, zij verantwoordelijk zijn voor de stijgingen van het aantal slachtoffers wereldwijd. Maar ook dat politici klakkeloos maatregelen hebben ingevoerd als social distancing, die grote schade tot gevolg hebben voor economie, maatschappij (en volksgezondheid).

Plus dat we ons dankzij die timmerlieden ook niet focussen op datgene, wat de uitbraken in onze regio komende herfst en winter, tot een minimum kan beperken. Zorgen dat in alle gesloten ruimtes de ventilatie in orde is, zoals aangegeven in het Deltaplan Ventilatie.

Het wordt eens tijd dat politici, bestuurders, journalisten en burgers onderkennen dat die starheid van denken van WHO/RIVM/OMT de wereld meer kwaad doet, dan goed.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

BEKIJK OOK
 

Bekijk het MDH Corona Journaal

Het laatste nieuws omtrent corona!

Bekijk het MDH Corona Journaal

Bekijk het laatste nieuws
omtrent corona!