Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » Zo neemt prof. Wallinga ons in de maling

Zo neemt prof. Wallinga ons in de maling

Gistermorgen was er een interview met prof. Wallinga in Trouw.

En ook andere media namen het in verschillende bewoordingen over. Dit werd in het NOS-Journaal van die ochtend gezegd. (na 5:30 minuten): “Het reproductiegetal…. groeit langzaam boven de 1 uit”.

Als je naar de echte cijfers kijkt dan zakt je broek af. En dan vraag je je af hoe prof. Wallinga dit durft te zeggen en dat vervolgens alle media de sfeer scheppen dat het weer de verkeerde kant op gaat.

De reproductiefactor in Nederland wordt vastgesteld op basis van de ziekenhuisopnames. Het cijfer wordt bepaald door het aantal ziekenhuisopnames op een bepaalde dag te delen door die van vier dagen eerder. Zo kun je zien of er een toename van het aantal besmettingen is geweest (circa 14 dagen eerder) of juist niet. Om dat te doen op basis van de positieve testen van besmettingen is lastig, omdat die cijfers afhankelijk zijn van het gevoerde beleid ten aanzien van het testen. Wereldwijd weten we inmiddels dat het echte aantal besmette personen een factor 25 à 75 hoger is dan het aantal positief geteste personen.

Vanaf de derde week in maart beweegt deze reproductiefactor zich (gelukkig) tussen 0,8 en 1. En dat is terug te zien in de cijfers van de ziekenhuisopnames.

  • Eind maart waren er ongeveer 500 ziekenhuisopnames gemiddeld per dag.
  • Eind april waren dat rond de 50 per dag.
  • Eind mei waren dat rond de 7 per dag.

Dat is het effect van een R0 die onder de 1 ligt.
Bij het berekenen van de R0 via de cijfers over de ziekenhuisopnames zien we drie problemen:

  1. Per dag worden de aantallen bekendgemaakt, maar dat zijn niet de cijfers van de dag van de ziekenhuisopnames zelf. Soms betreft het ziekenhuisopnames van meer dan 1 maand eerder! Zie mijn blog met de titel “de belabberde data van het RIVM”.
  2. Als die nieuwe cijfers binnenkomen worden de ziekenhuisopnames in de grafieken op de echte datum aangepast. Het kan dus zo maar, dat er ook over 1 maand nog een ziekenhuisopname van vandaag bij komt. Dit was het werkelijke overzicht van de ziekenhuisopnames die op 5 juni werden bekendgemaakt.
  3. Op maandag zijn er steeds meer ziekenhuisopnames dan de twee dagen ervoor. Op 25 mei waren dat er bij voorbeeld 14. En de twee dagen ervoor waren dat er gemiddeld 3,5. Dus als je de reproductiefactor wilt berekenen, dan zul je moeten werken met het gemiddeld aantal ziekenhuisopnames over een aantal dagen. En niet precies per dag.

De onderstaande grafiek laat de reproductiefactor zien berekend op basis van een voortschrijdend gemiddelde over 5 dagen van de ziekenhuisopnames per 12 juni. Geel in deze grafiek is op basis van de dag van bekendmaking en blauw op basis van de dag van de ziekenhuisopname.

Geel is volkomen irrelevant, omdat het slechts een administratieve weergave is van wanneeer het RIVM te weten gekomen is van een ziekenhuisopname uit het verleden. En die kunnen dus van lang geleden zijn. Blauw zijn de echte cijfers (dus de dag dat iemand echt is opgenomen).

De blauwe lijn (dus de reproductiefactor op basis van de echte ziekenhuisopnames) is dus de lijn, waar het RIVM vanuit gaat. Vanaf begin mei is dat cijfer niet boven de 1 gekomen en is begin juni verder gedaald. Even in de herhaling: Deze blauwe lijn is niet boven de 1 geweest en is sinds begin juni verder gedaald.

Op 5 juni waren er 5 ziekenhuisopnames. Nog maar 1% van de ziekenhuisopnames van eind maart.

Met zulke kleine aantallen ziekenhuisopnames is ook veel afhankelijk van toeval. Twee ziekenhuisopnames meer dan de vorige dagen en de R0 gaat in de richting van 1 stijgen of er overheen. Maar dan nog steeds zitten we op minder dan 2% van de ziekenhuisopnames van ruim 2 maanden geleden.

Dus wat kunnen we concluderen ten aanzien van de uitspraken van prof. Wallinga:

  1. De Reproductiefactor vertoont de afgelopen weken hetzelfde patroon als sinds eind maart.
  2. Doordat die steeds onder 1 is gebleven hebben we nu nog maar 1% van de ziekenhuisopnames van eind maart.
  3. Door het lage aantal ziekenhuisopnames kan een toevallige stijging van 1 of 2, een forse impact hebben op de reproductiefactor, maar materieel betekent het vrijwel niets. Maar die zijn er niet geweest.
  4. Er is dus absoluut geen sprake van een stijging van de reproductiefactor.
  5. Integendeel, er is nog steeds sprake van een verdere daling van het aantal besmette personen.

Als je deze informatie dus kent (en die kent prof. Wallinga ook) als je aan Trouw een interview geeft, dan ben je compleet ter kwader trouw. Zeker als je op je vingers kunt natellen dat de hele pers dat vervolgens klakkeloos overneemt (zie het NOS-journaal van die ochtend).

Een schandalige vorm van bangmakerij op basis van iets wat absoluut niet wetenschappelijk genoemd mag worden. Helaas is dat het constante patroon van het optreden van Van Dissel, Wallinga en de meeste virologen en epidemiologen. En de meeste media lopen daar zonder vraagtekens te stellen achteraan.

En ga nu niet zeggen dat het aantal besmette personen in de laatste week toch gestegen is ten opzichte van eind mei. Dat kwam omdat het aantal testen per week is verdubbeld van 30.000 naar 60.000. (Als je het aantal testen nog een keer verdubbelt, dan zal het aantal vastgestelde besmette personen alleen nog maar verder stijgen).

Maar ook daarmee is er zoveel stront aan de knikker dat ik er een apart blog aan besteed.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

BEKIJK OOK