Berichten

Wat de rioleringscijfers ons leren, ‘stoute’ studenten en koppige ezels

Veel van de cijfers die ons dagelijks/wekelijks worden voorgeschoteld, moet je met een korrel zout nemen. Dat komt door het karakter van zo’n cijfer (doorgaans maken de rekenmeesters niet expres fouten). Hoewel je denkt dat het cijfer wat je krijgt hard is, blijkt dat niet zo te zijn als je er scherper naar kijkt. Zo zegt alleen het aantal positieve testen niets wanneer je niet weet hoeveel testen zijn uitgevoerd. En als je dat wel weet, is het ook belangrijk om te achterhalen hoe de verschillende laboratoria hun testen doen. En zo kan ik alleen al bij dit cijfer nog drie vraagtekens zetten.

Structuur GGD’en

Ik heb daarover al vaak geschreven. En het ligt niet zozeer aan de GGD’en, maar het komt door een gebrek aan doortastendheid van onze bestuurders dat ze een structuur, die niet geschikt is voor deze crisis, in stand houden in plaats van direct aanpassen.

Ten aanzien van de cijfers is het roeien met de riemen die je hebt, maar dan moet je wel kritisch blijven over de cijfers zelf en die niet gaan verabsoluteren (wat helaas door RIVM, bestuurders en media vaak wordt gedaan).

Rioolmetingen: de laatste cijfers

Hoewel ook hierbij vraagtekens kunnen worden gezet, vind ik de cijfers van de metingen in het riool momenteel de beste indicator. Helaas is daar begin april pas mee begonnen en toen nog maar met 27 meetpunten. Inmiddels zijn er rond de 80 meetpunten en gaat men opschalen naar 300. Met de hulp van Peter Overvest van Sanitas Water heb ik daar meer inzicht in gekregen.

In de video hieronder zijn de cijfers tot en met week 37 verwerkt. Dat zijn metingen tot en met 10 september. De metingen per peilstation zijn verdeeld over de week. We hebben een analyse gemaakt van de 27 peilstations die sinds begin april zijn gebruikt en alle bij elkaar. We kunnen nu stellen dat de trends behoorlijk gelijk op gaan. En dus geven de totaalcijfers ook een goed beeld, ondanks het feit dat er veel meer stations bij gekomen zijn.

De video laat de scores per peilstation zien en het verloop van het gemiddelde (aan de rechterkant).

Dit is het plaatje van de laatste week (metingen tussen 4 en 10 september):

Aan de rechterkant is goed te zien dat in week 14 en 15 (begin april) de score nog rond de 1.400 lag. Begin juli is die bijna naar nul gedaald. Vervolgens in de eerste week van augustus gestegen naar bijna 300. Toen eind augustus weer gedaald naar 128 en de afgelopen week weer gestegen naar een niveau van bijna 300. Dat is een zelfde score als begin mei.

Wat zeggen de rioolcijfers?

Besef wel dat we niet echt weten wat de score is geweest op het hoogtepunt rond half maart. Als ik naar de andere cijfers kijk (ziekenhuisopnames en overlijdensgevallen) schat ik dat cijfer tussen 8.000 en 10.000.  In week 15, de tweede week van april, was de score rond de 1.400 en toen hadden we al meer dan drie weken van onze lockdown achter de rug. Ik ga nu even uit van 9.000 op het hoogtepunt. De score van deze week (276) is dan 3 procent van de waarde tijdens het hoogtepunt. En omdat ik uitga van 1,1 miljoen besmettelijken op het hoogtepunt zou dat dus rond 7 september 33.000 moeten zijn geweest. Op dit moment zal dat wel weer hoger zijn.

Kijken we naar de ziekenhuisopnames en de sterfgevallen dan zie je dat we nu ten opzichte van dat aantal besmettelijken gelukkig minder ziekenhuisgevallen en overlijdensgevallen kennen.

Mogelijke oorzaken oplopende cijfers

Hoewel het niet hard te maken is, denk ik dat het na juni weer langzaam oplopen van de cijfers met name komt doordat mensen uit het buitenland het virus weer in Nederland introduceerden. En dat door het versoepelen van de maatregelen meer mensen in openbare binnenruimtes via aerosolen elkaar konden besmetten. De spurt van begin augustus kwam, denk ik, met name door het Offerfeest. Meer situaties waar mensen in min of meer afgesloten ruimtes elkaar een tijd ontmoetten. Daarna ging het weer duidelijk naar beneden en ik schrijf dat mede toe aan de hittegolf die we hadden.

Besmettingen onder studenten

De stijging die we sinds eind augustus meemaken komt doordat het onderwijs weer gestart is. Die toename wordt niet alleen veroorzaakt door de scholen, maar (vooral) door universiteiten. Dat daar de besmettingen oplopen (zie de cijfers in universiteitssteden) komt echter niet vooral doordat die “stoute” studenten zich massaal niet houden aan de RIVM-voorschriften van het RIVM. De huidige stijgingen worden vooral veroorzaakt door die voorschriften: het zijn namelijk niet de juiste. Het is anekdotisch is, maar ik heb nu al ten aanzien van vier clusters van besmettingen gehoord dat mensen zelf denken dat ze zich goed aan de voorschriften hebben gehouden. Maar ja, als je niet let op situaties waarin het virus via aerosolen makkelijk kan toeslaan, en daar geen voorzieningen voor treft, dan krijg je bepaalde uitbraken. Hoe denkt u dat de ventilatie geregeld is in studentenhuizen?  Als die slecht is en mensen letten daar niet goed op, dan helpt het houden van 1,5 meter echt niet!

Grote rol aerosolen

En ik had het al gezegd: als premier Rutte en Hugo de Jonge, maar ook de burgemeesters, tijdens persconferenties alleen kunnen praten over 1,5 meter en je handen stuk wassen, dan denken mensen dat ze veilig zijn als ze dat maar braaf doen.

Niet dus. Dat is de belangrijkste reden waarom we die stijgingen zien. Die op zichzelf nu niet echt verontrustend zijn. Maar als we nog steeds zo koppig blijven door de grote rol van aerosolen bij de verspreiding te ontkennen, dan kunnen die cijfers  over enkele weken nog een stuk hoger worden. Vooral omdat ik bang ben dat men dan maatregelen zal nemen, die meer kwaad doen dan goed.

Gisteren deed ik in tien minuten een observatie die de kern van deze problematiek weergeeft. Ik liep door een winkelstraat in een van de buurten van Amsterdam. Het trottoir zat vol met gele instructies over 1,5 meter afstand houden. Waar ik ook keek, overal gele vlekken. Ook buiten winkels zag ik strepen waarachter klanten zich dienden op te stellen als er binnen meer dan een paar mensen waren. In winkels stikte het van de zwart-gele afbakening en zag ik veel spatschermen.

Ik ging naar binnen bij een koffietentje. Toen ze net weer open waren kon je alleen wat ophalen. Je ging de ene kant in en de andere kant uit, beide deuren stonden open en het tochtte goed door. Nu was het anders. Men mocht nu wel binnen zitten. En men hield zich perfect aan alle voorschriften. Desinfecterende gel bij binnenkomst. Looplijnen, met aanwijzingen op de grond. Meubilair dat zo geplaatst is, dat je de looplijnen wel moest volgen. Tafeltjes meer dan 1,5 meter uit elkaar en spatschermen voor de medewerkers. En ook een papiertje waar je je gegevens kon opschrijven ten behoeve van het bron- en contactonderzoek. Als Mark Rutte of Hugo de Jonge waren langsgekomen dan zouden ze een dikke 10 hebben gekregen.

Terwijl ik binnen was viel me echter het volgende op. De voordeur bleef wel openstaan. Maar de achterdeur was nu wel dicht. Want in dat gebied stonden nu de tafeltjes op 1,5 meter. Vrijwel alle stoelen waren bezet. En echt, iedereen hield zich aan de voorschriften, voor zover ik kon zien.  Maar het was er muf. De beperkte ventilatie die er blijkbaar binnen was en maar één deur open zorgden daarvoor. Nu denk ik dat het op die plek het niet echt gevaarlijk was, maar als dit een kroeg of studentenhuis was geweest, dan denk ik wel dat het risico aanwezig was.

De mensen van die koffiebar kan ik het niet kwalijk nemen. Men deed zijn uiterste best. Maar ik heb dit al op verschillende plekken gezien en krijg meldingen van allerlei kanten van vergelijkbare situaties. Juist omdat onze bestuurders niet keer op keer juist het ventilatieaspect benadrukken is het ook niet iets waar men vooral aan denkt. We houden ons toch goed aan de voorschriften en protocollen, is hun gevoel/reactie.

Als morgenavond Premier Rutte en Minister de Jonge bij hun volgende persconferentie niet expliciet op dit gevaar wijzen, dan weet u wie hier de baas is in Nederland: Jaap van Dissel, de erevoorzitter van de Nederlandse Organisatie van Aerosolen Ontkenners.

Dit is mijn voorstel voor het logo van deze zo machtige organisatie.

 

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier 

Wat de RIVM-cijfers wel zeggen

Vanaf het begin van deze Coronacrisis worden we om de oren geslagen met cijfers. En doordat ze vaak worden gepresenteerd zonder achtergrondinformatie om ze echt te kunnen doorgronden, hebben ze vaak het gevolg dat mensen er onnodig bang door worden gemaakt. Zeker als er weer gemeld wordt, dat het aantal besmettingen oploopt zie je een bekend patroon. Het wordt in de media uitvergroot en de bestuurders gebruiken het om ons te waarschuwen ons toch echt aan de instructies te houden, want anders…….

Bij ieder soort cijfer, dat gepresenteerd wordt, kunnen vraagtekens gezet worden. Of ze wel zo hard zijn als het lijkt? Als we meer testen krijgen we toch meer positieve uitslagen!?  En kan het niet zo zijn dat men in maart in de overvolle ziekenhuizen minder makkelijk patiënten opnamen dan nu terwijl het -gelukkig- een stuk rustiger is?

Toch moeten we proberen met wat we wel hebben een indruk te krijgen van de ontwikkelingen sinds maart en vooral hoe we huidige en toekomstige ontwikkelingen moeten interpreteren.

Als je het verloop van de cijfers onderling vergelijkt, is het beeld toch scherper te krijgen. Vooral ook omdat dit combineren ook meer zegt over ieder van de afzonderlijk cijfers. Dat ga ik nu proberen te doen.

Ik ga daarvoor een aantal verschillende cijfers gebruiken. Ik ga uit van weekcijfers met het gemiddelde dagcijfer voor die week:

  • De ziekenhuisopnames.
  • Het aantal positieve testen.
  • De schatting van het RIVM van het aantal personen dat besmettelijk is voor anderen.
  • De metingen van het rioolwater (sinds week 14).
  • Het aantal overlijdensgevallen.

De cijfers zijn afkomstig uit de opgaven van het RIVM, zoals die in hun weekrapporten staan vermeld.

Ten behoeve van mijn analyse zet ik het verloop van de eerste vier cijfers op een dusdanige manier in de grafiek, dat de trends zoveel mogelijk over elkaar heen vallen. (In werkelijkheid zijn er dus 4 verschillende verticale schalen). Ook heb ik de ziekenhuisopnames 2 weken verschoven om zo ook de patronen over elkaar heen te laten vallen. Ik neem eerst de periode van begin maart tot eind mei. In die periode was er een ander testbeleid dan na 1 juni.

 

Het totaal aantal mensen dat in Nederland besmet is geraakt

Een cruciaal cijfer om de ontwikkelingen van het virus goed te kunnen analyseren is de schatting van het totaal aantal mensen dat besmet is geraakt. Dat kan dan als basis dienen voor het berekenen van andere kerncijfers en zou de basis dienen te zijn voor het te voeren beleid.

Het RIVM gaat uit van het cijfer van de bloedbank Sanquin van half mei. Zij kwamen tot een schatting van 5,5%. Dus tot 1 mei zouden dan in Nederland 900.000 besmet zijn geraakt. Diverse berekeningen van het RIVM gaan uit van dit aantal. Bij de presentatie eind juni aan de Tweede Kamer vertelde Van Dissel dat de genomen maatregelen in Nederland het volgende heeft voorkomen:

Deze schattingen van het RIVM zijn uitgegaan van twee veronderstellingen:

  • Tot dat moment was 5,5% van de Nederlanders besmet geraakt.
  • Als we niets hadden gedaan zou het overgrote deel van de resterende 94,5% van de Nederlanders ook besmet zijn geraakt.

Maar als je de grafiek goed analyseert dan valt eruit af te leiden dat die 5,5% inmiddels besmet een grote onderschatting is van het echte percentage.

De eerste component, waardoor je al zeker weet dat die 5,5% fors te laag is, valt af te leiden uit de cijfers uit verschillende landen van de IFR (Infection Fatality Rate). Dat is het percentage van de mensen, die besmet zijn met het virus, daaraan zijn overleden. Hoewel de WHO in het begin aangaf dat dit percentage 3% was, zien we wereldwijd cijfers die ergens tussen de 0,1% en 0,35% liggen. Als we echter uitgaan van een oversterfte in Nederland tot begin mei van 8000 zou dit in relatie tot 900.000, die al besmet waren, wijzen op een IFR van 0,9%. En dat cijfer is dus totaal niet in lijn met wat er wereldwijd vastgesteld wordt.

Maar de belangrijkste component dat die schatting van 5,5% veel te laag is, kan je halen uit het RIVM-rapporten zelf. Zij presenteren namelijk een grafiek met de schatting van het aantal besmettelijken sinds begin maart.

Op deze schattingswijze heb ik behoorlijk wat aan te merken, maar laten we eerst even aannemen dat het een goede schatting is. Rond 22 maart zouden er dan volgens dit overzicht 280.000 besmettelijke personen in Nederland zijn en volgens het RIVM  zijn het er nu 43.000.

Als ervan uitgegaan zou worden dat men 8 dagen besmettelijk zou kunnen zijn dan zou volgens deze telling van het RIVM in Nederland inmiddels 1,25 miljoen mensen besmet zijn geweest. Rond 1 mei (de metingsdatum van Sanquin) zou dat op die manier berekend, 1 miljoen mensen zijn geweest. Ongeveer het cijfer van Sanquin.

Maar laten we nu eens naar het verloop van de ziekenhuisopnames kijken tot eind mei in de grafiek met de vier verschillende lijnen. Eind mei hadden we gemiddeld per dag 8 opnames, terwijl op het hoogtepunt dat gemiddeld per dag 460 personen waren. Half maart waren de ziekenhuisopnames dus een factor van meer dan 40 keer zo hoog als eind mei.

Uit die bovenstaande grafiek blijkt dat het RIVM schat dat er rond de 25.000 mensen besmettelijk waren. Maar als die schatting juist is en je kijkt naar de ziekenhuisopnames dan zou tijdens het hoogtepunt het cijfer aan besmettelijken dus ongeveer 40 keer zo hoog moeten zijn geweest. Dat zijn er dan 1 miljoen geweest en niet de 280.000 die het volgens de schatting van het RIVM zijn geweest. Bijna vier keer zoveel dan uit dit overzicht van het RIVM blijkt! Zelfs als het een ruwe schatting is dan nog zal het zeker drie keer zoveel zijn.

Het ziet er naar uit dat deze grafiek in het rapport door het RIVM zo is gemaakt om het passend te krijgen voor de uitkomsten van het Sanquin onderzoek. Maar er is geen enkele logica te herkennen in relatie tot de andere drie cijfers. Kijk nog maar eens naar die grafiek met die vier gekleurde lijnen. Of het nu de rioleringscijfers zijn, de testuitslagen of de ziekenhuisopnames, ze zijn allemaal een stuk lager in mei dan die van de schatting van het aantal besmettelijken.

Gebaseerd op de ziekenhuisopnames tussen maart en mei en de verdere analyses van de trend van de 5 cijferreeksen is een schatting van in totaal 3,6 miljoen mensen plus of min 500.000, die besmet zijn geweest per 1 mei, een reëlere schatting. En met ongeveer 8000 sterftegevallen tot aan 1 mei zou in Nederland een IFR zijn geweest van 0,23% plus of min 0,06%. Dat is een veel waarschijnlijker cijfer dan de 0,9% die het RIVM dus (impliciet) hanteert. Dat houdt ook in dat de schatting van het aantal IC- en ziekenhuisopnames dat voorkomen zou zijn, in ieder geval al een factor 3 tot 5 kleiner was dan Van Dissel aan de Tweede Kamer voorhield.

En dat cijfer zal nog een stuk oplopen als, zoals veel deskundigen wereldwijd stellen, de kans heel klein is dat uiteindelijk vrijwel iedereen met het virus besmet zal raken. Alleen om het effect van dit laatste getalsmatig te laten zien. Als we ervan zouden uitgaan dat in totaal 60% van de Nederlanders besmet zou kunnen worden dan zou de schatting van het aantal voorkomen IC-opnames niet  de 35.800 geweest zijn, die de Tweede Kamer werd voorgehouden, maar 6.000.

Vanaf 1 juni

Per 1 juni is het testbeleid ingrijpend veranderd. Begin juni werden 8.000 mensen per dag getest, inmiddels zijn dat er 25.000.

De grafiek van dezelfde vier trendcijfers vanaf 1 juli laat het aantal positieve testen zien als de lijn met de grootste verschuivingen.

We zien dat de groene lijn, die het aantal positieve testen laat zien, het snelst stijgt. (Maar dat komt dus mede doordat er inmiddels 3 keer zoveel getest wordt). De gele lijn, ziekenhuisopnames blijft vrij stabiel laag. De blauwe lijn met de rioleringscijfers zit daar tussen met als opmerkelijk cijfer dat de afgelopen week er amper sprake is geweest van een stijging, terwijl dat wel het geval is met het aantal positief getesten. Als het cijfer volgende week ook niet echt stijgt dan zou dat te betekenen dat de stijging van het aantal positieve testen weinig te maken heeft met de werkelijke ontwikkeling van het virus onder de Nederlanders.

Dit filmpje laat zien de uitslagen van de metingen in de riolering sinds week 14. Ook daar blijkt dus uit dat de laatste week de cijfers zeker niet slechter zijn geworden. (Met dank aan Peter Overvest van Sanitas Water, die dit filmpje heeft gemaakt).

De lila lijn van de schatting van het aantal besmettelijken vertoont het minst logische patroon. Daarbij is het opmerkelijk dat het rond begin juni en nu vrijwel gelijk is met de waarde van de groene lijn. Dus die schatting van het aantal besmettelijken door het RIVM sinds juni, houdt dus vrijwel geen rekening met het feit dat er nu 3 keer zoveel getest wordt als begin juni!

Wat is de IFR nu?

Als we de IFR van nu willen bepalen op basis van de cijfers van het RIVM dan nemen we als input het aantal overlijdensgevallen gedeeld door het aantal besmettelijken van twee weken ervoor. Op basis van de cijfers van de laatste paar weken is dat cijfer nu nog maar 0,07%. (Gemiddeld 34.000 besmettelijken, dat zijn er 4250 per dag. En er zijn ruim 3 overlijdensgevallen per dag). Deze 0,07% is nog maar een derde van de waarde die ik hierboven had berekend voor de ontwikkelingen tussen maart en mei in Nederland.

 

Wat zegt het aantal positieve testen dan nog?

Op verschillende plaatsen heb ik al aangegeven dat de PCR testen die nu uitgevoerd worden niet zoveel zegt over het echte aantal mensen dat op dit moment anderen zou kunnen besmetten. De test kan ook positieve uitslagen geven als personen eerder wel besmet waren geraakt en dat nu niet meer zijn, maar nog wel restanten van het virus dragen.

Plus dat het aantal positieve testen ook afhangt van het aantal uitgevoerde testen. En dat is inmiddels een factor 3 keer zo groot als drie maanden geleden.

Maar laten we even doen alsof die 750 per dag van de afgelopen week een volledig juist cijfer is. En dat het RIVM met het aantal besmettelijke personen van dit moment van 43.000 klopt. Dat zou dan betekenen dat er per dag volgens het RIVM 5400 nieuwe mensen worden besmet (43.000 gedeeld door 8). Dus dan zou nu via testen 1 op de 7 besmettelijke personen tijdens de test worden gevonden. Om diverse redenen is dat onwaarschijnlijk. Een ervan is dat een niet gering deel van degenen die besmettelijk zijn geen symptomen hebben en dus ook geen reden hebben om zicht te laten testen.

Zoals gezegd zullen de rioleringscijfers van volgende week uitermate interessant worden. Als die geen stijging geven naar het niveau van meer dan 200 dan weten we vrijwel zeker dat de stijging van het aantal besmettingen in de teststraten van de afgelopen week de werkelijke ontwikkelingen onder de Nederlandse bevolking (sterk) overschatten.

Maar zelf als er sprake is van een echte stijging onder de Nederlandse bevolking is de IFR van dit moment van minder dan 0,1% een belangrijke factor om mee rekening te houden. Want dat cijfer betekent dus dat van iedere 1,000 Nederlanders, die besmet raakt, er 1 eraan overlijdt. (Ter vergelijking: voor de griepgolf uit 2017-2018 kan aangenomen worden dat die IFR boven de 0,2% lag).

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier .