Berichten

Hoe nu verder? 1. Bewustwording risico’s

Inleiding

Wat kunnen we nu doen om enerzijds het risico van een sterke toename van de besmettingen tot een minimum te beperken, en anderzijds om de samenleving zo veel mogelijk te normaliseren. (En dan wel naar het normaal van voor 1 maart)?

Cruciaal is daarbij dat goed beseft wordt waar het gevaar van een duidelijke toename schuilt en welke risico’s dat met zich meebrengt voor de mensen die besmet worden. Maar ook hoe belangrijk het is voor de mensen, de economie, de stabiliteit van samenleving en zeker de volksgezondheid, om zo veel en zo snel mogelijk het normale leven weer op te pakken.

Omdat dat verhaal te lang is voor één blog, ga ik het in de komende week in een aantal verschillende afleveringen doen. Per keer volgt één of meerdere hoofdstukken. Vandaag deel 1/

 

  1. Bewustwording van de reële risico’s

Wat ik ook verder voorstel, boven alles uit toornt dit onderwerp: een goed besef onder alle Nederlanders van welke risico’s men loopt om besmet te worden en welke risico’s men vervolgens heeft om daar erg ziek van te worden, of zelfs aan dood te gaan.

Of je nu bestuurders hoort (Rutte of De Jonge, burgemeester Bruls), of de virologen of epidemiologen in nieuwsprogramma’s en talkshows, men benadrukt steeds de risico’s van grote uitbraken. Als de mensen zich niet houden aan de voorschriften dan…….. (en dan komt het).

Ook als er gunstige berichten zijn, zoals dat Hemelvaartsdag geen extra besmettingen heeft opgeleverd, komt er altijd wel iemand aan het eind, die waarschuwt dat……

Elke viroloog of epidemioloog die op tv verschijnt heeft het subiet over “de tweede golf”. Wat er precies mee bedoeld wordt is onduidelijk, maar de kijker moet wel het gevoel krijgen dat we dan weer afstevenen op “Bergamo-beelden”. Daarom denken mensen onder de 45 jaar dat hun stervenskans na besmetting meer dan 400 keer zo groot is dan deze in werkelijkheid is.

Zelfs als we, zoals nu het geval is, vrijwel niemand meer hebben in Nederland die besmet is, dan toch wordt, zoals gisteravond in verschillende programma’s, gewezen op “kijk eens hoe het uitbreekt in Zuid-Amerika….”,  “de reproductiefactor in Duitsland is dicht bij de 3”,  “ in die en die landen zien we nu toch duidelijk een tweede golf”. Met vaak expliciet en altijd impliciet de melding “hou je aan de voorschriften van het RIVM, want anders……”.

Vaak berusten die waarschuwingen op informatie die totaal niet relevant is voor de Nederlandse situatie van nu. Het lijkt erop dat de virologen en epidemiologen zo graag willen dat de Nederlanders zich aan de voorschriften van het RIVM houden, dat ze zich daarbij blijkbaar niet realiseren dat ze daardoor ook bij veel mensen onnodig angst laten bestaan, die fors schadelijke effecten kan hebben. Zowel op het individuele welzijn als op de economie.

De media spelen daarbij dan over het algemeen een twijfelachtige rol. In plaats van dat zij dan proberen voor kijkers, luisteraars en lezers een goed en afgewogen beeld te scheppen van de situatie en de mogelijke bedreigingen, zorgen ze ervoor dat risico’s sterk worden uitvergroot. Zelfs goed nieuws wordt zo steevast om zeep geholpen. En virologen en epidemiologen (à la Ab Osterhaus) zorgen er dan wel voor dat ze, mede door de keuze van de woorden, bij veel mensen de indruk laten bestaan dat er ondanks alles toch grote en onbekende risico’s zijn.

Daarom begin ik met het beschrijven van de feitelijke risico’s die je op dit moment in Nederland loopt om besmet te worden met dit virus.

  1. Mocht je onverhoopt besmet worden met COVID-19, dan is het belangrijk om het volgende te weten:
    • Een fors deel van de personen die besmet worden, vertoont geen symptomen en wordt amper ziek.
    • Bij mensen onder de 45 jaar zijn de risico’s op ernstige ziekte of de dood, heel erg klein. Tussen de 45 jaar en 65 jaar erg klein, tussen de 65 en 80 jaar wat groter en boven de 80 jaar vrij groot. (Hier staat de tabel)
    • Onderliggende aandoeningen verhogen het risico om erg ziek te worden of te sterven aanzienlijk. Maar dan nog gebeurt dat, zeker onder de 70 jaar, bij kleine aantallen mensen.

De mate waarin je ziek wordt heeft een duidelijke relatie met de mate waarin je aan het virus bent blootgesteld (“viral load”). Het langdurig inademen van het virus moet maximaal verhinderd worden.

 

  1. Op dit moment zijn er in Nederland vrijwel geen mensen die anderen nu kunnen besmetten. De kans dat je zo iemand überhaupt tegenkomt, waar je dan ook bent, is al heel klein. De kans dat zo’n persoon jou besmet is nog veel kleiner.

Zelfs als er in Nederland af en toe plekken zijn waar ineens tientallen mensen worden besmet, dan nog zullen de risico’s voor de overige Nederlanders tot en met half september vrijwel nihil zijn.

Niet alleen zou dat moeten betekenen dat we als Nederlanders met een (mooie) zomer voor de boeg, alles buiten zouden moeten kunnen doen wat we normaal tijdens een zomer ook doen. Zonder verdere restricties. (Buiten kunnen we trouwens ook in de winter alles doen, zonder restricties). Juist omdat er vrijwel geen besmette mensen in Nederland zijn, zouden we in principe binnen ook alles zonder restricties moeten kunnen doen.  Maar het zou wel verstandig zijn om zoveel mogelijk te zorgen voor toevoer van frisse lucht en goede ventilatie. En als je activiteiten naar buiten kunt verplaatsen, dan zou ik dat zeker doen.

Personen die toch bang zijn dat ze risico’s lopen kunnen zich zich minder op plekken begeven waar zij denken die risico’s te lopen en zo nodig mondbescherming op doen.

Ook binnen kan er heel veel. Bioscoop, theater, restaurants, evenementen, eigenlijk is alles mogelijk (maar wel daarbij proberen te zorgen voor de toevoer van verse lucht en ventilatie) met echter één cruciaal aandachtspunt.

De vinger moet goed aan de pols worden gehouden inzake plotselinge uitbraken. Besef dat iemand 5 à 6 dagen na de besmetting symptomen gaat vertonen. Als de GGD een goed en sluitend systeem maakt om mensen te testen, weten we heel snel wat en waar iets gebeurd is, zodat er strak ingegrepen kan worden.

Op deze plek heb ik omschreven hoe de GGD’s dat het beste kunnen doen. Dat betekent dataverzameling en dagelijkse analyse onder iedereen die zich laat testen. Dataverzameling en dagelijkse analyses onder ziekenhuisopnames. En een strak waarschuwingssysteem in de richting van iedereen die in contact is geweest met een persoon die anderen kan besmetten.

Ingrepen moeten zeer specifiek en gericht zijn, en niet meer algemeen toegepast worden.

Ook tijdens de zomer zijn er namelijk wel een aantal reële risico’s.

    • Er kunnen mensen (inclusief terugkerende Nederlandse toeristen) uit het buitenland komen met een besmetting onder de leden die men daar heeft opgelopen. Door een goed controlesysteem aan de grens en professioneel uitgevoerde tests door de GGD, (inclusief de dataverzameling en –interpretatie) kunnen de gevolgen binnen Nederland heel beperkt blijven.
    • Airco’s op plekken waar veel mensen zijn, geven duidelijke risico’s op besmettingen. Maar dan vanzelfsprekend alleen als er überhaupt iemand aanwezig is, die anderen kan besmetten. Zoals aangegeven zal dat tijdens deze zomer in Nederland amper het geval zijn, maar het is raadzaam om op dit punt voorzorgsmaatregelen te nemen. En om direct in te grijpen als er toch iets is misgegaan.
  1. Er zou een soort convenant gesloten moeten worden tussen bestuurders, RIVM, virologen/epidemiologen en media om voortdurend een reëel beeld te geven van de werkelijke bedreigingen van dat moment. En men zou niet over elkaar moeten blijven buitelen om vermeende gevaren te benoemen, terwijl daarop de kansen klein of heel klein zijn.

Als dat convenant niet gesloten kan worden, dan zou het RIVM die rol moeten oppakken. Maar dan zal enerzijds de kwaliteit van dataverzameling aanzienlijk moeten worden verbeterd (en meer relevante data moeten worden verzameld). En anderzijds zal de presentatie van de data ingrijpend veranderd moeten worden. Met een slagvaardig multidisciplinair team hoeft dat allemaal niet zo ingewikkeld te zijn.

Politici, bestuurders, virologen/epidemiologen en media, zouden die data steeds als uitgangspunt dienen te gebruiken voor hun nieuwsvoorziening. Burgers worden opgeroepen om de gang van zaken op basis van die bron te volgen.

 

In de volgende afleveringen ga ik dieper in op de activiteiten die ondernomen zouden moeten worden om in het najaar een sterke toename van het aantal besmettingen zoveel mogelijk te voorkomen en de samenleving (weer) goed te laten blijven functioneren.