Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » Wat sociale geografie toevoegt aan het indammen van COVID-19

Wat sociale geografie toevoegt aan het indammen van COVID-19

Naar aanleiding van mijn optreden bij OP1 van afgelopen zaterdag stel ik twee soorten reacties vast.

Er zijn mensen die (heel) positief zijn over wat ik publiceer en vertel. En er zijn mensen die (vaak ook nog met een soort woede) opmerken dat ik niet uit het vakgebied van de virologie en epidemiologie kom, en hoe ik het durf om er toch naar te onderzoeken, erover te schrijven en er stelling in te nemen.

Ik begrijp die laatste reactie wel, maar tegelijkertijd geeft het aan dat men niet onderkent hoe verschillende expertises kunnen worden ingezet voor de uitdagingen waarvoor we als samenleving staan.

Ik hoop dat die mensen de onderstaande uitleg zullen lezen. Niet omdat ik hoop dat ze dan wat positiever over mij denken, maar vooral omdat ik hoop dat ze beter begrijpen wat die uitdagingen zijn bij het bestrijden van het virus.

Ik ben geen arts en ik ben geen viroloog. Ik pretendeer dat ook niet. Natuurlijk lees ik veel over het virus en de bestrijding ervan, maar dat doe ik als geïnteresseerde burger. Ik heb bovendien groot respect voor de inzet van alle artsen en virologen en ik ben echt de allerlaatste die deze toegewijde vakmensen wil tegenwerken. Sterker nog: ik probeer ze te helpen. En het mooie is dat uit mijn contacten met de virologen (en het RIVM) blijkt dat wat ik doe best geapprecieerd wordt. Ook bij de uitzending van OP1 bleek dat Ab Oosterhuis het voor een groot deel eens was met mijn conclusies en bevindingen.

Waarom past mijn vak/specialisme en ervaring juist zo goed bij het oplossen van de problematiek waarvoor we staan?

Omdat sociale geografie patronen blootlegt die regering, OMT en RIVM helpen om de optimale strategie te kiezen om het tempo van verspreiding van het virus zo snel mogelijk te verlagen.

Er is namelijk iets bijzonders aan de hand bij de verspreiding van COVID-19, iets dat afwijkt van de jaarlijkse verspreiding van het influenza-virus en waarop we door sociaal geografisch onderzoek de vinger kunnen leggen.

Bij de normale griep-epidemieën is het patroon van de verspreiding niet makkelijk vast te stellen. En dat komt omdat veel mensen in de bevolking in de jaren ervoor al immuniteit hebben opgebouwd voor allerlei influenza-stammen. Daarom krijgen o.a. oudere mensen minder gauw griep. Dus stel dat in november 2017 200 mensen in een ruimte waren en ze allemaal eigenlijk besmet hadden kunnen worden. Als je niet weet wie al een vorm van immuniteit heeft opgebouwd, dan kan je niet bepalen hoe nu die besmetting toen echt is gelopen. Dan zou je alle aanwezigen ook nog moeten testen om dat te kunnen begrijpen en analyseren.

Bij dit COVID-19-virus is dat niet het geval. Bij de uitbraak was niemand immuun. Dus bij de verspreiding is het -voorlopig- niet relevant om vast te stellen of iemand misschien al immuun was/is. Het is als het ware -en helaas- alsof de hele wereld een soort laboratorium is geworden.

Per land, maar ook per regio en zelfs per stad, zien we patronen van de verspreiding en een aanpak door overheden, die voor een deel verschillen en voor een deel overeenkomen. Dat geeft inzicht in hoe de verspreiding verloopt (o.a. via de superspreading events) en wat werkt of niet werkt om de verspreiding van het virus te vertragen.

En laat dat nu net het vak zijn dat ik gestudeerd heb: sociale geografie (en demografie en statistiek). Je bestudeert regionale patronen en ontwikkelingen in de tijd en je kijkt hoe dat samenhangt met andere factoren.

Historisch geografisch onderzoek heeft bijvoorbeeld laten zien hoe belangrijk de routes van de spoorwegen waren/zijn voor de patronen waarmee steden en regio’s zich ontwikkelden. Zowel op economisch terrein als waar steden tot bloei kwamen. Dat kan een geograaf onderzoeken, zonder dat hij verstand heeft van hoe hij een trein moet besturen of rails moet aanleggen.

En datzelfde geldt ook voor de analyse van de verspreiding van het coronavirus. Er zijn belangwekkende geografische patronen te herkennen bij de verspreiding van het virus. Op sommige plekken gaat het vele malen sneller dan op andere. In Lombardije, Spanje, Noord-Brabant, New York, verloopt het proces heel anders dan in Napels, Groningen en San Francisco.

Door dat vanuit mijn vakgebied te onderzoeken en te verklaren, kan dat zeer ondersteunend zijn voor degenen die voor de grote uitdaging staan om de verspreiding te vertragen en de reproductiefactor onder de 1 te brengen.

En bij dat geografisch onderzoek gebruik ik voor mijn verklaringen ook wetenschappelijke literatuur van microbiologen, virologen en epidemiologen. In mijn contacten met diverse internationale experts op dat terrein (microbiologen en virologen en auteurs van belangwekkende papers over dit onderwerp) merk ik dat ze juist blij zijn met mijn werk, omdat het zo complementair is aan dat van hen. En daarmee worden ook hun eigen bevindingen verder onderbouwd.

Besef allemaal dat na deze eerste fase van de wereldwijde verspreiding van het virus, waarin de deskundigheid van virologen en artsen cruciaal is, we nu in een andere fase zijn gekomen. Dit is een fase waar het enerzijds gaat om het virus verder onder controle te krijgen en te houden, en anderzijds om de wederopbouw van onze economie en samenleving.  Daarbij kan elke expertise een belangrijke rol spelen. Of  bepaalde ervaringen van burgers die, gedeeld met experts, een bijdrage kunnen leveren bij het vinden van de juiste oplossingen.

 

 

 

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

BEKIJK OOK