Abonnement: Abonnee ()

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Bijzondere presentatie resultaten Nationaal Kiezersonderzoek(en)

Bijzondere presentatie resultaten Nationaal Kiezersonderzoek(en) - 117226
Samenvatting van het artikel

Het Nationaal Kiezers Onderzoek 2025 (NKO) is deze week uitgekomen. Hier wordt inzicht gegeven in de uitkomsten en wordt gedemonstreerd wat de grote kracht is van AI-tools om dat inzicht te verstrekken.

Lees volledig artikel: Bijzondere presentatie resultaten Nationaal Kiezersonderzoek(en)

Leestijd: 8 minuten

Tweede Kamerverkiezingen 2017, 2021, 2023 en 2025

Rondom de Tweede Kamerverkiezingen wordt er al lang vanuit de politicologische faculteiten van de Universiteiten het Nationale Kiezersonderzoek (NKO) gehouden. Deze week zijn de resultaten van het NKO2025 bekend gemaakt. 

Bijzondere presentatie resultaten Nationaal Kiezersonderzoek(en) - 117207

Er hebben aan het onderzoek in de diverse onderzoeksgolven ruim 8000 mensen meegedaan.

Het hoofdrapport omvat 140 pagina’s. (Hier kunt u het downloaden).

En dit betreft een samenvatting van de belangrijkste resultaten van 10 pagina’s.

De resultaten en de kracht van AI-tools

Ik wil op een bijzondere manier de resultaten van dit onderzoek delen en ook relateren aan die onderzoeken sinds 2017.

Vanuit NotebookLM (van Google) heb ik diverse manieren de resultaten laten spreken.

Hieronder treft u de verschillende presentatievormen van de resultaten gemaakt met behulp van NotebookLM

A. Veelstemmig, verslag van NKO2025

Er is een samenvatting door NotebookLM gemaakt van het onderzoek uit 2025. Die treft u onderaan dit artikel aan.

En dit is de dia-presentatie die gemaakt is:

B. Themabezit

In het rapport over NKO2025 staat op pagina 25 een uitgebreide tabel over de relatie tussen 14 thema’s en de kiezers van de verschillende partijen.

Via NotebookLM is er deze infographic van gemaakt

Bijzondere presentatie resultaten Nationaal Kiezersonderzoek(en) - 117213

C. Video over NKO2025

Dit is een video die via NotebookLM gemaakt is over NKO2025

 

D. TK2017 – TK2025

En hier staat een infographic van de vergelijking tussen 2017 en 2025.

Bijzondere presentatie resultaten Nationaal Kiezersonderzoek(en) - 117208

E. Samenvatting NKO2025

De Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025 vonden plaats tegen een achtergrond van aanzienlijke politieke onvrede. Het voortijdige vallen van het kabinet-Schoof, nog binnen een jaar na het aantreden, kon rekenen op de steun van een meerderheid van het electoraat (52%).

De kiezers wezen hierbij de PVV en haar leider Geert Wilders veelal aan als de hoofdschuldigen voor de breuk. Ondanks deze ronduit cynische en kritische houding jegens de landelijke politiek, bleef de opkomst met 78,3% traditioneel hoog, wat aantoont dat het democratische fundament stevig blijft staan.

De uitslag markeerde echter wel een verdere fragmentatie van het politieke landschap. Liefst zestien partijen behaalden zetels en D66 schreef parlementaire geschiedenis door met slechts 26 zetels de kleinste grootste partij ooit te worden. De drie traditionele grote partijen haalden samen nog maar 74 zetels, waarmee de tijd van de grote en dominante volkspartijen definitief voorbij lijkt te zijn.

Beweeglijkheid, electorale blokken en de campagne

Kijkend naar de kiezersbewegingen, behoort de verkiezing van 2025 samen met die van 2002 en 2023 tot de meest volatiele uit de moderne Nederlandse geschiedenis. Regeringsdeelname werd onverminderd hard afgestraft; de vier coalitiepartijen (PVV, VVD, NSC en BBB) verloren gezamenlijk meer dan 40% van hun zetels. Het meest in het oog springend was Nieuw Sociaal Contract (NSC), dat na de monsterscore in 2023 nu volledig uit de Kamer verdween. Kiezers die spijt of vooral zware teleurstelling voelden over hun stem in 2023 (met name de NSC-achterban), keerden zich massaal af.

Ondanks deze verschuivingen is er sprake van een zekere gestructureerde chaos. De strijd speelt zich voornamelijk af binnen drie robuuste ideologische blokken: centrumlinks, centrumrechts en radicaal-rechts. Zo’n 70% tot 80% van de kiezers bleef trouw aan hun oorspronkelijke blok. D66 fungeerde in 2025 met succes als brugpartij en trok kiezers aan vanuit zowel centrumlinks (zoals GL-PvdA) als centrumrechts (vooral ontevreden NSC- en VVD-kiezers). Deze electorale consolidatie kreeg veelal pas heel laat gestalte, aangezien zo’n 40% van de kiezers pas in de laatste paar dagen voor, of zelfs op de verkiezingsdag zelf, definitief besloot op wie zij gingen stemmen.

Thema’s, cultuurstrijd en ideologische scheidslijnen

Wat de politieke prioriteiten betreft, gaven kiezers over vrijwel het hele politieke spectrum aan dat wonen en de gezondheidszorg de allerhoogste prioriteit moesten krijgen van de nieuwe regering. Vreemd genoeg bleek uitgerekend het thema wonen electoraal nog open te liggen; ongeveer één op de vijf kiezers kon dit urgente onderwerp niet aan een specifieke partij koppelen. Op thema’s als immigratie, het klimaat en defensie was de verdeeldheid tussen de verschillende partijachterbannen juist enorm.

Deze scheidslijnen illustreren dat verkiezingen in Nederland tegenwoordig vooral een culturele strijd vormen, waarbij het opleidingsniveau het belangrijkste maatschappelijke anker is. In de plaats van de klassieke sociaaleconomische links-rechts-tegenstelling, is de dimensie tussen nationalistische kiezers enerzijds en kosmopolitische kiezers anderzijds dominant geworden. Nationale identiteit, de opvang van asielzoekers en assimilatie blijken steeds bepalender voor de stemkeuze te zijn dan economische motieven.

Wantrouwen en afkeer van de Haagse politiek

Dit ideologische conflict wordt versterkt door een diepgeworteld cynisme. Het vertrouwen in de Tweede Kamer bereikte in 2025 een absoluut dieptepunt van 19%. De algehele tevredenheid met het functioneren van de Nederlandse democratie kalfde tevens af naar 56%. Kiezers vertonen een grote afkeer van de Haagse politiek, primair voortkomend uit het sentiment dat politici slechts praten maar niets daadwerkelijk oplossen (71%) en voornamelijk met zichzelf en eigen partijbelangen bezig zijn. Deze extreme afkeer concentreert zich met name bij kiezers van Forum voor Democratie en de PVV, alsook onder praktisch opgeleiden.

Het verkiezingsproces: eerlijk maar kwetsbaar

Paradoxaal genoeg heerst er, ondanks het immense politieke wantrouwen, wel breed vertrouwen (80%) in het verkiezingsproces zelf. Men is uiterst positief over de praktische organisatie in het stembureau met het vertrouwde rode potlood. Toch is er waakzaamheid: de opkomst van door kunstmatige intelligentie gegenereerde content, bewuste desinformatiecampagnes en sterk polariserende uitingen op sociale media leidde tot zorgen over de rol van media en de eerlijkheid van de campagne zelf.

Polarisatie en kiezers met een migratieachtergrond

Een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling in 2025 was de toegenomen politieke participatie van Nederlanders met een migratieachtergrond (uit Afrika, Azië, en Latijns-Amerika). Gemobiliseerd door debatten over integratie, diversiteit en armoede, stemden zij relatief vaker dan kiezers zonder migratieachtergrond. Hoewel zij politiek actief zijn, voelen zij zich structureel minder vertegenwoordigd in Den Haag. Zij uiten zich doorgaans progressiever en benadrukken het belang van de rechtsstaat, waarbij onafhankelijke rechters de overheid moeten controleren ter bescherming van minderheden, een standpunt dat afwijkt van de voorkeur voor absolute meerderheidsbesluiten die bij andere groepen leeft.

Binnen de gehele samenleving is maatschappelijke polarisatie sterk voelbaar. Meer dan de helft van het electoraat ervaart veel conflict tussen groepen met verschillende politieke overtuigingen, en een kwart vreest zelfs dat dit tot gewelddadige escalaties kan leiden. Verder geeft maar liefst 80% aan een sterke afkeer te hebben van ten minste één politieke partij. Opmerkelijk is wel dat deze polarisatie zich vooral lijkt te beperken tot een abstract vijandbeeld; in hun persoonlijke en directe leefomgeving merken kiezers in de praktijk maar heel weinig van verstoorde verhoudingen of ruzies.

Roep om Bestuurlijke Vernieuwing

Om de voortdurende politieke impasse en de enorme fragmentatie te doorbreken, pleit de burger steeds nadrukkelijker voor democratische en bestuurlijke hervormingen. Zo ziet bijna de helft van de kiezers er wel heil in om onafhankelijke experts of succesvolle zakenlieden de politieke besluitvorming (deels) over te laten nemen in plaats van verkozen politici. Daarnaast is er ruime steun (60%) voor de invoering van een wettelijke kiesdrempel van 5% om zo de versplintering van de Kamer een halt toe te roepen. Deze drang naar institutionele hervorming toont aan dat de Nederlandse kiezer weliswaar gefrustreerd en teleurgesteld is over de huidige staat van de politiek, maar nog altijd volop betrokken is bij de inrichting en toekomst van het democratische stelsel.

 

F. Analyse TK2017 – TK2025

1. Strategische inleiding: het electorale landschap in beweging

Vanuit het perspectief van de Stichting KiezersOnderzoek Nederland (SKON) markeert het jaar 2017 een definitieve breuk met het verleden. Waar de Nederlandse politiek decennialang werd gekenmerkt door de “vaste stromen” van de verzuilde samenleving — liberale, sociaaldemocratische en confessionele zuilen die hun kiezers in voorspelbare banen leidden — bevinden we ons nu in een tijdperk van vergevorderde ontzuiling. De kiezer beweegt zich niet langer binnen een afgeschermde gemeenschap, maar navigeert op een dynamische “electorale markt”.

Het NKO 2017 introduceerde de term “aanhoudend wisselvallig” om deze nieuwe realiteit te duiden. Het jaar 2017 fungeert hierin als de ultieme benchmark voor de huidige electorale cyclus (2021-2025). Het was het moment waarop langlopende trends van versplintering en de erosie van traditionele machtscentra culmineerden in een fundamentele herschikking van de partijpolitieke tuin. Deze analyse laat zien dat de volatiliteit die we in 2017 zagen, geen incident was zoals de Fortuyn-revolte van 2002, maar de normalisering van een nieuw, onvoorspelbaar evenwicht.

2. Comparative analyse: volatiliteit en de versplintering van de Macht

De stabiliteit die de naoorlogse democratie kenmerkte, is definitief geweken voor een klimaat van grote zetelverschuivingen. De historische trend van de electorale volatiliteit — het percentage zetels dat van partij wisselt — toont een explosieve stijging:

  • 1946 – 1970: Gemiddeld 5% volatiliteit (hoge mate van stabiliteit).
  • Jaren ’90: Gemiddeld 20% volatiliteit.
  • 2017: Ruim 25% volatiliteit (het hoogste niveau na 2002).

Deze verschuivingen hebben geleid tot een recordniveau van versplintering. Het effectief aantal politieke partijen, een maatstaf die rekening houdt met zowel het aantal partijen als hun relatieve grootte, steeg van 5,7 in 2012 naar een historisch record van 8,1 in 2017.

Een neveneffect van deze versplintering is de toename van het electorale risico voor regeringspartijen. In 2017 verloren de coalitiepartners (VVD en PvdA) gezamenlijk bijna 50% van hun zetels. Vooral voor junior-partners blijkt regeringsdeelname riskant; zij worden vaak harder afgestraft dan de partij van de premier.

So What? Layer: Deze fragmentatie heeft de machtsconcentratie bij één of twee grote partijen definitief doorbroken. Waar vroeger twee partijen een stabiel fundament konden vormen, zijn 4- of 5-partij coalities nu de onvermijdelijke toekomst van de Nederlandse formatieprocessen.

3. De erosie van de gevestigde orde (CDA, PvdA, VVD)

De structurele achteruitgang van de traditionele regeringspartijen bereikte in 2017 een historisch dieptepunt. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis vormden het CDA, de PvdA en de VVD samen geen meerderheid meer. Ter vergelijking: in de jaren tachtig bezaten deze “Grote Drie” gezamenlijk nog bijna 90% van alle zetels.

Enkele kritieke datapunten uit deze erosie:

  • De neergang van Links: Het linkse blok (PvdA, SP, GroenLinks, PvdD) viel in 2017 terug naar slechts 42 zetels, een evenaring van het naoorlogse dieptepunt uit 2002.
  • Structurele daling CDA & PvdA: Terwijl de VVD relatieve veerkracht toonde en de grootste partij bleef (zij het met slechts 33 zetels), zakten het CDA en vooral de PvdA structureel weg. De PvdA eindigde op een historisch dieptepunt van 9 zetels.
  • Strategische maskering: Eerdere electorale successen van de PvdA bleken vaak een masker voor de werkelijke erosie, gedreven door tijdelijke tactische leiderschapswisselingen en strategisch stemgedrag van kiezers die een rechts kabinet wilden voorkomen.

4. De psychologie van de kiezer: keuzesets en beslismomenten

De moderne kiezer hanteert een complexe electorale calculus. In 1971 wist 70% van de kiezers maanden vooraf op welke partij zij zouden stemmen; in 2017 was dit nog slechts 40%. Ongeveer 15% van het electoraat (bijna 2 miljoen mensen) hakte de knoop pas door op de verkiezingsdag zelf.

Deze late beslissers handelen vanuit een brede ‘keuzeset’:

  • Het gemiddeld aantal serieus overwogen partijen per kiezer steeg naar 3,35.
  • Slechts 21% van de kiezers overweegt nog maar één partij (versus 43% in 1982).

Het NKO ontkracht de mythe dat deze late beslissers apathisch zijn. Integendeel, zij zijn vaak hooggeïnformeerd en maken intensiever gebruik van stemhulpen dan vroege kiezers. Een cruciaal bewijs voor hun politieke assertiviteit is dat late kiezers vaker een voorkeurstem (voorkeurstemmen) uitbrengen. Zij kiezen bewust voor een persoon of een specifiek plan binnen de partij, wat wijst op een actieve in plaats van een verwarde opstelling. De laatste 24 uur van een campagne zijn hierdoor bepalend voor de uiteindelijke uitslag.

5. Democratische integriteit en institutionele hervorming

Het vertrouwen in het democratische proces is in Nederland robuust. Op de ranglijst voor ‘Electorale Integriteit’ staat Nederland op de 8e plaats wereldwijd met een score van 80. Maar liefst 86% van de kiezers ervaart de verkiezingen als eerlijk. Toch bestaat er een opvallende paradox tussen gemak en betrouwbaarheid:

Stemmethode Voorkeur (%) Betrouwbaarste (%)
Stembiljet (stembureau) 51,5 62,8
Stemcomputer (stembureau) 26,3 21,5
Internetstem (vanuit huis) 18,1 6,2
Briefstem (vanuit huis) 1,2 1,2

Kiezers waarderen het internet om het gemak, maar slechts 6,2% acht het werkelijk betrouwbaar. Het analoge stembiljet blijft de standaard, opmerkelijk genoeg vooral onder jongeren. Qua hervormingen is er brede steun voor een kiesdrempel van 5% en de handhaving van het referendum, terwijl de afschaffing van de Eerste Kamer nauwelijks op draagvlak kan rekenen.

6. De sociale scheidslijnen: onderwijs als nieuwe verzuiling

Opleidingsniveau is de “nieuwe zuil” die bepaalt wie de weg naar de macht vindt. We zien de opkomst van een “hoogopgeleide participatie-elite” die intensief gebruikmaakt van alle vormen van politieke inspraak, terwijl lageropgeleiden vaker achterblijven in politieke vaardigheden en motivatie.

Deze kloof brengt grote risico’s mee voor de democratische legitimiteit:

  • Populisme: Er is een sterke correlatie tussen een lager opleidingsniveau en populistische sentimenten, gevoed door een negatieve houding tegenover de nationale elite, de EU en immigratie.
  • Ondervertegenwoordiging: De meest kwetsbare groep in ons huidige stelsel zijn de “links-nationalistische” kiezers (economisch links, cultureel rechts). Zij vormen een significant deel van de bevolking, maar vinden geen partij die hen op beide dimensies bedient.
  • Legitimiteit onder druk: Burgers hebben in meerderheid het gevoel dat Kamerleden feitelijk luisteren naar hun eigen partijleden in plaats van naar de bredere achterban of het electoraat. Wanneer grote groepen zich niet herkennen in het aanbod, erodeert de basis van de vertegenwoordigende democratie.

7. Synthese: stabiliteit in opvattingen versus wisselvalligheid in gedrag

De centrale bevinding van het NKO 2017 is de paradox van “wisselvalligheid ondanks stabiliteit”. Hoewel de uitslagen chaotisch ogen, zijn de ideologische voorkeuren van de Nederlander opmerkelijk constant. Op de links-rechts schaal (0-10) plaatst de kiezer zichzelf al 25 jaar stabiel op gemiddeld 5,2. De kiezer is trouw aan zijn waarden, maar niet langer aan de partij die deze waarden claimt te vertegenwoordigen.

De verkiezingen van 2017 waren geen tijdelijke rimpeling, maar markeerden de definitieve breuk met de concentratie van macht. De stabiliteit in waarden (de score van 5,2) is geen garantie meer voor stabiliteit in vertegenwoordiging. Voor de periode 2021-2025 betekent dit dat we moeten anticiperen op een permanent grillig landschap. De Nederlandse kiezer is een assertieve consument geworden in een gefragmenteerde markt, waarbij de legitimiteit van het systeem afhangt van het vermogen van partijen om kiezersgroepen aan te spreken die zich momenteel buiten de politieke orde voelen staan.

 

 

 

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

 
De waanbeelden van Maarten Keulemans, deel 1: De verspreidingswijze van het virus - 117090
Hoe Van Dissel c.s. een grote uitbraak door de lucht hebben verdonkeremaand - 117189