Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Word dan lid

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Gesprek De Nieuwe Wereld over de huidige politieke situatie

Gesprek De Nieuwe Wereld over de huidige politieke situatie - 116871
Samenvatting van het artikel

Een gesprek over de huidige politieke situatie, de noodopvang in Loosdrecht, de reis van Premier Jetten met Maurice de Hond, Jasper van Dijk en Talitha Mussee

Lees volledig artikel: Gesprek De Nieuwe Wereld over de huidige politieke situatie

Leestijd: 5 minuten

Samenvatting van het gesprek

Het gesprek in deze aflevering van DNW Politiek draait vooral om de maatschappelijke en bestuurlijke crisis rond het asielbeleid, met Loosdrecht als concreet voorbeeld. Talitha Mussee spreekt met Maurice de Hond, Ad Verbrugge en Jasper van Dijk over de rellen bij een geplande noodopvang, het falende bestuur, het dalende vertrouwen in de politiek en bredere maatschappelijke spanningen in Nederland en Europa.

Aan het begin wordt kort stilgestaan bij de theatervoorstellingen van De Nieuwe Wereld, waarna het gesprek snel naar de actualiteit gaat. De aanleiding is de onrust rond een noodopvang voor asielzoekers in Loosdrecht. Daar zouden ruim honderd alleenstaande mannen worden ondergebracht in een oud gemeentehuis. De beslissing was volgens de sprekers op zeer korte termijn genomen en slecht gecommuniceerd met de bewoners. De interim-burgemeester had de beslissing volgens Maurice de Hond “op persoonlijke titel” genomen, zonder voldoende overleg met gemeenteraad en inwoners. Dat wordt gezien als symbool van een bestuurlijke houding waarbij burgers niet serieus worden betrokken bij ingrijpende besluiten in hun eigen leefomgeving.

De rellen in Loosdrecht worden scherp veroordeeld, vooral omdat er fakkels zijn gegooid, brand is ontstaan en de brandweer werd gehinderd. Tegelijkertijd benadrukken de deelnemers dat de escalatie niet los kan worden gezien van het bestuurlijke handelen dat eraan voorafging. Maurice de Hond stelt dat niet alleen de relschoppers “de vlam” hebben gegooid, maar dat bestuurlijk Nederland de eerste fakkel heeft aangestoken door burgers te passeren. De weigering van de Eerste Kamer om strengere asielmaatregelen te steunen en het falen om de instroom daadwerkelijk te beperken, worden door hem gezien als onderdeel van hetzelfde patroon: bestuurders zeggen dat ze grip willen krijgen, maar leveren in de praktijk niets.

Ad Verbrugge plaatst de kwestie in een bredere filosofische context. Hij gebruikt het Griekse begrip stasis, dat verwijst naar opstand of ontwrichting van de orde. Volgens hem ontstaat opstand wanneer bestuurders niet meer vanuit de gemeenschap denken, maar vanuit abstracte doelen, targets, regels en technocratische procedures. Hij spreekt over het ontbreken van prudentie, oftewel bestuurlijke bezonnenheid. Goed bestuur gaat volgens hem niet over het mechanisch halen van doelstellingen, maar over het in orde houden van een gemeenschap, met gevoel voor rechtvaardigheid, verhoudingen, lokale omstandigheden en het gemeenschappelijk goed.

Een belangrijk punt in het gesprek is dat veel politici de onrust volgens de sprekers te smal interpreteren. Ze spreken over “zorgen” van burgers, maar volgens Ad Verbrugge en Talitha Mussee gaat het veel verder dan zorgen: mensen voelen zich miskend, genegeerd en buitenspel gezet. De reactie van politici als Henri Bontenbal, die benadrukken dat burgers via democratische wegen bezwaar kunnen maken, wordt als ontoereikend gezien. Volgens de sprekers miskent zo’n reactie dat bewoners juist het gevoel hebben dat de democratische procedure al is gepasseerd.

Het gesprek gaat vervolgens over de manier waarop media en politiek de protesten duiden. Talitha Mussee signaleert dat er een sterke verhaallijn is ontstaan waarin de onrust vooral wordt verklaard als extreemrechts geweld, opgejut door opiniemakers en buitenlandse invloeden. De deelnemers erkennen dat er gewelddadige groepen en radicale invloeden kunnen meespelen, maar vinden het problematisch als daarmee de onderliggende oorzaak wordt weggeduwd: falend bestuur en het gevoel van burgers dat hun gemeenschap onder druk staat. Maurice de Hond bekritiseert vooral media die volgens hem niet langer de macht controleren, maar de bevolking controleren, met name het deel van de bevolking dat niet tot hun eigen sociale of ideologische kring behoort.

Daarna verbreedt het gesprek zich naar de staat van het Nederlandse bestuur. Volgens Maurice de Hond zijn er ongeveer zestig Kamerzetels rechts van de VVD die niet in de regering zitten, terwijl kiezers van die partijen zich vaak buitengesloten voelen. Hij waarschuwt dat de huidige spanningen niet beperkt blijven tot het asieldossier. Ook andere dossiers, zoals economie, werkgelegenheid, vakbondsacties en de gevolgen van AI, kunnen volgens hem tot nieuwe onrust leiden. Zijn verwachting is dat het kabinet misschien niet formeel valt doordat een regeringspartij eruit stapt, maar dat de maatschappelijke onrust zo groot kan worden dat de politiek naar een soort nationaal kabinet gaat zoeken.

Ad Verbrugge spreekt in dat verband over vijftig jaar intellectuele en bestuurlijke erosie. Volgens hem zijn bestuurders het vermogen kwijtgeraakt om werkelijk vanuit gemeenschappen te denken. De samenleving is steeds meer georganiseerd rond abstracte rechten, marktdenken, regels, bureaucratie en managementlogica. Daardoor is het idee verzwakt dat een land bestaat uit concrete gemeenschappen met eigen verbanden, tradities en verantwoordelijkheden. Als voorbeeld noemt hij ook het hoger onderwijs, waar universiteiten volgens hem door internationalisering en marktdenken onvoldoende verantwoordelijkheid nemen voor de eigen bevolking.

Vervolgens bespreken de deelnemers of burgers zelf ook het vermogen hebben verloren om vreemdelingen op te nemen. Ad Verbrugge maakt een vergelijking met de komst van mensen uit voormalig Nederlands-Indië. Die integratie verliep niet zonder problemen, maar is volgens hem achteraf relatief goed gelukt, mede doordat er toen nog sterkere morele en culturele kaders bestonden. Nu zijn de aantallen groter, is de samenleving meer gefragmenteerd en zijn zowel burgers als nieuwkomers minder ingebed in sterke gemeenschappen. Hij benadrukt dat het probleem niet simpelweg etnisch is, maar ook te maken heeft met cultureel verval, ontworteling, slechte opleiding, criminaliteit en groepen die tussen wal en schip raken.

Maurice de Hond voegt toe dat mensen vroeger vaker het gevoel hadden dat ze politiek vertegenwoordigd werden. Ook groepen die het moeilijk hadden, zagen politici die voor hun belangen opkwamen. Nu voelen veel mensen zich juist weggezet of uitgemaakt voor allerlei negatieve dingen. Dat versterkt volgens hem de vervreemding en de boosheid.

Een ander belangrijk onderdeel is het vertrouwen in de politiek. Er wordt verwezen naar CBS-gegevens waaruit blijkt dat het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer laag is, rond de 20 à 25 procent. Gemeenteraden scoren beter, terwijl ook het vertrouwen in de Europese Unie en ambtenaren relatief hoger ligt. De deelnemers bespreken dat dit vertrouwen sinds de coronaperiode sterk is gedaald. Volgens Ad Verbrugge heeft dat te maken met coronabeleid, de toeslagenaffaire, bestuurlijke fouten en het beeld dat politici weinig oplossen op dossiers als stikstof, woningbouw en migratie. Maurice de Hond wijst op verschillen naar regio, opleiding en generatie: jongeren en hoger opgeleiden hebben vaak meer vertrouwen dan ouderen en lager opgeleiden.

Ook internationale ontwikkelingen komen aan bod. Maurice de Hond ziet in Engeland, Australië en andere landen dezelfde trend: het politieke midden wordt leeggezogen, vooral naar rechts en deels naar links. Reform in Engeland en anti-immigratiepartijen elders worden gezien als voorbeelden van een bredere Europese en westerse ontwikkeling. Ad Verbrugge verbindt dit met historische perioden waarin onrust zich niet tot één land beperkte, zoals rond de Franse Revolutie. Volgens hem is Europa zelf niet stabiel genoeg om als vanzelfsprekend anker te dienen, zeker niet nu Duitsland, Frankrijk, Engeland en de VS allemaal met grote politieke verschuivingen te maken hebben.

Tot slot bespreken de deelnemers een fragment van Markus Sauer, die zeer harde uitspraken doet over Palestijnse vluchtelingen. Talitha Mussee noemt dat zorgwekkend en spreekt van geweldsfantasieën die niet passen bij een volksvertegenwoordiger. Ad Verbrugge benadrukt dat zulke uitspraken niet goed te praten zijn, maar wel begrepen moeten worden als symptoom van een politieke situatie waarin veel mensen denken dat praten niets meer oplevert. Als de democratische orde als machteloos wordt ervaren, groeit volgens hem de roep om harde, autoritaire oplossingen. Dat vormt volgens de deelnemers een groot gevaar.

Het gesprek eindigt met de constatering dat de verschillende maatschappelijke bubbels steeds verder uit elkaar drijven. Volgens Maurice de Hond leven lezers van bijvoorbeeld de Volkskrant in een andere werkelijkheid dan veel boze burgers. Ad Verbrugge stelt dat politici nodig zijn die deze werelden weer met elkaar kunnen verbinden. De aflevering sluit af met de verwachting dat het asielbeleid en de bredere bestuurlijke crisis de komende weken opnieuw centraal zullen staan, omdat de onderliggende problemen niet zijn opgelost.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER