Stoute opiniepeilingen

Met regelmaat, behoudens vlak voor verkiezingen, hoor je van politici dat ze zich niets aantrekken van opiniepeilingen of varianten daarvan. Die opvatting wordt vaak gedeeld door de commentatoren van de pers en anderen. Zaterdag gebeurde dat ook bij het congres van Groen Links door Jolande Sap. Die melding werd door de aanwezige leden met groot applaus begroet.

Mij verwondert dat nogal. Als een politicus, in een parlementaire democratie, zegt dat hij zich niets aantrekt van lobbyisten, of van de opvattingen van Amerika/Frankrijk of China, of van een bepaald belangengroep, kan ik me dat voorstellen (hoewel ik dat trouwens nogal weinig hoor). Maar niet als het gaat om opiniepeilingen. Want dat is niet zomaar iets wat een willekeurige persoon opschrijft, maar het laat zien wat de kiezers, nog specifieker JOUW kiezers, ergens van vinden.  Dat zijn de personen die op jou/jouw partij hebben gestemd bij de laatste verkiezingen en die jou/jouw partij zien als hun vertegenwoordiger binnen de parlementaire democratie.

Wij leven in een democratie, maar er zijn veel manieren waarop je een democratie kunt inrichten. De Nederlandse versie stamt uit 1848 en is sindsdien amper veranderd. Onze variant is van de Westerse democratieën er één waar de kiezers op grote afstand worden gehouden van vorming van besturen of benoeming van personen. Zo wordt in Nederland geen enkele functionaris, behalve een volksvertegenwoordiger, direct gekozen, en ook de meeste volksvertegenwoordigers worden gekozen omdat ze op een lijst staan van een partij en niet op persoonlijke titel.

Dus als een politicus zegt dat hij zich niets aantrekt van opiniepeilingen dan zegt hij eigenlijk dat hij zich niets aantrekt van zijn kiezers. En daar wringt nu net de schoen. Politici en commentatoren versimpelen dit “rekening houden met kiezers” alsof er bedoeld wordt  “het gewillig moeten opvolgen wat de meerderheid van de kiezers ergens van vindt”.  En daar keert men zich dan bijna walgend vanaf omdat het toch niet waar kan zijn dat – en ik parafraseer- die domme en ongeïnformeerde egoïstische massa tot betere conclusies kan komen dan die goed ingeformeerde, afgewogen en verantwoord opererende, deskundige politici. Als die massa tot dezelfde conclusies komt dan is alles goed en beroept men zich graag op de steun van die meerderheid. Maar zodra die conclusies verschillend zijn dan vinden zij per definitie dat die politici gelijk hebben en de massa niet.

De gemiddelde kiezer is niet dommer of egoïstischer dan een gemiddelde politicus. Over veel zaken heeft een burger op basis van zijn eigen ervaringen of die uit zijn persoonlijk netwerk (familie, vrienden en kennissen) best een redelijk gefundeerde mening. En last but not least. De meeste van die burgers zijn redelijke mensen die ook nog bereid zijn om naar hun politieke leiders te luisteren en –nu komt de essentie- ook bereid zijn om zich door die politieke leiders te laten overtuigen. (Of als ze niet overtuigd worden bereid zijn die politiek leider de ruimte te geven om een andere keuze te maken dan hij zelf).

En daar schort het nu precies aan. Politieke leiders in Nederland besteden heel weinig aandacht aan het overtuigen van de eigen kiezers. Men concentreert zich op het Binnenhof en dan lijkt het er vaak op dat men elkaar op inhoud probeert te overtuigen, maar vaak is het een vorm van handjeklap tussen regeringspartijen (doorgaans bij de formatie) of tussen partijen om meer dan 75 zetels te krijgen als steun. Men is dan met regelmaat bereid om de eigen overtuiging op een bepaald punt te laten vallen ten gunste van het binnenhalen van een ander punt.

En als men zich wel richt op de eigen kiezers dan is de invloed van die kiezers op de standpuntbepaling doorgaans al van te voren ingeperkt. Niets had Jolande Sap in de weg gestaan om vorige week donderdag  aan premier Rutte te vragen om de beslissing twee weken uit te stellen tot na het congres. Maar dat heeft zij niet gedaan, omdat zij bang was dat dan het congres haar in meerderheid zou vragen tegen te stemmen. En dat speelde dit keer bij Groen Links, maar had over dit onderwerp of andere onderwerpen ook bij andere partijen kunnen zijn gebeurd (of is gebeurd).

Echt politiek leiderschap is inderdaad niet het klakkeloos volgen van je kiezers. Modern politiek leiderschap is veel energie besteden aan het op een open en transparante manier je kiezers overtuigen van dat integere en afgewogen standpunt. Waarbij je laat zien dat je bereid bent om je ook te laten overtuigen door de standpunten van anderen. Het hoeft immers niet zo te zijn dat jouw standpunt per definitie de beste is of dat die van de kiezers per definitie niet goed is. En als je dat goed doet dan zie ik niet in waarom die kiezers in de meeste gevallen niet in meerderheid jouw standpunt zullen volgen of ten minste respect voor dat standpunt hebben.

En opiniepeilingen kunnen vandaag de dag snel en goedkoop een goed inzicht geven in standpunten en de ontwikkelingen ervan in de tijd. Standpunten waar een goed politicus veel mee kan doen. O.a. door te beseffen dat als die standpunten onder je eigen kiezers sterk verschillen van die van jou dat je veel energie moet besteden aan het overbruggen van die kloof. En misschien wordt het ook eens tijd om de invloed van de kiezer in Nederland op een geïnstitutionaliseerde manier te vergroten. O.a. via het direct kiezen van het functionarissen en het invoeren van het correctief referendum. Dat laatste is met 1 stem (die van Wiegel) in 1999 door de Eerste Kamer afgewezen. Het was al twee keer door de meerderheid van de Tweede Kamer aangenomen en 1 keer door de Eerste Kamer. Het is nu bijna 12 jaar later, en de diverse betrokkenen worden inmiddels beschreven als “mastodonten”.  Misschien tijd voor de nieuwe generatie politici dat proces snel opnieuw in te gaan?  Alle elementen liggen nog klaar uit de negentiger jaren.

3 antwoorden
  1. irene e
    irene e zegt:

    Dat politici zo denigrerend doen over opiniepeilingen, komt op mij over als het bedrijven van struisvogelpolitiek.

    Als ze echt willen weten hoe de mensen over bepaalde beslissingen of plannen denken, dan moeten ze ten minste de moeite nemen om naar peilingen te kijken.
    Persoonlijk vind ik het heel prettig om mee te stemmen bij de stellingen die door schaduwkamer.nl worden opgeworpen. Het geeft me het gevoel nog wat tegengas of juist toejuichingen te kunnen geven. Wanneer ik dan hoor dat politici niet naar peilingen en dergelijke willen kijken, dan word ik daar treurig van en voel ik me als kiezer genegeerd.

    Irene Wing Easton.

  2. J. Wortelboer
    J. Wortelboer zegt:

    Is het niet logisch dat partijen zich publiekelijk niet door de peilingen laten leiden die hen op verlies zetten?

    In hoeverre je peilingen ook in elke situatie voorspellingskracht wil toeschrijven (ben ikzelf wat te weinig een logisch positivist voor), ze kunnen op zichzelf publieke opinie beïnvloeden.

    In zo’n fluïde situatie wil je je dan zeker niet zelf als verliezer profileren.

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie