Berichten

Wat gedachten bij de “viral load”.

In het kort

  • Beschreven wordt de “viral load”,  de hoeveelheid virus die iemand kan inademen en de mate waarin die persoon vervolgens geïnfecteerd/ziek wordt.  Belangrijk zijn daarbij de hoeveelheid virus en de duur en diepte van het inademen.
  • Er is een besmettingsschaal: “niet geïnfecteerd”-“wel geïnfecteerd, geen symptomen”- “lichte symptomen”-“ernstige symptomen”.
  • Wanneer bewoners in zorginstellingen besmet zijn door slecht functionerende ventilatie is de kans groot dat ze veel virus hebben binnengekregen en, mede door hun leeftijd en gezondheidssituatie, vaak ernstige symptomen hebben en er relatief vaak aan overlijden.
  • Mondkapjes lijken de viral load te beperken en ervoor te zorgen dat men lager op het besmettingscontinuüm komt.

De besmettingsschaal

In de aanloop naar een heel belangrijk nieuw blog dat in de tweede helft van deze week zal worden gepubliceerd, wil ik het even hebben over het begrip “viral load”.  De hoeveelheid virus kan op twee verschillende manieren gebruikt worden. Als iemand besmettelijk is, dan wordt daarmee het aantal virale deeltjes bedoeld dat iemand heeft waarmee iemand anders geïnfecteerd kan worden. Dat wordt doorgaans via de neus vastgesteld.

Maar het begrip wordt ook gebruikt om aan te geven hoeveel virus iemand naar binnen krijgt. De belangrijke vraag is dan wanneer je geïnfecteerd wordt. Als je daarover de literatuur leest dan lijkt er een continuüm te zijn. Je wordt niet geïnfecteerd als er heel weinig virus is. Hoe meer virus je binnenkrijgt, hoe groter de infectiekans, maar ook hoe zieker je wordt.

Daarom onderscheid ik deze schaal bij het binnenkrijgen van het virus:

  1. niet geïnfecteerd
  2. wel geïnfecteerd maar geen symptomen
  3. wel geïnfecteerd met lichte symptomen
  4. wel geïnfecteerd met ernstige symptomen.

En des te meer virus je binnen krijgt, des te meer je naar beneden verschuift op deze schaal.

De impact hiervan verschilt van persoon tot persoon. Zo zullen ouderen gemiddeld bij dezelfde hoeveelheid virus eerder naar onderen verschuiven dan jongeren. Ook spelen allerlei aspecten van je gezondheid en immuunsysteem hierbij een rol.

Er zijn in principe twee hoofdwegen waardoor het virus bij je naar binnen kan komen.

  • Via het direct-contact scenario, dus één of meer druppels komen in je neus/mond of oog terecht, en dat zou dan een startpunt van de infectie kunnen zijn. (Het scenario waar WHO en RIVM voor gaan).
  • Via het inademen van microdruppels (aerosolen) die direct naar de longen gaan en zich daar nestelen. (Waarvan inmiddels steeds meer wetenschappers onderkennen dat ze een belangrijke rol spelen en ik denk een heel belangrijke, wat ik hier uitwerk).

Het is belangrijk te beseffen dat er veel onderzoek is waaruit blijkt dat het op deze manieren binnen krijgen van virusdeeltjes nog niet automatisch betekent dat je dan ook geïnfecteerd wordt.

Het lichaam kent meerdere manieren om dit soort indringers zich niet te “laten vestigen” in je lichaam. Een basale manier (de druppel wordt bijvoorbeeld ingeslikt of op een andere manier weggefilterd). En vanuit je immuniteitssysteem zelf, dat continu bezig is om elementen te bestrijden die je gezondheid kunnen bedreigen.

Het lijkt erop dat als het lichaam met dat laatste bezig is, er niet altijd antistoffen worden gevormd (waarmee dan vastgesteld kan worden dat je besmet bent geweest), maar dat het ook alleen via de T-cellen gebeurt.  Dan zou je zonder dat er antistoffen zichtbaar zijn, toch immuun kunnen zijn voor die betreffende aanval van virussen of bacteriën.

 

Deze inleiding is van belang voor een aantal patronen die ik zie en waarvan ik denk dat het component “viral load” daar een belangrijke rol in speelt. Als de besmetting via aerosolen verloopt, en je het virus dus inademt, dan zal het virus dus in de tijd veel geleidelijker binnendringen dan als je besmet wordt via een druppel die in je neus of mond belandt. Het gaat er enerzijds om hoeveel virusdeeltjes er in de lucht zweven en anderzijds hoe lang je die aan het inademen bent.

Hoe meer virusdeeltjes in je longen belanden, hoe groter dus de kans op infectie en hoe ernstiger de symptomen kunnen zijn. De exacte waardes hiervoor zijn niet bekend en kunnen dus ook per persoon verschillen op basis van leeftijd en gezondheidssituatie.

Als ik informatie bestudeer van superspreading events en wat er bij zorginstellingen is gebeurd, dan kijk ik vooral naar het percentage van de aanwezigen/bewoners dat besmet is geworden en hoeveel er vervolgens zijn overleden. Zeker als je wat meer weet over de leeftijdssamenstelling van de betrokkenen kan dat extra informatie geven.

 

De IFR (Infection Fatality Rate)

Ten aanzien van COVID-19 is er één heel belangrijke waarde waar heel veel discussie over is: de IFR (Infection Fatality Rate). Dat is het aantal mensen dat is overleden door COVID-19 gedeeld door het totaal aantal besmette personen.

Als je die twee termen leest begrijp je al hoe problematisch dit is:

  • “Het aantal mensen dat is overleden door COVID-19” kent vele soorten problemen, zoals of iemand gestorven is aan het virus of dat het virus daarbij een rol of rolletje speelde. En niet iedereen die overlijdt is getest of die wel het virus had. Men probeert dit aantal te schatten via de oversterftecijfers van bijvoorbeeld het CBS, maar ook daar kan discussie over ontstaan.
  • “Het totaal aantal besmette personen” is ook een cijfer dat we eigenlijk niet kennen. In diverse landen zijn bij een steekproef onder alle bewoners tussen 25 en 85 keer meer personen gevonden met antistoffen dan men dacht dat het er waren op basis van de aangetoonde besmette gevallen, hetgeen duidt op een grote onderschatting van het totaal aantal besmette personen. Die onderschatting heeft grote gevolgen.

De WHO meldde in februari dat de IFR rond de 3% zou liggen. Dus dat van alle mensen die besmet werden er 1 op de 33 overleed. Maar ja, als je geen goed beeld hebt van het echte aantal besmette personen, dan dreig je dus die IFR sterk te overschatten.

Vrij snel erna bleek inderdaad het cijfer niet zo hoog te liggen en was het gevoel (mede door de cijfers in Zuid-Korea) dat het rond de 1 zou liggen. Maar onderzoeken daarna, waarbij men via steekproefonderzoek onder de bevolking de echte besmettingsgraad probeerde te bepalen, laten zien dat het cijfer nog fors lager ligt. Daarbij hangt het ook nog sterk af van de leeftijdsverdeling van degenen die besmet worden, want onder ouderen is die IFR heel veel hoger dan onder jongeren. In dit grootschalige Italiaanse onderzoek is die onder personen boven de 90 jaar circa 10% en bij personen tussen de 30 en 39 jaar minder dan 0,01%.

Als een bevolking weinig ouderen kent, dan heeft dat dus grote gevolgen voor de uiteindelijke IFR. In Nederland is van alle bewoners ruim 8% boven de 75 jaar (bijna 1,5 miljoen mensen). In India is dat cijfer 2% (maar nog steeds wel 28 miljoen personen). Boven de 80 jaar zijn die cijfers resp. 4% en 0,07%)

De IFR-cijfers die we nu zien wereldwijd liggen tussen de 0,05% en de 0,4%. In dit blog maakte ik een inschatting van de IFR van de heftige griepgolf uit 2017-2018. De oversterfte was toen rond de 10.000. Met behulp van onderzoek dat ik destijds in Peil.nl uitgevoerd had, kwam ik tot een schatting dat rond de 3,5 miljoen mensen toen griep hebben gehad. De IFR toen moet dus rond de 0,3% hebben gelegen voor die griepgolf. De tabel die ik toen heb laten zien geeft ook aan dat de opbouw qua leeftijd behoorlijk op COVID-19 lijkt, alleen niet de verhouding man en vrouw. (Voor zowel de berekeningen over 2017-2018 en COVID-19 zijn het natuurlijk wel schattingen).

 

Dit grootschalige Italiaanse onderzoek laat voor de leeftijdsgroep tussen 80 en 89 bij COVID-19 een IFR zien van rond de 5% (1 op 20). Boven de 90 zie je een IFR van rond de 10% (1 op 10).

 

Wat gebeurde er dan in zorgcentra?

Met die cijfers als referentiepunt viel me vooral op dat bij zorginstellingen waar veel mensen waren besmet, zoveel van die personen zijn overleden. Ik kom cijfers tegen van 1 op 3 tot 1 op 4, zoals bij dit zorgcentrum in Amsterdam, deze in Sommelsdijk  of deze in Rotterdam. En dit bijzondere online verslag uit een zorginstelling in Sydney laat zelfs een cijfer zien van 1 op 2. (Hoewel ik denk dat ze daar het totaal aantal besmette bewoners onderschatten, maar gezien de grootte van die instelling kan het niet meer dan 1 op 4 zijn).

Nu is het zeker zo dat de gezondheidssituatie van die personen in die zorginstellingen gemiddeld slechter is dan leeftijdsgenoten die niet in een zorginstelling zitten, dus daarom zou je ongunstiger sterftecijfers kunnen verwachten. Maar ook in absolute zin waren er wel beduidend meer personen tussen de 80 en 90 betrokken dan personen boven de 90, dus dat zou het cijfer ook weer wat lager moeten maken dan die 1 op 10 van de personen boven de 90 die in Italië waren vastgesteld.

Tot ik een aantal zeer recente studies over het contactonderzoek in de VS bestudeerde en de informatie over een aantal recente Nederlandse uitbraken, zoals in Hillegom, Goes en Rotterdam, en me ineens realiseerde dat de “viral load” een grote rol speelde bij de sterftekans.

Ik ben er zeker van, zoals ik al maanden zeg, dat als bij zorginstellingen het overgrote deel van de bewoners besmet is geraakt, dat gekomen moet zijn door aerosolen en een slecht werkend ventilatiesysteem. (Te weinig frisse lucht naar binnen en zonder een echt goed filter systeem en/of air purifiers). Maar dat betekent ook dat die arme bewoners gedurende lange tijd lucht inademden met virusdeeltjes erin. Dat is toch anders dan als je op een bepaalde locatie bent geweest, daar feest gevierd hebt of met een koor geoefend, en na een paar uur weer weg bent gegaan. Als je pech hebt gehad kan het toch zijn dat je behoorlijk wat virus binnen hebt gekregen, maar het is echt wat anders dan als je in een verzorgingshuis op je kamer zat en het ventilatiesysteem wellicht vrijwel continu virusdeeltjes over de kamers van de bewoners verspreidde. In dat laatste geval is zowel te begrijpen dat het overgrote deel van de bewoners besmet is geraakt, als dat zoveel inwoners zo ziek zijn geworden dat meer dan een kwart van hen overleed.

Het is bijzonder spijtig dat WHO/RIVM het belang van aerosolen (en ventilatie) zo lang hebben genegeerd (en het nu nog steeds niet de prioriteit geven die het zou horen te hebben). Want daarom is er zo weinig studie gedaan naar de invloed van het ventilatiesysteem bij uitbraken en worden er ook geen inschattingen gemaakt of berekeningen uitgevoerd om een indruk te krijgen van hoe hoog de viral load geweest kan zijn. Met dat soort studies zouden we ook een indruk kunnen krijgen wat de echte relatie is tussen die viral load en de kans om geïnfecteerd te worden en de mate waarin je dan ziek kan worden. Want het goede nieuws is wel dat er inmiddels studies zijn waaruit blijkt dat 80% van de onderzochte personen wel antistoffen hebben, maar geen symptomen hebben gehad.

Plus dat er dan een beleid kan worden uitgevoerd om dit soort situaties maximaal te voorkomen.  En dat doe je dus niet door maar te hameren op die 1,5 meter of het belachelijke besluit neemt dat men met mondkapjes moet gaan lopen in de buitenlucht.

Daarover heb ik iemand horen zeggen dat als je buiten een mondkapje draagt, dat je dan ook een helm moet gaan dragen. Want de kans dat je een tak of bloempot op je hoofd krijgt is net zo groot als je buiten besmet wordt met COVID-19.  (Hier beschrijf ik dat het buiten wel verstandig is om niet face-to-face met elkaar te spreken met een kortere afstand tussen de gezichten dan 1 meter).

En als je wilt weten wat mijn opvatting is over het dragen van mondkapjes in de openbare BINNENruimtes dan treft je die hier aan.

 

Mondkapjes en de “viral load”

Ik had het bovenstaande net gepubliceerd of ik kwam op twitter een interessante serie tegen van Dr. Ali Nouri. Hij is een moleculair bioloog en voorzitter van de Amerikaanse organisatie van wetenschappers. Hij plaatste vier tweets over bevindingen die erop wijzen dat als je een mondkapjes draagt, het niet betekent dat je dan zelf niet besmet kan worden, maar wel dat de “viral load” -fors?- wordt gereduceerd. En dat men dan dus hoger op het continuüm terecht kan komen.

Hieronder treft u die tweets zonder verder commentaar aan.

Dit zou erop wijzen dat als jij zelf bang bent om besmet te worden je in openbare BINNENruimtes mondkapjes kan dragen en daarmee je eigen kans dat je door het virus erg ziek wordt aanzienlijk verkleint. In BUITENruimtes is het risico van besmetting zo klein dat het nadeel van het dragen van het mondkapjes daar groter is dan het voordeel.

Naar een intelligent mondkapjesbeleid

Die mondkapjes gaan er komen.

Drieëneenhalve maand geleden, op 31 maart en 6 april, schreef ik twee blogs waarin ik bepleitte om direct mondbescherming buitenshuis te gaan dragen. Met name om ervoor te zorgen dat je anderen niet zou besmetten.

Maar net zoals prof. Van Dissel vond dat bij zorginstellingen mondkapjes niet noodzakelijk waren (welke opvatting tijdens de driedelige serie van Nieuwsuur met de grond gelijk gemaakt is) was hij ook faliekant tegen mondbescherming buiten de zorg. Meerdere keren zei hij tijdens de informatiesessies met de Tweede Kamer dat het juist een negatieve werking zou hebben: “geeft schijnzekerheid”.  Een opvatting die vervolgens trouw werd herhaald (ook weer zo’n mantra)  door onze beleidsmakers en bestuurders.

Gisteravond interviewde Nieuwsuur prof. Cowling uit Hong-Kong en die maakte ook van deze opvatting van prof. Van Dissel (en RIVM/OMT) gehakt. (Kijk hier, vanaf 17:27 minuten).

De blinde paniek die sinds afgelopen dinsdag in de media is uitgebroken, omdat we onder de 12.000 geteste Nederlanders op één dag bijna 1,5% besmettingen hebben gevonden (de week ervoor was dat rond de 1,0%), is nu ook overgeslagen naar de politiek. Mede door nieuwe onderzoeken rondom de aerosols vanuit Twente en de maatregelen in landen om ons heen, staan de mondkapjes ineens hoog op de agenda.

Je kunt ook voorspellen wat er gebeurt. Het duurt niet meer zo lang voordat we hier ook een mondkapjesverplichting krijgen. Je kunt ook voorspellen wat prof. Van Dissel c.s. dan zal zeggen: “De 1,5 meter is voldoende om je te beschermen, maar als mensen zich er steeds minder aan houden, dan moeten we ze maar verplichten om mondkapjes te dragen.” “Pak ze bij de kladden” zoals prof. Marion Koopmans het ook gisteren zei.

 

Maar doe het dan intelligent!

In principe is het dragen van mondkapjes op plekken en momenten waar er echt een risico is om besmet te worden of anderen te besmetten, een goede aanpak. Maar de cruciale termen in deze zin zijn “plekken” en “momenten”.

Toen ik alleen al gisteren de nieuwsberichten volgde, hield ik mijn hart vast.  Alvorens ik dat gevoel uitleg en met een voorstel kom tot een goede aanpak, wil ik even de meest wijze woorden memoreren die ik gisteren gehoord heb. Ze waren van professor Gommers:

Ik hou mijn hart vast omdat ik merk dat er voorgesorteerd wordt op maatregelen, die zowel een complete overkill zullen zijn met fors nadelige gevolgen voor allerlei facetten van de economie en samenleving, als ineffectief zullen zijn om in het najaar de besmettingen heel laag te houden.

Het beleid wordt helaas aangestuurd door twee componenten die op zichzelf al de oorzaak zijn van het mislukken op termijn. Namelijk “de handhaafbaarheid” en “de persoonlijke opvattingen van Van Dissel en het OMT”.

Ik zal beide kort uitleggen:

  • “De handhaafbaarheid”:  vaak is door bestuurders gesteld dat de regels die er zijn heel simpel moeten zijn, zodat ze makkelijk door ordebewakers (politie en BOA’s) gehandhaafd kunnen worden. Plus dat ze dan makkelijker door de bevolking kunnen worden onthouden. Deze top-down benadering miskent dat we inmiddels in 2020 leven en niet in 1920.

Ik ben al heel lang voetbalscheidsrechter. In het afgelopen seizoen floot ik nog eerste elftallen in de 4de klasse van de KNVB. Ik heb altijd geprobeerd spelers serieus te nemen en met respect te behandelen. Ik had alle machtsmiddelen tot mijn beschikking om de spelers te laten doen wat ik vond dat ze moesten doen. Maar als jij uitstraalt dat je iemand serieus neemt en met respect behandelt, dan krijg je dezelfde behandeling terug en hoef je die machtsmiddelen amper te gebruiken.

Door de bevolking wel serieus te nemen en met logische maatregelen te komen, die ook niet primair van “straffen”  uitgaan als je niet doet wat je hoort te doen, maar vooral inspeelt op iemands verantwoordelijkheidsgevoel, dan zal het juist beter en makkelijker gaan.  Dat is ook de essentie van de boodschap van prof. Gommers.

  • “De persoonlijke opvattingen”:  de wetenschappelijke basis van veel van wat WHO/RIVM/OMT zegt is behoorlijk wankel. Dat geldt niet alleen voor de opvattingen van Van Dissel c.s. over mondkapjes. Maar ook ten aanzien van andere zaken. Ik heb er heel vaak over geschreven. Zo wordt het belang van grote druppels bij besmetting zwaar overschat. En wordt het belang van aerosols bij besmetting in besloten ruimtes zwaar onderschat.

Daarbij weigert men ook van nieuwe onderzoeksresultaten te leren, waaruit gebleken is wat veel minder voorkomt dan gedacht (zoals besmetten via oppervlaktes en het besmet raken in de buitenlucht) en wat veel gevaarlijker is dan gedacht (het langdurig inademen van aerosols in besloten ruimtes). Die onderzoeksresultaten worden niet meegenomen in het beleid.

Maar ook leert men niet van ervaringen in het buitenland. Namelijk dat mondbescherming in openbaar vervoer en in vliegtuigen, ook als men geen 1,5 meter houdt, niet geleid heeft tot toename van het aantal besmettingen op die locaties. Daarnaast wil de overheid ook geen real-life testen uitvoeren, zodat we lessen leren over wat wel en wat niet tot meer besmettingen leidt. (Bijvoorbeeld door onder strakke condities en begeleiding bepaalde buiten- en binnenevenementen te organiseren voor jongeren, ondanks initiatieven daartoe vanuit die sector).

Daarnaast is het natuurlijk ook te gek voor woorden dat we, terwijl er grote verschillen waren/zijn ten aanzien van het aantal besmette personen per regio, we overal dezelfde maatregelen hebben genomen. In Groningen was de situatie voortdurend veel gunstiger dan in Noord-Brabant. Toch waren daar de maatregelen vrijwel identiek aan die in Noord-Brabant.

 

Uit dit alles moeten we lering trekken.

Door niet weer generieke maatregelen te nemen, die ook nog gestapeld worden op de maatregelen die er al zijn (maar slecht worden opgevolgd), maar door een intelligente aanpak.

Een aanpak die de kans op besmettingen laag houdt, de maatschappij (economische en sociaal) zoveel mogelijk overeind houdt en door het overgrote deel van de bevolking gedragen wordt. Niet uit angst, maar vanuit de overtuiging dat ze daarmee andere mensen en zichzelf in Nederland het beste helpen. Plus dat het componenten heeft die werken met belonen, in plaats van bestraffen.

 

Naar een gedifferentieerde aanpak

Op deze plek heb ik die aanpak al beschreven, die je als individu kunt aanhouden. Hieronder mijn advies aan de Nederlandse bestuurders om op een intelligente wijze met deze crisis om te gaan (en daarbij niet langer blind te varen op RIVM en OMT):

A. Als in een regio vrijwel geen besmettingen zijn, dan zijn de risico’s om besmet te worden veel kleiner dan als er veel besmettingen zijn. Pas daar het beleid op aan. En zorg dat de bevolking in die regio er dus ook belang bij heeft dat het aantal besmettingen laag blijft!

Mijn voorstel is om het land te verdelen in de 26 veiligheidsregio’s  (of een verdeling in nog meer regios’s). We kennen dan drie kwalificaties: Groen, Oranje en Rood.  Via NL-Alert krijg je de melding of de kwalificatie in jouw regio is aangepast.

Bij de kleurencodering gaat het dan niet om het aantal besmette personen in die regio, want dat hangt samen met het aantal testen dat uitgevoerd worden, maar het aantal ziekenhuisopnames van mensen die corona hebben opgelopen.

Bij ieder van die drie kwalificaties past een pakketje aan maatregelen die u verderop ziet.

 

B. Omdat de kans op besmetting in de buitenlucht vrijwel nul is, worden daar de maatregelen losgelaten. Wel krijgt men het advies om voorzichtig te zijn.

 

C. In het openbaar vervoer in het hele land blijven de huidige regels rondom mondbescherming gehandhaafd. Ongeacht welke regio het is. Wel zullen de openbaar vervoer organisaties ervoor zorgen dat er maximale ventilatie in hun vervoermiddelen aanwezig is.

 

D. Ten aanzien van binnenruimtes wordt het Deltaplan Ventilatie zo snel mogelijk uitgevoerd. Dat houdt in dat binnenruimtes (zorginstellingen, scholen, kantoren, winkels, sportaccommodaties, theaters, bioscopen, restaurants, cafe’s, fitnessruimtes, beurshallen, etc.) een kwalificatie moeten krijgen of ze coronaproof zijn of niet.

Dat zal voor een groot deel van die binnenruimtes wel in de komende maanden kunnen lukken, en voor een ander deel niet (maar die hebben een incentive om dat wel te gaan realiseren). Er komt financiële steun van de overheid voor die ruimtes waar behoorlijke bedragen moeten worden geïnvesteerd om de situatie in orde te krijgen.

Dit bovenstaande kunnen we combineren tot een overzicht, waarbij we wel op een intelligente wijze met mondbescherming omgaan.

Mondkapjes, maar dan wel terug naar de 1 meter

Er is echter nog een heel belangrijk punt om mee te nemen, alvorens ik dat overzicht geef. Ik was vorige week in Italië, in de buurt van Pisa. Daar moeten mondkapjes gedragen worden in besloten ruimtes (zoals winkels, openbaar vervoer en restaurants). Buiten en op het strand (gelukkig) niet, hoewel er wel mensen zijn die dat vrijwillig doen.

In Italië houden ze 1 meter afstand en niet 1,5 meter!

Als we naar het aantal nieuwe besmettingen per dag kijken dan zien we al een hele tijd in Italië vrij stabiel 200 nieuwe besmettingen per dag. Omdat Italië 60 miljoen inwoners heeft, zou dat naar Nederlandse verhoudingen 60 nieuwe besmettingen per dag zijn…..

Als je naar het aantal dagelijkse testen kijkt in Italië, dan zien we dat ze daar per dag per miljoen inwoners zelfs wat meer testen dan in Nederland (rond 700 in Italië en in Nederland was dat tot en met vorige week rond de 600).

Gemiddeld scoort Italië bij de testen al wekenlang stabiel rond de o,5% besmette personen. Dat waren ook de cijfers van Nederland toen we er heel tevreden mee waren. Het aantal doden per dag schommelt in Italië (als je het naar de Nederlandse verhoudingen zou verplaatsen) 2.

De conclusie is eenvoudig te trekken: als we in Nederland inderdaad overgaan om mondbescherming in binnenruimtes te gaan dragen, dan kunnen we dus ook overstappen naar de 1 meter afstand die in Italië wordt aangehouden, in plaats van de 1,5 meter.

Er zullen heel wat stickers moeten worden overgeplakt, maar het geeft ook letterlijk en figuurlijk de Nederlanders en de economie meer ruimte!

 

De intelligente aanpak voor een land in de 21e eeuw

 

Als we dit bovenstaande met elkaar combineren krijgen we de volgende verdeling ten aanzien van de maatregelen, de regio’s en de kwalificatie:

Dit is een aanpak die goed uit te leggen is en die mensen ook een incentive geeft om zich aan maatregelen te houden. Als de regio namelijk groen is of groen blijft dan levert dat voordelen op, omdat er minder restricties zijn. Degenen die zich niet aan de maatregelen houden, kunnen dan zorgen dat voor de hele regio de situatie verslechtert.

Deze aanpak geeft ook een incentive aan exploitanten van binnenruimtes om te zorgen dat die ruimte coronaproof is. In regio’s waar het geel of groen is heeft het een duidelijk voordeel om een ruimte te exploiteren die wel coronaproof is.

Ook biedt het de bevolking handvaten.

 

Daarnaast beveel ik aan diverse tests uit te voeren om te bezien wat nu wel of niet goed werkt.  Verdere onderzoeken zouden best nog eens heroverwegingen kunnen opleveren ten aanzien van die strikte regels rondom afstand houden. Wat ik uit de literatuur haal is dat het risico om besmet te worden doordat je niet op afstand bent, alleen het geval is als je met gezichten naar elkaar toe praat (of hoest/niest). Niet alleen door druppels (die kunnen je eigenlijk alleen treffen binnen 50 centimeter), maar ook door aerosols op langere afstand. Maar dat wordt pas problematisch als het gesprek een tijdje duurt.

Hoe meer we daarvan weten, hoe specifieker we vervolgens dan maatregelen kunnen nemen, zodat deze tabel aangepast kan worden op basis van die ervaringen.

 

Dit is mijn voorstel om op een intelligente manier maatregelen te nemen die ons ook door de winter helpen. Een aanpak die vooral uitgaat van het belonen van het positieve, en niet van het bestraffen van het negatieve. Waardoor je ook een beroep kunt doen op mensen ten aanzien van hun verantwoordelijkheid voor anderen. En mensen elkaar daarop makkelijker kunnen aanspreken.

Een aanpak die hoort bij een volwassen samenleving anno 2020.