Berichten

We can do so much better, it has to be so much better

This will be a short blog. Maybe that will help the media and the general public to understand my findings better. I’m not a virologist and I don’t pretend to be one. However, I am academically educated and able to assess scientific research.  My background as a social geographer and my experience with data and statistics help me to arrive at well-founded insights into the COVID-19 crisis.

I have long argued that aerosols indoors play an important role in the spread of the virus and that the risk of infection is significantly lower outdoors. This means that 1.5 meters distance indoors is not sufficient under certain circumstances, but also that 1.5 meters outdoors need not always be necessary (effective if possible, but not necessarily).

I have also long argued that worldwide evidence shows, that so called super spread events played a very important role in the exponential rise of the virus at the beginning of the outbreak. Because there are hardly any such events in the world anymore, we see a strong deflection of the exponential growth everywhere and there are no large second outbreak waves. Unfortunately, it is not yet understood that aerosols also play a role in the spread within healthcare institutions, as I communicated to responsible authorities 5 weeks ago. As a result, situations have sometimes arisen in which virtually everyone within these institutions became infected.

Instead of believing me on my word, I advise you to read this article dit artikel te lezen by a professor from Colorado, who gives the best description of aerosols I have read so far. Very accessible and very balanced. See the end of this article.

Also read this summery of a recent Japanese study:

 

 

RIVM and adjoining experts, who regularly appear on TV, think that the role of aerosols is minimal. They ignore my input from relevant scientific sources. What’s more, it leads to my findings being marginalized in the media. Time and again, what I have said appears to be confirmed by new studies and new examples. (Like the risks I described of the virus spreading among workers in the meat processing industry, that have now materialized in the Dutch city of Velp).

I find this interview last Saturday with the Dutch governments Corona fighters Van Dissel and Wallinga staggering. After two months we only hear that the is still not enough information to design an exit strategy. Even the most basic information about how many percent of the population is infected appears to be lacking. Also the calculation of the R0 is not based on hard information and is partly based on assumptions that have not been made public. Nevertheless, much more is already clear. It is only high time that all relevant scientific insights are included in the considerations for policy and measures.

As long as the information about the aerosols isn’t taken seriously, RIVM and virologists are unnecessarily pushing us into the “new normal” of the so called “1.5 meters society”. In addition, they ignore a source of contamination that may be relevant when schools reopen soon, with all its possible consequences.

 

Het kan zoveel beter, het moet zoveel beter

Dit wordt een kort blog. Misschien dringen mijn bevindingen dan beter door bij de media en het brede publiek. Ik ben geen viroloog en pretendeer dat ook niet. Ik ben wel academisch gevormd en in staat wetenschappelijk onderzoek te beoordelen.  Mijn achtergrond als sociaal-geograaf en mijn ervaring met data en statistiek helpen om tot onderbouwde inzichten te komen in de COVID-19 crisis.

Ik beweer al heel lang dat binnenshuis de aerosols een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van het virus en dat buitenshuis de kans op besmetting beduidend lager ligt.. Dit betekent dat de 1,5 meter in binnenruimtes bij bepaalde omstandigheden niet voldoende is, maar ook dat buitenshuis de 1,5 meter niet altijd nodig hoeft te zijn (als het kan prima, maar niet per se).

Ik beweer ook al lang dat superspreading-events een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de exponentiele stijging van het virus in het begin van de uitbraak. Omdat dergelijke events er wereldwijd amper meer zijn, zien we overal een forse afbuiging  van de exponentiele groei en zijn er  geen grote tweedeuitbraakgolven. Helaas wordt nog niet ingezien dat aerosols ook een rol spelen bij de verspreiding binnen zorginstituten, zoals ik al 5 weken geleden aan verantwoordelijke instanties heb gecommuniceerd. Daardoor zijn soms situaties  ontstaan, waarin vrijwel iedereen binnen die instelling besmet is geraakt.

In plaats van mijn tekst verder te lezen, raad ik jullie aan dit artikel te lezen van een professor uit Colorado, die de beste beschrijving geeft van aerosols, die ik tot nu toe heb gelezen. Zeer toegankelijk en zeer afgewogen. Dit staat o.a. aan het eind van dit artikel.

In de recente Japanse studie, waar naar verwezen wordt, staat dit in de samenvatting:

Het RIVM en aanpalende deskundigen, die met regelmaat op tv verschijnen, denken dat de rol van aerosols miniem is. De beperkte scoop van deze deskundigen negeert mijn inbreng, terwijl die komt vanuit relevante wetenschappelijke bronnen. Het leidt er bovendien toe dat mijn bevindingen in de media worden gemarginaliseerd. . Keer op keer blijkt wat ik gezegd heb te worden bevestigd door nieuwe studies en nieuwe voorbeelden. (Nu ook weer in Velp waar werknemers in de vleesverwerkende industrie besmet zijn geraakt en dat risico beschreef ik enkele dagen geleden al).

Dit interview van afgelopen zaterdag met Van Dissel en Wallinga vind ik onthutsend. Na twee maanden horen we alleen dat we eigenlijk nog zoveel niet weten. Zelfs de basale informatie over hoeveel procent van de bevolking besmet is, blijkt te ontbreken. Ook de berekening van de R0  berust niet op harde informatie en is mede gebaseerd op aannames die niet openbaar zijn gemaakt. Toch is  er echt al veel meer duidelijk. Het is alleen hoog tijd dat alle relevante wetenschappelijke inzichten worden meegenomen in de afwegingen voor beleid en maatregelen.,

Zolang de informatie over de aerosols niet serieus wordt genomen duwen RIVM en virologen ons onnodig de 1,5 meter maatschappij in. Daar komt bij dat men een   bron van besmetting negeert, die  relevant kan zijn als de scholen straks weer openen, met alle mogelijke gevolgen van dien.

 

De verspreiding van het virus is al vrijwel onder controle

Samenvatting

In dit artikel laat ik zien hoe het COVID-virus zich voor 15 maart heeft verspreid, voordat we in Nederland maatregelen namen. Uit de overzichten per gemeente is te zien dat de verspreiding van het virus enorm snel ging als daar een z.g.n. “superspreading event (SSE)” had plaatsgevonden. Zonder dergelijke superspreading events verspreidde het virus zich vrij langzaam. En dat terwijl er toen nog geen enkele maatregel genomen was. Ik herhaal: geen enkele! 

Besef daarbij dat ook al bij onderzoek naar de SARS-uitbraak in 2003 door wetenschappers is vastgesteld dat dergelijke superspreading events voor meer dan 70% van de verspreiding van het SARS-virus in Singapore en Hong Kong heeft gezorgd.

Nadat Nederland rond half maart tot maatregelen besloot zagen we dat de snelheid van reproductie in veel besmette gemeenten geleidelijk afnam. Deels is dat te danken aan die maatregelen, maar deels ook aan het feit dat er geen bijeenkomsten/evenementen mochten worden georganiseerd.

Deze bevindingen van de eerste weken in maart geven aan dat de kans dat er weer een grote uitbraak komt als we maatregelen verzachten, heel erg klein is. Als we (grotere) bijeenkomsten vooralsnog maar verboden houden. Daarom kan de regering zonder grote risico’s al behoorlijk wat stappen nemen met het afbouwen van de genomen maatregelen. Aan het eind van het artikel ga ik daarop in en geef ik een aantal adviezen hoe we, zonder in een 1,5 meter-maatschappij te hoeven belanden, ons leven weer verstandig kunnen oppakken.

De bevindingen

Hieronder laat ik zien dat COVID-19 zich veel minder snel verspreidt op het moment dat er geen “superspreading events” meer zijn. Dit zou grote gevolgen behoren te hebben ten aanzien van de besluitvorming inzake de exitstrategie. Vooral omdat het ook toont dat de kans op een nieuwe uitbraak -bij de juiste keuze van maatregelen- vrijwel nihil is.

Het is belangrijk te beseffen dat er twee hoofdmanieren zijn hoe het virus van de ene mens naar de andere springt:

  1. Een niet besmette persoon komt op korte afstand in contact met virusdruppels die aan de mond of neus van een virusdrager zijn ontsnapt. Door WHO en RIVM wordt aangenomen dat als je op 1,5 meter afstand van een ander blijft en iedereen zich aan de instructies t.a.v. een goede persoonlijke hygiëne houdt, de kans dat je op deze manier toch besmet wordt, heel klein is. Daarnaast laat nieuw onderzoek zien dat de kans dat het virus via voorwerpen wordt overgedragen ook heel klein is.
  2. Een besmet iemand scheidt ook microdruppels uit (aerosols). Die kunnen blijven zweven en op die manier kan één besmet persoon vele anderen besmetten. In de afgelopen maand is er steeds meer informatie beschikbaar gekomen over grootschalige en kleinschalige bijeenkomsten, waar dit in sterke mate is gebeurd. Ik noem deze gebeurtenissen “superspreading events”. Een Canadese journalist heeft een interessant artikel geplaatst, waarin hij 58 van deze superspreading events heeft gedocumenteerd.

Al eerder heb ik beschreven hoe groot het effect van de superspreading events zijn op de verspreiding van COVID-19. Ik beschreef wat er gebeurd is rondom de wedstrijd van Atalanta Bergamo-Valencia op 19 februari  en wat er gebeurd is na een benefietavond in de Nederlandse plaats Kessel op 5 maart. Maar we weten ook van dit soort superspreading events in bijvoorbeeld Daegu (Korea), Madrid, Mulhouse, Kuala Lumpur en New Orleans (Mardi Gras). En onlangs zag ik ook op de televisie dat er op 25 januari in Wuhan nog een grote nieuwjaarsbijeenkomst was geweest.

De condities zijn dan blijkbaar dusdanig dat die kleine deeltjes van het virus lang in de lucht kunnen blijven en vervolgens veel van de aanwezigen besmetten. Het lijkt erop dat als er door de aanwezigen wordt gezongen de risico’s het grootst zijn, versterkt door slechte ventilatie en/of lage luchtvochtigheid. (Vergelijkbare patronen herkennen we ook bij massale besmettingen van passagiers op cruiseschepen, bemanning op marineschepen, en -helaas ook- bij bewoners van zorginstellingen).

Vandaag kwam ik een studie uit 2004 tegen over de verspreiding van het SARS-virus in 2003. Ook een coronavirus.  En daar is toen al vastgesteld dat meer dan 70% van de verspreiding van het virus door superspreading events komt. Ook geven zij aan dat het vermoedelijk veroorzaakt wordt door aerosols en dat de luchtventilatie er invloed op heeft!!

Rond 15 maart werden in Nederland de maatregelen genomen om de verspreiding van het virus te vertragen. Dat houdt in dat de effecten ervan vanaf 21 maart in de cijfers terug te vinden moeten zijn. De cijfers van daarvóór reflecteren dus de periode waarin we nog op een normale manier met elkaar leefden. Het virus had toen nog vrij spel.

Er zijn gelukkig cijfers beschikbaar van de ontwikkeling van het aantal besmettingen per dag per gemeente. Het is daarbij belangrijk om te beseffen dat het aantal aangetoonde besmette personen, overal ter wereld, een grote onderschatting is van het aantal echte besmettingen. In Nederland schat ik dat in werkelijkheid het aantal besmette personen een factor 50 groter is dan uit de test blijkt. (Dit is in lijn met de resultaten van een random onderzoek in LA County). Dat zou betekenen dat eind maart rond de 600.000 mensen in Nederland waren besmet (ruim 3%).

Hier treft u kaarten en grafieken aan met cijfers per gemeente. Die zijn afkomstig van het RIVM en mooi verwerkt door de Geodienst in Groningen en de Aletta Jacobs School of Public Health. Op basis van deze cijfers heb ik de analyses gemaakt die u hieronder ziet.

Ik wil dus dieper duiken in hoe de besmetting zich in Nederland verspreidde, vóórdat de genomen maatregelen impact hadden. Want daar kunnen we veel uit leren over wat we kunnen verwachten als we maatregelen gaan afbouwen. Het aantal besmettingen is door het RIVM per gemeente bijgehouden tot 30 maart jl. De laatste 9 dagen van die maand reflecteren dus de periode dat de maatregelen al effect zouden moeten hebben gehad op de verspreiding van het virus. De dagen ervóór niet.

‘R0’ is de belangrijke factor waarmee gerekend wordt bij een pandemie. De z.g.n. reproductiefactor geeft aan hoe snel het virus zich verspreidt. Bij influenza wordt een R0-waarde tussen 1,1 en 1,3 aangehouden. Over COVID-19 lijkt de consensus te zijn dat de R0 zonder enige maatregelen ergens tussen de 2.2 en 2.5 ligt. Als dat een tijd zonder wijzigingen het geval blijft is er sprake van een exponentiële groei. Door de genomen maatregelen half maart geeft het RIVM aan dat de R0 in Nederland, ergens eind maart, in de buurt van de 1 was komen te liggen en daarna verder naar beneden is gegaan.

De grote vraag is natuurlijk wat nu precies de risico’s zijn als maatregelen worden afgebouwd. Het mantra lijkt te zijn dat het zo maar weer mis zou kunnen gaan als we een verkeerde stap doen of te snel afbouwen. Maar hoe groot zijn die risico’s? Dat lijkt op dit moment pure speculatie te zijn.

Er is evenwel een manier om wat rationeler te kijken naar hoe groot de risico’s nu echt zijn. Want voor 15 maart hebben we gewoon een normaal leven geleefd en kon het virus zich dus optimaal verspreiden. Pas bij de waarnemingen vanaf 21 maart moeten de maatregelen effect hebben gehad.

Als je dan naar de cijfers van afzonderlijke gemeenten kijkt, dan zijn daar toch wel belangrijke aanwijzingen uit te halen over wat er zou kunnen gebeuren als we maatregelen zouden afbouwen.

Laten we ons eens richten op de gemeente Loon op Zand. Daar werd eind februari het eerste coronageval in Nederland vastgesteld.

 

(Deze grafieken zijn de cijfers per 100.000 inwoners. Voor ons doel zijn we vooral geïnteresseerd in de stijgingsfactor van de ontwikkeling in de tijd.

Begin maart waren er in Loon op Zand 4 virusdragers, allen in één familie. Op 21 maart waren het er 14.   In de laatste 9 dagen van de maand steeg het aantal besmette personen nog slechts  met een factor 2.   (Hierbij moet u steeds rekening houden met het gegeven dat een ontdekt besmet  geval in feite gemiddeld staat voor 50 besmette personen).

Ook in de gemeente Altena bij de Biesbosch was begin maart al één besmet persoon.

Na 21 dagen stond in Altena het aantal besmette personen op 22. In de laatste 9 dagen verdubbelde ook hier het aantal besmette personen. En ook dat wijst op een R0-waarde in de buurt van de 1,0.

Maar hoe komt het dan dat in maart het aantal besmette personen in Nederland wel exponentieel toenam?

Dat laat ik zien door in te zoomen op een aantal gemeenten waar evident een superspreading event plaatsgevonden heeft. Peel en Maas is daarvan een goed voorbeeld. In het dorp Kessel (ruim 4.000 inwoners) was op 5 maart een benefietbijeenkomst met meer dan 300 mensen. In dit blog heb ik het uitgebreid beschreven.

Het evenement was op 5 maart. Op 11 maart werden de eerste besmettingen in de gemeente geregistreerd en op 21 maart waren het er al 63.  Dus in 10 dagen is het aantal besmette personen gigantisch gestegen. Uitgaande van die 50 maal onderschatting van het aantal echt besmetten personen zou dat betekenen dat in die gemeente op 21 maart, 16 dagen na het event, al meer dan 3.000 personen in deze gemeenten (met een zwaartepunt in Kessel) waren besmet.  Maar tussen 21 en 30 maart steeg in deze gemeente het aantal besmette personen met nog maar iets meer dan een factor 2. En dat lijkt dus op de cijfers van Loon op Zand en Altena. Het effect dus van de maatregelen die rond 15 maart werden genomen!

Terwijl in Peel en Maas het superspreading event van 5 maart het startpunt was van de grote uitbraak, is dat in Uden zondag 1 maart geweest. Dat zien we in de grafiek hieronder. Vrijwel zeker is bij één of meer kerkdiensten iemand aanwezig geweest die op dat moment besmet was en meegezongen heeft.

 

Op 6 maart werd de eerste besmetting vastgesteld. Op 21 maart was het aantal besmette personen in Uden 76. Een stijging in 15 dagen met een factor 76. En ook in Uden zien we dat tussen 21 maart en 30 maart de stijging nog maar een factor 2 was.

Emmen is een gemeente, die een nog trager verspreidingsbeeld geeft dan Altena. Op 8 maart werd de eerste besmetting geconstateerd. Dus terwijl er besmette personen in Emmen waren die anderen konden besmetten waren er op 21 maart nog maar 4. Dus zonder enige maatregelen was er in Emmen met 100.000 inwoners slechts sprake van een hele lichte toename van het aantal besmette personen!!!

Hier zien we in de laatste 9 dagen wel een wat grotere stijging dan in de andere gemeenten. Het stijgt daar met een factor van 3,5. Eind van de maand had Emmen (via die vermenigvuldigingsfactor van 50) naar schatting 0,7% besmette personen in de gemeente, terwijl dat in Uden al 15% geweest moet zijn.

Ook als we naar andere gemeenten kijken is het effect van superspreading events duidelijk herkenbaar. Kerkdiensten op 1 en 8 maart en de biddag voor het gewas van 11 maart  lijken in die gemeenten met name de boosdoeners. Maar ik ben ook in kennis gesteld van uitbraken van het virus na koorrepetities of – uitvoeringen.

Hieronder een selectie van die gemeenten:

Ter vergelijking een aantal gemeenten die ook in de eerste 10 dagen van maart al een besmetting hadden, maar waar de verspreiding veel langzamer ging, blijkbaar omdat er geen superspreading event had plaatsgevonden.

Als je naar de ontwikkeling kijkt in grotere gemeenten, met 5 tot 20 keer zoveel inwoners dan die kleine gemeenten, dan wordt het door de wet van de grote getallen binnen die gemeenteneen soort mix van superspreading events en de “normale” verspreiding van mens tot mens. En die kan je daardoor niet meer apart herkennen.

In Tilburg (niet ver van Loon op Zand) was de eerste besmetting op 1 maart. Op 21 maart was het aantal 154. Dat zit zo ongeveer tussen de eerste groep gemeenten en de tweede groep gemeenten in. Het is dus uitermate waarschijnlijk dat ook in Tilburg tussen 1 en 8 maart via kerkdiensten, koorrepetities of feesten, superspreading events hebben plaatsgevonden.

Tussen 21 en 30 maart zien we ook in Tilburg een stijging van maar iets meer dan de factor 2. Breda vertoont, met een achterstand van enkele dagen, hetzelfde patroon als Tilburg.

Als je alleen naar de totaalcijfers in Nederland per dag kijkt, dan zie je wel een exponentiële groei tot aan eind maart. Maar als je naar de gemeenten afzonderlijk kijkt, dan zie je een veel genuanceerder beeld. Terwijl in de meeste gemeenten waar het virus al een tijdje rondwaarde, de stijging tussen 21 maart en 30 maart nog maar rond de factor 2 lag, was het voor heel Nederland een factor 2,8. En dat komt omdat er op half maart nog 120 gemeenten waren waar nog geen besmetting was vastgesteld en de meeste hiervan kwamen pas in het laatste deel van maart op stoom.

 

 

Conclusies

De bestudering van de ontwikkeling in de gemeenten tussen 1 en 21 maart laat zien dat superspreading events, toen er nog geen maatregelen golden, tot een heel sterke stijging van het aantal besmettingen hebben geleid. Maar dat als die er niet waren, dat dan, zonder enige maatregelen als social distancing en het verbieden van het bezoek aan de horeca, kappers, manicures e.d, die reproductiefactor een stuk kleiner is.

In dit blog heb ik uitgelegd waarom we bij griepepidemieën, de invloed van superspreading event niet of niet makkelijk kunnen herkennen. Maar bij COVID-19, met geen enkele historische immuniteit onder de aanwezigen, merk je een week erna direct dat die bijeenkomst een grote impact heeft gehad.

Als we alles weer zouden gaan doen, precies zoals voor 15 maart (iets wat ik absoluut niet propageer) en we zouden alleen bijeenkomsten van meer dan 3 mensen verbieden, dan alleen al zou de verspreidingsfactor dalen naar dicht bij 1. Voor de goede orde, dat is dus gewoon alles weer doen, zoals we voor 10 maart deden en dus zeker niet als “1,5 meter maatschappij”!

De Israëlische voorzitter van de “National Council for Research and Development”, een professor in de wiskunde, stelde vast dat overal in de wereld een vergelijkbaar patroon herkenbaar is.  De eerste 40 dagen een stijging en daarna een daling. Waarvan hij aangaf dat het erop leek dat die dan na een tijdje op nul uitkomt.

In discussies gaf hij aan dat hij daar geen verklaring voor had, maar het wel opmerkelijk vond dat het erop leek dat de maatregelen die men al dan niet genomen had, weinig invloed op die curve hadden. Waar hij ook keek zag hij min of meer hetzelfde patroon, ook in een land als Zweden.

Mijn analyse is de missende schakel in de bevinding van deze professor. Want er is één maatregel die wel vrijwel overal in de wereld wel is genomen:

Het verbieden van bijeenkomsten met een groter aantal mensen.

Vrijwel alle landen hebben, naast de maatregelen die ze hebben genomen (van een complete Lockdown, via een intelligente Lockdown, tot een wat vrijere aanpak als in Zweden), die maatregel genomen, waardoor de “superspreading events” (vrijwel) niet meer voor kunnen komen. Alleen daardoor al is de verspreiding van het virus aanzienlijk vertraagd. De andere maatregelen, die door regeringen worden genomen, duwt de R0 (ruim) onder de 1 en dat is het beeld dat die Israëlische professor overal in de wereld zag.

Dit zou grote gevolgen moeten hebben voor het beleid van regeringen en zeker ook de Nederlandse!

Zolang de bijeenkomsten met een groter aantal mensen verboden blijven, is de kans nul dat er weer een grote uitbraak komt van het virus “waardoor al onze inspanningen worden teniet gedaan” zoals Premier Rutte zei, op voorspraak van de leden van het OMT.

We zouden nu al stappen kunnen nemen, die de kans op nieuwe besmettingen kleiner houdt dan in Schagen, Zeewolde, Stichtse Vecht en nog vele andere gemeenten het geval was voor 21 maart van dit jaar.

Natuurlijk met slim beleid. Net zoals Duitsland verplichte mondbescherming in Openbaar Vervoer en winkels zou al een goede stap zijn weg van de volledig onnodige 1,5 meter samenleving, zoals ik hierboven heb aangetoond. Kappers, manicures, pedicures, schoonheidsspecialistes (met mondkapjes) kunnen dan zonder enig bezwaar weer aan de slag. Ook de horeca zou weer kunnen opstarten. Zeker op terrassen in de buitenlucht. Maar ook met wat extra voorzieningen binnen.

Ik denk zelf dat ook bewezen zal worden dat het overal buiten dragen van mondbescherming ook betekent dat we geen 1,5 meter afstand hoeven te houden. Oost-Azië wijst ons daarin de weg. En in Jena in Duitsland is men dat al een tijd aan het doen met hele goede resultaten.  Maar als we dat nog niet willen/kunnen, dan is de 1,5 meter afstand (behalve dus in openbaar vervoer en winkels) vooralsnog een goede keuze. En ouderen zijn inderdaad het meest kwetsbaar en die zouden vooralsnog voorzichtiger moeten zijn. (Ook hier is mondbescherming voor de ouderen zelf en hun bezoekers een verstandige keuze).

Er zijn inmiddels ook een aantal andere belangrijke lessen geleerd, vanuit die superspreading events. Die we ook nog moeten toepassen zolang het COVID-virus nog heerst.

Het is evident dat in besloten ruimtes waar vreemde mensen bijeenkomen, het risico het grootst is dat het virus zich via aerosols verspreidt. Een goede ventilatie en een luchtvochtigheid van 45% bij 20 graden is een extra voorzorg tegen die verspreiding via aerosols.

In kantoren, zorginstellingen en scholen is de wijze waarop de interne ventilatie en verwarming/koeling wordt geregeld een risicofactor. Ook hier zijn duidelijk aanwijzingen dat de aerosols zich via dat soort systemen, als die niet goed ingeregeld zijn, verspreiden. Waardoor denkt u dat op een marineschip 900 mensen zijn besmet? Niet doordat al die 900 zich binnen anderhalve meter hebben begeven van een besmet iemand, die daarmee anderen heeft besmet. Nee, het komt vooral door die zwevende aerosols.  Dat zelfde risico was/is er ook bij zorginstellingen. Doorgaans weinig buitenventilatie. Daar waar in een zorginstelling veel mensen zijn besmet, liggen twee oorzaken het meest voor de hand: kerkdienst of feestavond met veel bewoners van de instelling of de interne verwarming/ventilatiesysteem.

Hoewel het ongetwijfeld zo is dat kinderen minder kwetsbaar zijn bij de verspreiding van COVID-19 zou een dag op school ook kunnen uitlopen op een superspreading event.  Om dat te voorkomen moeten scholen het volgende doen:

  • Zoveel mogelijk ventileren en als het mogelijk is in de buitenlucht les geven.
  • De luchtvochtigheid in het gebouw naar het niveau brengen van 6 g/kg (dat is ongeveer 45% relatieve vochtigheid bij 20 graden Celsius). Op deze plek kunt u deze waarde uitrekenen.
  • Als de ventilatie en/of luchtcirculatie of vochtigheid, binnen de school niet goed is, het zekere voor het onzekere nemen en mondbescherming gaan gebruiken.
  • En zeker niet met de klas gaan zingen…..

Aan de hand van het bovenstaande is het heel goed mogelijk prima de balans te houden tussen de volksgezondheid en het belang van de economie en de maatschappij.

We moeten ervan af, dat we ongefundeerd bang worden gemaakt, dat het virus ieder moment weer kan uitbarsten, als we weten dat we de grootste bron van de verspreiding, de superspreading events, hebben verboden. Laten we met elkaar nu vooral de energie besteden om de samenleving weer snel en slim op te starten op basis van goede analyses en data en niet op basis van loze kreten.

Last but not least: er zijn vele aanwijzingen, dat als het warmer en vochtiger wordt, de verspreiding van het virus verder vertraagd wordt , o.a. in dit onderzoek door het lab van Homeland Security in de US. Niet dat daarmee het virus volledig verdwijnt. In het najaar worden die omstandigheden weer ongunstiger. Maar dan hebben we al veel meer geleerd (althans dat zou zo moeten zijn), om zo goed mogelijk een grote verspreiding van het virus, zoals het de laatste anderhalve maand is geweest, te voorkomen.

P.S. In het licht van mijn bevindingen, lijkt me de keuze van het verplaatsen van de vergaderingen in het Kamergebouw naar de oude veel kleinere Tweede Kamer zaal niet echt verstandig. Als daar de ventilatie en verwarmingssysteem niet optimaal is afgesteld dan lopen de aanwezigen in de zaal (zowel leden van de regering, van de kamer en de pers op de balkons), onnodige risico’s.  Hoewel de Kamerleden doorgaans niet gezamenlijk zingen, is het wel zo dat alle aanwezigen op enig moment spreken en als er iemand toch besmet zou zijn, dan kan hij of zij naast de druppels (die steeds keurig door de kamerbedienden worden weggehaald) ook aerosols verspreiden. In de grote zaal, lijkt dat minder tot risico’s te leiden.

 

“We are collectively committing hara-kiri”

The theme is that there is a complete mismatch between the threat of the virus and the measures taken in many countries. Actually, macroeconomist Lars Juning best describes this with the expression “We are collectively committing hara-kiri“. He wrote a report for the EU in 2006 on the economic impact that a pandemic could have on the EU.

Because of the way governments are now reacting, the damage will be many times greater than he wrote in that report. He had not taken into account that many countries would be completely locked down, as in fact happened in the Netherlands.

If you really think, as the IMF has indicated, that economic growth in the Netherlands will only go down 8% this year, then you are living in dreamland. It gets much worse.

There is just a domino effect. If this crisis was only the case in one or two countries, the other countries could, as it were, pull those two countries out of the equation. But it’s the same everywhere. Soon Statistics Netherlands (CBS) will see by far the biggest drop in consumer confidence ever. And that also means a huge drop in consumer willingness to buy.

Even if, with a magic wand, we could make sure that we would no longer have any restrictive measures from 1 June next, the economic devastation would still be enormous. Especially since consumer behavior will change dramatically as a result of everything we are now experiencing. Will people gave enough confidence in the future, to resume old spending habits? Plus that this lockdown also brings a revaluation of what is important in life and what is not.

And even if you value the latter positively, it will still have huge consequences. Not only economically, but also socially. Companies at home and abroad go bankrupt. Employment is lost en masse. Self employed people get (much) less work.

I wouldn’t be surprised if 10% or more of employment is lost in the Netherlands. I am convinced that this year the record number of bankruptcies will be exceeded.

This will also lead to sharply increasing social tensions within society at home and abroad, but also between countries. It is waiting for the first major looting by hungry people in a hopeless situation in one of the countries in the world. And can’t we skip that?

History has shown that such a major global crisis (wars, famines) often leads to many tensions and revolutions.

The problem is that the Outbreak Management Teams in most countries in the world, are occupied only by doctors and epidemiologists (just like in the Netherlands). These are expert and great people, who (rightly) focus on the delay in the spread of the virus from their field of expertise.

And fortunately now (and in almost all countries, by the way) we are seeing a weakening of that increase in new infections. Fortunately, we did not make it to the 2400 people in our Dutch ICUs. We are now at 1,200 and that number is falling every day. Even though there are still quite a few problems in the care institutions, partly because people do not understand the role of ventilation and air circulation in the spread of the virus. This is also the explanation for the outbreaks on cruise ships and naval vessels. If so many people are infected at the same time, it is not because someone is infected, who then sneezes in the face of 500 others. That’s because of the aerosols floating around.

But no matter how acrimonious it may sound: precisely because there is unfortunately still a lot going on in the institutions, we do not notice that it is better under control outside those institutions than we already think.

That OMT and the government have a blind eye for an at least as important patient, who is also in the ICU and whose situation is critical: the Dutch economy and society. The Dutch economy and society are suffering major (and partly irreparable) damage.

It is high time that the OMT will expand to include people who know a lot about this important patient. And who understand that what Minister Wiebes proposes as a “1.5 meter society” is not only unfeasible, but also unnecessary. Nowhere in East Asia do you see such a nonsensical approach.

Look for example at how the Czech Republic has done the approach almost exemplary from the beginning. And on 18 March, for example, made mouth protection on the streets mandatory. With a population of 11 million, they have only lost an average of 3 people a day for the last three days! Do you think they continue as a 1.5 meter society?

The research of Peil.nl that will be published tomorrow, shows that a quarter of all workers indicate that it is impossible to work in their company/organization on the basis of a 1.5 meter society. And another 15% indicates that it is possible, but not without major consequences.

What Minister Wiebes has announced is unfortunately a proposal from a chamber scientist, who has little experience with what the real world looks like on a daily basis.

I hope Prime Minister Rutte and his Cabinet will soon come to their senses. And that he will realize that this patient also needs attention and care. And that the consequences, if that patient does not recover well, will be many times more serious (also with regard to public health) than reducing the number of patients in the ICU with COVID-19.

We must quickly come up with an intelligent exit strategy that strikes the right balance between reducing the increase in COVID-19 patients and giving the economy and society air to breathe again. If we don’t do that, Lars Juning is right. Then we have committed hara-kiri.

To conclude an e-mail I received from a Dutchman from Phuket in Thailand. He gives the perfect example of the imbalance between the scale of the threat of the virus and the approach of governments. And this is the case in almost all countries.

“I’ve been living in Phuket, Thailand, for 20 years now, since 2001. My experiences here: April 17, 2020. Casualties in Phuket by Corona: 0, we’ve been in a Lock down for two weeks.

On March 17, 2020 (4 weeks ago) I spent another 4 hours in a government building, because we had to renew our driver’s license. Picture this government building: with 150-200 man waiting for hours in a building. Almost everyone has to stand because there are only 10 seats. Then you have to go into a classroom with a group of 60 people where they play a 50 min video.

Nobody was wearing a mask at that moment. The term “social distancing” was unknown.

Thousands of Chinese tourists have landed in Phuket every day since Nov-Dec. Jan, Feb. It’s full house. Hardly anyone in Phuket wore a mask in mid-March. We certainly had no shortage of Chinese people.

Spread of the virus almost zero (or a spread but without any symptom, we don’t know).

2 weeks ago everything closed down here. The death toll was still 0. Lock down, hardly allowed to leave my house, masks on the street are mandatory. No alcohol sales. Almost everything’s closed. Don’t leave or enter my neighborhood.

That’s when I saw your quote: “humidity above 80% the virus can’t spread.”

I don’t know if it’s true, but I’ll take it as “true” for now.

In Phuket, we hardly ever get below 80% humidity. https://weather-and-climate.com/uploads/average-relative-humidity-thailand-phuket.png

That’s outside on the street. So transfer probability is or falls to zero. And yet we’ve been in a Lock down for two weeks.”

“We zijn collectief harikiri aan het plegen”

Het thema is dat er in heel veel landen een volledige mismatch is tussen de dreiging van het virus en de maatregelen die men neemt. Eigenlijk beschrijft de macro-econoom Lars Juning dit het best met de uitdrukking “We zijn collectief harikiri aan het plegen”.  Hij schreef in 2006 een rapport voor de EU

Door de wijze waarop regeringen nu reageren, wordt de schade vele malen groter dan hij in dat rapport geschreven had. Want waar hij geen rekening mee had gehouden, was dat vele landen volledig op slot zouden gaan, zoals in feite ook in Nederland is gebeurd.

Als je echt denkt, zoals het IMF heeft aangegeven,  dat de economische groei in Nederland maar 8% naar beneden gaat dit jaar, dan leef je in dromenland. Het wordt veel erger.

Er is gewoon al sprake van een domino-effect. Als deze crisis alleen maar  in één of twee landen het geval was, dan zouden de andere landen als het ware, die twee landen wel uit het slop kunnen trekken. Maar het is overal zo. Binnenkort komt het CBS met veruit de grootste daling van het consumentenvertrouwen ooit. En dat betekent ook een hele grote daling van de koopbereidheid van de consumenten.

Zelfs als we er nu met een toverstokje voor zouden kunnen zorgen dat we vanaf 1 juni a.s. geen enkele beperkende maatregel meer hebben, dan is de economische ravage nog steeds enorm groot. Vooral omdat het consumentengedrag ingrijpend zal veranderen door alles wat we nu meemaken. Hoeveel vertrouwen zal men hebben in de toekomst, zodat men het oude uitgavegedrag weer zal hervatten? Plus dat deze  lockdown ook een herwaardering brengt van wat men belangrijk vindt in het leven en wat niet.

En ook als je dit laatste positief waardeert gaat het toch gigantische gevolgen hebben. Niet alleen economisch, maar ook sociaal. Bedrijven in binnen- en buitenland gaan failliet. Werkgelegenheid gaat massaal verloren. ZZP-ers krijgen (veel) minder werk.

Mij zou niet verbazen als in Nederland 10% of meer van de werkgelegenheid verloren gaat. Ik ben ervan overtuigd dat dit jaar het record aantal aan faillissementen overtroffen zal worden.

Dit gaat in binnen- en buitenland ook leiden tot sterk toenemende sociale spanningen binnen de samenleving, maar ook tussen landen. Het is wachten op de eerste grote plunderingen door hongerige mensen in een uitzichtloze situatie in één van de landen in de wereld. En kan dat dan niet overslaan?

De geschiedenis heeft geleerd dat zo een grote wereldwijde crisis (oorlogen, hongersnoden) tot veel spanningen en revoluties leidt.

 

Het probleem is dat bij de Outbreak Management Teams in de meeste landen in de wereld, vrijwel alleen artsen en epidemiologen aan tafel zitten (net zoals in Nederland). Dat zijn deskundige en geweldige mensen, die zich (terecht) vanuit hun vakgebied, focussen op de vertraging van de verspreiding van het virus.

En gelukkig zien we nu (en trouwens in vrijwel alle landen) een afzwakking van die toename van de nieuwe besmettingen. We hebben de 2400 mensen op de IC’s  gelukkig niet gehaald. We staan nu op 1.200 en dat aantal daalt per dag. Zelfs terwijl er in de zorginstellingen nog behoorlijk veel problemen aan de hand zijn, mede doordat men ook niet begrijpt wat de rol van ventilatie en luchtcirculatie is bij het verspreiden van het virus. Dat is namelijk ook de verklaring voor de uitbraken op Cruise- en marineschepen. Als er zoveel mensen tegelijk besmet worden, dan komt het niet door een besmet iemand, die vervolgens in het gezicht niest van 500 anderen. Dat komt wel door de aerosols die rondzweven.

Maar hoe wrang het misschien ook klinkt: juist omdat er helaas nog veel aan de hand is in de instellingen zien we niet dat het buiten die instellingen beter onder controle is, dan we nu al denken.

Dat OMT en de regering hebben een blind oog voor een minstens zo belangrijke patiënt, die ook op het IC ligt en wiens situatie kritiek is: de Nederlandse economie en samenleving. Die loopt grote (en deels onherstelbare) schade op.

Het is hoog tijd dat het OMT wordt uitgebreid met mensen die veel verstand hebben van deze belangrijke patiënt. En die begrijpen dat wat Wiebes voorstelt als “1,5 meter samenleving” niet alleen onhaalbaar is, maar ook onnodig.

Nergens in Oost-Azië, zie je een dergelijke onzinnige aanpak. Kijk bijvoorbeeld eens naar hoe Tsjechië de aanpak vanaf het begin vrijwel voorbeeldig heeft gedaan. En o.a. op 18 maart mondbescherming op straat verplicht heeft gesteld. Bij een bevolking van 11 miljoen  hebben ze de laatste drie dagen gemiddeld per dag 3 doden! Denk je dat zij verder gaan als een 1,5 meter maatschappij?

Uit het onderzoek van Peil.nl dat morgen verschijnt komt o.a. dat een kwart van alle werkenden aangeeft dat het onmogelijk is in hun bedrijf/organisatie te werken op basis van een 1,5 meter maatschappij. En nog een 15% geeft aan dat wel mogelijk is, maar het zal grote consequenties hebben.

Wat Minister Wiebes heeft aangekondigd is helaas een voorstel van een kamergeleerde, die weinig ervaring heeft met hoe het in de echte wereld in de praktijk eruit ziet.

Ik hoop dat Premier Rutte en zijn kabinet snel bij zinnen komen. En door hebben dat die ene patient, waar ik het over heb, ook aandacht en zorg nodig heeft. En dat als die patient niet goed herstelt de  gevolgen nog vele malen ernstiger zullen zijn (ook t.a.v. de volksgezondheid) dan een mogelijke vertraging van het terugbrengen van het aantal patienten die op het IC liggen.

We moeten snel met een intelligente exit-strategie komen. Die gericht is een goede balans tussen het verminderen van de toename van COVID-19 patiënten en het weer adem geven aan de economie en de samenleving. Doen we dat niet dan krijgt Lars Juning gelijk. Dan hebben we harakiri gepleegd.

Ter afsluiting een mail, die ik kreeg van een Nederlander uit Phuket in Thailand. Het beschrijft  bij uitstek het voorbeeld van het gebrek aan evenwicht tussen de omvang van de dreiging van het virus en de aanpak van overheden. En dat is in vrijwel alle landen het geval.

Ik woon nu 20 jaar, sinds 2001, op Phuket, Thailand. Mijn ervaringen alhier: 17 April 2020. Doden in Phuket door Corona: 0, we zitten al twee weken in een Lockdown.

Op 17 maart 2020 (4 weken geleden) heb ik nog 4 uur doorgebracht in een overheidsgebouw want we moesten ons rijbewijs vernieuwen. Je kent het wel, overheidsgebouw: je staat met 150-200 man uren drukbepakt in een gebouw te wachten. Bijna iedereen moet staan want er zijn maar 10 stoelen. Dan moet je per groep van een man of 60 een klaslokaal aan waar ze een 50 min video draaien.
Niemand droeg op dat moment een masker. De term “social distancing” was onbekend. 
Er landen al sinds Nov-Dec dagelijks duizenden Chinezen toeristen in Phuket. Jan, Feb volle bak. Bijna niemand in Phuket droeg half maart een masker. We hadden zeker geen gebrek aan Chinezen.

Verspreiding van het virus bijna nul (of wel een verspreiding maar zonder enig symptoon, dat weten we niet).
2 weken geleden ging hier alles dicht. Doden aantal was nog steeds 0. Lockdown, mag mijn huis bijna niet meer uit, masks op straat zijn verplicht. Geen alcohol verkoop. Bijna alles is dicht. Kom mijn wijk niet meer uit of in.

Toen zag ik jouw quote: “luchtvochtigheid boven de 80% het virus zich niet kan verspreiden”.

Ik weet niet of het waar is maar ik neem het nu even aan alas “waar”.
In Phuket komen we bijna nooit onder de 80% luchtvochtigheid.
https://weather-and-climate.com/uploads/average-relative-humidity-thailand-phuket.png
Da’s buiten op straat. Overdracht kans is of daalt dus naar nul. En toch zitten we al twee weken in een Lockdown.

Daarom kenden we de superspread events niet

Bij de snelle verspreiding van het COVID-19 virus spelen de “superspread events” een grote (zelfs cruciale) rol, zoals ik hier ook uitleg. Maar waarom kenden we die dan niet eerder bij influenza (griep)?

Lees meer

That’s why the superspread events are so special

In the rapid spread of the COVID-19 virus, the “superspread events” play a major (even crucial) role, as I explain here.

But why didn’t we know them before with influenza (flu)?

Suddenly it dawned on me. And the answer teaches us even more about the smart exit policy to be pursued. (And that’s certainly not the unfeasible and unnecessary 1.5 meter economic approach of Minister Wiebes. It will give our economy and society an even bigger blow than it has already received because of the – understandable – lock down in the Netherlands).

I’ve been researching flu since 2009 via Peil.nl. This is an article of mine from 2010.  Every time during and after a flu epidemic I used the same questionnaire. This was also the case when the epidemic lasted for a long time in 2014-2015 and 2017-2018.

During the results I noticed something that I didn’t expect before, but when I saw it, I understood why it was so. Elderly people reported much less flu than young people!

The explanation for this was that older people build up immunity in their lives to the various influenza variants that “came by” over the years. This is much less the case with young people.

With this COVID-19 virus, no one has built up immunity. So older people can be infected just as easily as younger people. Plus, we know that elderly people have a significantly higher mortality rate than young people if they are infected.

We know that in the past two months there have been many meetings where a large proportion of those present have become infected. For example, that choir near Seattle that the LA Times did such a great study on. There has also been a large choir in the Netherlands where something similar has happened.

In Korea, Mulhouse, Bergamo and Kuala Lumpur we have well-documented superspread events. Also the carnival in Brabant belongs to it. The parades because of the international women’s day in Madrid on March 8th seems to have been such an event as well.

This kind of events have also been there during the flu epidemics in the past. But the big difference with this Corona virus is that the people present at those events had quite a lot (and certainly the elderly) resistance against that virus. The number of people that were infected then, was therefore, much less than on those occasions now. Plus that 10 to 20% of the elderly who get infected also die, (There is a suspicion that if you have been in an environment with flying viruses for a longer period of time, you have a greater chance of becoming seriously ill, than if that has only been for a short time. It also seems, that if it was an environment, where everyone sang loudly, like in a church or near a choir, more micro-drops would be brought into the air. An infected person among those present then it is already touched).

So after a super spread event a lot of people get sick and if elderly people were present the chance of death increases. That’s why we now realize that there are superspread events, where the Corona virus was spread en masse. While there used to be events like this, but because of the immunity of some of the people present, far fewer people were infected. So that people didn’t realize that the infection took place in such a place. And from the rebound we didn’t realize then how big the contribution of those meetings was.

But now we do know. The superspread meetings made a huge contribution to the spread of the Corona virus. Because in the Netherlands we have made it impossible for it to spread since the third week of March (except for the church meetings with up to 30 visitors) this spread no longer takes place. I think that this contribution to lowering the R0, the reproduction factor, of stopping those meetings has been greater than staying at a distance from each other.  Here I have worked that out arithmetically.

Whether that means that we shouldn’t be allowed to do this kind of meetings for a long time, doesn’t seem to me to be the right conclusion. On the contrary, we should try to determine very carefully in churches, theatres, cinemas and in the open air whether we can prevent large infections from taking place. By organising certain meetings. With different variants in the execution.

In any case to ensure good ventilation and the right level of humidity.
Preferably in rooms with high ceilings.
Do not sing together.
In the first phase only people under 30, 40 years of age.
To be tested by meetings with mouth caps and without mouth caps.
Make a good record of who was present and let the people present promise to participate in research. Agree that if someone falls ill they will report it.
Plus one week after the meeting and two weeks afterwards, sending everyone a questionnaire and establishing whether any infections have taken place.

On this basis we learn what is going well and where the problems are.

I wouldn’t be surprised if we could actually go to the theatre and cinema with mouth protection quite soon. And that festivals in the open air, under certain conditions, can be held soon as well.

In the meantime, if we learn through this approach, which makes these kinds of activities possible and what you can’t do, then we’re just on our way to the new normal.

Just shouting that we have to do everything at 1.5 meters from now on is not only impractical, but also completely unnecessary. Plus that the disadvantages for the economy and society are far too great.