Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Word dan lid

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Wat verwacht men van het nieuwe kabinet?

Wat verwacht men van het nieuwe kabinet? - 114374
Samenvatting van het artikel

Op basis van de teksten van de kiezers van de 7 grootste partijen is een rapport gemaakt van de verwachtingen van die kiezers over het nieuwe (minderheids-)kabinet

Lees volledig artikel: Wat verwacht men van het nieuwe kabinet?

Leestijd: 26 minuten

Meetmethode

Aan de kiezers is gevraagd om in eigen woorden aan te geven wat ze verwachten van het nieuwe kabinet. Via een speciale AI-tool van Peil.nl zijn die antwoorden van de respondenten omgezet in dit rapport. Voor de kiezers van de grootste 7 partijen bij TK2025 is dat geanalyseerd, hetgeen geleid heeft tot een apart hoofdstuk in dit artikel.

Eerst de samenvatting van de bevindingen van de kiezers van de zeven partijen met daarin de verwijzing naar het specifieke hoofdstuk.

Samenvatting

Dit rapport brengt de verwachtingen samen die kiezers van zeven partijen uitspraken bij het aantreden van het nieuwe minderheidskabinet onder leiding van premier Jetten (D66–VVD–CDA). Per partijgroep worden de voornaamste thema’s en het overheersende sentiment weergegeven. De bevindingen zijn gebaseerd op open antwoorden en weerspiegelen de stemming onder de ondervraagde achterbannen op het moment van kabinetsformatie.

D66 (17%)

D66-kiezers ontvangen het kabinet met voorzichtig optimisme, maar dat optimisme is uitdrukkelijk conditioneel. Men waardeert de rustige bestuurssfeer en het pragmatische minderheidsprofiel, en ziet het zoeken van wisselende meerderheden als een kans voor democratische vernieuwing. De prioriteiten liggen bij klimaat, stikstof, woningbouw en defensie — dossiers waarop men realisatie haalbaar acht. Tegelijkertijd klinkt scepsis over de VVD: men vreest dat D66-ambities op klimaat en sociale rechtvaardigheid worden afgezwakt door de dominantie van de liberalen in het akkoord. Sociale ongelijkheid is een terugkerend punt van zorg: bezuinigingen op zorg en uitkeringen worden kritisch ontvangen, en men verwacht dat de zwaksten in de samenleving onevenredig worden getroffen. De toon is weloverwogen en betrokken — D66-kiezers zijn de meest genuanceerde en inhoudelijk georiënteerde groep in het onderzoek. Men geeft het kabinet het voordeel van de twijfel, maar stelt wel duidelijke voorwaarden aan duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en eerlijke lastenverdeling. Het minderheidsprofiel wordt als democratisch experiment verwelkomd, niet als zwakte.
Ga naar het D66-rapport

CDA (12%)

CDA-kiezers staan pragmatisch en gematigd sceptisch tegenover het kabinet. Men waardeert de rustige toon en de aanwezigheid van Bontebal als herkenbaar CDA-gezicht, en erkent dat defensie, woningbouw en stikstofaanpak realiseerbare doelen zijn. De dominante zorg is echter of het CDA voldoende eigen profiel behoudt in een coalitie die door velen als VVD-gedomineerd wordt ervaren. Bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid roepen breed onbehagen op — men accepteert de noodzaak van hervormingen, maar wil niet dat de kwetsbare medemens de prijs betaalt. De minderheidspositie wordt met gemengde gevoelens ontvangen: men ziet de democratische logica ervan, maar twijfelt of daadkracht mogelijk is als voor elk besluit externe steun nodig is. Het sentiment is realistisch en nuchter — geen groot enthousiasme, maar ook geen fundamentele verwerping. CDA-kiezers willen het kabinet een eerlijke kans geven, maar rekenen wel op zichtbare christendemocratische accenten in het beleid.
Ga naar het CDA-rapport

VVD (14%)

VVD-kiezers zijn de meest verdeelde en intern tegenstrijdige groep. Een groot deel is teleurgesteld: men stemde op de VVD voor een rechts koers, maar ervaart dat D66 de coalitie naar links heeft getrokken. Het verwijt dat de VVD zich heeft laten inpakken door D66 klinkt breed. Tegelijkertijd bestaat er intern ongenoegen over de bezuinigingen: een opvallend deel van de eigen achterban verwerpt de kortingen op zorg, WW en AOW als asociaal en onherkenbaar VVD-beleid. Defensie is het enige dossier dat breed steun geniet. Migratie staat hoog op de agenda, maar men heeft weinig vertrouwen dat het kabinet de instroom daadwerkelijk beperkt. De box-3 belastingplannen worden door velen als een aanslag op de middenklasse ervaren. Het minderheidsprofiel wordt als structurele handicap gezien: zonder meerderheid is daadkrachtig bestuur onmogelijk. Het overheersende sentiment is scepsis en teleurstelling, niet zozeer ideologische afwijzing — men had meer van een VVD-geleide coalitie verwacht.
Ga naar het VVD-rapport

GroenLinks-PvdA (13%)

GroenLinks-PvdA-kiezers zijn verreweg de meest ideologisch eensgezinde en kritische groep. Het kabinet wordt breed als een ‘VVD-kabinet’ beschouwd: D66 en CDA worden ervan beschuldigd zich te hebben laten inpakken door Yesilgöz, terwijl de sterkste schouders de bezuinigingen dragen in plaats van de zwaarste lasten. De kernkritiek is sociaal-economisch: eigen risico omhoog, WW korter, WIA aangescherpt — terwijl vermogens, hypotheekrenteaftrek en bedrijfswinsten ongemoeid blijven. Dit wordt als fundamenteel onrechtvaardig ervaren. Klimaat- en stikstofbeleid wordt deels erkend als stap vooruit, maar de financiering ervan ligt bij burgers in plaats van bij het bedrijfsleven. Defensie-uitgaven worden conditioneel geaccepteerd — mits gefinancierd via de rijken, niet via sociale afbraak. De minderheidspositie wordt niet als democratische kans gezien, maar als bewijs van zwakte. Tegelijkertijd leeft de strategische hoop dat de oppositierol van de eigen fractie kan worden benut om de ergste plannen tegen te houden. De toon is politiek verontwaardigd, soms verdrietig, maar nooit apathisch.
Ga naar het GroenLinks/PvdA-rapport

JA21 (6%)

JA21-kiezers vormen een homogeen negatieve groep met een breed gedeeld gevoel van politieke teleurstelling. Het kabinet wordt op drie fronten afgewezen: ideologisch (te links, D66-gedomineerd), inhoudelijk (migratie wordt niet aangepakt, klimaatbeleid is kostbaar en zinloos) en procesmatig (JA21 zelf was ten onrechte buitengesloten). De aanwezigheid van D66 is voor vrijwel iedereen het centrale bezwaar; Jetten geniet het diepste wantrouwen. Migratie en asiel zijn het emotioneel zwaarst geladen thema — men verwacht dat de asielinstroom onverminderd doorgaat terwijl de kosten worden neergelegd bij de werkende middenklasse en ouderen. Klimaatbeleid wordt als ‘waanzin’ afgedaan. Financieel worden bezuinigingen op zorg, WW en AOW breed verworpen, terwijl men tegelijkertijd eist dat er bezuinigd wordt op asielopvang en klimaat. Uniek in het onderzoek: een deel hoopt actief dat het kabinet zo weinig mogelijk realiseert, en beschouwt de minderheidspositie als een gelukkige beperking. Nieuwe verkiezingen worden breed verlangd.
Ga naar het JA21-rapport

PVV (17%)

PVV-kiezers combineren het diepste gevoel van democratische uitsluiting met de felste inhoudelijke afwijzing van het kabinetsbeleid. De PVV was de grootste partij — en zit toch in de oppositie. Dit wordt door de achterban breed ervaren als kiezersbedrog en als bewijs dat het democratische systeem niet meer naar behoren functioneert. Migratie en asiel zijn het meest emotioneel geladen thema: de overtuiging dat niets aan de instroom verandert is bijna universeel, en de toon is intenser dan bij alle andere partijgroepen. D66 en Jetten worden gepersonifieerd als de eigenlijke machthebbers van een kabinet dat in essentie Rutte V is — dezelfde structurele problemen, dezelfde bestuurscultuur. Sociale en financiële zorgen zijn breed: ouderen, middenklasse en chronisch zieken voelen zich dubbel geraakt. Het klimaat- en stikstofbeleid wordt als kostbare ideologie verworpen. De roep om nieuwe verkiezingen is luider en concreter dan bij enige andere groep. De minderheidspositie van het kabinet wordt niet als democratisch experiment gezien, maar als bewijs van inherente zwakte.
Ga naar het PVV-rapport

FVD (5%)

FVD-kiezers onderscheiden zich van alle andere groepen door een overkoepelend interpretatiekader dat het kabinet plaatst in een supranationale context. Het kabinet wordt niet primair beoordeeld op beleidsinhoud, maar gezien als uitvoerder van een agenda van het WEF, de EU en de NAVO — bewust ten koste van de Nederlandse soevereiniteit en bevolking. Begrippen als ‘Agenda 2030’, ‘globalistische agenda’ en ‘EU-vazallen’ zijn alomtegenwoordig. Klimaat- en stikstofbeleid wordt als een bewust gecreëerde ‘hoax’ beschouwd die economische afbraak dient. Steun aan Oekraïne en NAVO-uitgaven worden niet als defensieve noodzaak gezien, maar als onderdeel van een door de VS geleide oorlogseconomie. Migratie wordt sterker dan bij andere partijen gekoppeld aan bewuste demografische verandering. De box-3 plannen worden als confiscatie ervaren; men vreest een vlucht van vermogen en kenniswerkers. Meest verontrustend: een deel van de respondenten heeft het vertrouwen in het democratisch systeem zelf verloren — men spreekt over gefraudeerde verkiezingen en ziet heil eerder in internationale politieke verschuivingen dan in Nederlandse parlementaire oplossingen.

Slotbeschouwing: partijoverstijgende patronen

Over alle zeven partijgroepen heen tekenen zich een aantal opvallende patronen af. Ten eerste is de zorg over sociale rechtvaardigheid en lastenverdeling universeel — van D66 tot FVD klinkt de klacht dat de kwetsbare burger opdraait voor de kosten van kabinetsbeleid, zij het met uiteenlopende diagnoses over de oorzaak. Ten tweede is de VVD-dominantie paradox opvallend: elke partijgroep ervaart dat de VVD te veel of juist te weinig invloed heeft. Ten derde is defensie het enige breed gedragen dossier, al is de financiering ervan bij vrijwel alle groepen een twistpunt. Ten vierde loopt het sentiment langs een duidelijk spectrum van links naar rechts: D66-kiezers zijn het meest genuanceerd positief, CDA-kiezers pragmatisch nuchter, VVD-kiezers teleurgesteld, GroenLinks-PvdA-kiezers verontwaardigd, en JA21, PVV en FVD-kiezers zijn fundamenteel afwijzend — waarbij FVD als enige ook het systeem zelf ter discussie stelt. Het kabinet treedt aan met een brede legitimiteitskloof die de inhoudelijke uitdagingen ruimschoots overstijgt.
Ga naar het FVD-rapport

Verwachtingen van D66-kiezers

1. Verlangen naar rust, stabiliteit en daadkracht

Een van de meest terugkerende thema’s in de antwoorden is het verlangen naar rust en stabiliteit na een turbulente politieke periode. Veel D66-kiezers verwijzen expliciet naar de chaotische periode onder het vorige kabinet — met name naar de PVV-BBB-coalitie — en spreken hun hoop uit dat het nieuwe kabinet een normalisering van het politieke klimaat brengt. Zinnen als ‘eindelijk normaal’, ‘einde aan het gedonder’ en ‘rust terugbrengen’ komen veelvuldig terug. Tegelijk is er een sterk verlangen naar daadkracht: kiezers willen dat het kabinet keuzes durft te maken en niet alles blijft uitstellen. ‘Eindelijk knopen doorhakken’, ‘stoppen met praten en daden stellen’, en ‘doorpakken op de grote dossiers’ zijn veel gehoorde formuleringen. De kiezers zijn duidelijk: ze zijn de stagnatie moe en willen resultaten zien.

2. Prioritaire beleidsthema’s

D66-kiezers benoemen een brede waaier aan beleidsprioriteiten. De meest genoemde thema’s zijn — in volgorde van frequentie — stikstof, woningbouw, defensie, klimaat/milieu en onderwijs. Het stikstofprobleem wordt door verreweg de meeste respondenten aangemerkt als een langlopend, urgent dossier dat nu eindelijk opgelost moet worden. Ook de woningcrisis wordt breed gevoeld: respondenten hopen op concrete stappen in de bouw van nieuwe woningen, met name voor jongeren en mensen met lagere inkomens. Meer geld naar defensie wordt door velen als noodzakelijk én realistisch beschouwd — dit zal waarschijnlijk gerealiseerd worden, zo is de inschatting. Investeringen in onderwijs en klimaatbeleid worden ook frequent genoemd, waarbij kiezers hopen dat bezuinigingen op onderwijs teruggedraaid worden en dat klimaatambities overeind blijven. Minder dominant, maar zeker aanwezig, zijn thema’s als migratie/asiel, veiligheid, de energietransitie en netcongestie.

3. Het minderheidskabinet: kans én risico

Een opvallend deel van de D66-kiezers ziet het minderheidskabinet als een positief staatkundig experiment. Ze hopen dat het leidt tot een betere werking van de democratie: wisselende meerderheden per onderwerp, meer dialoog en minder voorgekookte akkoorden. ‘Consensus zoeken wordt het nieuwe normaal’, schrijft een respondent hoopvol. Tegelijk is dit precies ook de grootste bron van onzekerheid. Velen betwijfelen of de oppositie constructief genoeg zal zijn. ‘Als de oppositie uit landsbelang denkt, kan er veel’, stelt een kiezer, maar men vreest dat partijpolitiek en eigenbelang roet in het eten gooien. De kansen op realisatie van plannen worden door de meeste respondenten als matig tot redelijk beoordeeld — sterk afhankelijk van de medewerking van met name GroenLinks-PvdA en JA21.

4. Scepsis over de VVD-invloed

Een bijzonder opvallend thema onder D66-kiezers is de openlijke scepsis — en soms regelrechte vijandigheid — jegens de VVD als coalitiegenoot. Meerdere respondenten stellen dat het akkoord een sterk VVD-signatuur heeft, terwijl D66 toch de grootste partij is en de premier levert. Uitspraken als ‘dit is een VVD-kabinet’, ‘de VVD heeft zich de zaak toegeëigend’ en ‘ik hoop dat de VVD zich gedraagt’ zijn tekenend. Sommige kiezers betreuren dat GroenLinks-PvdA niet meedoet, wat zij toeschrijven aan de VVD. Er is ook bezorgdheid dat de VVD — met Financiën in handen — de vinger op de knip houdt en ambitieuze investeringen blokkeert. Deze interne spanning binnen de coalitie wordt door D66-kiezers als een serieus risico ervaren.

5. Sociale zorgen en eerlijke lastenverdeling

Een deel van de D66-kiezers maakt zich zorgen over de sociale component van het akkoord. Er is kritiek op de bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid, en op het feit dat hogere inkomens en vermogens ontzien worden terwijl werkenden en mensen met lagere inkomens de rekening betalen. ‘Lasten worden oneerlijk verdeeld’ en ‘had socialer gemoeten’ zijn veelgehoorde geluiden. Hoewel D66-kiezers in het algemeen pragmatisch zijn over de noodzaak van hervormingen, willen ze dat de pijn eerlijk verdeeld wordt. Bezuinigingen op onderwijs worden specifiek bekritiseerd als onverstandig en contraproductief voor de lange termijn.

Conclusie D66-kiezers

D66-kiezers zijn over het algemeen voorzichtig optimistisch over het nieuwe minderheidskabinet, maar hun optimisme is sterk conditioneel. Ze zien de ambitie en de kwaliteit van de bewindslieden, en hopen dat het kabinet eindelijk de langlopende dossiers aanpakt die jarenlang zijn blijven liggen. Tegelijk zijn ze realistisch: de slagingskans hangt sterk af van de constructieve houding van de oppositie. De spanningen met de VVD en de zorgen over sociale rechtvaardigheid zijn voor een significant deel van de achterban een bron van twijfel. Als het kabinet erin slaagt om op stikstof, wonen, onderwijs en defensie concrete resultaten te boeken — met respect voor klimaat en sociale cohesie — dan zullen deze kiezers tevreden zijn. De lat ligt hoog, maar de wil om dit experiment te laten slagen is er duidelijk.
Ga naar de Samenvatting

Verwachtingen van CDA-kiezers

1. Rust, stabiliteit en normaal bestuur

Net als bij D66-kiezers is het verlangen naar rust en stabiliteit een dominant thema in de antwoorden van CDA-kiezers — maar het klinkt hier misschien nog nadrukkelijker. Veel respondenten verwijzen impliciet of expliciet naar de chaotische periode onder het vorige kabinet en spreken hun hoop uit dat het nieuwe kabinet een einde maakt aan politieke ruzies en onrust. Uitspraken als ‘normaal doen terugbrengen’, ‘rust en degelijkheid’, ‘stabiel en professioneel bestuur’ en ‘geen geschreeuw meer’ zijn veelgehoord. CDA-kiezers waarderen van oudsher bestuursverantwoordelijkheid en continuïteit, en dat patroon is duidelijk zichtbaar in deze reacties. Opvallend is ook de hoop op fatsoenlijk en integer bestuur — met bewondering voor de stijl van Bontebal, die als ‘beschaafd’ en ‘constructief’ wordt omschreven. Tegelijk klinkt bij sommigen de zorg dat beschaafdheid alleen niet genoeg is om resultaten te boeken tegenover een opdringerige VVD.

2. Prioritaire beleidsthema’s

De beleidsthema’s die CDA-kiezers het vaakst noemen overlappen deels met die van D66-kiezers, maar met een iets andere nadruk. Stikstof, woningbouw en defensie staan ook hier bovenaan. Het stikstofprobleem wordt als urgent en al te lang uitgesteld ervaren. Woningbouw wordt door velen genoemd als een concrete, dringende opgave. Investeringen in defensie — richting de NAVO-norm — worden door een duidelijke meerderheid realistisch en noodzakelijk geacht en zijn een van de thema’s waarop kiezers de meeste vertrouwen hebben dat het kabinet dit daadwerkelijk zal realiseren. Opvallend voor CDA-kiezers is de relatief sterke nadruk op asielbeleid en migratie als prioriteit, evenals veiligheid en meer blauw op straat. Ook de energietransitie, onderwijs en het versterken van de internationale positie van Nederland — met name binnen de EU en de NAVO — worden frequent genoemd. Dit sluit aan bij het traditioneel christendemocratische beeld van een sterk, verantwoordelijk Nederland in een sterk Europa.

3. Gematigd scepticisme over realisatie

Een opvallend kenmerk van de CDA-achterban in dit onderzoek is het pragmatische, soms ronduit sceptische realisme over wat het kabinet daadwerkelijk zal kunnen bereiken. Velen begrijpen en accepteren het principe van een minderheidskabinet, maar zien ook de kwetsbaarheid ervan. De zin ‘het valt of staat met de medewerking van de oppositie’ is in vele varianten terug te vinden. Sommige respondenten verwachten dat het kabinet weinig of niets zal realiseren vanwege de afhankelijkheid van wisselende meerderheden. Een kleiner deel is ronduit negatief en verwacht dat het kabinet niet de volle termijn zal uitzitten. De realistischer ingestelde meerderheid geeft het kabinet ‘het voordeel van de twijfel’ en wil het een eerlijke kans geven, maar heeft gematigde verwachtingen. Defensie-uitgaven worden het vaakst als haalbaar aangemerkt; bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid worden juist het meest sceptisch beoordeeld op haalbaarheid.

4. Sociale rechtvaardigheid en zorg over bezuinigingen

Een opvallend sterk thema onder CDA-kiezers is de zorg over de sociale rechtvaardigheid van de plannen. Meerdere respondenten stellen dat de lasten oneerlijk worden verdeeld: de lagere en middeninkomens betalen de rekening, terwijl hogere inkomens en grote vermogens worden ontzien. Kritiek op de bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid klinkt breed. Specifiek worden de verhoging van het eigen risico in de zorg, de aanpassingen in de WW en de AOW-leeftijdsverhoging genoemd als maatregelen die de kwetsbare groepen onevenredig zwaar treffen. Dit is opvallend, want traditioneel is CDA een partij die de bescherming van kwetsbare groepen en het solidariteitsprincipe hoog in het vaandel heeft. Die zorg leeft duidelijk bij de achterban. Tegelijk is er begrip voor de noodzaak van ingrijpende keuzes — mits die eerlijk worden verdeeld.

5. Kritiek op VVD-dominantie en positie van CDA

Evenals bij D66-kiezers is er ook onder CDA-kiezers duidelijke onvrede over de dominantie van de VVD in het coalitieakkoord en het kabinet. Meerdere respondenten noemen het kabinet expliciet een ‘VVD-kabinet’, en enkelen zijn ronduit boos over de wijze waarop de VVD haar stempel drukt op het beleid — ten koste van de andere coalitiepartijen. Bontebal wordt door sommigen bewonderd om zijn beschaafde stijl, maar tegelijk wordt gevreesd dat juist die beschaafdheid hem kwetsbaar maakt tegenover de assertievere VVD-opstelling. Een enkeling vreest dat het CDA ‘vermalen en doodgezwegen’ zal worden in dit kabinet. Er is ook kritiek op de afwezigheid van GroenLinks-PvdA in de coalitie, die door sommige CDA-kiezers wordt geweten aan de VVD. Dit toont een interessante spanning: de CDA-achterban wil een stabiele, brede coalitie maar ziet de VVD als een remmende kracht.

Conclusie VVD-kiezers

CDA-kiezers benaderen het nieuwe minderheidskabinet met een combinatie van gematigd vertrouwen en realistisch pragmatisme. Ze waarderen de ambitie om langlopende dossiers — stikstof, woningbouw, defensie, asiel — eindelijk aan te pakken, en ze hopen op rust en fatsoenlijk bestuur na een turbulente periode. Tegelijk is de scepsis over de haalbaarheid groter dan bij D66-kiezers: men ziet de kwetsbaarheid van de minderheidspositie en vreest dat de oppositie niet constructief genoeg zal zijn. De nadrukkelijke zorg over sociale rechtvaardigheid en de kritiek op VVD-dominantie zijn opvallende signalen dat de CDA-achterban niet blind is voor de interne spanningen binnen de coalitie. Voor Bontebal en het CDA ligt er een duidelijke opdracht: zichtbaar opkomen voor de meer kwetsbare groepen in de samenleving, én de eigen politieke identiteit bewaken temidden van een kabinet dat in de ogen van veel kiezers te sterk door de VVD wordt gedomineerd.
Ga naar de Samenvatting

Verwachtingen van VVD-kiezers

1. Dominante stemming: scepticisme en wantrouwen

Het meest opvallende kenmerk van de VVD-achterban in dit onderzoek is het brede scepticisme over de haalbaarheid van de kabinetsdoelen. Een groot deel van de respondenten verwacht weinig tot niets van dit kabinet — en onderscheidt zich daarmee van D66- en CDA-kiezers, die overwegend voorzichtig optimistisch zijn. Uitspraken als ‘er komt niets van terecht’, ‘wordt niets’, ‘valt binnen een jaar’ en ‘weer veel beloven, weinig doen’ zijn talrijker dan in enige andere partijgroep. Dit scepticisme kent twee oorzaken. Ten eerste de minderheidspositie: velen zien het ontbreken van een parlementaire meerderheid als een structurele handicap die doortastend bestuur onmogelijk maakt. Ten tweede — en hier onderscheidt de VVD-achterban zich duidelijk — het diepe wantrouwen jegens D66 als coalitiegenoot. De combinatie van beide factoren leidt bij een flink deel van de respondenten tot de verwachting dat dit kabinet geen vier jaar zal overleven.

2. D66 als breekpunt: de coalitie als bron van frustratie

Geen enkel thema domineert de VVD-reacties zo sterk als de negatieve perceptie van D66. Terwijl D66- en CDA-kiezers de VVD bekritiseren als te dominant, is bij VVD-kiezers het omgekeerde gevoel wijdverbreid: men vreest dat D66 het kabinetsbeleid naar links zal trekken en de rechtse verkiezingsuitslag effectief om zeep helpt. ‘Nederland stemde rechts maar krijgt een links kabinet’, ‘Jetten is na de verkiezingen linksaf geslagen’ en ‘D66 is onbetrouwbaar’ zijn veelgehoorde klachten. Sommige respondenten geven expliciet aan strategisch op de VVD te hebben gestemd — juist om GroenLinks-PvdA klein te houden — en zijn teleurgesteld dat D66 nu de coalitie leidt. Er is forse kritiek op specifieke D66-ministers en op de wijze waarop de kandidaatstelling verlopen is. Een aantal respondenten betreurt het ontbreken van JA21 in de coalitie en had liever een meer uitgesproken rechtse combinatie gezien. Dit D66-sentiment is in de VVD-achterban uniek sterk: het is niet een randverschijnsel, maar een breed gevoelde bron van onvrede.

3. Prioritaire thema’s: migratie, defensie en koopkracht

De beleidsthema’s die VVD-kiezers het vaakst noemen wijken duidelijk af van die van D66- en CDA-kiezers. Migratie en asielbeleid staan met grote voorsprong bovenaan: het indammen van de asielinstroom is voor een groot deel van de VVD-achterban de absolute prioriteit, en tegelijk het punt waarop men de minste vertrouwen heeft dat het kabinet zal leveren. ‘Er komt niets aan asiel’, ‘de deuren staan wagenwijd open’ en ‘D66 blokkeert streng asielbeleid’ zijn representatieve geluiden. Investeringen in defensie worden, net als bij de andere partijgroepen, breed gedragen en als realistisch haalbaar beschouwd. Woningbouw en stikstof worden ook frequent genoemd, maar met meer scepsis over de uitkomst. Een sterk VVD-specifiek thema is de zorg over belastingverzwaring en de lastenverdeling: velen maken zich zorgen dat de werkende middenklasse de rekening betaalt voor defensie, klimaat en asielopvang, terwijl vermogenden en grote bedrijven worden ontzien. Economische stabiliteit en het vestigingsklimaat voor bedrijven zijn eveneens terugkerende aandachtspunten.

4. Sociale zekerheid: bezuinigingen die pijn doen bij de eigen achterban

Een opvallende interne spanning in de VVD-reacties is de verdeeldheid over de voorgenomen bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid. Terwijl een deel van de achterban deze hervormingen noodzakelijk acht en steunt, is een duidelijke minderheid kritisch — ook vanuit een typisch VVD-perspectief. Men vreest dat de bezuinigingen de middenklasse en ouderen onevenredig zwaar treffen, dat de verhoging van het eigen risico in de zorg te ver gaat, en dat de inkorting van de WW de verkeerde groep raakt. De AOW-leeftijdsverhoging is eveneens omstreden: meerdere respondenten — ook ouderen die zichzelf als VVD-stemmers identificeren — zijn expliciet tegen. Opvallend is ook de kritiek dat hoge inkomens en grote vermogens te weinig bijdragen, wat zelden een klassiek VVD-geluid is. Dit wijst erop dat het coalitieakkoord op sociaaleconomisch vlak de eigen kiezers niet eenduidig overtuigt.

5. Een minderheid van positieve geluiden

Ondanks het overwegend negatieve sentiment is er een herkenbare minderheid van VVD-kiezers die het kabinet positief tegemoet treedt. Zij waarderen de ambitie om eindelijk de grote dossiers aan te pakken, zien de kwaliteit van een deel van de bewindslieden, en zien in het minderheidskabinet juist een democratische kans: doordat elke maatregel draagvlak moet verwerven, worden besluiten beter gewogen. ‘Eindelijk orde in de chaos’, ‘goede plannen die nu uitgevoerd moeten worden’ en ‘geef ze een eerlijke kans’ zijn geluiden die ook klinken. Opvallend is dat ook binnen deze positieve groep de zorgen over D66 en de haalbaarheid van de migratieplannen frequent opduiken — het optimisme blijft daardoor veelal conditioneel.

Conclusie VVD-kiezers

De VVD-achterban is de meest verdeelde en de meest uitgesproken kritische kiezersgroep in dit onderzoek. Het overheersende gevoel is er een van teleurstelling en scepsis: men vindt het kabinet te links, vreest D66-invloed, gelooft niet in de haalbaarheid van een streng asielbeleid en twijfelt aan de overlevingskansen van een minderheidskabinet. Defensie is het enige dossier waarop de achterban breed positief is. De lastenverdeling en de bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid liggen intern gevoelig. Voor de VVD als partij stelt dit een serieuze uitdaging: de kiezer verwacht een herkenbaar rechts-liberaal profiel, maar ziet dat profiel in dit kabinet slechts gedeeltelijk terug. De komende maanden zullen moeten uitwijzen of het kabinet de eigen achterban weet te overtuigen — of dat de teleurstelling verder verdiept.
Ga naar de Samenvatting

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

 
Gemeenteraadsverkiezings patronen - 114292
2026: de start van de grote economische impact van AI - 114346