Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » 23 vragen voor RIVM en persco Rutte op de 23ste

23 vragen voor RIVM en persco Rutte op de 23ste

Samenvatting van het artikel

nieuws! Vandaag houden zowel het RIVM als Rutte & De Jonge persconferenties. Misschien dat de vragen van de pers dit keer hout snijden. Mocht men beslagen ten ijs willen komen, dan heb ik hier in ieder geval een twintigtal prangende vragen onder elkaar gezet met uitleg. Aan de media: stel ze gewoon, het doet geen pijn.

Lees volledig artikel
Leestijd: 6 minuten

Vandaag krijgen we zowel de nieuwe weekrapportage van het RIVM, inclusief toelichting, als de persconferentie van Rutte en De Jonge. In een apart blog leg ik uit hoe tegen de weekrapportage aan gekeken moet worden. Daarnaast treft u hier de vragen aan, die ik zou willen stellen als ik journalist was:

Aantal uitgevoerde testen

  1. Bij de wekelijkse overzichten van het RIVM van het aantal positief getesten en de berekende reproductiefactor blijkt het aantal uitgevoerde testen een belangrijke component te zijn bij de vaststelling van de cijfers. Uit de dagelijkse GGD-cijfers is op te maken dat er een duidelijk patroon is naar dag in de week. Maar ook zien we duidelijk lagere cijfers tijdens Kerst, in de dagen rondom Oud en Nieuw, vanaf 25 januari toen er ophef was over het GGD-datalek en de keren dat de teststraten gesloten waren door het weer (zoals zondag 7 februari en maandagochtend 15 februari). Als rond de 10% van degenen die komen positief worden getest, dan betekent de komst van 30.000 personen meer of minder een verschil van 3000 positief getesten. Dat de reproductiefactor op 29 januari hoger lag dan op 22 januari is volledig toe te schrijven aan het feit dat in de week van de 25e januari er door het GGD-datalek naar schatting 20.000 personen minder zijn komen testen. Toch wordt daar bij de rapportage van het RIVM en bij de interpretatie van de regering en de media niet op gewezen.  Waarom wordt op dat soort schommelingen niet gecorrigeerd en/of niet expliciet op gewezen?
  2. De totaaltelling van deze week laat een stijging zien van rond de 4000 ten opzichte van de vorige week. Maar de vorige week is beïnvloed door het feit dat maandagochtend de teststraten dicht waren wegens ijzel en dat in de dagen ervoor er winterse weersomstandigheden waren. In welke mate is de stijging van deze week toe te schrijven aan een echte stijging van besmettingen onder de bevolking en in welke mate door de gevolgen van het weer voor de testbereidheid? Zeker nu we weten dat de afgelopen drie dagen de opnames in de ziekenhuizen van patiënten volgens LCPS gemiddeld 134 per dag waren en de week ervoor 170.
  3. Inmiddels worden schoolkinderen van de basisschoolleeftijd wel getest, terwijl dat voorheen niet het geval was. Ook bij hen zien we een percentage van rond de 10% positief. Circa 3000 van de personen die nu bij de teststraten komen zijn van deze leeftijd. Houdt deze verruiming niet in dat er per dag inmiddels 300 personen meer positief worden getest en heeft dat ook niet een verhogend effect op de reproductiefactor?
  4. Na Lansingerland in januari zijn er nog drie gemeentes/stadsdelen geweest waar de bevolking is opgeroepen om zich te laten testen (Bunschoten, Dronten en Charlois). Deze personen zijn zowel opgenomen in het aantal uitgevoerde testen als in het aantal positieve uitslagen. Dat beinvloedt zowel het percentage positief als het aantal positieven. Zou het niet veel verstandiger zijn om die groep personen, plus andere groepen die specifiek worden uitgenodigd (in het kader van een evenement of iets dergelijks) volledig buiten de tellingen van GGD en RIVM te houden? Want op die manier zal het meer testen automatisch toch leiden tot meer positieve uitslagen en dus ook tot een verhoging van de reproductiefactor

De Britse mutant

  1. Op 31 januari presenteerde Prof. van Dissel deze grafiek. Dit is de basis voor de uitspraken begin februari dat op dat moment al twee derde deel van de besmettingen de Britse variant betroffen. In de rapportage van het OMT staat dat de score van de laatste week in januari 23% was, lager dan een week ervoor. Dus een daling van het aandeel van de Britse variant. Inmiddels is bekend dat er sprake was van hetzij hele kleine steekproeven, hetzij helemaal geen steekproeven. Kunt u per week vanaf begin december de omvang van de steekproef melden en het aantal aangetroffen Britse mutanten erbij? Een vraag die dan ook in me opkomt, is: hoe kan het met die kleine aantallen en onzuivere steekproeven, dat er in de voorspelling van de grafiek zo weinig marge is aangegeven? En hoe kunt u tot en met vorige week gedaan hebben alsof het vrijwel zeker was dat de Britse variant al in Nederland dominant was?
  2. Waarom zijn de afgelopen twee weken in de rapportages van het RIVM de nieuwe cijfers van de Kiemsurveillance niet bekend gemaakt? Kwam dat doordat het cijfer een daling vertoonde?
  3. In België is het afgelopen weekend het verloop van de Britse mutant beschreven. Ook daar is in de laatste week weer een daling te zien. Hetzelfde patroon als in Nederland. Wellicht zijn die data juist, wellicht zijn die verkeerd. In Engeland en Ierland zien we wel grote dalingen van de cijfers met vrijwel alleen de Britse mutant. Hoe kan het zijn dat er nog geen ingrijpende wijziging zijn gekomen in de aannames van de mate waarin de Britse variant besmettelijker is en in welke mate de Britse variant in Nederland is verdeeld en hoe het verloop zal zijn naar de toekomst toe?

Berekening reproductiefactor Britse variant

  1. Veel mensen denken (ook OMT-leden als Prof. Kluytmans, zoals bleek bij een interview door Sven Kockelmann), dat het verloop van de reproductiefactor die gemeld wordt voor de Britse variant, in de praktijk is vastgesteld. Maar dat is toch niet zo? Want de cijfers van de Kiemsurveillance waren/zijn niet beschikbaar of gaven een heel ander beeld dan de reproductiefactor aangaf. De berekening van de specifieke reproductiefactor lijkt bepaald te worden door te starten met de totale reproductiefactor en dan vervolgens vanuit twee aannames de reproductiefactor te berekenen. Namelijk hoeveel van de besmettingen de Britse variant betreft en hoe besmettelijker die Britse variant is. Is dat juist?  En als dat juist is, zal de uitkomst van die reproductiefactor van de Britse mutant dan niet een heel andere zijn dan als het aandeel van de Britse variant een stuk hoger of lager is? Kunt u voortaan precies opgeven hoe u die reproductiefactor van de Britse mutant echt berekend en op basis van welke input?
  2. Kunt u een nieuwe berekening maken van de reproductiefactor van de Britse variant voor 15, 22 en 29 januari uitgaande van de echte vaststelling van het aandeel van de Britse variant in Nederland op die momenten?

Vaststelling van de effecten van de maatregelen

  1. In het interview met de NOS dit weekend gaven Van Dissel en Wallinga aan dat zonder de avondklok de cijfers stijl omhoog zouden zijn gegaan. Maar het is toch begrijpelijk dat bij stijging of daling van de cijfers NIET in de praktijk vastgesteld kan worden welke maatregelen wel of niet gewerkt hebben en in welke mate? Wat is het effect geweest van het gedrag van mensen t.a.v. de maatregelen, welke invloed had het weer (zoals de luchtvochtigheid) etc., etc.? Is het niet zo dat de conclusies in feite gebaseerd zijn op de aannames die in het model zijn gestopt? Wat is dan de waarde van die uitspraken van Van Dissel en Wallinga anders dan te doen lijken of de genomen maatregelen de juiste waren?
  2. In België zijn de scholen vanaf 1 december wel open gebleven, evenals de winkels, musea en zwembaden. De avondklok begint in Vlaanderen om 12 uur. De ziekenhuisopnames verlopen daar vrijwel gelijk aan die in Nederland. Waarom kunnen we dan niet dezelfde maatregelen nemen als in België? Of betekent dit eigenlijk niet, dat de maatregelen überhaupt weinig effect hebben op het verloop van de besmettingen?

PCR-test, symptomen en CT-waardes

  1. Het onderzoek in Lansingerland liet zien dat 69% van degenen die uitgenodigd waren en een positieve uitslag hadden, geen symptomen hadden. Een (vermoedelijk vrij groot) deel van die groep zal op dat moment al niet meer besmettelijk zijn geweest en was wellicht veel langer geleden besmet geraakt. Wat heeft u daarvan geleerd t.a.v. de PCR-test? Welke relatie was er tussen de CT-waardes en het aandeel dat geen symptomen had?
  2. Kunt u niet in het weekverslag van het RIVM aangeven hoeveel procent van de positief getesten geen symptomen hadden? En wat daarbij de relatie was met de CT-waarde van de test?

Vaccinatie

  1. Om optimaal gebruik te maken van de beschikbare vaccins, worden personen, die al een keer Covid-19 hebben gehad, nu (nog) niet gevaccineerd. Israëlisch onderzoek toont aan dat zij, ook als ze geen antistoffen hebben, toch beschermd zijn. In Nederland zijn er meer dan 1 miljoen mensen sinds het begin positief getest. In Nederland wordt men aangeraden zich te laten vaccineren als men meer dan 1 maand geleden positief is getest. In andere landen neemt men een periode van 6 maanden aan. Zou het niet slimmer zijn om ook in Nederland personen waarvan al aangetoond is dat zij besmet zijn geweest (voorlopig) niet te vaccineren?
  2. Uit onderzoek blijkt dat de bescherming na de eerste vaccinatie al behoorlijk groot is. Daarom wordt er in verschillende landen op aangedrongen, om -gezien het langzaam beschikbaar komen van het vaccin- vooralsnog mensen maar één keer te vaccineren. Via een simpele berekening kan vastgesteld worden dat daardoor de druk op de zorg kleiner wordt dan als er – met het tempo van beschikbaar komen van het vaccin-  wel na 3 weken voor de tweede keer wordt gevaccineerd. Waarom doen we dat in Nederland dan ook niet als het om het afnemen van de druk op de zorg gaat?

Ten slotte: ventilatie

  1. Premier Rutte heeft meermalen in interviews gezegd dat hij waarde hecht aan de bevindingen van Maurice de Hond, o.a. over het onderwerp aerosolen en ventilatie. In steeds meer landen wordt door de autoriteiten in de richting van de bevolking het belang van ventilatie onderstreept, zodat zij thuis en in openbare ruimtes zoals scholen, winkels en kantoren, voorzieningen kunnen treffen. Waarom doet Premier Rutte bij zijn persconferenties dat dan ook niet?  

En de vraag aan u als lezer is om ons af en toe met een (kleine) donatie te steunen. Wilt u dat doen, klik dan hier.

 

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER
BEKIJK OOK