Wat wordt de uitslag op 15 maart?

Er resten nu nog minder dan 3 maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017. Het is interessant om na te gaan wat er in de aanloop naar de verkiezingen nog zou kunnen gebeuren en hoe de uiteindelijke uitslag eruit zal gaan zien.

Wat er nog allemaal electoraal kan gaan verschuiven in die laatste perioden, leren we uit de patronen voorafgaande aan de laatste 4 verkiezingen. Als we dan de peilingen van vlak voor de verkiezing met die van 11 weken ervoor vergelijken dan zien we het volgende:

Lees meer

Alsof ik bij een PVV-bijeenkomst heb gezegd dat ik Zwarte Piet wil afschaffen

Woensdag schreef ik dit stuk in De Volkskrant, waarin ik een eenvoudige spellingshervorming voorstelde. Ik sprak er ook over bij Pauw.

Vier (!) columnisten bij De Volkskrant namen mij hierover de maat. Ook Youp schreef zaterdag zijn wederom grappige column erover  (ik had me “onsterfelijk belachelijk” gemaakt). Vanaf donderdag stond de brievenrubriek van De Volkskrant vol met afwijzende reacties. (Sommige met ronduit absurde argumentaties). Als je die reacties las leek het erop alsof ik bij een PVV-bijeenkomst had voorgesteld om Zwarte Piet af te schaffen.

(Ik moest ook erg lachen om de columnist Aleid Truyens afgelopen zaterdag in De Volkskrant, die zich o.a. zorgen maakte dat je dan in 2030 in Google geen “peilingen” meer terug kan vinden uit het verleden, als je dan “pijlingen” zou opgeven. Ze weet blijkbaar niet dat als je anno 2016 “pijlingen” bij Google intypt, je dan (ook) een overzicht krijgt van “peilingen”. De kans is trouwens heel groot dat in 2030 we vooral tegen onze apparaten praten a la Siri nu, en dan hoort het apparaat het verschil tussen “peilingen” en “pijlingen” sowieso niet).

Ik zag een interessante vergelijking bij deze reacties met de wijze waarop buurtbewoners in opstand komen als er een AZC in de buurt wordt gevestigd. Dan vinden de meeste Volkskrant lezers dat die buurtbewoners hun persoonlijk bezwaren moeten overwinnen ten gunste van het algemene belang. Maar dat geldt blijkbaar niet als het om de Nederlandse spellingsregels gaat. Vandaag heb ik daar in een reactie in De Volkskrant mijn verbazing over geuit.

Het interessante is daarbij dat ik nogal wat mail en andere persoonlijke reacties had gekregen van mensen die positief reageerden. Die aangaven hard gezwoegd te hebben op de spelling op school en nog steeds fouten te maken. En daardoor schroom hadden teksten te produceren.

Maar die reacties las ik niet in De Volkskrant. (Behalve iemand die het over dyslexie had, waar ik ook een aantal reacties over had gekregen).

Natuurlijk weet ik niet precies welke reacties De Volkskrant heeft gekregen om in de krant te plaatsen. Van één voor mij  positieve reactie weet ik het wel. Die is donderdagavond naar De Volkskrant gestuurd. Die was van Prof. Han van der Maas van de Universiteit van Amsterdam. Één van de grondleggers van de programma’s Rekentuin en Taalzee.

Ook vandaag stond deze reactie niet in De Volkskrant. Dat bevreemdt me nog al. (Zeker gezien het “geweld” van de vier columnisten en de vele brieven die wel zijn  geplaatst).  Wellicht is het toch te confronterend voor de heetgebakerde lezers en columnisten, die op de aantasting van de spellingsregels vrijwel net zo fel en ongenuanceerd reageren als PVV-kiezers op het vervagen van het Nederland zoals zij het altijd kenden?

Dit was zijn ingezonden brief, die de brievenredactie van De Volkskrant, ondanks ook een verzoek van mij, niet wilde plaatsen:

“Geheel voorspelbaar buitelen Volkskrantcolumnisten en briefschrijvers over elkaar heen om het voorstel tot taalversimpeling van Maurice de Hond belachelijk te maken. Niemand gaat echt in op de argumenten van de Hond.

Miljoenen Nederlanders hebben de grootst mogelijke moeite met de Nederlandse taal terwijl haar (schriftelijke) beheersing een cruciale factor is als het gaat om toegang tot de arbeidsmarkt. Uiteraard is goed onderwijs noodzakelijk maar we moeten vaststellen dat het Nederlandse onderwijsbestel, één van de beste van de wereld, niet in staat is te voorkomen dat 2.5 miljoen Nederlanders als laaggeletterd door het leven gaan. Maar ook hoogopgeleiden worstelen met onze taal, zie bijvoorbeeld de explosieve toename van dyslexieverklaringen in het hoger onderwijs.

Maurice de Hond wijst er terecht op dat taalregels kunnen en mogen veranderen. Zijn voorstel om de ei te vervangen door de ij is bescheiden en zijn argumentatie is helder. De kwaliteit van de reacties is bedroevend. De één overdrijft het voorstel tot in het absurde, een tamelijk kinderachtig vorm van argumenteren. Een ander wil pas bewegen als de Hond eerst een consistente en volledige oplossing biedt voor alle eigenaardigheden van de Nederlandse taal. De volgende vraagt zich af of we ook priemgetallen kunnen afschaffen, zich blijkbaar niet bewust van het verschil tussen een wiskundig verschijnsel en een menselijke taalafspraak die haar basis al lang verloren heeft. Anderen wijzen er vernuftig op dat sommige woorden in beide spellingen andere betekenissen hebben (pijl, peil). Dat we daar in de spreektaal geen last van hebben en dat vele woorden in de Nederlandse taal een dubbele betekenis hebben (bij), komt dan weer niet in deze mensen op. Iemand stelt zelfs voor klokkijken af te schaffen, alsof het verschil tussen 1 en 2 uur even triviaal is als tussen tauw en touw.

Pogingen onze taal minder elitair te maken kunnen rekenen op een Volkskrant vol gemakzuchtige en soms zelfs honende reacties. Dat is best schrikken. Waar zijn we bang voor?

Han van der Maas, Hoogleraar UvA”

I rest my case

Daphne’s Kunst

9Met grote regelmaat lees en hoor ik van “deskundigen”  dat het slecht is als jonge kinderen met iPhone of iPad werken. Het zou hen remmen in hun ontwikkeling.

Ook als ik met die personen in debat ben, vind ik dat ze enerzijds weinig echt weten van de praktijk van jonge kinderen met iPads en anderzijds heel erg vanuit stereotypen praten. (Vol met nostalgie/romantiek en ook een behoorlijke mate van een negatieve houding bij het bekijken van het gedrag van een volgende generatie. Iets wat blijkbaar van alle tijden is).

Mijn dochter (geboren in mei 2009) werkt al vanaf dat ze anderhalf was met grote regelmaat  op een iPad. En ze was ongeveer twee en half toen ze eind 2011 haar eigen iPad had.  Ik kocht met regelmaat apps die pasten bij haar leeftijd, en ook zeker de creatieve apps van Toca Boca (zoals kapper, dokter en mode-ontwerpster). Ze behoort dus tot de voorhoede van een nieuwe generatie, die je steeds meer ziet als je goed om je heen kijkt.

Dat hield niet in dat mijn dochter de hele dag met de iPad bezig was, maar bepaalde apps gebruikte ze wel met grote regelmaat.

Wat mij direct opviel Lees meer

De denkfout van Daphne Deckers e.v.a.

Aan het eind van de uitzending van WNL op Zondag werd er met Sander Dekker gesproken over het interessante project #onderwijs2032. Aan het slot maakte Daphne Deckers een opmerking, die veel vaker gehoord wordt, maar een  grote gedachtefout vertegenwoordigt : “Er is wederom aangetoond dat als je iets op papier leest, je het beter tot je neemt dan als je het vanaf een iPad leest”.

In het kader van de uitzending bedoelde ze ermee dat je beter iets uit boeken kan leren dan vanaf een iPad.

Er zitten twee impliciete misvatting in haar opmerking:

1. Kijk eens naar kinderen van een jaar of 5.  Wat hebben ze vanaf hun geboorte veel geleerd. Dat hebben ze gedaan zonder dat ze een letter hebben kunnen lezen. Het leren gaat vooral via het zien, horen, imiteren  en het vervolgens proberen, proberen en nogmaals proberen.

En dat geldt ook als je ouder bent. Het kennis tot je nemen via een boek is echt niet een door God gegeven ultieme manier om kennis op te doen of vaardigheden te leren.  Het was een geweldige manier, zeker na de uitvinding van de boekdrukkunst. Maar ook sindsdien worden kennis en vaardigheden ook overgedragen op andere manieren  Vaak door het kijken, luisteren, imiteren en doen. Zo is Daphne’s man ook een van de grootste tennissers in de wereld geworden.  Hij tenniste al goed voordat hij kon lezen en zal ook daarna weinig geleerd hebben uit een boek.

Robbert Dijkgraaf heeft in de DWDD University een aantal colleges gegeven, o.a.over de Oerknal.  Daarbij legde hij zaken niet alleen goed uit, maar ook gebruikte hij ook veel visuele ondersteuning.  Ik denk dat veel mensen veel meer over dat onderwerp leren als ze die drie kwartier bekijken of drie kwartier lezen over dat onderwerp.

Kortom: Het is een domme manier om een iPad vooral te gebruiken om een leerboek te lezen. Je kunt er immers veel mee doen, wat je niet met een boek kunt doen.  Bewegend beeld bekijken. Linkjes te volgen naar andere informatie ergens op het internet. Ermee te trainen waarbij op basis van de gegeven antwoorden de vragen moeilijker of makkelijker worden. Contact leggen met leerkrachten, experts of leerlingen, zelf foto’s en films te maken in relatie tot het studie-onderwerp.

2.  Stel dat een kind geboren wordt ergens in de jungle van het Amazonegebied. Kijk eens na vijf jaar naar dat kind en vergelijk het met een kind dat in een stad in Nederland is opgegroeid.  Gegarandeerd dat dit grote verschil in ervaringen en opgroeien grote gevolgen heeft op de kennis en vaardigheden van de kinderen en ook hoe het brein is opgebouwd.

Een leerzame ervaring is wat er gebeurd is met de drie Polgar zusters. Hun vader ging het experiment aan onder de stelling dat “Genieeën gemaakt worden en niet worden geboren”.  Op  hele jonge leeftijd ging hij de meisjes trainen in het schaken.  Alle drie de meisjes behoorden al op jonge leeftijd tot de sterkste schaaksters van de wereld.  Judit Polgar (de jongste) is sinds haar 12e de beste vrouwelijke schaakster van de wereld. En staat op de 8e plaats van de wereldranglijst van de mannen!

En ook Daphne’s man Richard heeft een min of meer vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt. Ook hij is op heel jonge leeftijd door zijn vader getraind in tennissen.

Mijn oudste zoon Marc is in 1977 geboren. En hoewel hij al vroeg af en toe met een PC bezig was, is dat een heel andere jeugd geweest als die van mijn dochter Daphne die in 2009 is geboren.  Zij had al ervaring met apps op de smartphone voor haar eerste. En met de iPad van voor haar tweede.

Ten aanzien van haar ervaringen in de virtuele wereld verhoudt haar brein zich tot die van mijn oudste zoon als een kindje dat opgegroeid is in het Amazone gebied tot een kindje dat opgegroeid is in een grote stad.

Mij valt op hoe snel mijn dochter, ze kan nog niet lezen, maar wel al vrij goed rekenen, de informatie die visueel op de iPad komt veel sneller ziet dan ik en ook sneller reageert dan ik. Met name visuele uitdagingen, zoals het spel “1,2,3 tjes”  in Rekentuin, doet zij sneller dan ik.

Het kan best zo zijn dat bij de generatie die voor 2000 is geboren het tot zich nemen van informatie vanuit tekst op papier sneller tot zich genomen wordt dan tekst op de iPad. (Hoewel ik bij mezelf die ervaring niet heb). Maar dat hoeft niet te zeggen dat dit ook geldt voor mensen die na 2000 zijn geboren.

Als men in 1925 leerde autorijden bestond een groot deel van de lessen in het kunnen repareren van de auto als die stil stond. Want dat gebeurde toen nogal regelmatig.  Tegenwoordig worden die lessen niet meer gegeven, want een auto gaat zelden kapot. Maar als je nu door een examinator uit 1925 geëxamineerd wordt dan zou vrijwel iedere kandidaat zakken, omdat hij niet de auto kan repareren.

De les is dus:

1 . Je moet nieuwe technologie gebruiken om nieuwe dingen mee te doen. Als je er alleen oude dingen mee doet, hoef je de nieuwe technologie niet te gebruiken . (Dus een leerboek lezen op een iPad is weinig zinvol).

2.  Jonge kinderen die nu opgroeien doen dat, met name door de technologische ontwikkelingen, in een andere wereld dan vorige generaties. Ik ben op mijn 11e voor het eerst in het buitenland geweest en televisie kwam pas echt in mijn leven rond mijn 10e.  Vergelijk dat eens met jonge kinderen van nu. Televisie vorm in de meeste gezinnen een vrijwel continue factor.  Vaak is men al samen met de ouders meerdere keren in het buitenland geweest. Probeer dus te voorkomen dat je die kinderen alleen maar vanuit je eigen referentiekaders ziet.  Wat ze doen is niet beter of slechter dan wat wij deden toen we jong waren, maar wel anders.

 

Ten slotte nog een opmerking over suggesties aan #onderwijs2032.nl  Ik zou een waslijst kunnen noemen van wat er op school bij zou moeten komen of anders zou moeten gaan. We proberen dat al te doen op O4NT-scholen.   Maar de uitdaging zal niet zijn om te zien wat er bij zou kunnen komen op school, maar vooral wat er dan minder gedaan zou kunnen worden. Ik denk dat daar veel van is. Maar de ervaringen in het verleden maken me op dat punt niet optimistisch. Teveel zie ik een opstapeling van het nieuwe op het oude, in plaats van het nieuwe als vervanging van het oude.

Gebruik wel een iPad op school, maar dan goed

Zaterdag stond in NRC-Handelsblad een column van een  Amerikaanse professor Datajournalistiek, die tijdens haar college het gebruik van e-readers en iPads verbiedt.  Zij legt uit waarom zij bij haar colleges alleen wil dat de studenten papieren boeken/teksten gebruiken. Haar belangrijkste argument is dat als studenten op haar college met hun e-readers komen en ze vraagt om pagina 45 open te slaan een deel van de leerlingen die tekst dan niet of moeilijk kan vinden. En dat het regelmatig voorkomt dat de studenten met een apparaat komen dat niet opgeladen is. Met boeken heeft ze die problemen niet.

Lees meer

Het geweldige verhaal van Travis Allen (22)

Foto van Bett

De afgelopen weken ben ik o.a. in Silicon Valley geweest om over O4NT-Steve JobsSchool te praten. Sinds dinsdag was ik in Londen bij de BETT2014, een grote beurs over onderwijs en technologie. Daar hadden we een stand en hebben met veel bezoekers uit de hele wereld over onze visie en onze tools gesproken.

Lees meer

De 2 succesfactoren van de O4NT-aanpak

In de afgelopen weken heb ik weer een aantal van onze O4NT-scholen bezocht.  Ik heb met leraren, ouders en leerlingen gesproken. Maar ook gediscussieerd met een groep van 15 vertegenwoordigers van Europese Internationale scholen, die afgelopen week de Master Steve JobsSchool in Sneek heeft bezocht. Die scholen hebben veel meer budget dan doorsnee scholen en ook een veel grotere mate van gebruik van ICT in het Onderwijs: Laptops, MacBooks, iPads in ruime mate. Maar ook zij gaven aan dat onze aanpak toch duidelijk verschilde van de aanpak die zij op hun scholen toepassen en waren er aangenaam door verrast. Mede door al die gesprekken wordt steeds duidelijker wat nu eigenlijk de twee succesfactoren van onze aanpak zijn: Lees meer