Abonnement: Abonnee ()

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Een politiek stelsel uit 1848 in de wereld van 2026

Nederlandse politiek in de aap gelogeerd - 119513
Samenvatting van het artikel

Al lang was het duidelijk dat ons politiek systeem niet meer past bij deze eeuw. De afgelopen week is het helemaal duidelijk geworden. Hoe nu verder?

Lees volledig artikel: Een politiek stelsel uit 1848 in de wereld van 2026

Leestijd: 4 minuten

Ons politieke stelsel faalt

Al heel lang wijs ik erop dat ons politieke stelsel niet meer past bij de moderne tijd. Besef dat ons stelsel in het midden van de 19e eeuw door Thorbecke is bedacht, en in 1848 – onder invloed van revoluties in Parijs en Berlijn – is ingevoerd. En sindsdien zijn er slechts ondergeschikte aanpassingen geweest.

Ons stelsel heeft daarbij ook nog relicten van het oudere stelsel. Zo was de Eerste Kamer gesticht in 1815, voor het jaar 1848, waarbij de leden door de Koning werden benoemd, de plek waar de adel en andere prominente Nederlanders uit die tijd zaten, maar in feite had de Kroon het voor het zeggen. En bij de nieuwe opzet vanaf 1848 is toch geprobeerd dat ook nog door te zetten door de leden van de Eerste Kamer te laten kiezen vanuit degenen die in de Provinciale Staten zaten  (en dat waren dan mannen, die ook tot de bovenlaag van de samenleving behoorden).

Tot de jaren zestig van de vorige eeuw was er sprake van een verzuilde samenleving en ook een bevolking, die grotendeels na de lagere school amper ander onderwijs hadden genoten (volkstelling 1960 was dat 80% van de 18+). Er waren stabiele electorale blokken.  De drie confessionale partijen (KVP, CHU en ARP) die ruim 50% van de kiezers achter zich hadden en de PvdA (SDAP) die rond 30% van de kiezers. De liberalen scoorden toen rond de 10%.

Vanaf het midden van de zestiger jaren ging het schuiven. Mede doordat de naoorlogse generatie een steeds groter deel van de samenleving/electoraat ging uitmaken. En zolang de partijen CDA, PvdA en VVD het overgrote deel van de kiezers achter zich kreeg, werkte het systeem nog wel. Tot 1986 haalden die drie partijen samen meer dan 80%.

Dat is daarna geleidelijk gedaald. In 2012 haalden die drie partijen nog ongeveer 60%, maar daarna zakte het geleidelijk tot nog maar ruim een derde van de kiezers.

In 2021 haalden die drie partijen nog slechts 38% met de VVD als grootste. In 2023 was het nog maar 35% (en toen waren PvdA en GroenLinks al samen) en voor het eerst een andere partij (de PVV) dan die drie als grootste! In 2025 scoorden deze drie partijen weliswaar weer 38%, maar voor het eerst was geen van die drie partijen de grootste en ook niet nummer twee (D66 en PVV).

En door deze electorale ontwikkelingen wordt steeds manifester dat ons politieke systeem niet meer past bij deze ontwikkelingen/deze tijd. En de huidige situatie met een minderheidskabinet dat meerderheden moet zoeken (in de Tweede Kamer en in de Eerste Kamer, die over 6 maanden weer van samenstelling gaat veranderen) toont dat meedogenloos aan.

Onoplosbaar

Ik heb op verschillende momenten nadrukkelijk gewezen op de grote problematiek van ons systeem en ook een voorstel gedaan tot verandering.  Een uitgewerkt voorstel in 2003. Hier ziet u de in 2009 geupdate versie.  

Maar het was duidelijk dat er geen echte fundamentele aanpassingen zouden gaan komen. Die vraagt immers een aanpassing van de Grondwet en die kan slechts met tweederdemeerderheden in de Tweede en Eerste Kamer. En die was onhaalbaar, mede door het ontbreken van een gevoel van urgentie en door het wegzakken van de drie grote partijen en de politieke versplintering.

Bij mijn voorstel uit 2009 had ik ook al een tussenvoorstel gedaan, waarbij het (nog) niet nodig was om de grondwet te herzien. Maar het hangt wel af van de bereidwilligheid van een groot deel van de partijen: Alle partijen met meer dan 5% van het electoraat achter zich treed toe tot de regering. De ministeries worden via een bepaalde verdeelsleutel verdeeld. De minister doet een voorstel en de Kamer stemt in of niet. En als de Kamer dat niet doet dan kan via een referendum de bevolking het besluit van de Kamer overrulen. Bij de discussies tussen de minister en de Kamer is wat de bevolking denkt een belangrijke factor, omdat zowel de Kamer als de minister, via peilingen weet wat de bevolking denkt. In deze opzet zit ook nog een correctief referendum.

Maar de kans dat zoiets in het echt gaat gebeuren is nihil, omdat er geen ruime meerderheden zullen zijn, die nodig is.  En zullen we het gekwakkel dat we nu eigenlijk sinds 2023 meemaken, blijven houden.

De les van Thorbecke anno 1845

Het voorstel van Thorbecke (ons huidig stelsel) werd in 1845, toen hij het uitbracht, ook niet omarmd, om het eufemistisch te zeggen. Degenen die toen de macht hadden, de Koning en een deel van degenen die in de Eerste Kamer zaten, konden niets winnen aan het voorstel.

Maar toen braken er revoluties uit in Parijs en Berlijn. En Koning Willem II zag de gevaren, die er voor hem dreigden. In Parijs werd de monarchie afgezet en in Berlijn kwamen de burgers en arbeiders in opstand tegen de koning.  Koning Willem II wilde toen het voorstel van Thorbecke als grondwet invoeren. De Eerste Kamer lag dwars, maar Koning Willem II ontsloeg een aantal Eerste Kamerleden en benoemde anderen, die mee zouden gaan met die nieuwe grondwet.

Anno 2026 hoef je weinig fantasie te hebben om te zien hoe groot de kansen zijn op revoluties in de landen die nu worden aangeduid als “democratische rechtsstaten”.  Er zijn een aantal grote dreigingen:

  • de veiligheidssituatie, met de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, en de dreiging dat er vijandigheden overslaan naar andere landen
  • de ingrijpende veranderingen van de economische structuur door de snelle opkomst van AI (met enorme gevolgen op de structuur van de werkgelegenheid).
  • en in veel landen de verschuiving van het electoraat naar de (uiterste) rechterkant, waarbij ze steeds minder lijken vertegenwoordigd te worden door degenen die het bestuur op zich nemen.

Dus net zoals Thorbecke in 1845 met zijn voorstel kwam (en die in 1848 werd overgenomen) is nu het moment om met een voorstel te komen van een nieuwe politieke structuur die wel geschikt is voor de – verwachte – ontwikkelingen in de 21e eeuw.

Bij voorkeur niet georganiseerd door de bestaande politieke kaste, maar door een groep die onafhankelijk staat t.o.v. de bestaande politieke partijen. Het zal me niet verbazen als voor het jaar 2030 het al het moment is dat het voorstel uit de kast zal worden gehaald.

 

 

 

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.