Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » Voor Femke (emotieregulering)

Voor Femke (emotieregulering)

Samenvatting van het artikel

Het effect van het verbieden van samen naar het voetballen kijken, heeft, mits we winnen, negatieve invloed op de (geestelijke) volksgezondheid. De reden om het te verbieden zou dan zeer gegrond moeten zijn. Of dat zo is rekenen we hier uit. De conclusie helpt Femke Halsema en andere beleidsmakers in haar pogingen de terrassen en pleinen te openen voor voetbalfans.

Lees volledig artikel
Leestijd: 13 minuten

Longread door Rogier Rumke (tekstredactie en duiding) en Jillis Kriek (berekeningen)

Een kinderfeest

Een bizarre fantasie: Je organiseert een kinderpartijtje, je zet taart en limonade klaar. Daar mogen ze niets van nemen. Ze mogen er alleen maar naar kijken. Dan zet je een leuke Disneyfilm op, maar ze mogen niet lachten. Als de film is afgelopen gaan ze naar een zwemparadijs, zo één met van die mooie glijbanen. Daar mogen ze niet vanaf. Op de terugweg doen we nog een omweg over de kermis, maar daar mogen ze alleen maar kijken, ze mogen nergens in. Tenslotte, als ze opgehaald worden door hun ouders en thuiskomen, moeten ze meteen naar bed.

De volgende dag op school merkt de juffrouw dat de sfeer heel anders is dan normaal. De helft van de klas heeft helemaal nergens zin in. Ze weigeren hun werkjes te doen. Maken ruzie onderling. De andere helft van de klas is teruggetrokken en stil. Op het speelplein raken kinderen die dat normaal nooit doen betrokken bij allemaal vechtpartijtjes die veel gewelddadiger zijn dan de juffrouw ooit eerder heeft gezien. Terug in de klas is een groot deel van de kinderen weer stilletjes en teruggetrokken.

Wat een vreemd partijtje. Was het niet beter geweest het hele feestje niet te organiseren. Wat een rare ouders die het zo geregeld hebben.

 Een voetbalfeest

Volgend weekend begint het EK. Mensen mogen op een terras zitten, maar ze mogen niet rondlopen met een biertje. Ze mogen niet samen naar de wedstijd kijken, alleen zelf naar hun mobile telefoon. Als er al wordt gescoord, mogen de mensen niet juichen en al helemaal niet dicht bij elkaar komen om het doelpunt te vieren. En na de eerste helft, als Nederland net goed gaat spelen na een één nul achterstand, moeten we naar huis. De terrassen moeten leeg. Na de tweede helft – Nederland heeft nipt gewonnen, gelukkig – mag je niet meer samen een pilsje drinken. Je kunt maar het best meteen naar bed gaan en vooral rustig blijven. We kunnen gelukkig nog klagen. Wat een slechte wedstrijd. Als we zo doorgaan halen we de knock-out fase niet eens.

De tweede wedstrijd, donderdag de 17de tegen Oostenrijk, is heel spannend. Op het laatste moment scoort oranje en daarmee zijn we gelukkig door naar de volgende ronde. Een ontlading golft door de straten. Mensen hangen uit hun raam en juichen. Er verschijnen toeterende auto’s op straat. De wedstijd is voorbij. Mensen drommen samen op pleinen om te feesten. Maar het mag niet. De politie verzoekt mensen rustig naar huis te gaan. Een enkeling voldoet aan het verzoek, maar velen niet. Het feest begint uit de hand te lopen. In sommige steden treedt de politie hard op. In andere steden geven burgemeesters de opdracht om de mensen maar te laten. De volgende dag staan de kranten vol met foto’s. Men spreekt er schande van. Het zal leiden tot vele besmettingen, net nu het zo goed ging.

In talkshows horen we de roep om toch maar weer tijdelijk een avondklok in te stellen. Het moet toch niet zo zijn dat we weer naar code zwart gaan. Daar komt de vierde golf waarvoor we vreesden. Het plan om de derde wedstijd op terrassen kleine schermen toe te staan gaat van tafel. De kans dat het weer helemaal mis gaat is veel te groot. Het dreigt veel te druk te worden. Dat kan echt nog niet. De mensen moeten naar binnen, moeten thuis kijken. Er wordt besloten een noodverordening uit te vaardigen. Op maandag 21 juni, een stralende midzomerdag, het KNMI verwacht temperaturen tot dertig graden, het zal tot laat warm blijven.

Emotieregulering

Het is volgens professor klinische psychologie Jan Derksen niet meer dan normaal dat mensen bij voetbalwedstrijden agressief worden. “Sport drijft op agressie. Het gaat op het veld allemaal om competitie, elkaar de maat nemen, elkaar aftroeven, en die emoties roept voetbal natuurlijk ook bij supporters op.

Zeker bij jonge mannen vallen die gevoelens niet te onderdrukken. “Mannen van pakweg 18 tot 30 jaar zitten vol testosteron, agressie en vechtlust, dat is biologisch bepaald, dat moet eruit.”

Zij die zich aan de regels houden en thuis blijven hebben geen idee wat ze met hun emoties moeten. Volgens Derksen is het een serieus gevaar voor de volksgezondheid.

Sport is voor heel veel mensen de manier om emoties te kanaliseren. Gebeurt dat niet, dan neemt de frustratie toe. Bij de één uit zich dat in angstgevoelens, bij de ander in een depressie. Het is maar net waar je aanleg voor hebt.
Het Nederlands Instituut van Psychologen erkent deze problemen.

 Tja, is dit allemaal maar een rare fantasie? En waarom?

Laten we het op een rij zetten, er moet immers een verdomd goede reden zijn om de emoties zo te onderdrukken, om zo een groot risico te nemen op serieuze problemen, hossende supporters waar dat niet mag, toenemend huiselijk geweld, sterke toename van depressieve gevoelens. Schade aan stadsmeubilair, winkels en auto’s door rellen. Welke ramp hangt ons boven het hoofd. Wat weegt zo zwaar dat het tegen dit alles opweegt?

 Hoeveel besmettelijke mensen zijn er eigenlijk nog?

De berekeningen van Jillis Kriek van Team Maurice geven we stap voor stap weer. Hij laat alles helder en transparant zien en geeft overal bronvermelding bij. Belangrijk, want zo kan Femke hiermee werkelijk een punt maken.

Om te berekenen hoeveel mensen er besmet kunnen raken op de wedstijddagen moeten we eerst een schatting maken van hoeveel mensen er nog ontvankelijk zijn. Bloedbank Sanquin meldt dat volgens de prognose, begin juni rond de 65%  immuun is. Dit een waarschijnlijk een onderschatting omdat er niet gerekend wordt met het verval van antistoffen in het bloed. Een deel van de mensen is bij voorbaat al beschermd. Het gaat om minimaal de helft van de mensen. Zij vertegenwoordigen het aandeel asymptomatische gevallen waarbij antistoffen ook minder makkelijk meetbaat zijn. Hier een artikel van Jaap Dissel van 29 mei waarin hij daar ook op ingaat.

Het onderzoek maakt duidelijk dat afweer meer is dan antistoffen alleen. De laatste tijd is er wellicht een beeld ontstaan alsof antistoffen als enige voor afweer zorgen. Dat komt omdat er relatief eenvoudige methoden zijn om antistoffen te meten. Maar het afweersysteem bestaat ook uit een deel dat via bloedcellen verloopt, de T-cellen bijvoorbeeld. T-cellen reageren meestal wat breder dan antistoffen.

We houden aan dat de helft natuurlijke afweer heeft en meer dan 70 % (natuurlijke) antistoffen heeft opgebouwd tegen dit virus. Zo houden we nog vijftien procent van de bevolking over die besmet kan raken.

Daarbij komt dat er ondertussen tien miljoen prikken zijn gezet. Vooral bij het meer kwetsbare en ontvankelijke deel van de populatie. Dat zijn vooral de ouderen waarvan een deel al getroffen is door het virus. En dan zijn er nog de mensen met een zwakkere afweer. De rest van de populatie loopt weinig risico.

De jongeren (3,3 miljoen) rekenen we niet mee. Dan blijven er veertien miljoen mensen over. Daarvan kan ongeveer vijftien procent nog besmet raken. 14 * 0,15 = 2,1
Daarmee zijn iets meer dan twee miljoen mensen ons uitgangspunt voor de verdere berekening.

Wanneer we onderzoeken naar besmettingen in de buitenlucht zoals in Ierland en China aanhouden vindt één op ongeveer tweeduizend besmettingen buiten plaats. Het exacte aantal is moeilijk vast te stellen maar dat het zeer laag is mag duidelijk zijn. Voor deze berekening houden we – conform het goed onderbouwde Ierse onderzoek – één op duizend aan.

Wanneer we willen berekenen hoeveel mensen er op dit moment buiten besmet raken is dat 1/1000 van de positieve PCR testen. Daarvan is minimaal 70%  een besmetting uit het verleden zoals we in Madrid hebben gezien.

Zoals ik in het dit blog van 13 mei uitlegde is het aantal onterecht positieven aanzienlijk groter bij een afnemende besmettingsgraad dan bij een stijgende. Dat komt omdat nog tot wel twee maanden na een besmetting de PCR-test RNA resten van het virus kan aantonen.

Op dit moment worden er gemiddeld 2500 besmettingen per dag gemeld.

De vooraf kans dat je positief test (prevalentie) ligt hoger door de sneltesten. Op dit moment is dat rond de 9%. Er zijn 30.000 testen afgenomen.  Om het aantal vals positief te berekenen gebruiken we de daarvoor ontwikkelde calculator. We rekenen met een technisch foutpercentage van 2,5%, hetgeen het RIVM als goede test beschouwd.
We denken echter met argumenten omkleed dat dit in werkelijkheid hoger ligt.

Dan volgt hier de som: 35.000 / 100 = 350 * 2,5 = 875 vals positieven.
Als er 875 testuitslagen vals positief zijn, levert dat 3500 – 875 = 2713 positief getesten op. Daarvan is 30% echt besmet: 2625 * 0.3 = 788

Door sneltesten worden de meeste besmettingsgevallen wel gevonden. We houden een onderschatting van 50% aan. Dit percentage lag voor de sneltesten beduidend hoger.
Zo komen we op 788 * 2 = 1576 Echte besmettingen per dag.

Dit vermenigvuldigen we normaal gesproken met acht besmettelijke dagen hoewel dit eigenlijk veel te kort door de bocht is: 8 * 1576 = 12.608 besmettelijke personen.

 Hoeveel besmettelijke mensen kunnen we dan uiteindelijk tegenkomen?

De tijd tot een secondaire besmetting (Rt) is vier dagen vanaf de initiële besmetting. Dat is rond de piekdagen van besmettelijkheid, net rond het begin van de eerste klachten. De andere dagen is de besmettingskans veel kleiner. Meer reëel lijkt het dan ook om drie potentiële besmettelijke dagen aan te houden voor onze berekening. Daarbij zorgt niet ieder besmet persoon voor nieuwe besmettingen. Sommigen zijn veel besmettelijker dan anderen, de super-verspreiders.

In een grote studie heeft men berekend wat de kansen zijn zo een (super)verspreider tegen te komen.

“If super-spreaders are defined as those who produce at least five secondary infections, we estimate that ~10% of all infected people and ~35% of all transmitters are super-spreaders. If super-spreaders are defined as those who produce at least 10 secondary infections, we estimate that ~6% of all infected people and ~25% of all transmitters are super-spreaders. If super-spreaders are defined as those who produce at least 20 secondary infections, we estimate that ~2.5% of all infected people and ~10% of all transmitters are super-spreaders.“

Om deze zogenoemde homogeniteit te verrekenen gaan we er vanuit dat 35% van de besmettelijke personen daadwerkelijk iemand zal kunnen besmetten. Dit getal komt overeen met de gegevens uit het bron en contact onderzoek (BCO). Dat betekent dus dat slechts ruim een derde van de besmettelijke personen daadwerkelijk iemand zal kunnen besmetten.
Zo komen we op: 12.608 * 0,35 = 4413 potentiële verspreiders.

Je zou verwachten dat de meeste mensen met klachten thuisblijven. Omdat het grootste deel presymptomatische besmettingen zijn en mensen vaak de klachten (nog) niet herkennen houden we dit voor nu buiten beschouwing.
Niet iedereen gaat voetbal kijken op een terras of plein. Laten we er eens heel optimistisch van uitgaan dat de helft van de mensen buiten voetbal gaat kijken. Dat zijn dan 2206  potentiële verspreiders. En dan hebben we het dus over heel Nederland, met de huidige besmettingscijfers. Slechts één op de 7700 mensen in Nederland is een potentiële verspreider.

Als we buiten op het terras gelijk aan de open lucht op een plein mogen beschouwen en we rekenen ermee dat één op de duizend besmettingen buiten plaatsvindt dan krijgen we het volgende plaatje: 2206 * 0,1 = 2,2 of wel twee personen raken buiten besmet.

Er zijn veel meer mensen bij elkaar.

We hebben meer mensen bij elkaar dan gewoonlijk maar we zijn maar een aantal uur bij elkaar en niet de gehele besmettelijke periode. We zitten als ruwe schatting gemiddeld met 40 man voor het scherm zonder dat er restricties zouden zijn. Dat is een twintig maal grotere kans dan met twee personen. Alleen zijn ze maximaal vier uur samen in plaats drie dagen, de tijd waarin de meeste besmettingen plaatsvinden.

We rekenen door vermeerdering van contacten de volledig besmettelijke periode.  Dat leidt dan tot een twintig keer grotere kans op besmetting door de samenkomst met meerdere mensen: 20 * 2,21 = 44,2 of wel vierenveertig mensen raken besmet bij het kijken naar het voetbal buiten.

Aangezien lange face to face gesprekken met veel verschillende mensen tijdens het voetbal kijken niet of nauwelijks zal voorkomen verwachten we dat anderhalve meter afstand houden geen noemenswaardig verschil zal maken, nog ongeacht de praktische onmogelijkheid dat mensen zich onder die omstandigheden al überhaupt aan die regel zouden houden.

Wanneer we er van uitgaan dat dit een verschil zou maken houden we voor de vorm het reproductiegetal van Ro 2,5 aan dat voor dit virus is bedacht.

Let wel op dat het organiseren van een honkbalwedstrijd met 38.000 mensen in de Amerikaanse staat Texas, zonder anderhalve meter regel of mondkapjes, niet voor extra besmettingen heeft gezorgd.

Al met al betekent dat dus dat er hooguit 110 mensen besmet kunnen raken wanneer heel Nederland zonder restricties buiten voetbal kijkt!

Een eventuele aanpassing in groepsgrootte naar dertig personen geeft in de berekening een factor vier in plaats van vijf. Dan zouden er dus 88 mensen besmet kunnen raken. Al met al ook geen schokkende aantallen.

 Besmettingen in een café.

Zoals we hebben kunnen zien spelen besmettingen buiten nauwelijks een rol in de verspreiding, ook niet met grotere groepen. Binnen zonder goede ventilatie is het een ander verhaal.

Laten we zeggen dat de helft van alle mensen voetbal gaat kijken. Vijf miljoen mensen, waarvan één miljoen potentieel te besmetten, gaan naar het café. Er zijn, zoals we eerder berekenden 2206 besmettelijke personen aanwezig.

Verdeeld over dertig mensen per café kunnen er maximaal zes besmet raken door 2206 besmettelijke personen, de rest is immuun. Dat zijn maximaal 13236 besmettingen. Dit is echter een scenario waarvan steeds is gebleken dat het de praktijk niet zo zal gebeuren.

Er is een risicocalculator ontwikkeld waarbij we de besmettingskans kunnen berekenen voor binnenruimtes.

De minimale afzuiging in een gemiddelde horecagelegenheid is 6 ACH. Ofwel, daar wordt zes maal de gehele ruimte voorzien van verse lucht per uur. 21 ACH zou ideaal zijn voor een goed ventilatiesysteem in een volle kroeg vol schreeuwende en juichende voetbalsupporters. Het besmettingsrisico is bij 6 ACH 33%, als er aanleiding is om er goed op los te schreeuwen.

Dat betekent dat er binnen in cafés 4368 personen besmet kunnen raken, ook als het al zou lukken de anderhalve meter regel te handhaven.

Met een goed ventilatiesysteem wordt de besmettingskans aanzienlijk verkleind naar 13%. Dat betekent dat er dan toch nog 1720 mensen besmet kunnen raken, onafhankelijk van de anderhalve meter regel.

Hard bewijs voor de effectiviteit van de anderhalve meter regel gekoppeld aan een reproductiefactor is niet (gemakkelijk) te vinden. We geloven dat het grootste deel van de besmettingen binnen plaatsvindt. Een persoon kan daar immers veel meer mensen tegelijkertijd besmetten. We tellen de directe besmettingen die buiten gebeurd zouden zijn op bij de binnen besmettingen en dit maakt een aantal van 4478 personen. Duidelijk is echter, dat zonder echt adequate ventilatie het verstandiger is niet binnen in een overvolle kroeg te gaan zitten. In dit soort gevallen zou een duidelijk zichtbare CO2 meter eigenlijk verplicht moeten zijn.

 Thuis

Voor de thuissituatie met twee personen extra is de besmettingskans, aangezien de ruime kleiner is en de ventilatie niet zelden nihil, het grootst. Echter, de groepsgrootte is kleiner. We hebben hier in principe immers gemiddeld slechts twee mensen die besmet kunnen raken. Van die twee personen is 0,2 procent vatbaar. Dat maakt 0,4 personen. Er zijn zoals eerder berekend 2206  besmettelijke personen die ieder 0,4 personen kunnen besmetten.

Dat geeft 882 besmette personen. De besmettingskans in een thuissituatie is veruit het hoogst van alle geschetste situaties, volgens de calculator zelfs de volle 100%

882 personen zouden besmet kunnen raken door in klein gezelschap thuis voetbal te kijken.

Dit zijn al drie keer zoveel mensen als buiten ooit zal worden besmet. Houden we rekening met de grotere groepen die ondanks het verbod ongetwijfeld samen thuis gaan kijken, dan zal dit aantal nog aanzienlijk toenemen.

Een kanttekeningen hierbij is dat jongeren nauwelijks risico lopen wanneer zij besmet raken en het is dus maar de vraag is of dit wel zo nodig voorkomen moet worden. Het draagt immers bij aan de immuniteit. Maar dat was niet het vraagstuk in dit artikel. Wel om het in proportie te zien. Immers, op 2500 positieve PCR testen vormen die 331 slechts een incidentele verhoging met 13%.

Een besmet persoon is nog geen zieke.
Door betere ventilatie wordt de virale lading verlaagd. Het is de beste manier om besmetting binnen te voorkomen.

 Fieldlab onderzoek, het risico volgens het RIVM

Onder verantwoordelijkheid van de rijksoverheid zijn er een aantal zogenaamde Fieldlab experimenten gedaan, onder andere in cafés, de uitslagen zijn nog niet allemaal binnen. Wel is er een interessant gesprek met o.a. professor Andreas Voss (OMT), Bas Kolen (risico-analist) en Dimitri Bonthuis (evenementen branche) over hun bijdrage aan de Fieldlab onderzoeken.

De basisopzet is dat er een norm wordt gesteld waarbij de normeenheid staat voor de kans om thuis besmet te raken, waarmee wordt bedoeld, in je eigen bubbel, dus zonder bezoek, met en door je huisgenoten, een boodschap doen, de normale thuisdingen.
Op die schaal staat thuis bezoek ontvangen op 3,9.
De norm voor een veilig event wordt gesteld op een waarde tussen de 1 en de 2. Dus maximaal 2 keer zoveel kans om besmet te raken als thuis.

Het Fieldlabonderzoek gaat, als het om de discussie “aerosol besmettingen” gaat, uit van het standpunt dat dat afhankelijk is van de situatie. Bij een buitenevent gaan ze uit van geen noemenswaardige kans op aerosolbesmetting, maar wel een kans op besmetting door grote druppels als mensen langere tijd bij elkaar in de buurt staan.
In binnensituaties, zoals cafés, gaat men er dus vanuit dat de kans op een besmetting groot is als je langere tijd bij iemand in de buurt staat binnen anderhalve meter. In die binnensituaties wordt aerosol besmetting nu voor mogelijk gehouden, en dat deel kan dus (volgens het OMT) worden afgevangen door goede ventilatie.
De Fieldlab onderzoeken waren er vooral op gericht om te meten hoe vaak mensen, volgens het model, elkaar zouden kunnen besmetten. Dus hoe vaak, hoe lang, en hoeveel verschillende mensen ze binnen die anderhalve meter tegen kwamen en hoe groot dan, onder die omstandigheden, voortvloeiend uit het model, de kans op besmetting zou zijn, waarbij, zoals gezegd, een klein beetje rekening met mogelijke aerosoloverdracht is gehouden. De cijfers zijn NIET gebaseerd op actuele waarneming, op wetenschappelijke dubbelblind onderzoeken of ander verifieerbaar onderzoek. Het is niet gebaseerd op dataverzameling op basis van testen hoeveel mensen na of tijdens een evenement besmet zijn geraakt, laat staan met welke test en welke Ct-waarde. Niet voor niets heeft bijvoorbeeld Jos van der Laat van het KNMI zeer gefundeerde kritiek op het wetenschappelijk gehalte van dit soort onderzoek.

Dit dus in schril contrast met de cijfers die wij hier presenteren op basis van het model van het Green Team. Daar gaat het om actuele cijfers, gebaseerd op het aantal werkelijke besmettelijke personen, zoals in de openbare cijfers terug te vinden is. Het gaat om daadwerkelijke besmettingskansen zoals berekend door bijvoorbeeld professor Jimenez, een vooraanstaand aerosolonderzoeker uit Amerika.

Maar goed, de voorlopige conclusie van het Fieldlab experiment is dat onderzoek in cafés heeft opgeleverd dat het veiliger is om in een café samen te komen dan thuis mits de ventilatie op orde is. Buiten of binnen maakt dan niet veel verschil. Het is zeker aanzienlijk minder risicovol dan thuis bezoek ontvangen. Het OMT heeft de adviezen vanuit de Fieldlab onderzoeken overgenomen. We kunnen dus stellen dat ook volgens dit onderzoek het verstandiger is mensen op te roepen op terrassen en zelfs in cafés te komen kijken en NIET thuis te blijven, en al helemaal niet samen met anderen thuis te gaan kijken.

 

Conclusie na al dit rekenwerk en literatuuronderzoek:

  • Het onderdrukken van de emotie die optreedt tijdens en na voetbalwedstrijden van het Nederlands elftal zal leiden tot schade voor de (geestelijke) volksgezondheid, toename van individuele- en groepsagressie en toename van depressieve gevoelens.
  • Buiten voetbal kijken op een terras of op een plein, ongeacht de groepsgrootte, afstand en het model dat je aanhangt (OMT/Fieldlab of Green Team), het levert nauwelijks besmettingen op.
  • Binnen in een cafe voetbal kijken brengt risico met zich mee, hoe beter de ventilatie, hoe minder groot het risico wordt, hoewel het RIVM dat verschil minder groot acht dan het Green Team.
  • Thuis voetbal kijken levert veruit het meeste besmettingen op. Hoe groter het aantal mensen dat samen kijkt hoe groter het risico, zelfs bij het kleine aantal besmettelijke personen dat nu nog in Nederland te vinden zal zijn.
    En dan is het de vraag hoeveel mensen zich houden aan de regel maximaal vier mensen uit te nodigen.

Lessen uit het verleden

Laten we ook kijken naar wat er in het recente verleden is gebleken, nog maar een maand geleden, toen het aantal besmettelijke personen heel wat grote was. Hoeveel aantoonbare besmettingen leverde het buitenfeest met 12.000 uitzinnige Ajax fans nu eenmaal op? Waren het er niet maximaal 12? Een op de duizend dus.

Of de honderdduizenden feestvierders in de parken met Koningsdag in Amsterdam? Waren dat niet 460 besmettingen in 17 clusters? Tegen toen gemiddeld 380 besmettingen per dag in Amsterdam, in 14 clusters. Dus al die feestende Amsterdammers leverden toen, met heel wat meer besmettelijke mensen die er toen nog waren, slechts 80 extra positieve PCR testen op, waarvan vaststaat dat het overgrote deel binnen plaatsvond, toen de mensen uit de parken naar huis werden gestuurd. Laten we daarvan leren en niet weer de mensen massaal naar huis sturen om elkaar daar te besmetten.

 

Daaruit volgt ons advies

Op basis van dit alles kunnen we tot slechts één dringend advies komen: Verruim op de wedstrijddagen de openingstijden van de terrassen – een fantastische hulp voor de noodlijdende horeca –  en plaats zo veel mogelijk schermen op pleinen en terrassen. En als we winnen, laat de politie en de boa’s het feest samen met ons vieren in plaats van ze het te laten verstoren.

Daarmee wordt de volksgezondheid in alle opzichten gebaad, het is goed voor de economie, en niet te vergeten, onze nationale trots zal zeker een boost krijgen door de sfeer die het in het hele land geeft.

Helpen jullie ons dan ook met een (kleine) donatie, zo kunnen we Femke en andere beleidsmakers van goede adviezen te voorzien; klik hier voor een bijdrage.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER
BEKIJK OOK