Een veelbelovende start

De eerste acht schoolweken zijn voorbij, het is herfstvakantie. Tijd om de balans op te maken: slaagt het concept O4NT in de praktijk? In de afgelopen periode heb ik vaak en  langdurig scholen bezocht die met O4NT meedoen. Soms ook samen met bezoekers, zoals afgelopen donderdag bij de speciaal daarvoor ingerichte bezoekdagen. Ik heb met vele betrokkenen gesproken; leerlingen, leerkrachten en ouders.

Er zijn twee overheersende conclusies….:

….na een korte startperiode met haperingen zijn alle betrokkenen nu -heel- enthousiast. En de tweede conclusie: veel bezoekers gaven aan met de nodige scepsis gekomen te zijn, maar dat deze scepsis volledig werd weggenomen door wat ze op die scholen met eigen ogen zagen. Er is dus kennelijk een groot verschil tussen de perceptie op afstand en de waarneming van dichtbij.

Dat verklaart misschien ook de ontluisterende stelligheid waarmee  wetenschappers en columnisten in media als De Volkskrant,  Trouw en NRC Handelsblad feiten en meningen poneren over ‘de iPadschool’. Uit die stukjes blijkt dat de auteurs zich niet verdiept kunnen hebben in de daadwerkelijke praktijk op scholen die onze methodiek toepassen. Wie is komen kijken, weet dat allerlei voor waar aangenomen veronderstellingen gewoonweg niet kloppen met de praktijk.

Een illustratie van dit proces. Ik sprak met een Pabo-student die als stagiair op ėėn van de scholen functioneert. Hij vertelde hoe enthousiast hij was over de gang van zaken op de school. Ik vroeg hem toen wat zijn docenten op de Pabo van deze schoolaanpak vonden. “Oh, daar hebben ze uitgesproken negatieve meningen over. Maar hier zijn ze nog niet geweest.”

Ik zal proberen een beeld te geven van de feitelijke situatie. Een beeld dat je verder kunt toetsen door je in te schrijven voor de bezoekdagen of presentaties van betrokkenen bij te wonen, bijvoorbeeld op 13 november om 12.15 uur op de door Kennis net georganiseerde Onderwijsdag in Rotterdam.

 

foto 3

–          De aanpak en de ruimtelijke vormgeving van de Master in Sneek en Digitalis in Almere (een school met een Jenaplanstroom) lijken sterk op elkaar. De leerlingen starten de ochtend in een vaste groep, die qua leeftijd verticaal is. Daarna volgen ze een eigen programma, waarbij ze een deel van hun tijd doorbrengen in de vakspecifieke ateliers (zoals taal, rekenen, wereldorientatie,  techniek) en een deel op het leerplein. In de ateliers werken leerkrachten die dan alleen met dat vakgebied bezig zijn, waarvoor allerlei leermiddelen en apps beschikbaar zijn. Een deel van het werk vindt individueel plaats en een deel in groepjes. Op het  centrale leerplein wordt stil gewerkt. Daar zijn ook leerkrachten aanwezig om leerlingen te helpen die ergens mee vastlopen.

 

foto 4 (2)’s Middags vinden er meestal wat meer groepsactiviteiten plaats, en is er volop tijd fysieke en motorische ontwikkeling (ook buiten), creatieve producties, werk aan thema’s en projecten.

 

–          Zowel in de ateliers als op het leerplein zie je een heel natuurlijke vermenging van de digitale en de analoge wereld. Een deel van de kinderen is actief bezig met de iPad, andere kinderen zie je met de iPad en papier voor zich. En er zijn kinderen aan de slag met meer traditionele leermiddelen, dus zonder hun iPad. (Die worden dan tijdelijk opgeslagen in een kleine box). De scholen hangen vol met bewijzen dat ook deze kinderen druk zijn met tekenen, knippen, plakken en schrijven. Als de kinderen naar huis gaan dan hebben ze wel allemaal de iPad bij zich.

 

foto (2)–          Wat de bezoekers erg opvalt is hoe rustig het is op het leerplein en op andere plekken in de school. Een bezoekende schooldirecteur zei op de afgelopen bezoekdag: ‘Op de meeste scholen vliegen en joelen de kinderen naar buiten, als de les is afgelopen. Hier zijn ze zo rustig.’ Ik denk dat het samenhangt met twee belangrijke aspecten. Ten eerste: de zelfstandigheid die de kinderen wordt gegeven, waardoor ze ook de verantwoordelijkheid nemen en zich doorgaans aan de afspraken houden (en elkaar daar op aanspreken). En ten tweede het plezier dat ze hebben bij het leren. Waar je ook kijkt, je ziet de kinderen intensief bezig, met klaarblijkelijk plezier.  Of dat nu alleen met de iPad is op het leerplein, met een groepje met de iPad, met een boek of werkboekje of tijdens instructies van de leerkracht.
(Dit trof ik overigens ook aan toen ik vorig jaar langdurig bij Laterna Magica op IJburg was. Tachtig leerlingen in een grote ruimte die met hun eigen projecten aan de slag waren, leerkrachten konden aangesproken worden, en het was er de hele tijd rustig.)

–          Die rust had overigens wel een aanloopperiode nodig. De eerste weken was het duidelijk dat de kinderen deze aanpak (en grote zelfstandigheid) niet gewend waren. Dat leidde er onder andere toe dat er nogal eens spelletjes werden gespeeld met minder educatieve waarde. Dat werd snel opgelost. Een protocol over het gebruik van internet op school werd besproken met de leerlingen. Door een andere indeling van de werkplekken op het leerplein konden leerkrachten makkelijker zien wat de leerlingen met hun iPad aan het doen waren.

Een leerkracht schatte dat ongeveer vijf procent van de kinderen niet met de grotere vrijheid en verantwoordelijkheid kan omgaan en dus meer gebaat is bij een klassikale aanpak. Maar dat de 95% die de zelfstandigheid wel aankan en goed gedijt binnen deze opzet. Iets wat ook sterk wordt herkend door de ouders. Kinderen worden weer ‘eigenaar’ van hun eigen ontwikkeling.en waren. Kinderen zijn inmiddels aan de afspraken gewend en gaan verantwoordelijk om met die afspraken. (Een effectieve sanctie is trouwens dat de iPad die dag niet mee naar huis mee mag als een leerling zich niet aan de afspraken houdt.)

–          Niet alleen de kinderen moesten wennen, ook de leerkrachten moesten leren ‘loslaten’. De neiging om terug te vallen op oude zekerheden was er zeker in het begin. Mede door het vastberaden vertrouwen van de leiding, ging het team toch door. Nu overheerst het gevoel een grote sprong voorwaarts gemaakt te hebben. Een van de leerkrachten meldde dat zij er aanvankelijk aan moest wennen dat ze niet meer de hele tijd met dezelfde groep kinderen bezig was. Maar nu vond ze het juist fijn om in het atelier alle leerlingen van de school te zien. Bij een bespreking van de voortgang van een kind was het nu niet alleen haar waarneming, maar ook die van collega’s. Zo ontstond een veel completer beeld. En een ander voordeel: de spanning bij een lastige leerling loopt niet zo op als in de situatie dat leerling en leerkracht elkaar de hele dag zien. En ten slotte  vond deze leerkracht het een verademing om in een team aan de slag te zijn; voorheen was haar werk een veel solistischer avontuur. Ze was van plan om het vak de rug toe te keren, maar dankzij de keuze van de school voor dit concept was ze nu van plan tot haar pensioen als leerkracht te blijven werken.

foto 1–          Van veel leerkrachten hoorde ik dat men onder de indruk was van het tempo waarin kinderen zich kennis en vaardigheden eigen maakte. De inzet van de iPad zorgt er echt voor dat kinderen zich in hun eigen tempo en met eigen accenten aan het ontwikkelen zijn. Dat wordt begeleid met een individueel ontwikkellingsplan dat de leerkrachten voor alle leerlingen apart opstellen. Op andere scholen is dat alleen gebruikelijk (en verplicht) voor kinderen die het gevraagde eindniveau niet dreigen te halen. In het individueel ontwikkelingsplan, staat hoe kinderen zich op vaardigheden en sociaal-emotioneel ontwikkelen, in relatie tot de gestelde doelen. Elke zes weken weken wordt het plan bijgesteld en met de leerling besproken, elke twaalf weken ook met de ouders. Een leerkracht van een andere school vroeg waar de tijd vandaan kwam om dit zo intensief te doen. Het antwoord was dat de leerkrachten minder tijd nodig hebben voor lesvoorbereiding, administratieve taken en nakijken dan de leerkracht op een gewone school.

Zoals een leerkracht mij zei: “Dit is waarom ik in ooit het onderwijs in wilde.” Een ander: “Ik heb mijn vak weer terug “.

–          Wat door alle scholen wordt ervaren is een veel hogere ouderparticipatie dan vroeger. Opeens doen ouders mee die je voor de omslag naar dit concept nooit op school zag. Ouders zijn veel enthousiaster dan aanvankelijk toen ze (mede door de negatieve aandacht in veel media) bang waren dat hun kinderen proefkonijnen waren of door de iPad “dement” zouden worden. Een ander effect hiervan is dat in ieder geval in Sneek en Almere er relatief veel nieuwe aanmeldingen zijn van leerlingen.

–          De scholen vormen een lerende gemeenschap en dat betekent dat ook de leerkrachten grote stappen maken. Het leerproces van de leerkrachten wordt gedeeld: er zijn bijeenkomsten en een aparte Facebookgroep waar men ervaringen en tips uitwisselt. Een delegatie van de school in Maastricht (van bestuur, directie en leerkrachten) reisde af naar Sneek; het hele team zal als voorbereiding op de start in januari twee dagen in Sneek de kunst komen afkijken.

–          Ik sluit af met een groot cadeau dat ik om half twaalf op mijn verjaardag in mijn mailbox vond. Een moeder die niet echt expliciet gekozen had voor deze school of aanpak had gekozen, schreef:

Via deze weg wil ik graag mijn ervaring en enthousiasme met u delen over de iPad school. 

Het eerste woord dat er in mij opkomt is “GEWELDIG”. Mijn dochter gaat elke dag met veel plezier naar school en komt helemaal enthousiast terug.

De oorzaak hiervan is dat zij altijd ver vooruit liep op haar klasgenoten en daardoor op een “eilandje” belandde. Nu zit ze veel lekkerder in haar vel en kan ze heerlijk als een sponsje alle extra info opnemen. Ze is zeven en zit in groep vier en werkt nu al met voltooid deelwoorden en rekent met procenten!

En vandaag heeft ze te horen gekregen dat ze met Nieuwsbegrip naar het niveau voor groep vijf gaat! Ik ben een dankbare moeder en hoop ook zeker dat dit onderwijs door zal gaan.

 

Als je dit leest laat zich raden hoe triest ik het vind dat de school waar mijn dochtertje van vier nu heen gaat door de aarzeling van een aantal ouders, en de wijze waarop bestuur en leiding daarop gereageerd hebben, de voorgenomen stappen in de richting van onze aanpak (voorlopig) niet gaan nemen. Elke dag weer zie ik het verschil tussen deze school  (lijkt sprekend op de school waar mijn oudste zoon dertig jaar geleden naar toe ging) en de scholen die wel met ons meedoen.  Voor mijn dochter is dat niet zo erg, omdat wij met O4NT in augustus op twee plekken in Amsterdam met onze eigen school kunnen beginnen. Maar voor al die andere kinderen vind ik het wel erg; zij maken deels door onwetendheid en deels door behoudzucht, op dagelijkse basis het onderwijsmuseum van het verleden mee.

 

N.B.  Heb jij kinderen tussen 3 en 11 en wil je die wellicht op een van onze scholen hebben (vanaf volgend jaar) zeker in Amsterdam, Almere, Breda, Emmen, Heenvliet, Maastricht, Monnickendam, Sneek vul dan dit formulier in.

3 reacties
  1. Jan Tishauser
    Jan Tishauser says:

    Iedereen is dus heel enthousiast! Mooi, dat levert op zich al leerresultaten op. Maar is er naast dit enthousiasme ook al iemand aan het meten? Worden de leerresultaten van de kinderen vergeleken met de resultaten in een controlegroep, die gewoon onderwijs krijgt? Of worden die “21st century skills”, zoals kritisch denken, getoetst en vergeleken met een controlegroep? Ik zou het maar niet doen, zonde van de uiteenspattende droom die een nachtmerrie blijkt te zijn. Je dochter mag zich gelukkig prijzen, dat er een aantal ouders met gezond verstand in gegrepen hebben.

  2. Maurice
    Maurice says:

    @Jan, Jammer toch voor jou dat we op vele manieren aantonen dat jouw beeld niet klopt. Iedereen die bij die school betrokken is en vrijwel iedereen die daar op bezoek is gekomen bevestigt hoe goed het daar gaat.
    Tzt zal dat ook via wetenschappelijk onderzoek worden aangetoond (zoals al op meerdere plekken op de wereld wordt vastgesteld).

    In plaats met een open mind naar dit soort ontwikkelingen te kijken is het enige wat mensen zoals jij doen, hard erop inhakken, want het zou toch eens de eigen zekerheden kunnen aantasten.

    Sleep well.

  3. pim
    pim says:

    Mooi om te lezen dat iets dat vanuit een passie groeit zich ontwikkelt tot een vernieuwend concept dat resultaten laat zien. Maurice, ik weet nog dat je schreef over hoe je dochter op 3 jarige leeftijd letters maakte op de Ipad. Zie nu eens waar het al toe heeft geleid… Ik zou graag een keer met je praten over het sociaal emotioneel aspect van het onderwijs op de Steve Jobs scholen. Ik heb daar ideeën over en ben benieuwd wat jij daarvan vindt. Hartelijke groet,
    Pim Boswijk

Laat een reactie achter

Discussieer mee.
Gebruik onderstaand formulier om een reactie achter te laten.

Geef een reactie