Vuilspuiterij van/in NRC-Handelsblad

NRC-Handelsblad publiceert in krant en op internet een artikel waarbij zij met behulp van een aantal professoren/politicologen stellen dat mijn onderzoeken  tendentieus en discutabel zijn. Deze conclusies zijn gericht op onderzoeken die ik voor 50PLUS heb verricht.

Nu kan ik een uitgebreid artikel schrijven om op alle details van de vuilspuiterij in dit artikel in te gaan, maar ik heb wel belangrijkere en aangenamere dingen te doen.  Toch kan ik dit niet zomaar voorbij laten gaan en zal ik de lezer de componenten aanreiken om zelf zijn oordeel te vellen.

1.  Al vanaf het moment dat ik in 1976 naar buiten kwam met peilingen, heb ik te maken met kritiek vanuit politicologen bij universiteiten. De noemer over de jaren heen is dat ze enerzijds bij voorkeur mijn werk beoordeelden met de maatstaven of het een dissertatie was en anderzijds de kritiek die ze hadden op mijn werk een-op-een van toepassing had kunnen zijn op eigen onderzoeken waar ze  bij betrokken zijn/waren.  Ik heb het altijd ervaren als iets met een hoog “jalousie de metier”- gehalte. Daarbij waren ze vaak zelf betrokken bij kiezersonderzoek waar de overheid tonnen voor betaalde en doorgaans een a twee jaar na verkiezingen werden gepubliceerd (en daarbij bevestigde wat ik een a twee jaar eerder daarover al had vastgesteld).

2.  In het begin van de jaren negentig kwamen nieuwe politieke bewegingen op (de eerste was Leefbaar Utrecht), die snel een grote aanhang verwierven. Eerst in de gemeenten en vanaf Fortuyn ook in de landelijke politiek. Ik heb ook al voordat deze bewegingen groot waren aangegeven dat ze een grote electorale potentie hadden (zoals dit artikel in  november 2001 over Fortuyn).  Of het nu de Leefbaar partijen betrof, Fortuyn, Wilders en nu 50PLUS,  ik stelde hetzelfde patroon vast.  De meeste politici, de meeste media (zeker NRC-Handelsblad) en ook de professoren die nu zoveel kritiek op mij hebben, miskenden in het begin de kracht van die ontwikkelingen. Omdat het ook bewegingen waren van het soort kiezers, die niet op de verjaardagen kwamen van de journalisten, commentatoren van NRC-Handelsblad of op de verjaardagen of feestjes van die professoren, behandelden ze die ook met een vorm van dedain. De bewegingen waren populistisch. De kiezers waren dom en primitief.   Omdat ik wel vanaf het begin de kracht van die bewegingen onderkende, gebeurde het ook met regelmaat dat ik met die groepen werd vereenzelvigd, in een negatief daglicht werd gezet. En professoren/politicologen hadden er een handje van om dat dan gepaard te laten gaan met “wetenschappelijke” kritiek op mijn werk.  Spijkers op laag water zoeken. Kritiek vaak van het zelfde niveau als ik onder punt 1 al noemde.  Maar ze gingen daarbij voorbij aan het feit dat ik keer op keer, sinds 1976, de belangrijkste trends onder het electoraat eerder constateerde dan zij.


3.   Jan Nagel heb ik het eerst ontmoet in 1974, in het kader van zijn functie bij ” In de Rooie Haan”.  In 1976 begon ik daar bij met mijn peilingen. Toen en ook later heb ik zowel zijn professionaliteit vastgesteld in zijn werk als dat een afspraak een afspraak bij hem is en dat hij loyaal is. Karaktertrekken die mij bevallen. Met zijn politieke standpunten ben ik het soms wel eens en soms niet. (Maar dat geldt voor de mensen van alle politieke partijen, waarmee ik gesproken heb/ waarvoor ik werk.  In de afgelopen 12 maanden waren dat bij een snelle telling minstens 7 van de partijen die nu in de Kamers zitten en zeker 3 partijen die het bij de verkiezingen niet gehaald hebben). Door de jaren heen heb ik een goed contact met hem gehouden en bij heel bijzondere feestdagen in onze families (60/70e verjaardag bezoeken we elkaar).

Zowel bij de start van Leefbaar Hilversum, Leefbaar Nederland, PRDV als 50PLUS heeft Jan met mij een aantal keren gesproken over zijn plannen. En daarbij heb ik mijn mening gegeven en indien het mogelijk was via het stellen van vragen onder kiezers een betere indruk te geven van wat er aan de hand was en welke potentie de plannen van Jan hadden. Varianten hiervan zijn ook door de jaren heen gebeurd bij de meeste gevestigde partijen en nogal wat mensen die met een nieuwe partij wilde starten. Met vrijwel alle campagnecommissies, c.q. lijsttrekkers bij de laatste  twee Kamerverkiezingen heb ik in de afgelopen 2.5 jaar een of meermalen gesproken.  Voor die gesprekken (inclusief fractieweekends e.d.)  heb ik vrijwel nooit iets in rekening gebracht. Enerzijds omdat ik dankzij de belastingbetaler destijds mijn studie heb kunnen doen en gekomen ben waar ik gekomen ben. En anderzijds omdat ik denk dat ik de betrokkenen, vanuit mijn kennis en ervaring een beeld kan geven van het electoraat dat andere deskundigen minder goed kunnen geven. (En ook wel omdat ik het zelf interessant en leuk vind om met die mensen te praten en te merken hoe zij over die onderwerpen denken).

4.  Toen Jan Nagel vanaf begin 2010 bezig was met het oprichten van een nieuwe partij met name gericht op de groep boven de 50 jaar, heb ik hem vrijwel meteen gezegd, dat ik vanuit mijn deskundigheid zeker met hem wilde sparren, maar dat ik me niet kon voorstellen dat ik ooit op die partij zou gaan stemmen.  Die laatste mening heb ik nog steeds.  Dat betekent niet dat ik niet vind dat die partij een aantal sterke punten heeft, maar dat vind ik ook van vrijwel alle andere politieke partijen.

5.  In september 2010 zou er een soort oprichtingsvergadering zijn van de beweging die Jan Nagel en een aantal anderen voor zich zagen en  Jan vroeg me een onderzoek te doen, waarbij gekeken kon worden naar de potentie van een beweging die zich vooral zou richten op de groep 50PLUS. Net zoals ik veel vaker deed bij de inzet van mijn tijd en uren (zoals bij lezingen voor -afdelingen van- partijen, studenten) en met enige regelmaat bij het doen van onderzoek, rekende ik hier niets voor.  Ik heb namelijk altijd bewondering voor mensen die met veel inzet en passie hun idealen (of ik er  nu achter sta of niet) willen verwezenlijken. En als ik kan helpen om ze met informatie of kennis meer mee te geven over de realiteit dan doe ik dat. Dat heeft ook ingehouden bij anderen dat ze vervolgens inzagen dat wat ze deden veel of weinig kans had of wat ze deden sterk aangepast moest worden.

6. Aan de “wetenschappers” die via NRC-Handelsblad hun “oordeel” gaven van mijn werk zijn in het kader van het artikel twee rapporten voorgelegd.  Ik nodig u uit deze te lezen om enerzijds zelf de kwaliteit te beoordelen van die rapporten en anderzijds te ervaren hoe “right on the mark” ik daarbij in september 2010 was.  Dit is het rapport.

Ook bij 50plussers groeit de onvrede en onrust – september 2010

Maar voor de snelle lezer hier mijn slotconclusie van 2.5 jaar geleden:

Dit onderzoek bevestigt het beeld dat ook bij andere onderzoeken naar voren komt, nl. de manifeste en latente onvrede van burgers over de overheid/Den Haag.  Vooral als er onzekerheid is over de eigen inkomsten en het gevoel is dat de overheid daar een rol bij speelt, is de ervaring dat kiezers zich daar niet alleen fel tegen keren, maar het ook gevolgen heeft voor de politieke voorkeuren. Zo konden we in 1994 al zien dat in een heel korte tijd twee ouderenpartijen meer dan 10% van de oudere kiezers achter zich kreeg (en 7 zetels in de Kamer kregen). We zijn nu meer dan 15 jaar later en de huidige generatie 50plussers bestaat uit kiezers die een grotere historie hebben van een verandering in politieke voorkeur.

Verwacht mag worden dat als, na het bekend worden van de gevolgen van de plannen van het nieuwe kabinet voor de koopkracht van bepaalde groepen mensen en/of na de implementatie van de plannen de (electorale) reacties van de oudere kiezers ingrijpend zullen zijn. In welke mate dat zich zal richten op een nieuwe partij hangt sterk af van lijsttrekker van die partij, de voornemens en de media-aandacht. Ook zou het kunnen zijn dat andere partijen, met name partijen die nooit regeringsverantwoordelijkheid hebben gedragen, aantrekkingskracht op de oudere kiezers krijgen.

7.  Bij de verkiezingen in 2011 peilde ik een dag voor de verkiezingen 50PLUS op landelijk niveau voor de Tweede Kamer op 1,6%.  En was mijn prognose voor de uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen 2,7%. (echte uitslag was 2,4%).  Bij de verkiezingen van de Tweede Kamer in september 2012 was mijn prognose voor 50PLUS 1,4%, het werd 1,8%).

8.  Toen 50PLUS in de Eerste Kamer kwam kreeg men ook subsidie voor een wetenschappelijk instituut. De onderzoeksopdrachten die dit Wetenschappelijke Instituut had werden aan mij verleend.  Dat ging gepaard met verantwoorde offertes. Rapporten werden ook openbaar gemaakt. Een grote opdracht betrof het ontwikkelen van een maandelijkse index die ging over het pensioenvertrouwen in Nederland en inzoomen op de ontwikkeling van het consumentenvertrouwen bij kiezers boven de 50+ (veel lager dan die onder jongeren, met een duidelijk groter verschil dan vroeger).  Dat onderzoek is over 13 maanden gehouden en in november 2012 gestopt.  Het wetenschappelijk onderzoek gaf eind vorig jaar een opdracht tot het houden van een onderzoek dat dieper inging op de onvrede van de burgers, met name de oudere burgers.  Dit onderzoek “Oordeel over de positie van ouderen in 2013” was niet primair gericht op publiciteit, maar diende er toe meer kennis te verwerven bij het wetenschappelijk instituut en kader en leden van 50PLUS. Dit onderzoek was het tweede onderzoek dat voorgelegd werd aan de “wetenschappers”.  Voor dit onderzoek is exclusief BTW  4.750 in rekening gebracht.  Dit is het tekstrapport.

De (potentiele) kiezers van 50PLUS – maart 2013

Voor de snelle lezers elementen van het slothoofdstuk:

Dit onderzoek laat zien dat de burgers boven de 50 jaar niet alleen negatiever over de eigen financiële positie oordelen dan de jongere leeftijdsklasse, maar vooral aanzienlijk pessimistischer zijn over hun financiële toekomst.

De aanhang van 50PLUS is gemiddeld negatiever en pessimistischer dan de rest van de groep boven de 50 jaar, maar dat hangt samen met het feit dat zij gemiddeld ook wel een lagere opleiding en lager inkomen heeft dan de rest van de groep boven de 50 jaar

Vrijwel alle tabellen van dit onderzoek laten zien dat er sprake is van een grote vertrouwensbreuk bij Nederlanders boven de 50 jaar. Los van hun uitgangspositie, is hun financiële perspectief overwegend negatief.  En voelen de meesten zich misleid, en voor een deel zelfs verraden, door de politiek. Dat heeft mede tot gevolg, dat zij (heel) weinig vertrouwen hebben in de politieke en in steeds grotere mate voor 50PLUS kiezen. Rond de helft van de kiezers boven de 50 jaar kan zich voorstellen die partij te kiezen, wat betekent dat scores in peilingen tussen de 20 en 30 zetels in de toekomst niet onmogelijk zal zijn.

Concluderend: In beide onderzoeken (september 2010 en maart 2013) laat ik goed zien wat er aan de hand is onder de oudere kiezers en omschrijf (in 2013) en voorspel (in 2010) ik goed en op een adequate manier de stand van zaken. Zij die beide rapporten echt lezen zullen met me eens zijn dat de reacties van de “wetenschappers”  ongefundeerd, zwaar overtrokken zijn en vooral lijken bedoeld te zijn mij te schaden. Daarbij heeft een van de desbetreffende hoogleraren mij geschokt gemeld dat hij een veel genuanceerder reactie op mijn onderzoeken had gegeven en de journalist een dusdanige selectie had gemaakt dat dit beeld eruit voortkomt. (Als trouwens 50PLUS nu in de peilingen op 1 zetel had gestaan, was dit artikel niet verschenen. En vanuit een andere invalshoek had dit artikel vooral complimenteus kunnen zijn over mijn inzicht in de electorale stromingen )

Toen ik het concept van het artikel zag en ook merkte welke “wetenschappers” waren benaderd, heb ik gevraagd of ik ook nog een aantal namen kon opgeven van “geleerden” , zodat die hun mening konden geven. Maar dat mocht niet. Dat bepaalde de krant zelf.

En daarbij komt nog iets:  de twee rapporten hebben de belastingbetaler dus in totaal ruim 4000 euro gekost. Alle criticasters in het artikel werken bij de Universiteit en worden dus door de belastingbetaler betaald.  Ik schat dat alleen aan de tijd die zij bij elkaar hebben gebruikt om mijn twee onderzoeken te lezen en met de journalist te praten de belastingbetaler meer heeft gekost dan deze beide rapporten.

Ik kan dit optreden van deze “wetenschappers”  en NRC-Handelsblad niet anders dan plaatsen in de serie ervaringen die ik onder 1. en 2. heb beschreven.  “shoot the messenger”,  “jalousie de metier”  en eigenlijk twijfel ik ook aan hun integriteit.

Tot slot een stukje uit het artikel in de krant, dat ik symptomatisch vind voor zowel de aantijgingen als de kwaliteit van journalist en het artikel:

“Paul Lucardie is politicoloog, verbonden aan het Documentatiecentrum Politieke Partijen (DNPP). Hij volgt de opkomst van Leefbaar Nederland van dichtbij. Lucardie: „De partijen van Jan Nagel hebben altijd – voor mij verrassend – veel publiciteit gekregen.” Zonder wetenschappelijk bewijs heeft hij de „indruk” dat nieuwe partijen het bij De Hond beter doen dan bij andere bureaus. En een partij kan profiteren van een gunstige peiling, legt hij uit”.

Besef dus wat hier staat.  Ik word aangevallen op mijn -laten we zeggen-  “wetenschappelijke tekortkomingen”. En dan gaat een politicoloog, die nota bene verbonden is aan een Documentatiecentrum over politiek, een “indruk” weergeven dat nieuwe partijen het bij mij beter doen dan bij andere bureaus. En vervolgens vertelt hij dat die partijen daardoor extra in de lift komen. Met de toevoeging “zonder wetenschappelijk bewijs”………….       Do I have to say more?

Eigenlijk heb ik maar een woord voor de bijdragen van deze “wetenschappers” in dit artikel en van NRC Handelsblad:  walgelijk.

6 antwoorden
  1. Web Muis
    Web Muis zegt:

    Ik heb toen ik psychologie studeerde in 1990 in Leiden eens de literatuur bestudeerd over “Experimenter Expectancy” effecten, en toen las ik iets wat me verbaasde, namelijk dat zulke “Demand Characteristics” nog nooit waren aangetoond in goed onderzoek.
    Dus kunnen de NRC-profs er zonder onderbouwing niet zomaar van uit gaan dat de vraagstelling het antwoord beïnvloedt. Zonder dit effect te kwantificeren roepen ze eigenlijk ook maar wat. Natte vingerwerk.

  2. Maurits
    Maurits zegt:

    Het is jammer dat “wetenschappers”pretenderen dat ze weten wat er op de werkvloer afspeelt. Het doet me denken aan wegontwerpers achter hun digitale vormgeving die ook nooit buitenkomen. Maurice blijf geloven in je eigen kracht en integriteit en iedere keer dat je gelijk hebt (gekregen) denk dan: “Ik ben een Top Dog” succes

  3. mibv
    mibv zegt:

    “Do I have to say more?”

    Hoeft natuurlijk niet, maar als je dan al reageert waarom dan niet gewon inhoudelijk.

    Bijvoorbeeld waarom de gebruikte vragen en mogelijke antworden WEL te veranrwoorden zijn. En waarom het alleen maar LIJKT alsof ze sturend zijn en enkel tot een gewenst resultaat kunnen leiden.

  4. Maurice
    Maurice zegt:

    @mibv

    Wat ik je allereerst aanraadt om het oorspronkelijke stuk te lezen van NRC in de krant van zaterdag en dan het stuk op de website van zaterdagmorgen. Dan zie je dat er op internet een selectie is gemaakt waarbij o.a. die kleine nuancering die er in de krant nog was en mijn uitgebreidere reactie die wel in de krant stond er uitgehaald was.
    Dit was mijn reactie zoals die in de krant stond: „Ik ben trots op de kwaliteit van de onderzoeken die ik uitgevoerd heb voor 50Plus. Ik denk dat ik bij mijn conclusies, zowel in 2010 als in 2013, ten aanzien van de ontwikkeling van de onvrede bij de ouderen en de potentie van de partij 50Plus, zowel een goede weergave heb gegeven van de situatie van dat moment als de juiste verwachting heb uitgesproken over de toekomst. Wetenschappelijke principes pas je toe op je werk. Maar er is echt een groot verschil tussen een dissertatie, een scriptie, of de rapportage van een serie vragen die je aan een representatieve steekproef stelt en waarvan je de uitslagen rapporteert. Het is zo kinderachtig en oncollegiaal als je vervolgens dat laatste onderzoek beoordeelt en behandelt alsof het er een is van een hele andere categorie.”
    Maar dat stond dus niet op internet, maar wel een fragment van iets wat ik per mail had gestuurd nadat ik het conceptartikel had gelezen.

    Interessant is daarbij dat het artikel in de krant zelf al weer een negatieve selectie was van in ieder geval de reactie van een van de drie genoemde hoogleraren die genoemd wordt op internet, zoals hij me vrijdag zelf vertelde.

    Dan raad ik je aan de gedetailleerde kritiekpunten van de hoogleraren te lezen zoals die bij de rapporten vermeld staan in de “verantwoording” van NRC-Handelsblad http://www.nrc.nl/nieuws/2013/03/30/lees-hier-de-kritiek-van-wetenschappers-op-de-hond-en-oordeel-zelf/ en die te vergelijken met het stuk van die ochtend op internet.

    Vervolgens moet je beseffen dat, zoals de journalist me vooraf had gemeld, hij niet het tekstrapport uit 2010 had voorgelegd, ondanks dat hij dat in zijn bezit had, maar alleen de tabellen.

    Dan is het zo dat het onderzoek beide keren niet gericht was op publicatie, maar voor kennisverwerving binnen de partij en voor besluitvorming. Met dat als achtergrondkennis moet je nog eens het commentaar van met name Van Praag en Aarts lezen.

    Ten slotte kan ik bij ongeveer iedere vraag die in onderzoeken gesteld worden een discussie aangaan of het toch niet anders gesteld zou kunnen worden. Of hoe je precies de antwoorden zou moeten interpreteren. Dat is werkelijk zo makkelijk. Cruciaal is bij het onderzoek welke conclusies er getrokken worden in het tekstrapport n.a.v. de cijfers. Die rapporten staan hierboven en ook een aantal van mijn tekstconclusies.

    Lees nog even de slotconclusie uit het onderzoek van 2.5 jaar geleden. En -zeker ook met de kennis van nu- wat deugt niet aan die conclusie? En wat rechtvaardigt dat tekstrapport en die conclusie het artikel zoals dat op de website van internet zaterdagmorgen staat?

    Op die conclusies van toen (en ook van nu) valt weinig af te dingen. En als ik dan ook nog transparant de tabellen openbaar heb gemaakt op basis waarvan die conclusies zijn getrokken en de wetenschappers reageren zoals ze reageren en NRC-Handelsblad maakt er zo een stuk van op haar website met als kop: “Wetenschappers: onderzoeken De Hond tendentieus en discutabel” dan is het voor mij duidelijk dat zowel NRC-Handelsblad als de wetenschappers een andere agenda hebben.

    Dat gevoel werd nog versterkt door het conceptartikel dat ik donderdag had ontvangen en waar nog een stuk meer onjuiste en verdraaide feiten in stonden. Die blijkbaar ook afkomstig waren van de wetenschappers (sommige op het niveau van roddel en achterklap). Zo stond er dit in “Onbekend is welke correctiemechanismen hij hanteert. Grote nieuwsorganisaties zoals NOS deden hem daarom eerder in de ban”.

    Mijn correctiemechanismen staan op http://www.peil.nl uitgelegd onder “onderzoeksmethode”. En ik ben bij de NOS als “huispeiler” weggestuurd omdat ik met naar buiten teveel bemoeide met de Deventer Moordzaak (en trouwens niet in de ban gedaan). En van andere grote nieuwsorganisaties die me in de ban hebben gedaan is geen sprake geweest.
    Mijn vraag aan de journalist was: “wat is de rest van de reacties van die zegsman waard, als hij deze bovenstaande onzin in je richting heeft uitgekraamd?”.

    Dat soort onzin is nog wel buiten het artikel gehouden, maar meningen van wetenschappers, dat zijn meningen. Op mijn vraag of ik oook een aantal wetenschappers kon opgeven waaraan de journalist nog om een mening kon vragen, werd geantwoord dat NRC-Handelsblad zelf wel uitmaakte wie ze benaderden. En ook uit die keuze van deze deskundigen kon je al van te voren weten wat er ongeveer uit zou komen, gezien hun eerdere opmerkingen over mij, ongeacht hoe mijn onderzoeken eruit zouden hebben gezien.

    Meningen, waarvan in ieder geval een van de professoren mij aangaf, ook nog gesteld kan worden dat het nog een negatieve selectie was van wat hij over mijn onderzoeken had gezegd.

  5. mibv
    mibv zegt:

    Laat ik beginnen te zeggen dat ik geen wetenschapper ben en behalve wat algemene kennis over het opstellen van vragenlijsten ook niet bekend met het vakgebied, noch welke belangen er in het vakgebied spelen.

    Ik zal voor de duidelijkheid ook mij eigen naam onderaan vermelden zodat meteen ook duidelijk is dat ik niet stiekum een van de betrokken partijen ben, meer een verbaasde lezer.

    Mijn proefabonnement op de/het(*) NRC begint pas morgen, ik zal dan ook eens in het archief duiken om de genoemde artikelen op te duikelen.

    Mijn reactie was gebaseerd op het ‘Beste van het Web’ stuk op de nrcl.nl site
    http://www.nrc.nl/nieuws/2013/03/30/lees-hier-de-kritiek-van-wetenschappers-op-de-hond-en-oordeel-zelf/
    en bovenstaande reactie.

    Ik heb zowel het tekstrapport als het tabellenrapport gelezen en vooral over die laatste gaat mijn verbazing.

    Nu kan het zijn dat mijn onbegrip terug te voeren is op;
    “Maar er is echt een groot verschil tussen een dissertatie, een scriptie, of de rapportage van een serie vragen die je aan een representatieve steekproef stelt en waarvan je de uitslagen rapporteert.”

    Ik ga er inderdaad van uit dat als er iets gedaan wordt dat onderzoek genoemd wordt, zeker als dat gebeurt door een partij van naam en faam, en dat is volgens mij bij het ‘merk’ MdH nog steeds het geval, dat er dan sprake is van een onderzoeksmethode. En dat die weer gebaseerd is op een min of meer wetenschappelijke grondslag.

    Ik realiseer me dat opinieonderzoeken niet direct een beta vak is, maar de stellingen zoals ze op pagina 9 t/m 13 staan van het tabellenrapport http://issuu.com/pimvandendool/docs/tabellenrapport_oordeel_over_ouderen_in_nederland2/1 komen op mij toch inderdaad vrij sturend over.

    Nu is het waarschijnlijk lastig om een neutrale vraag te stellen; elke vraag en de mogelijke antwoordmogelijkheden zal de ondervraagde zeer waarschijnlijk in een richting sturen. Maar juist daarom zou ik ook verwachten dat in elke set van vragen die probeert de mening over een specifiek onderwerp te achterhalen een substantieel deel bedoeld is om deze ‘vervuiling’ te corrigeren.

    Daarnaast zijn veel zaken dusdanig complex dat ze niet eenvoudig tot een enkelvoudige vraag zijn terug te voeren. De idee die ik kreeg van de vragen/stellingen zoals genoemd is dat daarbij enkelvoudige oplossingen voor complexe vraagstukken worden aangeboden, wat de waarde van de antwoorden niet ten goede komt.

    Bijvoorbeeld een stelling 15 “Het is onnodig dat de pensioenfondsen hun uitkeringen verlagen”. Dat is toch een stelling van een tekenkrommende simpelheid?

    Wellicht was dit onderzoek echter ook alleen voor bedoeld om te bepalen welke stellingen het meeste leven bij de (potentiële) achterban. Daar lijkt het wel degelijk geschikt voor te zijn.

    Mijn reactie ging daar echter niet van uit.

    Anne Krijger

    (*) Streep door nav voorkeur :)

  6. june
    june zegt:

    Beste Maurice,

    Wat mij niet helemaal duidelijk is, is hoe u de deelnemers aan uw peilingen selecteert. Om een resultaat te verkrijgen dat representatief is voor de gehele bevolking, is het zoals u weet het beste om willekeurig personen te selecteren.

    Op uw website peil.nl heb ik gezien dat u opiniepeilingen houdt onder mensen die zich op de site hebben aangemeld, waarbij de keuze vrij is om aan het ene onderzoek wèl mee te werken en aan het andere niet. Het gaat hier dus om mensen die: A. internet gebruiken, B. belang hechten aan uw onderzoeken en C. graag hun mening geven over het specifieke onderwerp van de peiling. Deze drie kenmerken gaan niet op voor de gehele Nederlandse bevolking.

    Indien het in het onderzoek voor 50Plus ook vrijwilligers betreft, zou u dan kunnen aangeven welke maatregelen u heeft genomen om deze invloed uit het onderzoek te verwijderen?

    Alvast bedankt voor de opheldering.

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie