Onbekend maakt onbemind

Na de introductie van een nieuwe aanpak voor de basisschool (www.o4nt.nl) ontstond er veel discussie. Discussies die veel lijken op de discussie die er volgden op publieke uitingen van mij aan het begin van de jaren 80 over wat ik verwachtte van de PC. En op die volgden toen mijn boek “Dankzij de snelheid van het licht” uitkwam in 1995 waarin mijn verwachtingen over de grote gevolgen van het internet.  Varierend van grote bijval tot haast een blinde haat.

De sterke afwijzingen, en er is een fors aantal op internet terug te vinden, classificeer ik grofweg in twee groepen. De ene groep betreft bepaalde mensen uit het vakgebied zelf, die grote moeite hebben om te accepteren dat buitenstaanders ook goede ideeën kunnen hebben over hun vakgebied. In het bedrijfsleven wordt dat het “not invented here”-syndroom genoemd. De tweede groep betreft mensen, die geen feitelijke ervaringen hebben met de nieuwe  technologie, waarover ik het heb en daardoor een belangrijke ervaringsfactor missen bij het beoordelen van de argumenten die ik heb aangevoerd. Zo weet ik nog goed van het debat tussen een aantal schrijvers rond 1985 over het gebruik van de PC bij het maken van een boek. Een schrijver gebruikte een PC, twee anderen een typemachine en de laatste een pen. Die drie laatsten waren zeer afwijzend over het gebruik van de PC, en gaven aan dat ze ook direct konden herkennen aan een boek dat het met een PC was gemaakt. (Inmiddels denk ik dat meer dan 90% van de schrijvers in Nederland in huilen uitbarsten als ze gezegd worden dat ze een jaar lang geen computer meer mogen gebruiken).

Toen ik al in 1982 zag hoe mijn zoon Marc (toen 5 jaar oud) omging met uit Amerika gehaalde educatieve software op de PC (toen nog zonder muis) realiseerde ik me daar de kracht van. Dat resulteerde o.a. in het bedenken, samen met Radarsoft, van het educatieve programma Topografie Nederland (Europa en de Wereld) in 1984 voor de Commodore 64, in het kader van het door mij geleide MCN-project van V&D en Dixons. Mijn zonen (toen 7 en 5) waren zeer actief met het programma en konden uiteindelijk alle plaatsen vinden op een blinde kaart. (5 jaar later kregen ze op school een overtrekje mee met de opdracht die plaatsen met behulp van de Bosatlas te vinden en nog steeds gebeurt dat meestal zo).

Ik heb rond 1993 een lezing gegeven op verzoek van het Ministerie van Onderwijs bij het einde van het Comeniusproject met de naam “Reinventing the School”. En in mijn boek in 1995 sprak ik mijn verbazing uit over het feit dat op de basisschool niet verplicht wordt geleerd met 10 vingers blind te typen. (17 jaar later is dat nog steeds zo!!).

Mijn stelling is: “Als je zelf geen ervaringen uit de praktijk hebt met belangrijke nieuwe technologische ontwikkelingen dan is het onmogelijk om goed te beseffen wat de gevolgen van die technologische ontwikkeling is.” En ik kan daar desgewenst een groot aantal voorbeelden van geven.

Door mij dochtertje (die in mei 2009) is geboren zie ik hoe ze van heel vroeg af aan omgaat met (eerst) de iPhone en later de iPad. Daar spreek ik met regelmaat over met andere ouders met kinderen in dezelfde leeftijd en met vergelijkbare ervaringen. Daarbij gaat het niet alleen erom dat heel jong al heel gemakkelijk met die apparaten om kunnen gaan, maar vooral dat er vele leerzame apps zijn waarmdd de jonge kinderen met gemak en enthousiasme zich bepaalde vaardigheden eigen maken, die in de fysieke wereld minder gemakkelijk of (veel) later worden geleerd. Maar ook dat zij op een heel vroeg moment in hun leven (ruim voor hun derde) de virtuele wereld als een integraal deel van hun bestaan ervaren. Iets wat een prima voorbereiding is voor de toekomst, omdat die virtuele wereld steeds meer aanwezig zal zijn.

Dat is al weer een groot verschil met de voorgaande generatie, die pas op een wat later moment in hun leven met de computer in aanraking kwamen. (PC/Laptop met een muis). En die ook al veel verschilt van bij voorbeeld mijn generatie die opgroeide, terwijl de televisie er nog niet was.

Onderzoek dat vorige week door o4nt is uitgevoerd laat ook zien dat het een groot verschil maakt bij je reacties op basis van je eigen ervaringen. Op de vraag of men het nieuwe schoolplan op basis van de iPad een goed idee vond geeft ongeveer 2 van de 3 mensen aan dat niet te vinden. Maar bij de ouders met kinderen die actief zijn met een iPad vinden ongeveer 3 van de 4 het wel een goed idee.

Dat zijn dus geen gemakkelijke discussies over het plan voor de nieuwe school als er zo een groot verschil in ervaringswereld is en lijkt wat mij betreft dus sterk op die discussie uit 1985 tussen die 4 schrijvers over het gebruik van een PC bij het schrijven van een boek.

Om iets van mijn ervaringen te delen heb ik een kort filmpje gemaakt, waarvan ik hoop dat men die wil bekijken. Mijn dochter Daphne (bijna 3) is bezig met een geweldige (in Nederland) gemaakte app LetterSchool.  Het is een app die gericht is op het leren schrijven voor kinderen tussen 4 en 6. De app heeft inmiddels vele prestigieuze prijzen in de VS op educatief terrein gewonnen.

Hoewel die app dus op kinderen van 4 tot 6 is gericht is mijn dochter er ook al actief mee bezig. Voor haar is het gewoon een leuk spel. Maar als je goed kijkt zie je wat er gebeurt. En misschien begrijp je beter waarom ik me inzet dat die nieuwe generatie op een school terecht komt die inspeelt op waar zij al mee bezig is. En optimaal gebruik maakt voor het inrichten van de school en het benutten en ontwikkelen van talenten van de leerlingen.

Kijk eens naar deze video en vraag je dan nog eens af waarom het inrichten van een nieuwe school, waarvan je uitgaat van het bestaan van het apparaat, en daar optimaal gebruik van maak, geen goed idee is. (En lees daarbij dan ook ons manifest en de uitwerking van ons educatieve concept).

[youtube vB6RpUUd91Y]

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie