Peil.nl stopt medewerking aan Peilingwijzer

Al lang had ik kritiek op zowel hoe Peilingwijzer wordt samengesteld als hoe het door diverse media wordt gebruikt. Voor de verkiezingen van 2017 schreef ik er dit artikel over.

De belangrijkste kritiek is dat als de cijfers van Peilingwijzer worden gepubliceerd ze al achterhaald zijn, zeker in periodes waar de bewegingen van het electoraat heftig zijn. Die heftige bewegingen zien we vaak in de weken/dagen voor de verkiezingen.

Maar doordat er diverse media zijn, zoals de NOS, die als beleid hebben in principe alleen de cijfers van Peilingwijzer te geven, geven zij eigenlijk hun kijkers/lezers, niet het juiste beeld over de actuele electorale situatie. Dat is tussen verkiezingen niet zo erg, maar in de periode kort voor verkiezingen, vind ik dat wel.

Daarbij stel ik vast, dat als mijn peilingen via Peil.nl worden gehouden, die dan wel actueel zijn, die door die media worden genegeerd, omdat zij als lijn hebben gekozen alleen maar de cijfers van Peilingwijzer weergeven. Dat was zowel de maandag voor de verkiezingen van de Tweede Kamer in 2017 het geval (met de gebeurtenissen dat weekend in Rotterdam met een Turkse minister die uitgewezen werd, hetgeen forse invloed heeft gehad op de uiteindelijke uitslag) als bij de recente verkiezingen op 20 maart jl, waarbij de aanslag In Utrecht de maandag er voor plaats vond.

Terwijl via Peil.nl die dinsdag voor de verkiezingen een speciaal onderzoek gehouden is om de effecten te meten van Utrecht (en die in DWDD zijn gepresenteerd en ook bij Pauw en Jinek vermeld) werden door diverse andere media alleen de laatste cijfers van Peilingwijzer vermeld. (Waardoor mede het voor menigeen een grote verassing werd dat FVD de grootste partij werd).

Op de site van de NOS werd op dinsdagavond 19 maart om 19:10 uur de cijfers gepresenteerd van Peilingwijzer voor de Eerste Kamer. VVD stond op 12 zetels en FVD op 9. Daarbij werden cijfers gehanteerd van 3 bureaus, die gemiddeld circa 10 dagen voor die datum waren gemeten.

De meting van Peil.nl, die wel direct na de gebeurtenissen in Utrecht op dinsdag werd gehouden, werd die dinsdag voor 18 uur onder embargo verspreid en om 19:15 uur in DWDD gepresenteerd, kwam met een score van 11 – 11 voor de twee grootste partijen, maar werd door diverse media genegeerd.

 

Vandaag kwam de nieuwste Peilingwijzer uit. Daar is te zien wat volgens Peilingwijzer de score was in percentages voor de Tweede Kamer op 20 maart jl, de dag van de verkiezingen waar FVD 14,4% haalde en de VVD 13,9.%

Volgens Peilingwijzer stond de VVD op die dag op 16,3% en FVD op 12,7% (zie grafiek van de website van Peilingwijzer)

Die uitslagen zijn volgens de toelichting van Peilingwijzer gebaseerd op de meting van 3 bureaus, waaronder Kantar. Die heeft voor het laatst 10 weken geleden (sic) een peiling gepresenteerd, waarbij VVD 28 zetels had en FVD 14. De stijging van de VVD van vandaag bij Peilingwijzer staat op conto van de meting van I&O van vorige week, waar de VVD sinds de laatste verkiezingen 4 zetels gestegen zou zijn, en het CDA 3 !?

Mede aan de hand van deze voorbeelden heb ik zowel Peilingwijzer als één van de media benaderd om aan te geven dat deze cijfers van Peilingwijzer vlak voor verkiezingen een misleidend beeld geven van de actuele electorale ontwikkelingen. Mijn voorstel was om, gezien de problemen met de actuele cijfers, in die laatste weken voor de verkiezingen niet met een Peilingwijzer te komen. Daardoor kunnen de media dan zelf kiezen welke cijfers zij  van de diverse peilingbureaus al dan niet zullen weergeven in relatie tot actuele gebeurtenissen.

Op deze manier wordt recht gedaan aan de waarde en het belang van peilingen in de periode kort voor de verkiezingen.

Daar werd tot mijn teleurstelling negatief op gereageerd.

Daarom heb ik besloten noch actief of passief als Peil.nl mee te werken aan de verkeerde weergave van de electorale situatie door Peilingwijzer. Ik heb de maker van Peilingwijzer gemeld dat hij geen gebruik mag maken van de cijfers van Peil.nl bij het aanmaken van Peilingwijzer.

Peilingen 2012-2019

 

Dit zijn de 300 uitslagen van Peil.nl in een mooie grafiek.

Lees meer

Perfect Storm trof NOS-Uitslagenavond

Ik zal het maar bekennen: de avond van een verkiezingsdag is voor mij ongeveer hetzelfde als de finale van de Champion League, en dan met een Nederlands team erin. Eerst de exitpoll en dan komen de uitslagen binnen per gemeente. En diep in de nacht dan de definitieve uitslag. Maar natuurlijk geniet ik van de reacties bij de politieke partijen: verliezers en winnaars. Waarbij ik bij verliezende partijen nog blijkbaar regelmatig voor het enige lichtpuntje een avond zorg, namelijk dat ze het “beter hebben gedaan dan de peilngen”. (Dit keer was dit presentje voor het CDA). Lees meer

Waar blijven de Maatschappijtafels?

Bij iedere jaarwisseling schrijf ik een stuk over een thema, dat me bezig houdt en waarvan ik het belang met u wil delen. Het is gebaseerd op de resultaten van mijn onderzoeken en/of ontwikkelingen in de samenleving, die ik zie.

Waarbij ik hoop, dat hetgeen ik daarbij vaststel een vorm van impact heeft en vervolgens tot een vorm van verbetering zal leiden.

Dit keer wordt het een somber stuk. Omdat ik -helaas- denk, dat het inmiddels vijf over twaalf is geworden. Daarbij gaat het niet over het onderwerp, waarover 150 organisaties en veel bobo’s, aan vijf klimaattafels, intensief hebben overlegd, om te kijken of en hoe ze de mensheid vanuit Nederland op termijn kunnen redden.

Lees meer

De cruciale periode 1990-1994

Vaak merk ik dat bij beschouwingen over electorale ontwikkelingen in Nederland, de lange-termijn-trends over het hoofd worden gezien. Zo ook weer bij de beschouwingen, die ik de afgelopen week hoorde, naar aanleiding van het overlijden van ex-Premier Kok.
Die misvatting merk ik vooral als er gesproken wordt over opkomst van Pim Fortuyn in 2001-2002 aan het eind van de achtjarige periode van Wim Kok als premier. Alsof Fortuyn eigenhandig de onvrede onder kiezers t.o.v. de zittende macht op had gewekt en dat vanaf dat moment pas alles in Nederland electoraal anders is geworden.

Dat dit beeld weinig te maken heeft met wat er werkelijk electoraal in Nederland is gebeurd, schrijf ik toe aan het proces, waar de “mainstream media” sinds de verkiezing van Donald Trump in de VS, eindelijk bewust van is geworden: In de eigen bubbel (lees de vierkante kilometer rond het Binnenhof) heeft men geen zicht op datgene wat buiten die bubbel aan de gang is.

De electorale ontwikkelingen in Nederland in de afgelopen 40 jaar, laten zien in welke periode de grootste electorale veranderingen zijn opgetreden; en dat was tussen 1990 en 1994! De periode waarin CDA (Lubbers) en PvdA (Kok) samen het land bestuurden.
In de bijlage treft u 4 grafieken aan. Het zijn de uitslagen van CDA, PvdA, VVD en de Rest bij de Tweede Kamer- en Gemeenteraadsverkiezingen tussen 1977 en 2018. Daarbij is te zien dat de trendlijn bij de partijen van de Gemeenteraadsverkiezingen een wat duidelijker beeld geeft van wat zich onder de kiezers afspeelde dan die van Tweede Kamerverkiezingen (dat komt omdat de strijd om het premierschap, zoals in 2012, de twee betrokken partijen -tijdelijk- voordeel oplevert).

De onderstaande grafiek laat de belangrijkste twee lijnen zien uit die periode. De scores van CDA+PvdA en die van de overige partijen, minus de VVD.

In deze 40 jaar zakten CDA+PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen van 66% naar 18% en steeg de groep “Rest” (overige partijen minus VVD) van 16% naar 61%!

De grootste daling van de scores van CDA plus PvdA in 4 jaar vond plaats tussen 1990 en 1994. De twee partijen verliezen dan samen in die 4 jaar 23%, ruim een derde van hun aanhang. In geen enkele andere periode tussen 1977 en 2018 zien we zo een grote verschuiving tussen twee gemeenteraadsverkiezingen. De Tweede Kamerverkiezingen van 1994 gaven voor die twee partijen een vergelijkbaar verlies t.o.v. die van 1989 (een verlies van 21%). (Misschien zijn de twee sleutelwoorden voor die periode wel “WAO” en “AOW”.)

De grote electorale waterscheiding in Nederland vond niet plaats in 2002, maar tussen 1990 en 1994! Toen CDA en PvdA samen regeerden.
Dat is de periode geweest waar een fors deel van de vaste aanhang van CDA en de PvdA -voor het eerst- een andere keuze maakt. Een groot deel van die kiezers, zijn niet meer teruggekeerd bij CDA of PvdA. Een proces dat vervolgens geleidelijk uitmondde in verkiezingsuitslagen van 8% van het CDA bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 (na geregeerd te hebben met de VVD en gedoogsteun van de PVV) en 6% van de PvdA bij die van 2017 (na geregeerd te hebben met de VVD). Terwijl ieder van deze beide partijen in 1977 nog meer dan 30% haalden. (En 55 jaar geleden scoorden die twee partijen, of althans hun voorgangers nog meer dan 75%).

En dat er wat fundamenteels aan de hand was kon al vastgesteld worden bij de gemeenteraads-verkiezingen van 1994. Leefbaar Hilversum werd toen vanuit het niets direct veruit de grootste partij. Iets dat Leefbaar Utrecht in 1998 ook presteerde. Ik weet nog goed hoe toen algemeen gesteld werd (o.a. Felix Rottenberg in NOVA), dat dit alleen iets lokaals was, maar dat zoiets op landelijk niveau ondenkbaar was.

Maar als je toen goed naar de uitslagen keek en de onderzoeken, die ik destijds uitvoerde, dan was al te zien wat zich onder het electoraat aan het afspelen was. Ten minste als je bereid was verder te kijken dan vanuit de eigen bubbel. Zo schreef ik op dag na de Tweede Kamerverkiezingen van 1998 een analyse voor Het Parool. PvdA en CDA hadden iets van hun verlies in 1994 goedgemaakt (samen 7% gewonnen). Maar bij de Gemeenteraadsverkiezingen 2 maanden ervoor waren ze samen in 1998 niet vooruit gegaan t.o.v. 1994!
Mede daarom eindigde ik mijn analyse in 1998 met de volgende woorden:
“Een PvdA zonder Kok zou snel in een nog slechtere situatie kunnen belanden dan het CDA nu…. En een nieuwe club met een aansprekend issue en een aantrekkelijke leider kan……..best eens vanuit het niets zich kunnen voegen bij de huidige grote drie, zoals al in een aantal gemeenten is gebeurd. Daarmee zal het Nederlandse politieke landschap zich snel ingrijpend kunnen veranderen met alle negatieve gevolgen daarvan voor de politieke stabiliteit. Met als gevolg een herstructurering van het politieke landschap in een mate die we tot nu toe nog niet in Nederland hebben gekend.”

Fortuyn werd in 2001-2002 een katalysator, die voor velen in politiek en media dan pas iets zichtbaar maakte, wat in feite 8 tot 10 jaar daarvoor zich electoraal onder de bevolking al aan het voltrekken was. Maar blijkbaar is het nodig om Fortuyn daarvoor “aansprakelijk te stellen” om hierdoor de eigen rol bij die electorale ontwikkelingen niet onder ogen te hoeven zien.
Vrij naar de titel van Fortuyns boek uit 2002 “De verweesde samenleving” zou ik dit noemen “De verweesde kiezer”. De twee grote blokken in de Nederlandse politiek (CDA en PvdA) hebben in de periode dat ze tussen 1990 en 1994 samen gingen regeren een fors deel van hun traditionele aanhang van zich vervreemdt.

Kiezers, die vervolgens meer gingen zweven, hetgeen een steeds groter effect had op verschuivingen tussen verkiezingen. Hierdoor werd het steeds moeilijker om regeringen te vormen en als die gevormd was, dan zien we in peilingen vrijwel direct dat grote coalitiepartners van de premier (fors) kiezers gaan verliezen (D66 in 2003, PvdA in 2006, CDA in 2010, PvdA in 2012, CDA en D66 in 2017).

Daarnaast lijkt her erop dat hetgeen in Nederland dus al vanaf begin van de negentiger jaren aan de gang is, in steeds meer landen zich heeft voltrokken of zich aan het voltrekken is. Grote politieke partijen, die heel lang een grote vaste trouwe aanhang hadden, zijn die begonnen te verliezen. Het is fascinerend om te zien dat de uitslag van de Parlementsverkiezingen in Duitsland van 2017 sprekend lijkt op die van Nederland in 2010. En dat de Grote Coalitie tussen CDU/CSU en SPD hetzelfde electorale effect heeft als die van CDA en PvdA destijds in Nederland.

Deze fundamentele ontwikkelingen binnen het electoraat leiden overal tot grote problemen om regeringen te vormen. Maar omdat dit gebeurt binnen een politiek stelsel uit de 19e eeuw, dat juist niet is gericht op het adresseren van dit soort electorale ontwikkelingen, zie je dat kiezers zich daarna steeds minder door die regeringen vertegenwoordigd voelen. En door de uitslag van de volgende verkiezingen het nog moeilijker maken om een stabiele regering te vormen, die gebaseerd is op steun onder de bevolking.

Dat kan niet anders leiden dan tot het einde van het stelsel dat we sinds de 19e eeuw kennen. Die ontwikkeling is in feite in gang gezet tussen 1990 en 1994, waarbij CDA en PvdA, voor het eerst grootschalig kiezers van zich vervreemde.
Het is triest dat in die 25 jaar sinds dat moment, onder de vertegenwoordigers van de grotere partijen in Nederland, de urgentie niet wordt onderkend dat ons parlementaire stelsel ingrijpend moet veranderen en men doorgaat vanuit een “business as usual”- gevoel. Als er maar een regering komt, die gebaseerd is op 76 zetels, gaan we toch gewoon weer verder.

Het zou me niet verbazen als er binnen afzienbare tijd, net zoals in 2001-2002, iemand opstaat, die dat gevoel van “buisness as usual” snel zal doen verdwijnen. Er zijn inmiddels genoeg voorbeelden in de wereld waar degenen die door politiek en media aanvankelijk als “buitenstaanders” werden aangemerkt, snel in het centrum van de macht terecht zijn gekomen. En de kans is groot dat vandaag in Brazilië er nog zo iemand bijkomt.

De Sociale Staat van twee Nederlanden

Op 10 december jl. plaatste ik op Peil.nl een artikel over “gescheiden werelden”.  Daarin liet ik zien dat er in Nederland twee verschillende groepen mensen zijn, die verschillend aankijken tegen allerlei aspecten van onze samenleving. Leven als het ware in twee werelden. Men kent elkaars wereld amper en begrijpt de ander ook totaal niet. De verdeling van de mensen over die twee werelden bracht ik aan via de “kansrijk-index”. Die ene wereld bestaat uit mensen die zich zorgen maken over hun financiële toekomst en ook vinden dat de veranderingen in de wereld van de laatste 10, 20 jaar hen vooral bedreigingen hebben opgeleverd in plaats van kansen. Deze groep, die overwegend bestaat uit mensen met een lagere opleiding, noemde ik de “kansarmen”.  De andere groep bevat mensen die zich weinig zorgen maken over hun financiële toekomst en zien meer kansen dan bedreigingen. Ik noemde ze de “kansrijken”.

Lees meer

Waarom Peilingwijzer geen goed beeld geeft van de verschuivingen!

Op 8 januari heb ik een uitgebreid stuk gepubliceerd over peilingen en het verschil van de wijze waarop ik het uitvoer en de anderen het doe. Met name laat ik daar zien hoe ik probeer verschuivingen van peiling tot peiling nauwkeuriger vast te stellen. Daarbij heb ik ook aangegeven dat ik te vaak onverklaarbare grote verschuivingen bij andere peilingen zie, die vervolgens in de peiling daarna weer verdwenen zijn. Maar dat dan toch uit die verschuivingen conclusies trekt. En laat vandaag nu precies dat gebeuren bij de peiling van Kantar Public (het voormalige TNS Nipo)!

Nadat in de periode na de verkiezing van Trump tot en met de veroordeling van Wilders het verschil tussen PVV en de VVD bij mij van vrijwel niets naar boven de 10 zetels steeg, is de situatie sindsdien per week weinig verschoven.  Het verschil tussen die twee partijen is nu bij mij 9 zetels.

Wat zien we bij Kantar Public (het voormalige TNS Nipo)?  Op 6 december stond de PVV 10 zetels voor op de VVD en op 20 december was dat 13 zetels.  Behoorlijk in lijn met de anderen.

Plotsklaps daalde op 17 januari bij Kantar Public de PVV er 6 en steeg de VVD er 6. Het verschil tussen die 2 was ineens nog maar 1 zetel. Bedenk wat dit betekent: Rond de 400.000 kiezers waren in die periode blijkbaar van de PVV naar de VVD overgestapt.

Alleen was er tijdens Kerst en begin 2017 niet zoveel electoraat gebeurt. Dus waar die verschuivingen vandaan moeten zijn gekomen “Joost mag het weten”.

Louter door die verandering van Kanter op 17 januari is de PVV bij Peilingwijzer gisteren 1 zetel gedaald en de VVD 1 zetel gestegen! Waardoor Tom Louwerse van Peilingwijzer (via de NOS) de volgende conlcusie trok: “Maar inmiddels gaat het echt om een daling (van de PVV) die je significant mag noemen. Daarbij speelt ook mee dat we inmiddels een nieuwe serieuze peiling hebben toegevoegd aan de bestaande vijf in de Peilingwijzer: het LISS-panel van de Universiteit Tilburg. In dat onderzoek staat de PVV namelijk wat lager dan bij verschillende andere bureaus.”

Vandaag kwam Kantar Public (TNS Nipo) met een nieuwe peiling uit. De VVD daalde er 7 en de PVV steeg er 5 en het verschil is weer 13 zetels. Dus vrijwel de score van 20 december…. (In die periode zie je dus bij mijn peilingen weinig verschuivingen en ik legde uit, evenals 1Vandaag gisteren en de Peilingwijzer, dat er geen Van der Steur effect in de peiling was).

En wat zegt men dan bij Kantar Public?  Dat Van der Steur affaire de VVD veel zetels heeft gekost. Terwijl de enige juiste conclusie kan zijn dat de peiling van 17 januari van Kanter Public een forse misser was (de omvang van de verschuiving heeft daarbij NIETS te maken met  statistische marges, want daar valt die verschuiving fors buiten).

Maar we weten ook dat deze uitslag van Kantar Public van vandaag bij de volgende Peilngwijzer de VVD 1 zetel zal laten dalen en de PVV 1 zetel laten stijgen.

Misschien toch nog eens verstandig dat media, peilingbureaus en Tom Louwerse van Peilingwijzer mijn stuk van 8 januari lezen?

Ik vind het ook een dubieuze beslissing van Peilingwijzer om per 1 februari een nieuwe peiling mee te gaan nemen, nl. van LISS, en niet te wachten tot na de verkiezing.  Omdat LISS bij voorbeeld de PVV fors lager heeft dan het gemiddelde van de andere bureaus en D66 en de PvdA fors hoger, zorgt deze beslissing van Peilingwijzer, dat alleen hierdoor de PVV wat lager uit gaat komen en D66 en PvdA wat hoger. Een dergelijke beslissing van Peilingwijzer om op 1 februari een nieuw bureau mee te nemen is daarmee geen wetenschappelijke geworden, maar een politieke. Die ook nog een effect kan hebben op de uiteindelijke -belangrijke- keuzes welke partijen aan het RTL-debat mogen meedoen.