Er gebeurt op dit moment iets fundamenteels met AI In 1995 schreef ik Dankzij de snelheid van het licht, over de komende revolutie van het internet. Toen was het internet nog voor velen een curiositeit. Toch was zichtbaar dat er een structurele verschuiving op komst was. Die revolutie voltrok zich sneller en dieper dan de […]
Lees volledig artikel: 2026: de start van de grote economische impact van AI
Er gebeurt op dit moment iets fundamenteels met AI
In 1995 schreef ik Dankzij de snelheid van het licht, over de komende revolutie van het internet. Toen was het internet nog voor velen een curiositeit. Toch was zichtbaar dat er een structurele verschuiving op komst was. Die revolutie voltrok zich sneller en dieper dan de meeste mensen destijds verwachtten.
Dertig jaar later herken ik opnieuw datzelfde patroon.
Het recente essay van Matt Shumer beschrijft precies wat ik ook vaststel: we bevinden ons niet aan het begin van een langzame ontwikkeling, maar aan de vooravond van een doorbraak. En die doorbraak voltrekt zich niet over tien jaar — maar dit jaar.
Een kantelpunt zoals begin 2020
Shumer vergelijkt de huidige fase van AI met februari 2020, vlak vóór de coronapandemie wereldwijd uitbrak. Er waren signalen. Er waren cijfers. Er waren waarschuwingen. Maar het brede besef ontbrak nog. Pas toen de verspreiding exponentieel werd, drong door dat de wereld fundamenteel zou veranderen.
Volgens Shumer zitten we nu in zo’n zelfde tussenmoment met kunstmatige intelligentie. De technologie ontwikkelt zich razendsnel, maar velen beschouwen haar nog als hulpmiddel of experiment. Dat beeld kan volgens hem plotseling kantelen.Die vergelijking is treffend. Ook in 1995 zag vrijwel niemand hoe snel internet de economie zou herstructureren. Wie toen de versnelling herkende, kon zich voorbereiden. Wie dat niet deed, werd ingehaald.
De exponentiële versnelling
Shumer beschrijft hoe AI-systemen in zeer korte tijd een sprong hebben gemaakt. Wat kort geleden nog experimenteel was, functioneert nu betrouwbaar. AI schrijft complexe software, analyseert juridische documenten, ontwikkelt strategieën en voert taken uit waarvoor voorheen gespecialiseerde professionals nodig waren.
Belangrijk is dat deze ontwikkeling niet lineair verloopt. Het is geen geleidelijke verbetering, maar een exponentiële versnelling. Elke nieuwe generatie systemen is merkbaar krachtiger dan de vorige.
Veel mensen baseren hun oordeel nog op ervaringen van een jaar geleden. Maar in AI-termen is dat inmiddels een tijdperk geleden.
Het moment waarop het besef insloeg
Wat het essay extra gewicht geeft, is dat Shumer niet schrijft als toeschouwer, maar als ondernemer die dagelijks met deze systemen werkt. Hij beschrijft hoe een AI-systeem complexe software ontwikkelde, fouten analyseerde, zichzelf corrigeerde en verbeteringen voorstelde — op een niveau dat normaal gesproken jaren ervaring vereist. Niet als demonstratie. Niet als proefopstelling. Maar als productieve realiteit.
Nog indringender was zijn tweede ervaring: AI-systemen die volledige werkprocessen zelfstandig doorlopen. Ze analyseren een probleem, ontwerpen een aanpak, voeren die uit en evalueren het resultaat. Wat eerst assistentie was, werd autonomie. Voor hem was dit het moment waarop het inzicht insloeg: dit is geen tool meer die werk ondersteunt. Dit is een technologie die arbeid herstructureert.
Die ervaring is herkenbaar. Ook bij internet was er een moment waarop duidelijk werd dat het niet ging om snellere communicatie, maar om een nieuw economisch fundament.
De economische impact
Shumer richt zich nadrukkelijk op de gevolgen voor werk en economie. Vooral kennisintensieve functies — administratie, juridische ondersteuning, marketing, consultancy, analyse, programmeren — kunnen snel veranderen. AI kan steeds meer cognitieve taken uitvoeren die voorheen exclusief menselijk waren. Dat betekent niet dat banen massaal verdwijnen, maar wel dat de structuur van werk verschuift. Taken worden geautomatiseerd. Rollen veranderen. Instapfuncties kunnen onder druk komen te staan.
De optelsom van kleine verbeteringen kan leiden tot een grote economische herschikking. Precies zoals internet niet één sector veranderde, maar vrijwel alle sectoren tegelijk. En bedrijven zullen reageren door het aantal personeelsleden te verminderen, een trend waar we nu al de eerste tekenen van zien.
Een zelfversterkend proces
Een cruciaal element in Shumers analyse is dat AI steeds vaker wordt ingezet om nieuwe AI-systemen te verbeteren. Vooral in softwareontwikkeling ontstaat een zelfversterkend effect: AI helpt bij het bouwen van betere AI. Dat creëert een versnelling die moeilijk te stoppen is. De technologie voedt haar eigen ontwikkeling. Ook dat mechanisme zagen we bij internet: netwerken versterken netwerken. Innovatie versnelt innovatie.
Onderschatting als risico
Een terugkerend thema is onderschatting. Veel mensen zien AI nog als handige assistent voor simpele taken. Maar wanneer bedrijven merken dat productiviteit substantieel stijgt door AI-integratie, kunnen beslissingen snel veranderen. Niet door één dramatische gebeurtenis, maar door een reeks rationele keuzes die elkaar versterken.
Dat is hoe revoluties zich meestal voltrekken.
Voorbereiden op het omslagjaar
De kernboodschap is geen doemscenario, maar een oproep tot nuchtere alertheid. Wie AI leert begrijpen, toepassen en integreren in bestaande werkprocessen, kan zich positioneren voor de volgende fase van economische ontwikkeling. Maar wie wacht tot de effecten zichtbaar worden in kwartaalcijfers, reorganisaties en vacaturestops, zal ontdekken dat het kantelpunt al gepasseerd is.
Technologische revoluties kondigen zich zelden luidruchtig aan. Ze worden eerst zichtbaar in productiviteitsverschillen, vervolgens in strategische keuzes van bedrijven — en pas daarna in verschuivingen op de arbeidsmarkt.
Zoals 1995 niet het einde, maar het begin bleek van een internetgedreven economie, zo zal 2026 waarschijnlijk niet herinnerd worden als het jaar van de belofte, maar als het jaar waarin de grote structurele gevolgen van AI zichtbaar werden. Niet in theorie, maar in organisatiestructuren, in taakverschuivingen en in de samenstelling van werkgelegenheid. Maar met een tienvoudige snelheid van de impact van internet.
Wie zich voorbereidt, anticipeert. Wie afwacht, reageert. En in een fase van exponentiële versnelling is reageren meestal te laat.
2026: het omslagjaar
We staan opnieuw op een drempel — maar dit keer zonder opbouwfase, zonder vertraging. In 1995 moest de digitale infrastructuur nog worden aangelegd. Internet moest zich fysiek verspreiden. Bedrijven moesten eerst digitaliseren voordat de revolutie werkelijk kon beginnen.
Vandaag is die infrastructuur er al. Vrijwel de volledige wereldeconomie is digitaal verbonden. Organisaties draaien op software. Werkprocessen zijn online geïntegreerd. Data is continu beschikbaar. Kunstmatige intelligentie hoeft niets op te bouwen — zij wordt direct ingeplugd in een wereldwijd operationeel systeem.
Daarom gaat dit niet twee of drie keer sneller dan bij internet, maar mogelijk een factor tien. De adoptie kan onmiddellijk plaatsvinden, in bestaande bedrijven, binnen bestaande processen, op wereldschaal. En dat betekent dat 2026 geen voorbereidingsjaar is, maar een ervaringsjaar.
Ik acht het reëel dat dit jaar bij minstens een derde van de beroepen de impact van AI duidelijk merkbaar zal zijn. Niet abstract, maar concreet: reorganisatiegolven, herverdeling van taken, het schrappen van functies die deels of grotendeels geautomatiseerd worden. Vooral in kennisintensieve, administratieve en analytische functies zal de druk toenemen.
Bedrijven die de productiviteitswinst zien, zullen niet afwachten. Zij zullen herstructureren. En herstructurering betekent onvermijdelijk ook een afname van werkgelegenheid in bepaalde segmenten. Wat zich aandient is geen technologisch experiment. Het is een economische herschikking in real time.
2026 zal het jaar blijken waarin we niet langer spreken over de belofte van AI, maar over de eerste duidelijke schokgolven op de arbeidsmarkt. En dat zal nog eens extra aankomen gezien de grote instabiliteit op dit moment in de werl op het terrein van de politieke en veiligheid.
P.S. In het recente gesprek in De Nieuwe Wereld vertelt Ruud Hendriks, die een grote carriëre heeft gehad in de – commerciële – mede, en nu vooral bezig is met onderenemers en start-up- vergelijkbare dingen over AI. Kijk dat gedeelte van het gesprek hier.



