Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » Reproductiefactor van 2, nee 3, nee 1!

Reproductiefactor van 2, nee 3, nee 1!

Samenvatting van het artikel

Nog steeds wordt met de reproductiefactor als een belangrijk cijfer zowel door het RIVM als de media naar buiten gebracht. Maar het zegt niets over vandaag en gisteren. En ook niet veel over de situatie van 18 dagen geleden (want dat was de datum van de 2,17 die gisteren bekend is gemaakt).

Lees volledig artikel
Leestijd: 3 minuten

De problemen van de reproductiefactor

De reproductiefactor zoals het RIVM, die bekend maakt, heeft twee grote problemen. Het cijfer van 2,17 van dinsdag heeft dat m.m. ook.

  • Het is het cijfer van 28 juni. Recentere cijfers geeft het RIVM niet.
  • Het is gebaseerd op het aantal positieve testen.

De reproductiefactor is het cijfer dat de mate zou moeten aangeven waarin 1 Nederlander op een bepaalde datum, die geïnfecteerd is, anderen infecteert. Maar dat cijfer kan nooit hard worden vastgesteld, omdat we natuurlijk niet per dag van alle Nederlanders weten hoe het zit t.a.v. het geïnfecteerd zijn of worden.

Dus er moet gewerkt worden met een cijfer dat als indicatie ervan wordt gezien. Aanvankelijk gebruikte het RIVM daar de ziekenhuisopnames voor. Maar sinds half juni vorig jaar gebruikt men het aantal positieve testen. Echter, dat laatste heeft als probleem dat niet alle Nederlanders die geïnfecteerd zijn geraakt zich ook laten testen. Als dat altijd een vast percentage is, maakt het niet uit, maar dat is zeker niet zo. Sinds 1 december 2020 bijvoorbeeld zijn de testmogelijkheden verruimd. En de laatste paar maanden spelen ook nog sneltesten thuis en het Testen voor Toegang een verstorende rol.

Toch wordt het cijfer naar buiten gebracht door het RIVM en zeker als de waarde sterk stijgt of hoog is, geeft dat weer commotie. Zo ook gisteren met de waarde 2,17. Maar die was dus de waarde op 28 juni. En iedereen die de cijfers van de laatste weken volgt, weet dat er sinds eind juni forse stijgingen zijn van het aantal positief getesten en de afgelopen dagen een stabilisatie. Het cijfer van 1 juli van 3,0 van vandaag is ook al achterhaald.

Voor de historische administratie kan het relevant zijn, maar voor de actuele situatie dus niet.

Nog los van het feit dat de cijfers op basis van de ziekenhuisopnames nu een andere waarde geven dan die van de positieve testen.

Maar dan toch

Maar laten we eens aannemen dat de cijfers van het RIVM wel een goed beeld geven van de ontwikkeling van de besmettingen in Nederland. Dan zijn er een aantal interessante aspecten van die cijfers te melden:

  1. Volgens opgave van het RIVM ging het reproductiecijfer al op 22 juni naar boven de 1. En op 25 juni, de dag voordat de maatregelen werden opgeheven, was dat cijfer al 1,59. Zelfs als we meenemen dat de cijfers een soort gemiddelde zijn over enkele dagen, is er zeker sprake van de waarde boven de 1 voordat de maatregelen sterk werden versoepeld.
  2. Het gemelde cijfer van 28 juni door het RIVM was 2,17. Het cijfer van 3 van vandaag was ook te vewachten.
  3. Sinds 8 en 9 juli zien we de totaalcijfers van het aantal positief testen stabliseren. Dat houdt in dat op dit moment de reproductiefactor rond de 1 zit. Maar omdat het RIVM met cijfers komt 18 dagen na dato, zal dat cijfer rond de 1 pas gemeld worden over circa 9 dagen.

Dit bovenstaande laat zien hoe weinig waarde je moet hechten aan de reproductiefactor zoals die door het RIVM wordt gemeld.

Zeker ook omdat er ook nog een leeftijdspecifiek beeld is, waarbij de grote stijging voor het overgrote deel kwam door de groep tussen de 18 en 30 jaar. Bij de oudere groepen is het beeld anders. Zeker als men naar de absolute cijfers kijkt. Want besef dat als er maar 100 Nederlanders positief zouden testen en 4 dagen later zijn het 200, dan is de reproductiefactor 2. Dit zijn de cijfers (7 daags gemiddeld) zoals het Coronadashboard het laat zien voor een aantal leeftijdsgroepen (excl. de laatste paar dagen omdat daar nog wat van binnen kunnen komen).

Goed te zien hoe verschillend de ontwikkeling is naar leeftijdsgroepen.

Ja, we zien nu ook in absolute zin beperktere stijgingen bij de oudere groepen. Dat dit tot een bezetting van 600 IC-beden in de komende 6 weken zal leiden, lijkt me uiterst onwaarschijnlijk. Als we vergelijkingen trekken met Engeland moet goed gerealiseerd worden dat er wel een aantal belangwekkende verschillende zijn:

  • In Nederland is die abrupte stijging vrijwel geheel te wijten aan wat er gebeurd is rond 26 juni t.a.v. de versoepelingen. In Engeland ging dat anders (Met name waren er ontwikkelingen in bepaalde gebieden).
  • In Engeland ontstonden die stijgingen al toen het weer slechter was dan nu in Nederland.
  • Hoewel de vaccinatiegraad in Engeland hoger was dan in Nederland nu, had men in Engeland met name gevaccineerd met AstraZeneca. Uit de cijfers die wereldwijd binnenkomen, lijkt dat vaccin minder bescherming te bieden tegen besmettingen met de Deltavariant dan Pfizer/Moderna.

Maar met deze cijfers/voorspellingen en het blijven gebruiken van de reproductiefactor kan de angstknop weer flink ingedrukt blijven, met alle gevolgen van dien.

Wij hebben ook een soort van knop. Maar het is gelukkig geen angstknop. Het is een link om te doneren, want om deze niet commerciële site draaiende te houden, vragen we van de lezer een kleine financiële bijdrage. Het is niet verplicht, maar u zou ons enorm helpen. De knop vindt u HIER.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER
BEKIJK OOK
 

Week 29 – 2021

COVID-19 | 26 juli 2021