De impact van het O4NT-schoolmodel

“Mijn kind is een ander kind. Na 1 week op jullie school zag ik al een enorme verandering. Hij ging weer open, was geïnteresseerd in wat hij op school deed en vertelde me daar enthousiast over. Ik heb een totaal ander jongetje thuis. Hij is vrolijk, zeurt eigenlijk nauwelijks meer en krijgt weer een beetje zelfvertrouwen, durft zich weer te laten zien.

Hij heeft nog steeds moeite met rekenen, maar is in taal eigenlijk best goed en wat ik vooral belangrijk vindt is dat hij weer met plezier naar school gaat en interesse toont in de wereld om hem heen. Hij durft weer dingen niet te weten en dat is belangrijk om te kunnen leren. Hij zat zo op slot.

Vind het wel erg dat ik de invloed van school zo onderschat heb. Ik dacht nl dat het een combinatie, school, karakter en de situatie thuis was, maar heb nu toch sterk het vermoeden dat het schoolklimaat bij hem 90% van het probleem was.

Dus dank dat jullie met deze schoolvorm gestart zijn. Ik denk dat mijn kinds leven hierdoor een heel andere wending heeft gekregen ”

Deze reactie van een moeder, enkele maanden na de start van onze school in Amsterdam, lijkt sterk op de reacties, die ik bij herhaling krijg van ouders sinds in augustus 2013, de eerste scholen zijn gestart met de O4NT-aanpak (ook wel Steve JobsSchool of iPad-school genoemd).

Zo vertelde een moeder van een kind van 10 jaar onlangs bij een bijeenkomst voor studenten van de iPabo, dat de voorgaande schooljaren voor haar kind en haar een marteling waren geweest. Kind ongelukkig met gedrags- en leerproblemen op school. Vanaf het moment dat het bij onze school was gestart was het over. Zelf beschreef het kind het dat hij bij zijn vorige scholen om 10 uur al dacht “wanneer mag ik naar huis” en op de huidige school om 3 uur denkt “jammer dat ik al naar huis moet”.

Om eerlijk te zijn, deze reacties hebben mij overvallen. Dat ik me sinds begin 2012 heb ingezet voor een nieuw schoolsysteem en dat met een groep vrijwilligers van de grond heb gekregen, was vooral ingegeven door de ervaring met mijn kinderen: Mijn dochter die in 2009 is geboren groeit in een heel andere wereld op dan mijn zoon die in 1977 is geboren. Maar op school is in die 32 jaar weinig veranderd.

Daarom hebben we de O4NT-schoolvorm ontwikkeld waarvan de kern is “kinderen voorbereiden voor de toekomst, met behulp van de nieuwste technologie, met focus op hun persoonlijke talenten en mogelijkheden”.  Daar geven we concreet gestalte aan met een individueel ontwikkelingsplan voor ieder kind, dat zes wekelijks wordt geevalueerd en bijgesteld tussen de leerkracht in zijn rol van coach, de leerling en de ouders. Om aan die individuele plannen te kunnen werken zitten de kinderen niet meer in vaste groepen van kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd, die tegelijkertijd dezelfde instructie krijgen. Maar wordt het aanbod georganiseerd door vakleerkrachten in hun eigen ateliers (reken-, taal-, wereld-, creatief etc.) waaruit kinderen, samen met hun ouders keuzes uit maken in relatie tot dat individuele ontwikkelingsplan. Een belangrijk middel om deze doelen te realiseren met de beschikbare leerkrachten (de 1 op 25 ratio) is de iPad, die de kinderen zowel op school als thuis kunnen gebruiken. Een deel van de tijd op school werken de kinderen voor zichzelf om bij voorbeeld taal of rekenen te oefenen,  waarbij het programma direct feedback geeft en zich qua moeilijkheidsgraad van het aanbod aanpast aan het niveau van het kind.

Maar die iPad kan ook dienen als hulpmiddel bij het zoeken van relevante informatie, het maken van presentaties, het communiceren, etc. In een wereld waar zoveel kennis en instructies digitaal direct beschikbaar is, dienen kinderen zich immers de belangrijke vaardigheid “Find, Filter & Apply” eigen te maken.

Deze manier van werken heeft grote voordelen. Aan de kant van de leerlingen, die thuis opgroeien in een wereld met televisie(s) en andere digitale apparaten, spreekt het duidelijk meer aan om  kennis te verzamelen via een digitaal en interactief apparaat met veel visuele impulsen. Tegelijkertijd bespaart het veel tijd aan leerkrachten.  In de eerste 4 schoolmaanden hebben op onze school in Amsterdam de leerlingen gemiddeld 4000 rekenopdrachten via het programma Rekentuin uitgevoerd. Opdrachten die gericht zijn op het niveau van ieder afzonderlijk kind en waarvan het kind onmiddellijk merkt of het gegeven antwoord goed of fout is.  En dat allemaal zonder dat de leerkrachten die 4000 opdrachten hebben moeten nakijken of nieuwe opdrachten verstrekt. De leerkracht kan wat dit gedeelte betreft volstaan om via een dashboard per leerling de ontwikkeling per kind te volgen en daaruit op te maken welke specifieke sturing  per leerling nodig is : het volgen van bepaalde lessen/workshops, bepaalde individuele begeleiding, het gaan werken met specifieke leerboekjes of apps, etc.

Naast de “nakijk- en toets-tijd” die leerkrachten hierdoor besparen, zorgt de flexibele wijze waarop kinderen hun dag verdelen tussen instructie en het zelfstandig interactief oefenen van leerstof (dagelijks ca.20% en 30% van de schooltijd) dat het aantal kinderen dat per saldo tegelijkertijd bij een van de vakleerkrachten is, kleiner op een traditionele school, waardoor er ook meer individuele instructieaandacht kan worden gegeven.

Dat leerkrachten minder administratieve handelingen hoeven te doen, geeft hen ook de tijd om eens per 6 weken met leerling en ouders over het individuele ontwikkelingsplan te spreken. In plaats van maar 2 keer per jaar een 10 minutengesprek.

Bij onze schoolvorm wordt natuurlijk ook veel aandacht geschonken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Zo wordt de dag gestart met een vaste stamgroep van kinderen en hun leraar/coach, waarin juist die thema’s centraal staan.  En natuurlijk is het ook niet zo dat de kinderen de hele dag met een iPad aan het werken zijn. Bij een niet gering deel der instructies wordt er geen gebruik van gemaakt. Er wordt ook gewoon gespeeld en gesport en is er veel ruimte voor creatieve niet digitale activiteiten.  Door de grotere ouderbetrokkenheid bij deze onderwijsvorm kunnen ouders bij dit soort activiteiten ook een actieve rol spelen.

Monique van Zandwijck, directeur van Digitalis, een basisschool met 300 leerlingen in Almere, die sinds augustus 2013 met deze O4NT-aanpak aan de slag is zegt daarvan “Ik geloof in dit systeem omdat ik over de hele linie gelukkiger mensen zie: de kinderen, de leerkrachten en overig personeel en de ouders”.

En als je tijdens een schooldag door de scholen loopt dan zie je dat ook. Kinderen die intensief bezig zijn. De rust die er heerst. En leerkrachten die weinig tijd en energie hoeven te besteden aan zaken die met discipline en werkethos te maken hebben.  Dit valt ook de vele buitenlandse bezoekers aan onze scholen op. Prof. Tom Duff: “ ….. real solutions’ in changing the paradigm making students independent and active learners providing them with personalized learning at pace place and mode of delivery suited to their abilities. What we saw was a snapshot of how all our young people will learn in the future.”  en een directeur van een grote school uit Montevideo: “I was very positively impressed by the focus, drive and independence of each and every single student. That they can choose themselves, helps them to gain ownership and take responsibility for their own learning from very young age.”

De volgende  twee video’s van 5 minuten geven ook een goed beeld van de impact van die andere aanpak. Deze video is een gesprek met vier leerkrachten over hun ervaringen in de eerste vier maanden op de nieuwe schoot. En deze video is de reactie van een ouder van een kind van 6 dat vier maanden op deze school zit.

Zoals ik hier voor al aangaf, de impact, die deze nieuwe schoolaanpak blijkbaar heeft, is groter dan ik gedacht had en positiever dan ik gehoopt had.

Ik heb me afgevraagd wat de reden hiervan is. Dat heeft, denk ik, twee oorzaken:

–          De schoolopzet van de meeste scholen lijkt in essentie veel op die wij zelf ook hebben ervaren toen wij op school zaten. En dat werkte doorgaans vrij goed tot goed voor de meeste van ons. Dus denken we er zelf weinig echt over na of dat nu ook nog het geval is.

–          Wij kijken niet door de ogen van kinderen naar de school en realiseren ons blijkbaar te weinig hoe anders de kinderen vandaag opgroeien dan wij vroeger en welke gevolgen dat allemaal heeft. Hebben onze kinderen problemen op school dan denken we vooral dat dit aan ons kind ligt.

Hier overheen gaat vaak nog een sausje nostalgie en romantiek over onze eigen schooltijd aangevuld met een vleugje generatieconflict. Hierbij wordt het gedrag van jongeren, die zo veel bezig zijn met smartphones, games, sociale media negatief beoordeeld.

Als je het goed beschouwd is het klassieke schoolsysteem een vorm van geïnstitutionaliseerd wantrouwen in de leerling. Deze TED-lezing “What if we trusted you” beschrijft dat goed. Als de school het leerproces niet strak organiseert en niet regelmatig de voortgang van de leerling controleert (via repetities, testen en zo) dan komt er weinig van leren terecht, zo lijkt het uitgangspunt te zijn. Maar kinderen hebben een grote intrinsieke motivatie om te leren. Door bij het leren gebruik te maken van dezelfde technologie die men ook van thuis kent en kinderen als individuen te behandelen met hun eigen talenten en mogelijkheden, voed je die intrinsieke motivatie optimaal. Door ze te betrekken bij de formulering van hun eigen leerplan en keuzes te bieden uit het rijke leeraanbod worden ze meer eigenaar van hun leerweg en schep je het gevoel van vrijheid en verantwoordelijkheid.

De scholen die met ons meedoen bewijzen dat het binnen de huidige randvoorwaarden van het Nederlands onderwijs mogelijk is. Met positieve gevolgen voor alle betrokkenen. Zowel als school en als ouder doe je de kinderen tekort als je op de oude voet verder gaat en geen lering trekt uit onze ervaringen.

N.B. Dit is nog  een video over de O4NT aanpak en de reactie van leerkrachten en ouders

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie