Er zijn grote verschillen in verkiezingsuitslagen tussen kleine en grote gemeenten Bij de gemeenteraadsverkiezingen is dat nog sterker het geval. De opkomst van de lokale partijen van de vorige twee verkiezingen zal zich vooral voordoen in de kleinere gemeenten. Ook deze verkiezing belooft voor D66 een forse stijging t.o.v. vier jaar geleden..
Lees volledig artikel: Gemeenteraadsverkiezings patronen
Lagere opkomst, Lokale partijen
De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen zijn altijd moeilijk te vergelijken me die van landelijke verkiezingen (Tweede Kamer of Provinciale Staten/Eerste Kamer). De belangrijkste redenen zijn dat:
- de landelijke partijen, niet in alle gemeenten meedoen
- er lokale partijen zijn, die maar in één gemeente meedoen en daar soms heel groot zijn
- het verschil in opkomst (Gemeenteraad tussen 50 en 55%, Tweede Kamer rond de 80%)
- lokale thema’s die een belangrijke rol kunnen spelen.
Via een analyse van de verkiezingen sinds 2018 kan toch een trend gezien worden en is het mogelijk een gevoel te krijgen voor de uitslag op 18 maart a.s.
Om dat te doen zijn de gemeenten ingedeeld in hun omvang t.a.v. het aantal inwoners.
Onderscheid gemeentegrootte
Het onderscheid in gemeentegrootte is bij dit overzicht als volgt (met daarachter in het aantal opgekomen kiezers bij de laatste Tweede Kamerverkiezing).
| Aantal inwoners van de gemeente | Aandeel van de opgekomen kiezers GR2022 |
| < 25.000 | 15% |
| 25.000 – 50.000 | 30% |
| 50.000 – 100.000 | 19% |
| 100.000 – 200.000 | 18% |
| > 200.000 | 17% |
Dit laat zien dat 45% van de opgekomen kiezers in gemeenten wonen met minder dan 50.000 inwoners, terwijl bij de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners het percentage lager is (35%).
Uitslagen naar gemeentegrootte
Door het tegen elkaar afzetten van de grootste gemeenten (boven de 200.000 inwoners) en de kleinsten is een goede indruk te krijgen van de verschillen naar gemeentegrootte. Beide waarden zijn bij de meeste partijen de uitersten van het spectrum.

Het volgende valt op als we deze uitslagen naar gemeentegrootte kijken.
- In de kleinste gemeenten haalden lokale partijen in 2018 37% en in 2022 41% der stemmen. Dat percentage zien we bij TK2025 vooral terug in de overige landelijke partijen, daarin zitten met name de landelijke partijen, die bijna niet aan de verkiezingen meedoen bij de Gemeenteraadsverkiezingen bij die kleine gemeenten. (PVV, FVD, JA21 en BBB, die bij TK2025 landelijk samen bijna 30% haalden).
- In de grootste gemeenten zijn de lokale partijen veel kleiner (rond de 20%). Daar scoren de overige landelijke partijen 15%. Maar ook daar zie je dat bij TK2025 de overige landelijke partijen net zo groot zijn als de overige landelijke partijen plus de lokale partijen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het indiceert dat de lokale partijen vooral de kiezers aantrekken die normaliter niet GroenLinks/PvdA, D66, CDA of VVD stemmen.
- GroenLinks/PvdA en D66 zijn veel sterker in grote gemeenten dan in kleine gemeenten. Terwijl dat bij het CDA juist andersom is. De VVD doet het in kleine gemeenten ook beter dan in de grootste gemeenten, maar het verschil is minder dan bij het CDA.
Het is interessant om alleen naar de groep “overig landelijk” te kijken bij TK2025. Bij de kleine gemeenten zijn het vrijwel alleen rechtse partijen. Bij de grote gemeenten scoren DENK en PvdD veel hoger dan bij de kleine gemeenten.

Hoe groot het inhoudelijke verschil is in de stemkeuzes van de bewoners van de kleine gemeente en de grote gemeenten is goed te zien als de cijfers cumulatief worden vergeleken tussen de grote en kleine gemeentes. De partijen worden daarbij in volgorde van links naar rechts geplaats en dan zien we twee duidelijk verschillende lijnen.

Als je alle partijen van links tot en met D66 neemt dan scoorde die partijen in de gemeente met meer dan 200.000 inwoners 61% en in de gemeente met minder dan 25.000 inwoners slechts 27%.
Andersom als de partijen vanaf de VVD genomen worden naar rechts dan zien we dat in de grote gemeenten die partijen 30% scoren en in de kleinste gemeenten 51%.
Relatieve uitslagen
Ook op een andere manier kunnen de uitslagen van de twee gemeenteraadsverkiezingen en TK2025 getoond worden afgezet naar de grootte van de gemeente.

Deze waarden drukken de relatie uit tussen de uitslag in die groep gemeenten en de uitslag van het land. Goed is te zien dat bij de meeste partijen deze cijfers van verkiezing tot verkiezing behoorlijk op elkaar lijken.
De verwachte uitslag van 18 maart.
Het is nog ruim 1 maand en op zichzelf kan er nog veel gebeuren, maar als er weinig zou verschuiven dan zal dit de trend van de uitslagen zijn op 18 maart:
- Vergeleken met de vorige gemeenteraadsverkiezing zal D66 fors stijgen. In de meeste gemeenten zal dit een stijging zijn van 50 tot 100%,
- Dat zal met name ten nadele zijn van GroenLinks/PvdA en de VVD. Beide partijen zulen in de meeste gemeenten verliezen.
- Het CDA zal in de meeste gemeenten niet veraf eindigen van de verkiezingsuitslag van vier jaar geleden in die gemeente.
- Ten aanzien van de andere partijen hangt het sterk af van welke overige landelijke partijeen de vorige keer en deze keer meedoen en welke lokale partijen er zijn. De totale uitslag van deze partijen zal in de meeste gemeenten stijgen. Maar hoe dat zal zijn hangt af van welke partijen nu meedoen en in 2022 meededen, maar ook de populariteit van een lokale patij, die zich soms onderscheidt op een specifiek onderwerp van die gemeente waar veel emotie over is.
De opkomst zal ook dit jaar landelijk tussen de 50% en 55% eindigen



