Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. ledere zaterdag krijgt u de hoogteputen van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen

De reproductiefactor is een ratjetoefactor geworden

In het kort

  • De reproductiefactor die nu bepaald wordt is gebaseerd op het aantal besmettingen, maar houdt geen rekening met het grotere aantal uitgevoerde tests.
  • Ook worden er foute correctiefactoren toegepast die golden voor ziekenhuisopnames, maar niet zouden moeten gelden voor besmettingen.
  • Gezien de ontwikkelingen van de laatste dagen ligt de reproductiefactor eerder onder de 1, dan de 1,4 die nu gemeld wordt.
  • Op deze manier is het R-cijfer dat de RIVM meldt geen reproductiefactor, maar eerder een ratjetoefactor

 

Intermezzo

Alvorens op de reproductiefactor van 1,4 wordt ingegaan, zoals die gisteren is gemeld, even een ander interessant punt uit het wekelijkse overzicht van het RIVM van gisteren.

Bij het bron- en contactonderzoek van de GGD (BCO) werden per besmet persoon 3,5 nauwe contacten gedefinieerd: 1,3 in het eigen huishouden en 2,2 overige personen.  Van degenen die de afgelopen weken getest zijn (na een oproep) bleken in totaal 9% besmet te zijn. Onder de huisgenoten was dat 13% en onder de overige nauwe contacten 5%.

Als deze cijfers worden gecombineerd, dan besmetten dus ieder van de onderzochte personen uit het bron- en contactonderzoek slechts 0,31 anderen in de eigen kring met nauwe contacten.  Dat is in lijn met bevindingen uit andere landen bij onderzoek naar de zogenaamde secondary infection rate.

Als het echt zo is dat er een groter risico is dat je binnen 1,5 meter van een besmet iemand zelf besmet kan worden of dat je via overdracht van het virus via oppervlakten besmet raakt, dan is het onbegrijpelijk dat mensen die zo dicht verkeren bij een besmet persoon (zoals thuis het geval is), toch maar in zo beperkte mate worden besmet! Dat zou zeer te denken moeten geven over de stelling dat het besmetten van mensen vrijwel alleen geschiedt als je binnen de range van 1,5 meter komt van een besmet persoon en niet vaak genoeg je handen wast.

 

De reproductiefactor

Regelmatig horen we via de media het R0-getal langskomen. Dat is de reproductiefactor van COVID-19. Vorige week zou de waarde 1,29 geweest zijn en in het rapport van het RIVM stond gisteren dat het getal nu 1,4 is.

In de media wordt dan letterlijk gezegd “1 besmettelijk persoon infecteert op zijn beurt 1,4 anderen”.

Het grote probleem bij dit getal is dat je nooit het complete aantal besmettelijke personen op een bepaald moment in een land weet. Bij een groot deel is het namelijk niet bekend (men heeft geen symptomen en/of men is niet getest/heeft zich niet laten testen). Zo bleek een paar maanden geleden al uit onderzoeken in diverse gebieden in de wereld,  dat er toen tussen de 20 en 85 keer zoveel mensen besmet waren dan er via testen werden vastgesteld.

Men gebruikt een indirecte wijze om dat R0-cijfer vast te stellen. In Nederland heeft het RIVM gekozen om dat te doen op basis van de ziekenhuisopnames. Het R0-cijfer in Nederland werd berekend door het aantal ziekenhuisopnames van vandaag te delen door die van 4 dagen geleden. Dus als er vandaag 90 ziekenhuisopnames zijn en 4 dagen geleden 100, dan is de reproductiefactor 90/100 = 0,9.

Omdat die ziekenhuiscijfers in Nederland niet actueel zijn (en die van voorgaande dagen/weken/maanden vaak nog worden bijgesteld) is dat een tricky business. Het RIVM heeft daarvoor een soort formule ontwikkeld waarmee ze schatten hoeveel ziekenhuisopnames er nog bijgeteld zouden moeten worden. Daarnaast geven ze bij het weergeven van de reproductiefactor ook de marges..

Zo zag dat overzicht begin juni eruit. Bovenin de basisinformatie (ziekenhuisopnames per dag) en onderin de op basis daarvan berekende reproductiefactor.

 

Overstappen naar besmettingen

Toen de ziekenhuisopnames begin juni in de richting van nul naderden besloot het RIVM de reproductiefactor te gaan berekenen op basis van het aantal vastgestelde besmettingen, in plaats van ziekenhuisopnames.

Maar dat cijfer heeft weer een ander fors probleem. We kennen niet het echte aantal besmettingen in Nederland. Dat zal een bepaalde factor hoger zijn dan het aantal besmettingen dat feitelijk wordt vastgesteld. Ik schat die factor op dit moment ergens tussen 5 en 10, maar we weten het niet.

Maar het echte aantal door de GGD’s vastgestelde besmettingen hangt sterk samen met het aantal tests dat er uitgevoerd worden. Begin juni werden er minder dan 50.000 tests per week uitgevoerd. De afgelopen week waren dat al 110.000. 

Stel dat het percentage besmette personen steeds 1% van alle onderzochte mensen was, dan zouden we begin juni 500 besmette personen hebben gevonden en nu 1.100. Maar in werkelijkheid is er dan geen reden om dan aan te nemen dat het echte aantal besmette personen onder de bevolking gestegen is.  Als in die periode van 60 dagen elke dag 1.000 meer mensen getest zijn (en dus steeds 10 mensen meer gevonden worden die besmet waren), dan zou de berekende reproductiefactor onterecht voortdurend in die periode boven de 1 hebben gelegen, terwijl die dan in werkelijkheid op exact 1 had moeten blijven liggen.

Er zit nog een complicerende factor bij het aantal gevonden besmettingen, en dat was de afgelopen week goed te zien. Via het bron- en contactonderzoek van de GGD (BCO) worden personen die contact hadden met besmette personen, opgeroepen zich te laten testen. Die personen leveren gemiddeld 15% besmettingen op.  Hoeveel van die personen deel uitmaken van de geteste personen in een week beïnvloedt ook weer het totaal aantal gevonden besmette personen.

De vorige weken was ruim 10% van de gevonden besmette personen het gevolg van de oproepen van de BCO. De afgelopen week was dat bijna 20%.  Van de meer dan 1.300 opgeroepenen uit die groep was bijna 15% besmet. Van de personen die zelf hadden besloten om zich te laten testen, was 0,9% besmet.

De uitslag per dag van het aantal besmettingen hangt dus enerzijds af van het aantal testen dat per dag wordt uitgevoerd en anderzijds van hoeveel personen zijn getest ten gevolge van een oproep van de GGD. Het totale aantal besmettingen dat per dag wordt vastgesteld zegt eigenlijk niets als je die informatie niet hebt. Stel (even theoretisch) dat morgen 2 keer zoveel mensen worden getest dan verdubbelt het aantal besmette personen. Stel dat de komende week er twee keer zoveel mensen zich laten testen ten gevolge van het BCO-onderzoek, dan neemt het aantal besmette personen ook met 200 toe.

Dus een reproductiefactor gebaseerd op het aantal geconstateerde besmettingen zegt op deze manier niets. En als er dan wordt gezegd dat de reproductiefactor nu 1,29 of 1,40 is, dan is dat net zo een onzinnig cijfer dan als ze 1,8 of 0,7 gezegd hadden.

Onterechte kunstmatige verhoging van het aantal besmettingen

Maar er is nog meer aan de hand als u dat cijfer hoort. Dat blijkt goed als u naar het rapport van gisteren kijkt:

 

Rechtsboven ziet u vanaf 11 juni in blauwe staafjes het aantal besmettingen per dag. Sinds 6 juli lopen die geleidelijk op. De groene lijn erboven is de omrekening van de blauwe staafjes naar de eerste ziektedag.

Nu was het zo, en dat is aan de linkerkant te zien van de bovenste grafiek, dat men daar via de ziekenhuisopnames de eerste ziektedag inschatte (dat was de rode lijn).  Die ligt bij ziekenhuisopnames gemiddeld 10 dagen voordat men opgenomen wordt.

De groene lijn (op basis van geconstateerde besmettingen) zou minder dan 10 dagen eerder moeten worden geplaatst. (Want besmettingen stelt men gemiddeld na 5 à 6 dagen vast). Hoe men dan bij die grafiek op 15 juli boven de 200 uit is gekomen is vreemd. Want de eerste dag dat in Nederland meer dan 200 mensen positief werden getest was 25 juli en een dag later waren het er 144. (Daarbij worden de mensen die in het buitenland zijn besmet er weer van afgetrokken, dat zijn de kleine gele staafjes, gemiddeld circa 20 per dag). Dus hooguit zou men voor het eerst rond 20 juli op 200 moeten staan.

Maar het absolute aantal van de groene lijn is ook hoger dan wat de blauwe staafjes in de dagen erna laten zien (minus de gele die er nog afgetrokken zouden moeten worden).

De enige verklaring die ik hiervoor kan vinden is de volgende:

  • Voor 11 juni werd in het model met ziekenhuisopnames gewerkt. En daar zat een belangrijk probleem bij. Want die ziekenhuisopnames waren vaak niet actueel. Regelmatig kwamen er nog meldingen binnen van oudere dagen. In het model voor de berekening van de R0 werd dus een schattingscijfer opgenomen voor het aantal nakomende ziekenhuisopnames.

Zo staat het ook letterlijk in het weekrapport vermeld.

Klaarblijkelijk heeft men, toen men is overgegaan naar besmettingen als input voor de reproductiefactor, gewoon net gedaan alsof het ziekenhuisopnames waren. Dus de datum van besmetting nog steeds 10 dagen teruggeplaatst, plus nogal wat extra besmettingen bijgeschat. Daarom zien we op 15 juli al het cijfer dat boven de 200 ligt. Kortom: het aantal besmettingen waar de reproductiefactor mee rekening houdt, is een overschatting van het echte aantal besmettingen. Bij een stijging van de geconstateerde besmettingen (die ook nog -ten dele- toegeschreven kunnen worden aan het grotere aantal testen en het grotere aandeel van de opgeroepenen voor het BCO-onderzoek) wordt dus de reproductiefactor kunstmatig en compleet onterecht verhoogd!

 

En ook nog gedateerd

Nog een gevolg van deze benadering is dat de reproductiefactor van 1,4 die nu bekend is geworden, de situatie is die volgens dit model voor 9 juli is bepaald. Dat is dus 3 weken geleden. Kijk nog maar eens op de grafiek.

Dat cijfer kent dus meerdere problemen:

  • Het is dus gebaseerd op het aantal besmettingen, niet gecorrigeerd op het aantal uitgevoerde testen of het aandeel mensen dat zich liet testen na een oproep ten gevolge van het bron- en contactenonderzoek.
  • Het aantal besmettingen is duidelijk verhoogd op basis van de correctiefactoren die men heeft gebruikt bij de ziekenhuisopnames wegens vertraging van de registraties. Die vertraging zit niet in de cijfers van de besmettingen, zeker niet omdat die per week worden gerapporteerd.
  • Qua datum wordt nog steeds het moment van besmetting gebaseerd op het ziekenhuisopnamemodel. Dat plaatst die besmetting 10 dagen terug en bij geconstateerde besmettingen zouden dat minder dagen moeten zijn.

 

Een ratjetoe

Terwijl we inmiddels weten dat het aantal besmettingen per dag vrij stabiel blijft (terwijl het aantal testen vrijwel zeker nog verder toeneemt) en dat een indicatie zou horen te zijn dat de reproductiefactor (voor wat die berekening nu ook waard is) eerder onder de 1 dan erboven zou moeten liggen, komt nu in het nieuws dat die reproductiefactor op dit moment 1,4 bedraagt.

Gelukkig heeft het RIVM gisteren de absolute toename gerelativeerd, maar de meeste mensen horen toch “verdere toename van het aantal besmette personen” en “de reproductiefactor is inmiddels 1,4”.

Want dat is ook wat er in het nieuws wordt gezegd, waarbij -als er al een relativering wordt aangebracht- die er pas na een tijdje komt.

 

Misschien ook wel goed om te weten dat op dit moment het aantal ziekenhuisopnames en overlijdensgevallen circa 1% is van de cijfers die we hadden rond 1 april. Dat zou ook een relativering mogen zijn die we met regelmaat zouden moeten horen.

Maar men presenteert liever deze nietszeggende reproductiefactor die ik, gezien het bovenstaande, liever de ‘ratjetoefactor’ noem.

 

Hieronder trouwens nog de 9 grafieken van het RIVM-rapport die een beeld geven van de ontwikkeling van het aantal testen en gevonden besmettingen per categorie in de afgelopen weken. Dat geeft mij in ieder geval een wat evenwichtiger beeld van de ontwikkelingen rondom de besmettingen in Nederland.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

BEKIJK OOK