Berichten

Het verdwenen koor op Goeree-Overflakkee

Op 30 juni was ik bij Op1 en had ik een debat met prof. Voss. We spraken o.a. over superspreading events, die op veel plekken in de literatuur worden gezien als de belangrijkste aanjager van de uitbraak van COVID-19.  De interviewers gaven prof. Gommers de ruimte om op het gesprek te reageren. Dit zei hij toen (na ongeveer 17 minuten):

“Volgens mij hebben ze allebei gelijk. We hadden toen een koor op Goeree-Overflakkee en we zeiden, nou de kerk, slecht geventileerd en dergelijke… daar is uiteindelijk door de afdeling van Marion Koopmans onderzoek gedaan en toen vonden ze 4 mutaties van het COVID-19 virus, er was dus niet één en hetzelfde virus en toen zijn ze dat verder gaan onderzoeken en toen bleek dat de groep koffie met elkaar had gedronken, hadden een feestje gehad, dat is heel belangrijk.”

Nu ken ik behoorlijk wat superspreading events in Nederland tussen eind februari en half maart, maar van een koor op Goeree-Overflakkee had ik niet gehoord. En de beschrijving van prof. Gommers was een interessante bevinding van een superspreading event dat daar blijkbaar had plaatsgevonden, die anders in elkaar zat dan de superspreading events, waar ik inmiddels veel over had gelezen.

Dus direct na de uitzending ging ik op zoek naar wat er gebeurd was met dat koor op Goeree-Overflakkee………

Maar er was niets te vinden over een koor op Goeree-Overflakkee, waar besmettingen waren ontstaan met COVID-19.

Wel heb ik in de media informatie kunnen vinden over een keten van besmettingen op Goeree-Overflakkee, die prof. Gommers blijkbaar bedoelde. Maar dat lag behoorlijk anders dan hij in de uitzending aangaf.

 

Om het beeld compleet te krijgen ben ik nu 18 dagen bezig om het door hem genoemde onderzoek van Marion Koopmans te krijgen, maar ik loop tegen een betonnen muur op. En daarom doe ik hier verslag van wat ik vastgesteld heb. Omdat het -helaas- symbolisch is voor wat ik vaststel als ik leden van het OMT in de media zie optreden. Informatie wordt gebracht alsof het zekerheden zijn en als dan geprobeerd wordt om de basisinformatie te krijgen, waarop die meldingen lijken op te zijn gebaseerd, dan geeft men niet thuis. Daardoor blijft het foute beeld dat gegeven is, overeind.

Laat ik vooropstellen dat ik ervan overtuigd ben dat het van prof. Gommers geen kwader trouw was, dat hij bij de uitzending van Op1 onjuiste informatie gaf. Maar het is wel opzet dat ik op mijn informatieverzoeken in zijn richting en die van Marion Koopmans geen enkele inhoudelijke reactie kreegMen vindt het blijkbaar niet relevant foute informatie te corrigeren en relevante wetenschappelijke informatie te delen, om zo te kijken hoe die informatie gebruikt kan worden om meer kennis op te doen over de verspreiding van het virus.

 

Dit heb ik zelf kunnen vaststellen, maar dan op basis van informatie uit de nieuwsmedia die het over Goeree-Overflakkee hebben gehad:

  • Er is geen uitbraak op Goeree-Overflakkee geweest in een koor. Wel is er behoorlijk wat aan de hand geweest in de zorginstelling Nieuw Rijsenburgh in Sommelsdijk. In de bijlage treft u aan wat ik daarvan teruggevonden heb.
  • Van belang is te weten dat er op 8 maart een kerkdienst was in Sommelsdijk, waar 14 bewoners van Nieuw Rijsenburgh aanwezig waren, waarvan er later 7 besmet bleken. (Van de overige 25 mensen van elders is ook nog eens de helft besmet).

In de 5 à 6 weken erna zijn er minimaal nog eens 65 mensen besmet in Nieuw Rijsenburgh. In totaal zijn er 23 overleden. Die besmettingen kunnen niet rechtstreeks gekoppeld worden aan die kerkdienst. In ieder geval zijn die personen daar niet aanwezig geweest.

Ook is voor mij niet duidelijk of er onder de 23 overledenen iemand was die bij de kerkdienst aanwezig was. Maar het is onaannemelijk dat onder die 23 ook de 7 zaten die bij de kerkdienst op 8 maart aanwezig waren geweest.
Op heel Goeree-Overflakkee zijn er in totaal volgens de opgave van de GGD 33 mensen overleden aan COVID-19, waarvan dus 23 in Nieuw Rijsenburgh.

  • Over het onderzoek dat prof. Koopmans heeft gedaan, en prof. Gommers dus over sprak, is op 14 mei al wel wat gepubliceerd in NRC Handelsblad en andere madia. Het echte rapport zou nog gaan verschijnen, werd in de krant gemeld. Maar dat is dus, twee maanden later, nog steeds niet gebeurd.

Waar het in het artikel vooral om ging was dat het onderzoek had aangetoond dat de kerkdienst op 8 maart niet het begin van de uitbraak op Goeree-Overflakkee was geweest. Er moeten al mensen besmet zijn geweest voor de kerkdienst op 8 maart. En er staat in het artikel dat bij 7 bewoners in Nieuw Rijsenburgh 5 varianten van het virus zijn aangetroffen, een afspiegeling van wat er op het eiland is aangetroffen.

 

Over dit onderzoek is dus 2 maanden geleden in de media gepubliceerd. Het lijkt me interessante informatie te bevatten. Dus hoe eerder dat gepubliceerd wordt, hoe beter het voor het begrip van de verspreiding van het virus is. Maar juist omdat prof. Gommers tijdens het debat op TV de verschillende virusvarianten koppelde aan een niet bestaande koorbijeenkomst, lijkt het me niet alleen voor mij, maar ook voor geïnteresseerde kijkers (zowel wetenschappers als anderen) belangrijk dat de juiste informatie wel beschikbaar komt.

Dus daarom ben ik vanaf de uitzending bezig om hetzij het eindonderzoek te bemachtigen, dan wel de data die ten grondslag liggen aan het onderzoek te krijgen.

Welke poging ik ook heb ondernomen, ik liep tegen een muur. Geen enkele inhoudelijke reactie. Ook de redactie van Op1 heeft pogingen gedaan, maar ook zij hebben niets gekregen.

 

Helaas is dit symptomatisch voor de wijze waarop de wetenschappers van RIVM, OMT en GGD met feiten en informatie omgaan.

De kwaliteit van de data, die men dagelijks presenteert laat veel te wensen over.

Men suggereert op tv, dat het onderzoek tot een bepaalde belangwekkende conclusie heeft geleid (die geheel in lijn ligt met wat men altijd al beweerde). Maar men biedt ons niet de mogelijkheid om te kijken of de feiten juist zijn weergegeven en de juiste conclusie is getrokken.

Zelfs als het evident is dat de informatie die naar buiten is gebracht onjuist is, voelt men geen enkele noodzaak om de onderliggende informatie vervolgens ter beschikking te stellen.

 

Juist omdat het allemaal professoren zijn, leden van het OMT, die zich ook nog eens beroepen op hun wetenschappelijke insteek en kwaliteiten, is dat een laakbare manier van optreden, gedurende een grote crisis, waar informatie en transparantie zo belangrijk zijn.

Het heeft helaas weinig te maken met wetenschap, waarheidsvinding en transparantie.

 

 

In de onderstaande bijlage treft u aan wat er uit de media te vinden was over deze uitbraak op Goeree- Overflakkee.

 

Bijlage over de ontwikkelingen bij Nieuw Rijsenburgh (Goeree-Overflakkee) op basis van nieuwsberichten

Rijmondnieuws 5 april: Op 8 maart was er een dienst in de kerk: 39 aanwezigen, waarvan  twee derde besmet is (26), 5 aanwezigen zijn overleden. (Later werd vermeld dat van de bewoners van Nieuw Rijsenburgh 14 aanwezig waren en 7 besmet zijn).

AD 25 maart: 13 besmet en 3  zijn overleden.

AD 30-maart: 35 besmet en 7 overleden.

In dat artikel staat:

Vermoedelijk raakten meerdere bewoners op zondag 8 maart geïnfecteerd toen zij een dienst in de eigen Lukaskapel bezochten. Die dienst werd bezocht door bewoners, maar ook door anderen. Van deze kerkelijke gemeenschap zijn meerdere leden ziek of ernstig ziek.

Rijnmond nieuws 18 april:  19 overleden

NRC 14 mei:  De kop was: Corona-uitbraak Goeree Overflakkee begon niet met de kerkdienst.

22 overleden, 72 besmet.

Bij kerkdienst waren 14 bewoners van het verzorgingshuis aanwezig, waarvan 7 later besmet bleken.

Dit staat in het artikel:

26 mei: 23 doden

 

Conclusies op basis van de nieuwsberichten voor Nieuw Rijsenburgh (plaats voor ongeveer 300 bewoners, 146 zorgappartementen, 24 zorghotelkamers 17 woongroepen voor 7 à 8 personen, totaal 129 cliënten):

  • Tijdens de kerkdienst op 8 maart waren 14 bewoners van de zorginstelling aanwezig. 7 zijn ervan besmet.
  • 25 maart: 13 besmet, 3 overleden
  • 30 maart: 35 besmet, 7 overleden
  • 18 april: 19 overleden
  • 14 mei: 72 besmet   22 overleden
  • 28 mei: 23 overleden

Op heel Goeree-Overflakkee zijn er 33 overleden.

 

Een paar dingen vallen op:

  • Als we in de wereld zien hoeveel mensen er overlijden van degenen die besmet zijn in relatie tot leeftijd (IFR), dan geven 23 sterfgevallen in totaal een indicatie, dat er sprake moet zijn geweest van meer besmettingen dan de 72 die vastgesteld zijn. En als dat zeker niet het geval is geweest verdient het extra onderzoek om vast te stellen waardoor die IFR dan zo hoog is geweest,
  • Het is onduidelijk wanneer precies is vastgesteld of de 7 die op 8 maart bij de kerkdienst aanwezig waren en besmet zijn, inderdaad tijdens de kerkdienst besmet zijn geworden. Als het onderzoek naar hun besmetting en het virus ruim na 8 maart heeft plaatsgevonden, dan zou die besmetting ook later kunnen hebben plaatsgevonden. Maar als de symptomen rond 13 maart opgemerkt zijn, dan is het heel waarschijnlijk dat het wel op 8 maart of eerder is gebeurd.
  • Van de in totaal 72 besmette gevallen (dat is dus het minimumaantal) zijn er maximaal 7 besmet tijdens de kerkdienst.
    Als het overzicht klopt, dan waren er op 30 maart 32 besmetten. Dus minimaal 25 zijn besmet na de kerkdienst op de een of andere manier.
  • Op 14 mei waren er (minimaal) 72 besmetten. Dus zijn er (minimaal) 35 mensen bijgekomen na 30 maart. Dat hoeft niet te zeggen dat ze pas na 30 maart besmet zijn geraakt; dat zou ook eerder kunnen zijn, maar niet zijn vastgesteld.

 

Nieuw Rijsenburgh is een relatief nieuw complex (2014).

Zowel qua bouwkundige opzet als qua indeling (met zorgappartementen, zorggroepen en zorghotel) zal enerzijds het HVAC-systeem modern zijn en anderzijds verblijven de bewoners in 4 verschillende hoofdgebouwen.

New York Times geeft een goed overzicht van de stand van zaken

Hier treft u een samenvatting aan van mijn bevindingen van de afgelopen 4 maanden weergegevn in  dit artikel New York Times van 30 juni 2020. 

Voor degenen die het liever in het Nederlands lezen, heb ik hieronder de vertaling staan.

 

De meeste mensen met het coronavirus zullen het niet verspreiden. Waarom besmetten weinigen velen?

Groeiend bewijs toont aan dat de meeste geïnfecteerde mensen het virus niet verspreiden. Maar of je een superspreader wordt hangt waarschijnlijk meer af van de omstandigheden dan van de biologie.

Door Carl Zimmer

Op een verjaardagsfeestje in Texas op 30 mei heeft een man naar verluidt 18 vrienden en familie besmet met het coronavirus. Als je dit soort rapporten leest, zou je het virus kunnen zien als een wildvuur, dat overal waar het gaat meteen een epidemie veroorzaakt. Maar andere rapporten vertellen een ander verhaal.

In Italië bijvoorbeeld keken wetenschappers naar opgeslagen monsters van afvalwater voor het vroegste spoor van het virus. Vorige week meldden ze dat het virus al op 18 december in Turijn en Milaan was. Maar er zouden twee maanden voorbijgaan voordat de Noord-Italiaanse ziekenhuizen zich begonnen te vullen met slachtoffers van COVID-19. Dus die decembervirussen lijken zich te hebben uitgeput.

Hoe vreemd het ook lijkt, deze rapporten spreken elkaar niet tegen. De meeste besmette mensen geven het coronavirus niet door aan iemand anders. Maar een klein aantal geeft het door aan vele anderen in zogenaamde superspreading events.

 

“Je kunt denken aan het gooien van een lucifer bij het aanmaakhout,” zei Ben Althouse, hoofdonderzoeker bij het Institute for Disease Modeling in Bellevue, Wash. “Je gooit één lucifer, het mag het aanmaakhout niet aansteken. Je gooit nog een lucifer, het mag het aanmaakhout niet aansteken. Maar dan raakt één lucifer op de juiste plek, en plotseling gaat het vuur omhoog.”

Als je begrijpt waarom sommige lucifers wel branden, maar vele niet, zal dat cruciaal zijn om de pandemie te beteugelen, zeggen wetenschappers. “Anders zit je in de positie dat je altijd één stap achter het virus zit,” zei Adam Kucharski, een epidemioloog aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine.

Toen het virus voor het eerst in China opdook hadden epidemiologen moeite om te begrijpen hoe het zich van persoon tot persoon verspreidde. Eén van hun eerste taken was het schatten van het gemiddelde aantal mensen per besmette persoon, of wat epidemiologen het ‘reproductieve aantal’ noemen.

 

Het nieuwe coronavirus bleek een reproductiegetal te hebben van ergens tussen twee en drie. Het is onmogelijk om een exact getal vast te stellen, omdat het gedrag van mensen het makkelijker of moeilijker kan maken voor het virus om zich te verspreiden. Door in lockdown te gaan bijvoorbeeld, bracht Massachusetts het reproductiecijfer omlaag van 2,2 begin maart naar 1 aan het eind van de maand; het staat nu op .74.

Dit gemiddelde cijfer kan ook misleidend zijn omdat het de variabiliteit van de verspreiding van de ene persoon naar de andere maskeert. Als negen van de tien mensen een virus helemaal niet doorgeven, terwijl de tiende het doorgeeft aan 20 mensen, zou het gemiddelde nog steeds twee zijn.

 

Bij sommige ziekten, zoals griep en pokken, geeft een groot deel van de geïnfecteerde mensen de ziekteverwekker door aan enkele anderen. Deze ziekten hebben de neiging om gestaag en langzaam te groeien. “Griep kan zich echt vrij rustig verspreiden” zei Kristin Nelson, een associate professor aan de Emory Universiteit. Maar andere ziekten, zoals mazelen en SARS, zijn gevoelig voor plotselinge opflikkeringen, met slechts een paar besmette mensen die de ziekte verspreiden.

Epidemiologen vangen het verschil tussen die uitbarstingen en het gestaag groeien met iets dat bekend staat als de verspreidingsparameter. Het is een maat voor hoeveel variatie er van persoon tot persoon is in het overbrengen van een ziekteverwekker.

Maar James Lloyd-Smith, een U.C.L.A. ziekte-ecoloog die 15 jaar geleden die dispersieparameter ontwikkelde, waarschuwde dat het feit dat wetenschappers het kunnen meten niet betekent dat ze begrijpen waarom sommige ziekten meer superspreiding hebben dan andere. “We begrijpen gewoon slechts stukjes ervan,” zei hij.

Toen COVID-19 uitbrak probeerden Dr. Kucharski en zijn collega’s dat aantal te berekenen door gevallen in verschillende landen te vergelijken.

 

Als COVID-19 zoals de griep was, dan zou je verwachten dat de uitbraken op verschillende plaatsen meestal even groot waren. Maar Dr. Kucharski en zijn collega’s vonden een grote variatie. De beste manier om dit patroon te verklaren, vonden ze, was dat 10 procent van de geïnfecteerde mensen verantwoordelijk was voor 80 procent van de nieuwe infecties. Dit betekende dat de meeste mensen het virus doorgaven aan weinig of geen anderen.

Dr. Kucharski en zijn collega’s publiceerden hun studie in april als voorpublicatie, een rapport dat nog niet door andere wetenschappers is beoordeeld en in een wetenschappelijk tijdschrift is gepubliceerd. Andere epidemiologen hebben de dispersieparameter met andere methoden berekend, wat tot vergelijkbare schattingen heeft geleid.

In Georgië bijvoorbeeld analyseerden Dr. Nelson en haar collega’s van maart tot mei meer dan 9.500 COVID-19 gevallen. Zij creëerden een model voor de verspreiding van het virus door vijf provincies en schatten hoeveel mensen elke persoon besmette.

In een vorige week gepubliceerde preprint vonden de onderzoekers veel superspreading events. Slechts 2 procent van de mensen was verantwoordelijk voor 20 procent van de overdrachten.

Nu proberen de onderzoekers uit te zoeken waarom zo weinig mensen het virus naar zo veel mensen verspreiden. Ze proberen drie vragen te beantwoorden: Wie zijn de superspreaders? Wanneer vindt de superspreading plaats? En waar?

 

Wat de eerste vraag betreft, hebben artsen opgemerkt dat virussen zich bij sommige mensen kunnen vermenigvuldigen tot grotere aantallen dan bij andere. Het is mogelijk dat sommige mensen virusschoorstenen worden, waardoor er bij elke ademhaling ziektekiemenwolken uitspringen.

Sommige mensen hebben ook meer kans om ziek te worden, en dan vervolgens andere mensen ziek maken. Een buschauffeur of een verpleeghuiswerker kan op een knooppunt in het sociale netwerk zitten, terwijl de meeste mensen minder snel in contact komen met anderen – vooral in een lockdown.

Nelson vermoedt dat de biologische verschillen tussen mensen minder groot zijn. “Ik denk dat de omstandigheden veel belangrijker zijn,” zei ze. Dr. Lloyd-Smith is ermee eens. “Ik denk dat het meer gericht is op de gebeurtenissen.”

Er lijkt veel overdracht te gebeuren in een klein tijdsbestek, een paar dagen na de infectie, zelfs voordat de symptomen zich voordoen. Als er niet veel mensen in de buurt zijn tijdens dat venster, kunnen ze het niet doorgeven.

 

En bepaalde plaatsen lijken zich te lenen voor superspreiding. Een drukke bar, bijvoorbeeld, zit vol met mensen die luidkeels praten. Ieder van hen kan virussen uitspuwen zonder ooit te hoeven hoesten. En zonder goede ventilatie kunnen de virussen urenlang in de lucht blijven hangen.

Een studie uit Japan vond deze maand clusters van coronavirusgevallen in gezondheids-zorginstellingen, verpleeghuizen, dagverzorgingscentra, restaurants, bars, werkplekken en muzikale evenementen zoals liveconcerten en karaokefeesten.

Dit patroon van superverspreiding zou de raadselachtige vertraging in Italië tussen de komst van het virus en de opkomst van de epidemie kunnen verklaren. En genetici hebben een soortgelijke achterstand in andere landen gevonden: de eerste virussen die opduiken in een bepaalde regio geven geen aanleiding tot de epidemieën die weken later komen.

Veel landen en staten hebben uitbraken bestreden met lockdowns, die het voortplantingsnummer van COVID-19 hebben weten terug te dringen. Maar nu de regeringen zich in de richting van heropening bewegen, zouden ze niet zelfgenoegzaam moeten worden en het potentieel van het virus voor superverspreiding niet over het hoofd moeten zien.

“Je kunt echt gaan van het denken dat je dingen onder controle hebt naar het hebben van een uit de hand gelopen uitbraak in een kwestie van een week,” Dr. Lloyd-Smith zei.

De gezondheidsautoriteiten van Singapore verdienden al vroeg lof voor het bestrijden van de epidemie door gevallen van COVID-19 zorgvuldig op te sporen. Maar zij onderkenden niet dat de reusachtige slaapzalen waar migrantenarbeiders leefden gunstige plekken waren voor superspreading gebeurtenissen. Nu worstelen ze met een heropleving van het virus.

Aan de andere kant, wetende dat COVID-19 een superverspreidende pandemie is, zou het een goede zaak kunnen zijn. “Het voorspelt veel voor de controle,” zei Dr. Nelson.

Aangezien de meeste overdracht slechts in een klein aantal vergelijkbare situaties plaatsvindt, kan het mogelijk zijn om met slimme strategieën te komen om ze tegen te houden. Het kan mogelijk zijn om verlammende, algemene lockdowns te vermijden door zich te richten op de superspreading events.

Door de activiteiten in een vrij klein deel van ons leven in te dammen, kunnen we het grootste deel van het risico daadwerkelijk verminderen,” zei Dr. Kucharski.

 

(MdH, daarom stel ik het Deltaplan Ventilatie voor. Zo voorkomen we superspreading events in het najaar.)