Berichten

Varia 9 augustus 2020

Allereerst wil ik jullie melden dat ik overweldigd ben door zowel de financiële ondersteuning voor onze aanpak als de vele ondersteunende berichten die ik, mede naar aanleiding van die oproep, heb ontvangen. Het betekent ook een grote morele steun. Ik dank jullie zeer en het geeft weer de energie en de mogelijkheid om op volle kracht vooruit te gaan.

Varia

Met grote regelmaat krijg ik van lezers van dit blog vragen of interessante informatie toegestuurd. Het kan een link zijn naar boeiende informatie van ergens in de wereld. Of ze wijzen me op bepaalde zaken die hen opgevallen zijn.  Of komen met boeiende theorieën, soms geweldig onderbouwd.

Ik wil ze eens per week met u gaan delen. Het geeft hopelijk zowel meer reliëf aan wat zich aan het afspelen is met het virus en de reacties van overheden erop.

In de eerste aflevering vandaag:

 

  1. Het wonder van Dokkum: 14 mensen op een terras besmet!

In kranten als De Telegraaf en De Volkskrant stond vermeld dat in Dokkum 14 mensen buiten op een terras zijn besmet. Van vele kanten kreeg ik de vraag hoe dat te rijmen is met mijn stelling dat je buiten niet besmet kunt raken.

Zeker omdat in beide artikelen expliciet vermeld werd dat dit toch liet zien dat je buiten ook besmet kunt worden en je daar ook afstand moet houden. In De Telegraaf stond letterlijk:

“Volgens de regionale gezondheidsdienst toont de Dokkumer uitbraak aan dat het belangrijk is om ook in de buitenlucht genoeg afstand van elkaar te houden.”

Dagblad van het Noorden beschrijft de gebeurtenissen gedetailleerder:

 

 

Het deed me wat denken aan de volgende kop in De Telegraaf van een andere besmettingsketen:

Als je het artikel zelf leest, dan merk je dat de kop wat anders suggereert dan dat er echt gebeurd is. Via de lift zou deze vrouw een benedenbuurvrouw hebben besmet. En via één van haar contacten werd weer iemand anders besmet, die het virus vervolgens in het ziekenhuis aan een groot aantal anderen doorgegeven zou hebben. De lift was volgens de onderzoekers de enige schakel tussen de boven- en benedenbuurvrouw.

Zowel wat gebeurd is rondom deze besmette vrouw en de gebeurtenissen in Dokkum laat twee dingen eigenlijk goed zien:

  • Via contactonderzoek is het mogelijk om de bron te identificeren van iemand die besmet is geworden. Maar veel moeilijker is om aan te geven op welke plek het is gebeurd en hoe de overdracht is verlopen. Daardoor zie je dat iedereen daar vervolgens uit haalt, wat hij graag wil halen. In Dokkum “14 mensen in de buitenlucht besmet”,  “houd dus ook buiten 1,5 meter afstand”.

In het geval van de lift “de benedenbuurvrouw is besmet via de knoppen van de lift”.  Andere mogelijkheden worden dan niet geopperd (zoals wellicht via de ventilatie in het flatgebouw).  Het lijkt op premier Rutte die in navolging van het OM zeker wist dat rondom de wedstrijd Atalanta Bergamo-Valencia in Milaan de besmettingen wel in het stadion moeten hebben plaatsgevonden.

  • Juist het bovenstaande zou media extra voorzichtig moeten maken om dit soort informatie op een dergelijke manier naar buiten te brengen. En als informatie echt ongeloofwaardig is, daar dan zelf meer onderzoek naar te doen. Bij Op1 heeft Feike Sijbesma beweerd dat hij van een groot bedrijf gehoord had, waar 10 verder gezonde mensen tussen 45 en 55 jaar overleden waren aan COVID-19. Gezien de bekende sterftestatistieken rondom COVID-19 en de relatie met onderliggend lijden is dat -ook als het niet alleen in Nederland overleden personen zou betreffen- nogal onwaarschijnlijk.

Zoiets is dan belangrijk genoeg voor een journalistiek programma om dat op het moment zelf, via doorvragen, boven tafel te krijgen. Of er later in een uitzending op terug te komen. Dat is niet gebeurd.

 

Dat komt mede doordat de informatieverstrekking van de GGD in Nederland zo pover is. We horen nu wel het aantal besmette personen per dag, en iets over het aantal clusters. Maar juist als die informatie specifieker wordt verstrekt zou het burgers en journalisten meer reliëf geven over wat er echt aan de hand is.

Juist door over clusters heel specifieke en goed gecheckte informatie te geven, kan men mensen helpen om de juiste voorzorgen te nemen. Maar zoals het nu gebeurt kan iedereen er mee aan de haal gaan om burgers bang te maken (bijvoorbeeld voor het zitten op een terras of het drukken op een knop in een lift).

Daarnaast zal het zeker zo zijn dat BCO dat regelmatig contact heeft met besmette personen ook kan vaststellen hoeveel ervan symptomen hebben gehad. Die informatie verstrekken eens in de week naar leeftijd, geslacht en locatie besmettingen, zou ook bijdragen tot een beter inzicht in het vespreidingsproces.

(Jos Driessen heeft de berichtgeving over dit onderwerp nagelopen en heeft dit verslagje geschreven)

Terug naar inhoudsopgave

 

  1. Waar blijven de ziekenhuisopnames en sterfgevallen?

Er zijn nogal wat landen in West- en Zuid-Europa waar rond 1 juli het aantal nieuwe gevallen erg laag was en sindsdien wat zijn gaan stijgen. Spanje en België nog het meest. Nederland en Frankrijk ook, maar wat minder.  Alleen in Italië blijft het stabiel erg laag.

Het testregime in die landen lijkt qua aantallen per miljoen inwoners wel wat op elkaar.

Kijk je naar de ontwikkeling van het aantal sterfgevallen, dan zie je daar amper (nog?) stijgingen.  In deze grafiek treft u de cijfers van die landen. Het aantal geconstateerde besmettingen per miljoen inwoners en het aantal overlijdensgevallen.  Bij die tweede moet rekening gehouden worden met het feit dat de cijfers vanuit RIVM en vergelijkbare organisaties doorgaans lager zijn dan de oversterfte bij de bevolkingsregisters. En per land kan dat weer anders zijn.

Ik heb er Zweden nog aan toegevoegd, maar dat land heeft een ander patroon, en zit op dit moment op vergelijkbare cijfers als de vermelde 5 andere landen.

Bij de beoordeling van de stijging van het aantal gevallen moet u rekening houden met een toename van het aantal uitgevoerde testen in de afgelopen twee maanden.

Wat eigenlijk het meest opvalt is dat bij de sterfgevallen er niet hetzelfde aan de hand lijkt te zijn als bij het aantal geconstateerde besmettingen.

Het best kan dat getoond worden met Spanje als voorbeeld. Sinds 8 juli zien we een duidelijk stijgingspatroon. Per 10 dagen een verdubbeling van besmettingen. Van 9 per 1 miljoen een maand geleden, naar nu 80.

Op 3 april waren er in Spanje per dag 1.000 nieuwe overlijdensgevallen. Nu zijn het er 2 à 3, en er is (nog?)  geen stijging te zien. In België zien we iets vergelijkbaars, maar dan een week later. Ook daar zien we geen stijging van het aantal overlijdensgevallen. In Nederland gebeurt hetzelfde, maar ook weer een paar dagen later.

Als je naar Spanje kijkt, dan zie je dat eind maart-begin april de top van de sterfgevallen ongeveer 1 week na de top van het aantal nieuwe besmettingen viel. Op basis van ontwikkelingen in de andere landen is 12 dagen tussen die twee waarnemingen een wat veiliger maat. Maar als dat zo is, waarom zijn de sterfgevallen in Spanje dan niet rond 20 juli weer gaan stijgen?

Daar is nog geen hard antwoord op te geven. Ik verwacht over 1 maand wel. Maar het opsommen van de mogelijk redenen geeft tegelijk een indruk van wat zich bij besmettingen met COVID-19 aan het afspelen is en wat we wellicht in Nederland kunnen verwachten.

Ik som een aantal mogelijkheden op:

  1. Er worden nu vooral in eerste instantie jongeren besmet. Het duurt een tijdje voordat dan vervolgens de besmettingen bij de ouderen terechtkomen. En als dat gebeurt. dan zul je wel een forse stijging zien.
  2. Bij de sterftecijfers tijdens het hoogtepunt van de crisis zaten er veel sterftegevallen tussen van ouderen in zorginstellingen. (Dat was in vrijwel alle landen het geval). Door een combinatie van redenen gebeurt het daar nu veel minder, dus dat zorgt ervoor dat de sterfgevallen nog laag blijven.
  3. Doordat er enkele maanden geleden zo’n hevige uitbraak is geweest zijn er veel meer mensen die al in contact zijn geweest met het virus, waardoor die mensen niet besmet raken of minder ernstig ziek. (In landen/gebieden waar geen hevige uitbraak is geweest kan die, als de omstandigheden positief zijn voor het virus, alsnog ontstaan).
  4. Het lijkt erop dat COVID-19 nu minder ernstig toeslaat dan in maart. Dat kan doordat het virus langzamerhand muteert naar een minder ernstige variant. Of dat als je denkt dat de besmettingen vooral komen door inademen van aerosolen, dat gedurende de zomermaanden er minder/minder lang aerosolen in de lucht zweven en de virale doses lager zijn. En men minder erg ziek wordt.

 

Ik kan nu nog niet met zekerheid zeggen welke van deze vier van toepassing is. Het zou ook een mix kunnen zijn. Maar ook dan is het goed te weten welke het belangrijkste is.

Ik denk in ieder geval zelf dat het nog wel zo zou kunnen zijn dat de sterfgevallen wat gaan oplopen, maar we komen in deze landen niet meer in de buurt van de cijfers uit maart. Zelfs als het een kwart ervan zou worden, zou dat me zeer verbazen. (Dat kan alleen zo zijn als we over twee à drie maanden nog steeds denken dat de 1,5 meter afstand houden alleen zaligmakend is).

Terug naar inhoudsopgave

  1. “COVID-19 is oorlog, en het eerste slachtoffer is de waarheid”.

Met grote regelmaat ontvang ik meldingen van mensen die kennis hebben van wat er achter de schermen gebeurt over interessante gevallen. Meestal geven ze aan dat ze niet willen dat het naar buiten wordt gebracht, want dan vrezen ze dat het terug te herleiden is naar hen. Soms mag het wel en geef ik het door aan de media, die er dan wel eens wat mee doen. (Niet voor niets dat in Nederland het Huis van de Klokkenluiders zo bouwvallig is).

Ik zal een indruk geven van wat ik ontvang met inachtneming van de anonimiteit van de aanmelders. Ik formuleer het dan in algemene termen. Wel kan ik u verzekeren dat ik via extra vragen aan de betrokkenen of het checken van de informatie, er zeker of vrijwel zeker van ben dat de informant de waarheid heeft vermeld.

  • Zorginstelling in Maassluis.

Deze informatie is mij toegespeeld en EenVandaag en De Volkskrant zijn daarmee aan de slag gegaan. Woensdag is het naar buiten gekomen.  Zowel het RIVM als de zorginstelling hebben nadien een persbericht naar buiten gebracht dat het wat anders in elkaar zou zitten.

Daarna ontving ik diverse meldingen van achter de schermen, waardoor je beide persberichten daarover in twijfel kunt trekken.

Daar zitten de media momenteel nog achteraan gegaan en ik ben benieuwd wat daar uitkomt.

Het wijst er vooral op dat het -zeker ook bij het RIVM- om belangen gaat en niet om de waarheid (en we op basis daarvan kunnen leren om te voorkomen dat zoiets nog elders gebeurt).

  • Misstanden op de werkvloer

Bij herhaling kreeg ik dit soort meldingen. Waar werknemers op kwetsbare plekken het gevoel hebben niet goed door hun werkgever beschermd te worden en risicovol aan de slag zijn. En als het dan mis ging werden ze sterk onder druk gezet om er niet naar buiten mee te gaan. Ook hadden mensen kennis van veel slachtoffers in zorginstellingen (tot en met het overlijden van vrijwel alle bewoners van een bepaalde afdeling), maar die informatie moest en zou onder de pet gehouden worden voor de buitenwereld. Daarbij kreeg ik ook al vroeg van diverse medewerkers mails dat ze ook de indruk hadden -gezien de uitbraak in het hele huis en andere specifieke kennis- dat de besmetting via de lucht had plaatsgevonden en verspreid was door het ventilatiesysteem.

  • Belangwekkende onderzoeksresultaten.

Vanuit universiteiten kreeg ik meldingen dat men onderzoeken had gedaan op basis waarvan de onderzoekers conclusies trokken, dat de lijn die het RIVM had uitgestippeld ten aanzien van de bestrijding niet de juiste was. Maar dat die informatie -tot hun verbazing/afgrijzen- niet naar buiten werd gebracht.

  • Uitspraken van RIVM-medewerkers, OMT-leden of virologen/epidemiologen in de media.

Met grote regelmaat hoorde of las ik dan uitspraken waarvan ik wist dat die feitelijk onjuist waren of dat er -ondanks hun stelligheid- geen wetenschappelijke onderbouwing voor was. Waarvan men mij met regelmaat beschuldigde met “cherry-picking”, deden zij dat juist.

Ik heb een uitgebreide wetenschappelijke verantwoording geschreven waarin ik stel dat het overgrote deel van de besmettingen komt door aerosolen. Dat stond in diverse van mijn blogs en in deze brief aan het RIVM in voorbereiding van mijn gesprek.

In dit blog treft u het aan.

Ik heb zowel in dat blog als in die brief gevraagd of men in mijn richting iets vergelijkbaars kon maken ten aanzien van de onderbouwing van de verspreiding via direct contact en de 1,5 meter die we zouden moeten houden.

Geen enkele inhoudelijke reactie gehad.

En nu hoorde ik een vorige baas van het RIVM (Coutinho) in Nieuwsuur zeggen dat er ook geen wetenschappelijke onderbouwing voor is.

Toch is dat niet de indruk als je Van Dissel en consorten de afgelopen maanden hierover hebt gehoord.

Ik vraag me af of premier Rutte en minister Wiebes (die de 1,5 meter-samenleving feitelijk hebben ingesteld) dat ook echt op het moment wisten toen zij die keuze maakten.

Wisten zij dat hiervoor geen wetenschappelijk bewijs was?

En wisten zij dat de WHO 1 meter als afstand aanneemt (zoals het geval is in Italië, waar het op dit moment prima gaat)?

Als je gewoon de economische gevolgen doorrekent van de 1,5 meter afstand ten opzichte van 1 meter afstand houden dan is dat al heel groot. Maar met de stelligheid en de wetenschappelijke pretenties van de top van het RIVM en leden van het OMT denk ik dat noch premier Rutte, noch mnister Wiebes ooit hebben beseft dat een andere afstand dan 1,5 meter ook een reële optie was om als maatregel te treffen.

 

Juist in een oorlogssituatie is het cruciaal dat niet alleen de beslissers, maar ook de burgers er van op aan kunnen dat de informatie die zij krijgen juist is. Of dat bij twijfel ook gezegd wordt wat die twijfel is. Op die manier kunnen er betere beslissingen worden genomen en zullen de burgers die ook beter begrijpen en accepteren. Maar als zij merken of voelen dat er een loopje wordt genomen met de waarheid en er besluiten komen die gewoon onlogisch zijn, dan gaat het mis.

Terug naar inhoudsopgave

 

  1. Het verschil tussen dag en nacht

Ik heb een goed onderbouwd verhaal ontvangen waar ik me de komende tijd met een groepje verder in ga verdiepen. Het zou wel eens tot heel belangrijke aanvullende conclusies kunnen leiden over verspreiding van het virus en hoe dat goed kan worden gestopt.

Ik kom daar later zeker op terug.

Maar er is al een bevinding die ik zeer overtuigend vond en die ik met u deel.

Zoals ook al eind april vanuit een belangrijk instituut in de VS was geconstateerd, heeft zonlicht (UV-stralen) een funeste werking op de levensduur van het virus. Dus dat is ook een extra reden om zoveel mogelijk activiteiten naar buiten te brengen, en daar juist geen of weinig restricties op toe te passen.

In het verlengde hiervan werd geconstateerd en onderbouwd dat als het donker is dat effect logischerwijs buiten verdween, maar dat er ook een samenhang was met wat er in binnenruimtes (zoals kroegen e.d.) gebeurde.

Daarom wil ik deze conclusie van mij met u delen: “als het buiten donker is, dan zijn de gevaren om in binnenruimtes besmet te raken groter dan als buiten de zon schijnt.”

Te allen tijde is ventilatie belangrijk, maar ik acht het zeer waarschijnlijk dat overdag in besloten ruimtes, het aantal zwevende virusdeeltjes dat iemand kan inademen kleiner is dan ’s avonds (onder verder identieke omstandigheden).

Dat zou ook van invloed kunnen zijn op als je in de buitenlucht op korte afstand van elkaar face-to-face met elkaar spreekt (ik adviseer daar wel een afstand van 1 meter aan te houden of met elkaar te praten zonder dat je elkaar recht in het gezicht kijkt). Maar ook dat lijkt als de zon eenmaal onder is gegaan wat meer risico’s te geven dan als de zon schijnt.

Terug naar inhoudsopgave

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hierop .

Checklist

Ik ben geen viroloog of epidemioloog. Ik ben wel opgeleid als wetenschapper. In 1971 afgestudeerd en toen een aantal jaren als wetenschappelijk medewerker gewerkt bij de Universiteit van Amsterdam. Mijn specialisatie is onderzoek en statistiek. Heb in 1965 leren programmeren. Ben al heel lang bezig met (big) data-analyses.

Ik ben goed in analyseren van data, het herkennen van patronen. Daarnaast ben ik goed in logica. Was op school een echt B-type. Kan ook goed wetenschappelijke studies lezen en beoordelen.

Vanaf eind maart schrijf ik artikelen op deze site over COVID-19. Middels het analyseren van data, het lezen van de nieuwste internationale wetenschappelijke studies en logisch redeneren, heb ik daaruit een serie conclusies getrokken. Inmiddels wordt een deel daarvan of algemeen erkend of er zijn grote discussies over, die uiteindelijk dezelfde richting in gaan als de conclusies die ik toen trok.

(Als u tijd heeft, nodig ik u uit om mijn artikel te lezen van 14 april met de titel “Zo gaat de verspreiding van COVID-19 vooral”  en het artikel van 24 mei met de titel “De COVID-19 kennis van nu”).

Dan wil ik nu op aparte conclusies ingaan, die ik in mijn artikelen heb getrokken en in welke mate deze conclusies nu ook meer mainstream zijn geworden.

 

  1. Mondbescherming in openbare ruimtes

Op 6 april schreef ik dit artikel “Waarom mondbescherming buiten een verstandige beslissing is”.  Met o.a. deze zin: “Dat gezegd hebbende komen we uit op iets wat eigenlijk in het verlengde ligt van mijn vaststelling dat de WHO (en RIVM) niet snel genoeg inspeelt op de nieuwste bevindingen.

Op 5 juni adviseerde de WHO tot het dragen van mondkapjes in de openbare ruimtes. Inmiddels zien we in steeds meer landen dat het  wordt ingevoerd.

  1. Via ventilatie en hogere luchtvochtigheid kan de verspreiding in gesloten ruimtes worden tegengegaan.

Al vanaf de eerste blogs op 27 maart schreef ik over de invloed van de luchtvochtigheid op de verspreiding van het virus. Op 2 april in het artikel “Euraka! Dit zijn de verspreidingsversnellers; de micro druppels” kwamen een aantal zaken bij elkaar. Ik beschreef daarin dat je besmettingen kon voorkomen door het verhogen van de luchtvochtigheid en ventilatie.

In een land als Japan was dit al lang bekend, maar in Nederland bleef het RIVM daar lang van weg. Maar de ventilatiecomponent begint (gelukkig) in Nederland eindelijk meer gemeengoed te worden  zoals uit dit artikel blijkt. Het verhogen van de luchtvochtigheid zie je ook al op veel plekken als hulpmiddel tegen de verspreiding. Maar, zolang het RIVM, de impact van het airborne virus nog niet onderkent, is het in Nederland nog geen expliciet beleid.

Wel zien we in steeds grotere mate, ook in Nederland, het onderwerp “ventilatie” hoger op de agenda komen.


  1. Buiten veel minder risico’s op besmetting dan binnen

In meerdere artikelen in april gaf ik aan dat de besmettingen vooral binnen geschieden. Na de uitkomst van een aantal onderzoeken heb ik in mijn artikel op 25 april expliciet gesteld dat men veel meer naar buiten zou moeten gaan.  Ik vermeldde daarbij al deze Chinese studie  over de locaties van besmetting, die onlangs breed in de media werden aangehaald als onderbouwing voor de veel kleinere kans om buiten besmet te worden.

Ongeveer 1 maand na mijn artikel werd ook door sommigen van de usual suspects aan virologen en epidemiologen in de media gesteld dat de kans om besmet te worden buiten beduidend kleiner is dan binnen.

Helaas zijn het OMT (en in hun navolging Premier Rutte) nog hardleers en blijven (tegen beter weten in?) volhouden dat de besmettingen bij Atalanta Bergamo – Valencia in het stadion plaats vonden.

  1. Besmetten via oppervlaktes vindt niet plaats

In mijn artikel van 14 april met als titel “Zo gaat de verspreiding van het virus vooral” beschreef ik dat de kans van besmetten via voorwerpen heel klein is.

Op 22 mei heeft de Amerikaanse CDC haar adviezen bijgesteld en gemeld dat de overdracht via voorwerpen minder groot is dan men eerder had aangenomen. De studie van prof. Streeck in Heinsberg kwam daarna uit, waarbij hij bij onderzoek in 21 huishoudens geen virusdeeltjes van voorwerpen heeft kunnen verzamelen, die bij nader laboratorium onderzoek ook in staat waren om mensen te besmetten. Op 1 augustus ging De Volkskrant er -eindelijk- toe over om te benoemen dat de kans op besmetting via voorwerpen feitelijk nul was.


  1. De grote rol van superspreading events bij de verspreiding

Op 9 april schreef ik een artikel over het grote belang van de superspreading events. En op 19 april ging ik dieper in op het superspreading event van Kessel op 5 maart.  Dat leidde tot dit artikel van 24 april. Op basis van de cijfermatige analyse van afzonderlijke gemeenten tot aan het moment van lockdown, kon ik niet anders dan concluderen dat de superspreading events een dominante rol speelden bij de verspreiding van het virus. En dat het virus zich zonder zo’n gebeurtenis eigenlijk vrij langzaam verspreidde. Want terwijl we ons gewone normale leven nog leefden voor de lockdown en de social distancing, zag je dat klip en klaar terug in de cijfers in gemeenten waar geen superspreading events hadden plaatsgevonden.

Op 3 juni beschreef ik o.a. de aanpak in Japan en een artikel in de New York Times met als titel “Stop the superspreading events”. Vanuit onderzoek in diverse landen werden mijn conclusies van 24 april bevestigd.

  1. De belangrijke rol van aerosols

Vanaf 2 april heb ik aandacht gevraagd voor de grote rol van aerosols bij de verspreiding van het virus. Ik kon me namelijk niet voorstellen dat superverspreiding tijdens bijeenkomsten met veel mensen, zelfs als men alle voorzorgen in acht namen, op een andere wijze kon geschieden dan via de lucht.

Dat bewijs werd geleverd door de studie van prof. Streeck in Gangelt. Dat beschreef ik in dit artikel op 4 mei. Als je breed naar de cijfers kijkt, dan lijken vrijwel alle Covid-19 besmettingen met via de lucht te gaan, zoals ik op 3 juni heb beschreven.

Er komen steeds meer geluiden van prominente virologen die wijzen op het belang van de verspreiding van het virus via de lucht. Dit was o.a. de podcast van prof. Christian Drosten waarin hij het volgende zegt: “Druppeltjesoverdracht speelt waarschijnlijker een kleinere rol dan de overdracht via aerosols”.

Op 1o juni is er een nieuwe studie uitgekomen met de naam “Identifying airborne transmission as the dominant route for the transmission of COVID-19”. De titel zegt het al. Nog een extra bewijs van de centrale rol van het virus dat zweeft in de lucht.

In juli is er steeds meer informatie beschikbaar gekomen over de rol van aerosols en hebben 239 wetenschappers een beroep gedaan op de WHO om die manier van verspreiding van het virus serieus te nemen.

In Nederland houden het RIVM en het OMT (vooralsnog) vast aan de mening dat die rol klein is. Maar helaas is het zo dat die Nederlandse deskundigen keer op keer bewijzen achter de feiten aan te lopen. (Neem bij voorbeeld de discussie rondom mondbescherming, waarbij Van Dissel, zelf na het invoeren van mondkapjes in het OV, nog in het openbaar zei, dat het onnodig was.)

Hoewel dus internationaal steeds meer wordt erkend dat besmetting via de lucht een grote rol zou kunnen spelen, is dat in Nederland (nog) niet het geval bij de officiele instanties.

Maar nu het Duitse RIVM (RKI)  ook aerosols als belangrijke besmettingsweg erkend en  het onderzoek bij de slachterij in Gutersloh heeft laten zien dat er mensen op 8 meter afstand zijn besmet komt ook bij dit onderdeel een checksymbool.

De weestand van het RIVM om dit te onderkennen hangt op een dramatische wijze sterk samen met het volgende punt.

 

  1. De 1,5 meter samenleving is onnodig en onveilig

Vanaf het moment dat de 1,5 meter samenleving aangekondigd werd als het nieuwe normaal heb ik me daar op verschillende manieren tegen verzet. In dit artikel van 15 april beschreef ik dat voor het eerst. En via mijn medewerking aan www.smartexit.nu heb ik dat ook nog op een andere manier geoperationaliseerd.

In essentie is dat bezwaar tweeledig. Aan de ene kant levert het forse economische en maatschappelijke schade op. Aan de andere kant is het bovendien ook niet het juiste antwoord op het echte gevaar van de grootschalige besmetting met het virus. 80% van de besmettingen vindt plaats via superspreading events. En dat gebeurt niet, constateer ik hier, doordat men dan niet op 1,5 meter afstand blijft, maar door het zwevende virus in de ruimte, dat langere tijd door aanwezigen wordt ingeademd.

U begrijpt dat ik ook daarom al fel tegenstander van het voorstel om de 1,5 meter samenleveing via de wet te formaliseren.

Dus de 1,5 meter verhindert het overgrote deel van de besmettingen niet, en levert ook nog een schijnzekerheid op. Zo zien we in Georgia dat er na de opening van kerken waar men zich strak aan de 1,5 meter hield, toch weer besmettingen plaatsvonden.

Maar op dit punt ligt er een gigantisch obstakel, waarvan ik bang ben dat het als een groot blok beton onze samenleving (zowel economisch als sociaal) diep onder water houdt en daarmee heel veel (onnodig) kapot maakt.

Dat obstakel is, dat vrijwel alle virologen en epidemiologen er van uit gaan dat influenza zich via druppels verspreidt en dat dit ook geldt voor Covid-19 (en Sars). Zo zijn ze opgeleid en zo kijken ze naar de verspreiding van deze infectieziekten aan. Dat is ook terug te vinden in de opstelling van de WHO (en RIVM, en OMT). Over een andere manier van verspreiding wil men amper denken. Laat staan dat het een dominante rol speelt. Want dat heeft met terugwerkende kracht kolossale consequenties. Van nogal wat van het werk dat men in het verleden op dit terrein heeft gedaan vervalt dan ineens de basis.

De 1,5 meter-maatschappij (social distancing) is de consequentie van het feit dat je stelt dat mensen vrijwel alleen via direct contact wordt besmet. Als de besmetting vooral (of vrijwel alleen) door de lucht geschiedt dan is die 1,5 meter-maatschappij niet nodig en moeten we andere maatregelen nemen. (En dat betreft eigenlijk alleen het zorgen dat superspreading events niet kunnen plaatsvinden).

Daarom zie je het patroon dat 99% van de virologen en epidemiologen, bij welke conclusies ze ook trekken, ze altijd eindigen met “en overigens zijn we van mening dat mensen binnen of buiten de 1,5 meter afstand dienen aan te houden”. In mijn oren klinkt het langzamerhand als een soort wanhopige poging om overeind te houden wat langzamerhand niet meer overeind te houden is, dat de besmetting van Covid-19 (en influenza) vrijwel alleen geschiedt via direct contact.

Dat men zich daarbij in allerlei bochten moet wringen, feiten naar eigen hand zet, drogredenen hanteert, is goed beschreven in het artikel “Factchecking het OMT”. Ik heb op persoonlijke titel diverse hoogleraren virologie en epidemiologie en andere medici uitgenodigd om hetzij uit te leggen waar we in onze fact checking verkeerd zitten. Of aan te geven hoe het komt dat als het OMT niet voldoet aan de minimale eisen van logica, argumentatie en het correct gebruik van feiten, er niemand van de beroepsgroep daar in het openbaar wat van zegt. Helaas, geen enkele reactie gekregen. Ook niet van het RIVM of het OMT of leden van het OMT.

Het lijkt op een omerta. De beroepsgroep lijkt gevangen te zijn in het dogma van de besmetting via kontakten en niemand van de usual suspects  mag of wil daarvan afwijken. Want zelfs nu men een vorm van opening geeft aan besmetting via de lucht, klinkt onmiddellijk de mantra: “maar die 1,5 meter moeten we blijven aanhouden”.

En de meeste politici zijn daardoor zo gehypnotiseerd (onder invloed van het Bergamo-trauma) dat ze die mantra’s gedachteloos herhalen. Het maakt niet uit dat de feiten laten zien dat er geen toename is van nieuwe besmettingen als wordt afgeweken van de 1,5 meter afstand (zoals tijdens de mooie Paasdagen en die prachtige Hemelvaartsdag). En het maakt ook niet uit dat er wereldwijd harde aanwijzingen zijn dat de uitbraken in slachthuizen komen door de lage temperaturen, die het lang in de lucht laten van aerosols bevordert. Het moet en zal aan het afwijken van de 1,5 meter-maatregel liggen en zoekt men een verklaring buiten de werkplek. Het zou dus gebeurd moeten zijn in het wooncomplex en het woon-werkverkeer. (Vervolgens zet men de werknemers in grote bussen op 1,5 meter afstand van elkaar, maar wel met de ramen dicht).

En hoe het op schepen gebeurt waar zowel in Frankrijk als in de VS meer dan 1000 bemanningsleden zijn besmet?  Men vindt altijd wel een gelegenheidsredeneringen. Zolang men het eigen mantra van die 1,5 meter afstand maar overeind kan houden!

In het verlengde hiervan zien we dat terwijl men een pakket aan maatregelen heeft genomen als “het stoppen van bijeenkomsten van grotere groepen mensen”,  “het sluiten van scholen”  en “social distancing/1,5 meter afstand”, de duidelijke daling van het aantal besmette personen louter wordt toegeschreven aan die laatste maatregel. Men laat mentaal niet eens toe dat het wellicht louter aan de eerste maatregel zou kunnen liggen. Zeker als we nu weten dat mensen thuis zoveel minder worden besmet dan tijdens een superspreading event, zou dat te denken moeten geven.

 

De enige manier waarop ik dit kan plaatsen is door het te vergelijken met het begin van de 17e eeuw. Iedereen was ervan overtuigd dat de zon om de aarde draaide. Galilei kwam en beweerde dat het andersom was. Dat was een iets te grote paradigma shift voor de knappe koppen van die tijd. En Galilei eindigde met huisarrest.

Dat het uiteindelijk toen nog een tijd duurde voordat men toegaf dat Galilei gelijk had is niet schadelijk geweest voor het verloop van de menselijke geschiedenis.

Maar elke dag dat het langer duurt voordat men met elkaar onder ogen ziet dat het virus zich dus  vooral (of zelfs alleen) via de lucht verspreidt en dat de 1,5 meter-maatschappij ons geen bescherming biedt, hoe meer de enorme schade oploopt.

Dat de betrokken deskundigen (RIVM, OMT, virologen en epidemiologen) comfortabel een positie kunnen handhaven, die op logische gronden en de nieuwste onderzoeksresultaten eigenlijk al vrijwel onhoudbaar is geworden, komt doordat de media die deskundigen niet het vuur aan de schenen legt. Men laat hen zonder echte kritische vragen hun oude mantra’s debiteren. En aan tegengeluiden wordt amper aandacht geschonken. En als die dan wel een keertje wordt gepubliceerd wordt wel iemand van de usual suspects gebruikt om dat tegengeluid onderuit te halen.

En zo zitten we met de kongsi van de media die hun rol niet kritisch vervullen en steeds maar weer de usual suspects uitnodigen om hun mantra’s te debiteren. En hebben we politici in en om onze regering, die blijkbaar onder invloed van het Bergamo-trauma zijn gehypnotiseerd. Het enige dat ze nog kunnen is om het kwartier anderhalve meter te roepen en de mantra’s van de virologen herhalen. Maar zelfstandig nadenken, ho maar.

Tot de wal het schip keert, maar dan ben ik bang dat het schip al zinkende is.