De Stemming 31-10-2021: Vooraankondiging van de diffuse uitslag van GR2022

De schommelingen in politieke voorkeur zijn de laatste twee maanden vrij beperkt gebleven. Ook de peiling van vandaag laat weinig verschuivingen zien. De grootste verschuiving in de afgelopen vijf weken is de PVV, die 3 zetels is gestegen en daarmee de tweede partij is. De PvdD is in die periode 2 gestegen en komt nu op 9 zetels komt. De hoogste score tot nu toe in onze peilingen. Daarmee verschilt deze partij qua omvang nog maar 1 zetel met de PvdA en is net zo groot als GroenLinks. CDA en D66 zijn de grootste verliezers en BBB is de grootste winnaar.

Onder de oppervlakte zien we toch een electoraat dat toch behoorlijk anders denkt dat op 17 maart. Nog maar 65% van de respondenten kiest dezelfde partij als toen. Zelfs partijen die per saldo fors winnen zijn toch 20 a 25% van hun kiezers van toen kwijtgeraakt.

Om een indruk te geven hoe de verschuivingen tussen de partijen zijn treft u het onderstaande overzicht aan. Alleen als er sprake was van een verschuiving van minstens een halve zetel staat die in het overzicht vermeld. Belangrijk is te beseffen dat een deel van het verlies van een partij ook terug te vinden is in degenen die zeggen “Ik heb partij X gestemd, maar ik weet niet welke partij nu te stemmen”. Bij partijen die fors op verlies staan komt dat doorgaans het vaakst voor.

Bij het CDA is er nog iets anders aan de hand. In ons onderzoek nemen we bij de peiling zelf alleen afgescheiden kamerleden mee als ze een partij hebben gevormd/aangekondigd hebben dat ze aan de verkieizngen mee gaan doen. Daarom staat Pieter Omtzigt/Lijst Omtzigt niet apart vermeld in onze lijst. Maar onder degenen die CDA hadden gestemd en nu niet meer zien we een vrij groot aantal die de keuze gemaakt hebben “andere partij”.  Daarom staat bij het CDA vermeld dat die partij verliest aan Omtzigt. Het CDA heeft daarnaast ook nog het grootste aandeel personen die aangeeft niet te weten welke partij te stemmen.

Bij BBB zien we naast de genoemde partijen ook nog van andere partijen kiezers komen, maar niet boven de grens van een halve zetel voor dit overzicht.

Gemeenteraadsverkeizingen

Over 4,5 maand zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Diverse partijen die het nu goed doen in deze landelijke peiling doen maar in weinig gemeenten mee (ook de PVV). Dat maakt de kans groter dat er -nog meer dan vorige keren- bij de gemeenteraadsverkiezingen op niet-landelijke lijsten/partijen gestemd zal worden. Besef daarbij dat in 2018 al 29% van de stemmen op die niet-landelijke lijsten werden uitgebracht. Ook zou de opkomst wel eens lager kunnen worden dan de 54% uit 2018.

VVD en CDA waren toen het grootst met ruim 13% ieder. Het CDA staat nu ruim 3%. Ook dat zal er voor zorgen dat bij de gemeenteraadsverkiezingen 2022 de landelijke lijsten samen het minder goed zullen gaan doen dan bij de vorige verkiezing/

GroenLinks die bij de Gemeenteraadsverkiezingen in 2018 het goed deed (9%) zal het ook moeilijk krijgen om dat resultaat te handhaven. Maar er lijkt geen landelijke partij te zijn, die wel in veel gemeenten meedoet, die met een uitslag zal komen die fors hoger is dan die van vier jaar ervoor.

De kans is dus groot dat de uitslag op 16 maart 2022 uitermate diffuus zal zijn en qua trend t.o.v. 2018 met grote verschillen per gemeente.

 

 

 

 

Onderzoek onder gevaccineerden en ongevaccineerden

Op het coronadashboard staat informatie over de vaccinatiestatus van alle Nederlanders. Uit de verantwoording blijkt dat er een aantal problemen zijn rondom de nauwkeurigheid van de registratie en de definities. Zo worden degenen, die maar één keer zijn gevaccineerd, maar wel de afgelopen zes maanden positief zijn getest, niet als volledig gevaccineerd geregistreerd. Via een steekproefonderzoek onder de bevolking is een uitgebreider inzicht te geven van de cijfers op basis van de opgave van de ondervraagden zelf. Maar ook daarbij zijn er wat beperkingen: een steekproefonderzoek heeft marges van nauwkeurigheid en er is een onderrepresentatie bij inwoners met een buitenlandse herkomst bij Peil.nl.

Voor zover relevant zal bij een aantal tabellen/grafieken, daarop nog worden ingegaan.

Hieronder het overzicht van de vaccinatiestatus naar een aantal demografische kenmerken (leeftijd, geslacht en opleidingsniveau).

Opvallend is het verschil in vaccinatiestatus mannen en vrouwen. Onder de vrouwen is een duidelijk hoger percentage ongevaccineerd dan mannen. Als dan apart gekeken wordt naar leeftijd, dan is dat verschil vrijwel geheel toe te schrijven aan de leeftijdklasse onder de 45 jaar. Van die groep is 27% van de vrouwen niet gevaccineerd en 14% van de mannen niet. Bij de leeftijdklasse boven de 65 jaar is er geen verschil naar geslacht. Dat duidelijke verschil bij de vrouwen in de jongere leeftijdsklassen zal veroorzaakt worden door zorgen rondom vruchtbaarheid en mogelijke zwangerschap.

Er is ook een vergelijkbare grafiek gemaakt, maar dan naar de huidige politieke voorkeur.

Deze grafiek laat goed zien hoe groot de verschillen zijn tussen de aanhangers van de verschillende partijen. Terwijl bij D66-kiezers iedereen is gevaccineerd is dat bij 85% van de FVD-kiezers niet het geval.

Ook is de vraag gesteld of men wist of dacht dat men al een keer geïnfecteerd was geraakt met Covid-19. 12% zegt dat zeker te weten en 8% geeft aan te denken dat dit het geval is geweest. Gezien het feit dat er meer dan 2 miljoen positief getesten zijn in Nederland (12% van de bevolking) en het feit dat het RIVM aanneemt dat het aandeel geïnfecteerden daar een factor 2 á 3 boven ligt (o.a. ook omdat een deel van de geïnfecteerden geen symptomen hebben gehad), nemen we in de onderstaande tabel aan dat ook degenen die zeggen dat ze denken geinfecteerd te zijn geweest dat inderdaad zijn geweest. Bij de onderstaande tabel valt dan vooral op dat ruim 40% van de ongevaccineerden in Nederland aangeven dat ze al wel een infectie hebben doorgemaakt!

Op basis van deze tabel wordt geschat dat 1,29 miljoen Nederlanders niet gevaccineerd zijn en ook niet de infectie hebben doorgemaakt. Dat getal heeft een marge van ongeveer 200.000 naar boven of naar beneden. Naar beneden doordat er waarschijnlijk meer mensen geïnfecteerd zijn dan ze zelf aangeven (doordat ze geen symptomen hadden en zich niet hebben laten testen). En naar boven omdat het onderzoek een onderrepresentatie heeft van inwoners van niet-westerse herkomst.

Bijwerkingen

Aan degenen die gevaccineerd zijn, is gevraagd of die vaccinatie bijwerkingen heeft gehad. Dat splitsen we uit naar type vaccin. Belangrijk is te beseffen dat dit dus een zelf-rapportage  is. Dus het onderscheid tussen lichte en zware bijwerkingen is op basis van een subjectieve beoordeling.

Bijna de helft meldt geen bijwerkingen, 38% lichte kortdurende bijwerkingen. 8% meldt lichte bijwerkingen, die wat langer duurden. 5% meldt zware bijwerkingen. Dat zijn dus ongeveer 600.000 Nederlanders. De respondenten hebben bij zware bijwerkingen gemeld wat die zijn. Dat is een scala van antwoorden: lange tijd zeer moe wordt dan het meeste gemeld. Daarnaast lange tijd zware hoofdpijnen. Ruim 1% meldt ernstige klachten, die met hart en longen te maken hebben en in sommige gevallen tot ziekenhuisopnames hebben geleid. (Vanzelfsprekend is niet objectief vast te stellen of dit al dan niet door de vaccinatie komt).

Bij Lareb staan op dit moment 155.000 meldingen van bijwerkingen. Maar zowel de procedure van de aanmeldingen als de categorisering is niet 1-op-1 te vergelijken met dit overzicht, waarbij er dus rond de 600.000 personen zijn die menen dat ze zware bijwerkingen hebben gehad.

Inschatting van de risico’s

Al op eerdere momenten is vanuit gedaan onderzoek via Peil.nl gemeld dat er een grote overschatting is van zowel de eigen risico’s m.b.t. Covid-19 als die van mensen met dezelfde leeftijd. Ook deze keer is geprobeerd via een aantal vragen en uitsplitsingen een inzicht te geven in die inschattingen.
Eerst een overzicht van de inschatting van het eigen risico om binnen 3 maanden geïnfecteerd te worden uitgesplitst naar een aantal kenmerken. Ter referentie: Het laatste kwartaal vorig jaar werden 500.000 mensen positief getest. Dat is 3% van alle Nederlanders.

Deze tabel laat zien dat:

  • 24% van de Nederlanders denkt dat hij/zij een kans van meer dan 10% heeft om de komende drie maanden geïnfecteerd te raken.
  • Van de gevaccineerden denkt 27% dat hij/zij een kans van meer dan 10% heeft om geïnfecteerd te raken. Dat is groter bij de gevaccineerden met Janssen en AstraZeneca dan met Pfizer en Moderna.
  • Van de ongevaccineerden denkt 12% dat de kans groter dan 10% is, bij degenen die geïnfecteerd zijn geweest is dat 20%. (Ongevaccineerden zijn gemiddeld jonger dan gevaccineerden, dus dat beínvloedt deze inschatting).

Ten slotte is de vraag gesteld welke kans men denkt dat gevaccineerden en ongevaccineerden hebben om in het ziekenhuis te komen nadat men geïnfecteerd is geraakt. Als referentie kan gebruikt worden het percentage dat Prof. Van Dissel gebruikte bij zijn presentaties voor de Tweede Kamer van 1,5%.

(Bij de vraagstelling kon men percentages aangeven van onder de 1%, 1%, tussen de 2 en 5%, tussen de 6% en 9% en vervolgens steeds met klassen van 10% tot aan 100%. De weergave betreft dus optellingen van diverse antwoordklassen).

Deze grafiek laat zien, dat terwijl de kans om in het ziekenhuis terecht te komen als je geïnfecteerd was als ongevaccineerde vorig jaar werd geschat op 1,5%, de bevolking het volgende denkt:

  • 37% van de Nederlanders denkt dat ongevaccineerden een kans van 30% of meer hebben om dan in het ziekenhuis te komen. 55% denkt een kans van 10% of meer.  Als illustratie hoe sterk de kans wordt overschat is nog het volgende. 1 op de 6 Nederlanders denkt dat de kans voor een ongevaccineerde om – als die wordt geïnfecteerd – in het ziekenhuis te komen 70% of hoger is.
  • 8% van de Nederlanders denkt dat gevaccineerden een kans van 30% of meer hebben om dan in het ziekenhuis te komen. 24% denkt een kans van 10% of meer. 1 op de 30 Nederlanders denkt dat die kans dan 70% of meer is.

Deze grafiek krijgt nog een extra dimensie als gekeken wordt welke verschillen in beantwoording er zijn tussen degenen die zich niet hebben laten vaccineren en wel.

Deze grafiek moet als volgt gelezen worden:

De laatste twee kolommen:

  • 41% van de mensen die gevaccineerd zijn, denken dat een ongevaccineerde een kans van meer dan 30% heeft om in het ziekenhuis te belanden als hij geïnfecteerd raakt. Van de ongevaccineerden denkt 6% dat.
  • 6% van de mensen die gevaccineerd zijn, denken dat een gevaccineerde een kans van meer dan 30% heeft om in het ziekenhuis te belanden als hij geïnfecteerd raakt. Van de ongevaccineerden denkt 20% dat.

De eerste twee kolommen:

  • 14% van de mensen die gevaccineerd zijn, denken dat een ongevaccineerde een kans van ongeveer 1% heeft om in het ziekenhuis te belanden als hij geïnfecteerd raakt. Van de ongevaccineerden is dat 78%.
  • 43% van de mensen die gevaccineerd zijn, denken dat een gevaccineerde een kans van ongeveer 1% heeft om in het ziekenhuis te belanden als hij geïnfecteerd raakt. Van de ongevaccineerden is dat 54%.

Het laat goed zien hoe slecht de inschattingen zijn van de risico’s en tegelijkertijd hoezeer die gekleurd worden door de eigen opvatting ten aanzien van vaccinatie.

 

De Stemming 17-10-2021: 7 maanden na TK2021

Nu het exact 7 maanden geleden is dat de Tweede Kamerverkiezingen zijn gehouden, gaan we vandaag de vergelijking maken tussen de uitslag nu en die van 7 maanden geleden in relatie tot een aantal demografische kenmerken.

De uitslag van vandaag verschilt weinig van die van de vorige week. Ten opzichte van zes maanden geleden zijn de grote verliezers CDA (-10) en D66 (-7). Daarnaast verloor FVD 2 zetels. De grote winnaar is BBB (+6). Daarnaast is VOLT 3 zetels gestegen en wonnen, PVV, PvdA, PvdDieren en JA21 2 zetels. In het onderzoek is geen aparte partij “Lijst Omtzigt” opgenomen, omdat we bij ons wekelijks onderzoek de lijn volgen dat we alleen partijen mee laten lopen, die aan de verkiezingen hebben meegedaan of aankondigen dat te zullen doen en dan minstens een goede kans op 1 zetel hebben. Dat is tot nu toe niet het geval met Lijst Omtzigt. (De keren dat we apart gevraagd hebben wat de uitslag zou zijn als Omtzigt met een eigen partij mee zou doen, dan zou dit partij rond de 25 zetels halen).

Ten aanzien van vier demografische kenmerken zullen we de verschuivingen laten zien in deze zeven maanden: Leeftijd, geslacht, inkomen en opleidingsniveau.

Leeftijd

Dit was de uitslag naar leeftijd. (Alle tabellen moet u verticaal lezen. Dus per kolom).

De uitslag van dit weekend geven we weer met de mate van verschuiving in de afgelopen zes maanden. Met behulp van de kleurcodes is goed de orde van de grootte van de stijging of de daling te zien. Terwijl het CDA bij de verkiezingen 20% haalde van de stemmen van de groep boven de 65 jaar, staat dat percentage nu nog maar op 8%, dat is 12% minder. Dat laatste leest u in de tabel terug.

In deze tabel is BBB onderaan wel apart opgenomen. Op 17 maart stond die partij (die 1% haalde) nog onder de groep “overige” partijen. Voor de berekeningen zijn we ervan uitgegaan dat BBB in iedere kolom toen 1% had gehaald.

Geslacht

Dit zijn de tabellen naar  de factor geslacht.

Inkomen

Naar de factor inkomen zien we deze verschuivingen.

Opmerkelijk is de verschuiving van de VVD. Terwijl het totaalpercentage niet verschoof zien we een groot verschil in patroon naar inkomen. Bij de hoge inkomens zien we een duidelijke stijging en bij de lage inkomens een duidelijke daling.

Opleiding

Ten slotte zien we de verschuivingen naar hoogste opleidingsniveau.

En dit zijn de verschuivingen. Ook hier is te zien dat er een verschillend patroon is bij de VVD naar niveau

Samenvatting

Bij de partijen met de grootste verschuivingen valt het volgende op:

  • Het CDA verliest zowel absoluut als relatief het sterkst in de groep boven de 65 jaar. Dat was de groep waar het CDA het grootste aantal kiezers vandaan haalde.
  • D66 raakt de meeste kiezers kwijt onder de 45 jaar. Daarbj is het verlies onder vrouwen duidelijk groter dan onder mannen,
  • BBB wint over de hele linie. Maar doet het relatief beter onder de lager opgeleiden dan de hoger opgeleiden.
  • Terwijl de VVD gelijk is gebleven in deze zes maanden zijn er wel duidelijke verschuivingen te zien naar kenmerken. Er is een duidelijke stijging te zien bij kiezers met een hoger inkomen en opleiding  en een duidelijke daling bij kiezers met een lager inkomen en opleiding

De Stemming 10-10-2021: 39% wil Rutte als premier nieuwe kabinet

Ten opzichte van de vorige week zien we de VVD weer terug gaan naar 34 zetels (-2 t.o.v. de vorige week). Aan de rechterkant zien we wat kleine verschuivingen. FVD staat nu met 7 op de hoogste score sinds kort  na de verkiezingen. De PVV staat ook op een klein winstje, terwijl JA21 weer teruggaat van 5 naar 4 zetels (1 zetel winst). BBB blijft er sterk voor staan met 7 zetels.

PvdD staat nu op 8 zetels en is daarmee vrijwel net zo groot als SP en GroenLinks en groter dan ChristenUnie en CDA.

De gemiddelde partijtrouw is inmiddels 67%. Dat was twee weken na de verkiezingen al gedaald naar 84%. Bij het CDA is die waarde nog maar 35%.

Ten slotte is gevraagd of men wil dat Mark Rutte de premier wordt van een nieuw VVD, D66, CDA, ChristenUnie kabinet.

 

 

De Stemming 3-10-2021: 29% positief over mogelijke nieuwe regeringscombinatie

De afgelopen week zijn de verschuivingen beperkt gebleven. Alleen bij D66 is een daling van 2 zetels te zien. Dit is het totaaloverzicht.

De vier partijen die nu aan de slag gaan om een regering te vormen staan bij deze peiling op 65 zetels. Een verlies van 13 ten opzichte van de verkiezingen.

Bij deze uitslag is een mogelijke lijst van Pieter Omtzigt niet meegenomen. Dat doen we alleen als hij zou aankondigen dat hij met een eigen partij aan de verkiezingen mee zal doen. (We hebben nog wel apart gevraagd als Pieter Omtzigt wel met een eigen lijst zou meedoen wat men dan zou stemmen en dan komen we weer op de 25 zetels, die we enkele weken geleden meldde).

29% van de Nederlanders reageert positief op een kabinet van VVD, D66, CDA en ChristenUnie. Onder de kiezers van VVD en de -inmiddels kleine groep- kiezers van het CDA reageert ongeveer 80% positief op die combinatie van vier.  Bij de ChristenUnie is het ruim de helft. Maar bij D66 geeft slechts 35% aan positief te reageren op deze combinatie, 30% negatief en 35% neutraal. Wel geeft 65% van de D66 kiezers aan van dit moment dat wel een goede beslissing was van D66 om aan dit kabinet te gaan meewerken en 26% niet. Maar als de kiezers genomen worden die op 17 maart D66 stemden vindt 50% het wel een goede beslissing en 39% niet. (Besef daarbij dat nog maar 59% van de D66-kiezers uit 17 maart jl. nu nog aangeven D66 te zullen stemmen).

Ten slotte is de respondenten een lijst voorgelegd van mogelijke ministerskandidaten voor een volgend kabinet van VVD, D66, CDA en ChristenUnie. Voorgelegd zijn huidige ministers, en enkele andere prominente kamerleden van de vier deelnemende partijen, plus Pieter Omtzigt. Ondervraagden konden aangeven of ze die persoon al dan niet als minister in het volgende kabinet zouden willen hebben. Dit is dan de top-12:

Pieter Omtzigt 62%
Mark Rutte 38%
Wopke Hoekstra 36%
Wouter Koolmees 36%
Gert-Jan Segers 32%
Hugo de Jonge 30%
Sigrid Kaag 30%
Carola Schouten 30%
Rob Jetten 29%
Arie Slob 25%
Alexander Pechtold 25%
Ferdinand Grapperhaus 23%

Deze week is er ook een onderzoek gedaan over het verschil in perceptie in het risico van ziekenhuisopname na besmetting met Covid-19 en de werkelijke cijfers. Dit is gebeurd in navolging van Amerikaans onderzoek. U treft de resultaten hier aan. 

Het enorme verschil in perceptie en werkelijkheid van de Covid-19 risico’s

Inschatting van risico op ziekenhuisopname

De afgelopen week is in de VS een publicatie geweest van een onderzoek van Gallup. Het ging om de inschatting van de Amerikaanse bevolking hoe hoog de kans was op een ziekenhuisopnames als een ongevaccineerde Covid-19 zou krijgen. De resultaten zijn afgezet tegen de politieke voorkeur. Dit is de -bijzondere- grafiek van de uitslag van dat onderzoek.

In het rapport is berekend dat het juiste percentage in de VS 0,9%. Dus van de democraten heeft 5% het juist en van de republikeinen 22%.

Dit percentage van 0,9% wetende is het veelzeggend dat van alle Amerikanen 32% denkt dat het in werkelijkheid 50% of meer is en van de democraten dus 41%!

Dit lijkt enigszins op de uitkomsten van een onderzoek in juni 2020 via Peil.nl, waarbij gevraagd is wat men als sterftekans zag voor de eigen leeftijdsgroep als men besmet zou worden met Covid-19. De personen tussen 18 en 39 jaar schatte die kans een factor 500 maal zo groot als die werkelijk was.

De Nederlandse cijfers

Gisteren is via Peil.nl de identieke vraag gesteld als die Gallup in de VS stelde. Hoe hoog schat men de kans in dat een ongevaccineerde, die Covid-19 oploopt, in het ziekenhuis belandt. Dit zijn de resultaten, waarbij we de cijfers van Nederland vergelijken met die van VS.

Hoewel de cijfers in Nederland iets minder extreem zijn als in de VS, geeft maar 24% het juiste percentage in Nederland en 19% van de Nederlanders denkt dat de kans 50% of meer is om dan in het ziekenhuis te komen. Terwijl in de VS 59% denkt dat minstens 20% in het ziekenhuis zal komen denkt 38% dat in Nederland.

Via extra analyses hebben we gekeken hoe de samenhang van deze antwoorden in Nederland is met diverse persoonlijke kenmerken. Dan blijkt leeftijd de meest bepalende te zijn bij die schatting.

Dus 66% van alle Nederlanders van 65 jaar of ouder, denkt dat de kans om in het ziekenhuis te komen voor een ongevaccineerde, die Covid-19 oploopt, 30% of hoger is. (Terwijl dus de werkelijke kans rond de 1% ligt).

Hoe groter men blijkbaar de dreiging ervaart van een ernstig verloop van de ziekte bij zichzelf (en die dreiging is bij oudere personen duidelijk hoger dan bij jongere) hoe hoger men blijkbaar het risico voor alle anderen inschat. Ofwel: hoe gevoeliger men is voor informatie over de dreiging van het virus.

Als we naar andere kenmerken kijken dan zien we trouwens ook nog een fors verschil tussen mannen en vrouwen. Onder de vrouwen denkt 43% dat het percentage 30% is of hoger en onder de mannen is dat 24%. Een deel van het verschil hangt samen met het feit dat de gemiddelde leeftijd van vrouwen hoger is dan van mannen, want leeftijd speelt bij deze beoordeling een dominante rol.

Naar politieke voorkeur

Maar, zeker gezien de bijzondere resultaten in de VS met forse verschillen naar politieke partij, is het interessant om te zien hoe de verschillen zijn naar de politieke voorkeur. In de onderstaande grafiek staat de huidige politieke voorkeur afgezet.

CDA en PvdA (met veel oude kiezers) overschatten de kans het sterkst. Van de CDA-kiezers denkt 61% dat de kans op ziekenhuisopnames hoger is dan 30% en maar 5% noemt het juiste cijfer (1%). Alleen de kiezers van FVD geven voor 70% het juiste antwoord.

PEIL.NL © NO TIES BV / VIEWTURE BV