Voorkom besmetting en leef zo normaal mogelijk

Aan de hand van deze informatie kun je voor jezelf zo goed mogelijk bepalen wat je wel kunt of wilt doen, in relatie tot het gevaar om besmet te worden met COVID-19. Met als insteek om toch zo normaal mogelijk te kunnen leven. De basis hiervan is gebaseerd op de nieuwste bevindingen met een belangrijke rol voor de aerosoles en tref je hier aan.

Inhoudsopgave:

(Klik het aan om naar dat onderdeel te gaan)

 

1. Mijn sterftekans

Het is belangrijk te beseffen hoe klein het risico is om aan COVID-19 dood te gaan. Als je eenmaal besmet wordt, bepalen je leeftijd, sekse en gezondheid in belangrijke mate je overlevingskans.

Per leeftijdsklasse hebben mannen een grotere sterfterisico dan vrouwen.

Het grootste deel van degenen die aan COVID-19 overlijden, hadden andere gezondheidsproblemen, zoals overgewicht.

 

2. Mijn risico om besmet te raken

Je kunt alleen besmet worden door iemand die op dat moment besmettelijk is. Als er in het gebied waar je bent vrijwel niemand aanwezig is die op dat moment besmettelijk is, dan is de kans dat jij besmet wordt heel klein.

Op dit moment (12 juli) is er vrijwel niemand in Nederland die anderen kan besmetten. Dat kan in andere landen anders zijn. Ook kan het in de komende maanden in Nederland weer anders worden.  Aan de hand van deze tabel krijg je een gevoel van dat risico.

Je kunt van twee soorten cijfers gebruikmaken. Dit zijn cijfers die door de nationale organisaties (RIVM/CDC’s) worden gepubliceerd en op internet te vinden zijn. Die zijn vaak ook per provincie of regio te vinden:

A. Het actuele percentage besmette mensen gevonden tijdens tests.

B. Het zo recent mogelijke cijfer van het aantal gevonden besmette personen op 1 dag per 1 miljoen inwoners.

Beide cijfers zijn afhankelijk van het testbeleid in het land/regio. Hoe meer er wordt getest, hoe meer besmette personen worden gevonden. Daarom is A een wat betere indicatie dan B.

Rond 9 juli waren de cijfers in Nederland A: 0,45% en B: 2,5

 

3. Aandachtspunten per situatie

Aan de hand van dit overzicht per situatie kun je voor jezelf bepalen wat je kunt en wilt doen om besmetting te voorkomen. Het onderstaande is eigenlijk alleen van belang als in de regio/het land de risicofactor geel, oranje of rood is.

Maar je kunt vanuit je eigen situatie en gevoel eigen keuzes maken.  Je dient je daarbij wel aan de maatregelen van de autoriteiten te houden.

A. Via aanraken van oppervlaktes

Inmiddels is er steeds meer bewijs dat de kans dat je besmet raakt door een oppervlakte aan te raken heel erg klein is.

 

B. Buiten

  • Kans om besmet te worden is heel erg klein.
  • Wees alleen voorzichtig als je met iemand binnen 1 meter afstand in gesprek bent met de gezichten naar elkaar toe. (Dit is iets heel anders dan consequent 1,5 meter afstand houden, zoals het RIVM en de regering eisen).

 

C. In besloten ruimtes met (veel) mensen die je niet dagelijks ziet

  • Er dient veel frisse lucht te zijn (ventilatie) en/of een luchtvochtigheidsniveau van meer dan 45% bij 20 graden Celsius
  • Een HVAC-systeem dat veel frisse lucht in laat.  Zo niet, dan moet het systeem virusdeeltjes verwijderen via filters en/of bestrijdingsapparaten (coronaproof). Dat geldt dus ook voor airco’s in de zomer (als het risiconiveau geen groene kleur heeft)
  • Als dit bovenstaande niet kan, dan mag je maar kort in de ruimte verblijven of dienen de aanwezigen mondbescherming te dragen. Het openbaar vervoer valt hier ook onder.
  • Het is in deze ruimtes onverstandig om met de gezichten naar elkaar toe op minder dan 1 meter afstand met iemand te praten. (Dit is iets heel anders dan steeds 1,5 meter afstand van elkaar houden).

Als een ruimte een HVAC-systeem heeft dat coronaproof is (volgens Deltaplan Ventilatie) dan loopt u dus heel weinig risico, en als de risicokleuren geel of hoger zijn, dan kan je beter in deze ruimte niet met het gezicht naar elkaar toe op 1 meter afstand met elkaar gaan praten.

Op plekken waar veel geschreeuwd, gezongen, hard gesproken wordt of zware inspanningen worden verricht, dienen de bovenstaande maatregelen in sterkere mate te worden uitgevoerd, omdat de risico’s groter zijn.

 

D. Thuis met huisgenoten, waarvan je vrijwel zeker weet dat ze niet besmettelijk zijn.

Geen enkele maatregel is nodig

 

E. . Thuis met een (wellicht) besmettelijke bezoeker

  • Zorg voor frisse lucht, ventilatie en/of zorg ervoor om de luchtvochtigheid bij 20 graden naar minstens 45% te brengen
  • Houd onderling afstand (minimaal 1 meter).
  • Praat niet op korte afstand met elkaar met de gezichten naar elkaar toe
  • Mocht je langere tijd bij elkaar willen/moeten zijn en je voelt je niet veilig, laat de bezoeker(s) dan mondbescherming dragen.

 

F. Thuis en één van de huisgenoten is (wellicht) besmettelijk

  • Draag mondkapjes in elkaars nabijheid. Als dat voor de patiënt te zwaar is, zorg dan dat de anderen dat wel doen.
  • Als je geen mondkapje kunt dragen, zorg dan dat je een minimale afstand van 1 meter aanhoudt, niet face to face met elkaar praat en maar kort in dezelfde ruimte verblijft
  • Zorg voor ventilatie in de ruimtes waar de patiënt een tijd aanwezig is/was.
  • Zorg voor luchtvochtigheid van minimaal 45% bij een temperatuur van 20 graden in de ruimtes waar de patiënt is en anderen ook kunnen/moeten zijn.
  • Blijf niet te lang in dezelfde ruimte met de mogelijke patiënt.

 

G. Op bezoek bij anderen

  • Doe datgene wat je wilt dat anderen bij jou thuis doen en respecteer de wensen van de bewoners.

 

Blijf gezond en leef je leven

&nbsp

How you get infected by aerosols and what you can do about it

Fortunately, due in part to the publicity surrounding the letter from the 239 scientists to the WHO, more and more people are recognizing that aerosols are an important source by which people are infected. On April 2nd I wrote this about it and on April 18th I spoke about it at Op1. Superspread events are the driving force behind the pandemic and I have shown here that the vast majority of the infections are related to it.

Studies and logic show that with superspread events, it just can’t be otherwise that airborne infections were the cause. This database contains 500 of these events worldwide, each one infecting more than 100 people.  It is completely illogical to think that these people have been infected via direct contact with an infected person.

Prof. Streeck’s research in Heinsberg also gives strong indications of this.

The fact that 10% of the infected people account for 80% of the infections, 20% for 20% and 70% for 0%, as established by Adam and Cowling, leads to a number of important conclusions:

– Apart from superspread events, the risk of being infected is not so great. Contact studies worldwide show that only 10% to 35% of the housemates of infected people are infected. So the vast majority of housemates are not infected by a patient at home.

– At superspread events, many are infected at the same time, and the research in Heinsberg shows that you then become much sicker than if you were infected at home. (There they had 1.6 times as many symptoms and at home 36% of the infected persons had no symptoms at all and at Carnival 16%).

In fact, there are three possible routes of infection. The above figures, but also many other studies on Covid-19, as well as animal tests carried out with influenza, indicate the following:

– The chance of being infected by touching surfaces on which a patient has left the virus is (very) small. In any case, much smaller than many people in the Netherlands think. (The American RIVM has also scaled down this threat).

 

– The chance of being infected because an infected person coughs, sneezes or otherwise releases the virus in your face within 1.5 meters, sis much smaller than many people think.

First of all, the droplet(s) have to float in a place where the virus can strike the other person at all (and that is the nose in particular). And that chance is really not as big as this study shows.

Then the virus must be able to multiply in the body. And it is stated in the literature that it is really not the case that, if the virus has gotten into the nose, one will certainly get sick. On the one hand, it may be that the body removes the virus in the direction of the esophagus. On the other hand, if there are too few virus particles in that drop, the body may be able to repel the attack of the virus. Wells showed this already in 1955.

That this is the case is supported by the observations, that apparently 70% of people do not infect anyone else. So even if you spend days together with a patient in your household, the vast majority of those housemates are not infected yet.

 

– The dominant way to get infected is by air and there are more and more studies that say so, like this one. I myself think I can show that this is in 95% or more of the cases. But even if you think it is only half, like Prof. Christian Drosten, the advisor of Merkel, the following is equally important.

WHO/RIVM maintain, that aerogenic contamination is very rare, but that just doesn’t fit the phenomenon that during superspread events so many people are infected at the same time.  And realize that a superspread event is already classified as such when more than 7 people are infected in a location at about the same time.

And if you still think that the aerosols are unimportant, you can stop reading here.

 

Already in 1955 Wells showed that the inhalation of aerosols by laboratory animals, to his own surprise, led to much more extensive damage to lungs than if it went via larger droplets. His explanation is very logical.  If the disease mainly affects the lower respiratory tract (the lungs), which is the case with Covid-19, and the virus that enters the body nestles directly in the lungs, then that is the best place for the virus to strike. (A virus like HIV strikes in a completely different place and is transmitted in a completely different way).

You often notice that people think that if you only come into contact with one particle of the virus, you will automatically become infected and become quite ill. Luckily, that’s not true. The human body is built to repel all kinds of “attacks” of viruses and bacteria and usually does that very well. But sometimes that attack is so big for the body that it doesn’t succeed in repelling it. This has to do with the size of the attack as well as the condition of a person’s body to repel it. And that also makes a difference per disease.

For Covid-19 we now know that a large number of people have built up antibodies, without noticing any symptoms of the disease. Exactly what this figure is, is still under discussion, but seems to be somewhere between 30 and 50%. (In the meantime, the WHO has indicated that people without symptoms are apparently not able to infect others either).

What the exact ratio is between being infected and dying is also not yet known. But after figures of 3% from the RIVM, you now see figures that are (well) below 0.5%. And then it’s mainly people over 70 and mostly with underlying suffering. Of the people in the Netherlands who died from this disease, less than 10% were younger than 70 years of age (and most of them had underlying suffering).

This is very important to realize, so that you also better understand what risks you do or don’t run.

The crucial concept in aerosol contamination is the “viral dose”; the number of infectious virus particles needed to infect another person. That number is not known, but for the purposes of the explanation below, let’s link a number to it. Let’s say that 1,000 infectious virus particles are needed to infect person A in his lungs in such a way that he gets symptoms of that disease. (For person B this can be a higher or lower number).

Two components are then important to reach that number of 1,000. How many infectious virus particles are in the air of the room where you are present and how long you spend in that room. This can be found in the interesting article by Prof. Bromage.

 

So if you inhale 10 infectious particles per minute then you have to inhale 100 minutes to reach that limit of 1,000 virus particles. If you breathe in 20 per minute, you reach that limit after 50 minutes.

Now there is good news: if you watch superspread events, there are strong indications that you have to be present for a while and breathe in the virus before it can make you sick. Even in places where you might think there must have been quite a bit of virus in the air, it seems to have taken more than half an hour to breathe in enough virus to get sick.  (But as I said, that also makes a difference per person, because the elderly will have reached that limit sooner than the young). And in places where there has been little virus in the air, it would have taken (much) more than 1 hour to become ill.

With that as input we can both indicate a policy to ensure that this form of infection is prevented as little as possible, and what approach you should follow to ensure that you are not infected in this way.

 

Preventing this type of infection

These are interior spaces where many people are present at the same time, who normally don’t meet each other or don’t meet often. This does not apply to yourself at home, if no strangers come there. In the latter case, however, there are precautions to take, which I will mention at the end of this blog.

– Make sure that the air in a room is refreshed as much as possible. Then the virus particles will be expelled. This can be done by good ventilation (windows / doors open against each other and / or an HVAC system that brings in a lot of fresh air).

– Adding something to an HVAC system that removes the virus from the air: (filters or other tools. (That’s why I propose a Delta Plan Ventilation, both to ensure sufficient fresh air and to take the virus out of the air).

– If the above cannot be done (well), then make sure that the people present in a confined space don’t or don’t bring a lot of aerosols into the air. This means applying restrictions with regard to singing / shouting / talking and/or wearing mouth protection.

– Research has also shown that if the relative humidity in that room is somewhere between 40% and 60%, the virus will float in the air for the shortest time. This can be seen on this site where doctors call for this humidity to be maintained.

However, it is important to take into account that the danger can only arise if there is someone present who is contagious. That is someone who is infected himself, perhaps asymptomatic, but who apparently feels good enough not to stay at home.

At the moment in the Netherlands there are – fortunately – very few such people, so the risk of being present in a room, where you can breathe in contagious virus for a while, is very small.

Be aware that in the slaughterhouses the major outbreaks have come mainly because people work in places where the temperature is kept low – below 10 degrees – and there is little ventilation. This combination is the ideal condition for the aerosols to stay in the air for a long time.  The present outbreaks in warm countries where many air conditioners are used, such as the southern states of the US and various countries in the Middle East, are also strongly related to this.

In the autumn, there is a much greater risk in the Netherlands that there will be situations where the virus is in the air to be inhaled. This is due to the colder temperatures and lower humidity (in grams of water per kilo of air). And that human activities will go more indoors. That was the situation with the large outbreaks in the Netherlands that occurred in the 4 weeks after 25 February. Recognize that based on the number of hospitalizations at the end of March, the number of new infections per day must have been between 25,000 and 50,000.

And where a large proportion of the residents of care institutions have become infected, it is more likely that this has happened because the virus has been distributed to the residents via the ventilation system than it was because infectious people without mouth protection have come into contact with the residents.

The proposed Delta Plan Ventilation serves to ensure that the conditions that could lead to superspread events in the coming winter will disappear from the Netherlands.

 

Preventing yourself from becoming infected

Until the end of September, the risk of being in a room in the Netherlands with someone who can infect others is very small. But after that, that chance will clearly increase.

If the Ventilation Delta Plan would be carried out, we would know which confined spaces are Corona proof. So there is no risk of being infected by aerosols in those areas. All activities can therefore take place there normally.

If a room is not Corona proof then there are a number of important points to take into account.

– Keep windows or doors crossways open, allowing fresh air to come in from the outside and the aerosols filled air to flow out.

– If this is not possible:

Ensure that all persons present wear mouth protection (as in public transport).

Make sure you don’t sing, shout or talk a lot.

Don’t stay too long in that room and (especially if you belong to a vulnerable group) wear mouth protection yourself.

The more rooms that are Corona proof, the less normal life is hindered and the lower the risk of outbreaks, with all kinds of undesirable consequences (such as regional lockdowns, etc.).

That’s why I think it’s so important to start with that Ventilation Delta Plan, in which all interior spaces with HVAC systems can be given a Corona proof stamp, which is also visible to those present. So that they know what their risks are and how they can behave there.

The home situation

Aerosols can also play a role in the infection at home, but then of course there is a very important condition: that there is someone at home who can infect others.

That will be so little the case by now, that you won’t have to worry about this virus in the air when you’re alone with your housemates.

Only when others enter your home, especially in autumn or winter, is there (slightly) more risk. You can reduce that risk by providing fresh air and/or bringing the humidity to a level between 40% and 60%.

And if you are still worried, don’t make the time spent together too long, or wear mouth protection. Or do the activity outside (in the garden, on the balcony, in the park).

Caring for the expulsion of air by fresh air from outside is the best strategy here.

Keep trying to realize how small the risks are. Especially in the coming months. You will ruin your own life if you are constantly afraid of something for which the chance of it happening is so small. Because even if you become infected, the chance that you will become very ill or die is also small. I have older people in my circle of acquaintances who are so afraid of being infected that I think that that fear is a greater risk to their health than the real risk of becoming very ill or dying of Covid-19.

By knowing how big/small your risks are, in which places and when your risks are bigger and smaller, you can best live in a world where Covid-19 will be among us for quite a while. (Especially if WHO/RIVM persists in not taking the right measures to prevent infections).

Zo word je besmet door aerosols en dit kan je er tegen doen

Gelukkig gaan mede door de publiciteit rond de brief van de 239 wetenschappers aan de WHO steeds meer mensen onderkennen dat aerosols een belangrijke bron zijn waardoor mensen worden besmet. Op 2 april heb ik daar dit over geschreven en op 18 april heb ik daar bij Op1 over gesproken. Superspreading events zijn de aanjager van de pandemie en ik heb hier laten zien dat het overgrote deel van de besmettingen daarmee samenhangen.

De belangrijke rol van aerosols

Onderzoeken en logica wijzen uit dat bij superspreading events het gewoon niet anders kan dan dat de besmettingen via de lucht de oorzaak zijn geweest. In deze database staan o.a. 500 van die events wereldwijd, waarbij telkens meer dan 100 mensen zijn besmet.  Het is volkomen onlogisch om te denken dat die mensen via direct contact met een besmet persoon zijn geïnfecteerd.

Het onderzoek van prof. Streeck in Heinsberg geeft daar ook sterke aanwijzingen voor.

Dat 10% van de besmette mensen voor 80% van de besmettingen zorgen, 20% voor 20% en 70% voor 0%, zoals Adam en Cowling hebben vastgesteld leidt tot een aantal belangrijke conclusies:

  • Buiten superspreading events is het risico om besmet te worden niet zo erg groot. Bij contactonderzoeken wereldwijd blijken huisgenoten van besmette personen zo tussen de 10% en 35% besmettingen op te leveren. Dus de overgrote meerderheid van de huisgenoten wordt niet besmet door een patiënt thuis.
  • Bij superspreading events kunnen velen tegelijk worden besmet en dan laat het onderzoek in Heinsberg zien dat je dan veel zieker wordt dan als je thuis wordt besmet. (Daar hadden ze 1,6 keer zoveel symptomen en thuis had 36% van de besmette personen geen enkel symptoom en bij carnaval 16%.)

In feite zijn er drie mogelijke besmettingswegen en de bovenstaande cijfers, maar ook veel meer studies die er inmiddels over COVID-19 bestaan, alsmede dierproeven die er uitgevoerd zijn met influenza, wijzen het volgende uit:

  • De kans dat je besmet wordt via het aanraken van oppervlaktes waar een patiënt virus op achtergelaten heeft is (heel) klein. In ieder geval veel kleiner dan menigeen in Nederland denkt. (Ook de Amerikaanse RIVM heeft die dreiging afgeschaald).
  • De kans dat je besmet wordt omdat een besmet persoon je binnen de 1,5 meter in je gezicht hoest, niest of anderszins, is veel kleiner dan menigeen denkt.

Allereerst moeten die druppel(s) dan ook echt op een plek komen waar het virus überhaupt bij de ander kan toeslaan (en dat is dan met name de neus van de ander). En die kans is echt niet zo groot zoals deze studie laat zien.

Vervolgens moet dat virus zich dan ook in het lichaam kunnen vermenigvuldigen. En er wordt in de literatuur gesteld dat het echt niet zo is dat men, als het virus in de neus terechtgekomen is, dan vervolgens ook zeker ziek wordt. Enerzijds kan het zijn dat het lichaam het virus verwijdert in de richting van de slokdarm. Anderzijds kan het zijn dat als er te weinig virusdeeltjes in die druppel zaten, het lichaam de aanval van het virus kan afslaan. Wells liet dat al in 1955 zien.

Interessant is dat op de website van het RIVM over influenza wel aangegeven staat dat de aerogene verspreiding tot een veel grotere besmettingskans zal leiden dan via de neus.

 

Dat dit bovenstaande zo is wordt ondersteund door de waarnemingen dat blijkbaar 70% van de mensen niemand anders besmet. Dus zelfs als je dagen samen bent met een patiënt in je huishouden, wordt het overgrote deel van die huisgenoten nog niet besmet.

  • De dominante manier om besmet te raken gaat via de lucht en er zijn steeds meer studies die dat zeggen, zoals deze. Zelf denk ik te kunnen aantonen dat dit in 95% of meer van de gevallen is, maar dat maakt voor het vervolg niet zoveel uit. Ook als je denkt dat het maar voor de helft is, zoals prof. Christian Drosten, de adviseur van Merkel, dan is de rest van het onderstaande even belangrijk.

(WHO/RIVM houden het erop dat aerogene besmetting maar heel weinig voorkomt, maar dat past gewoon niet bij het verschijnsel dat tijdens superspreading events zoveel mensen tegelijk worden besmet.  En besef dat een ‘superspreading event’ al als zodanig wordt aangemerkt als er in een locatie op ongeveer hetzelfde moment meer dan 7 mensen besmet zijn geraakt).

En als u desondanks denkt dat de aerosols onbelangrijk zijn, dan mag u hier stoppen met lezen.

 

Besmet worden door aerosols

Al in 1955 toonde Wells aan dat het inademen van aerosols door proefdieren, tot zijn eigen verbazing, tot veel ingrijpender schade aan longen leidde dan als het via grotere druppels verliep. Zijn verklaring is een heel logische.  Als de ziekte vooral in de lagere luchtwegen huishoudt (de longen), hetgeen het geval is bij COVID-19, en het virus dat het lichaam binnenkomt, nestelt zich direct in de longen, dan is dat voor het virus de beste plek om toe te slaan. (Een virus als HIV slaat weer op een heel andere plek toe en wordt dan ook op een heel andere manier overgedragen).

Je merkt vaak dat mensen denken dat als je maar met één virusdeeltje in contact komt, dat je dan automatisch besmet wordt en behoorlijk ziek zal worden. Dat is -gelukkig- niet waar. Het menselijk lichaam is erop gebouwd om allerlei “aanvallen” van virussen en bacteriën af te slaan en doet dat doorgaans heel goed. Maar soms is die aanval zo groot voor het lichaam, dat dit afslaan niet lukt. Dat heeft dan zowel te maken met de omvang van die aanval als de conditie van het lichaam van een persoon om die aanval af te slaan. En ook dat scheelt per ziekte.

Bij COVID-19 weten we inmiddels dat een groot aantal mensen antistoffen heeft opgebouwd, zonder dat ze symptomen van de ziekte hebben opgemerkt. Over wat dit cijfer precies is wordt nog gediscussieerd, maar lijkt ergens tussen de 30 en 50% te liggen. (Inmiddels heeft de WHO aangegeven dat mensen zonder symptomen blijkbaar ook niet in staat zijn om anderen te besmetten).

Hoe de ratio precies is tussen besmet worden en eraan overlijden is ook nog niet precies bekend. Maar na cijfers van 3% van het RIVM, zie je nu cijfers die (ruim) onder de 0,5% liggen. En dan zijn het nog vooral mensen boven de 70 en meestal ook nog met onderliggend lijden. Van de mensen in Nederland die aan deze ziekte zijn overleden is minder dan 10% jonger dan 70 jaar (en daarvan had het overgrote deel onderliggend lijden).

Dat is heel belangrijk om je te realiseren, zodat je ook beter begrijpt welke risico’s je wel of niet loopt.

Het cruciale begrip bij de besmetting via aerosols is de “viral dose”: het aantal besmettelijke virusdeeltjes dat nodig is om een ander persoon te besmetten. Dat aantal is niet bekend, maar laten we daar ten behoeve van de onderstaande uitleg een getal aan koppelen: 1.000 besmettelijke virusdeeltjes zijn nodig om persoon A dusdanig te besmetten in zijn longen, zodat hij symptomen krijgt van die ziekte. (Bij persoon B kan dat dus een hoger of lager getal zijn).

Twee componenten zijn dan belangrijk om dat getal van 1.000 te bereiken. Hoeveel besmettelijke virusdeeltjes er in de lucht zijn van de ruimte waar je aanwezig bent en hoeveel tijd je in die ruimte doorbrengt. Dit staat in het interessante artikel van prof. Bromage.

Dus als je 10 besmettelijke deeltjes per minuut inademt, dan moet je 100 minuten inademen om die grens van 1.000 virusdeeltjes te bereiken. Adem je er 20 in per minuut, dan haal je die grens na 50 minuten.

Nu is er goed nieuws: als je naar superspreading events kijkt, dan zijn er sterke aanwijzingen dat je best een tijd aanwezig moet zijn en het virus moet inademen, alvorens je daar ziek door kan worden. Zelfs op plekken waar je van zou kunnen denken dat er nogal wat virus in de lucht geweest moet zijn, dan nog lijkt het erop dat het wel meer dan een half uur gekost lijkt te hebben om voldoende virus in te ademen om ziek te worden.  (Maar zoals gezegd, dat scheelt ook weer per persoon, omdat ouderen die grenswaarde eerder zullen bereikt hebben dan jongeren). En op plekken waar er weinig virus in de lucht is geweest zou het wel eens (veel) meer dan 1 uur hebben gekost om er ziek van te worden.

Met dat als input kunnen we zowel een beleid ontwerpen om te zorgen dat deze vorm van besmet worden zo min mogelijk voorkomt, als een aanpak beschrijven die u zou moeten volgen om te zorgen dat u niet op deze manier besmet wordt.

 

Voorkomen van dit soort besmettingen

Het gaat dus om binnenruimtes waar veel mensen tegelijk aanwezig zijn, die elkaar normaliter niet of niet vaak ontmoeten. Dit geldt niet voor jezelf thuis, als daar geen vreemde mensen komen. In dat laatste geval zijn er wel voorzorgsmaatregelen te nemen, die ik verderop in dit blog vermeld.

  • Zorgen dat de lucht in een ruimte zoveel mogelijk wordt ververst. Dan worden de virusdeeltjes verdreven. Dat kan door goede ventilatie (ramen/deuren tegen elkaar open en/of een HVAC-systeem die veel verse lucht naar binnen haalt).
  • Aan een HVAC-systeem iets toevoegen waardoor het virus uit de lucht wordt gehaald: filters of andere hulpmiddelen. (Daarom stel ik een Deltaplan Ventilatie voor, om zowel te zorgen voor voldoende verse lucht als ervoor te zorgen dat het virus uit de lucht wordt gehaald).
  • Als het bovenstaande niet (goed) kan, dan ervoor zorgen dat de aanwezigen in een besloten ruimte geen of weinig aerosols de lucht in brengen. Dat betekent restricties toepassen ten aanzien van het zingen/schreeuwen/luid praten en/of mondbescherming dragen.
  • Uit onderzoek blijkt ook dat als in die ruimte de relatieve luchtvochtigheid ergens tussen de 40% en 60% is, het virus het kortst in de lucht blijft zweven. Dit is o.a. op deze site te zien waar doktoren oproepen om deze luchtvochtigheid aan te houden.

Belangrijk is hierbij wel in beschouwing te nemen dat het gevaar alleen maar kan ontstaan als er iemand aanwezig is die besmettelijk is. Dat is dus iemand die zelf besmet is, wellicht asymptomatisch, maar die zich blijkbaar goed genoeg voelt om niet thuis te blijven.

Op dit moment zijn er in Nederland -gelukkig- heel weinig van dat soort mensen, zodat op dit moment het risico om in een ruimte aanwezig te zijn waar je een tijd besmettelijk virus kunt inademen, heel klein is.

(Besef dat in de slachterijen de grote uitbraken met name zijn ontstaan, omdat men werkt op plekken waar de temperatuur laag wordt gehouden -onder de 10 graden- en weinig ventilatie is. Die combinatie is voor de aerosols de ideale conditie om lang in de lucht te blijven hangen.  De uitbraken in warme landen nu waar veel airco’s worden gebruikt, zoals de zuidelijke staten van de VS, diverse landen in het Midden-Oosten, hangen daar ook sterk mee samen).

In het najaar wordt het gevaar in Nederland veel groter dat zich situaties zullen voordoen dat er wel virus in de lucht hangt en ingeademd wordt. Dat hangt samen met het kouder worden en de lagere luchtvochtigheid (in grammen water per kilo lucht). En dat de menselijke activiteiten meer naar binnen gaan. Dat is dus de situatie geweest bij de grote uitbraken in Nederland die zich hebben voorgedaan in de 4 weken na 25 februari. Besef dat op basis van het aantal ziekenhuisopnames eind maart, het aantal nieuwe besmettingen per dag rond 10 maart, naar schatting tussen de 25.000 en 50.000 moet hebben gelegen.

En daar waar in zorginstellingen een groot deel van de bewoners besmet is geraakt, is de kans het grootst dat dit gebeurd is doordat het virus via het ventilatiesysteem over de bewoners is verdeeld, dan dat dit is gekomen doordat besmettelijke personen zonder mondbescherming in contact zijn gekomen met de bewoners.

Het voorgestelde Deltaplan Ventilatie dient ertoe om te zorgen dat de omstandigheden die kunnen leiden tot superspreading events in de komende winter uit Nederland verdwijnen.

Voorkomen dat u zelf besmet wordt

Tot en met eind september is het risico dat u in Nederland in een ruimte bent met iemand die anderen kan besmetten heel klein. Maar daarna gaat die kans duidelijk toenemen.

Als het Deltaplan Ventilatie zou worden uitgevoerd, dan zouden we weten welke besloten ruimtes wel ‘coronaproof’ zijn. In die ruimtes loopt u dus geen gevaar om via aerosols besmet te worden. Daar kunnen dus alle activiteiten normaal doorgang vinden.

Als een ruimte niet coronaproof is, dan zijn er dus een aantal belangrijke punten waar dan wel rekening mee gehouden moet worden:

  • Ramen of deuren kruislings open houden, waardoor er frisse lucht van buiten komt en de lucht met de aerosols van binnen naar buiten wordt gedreven.
  • Als dat niet mogelijk is, dan het volgende doen:
    • Zorgen dat alle aanwezigen mondbescherming dragen (zoals in het openbaar vervoer)
    • Zorgen dat men niet zingt, schreeuwt of veel praat
    • Niet te lang in die ruimte verblijven en (zeker als je tot een kwetsbare groep behoort) zelf wel mondbescherming dragen.

Hoe meer ruimtes coronaproof zijn, hoe minder het normale leven wordt gehinderd en hoe kleiner het risico is op uitbraken met allerlei ongewenste gevolgen (zoals regionale lockdowns e.d.).

Juist daarom vind ik het zo belangrijk dat er als de wiedeweerga begonnen wordt met dat Deltaplan Ventilatie, waarbij alle binnenruimtes met HVAC-systemen een coronaproof stempel kunnen krijgen, die ook zichtbaar is voor de aanwezigen. Zodat zij op basis daarvan weten wat hun risico’s zijn en hoe zij zich daar kunnen gedragen.

 

De thuissituatie

Ook thuis kunnen aerosols een rol spelen bij de besmetting, maar dan is er natuurlijk wel een heel belangrijke voorwaarde: dat er iemand thuis is die anderen kan besmetten.

Dat zal inmiddels zo weinig het geval zijn, dat u zich, op het moment dat je alleen bent met je huisgenoten, geen zorgen hoeft te maken voor dit virus in de lucht.

Alleen als er anderen in jouw huis komen, en dan met name in het najaar of winter, is er (iets) meer risico. Je kunt dat risico verminderen door te zorgen voor frisse lucht, en/of de luchtvochtigheid te brengen naar een niveau tussen de 40% en 60%.

En als je je toch nog zorgen maakt, moet je de tijd dat men met elkaar doorbrengt niet te lang maken, of mondbescherming dragen. Of de activiteit buiten uitvoeren (in de tuin, op het balkon, in het park).

Het zorgen voor de verdrijving van de lucht binnen door verse lucht van buiten is daarbij de beste strategie.

Blijf proberen te beseffen hoe klein de risico’s zijn. Zeker in de komende maanden. Je verpest je eigen leven als je continu bang bent voor iets waarvoor de kans dat het gebeurt zo klein is. Want zelfs als je besmet wordt, is de kans dat je erg ziek wordt of er dood aan gaat ook weer klein. Ik heb in mijn kennissenkring oudere mensen die zo bang zijn om besmet te worden, dat ik denk dat die angst een groter risico vormt voor hun gezondheid, dan het echte risico om erg ziek te worden of dood te gaan aan COVID-19.

Door goed te weten hoe groot/klein je risico’s zijn en op welke plekken en wanneer je risico’s groter en kleiner zijn, kun je best leven in een wereld waar COVID-19 nog best wel een tijdje onder ons zal zijn. (Zeker als WHO/RIVM stug volhouden om niet de juiste maatregelen te nemen om besmettingen te voorkomen.)

Better safe than sorry, onderbouwing

Dit artikel in de New York Times van 30 juni geeft weer wat in steeds meer studies wordt geconcludeerd: superspreading events zijn de aanjagers van de COVID-19 uitbraken.  Dat was trouwens ook zo bij de uitbraak van SARS in 2003.

Uit de database van gedocumenteerde superspreading events blijkt dat die ontstaan in gesloten ruimtes met nogal wat mensen met weinig tot geen ventilatie en lage luchtvochtigheid. Dat zijn situaties, die in Nederland vooral kunnen voorkomen tussen november en april.  Dat is ook de periode dat in onze regio de griepepidemieën voorkomen, zoals uit deze grafiek blijkt.

COVID-19 volgt het verspreidingspatroon van griep

Als je ziet hoe COVID-19 zich nu over de aarde verspreidt, zie je twee patronen:

  • Er zijn grote uitbraken in landen op het moment dat daar normaliter een griepseizoen is. In Brazilië is dat tussen maart en juni en trekt het van Noord naar Zuid. In India is dat tussen juni en september van West naar Oost, en zien we nu grote stijgingen van slachtoffers. We zien het nu ook in Zuid-Australië beginnen, waar het nu winter is.
  • Airco’s lijken in gebieden waar het virus niet vrijwel volledig verdwenen was ook te zorgen voor forse uitbraken. We zien dat niet alleen in de Zuidelijke Staten van de VS, maar ook in andere warme gebieden.  Die uitbraken zijn dan ook in gesloten ruimtes, met geen toevoer van frisse lucht, fors kouder dan buiten, met een relatief lage luchtvochtigheid.

Juist omdat COVID-19 ook de komende maanden in heel veel landen in de wereld voor veel besmettingen zal blijven zorgen, kunnen we er zeker van zijn dat ergens in het najaar of begin van de winter het virus weer zal “terugkeren” in de landen van West-Europa.  Dat zal niet tot situaties leiden, zoals in veel landen in maart jl. wel gebeurde, waar de IC-s gingen vollopen, want toen had het virus doorgaans al een maand kunnen huishouden voordat er maatregelen genomen werden. Maatregelen die (mede) ervoor hebben gezorgd dat het aantal nieuwe besmettingen sterk ging dalen. (Het RIVM stelt dat dit vooral te danken is aan het houden van de 1,5 meter afstand tot elkaar; ik stel dat dit vooral te danken is aan het afgelasten van bijeenkomsten met meerdere mensen).

Als er nu uitbraken komen, zal het zeker geen maand meer duren voordat er maatregelen genomen worden. Dus we lopen echt geen gevaar meer dat onze IC-capacitieit niet voldoende zal zijn. Maar als er uitbraken komen, dan zal dat wel grote gevolgen kunnen hebben voor de samenleving, zowel economische, sociale als met betrekking tot de volksgezondheid. Want er zullen dan door de overheid bepaalde maatregelen genomen worden om die uitbraken in te dammen en zelfs als die alleen lokaal of regionaal zijn, dan zijn de gevolgen toch nog heel groot. Want het zal effect hebben op het gedrag van Nederlanders, die elders wonen en weer angstig zullen zijn.

We moeten ons dus maximaal inspannen om te zorgen dat tussen november en april in Nederland geen superspreading events zullen voorkomen. Dan lopen we niet alleen de minste risico’s op uitbraken, maar ook vermijden we dat er maatregelen genomen moeten worden met nadelige effecten voor economie en samenleving.

Wel of niet besmettingen via de lucht

Nu is er een groot probleem bij het nemen van maatregelen om dit te voorkomen. En dat is dat het RIVM stelt dat de besmettingen vrijwel alleen via directe besmetting verlopen (dus als men te dicht bij een besmet iemand staat kan men zelf via druppels besmet worden). Die besmetting kan voorkomen worden door op 1,5 meter afstand te blijven. Terwijl er steeds meer aanwijzingen zijn dat een groot deel van de besmettingen verlopen via de lucht (het virus is airborne via aerosols). Juist bij superspreading events, waarbij er in gesloten ruimtes met weinig ventilatie, veel mensen tegelijk worden besmet, is het veel waarschijnlijker dat de (massale) besmettingen via de lucht plaatsvinden.

Uit dit document van het RIVM (geüpdate op 30 juni jl.) is duidelijk op te maken wat het standpunt is van het RIVM. Dit is de conclusie van dit stuk:

Concluderend is er op dit moment nog onvoldoende bewijs of het virus over langere afstand verspreid kan worden, dan daadwerkelijk infectieus is en tot besmettingen kan leiden.

Daarom vindt het RIVM het niet nodig om maatregelen te nemen om deze vorm van besmetting te voorkomen (behalve bij zingen of sporten, staat er vermeld).

Maar als je de wereldwijde literatuur bekijkt, dan zie je dat steeds meer wetenschappers aandacht vragen voor het grote belang van aerosole verspreiding van het virus (met name in gesloten, slecht geventileerde ruimtes).

Ik citeer er een aantal en hier en hier treft u er nog meer.

Prof. Christian Drosten, adviseur van Merkel, heeft gezegd: “Druppeltjesoverdracht speelt waarschijnlijker een kleinere rol dan de overdracht via aerosols”. 

Het Duitse RIVM heeft op 26 juni haar website aangepast en aandacht gevraagd voor het risico van de verspreiding van het virus.

Prof. L. Morawska heeft in haar artikel Airborne transmission of SARS-CoV-2: The world should face the reality gesteld dat  het extreem belangrijk is dat de autoriteiten onderkennen dat het virus door de lucht zich verspreidt.

Deze studie van vorige week van Texas University met de titel Identifying Airborne Transmission as the dominant route of Covid-19  concludeert dat de airborne route zeer virulent is en dominant bij de verspreiding van COVID-19.

In haar artikel COVID-19 Is Likely Airborne, Aerosol Scientist Says schrijft prof.  K. Prather dat ze geschokt is om te zien dat de WHO geen rekening houdt met de airborne verspreidingswijze van COVID-19.  Dit is een interview met haar door CBS in de de VS.

En zo zijn er nog heel veel mensen die wijzen op de verspreiding door de lucht van het virus in gesloten ruimtes. In Japan is een groot deel van het beleid om de verspreiding van het virus te voorkomen, hierop gebaseerd.  Dit komt van “the office of the Prime Minister of Japan”.

 

Voorkomen is beter dan genezen

Het is duidelijk dat van veel kanten heel nadrukkelijk (en dan druk ik me eufemistisch uit) gewezen wordt op het effect van de verspreiding van het virus door de lucht. Of dat nu bij het overgrote deel van de besmettingen gebeurt (zoals ik denk te kunnen aantonen) of bij de helft van de gevallen (zoals prof. Drosten) waarschijnlijk acht, is even irrelevant. Het is iets heel anders dan wat het RIVM stelt. Die acht het bewijs ervan niet echt aanwezig en vindt dan ook niet dat we daarvoor echt speciale maatregelen moeten nemen.  Als we ons maar aan die 1,5 meter afstand houden, dan gebeurt er niets.

En dat zal de kans sterk vergroten op forse uitbraken tussen november en april in Nederland.  Want er zijn wel maatregelen te nemen om uitbraken in gesloten ruimtes te voorkomen, anders dan die ruimtes massaal te sluiten. (En mensen kunnen dan niet meer naar kantoor, naar bioscopen/theaters, naar winkelcentra, naar scholen etc.) Plus dat we dan ook nog het risico lopen op nieuwe uitbraken in zorginstellingen met de kwetsbare bewoners.

Die maatregelen betreffen: duidelijke instructies om ruimtes met frisse lucht te ventileren (door ramen/deuren kruislings tegenover elkaar open te stellen).

Maar er zijn veel plekken waar dat niet kan. Plus dat als het buiten behoorlijk koud is, het ook niet makkelijk is om te doen. De sleutel ligt in de zogenaamde HVAC-systemen van gebouwen. Daarmee wordt tussen oktober en april in gebouwen de verwarming en de ventilatie geregeld. Als die systemen goed zijn afgesteld en goed functioren (voldoende frisse lucht naar binnen halen en voorzieningen om het virus als dat in de lucht zit te verwijderen) dan zullen die gesloten ruimtes veilig zijn en kunnen we daar normaal in vertoeven.

Maar als die systemen niet goed zijn afgesteld en geen goede voorzieningen hebben om het virus te verwijderen, dan vormen die locaties een groot risico om de plek te zijn waar veel mensen worden besmet.

Ik heb van deskundigen begrepen dat de kwaliteit van deze HVAC-systemen in Nederland sterk uiteenloopt. Er zijn systemen die al prima zijn ingesteld en waar de verspreiding van het virus geen kans maakt. Die zijn al coronaproof. Er zijn systemen waar bepaalde aanpassingen moeten worden gedaan om ook goed te functioneren. Maar er zijn ook systemen, waar heel veel aan dient te gebeuren of die zelfs vervangen moeten worden.

Er zijn nu nog 4 à 5 maanden om te zorgen dat dit soort systemen in Nederland dusdanig goed zijn, dat de risico’s op uitbraken sterk worden gereduceerd en dus de kans op een echte tweede golf in Nederland sterk wordt verkleind. Maar zolang het RIVM die problematiek van de HVAC-systemen niet onderkent, gebeurt er in Nederland weinig. Want dit staat in het advies van het RIVM op 30 juni:

Daar tegenover staat niet alleen al hetgeen hier al boven heeft gestaan ten aanzien van het belang van airborne, maar ook de nadruk die door 36 auteurs vanuit de hele wereld (waaronder ook een aantal Nederlanders) gelegd wordt in een recent artikel op het goed inregelen van HVAC-systemen:

While uncertainties remain regarding the relative contributions of the different transmission pathways, we argue that existing evidence is sufficiently strong to warrant engineering controls targeting airborne transmission as part of an overall strategy to limit infection risk indoors. Appropriate building engineering controls include sufficient and effective ventilation, possibly enhanced by particle filtration and air disinfection, avoiding air recirculation and avoiding overcrowding. Often, such measures can be easily implemented and without much cost, but if only they are recognised as significant in contributing to infection control goals.

Daarnaast is deze studie om meerdere redenen interessant.  De titel zegt al veel:

Better safe than sorry: Deltaplan Ventilatie

Door snel te starten met een Deltaplan Ventilatie en structureel te gaan werken aan het coronaproof maken van de HVAC-systemen in Nederland. Een certificaat, waarbij alle aanwezigen in die ruimtes weten, dat ze op dat punt geen risico’s lopen. En als zo’n ruimte niet zo’n certificaat heeft, dan zijn er grotere risico’s, waarbij men óf die ruimte niet ingaat óf wel, maar dan met extra voorzieningen (zoals mondbescherming).

Zolang het RIVM blijft beweren dat er geen bewijzen zijn voor de negatieve gevolgen van het virus dat zweeft in de lucht, en daarom ook niet een speciale aanpak van HVAC-systemen bepleit, zal er weinig gebeuren.

Dan wordt het overgelaten aan de beheerders van die systemen. En dreigen we in het najaar onnodige negatieve effecten te ervaren van HVAC-systeen die zorgen voor het in de ruimte aanwezig te laten zijn van het virus en/of het rondblazen van het virus over meerdere ruimtes (zoals dat o.a. in zorginstellingen gebeurd is).

Juist vanuit het principe “Better safe than sorry” zou de regering direct dienen te starten met dat Deltaplan Ventilatie. Want juist gezien de literatuur uit vele plekken in de wereld, die laat zien dat het blind varen op het RIVM dat stelt dat er geen bewijzen voor zijn, is dat een aanpak met forse risico’s.

Plus dat ik voorzie dat in de komende maanden steeds meer burgers de relevantie van veilige HVAC-systemen zullen onderkennen en eisen zullen stellen in de richting van plekken waar ze voor werk, opleiding, zorg of ontspanning moeten of willen zijn. Het niet hebben van een standaardkwalificatie “coronaproof” zal wederom een disruptie van de samenleving betekenen met gevolgen die zullen lijken op die van de afgelopen maanden. En volstrekt onnodig.

Als het RIVM die stap, om welke reden ook, niet wil of kan maken, dan dient de regering dat te doen. De kosten hiervan zullen zeker opwegen tegen de mogelijke schades door het niet of te laat doen. Better safe than sorry.

(Kijk hier naar twee video’s over dat onderwerp).

Better safe than sorry, 2 video’s

Twee video’s waarin uitgelegd wordt waarom zo snel mogelijk gestart moet worden met het Deltaplan Ventilatie in Nederland.  En hier treft u de onderbouwing ervan aan.

 

Lees hier de onderbouwing.

 

Input voor het Deltaplan Ventilatie

Sinds ik opgeroepen heb tot een Deltaplan Ventilatie krijg ik zowel veel vragen over dat onderwerp, als veel informatie van deskundigen op dat terrein. Ik ben van plan om de komende tijd relevante informatie die ik over dit onderwerp krijg hier te delen.

Lees meer

DeltaPlan Ventilation

(The term DeltaPlan originated in the Netherlands after the great flooding of the Delta of the Netherlands – the south-western part – in 1953 with almost 2000 deaths. It was an integral plan to ensure that this would never happen again. Since then it has been used to refer to large integral plans).

 

While I was writing this part the message came from the lockdown in Gütersloh, due to the big outbreak in a slaughterhouse. That’s exactly where I’m afraid it will happen – especially in the autumn – in the Netherlands, because WHO and RIVM (the Dutch CDC) continue to deny the -large- effect of aerosols. However, outbreaks do occur and society has to lock up for a while.

This is Koen Swinkels’ database of approximately 1,200 superspreading events around the world. 500 of them concern more than 100 people who became infected during an event.  It is far from complete, but only includes the officially registered superspreading events.

There is a commonality: these events took place in more or less enclosed spaces, without a sufficient supply of fresh air.

The Van Dissels of this world, following in the footsteps of the WHO, continue to claim that also on those occasions the contamination took place via direct contact. If only 1.5 meters distance would have been kept, these contaminations would not have taken place.

Nearly 2 months ago I described in this blog that the major outbreaks in the meat processing industry were due to the fact that the virus can remain in the air for a long time in factories where low temperatures are maintained to ensure that the meat does not spoil.

But no, when it finally broke out in the Netherlands, it had to be because of the living conditions of the workers. Something that was also supplied in other countries.  In this blog last month, I already indicated what major consequences that could lead to, as long as you don’t recognise the real problem. And that is exactly what happened in Gütersloh.

The director of the German RIVM reported yesterday for the first time in the German ZDF journal that aerosols at a low temperature in those slaughterhouses is the cause.

If these conclusions had been reached 2 months ago, the outbreak in Gütersloh would not have taken place and the Lockdown would not have been chosen.

So now we really have to do the best we can, in order not to get similar situations in the Netherlands. And those risks will clearly increase when we enter the autumn (And I don’t completely rule that out during the summer either).

 

Delta Plan Ventilation

The virus thrives best in confined spaces without good ventilation, where people are together who normally do not (often) meet. Low specific air humidity (below 6g/kg, which at 20 degrees is less than 45% relative humidity) ensures that the aerosols can remain in the air for a long time and then be inhaled. Of course, it is crucial that there is someone in that room who is contagious. And during this summer the chance of ending up in a room with a contagious person will be extremely small.

Natural ventilation, for example two windows / doors that are open opposite each other, provide the supply of fresh air and the removal of air with possible virus particles. During the summer we often have such situations, in order to dissipate the heat. But when it’s colder outside, we don’t do that.

At home this is much less of a problem. Especially if you don’t have others visiting you or people you deal with very regularly. Then the risks are virtually zero. But if you go to a place where there are a lot of people you don’t meet or hardly ever meet, the risk increases. And certainly in autumn or winter.

For buildings where the temperature and ventilation are controlled by HVAC systems (and there are many of them), these systems spread aerosols between rooms.  This is a considerable risk at care institutions, for example. And I think that the vast majority of victims in care institutions are infected in this way.

But that risk concerns every place where many people are together: school buildings, offices, cinemas, theatres, event venues, churches, association buildings, shopping centres, hospitals, restaurants.

But at the moment, the good news is that there are now very few people in the Netherlands who are contagious, so there is only a very small risk of infection in any of those buildings. And also, that there are already quite a few HVAC systems, which are set up in such a way that those flying virusparticles don’t get stuck for long and are removed. Those systems are Coronaproof. That depends, among other things, on how much fresh air is drawn in from outside the system and on the quality of the filters in the system.

Plus, there are also many buildings where the virus does not easily get stuck above people. For example due to high ceilings (large volume of space compared to the number of people) and/or how the ventilation system works. For example, I understand that the system in the ceiling of the Concertgebouw’s main auditorium is effective in expelling those harmful aerosols.

I myself knew little about HVAC systems, but there are several good experts who provided me with relevant information.  I gave one of them the space to write an article on my blog.

I received information from someone who had been inspecting those HVAC systems at the Labour Inspectorate for years, which made it clear to me what the core of the problem is. And it’s twofold:

  1. When setting up the HVAC systems, one of the issues is how much fresh air is sucked in from outside. The more that is, the better that is in terms of reducing the chance of being infected.

There is an important term “ventilation rate”: the amount of fresh air sucked in per hour divided by the volume of the total room. If the ventilation rate is 2, then the air in that room is completely replaced 2 times per hour.

Remember that if it is colder outside than inside, the HVAC system has to heat that air. And if the air is warmer outside than it is inside, the HVAC system should cool the air properly. In both cases this costs (a lot of) energy.

So the tendency will be to recirculate the inside air as much as possible, instead of sucking in fresh outside air.

That expert told me that in practice the ventilation rate is usually kept undesirably low in order to keep energy consumption low. That would especially be the case in slaughterhouses. Because the temperature has to be kept low there, all the air from outside that is warmer than the desired indoor temperature has to be cooled down considerably.

Increasing the ventilation rate by 2 or 3 can, on the one hand, result in considerable additional costs. He also told us that he regularly came across HVAC systems that simply don’t have enough capacity to bring the temperature down enough.

  1. In addition, suppliers of HVAC systems claim that they can render viruses harmless by means of filters and/or other air purifiers

I can’t judge it properly, but I’m sure that it shouldn’t be difficult to determine very quickly with a task force which of those products/services conclusively succeed in rendering the virus harmless via HVAC systems and which do not.

 

To really ensure that there is no large second wave in the Netherlands in the autumn and to prevent measures also having to be taken, as is currently the case in the Gütersloh area, we need to set up and implement a DeltaPlan Ventilation.

This is much more important than the 1.5 meter protocols of all kinds of companies and industries in order to prevent the spread of the virus.

Every HVAC system in the Netherlands must be made Coronaproof before the end of October. They must be modified if necessary, or certain additions must be made to comply with the qualification “Coronaproof”.

If that is the case, then everything can be done within those buildings without any restrictions. (I’m sure one shouldn’t have to keep 1.5 meters there either, but that’s of secondary importance for now).

If that is not the case, then there are a number of possibilities to still be active in those buildings:

– Windows / doors open to a large extent.

Or

– The mandatory wearing of mouth protection if you are/will be in that building for a long time

Or

– It is established (especially if there is a large volume of room in relation to the number of attendees, for example by a high ceiling) that the risk of the virus remaining just above the heads of the attendees is small.

We only have 4 months left to implement this plan. In fact, we have already lost time, because the RIVM denied/ denies that this is important. Ventilation hardly plays a role in the RIVM protocols that have been issued so far. (As I know from my contact with my daughter’s primary school). It is almost only about the 1.5 meters and personal hygiene. And read this again, only 1 month ago.

Every day that the RIVM still refuses to put this subject on 1, is an extra day, which may result in extra casualties in the Netherlands in the autumn and winter. that increases the chance that we will end up in certain lockdowns after all.

So my concern is not only that ventilation should be set to 1, but also that the Delta Plan for the HVAC systems should be introduced in the Netherlands immediately. Perhaps the people who are now active in removing houses from the gas can also become temporarily active in this Delta Plan.

And I sincerely hope that the experts I have contact with will be able to play an active role in the design and implementation of this Delta Plan. Because when I read how things went in the first few months with mouth caps, respirators, etc., I am afraid that we will only have started when winter arrives.

I hope that those who are responsible for locations with an HVAC system will also take their own responsibility. And don’t hide behind the fact that it’s not (yet) in RIVM protocol. Even with simple means, a lot can be done in the short term, especially with the nice weather outside.

So ventilation, ventilation, ventilation.