De urgentie van het Deltaplan Ventilatie voor scholen

In het kort:

  • Uit informatie van een aantal jaren geleden blijkt dat bij het overgrote deel van de scholen de ventilatie vaak niet aan de minimumeisen voldeed. Te weinig frisse lucht in de lokalen.
  • Te weinig frisse lucht kan het risico van besmettingen van de leerlingen en leraar aanzienlijk vergroten.
  • Uit een recent onderzoek in Goes is gebleken dat 24 van de 30 aanwezige leerlingen bij een klassenfeest zijn besmet geraakt en vervolgens 21 ouders werden besmet. Uit een recent onderzoek in Georgia bleek dat ook leerlingen tussen 6 en 10 besmet werden in dezelfde mate als de oudere aanwezigen.
  • Ik roep alle betrokkenen op om via het toepassen van een gericht Ventilatiebeleid (conform het Deltaplan Ventilatie) vanaf dag 1 dat de scholen weer opengaan te voorkomen dat er op scholen uitbraken plaatsvinden, om te voorkomen dat er later dit jaar of in de winter veel scholen toch weer moeten gaan sluiten.

De scholen gaan snel weer open

Binnenkort gaan de scholen weer starten in Nederland.

Anderhalve maand geleden beschreef ik de urgentie van een Deltaplan Ventilatie in Nederland voor binnenruimtes waar veel mensen aanwezig zijn. Als het in het najaar weer kouder wordt is de kans groter dat het virus zich weer gaat verspreiden. Dat betreft dus ook de scholen. Helaas is die oproep (nog) niet opgepakt door de regering. Hoewel het RIVM sinds kort ventilatie wat hoger op de agenda heeft geplaatst ontbreekt het grote gevoel van urgentie daarbij.

Zodra het aantal echte besmettingen in een gebied duidelijk gaat oplopen (en die kans is in het najaar/winter groot) zal de kans groter worden dat er op een school iemand aanwezig is die op dat moment anderen zou kunnen besmetten. (En alleen al door de gemiddelde grootte qua leerlingen zal die kans bij scholen uit het VO al weer beduidend groter zijn.)

Goede ventilatie op scholen is van cruciaal belang. Maar helaas staat dit onderwerp (nog) niet hoog op de prioriteitenlijst van scholen, maar ook is het -helaas- in nogal wat gebouwen en lokalen zonder duidelijke ingrepen niet mogelijk om voldoende te ventileren. Daarom stelde ik dat Deltaplan Ventilatie voor. Zowel voor scholen, zorginstellingen, kantoren, etc. Zodat o.a. (zeker ook met financiële steun van de overheid) op grote schaal bij de bijna 10.000 schoolgebouwen in Nederland (waarin binnenkort ongeveer 2,5 miljoen leerlingen dagelijks zullen samenkomen) het maximale gedaan wordt om daar de situatie voor leraren en leerlingen (en dus ook voor hun ouders en grootouders) coronaproof te maken.

 

Zo groot is de problematiek

Wat het RIVM tot nu toe over de ventilatie heeft gezegd vind ik van dezelfde orde als wat ze in maart hebben gezegd over mondbescherming in de zorg. Nieuwsuur heeft daar een vernietigende reportageserie over gemaakt.  En als schoolbesturen en gemeentes (die verantwoordelijk zijn voor de huisvesting) denken dat ze zich achter de protocollen van het RIVM kunnen verschuilen, raad ik ze aan die reportage nog eens goed te bekijken. Volgens VWS hadden de werkgevers in de zorg namelijk hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen en niet zomaar de instructies van het RIVM moeten volgen.

Op twee manieren ga ik u een indruk geven van hoe groot de problematiek in scholen is/kan zijn. Eerst via informatie uit de media en van RIVM uit het verleden, en daarna met een verhaal van een leerkracht van wat hij op zijn VO-school heeft meegemaakt.

Dus eerst het onderwerp aan de hand van een artikel in het Onderwijsblad (AOB) van 30-11-2013. Dat ging over de stand van zaken van de ventilatie op basisscholen. De conclusie was “In basisscholen in het hele land is het slecht gesteld met de ventilatie”.

Het is belangrijk om even te begrijpen op welke manier er gemeten kan worden of er voldoende frisse lucht aanwezig is. Dat gebeurt met een CO2-meter. Dat zijn relatief eenvoudige metertjes die vaststellen hoeveel C02-deeltjes er in de lucht zijn. In de buitenlucht zijn dat er doorgaans rond de 400 ppm (parts per million/deeltjes per miljoen).

Als er mensen in een ruimte zijn neemt dat gehalte door het uitademen van de aanwezigen toe. Maar als de ruimte voldoende geventileerd is met frisse lucht dan blijft het CO2-gehalte laag.

In ons huis, met drie personen en ramen open, zie ik waardes die doorgaans liggen tussen 450 en 550. Maar toen ik in een auto de airco op recirculatie zette (en dus geen frisse lucht naar binnen haalde), stelde ik al na 5 minuten vast dat dit CO2-gehalte naar 1500 steeg.

 

De aanwezigen in een klaslokaal ademen CO2 uit en het gaat erom dat die hoeveelheid door goede ventilatie niet te hoog wordt. Te veel CO2 gaat namelijk ten koste van de werkatmosfeer. Door frisse lucht binnen te laten daalt het CO2-gehalte. Dus het CO2-niveau is een prima indicator van de toevoer van frisse lucht.

Bij het Bouwbesluit voor Nieuwe Scholen wordt als bovengrens gesteld 950 ppm CO2, de Gezondheidsraad heeft als bovengrens 1.200 ppm.

In dat bewuste artikel uit 2013 staat dat waardes tussen de 1.500 en 2.500 ppm op basisscholen echter heel gewoon is. Op 80% van de basisscholen is deze waarde, volgens een deskundige in dat artikel, te hoog.

In het artikel staat dat in de helft van de scholen via een goed beleid met betrekking tot het openen van ramen en deuren de situatie opgevangen kan worden (maar wellicht niet als het buiten erg koud is). Maar bij de andere scholen zijn er technische aanpassingen nodig. En die kunnen best prijzig zijn (soms zelfs dient een hele installatie vervangen te worden).

Lees het artikel maar eens en je houdt je hart vast. Dit staat er o.a. in:

In het artikel wordt aangeboden aan de scholen om via de GGD een CO2 meter aan te vragen. Ik denk dat het de komende herfst en winter een standaard attribuut dient te zijn voor iedere leerkracht in ieder lokaal!

 

En zoals de ventilatiesituatie is op basisscholen, is het ook zo bij scholen uit het VO-onderwijs. Ook uit het buitenland is op te maken dat in die scholen het risico groter is dan op basisscholen. Mede omdat er (veel) meer leerlingen zijn en dat tijdens de schooltijd die leerlingen ook met veel meer andere leerlingen in contact komen van bij het basisonderwijs.

Als u denkt dat de risico’s in principe klein zijn dan moet u goed beseffen wat de GGD in Goes heeft vastgesteld bij de recente uitbraak daar. De informatie komt uit een verder -helaas- niet openbaar gemaakt rapport. Bij een klassenfeest van leerlingen uit het voortgezet onderwijs (vermoedelijk niet op school) begin juli zijn 24 van de ongeveer 30 aanwezigen besmet geraakt. (Vrijwel zeker dus door in een slecht geventileerde binnenruimte het feestje te hebben gevierd). Er staat vermeld dat de meeste besmette personen onder de 18 jaar zijn geweest.

Bij het bron- en contactonderzoek staat vermeld dat deze 24 jongeren blijkbaar 21 personen hebben besmet, met name ouders!

Een ander recent gepubliceerd contactonderzoek uit de VS beschrijft een grote uitbraak bij een kamp voor jongeren, die daar dan ’s nachts bleven logeren. Het was op 21 juni en ongeveer de helft van de bijna 600 aanwezigen zijn getest. De leeftijd van de jongeren was van 6 tot 18 jaar. Ongeveer de helft van de getesten bleek besmet te zijn. Dat was onder 100 geteste jongeren tussen de 6 en 10 jaar ook het geval. Van de personen waarvan men navraag had gedaan over de symptomen had 26% geen symptomen, de helft koorts, de helft hoofdpijn en een derde keelpijn.

De omstandigheden om besmet te raken waren bij dit kamp wel heel “gunstig”.  Men sliep met velen in slaapzalen (vermoedelijk niet goed geventileerd) en er werd gezongen en gejuicht, zoals het beschreven is in dat rapport.

 

Snelle actie noodzakelijk

Wat deze voorbeelden uit Goes en Georgia laten zien is dat jongeren als de omstandigheden niet goed in de gaten worden gehouden, besmet kunnen worden. Plus dat vervolgens ouders besmet kunnen worden door die jongeren.

De urgentie van het toepassen van een strak Ventilatieprotocol voor scholen blijkt hiermee overduidelijk.

Men heeft dit onderwerp helaas te lang laten liggen, zeker nu het nog maar amper twee weken duurt voordat de eerste scholen (die in de regio Noord) weer opengaan.

Ik roep het Ministerie van OCW op om niet te wachten totdat het RIVM dit onderwerp bovenaan de prioriteitenlijst zal zetten voor de scholen. (Doordat ze nog steeds de aerosolen niet zo belangrijk vinden, zullen zij ook de ventilatie achteraan het rijtje zetten “1,5 meter-persoonlijke hygiëne, in de elleboog hoesten en thuisblijven bij symptomen” dat zijn en blijven hun mantra’s.)

Ik roep schoolbesturen en directies op hun verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van dit onderwerp en zich niet te verschuilen achter het RIVM-protocol.

En ik denk dat veel leraren, zeker als ze dit blog lezen, beseffen hoe belangrijk dit onderwerp is ter bescherming van henzelf, hun leerlingen en de ouders. Zij moeten aan hun school(-bestuur) eisen gaan stellen ten aanzien van het ventilatiebeleid en het keuren en coronaproof maken van het HVAC-systeem.

Daarnaast lijkt het me noodzakelijk dat voor iedere lokaal een CO2-meter beschikbaar is, waarbij het ook duidelijk moet zijn wat de leraar moet en kan doen als het CO2-niveau te hoog oploopt.

Juist om te zorgen dat de scholen ook open kunnen blijven in najaar en winter zou dit de hoogste prioriteit van iedereen behoren te zijn!

 

Van een werkvloer

Hieronder als tweede component van dit blog, heb ik een mail opgenomen van een leerkracht van een school uit het VO-onderwijs. Ik had meer mails ontvangen van leerkrachten die meldden dat het slecht was gesteld met de ventilatie in hun school. Ik heb dit stuk geanonimiseerd, maar de naam van de school en van de leraar is mij bekend.

Zeker ook als je dat gelezen hebt begrijp je beter hoe urgent dit onderwerp is. Ook als je geen leraar bent of schoolgaande kinderen hebt, zul je het belang inzien dat de schoolbesturen, de PO- en VO-raad, de onderwijsbonden, en het Ministerie van Onderwijs een Deltaplan Ventilatie voor schoolgebouwen als de wiedeweerga gaan opzetten en uitvoeren. Er is geen dag te verliezen.

 

Inkomende mail:

“Ik werk nu 10 jaar in het vmbo-onderwijs op dezelfde locatie. Sinds een aantal jaren parttime. Ik ben het afgelopen jaar nagenoeg niet meer in het schoolgebouw geweest mede als gevolg van het COVID-19 virus. Ik ben nu opvallend genoeg ook totaal vrij van gezondheidsklachten.

Vanaf het moment dat er een renovatie plaatsvond heb ik last gehad van benauwdheid, stank, hoofdpijn, concentratieproblemen en vooral vermoeidheid. Nu, na bijna één jaar, is dat verdwenen. Een collega die met pensioen ging kon zelfs na een jaar stoppen met zijn astmamedicatie.

Sinds die renovatie heb ik op de bres gestaan voor een verbetering van de luchtkwaliteit in het gebouw. Ik constateerde, dat als ik een tijd in dat gebouw was geweest en het gebouw verliet, dat het leek alsof ik extra zuurstof kreeg toegediend. Er is weliswaar van alles gemeten en gedaan in opdracht van het management, maar de wijze waarop dat gebeurde geeft te denken.

Metingen werden namelijk verricht in lege klassen, in het weekend en tijdens vakanties. Ik heb ook altijd gewaarschuwd voor het gevaar van besmettingen met virussen, maar dat werd genegeerd.

Klassen waren, voor zover ik weet, berekend op gemiddeld 18 personen (heb ik nooit geverifieerd kunnen krijgen), maar ik heb meegemaakt, dat er 33 personen in een lokaal aanwezig waren. En dan denk ik aan dit artikel in het AD over “plofklassen”.  Meer dan 100.000 basisschoolleerlingen in Nederland zitten in klassen met meer dan 30 leerlingen.

 

Ten aanzien van de ventilatie is de ppm (parts per million) gehaltes CO2 heel belangrijk. Maar wat die waarde zou moeten zijn lopen de meningen nogal uiteen tussen officiële organisaties en de scholen.

Het RIVM hanteert op hun website de maximale hoeveelheid van 1.200 ppm CO2 als minimumkwaliteit van de lucht. Tevens is een voorwaarde, dat er regelmatig goed geventileerd wordt en moet kunnen worden om dat getal weer omlaag te brengen. Overigens voldoet volgens opgave van het RIVM in 2011 80 tot 88% niet aan deze minimum voorwaarden.

Deze ppm-waarde is overgenomen uit een advies van de Gezondheidsraad over de binnenlucht kwaliteit in basisscholen.

In België hanteert men als toegestane norm tweemaal de buitenwaarde en dat is ongeveer 900 ppm CO2. Dat is al 25% minder dan in Nederland

Het management zei zich te houden aan de richtlijnen van het Ministerie van Onderwijs, maar op het moment dat een constante waarde van 1000 PPM CO2 (en hoger!) in combinatie met een luchtvochtigheid van tussen 10 en 20% als toegestane waarde wordt gehandhaafd, kunt u wel nagaan, dat de omstandigheden vraagtekens oproepen. En al helemaal wanneer door het gebrek aan ramen niet goed geventileerd kan worden.

Op dit moment hebben ze juist de filters vernieuwd. Aan de luchtvochtigheid en de ventilatie wordt evenwel wederom geen aandacht besteed.

Ik volg de website van het RIVM hierover. Die is recentelijk aangepast, maar er staat toch nog wel één en ander op. Kijk maar hier. Dit staat er sinds bijna tien jaar op:

Ik denk niet dat er sindsdien echt iets veranderd is.

In de genoemde situatie bij ons is er dan ook nog sprake van een luchtvochtigheid van 15 tot 25% . Dit, terwijl de ARBO als advies 40 tot 65% hanteert.

Ik verzeker u, dat 1.000 ppm CO2 uiterst drukkend is en dat je dat gecombineerd met 15% luchtvochtigheid niet lang volhoudt. Ik laste noodgedwongen extra pauzes in en stond toe dat leerlingen water dronken in de klas.

Ten overvloede wil ik erop wijzen, dat van deze situatie elke dag vele uren achtereen opnieuw sprake is. Voor leerlingen nog meer dan voor docenten, want die hebben nog wel eens een tussenuur.

Overal zijn dus richtlijnen opgesteld door officiële organisaties, maar scholen lappen die aan hun laars.

Die officiele organisaties wijzen ook op voorkomende klachten als hoofdpijn, ziekteverzuim etc., etc. En minstens zo belangrijk in een leerklimaat: concentratiestoornis met als gevolg lamlendig gedrag.

Vreemd genoeg wordt door de overheid wel een fortuin besteed aan het buitenklimaat en de handhaving van de opgestelde regelgeving en milieu-zones en dergelijke, maar aan binnenruimtes in scholen (en nog veel andere gebouwen) doet men weinig tot niets.

Handvatten voor aanpak besloten openbare ruimtes

Belang van Ventilatie blijft ondergeschoven kindje

Ik blijf het onthutsend vinden hoe men bij besmettingen van (grote) clusters blijft stellen dat dit komt doordat men de 1,5 meter niet gehouden zou hebben. En geen of weinig aandacht besteedt aan de veel logische reden van die besmettingen, namelijk het virus dat in de lucht bleef zweven en een tijd werd ingeademd.  Ik heb de beschikking over drie overzichten van forse clusters in Nederland tussen eind juni en half juli waar samen bijna 100 mensen zijn besmet, o.a. dus in Hillegom en Goes. In Hillegom is 60% van de aanwezigen besmet en in Goes zelfs 80%.

In Hillegom zijn de besmettingen ontstaan na 23 uur, toen -wegens mogelijk geluidsoverlast- de verbinding met de buitenlucht de facto werd afgesloten. 31 van de ongeveer 50 aanwezigen zijn besmet. Via een contactpersoon heb ik begrepen dat niemand ernstig ziek geworden is. Dat kan zowel afhangen van het feit dat het geen ouderen waren, maar ik denk ook dat het komt doordat de virale dosis die ingeademd is vrij laag is gebleven. Dat kan zowel liggen aan de hoeveelheid virus in de lucht als aan de duur dat men het ingeademd heeft.

Hoewel die niet in deze mate zijn gespecificeerd zijn er veel meer clusters geweest. Op deze prima site van BDdataplan wordt geprobeerd die bij te houden, maar het zal verre van compleet zijn. Welk deel van alle besmettingen deze clusters echt uitmaken is niet te goed te bepalen, maar het maakt zeker een fors deel van de besmettingen uit.

Maar door het blijven ontkennen van het echte belang van aerosols en het pas recentelijk definiëren van ventilatie als een mogelijke aanpak, horen we onze autoriteiten blijven hameren op 1,5 meter en handen wassen, maar zeggen ze niet “ventilatie/zoveel mogelijk frisse lucht” erbij.

Maar wellicht gaat het -eindelijk -veranderen. Want enkele dagen geleden heeft de WHO ineens aandacht geschonken aan ventilatie en zien we ook dat het RIVM het onderwerp serieuzer is gaan nemen.

Handvat

Ik krijg veel vragen over het onderwerp van die besloten openbare ruimtes. Wanneer loop je nu gevaar? Wat is er tegen te doen? Werkt dit filter of deze virusbestrijder? Ik kan en wil daar zelf geen antwoorden op geven. Mede daarom heb ik het Deltaplan Ventilatie voorgesteld met daarin ook een Taskforce die dan wel die antwoorden kan geven. Mede om uit het grote aanbod het kaf van het koren te scheiden.

Helaas zijn we nu bijna 6 weken later en is er op dat terrein weinig gebeurd. Wel een steeds grotere bewustwording (ook achter de schermen merk ik dat er wel wat aan het gebeuren is), maar in de nieuwsprogramma’s en bij Op1 zou dit onderwerp vaker besproken moeten worden dan de mondkapjes. Mondkapjes die trouwens een sterke relatie zouden moeten hebben met de kwaliteit van de ventilatie in besloten ruimtes.

Hopelijk komt er toch een moment dat het Deltaplan Ventilatie wordt afgekondigd als Den Haag weer uit zijn zomerslaap komt (maar dan hebben we weer een aantal weken verloren).

 

Ik heb contact met diverse deskundigen in binnen- en buitenland, die proberen een (kwantitatieve) onderbouwing te bieden voor het risico dat je kunt lopen in besloten ruimtes en hoe belangrijk ventilatie dan is.

Prof. Jimenez uit Colorado doet op dat punt veel werk. Hij is op twitter zeer actief over het onderwerp aerosolen. Als je op twitter zit zou ik hem zeker gaan volgen (@jljcolorado).

Als je je er wat verder in zijn werk wilt verdiepen zijn dit belangrijke onderdelen:

Daarnaast heb ik een andere bijdrage ontvangen die ik graag met jullie deel. Het is van Fahmi Yigit. Hij is al jarenlang actief op het terrein van ventilatie en virusbestrijding. Zelfs al vanaf de SARS-periode in 2003.

Ik heb contact met hem sinds eind maart en ik ben onder de indruk van zijn kennis en ervaring. Hij heeft veel kennis met mij gedeeld. Daarnaast heb ik ook van veel anderen, die in een of andere mate actief zijn of waren op dit terrein ook belangwekkende informatie gekregen, die ik of direct op deze site heb gedeeld of die u aantreft bij commentaren onder mijn blogs.

Aan sommigen heb ik gevraagd om hun ervaring met de lezers onder hun naam te mogen delen waarbij zij  de tekst konden bepalen. Een aantlal heb ik dus al geplaatst en een ander deel gaat nog komen.

Fahmi heeft mij laten zien hoe je aan de hand van het zogenaamde Mollier-diagram een goed inzicht kunt krijgen onder welke condities er een groter gevaar op besmetting is dan andere. Plus dat hij veel weet van hoe de ventilaties gaan bij HVAC-systemen en hoe dat het beste zou kunnen om de kans op besmetting in ruimtes naar nul te brengen.

Hij is zeker commercieel actief in de sector, maar ik vind het geen bezwaar om op deze plek zijn know-how met jullie te delen. Mijn reden is:

  1. Omdat hij zolang actief in die sector zit, weet hij er veel van.
  2. Mensen, zoals hij, zitten op dit moment al tot tot hun oren in hun werk en hebben geen additionele reclame nodig.
  3. In zijn stuk gaat hij niet in op het specifieke aanbod dat hij/zijn bedrijf doet, maar deelt hij zijn know-how.
  4. Ik expliciteer het hierbij.

Onderaan treft u de link naar zijn bijdrage die u kunt downloaden. Het is geen simpele kost, maar geeft wel extra inzicht. Om u op weg te helpen laat ik alleen het Mollier-diagram zien en leg ik kort uit hoe u die moet “lezen”.

  • Verticaal in lila ziet u de temperatuur van de lucht afgezet. Die loopt van +60 graden Celsius tot -20 graden Celsius.
  • De groene gebogen lijnen betreft de relatieve luchtvochtigheid. Die loopt van 10% tot 100%.
  • Als u die twee combineert komt u op een punt uit in dit diagram. Neem bijvoorbeeld 25 graden Celsius en 50% luchtvochtigheid. U komt dan precies op de plek uit waar de letter A staat.

De kleuren in het diagram geven aan in welke mate het situaties zijn met weinig of veel risico’s. Groen is veilig en de bruinige kleuren het onveiligst. In het stuk wordt dat verder uitgelegd. De letters zijn specifieke situaties of momenten in het jaar.

In het stuk wordt verder uitgelegd wat een goede aanpak is om via ventilatie die onveilige situaties om te zetten in situaties die een stuk veiliger zijn.

U kunt het hier lezen of downloaden. Samen met het spreadsheet van prof. Jimenez zijn het goede elementen voor het vinden van oplossingsrichtingen. Beiden maken terecht voorbehouden, omdat nog niet alles compleet kwantitatief is vastgesteld. Daar moet u zeker rekening meer houden. Maar het geeft wel handvatten voor mensen die beslissingen moeten nemen en die niet kunnen wachten totdat er meer bekend is. (Terwijl de ervaring trouwens is dat, ook als er meer bekend is, er nog steeds verschillende stromingen zullen zijn ten aanzien van wat nu echt belangrijk is of niet).

Towards an intelligent face mask policy

Those face masks are going to come.

Three and a half months ago, on March 31st, I wrote this blog in which I advocated to immediately start wearing mouth protection outdoors. Especially to make sure you wouldn’t infect others.

But just like Prof. Van Dissel thought that mouth guards were not necessary at care institutions (a view that was razed to the ground during the three-part series of Nieuwsuur), he was also firmly opposed to oral protection outside care. Several times during the information sessions with the Parliament he said that it would have a negative effect: “gives false security”.  A view that was subsequently repeated by our policymakers and administrators (another of their mantra’s).

Last night Nieuwsuur interviewed Prof. Cowling from Hong Kong, who also minced this view of Prof. Van Dissel (and RIVM/OMT). (Look here, from 17:27).

The blind panic that has broken out in the media since last Tuesday, because we found almost 1.5% infection among the 12,000 Dutch people tested in a single day (the week before that was around 1.0%), has now also been passed on to politics. Partly due to new research into aerosols from Twente University and the measures taken in countries around us, face masks are suddenly high on the agenda.

You can also predict what will happen. It won’t be so long before we also have a face mask obligation here. You can also predict what Prof. Van Dissel c.s. will say: “The 1.5 meter is enough to protect you, but if people are less and less adhering to it, we will have to force them to wear mouth masks”. “Grab them by the ropes” as Prof. Marion Koopmans said yesterday.

At least do it intelligently!

In principle, wearing face masks in places and moments where there is a real risk of being infected or infecting others, is a good approach. But the crucial terms in this sense are “places” and “moments”.

When I followed yesterday’s news, I could feel what was coming.  Before I explain that feeling and come up with a proposal for a good approach, I would like to recall the wisest words I heard yesterday. They were from Professor Gommers:

“Distinguish between inside and outside. People feel that those two are different. If you explain that correctly, people stick to it. 

 

I noticed that measures are being taken which will be both a complete overkill with a major adverse impact on all facets of the economy and society, and ineffective to keep infections very low in the autumn.

Unfortunately, the policy is driven by two components that in themselves are the cause of failure in the long run. Namely “the enforceability” and “the personal views of Van Dissel and the OMT”.

 

I will explain both briefly:

“Enforceability”:

It has often been stated by administrators that the rules that are in place must be very simple, so that they can easily be enforced by security guards (police and BOA’s). Plus that they can be more easily remembered by the population. This top-down approach ignores the fact that we are now living in 2020 and not 1920.

I have been a football referee for a long time. Last season I lead matches between first teams in the 4th division of the KNVB. I have always tried to take players seriously and treat them with respect. I had all the power at my disposal to let the players do what I thought they should do. But if you radiate that you take someone seriously and treat them with respect, you get the same treatment back and you hardly need to use those powers.

By taking the population seriously and coming up with logical measures that don’t primarily assume “punishment” if you don’t do what you’re supposed to do, but above all respond to someone’s sense of responsibility, then things will be better and easier.  That is also the essence of Prof. Gommers’ message.

“The personal views”:

The scientific basis of much of what WHO/RIVM/OMT says is quite shaky. This does not only apply to the views of Van Dissel c.s. on face masks. But also with regard to other matters. I have written about it many times. For example, the importance of contamination by large drops is heavily overestimated. And the importance of contamination by aerosols in confined spaces is heavily underestimated.

They also refuse to learn from new research results, which have shown what is much less common than thought (such as contamination via surfaces and getting infected in the open air) and what is much more dangerous than thought (the prolonged inhalation of aerosols in confined spaces). These research results are not included in the policy.

Nor do they learn from experiences abroad. Namely, that wearing mouth protection in public transport including aircrafts, even if one does not keep 1.5 meters, has not led to an increase in the number of infections at those locations. In addition, the government does not want to carry out real-life tests either, so that we learn lessons about what does and what does not lead to more infections. (For example, by organizing controlled outdoor and indoor events for young people under tight conditions and supervision, despite initiatives from that sector).

In addition, it is of course too crazy for words that while there were/are large differences in the number of people infected per region, we have taken the same measures everywhere. In Groningen, the situation has constantly been much more favorable than in North Brabant. Nevertheless, the measures taken there were almost identical to those in Noord-Brabant.

 

We must learn lessons from all this.

Not by taking generic measures again, which are stacked up on the measures that already exist (but are poorly followed up), but by an intelligent approach.

An approach that keeps the chance of contaminations low, keeps society (economicly and social) afloat as much as possible and is supported by the vast majority of the population. Not out of fear, but out of the conviction that this is the best way to help other people and themselves in the Netherlands. Plus that it has components that work with rewards, rather than punishment.

 

Towards a differentiated approach

This is where I have already described the approach you can take as an individual. Below is my advice to the Dutch administrators to deal with this crisis in an intelligent way (and in doing so, to no longer blindly rely on RIVM and OMT):

  • If there are virtually no infections in a region, the risks of becoming infected are much lower than if there are many infections. Adjust the policy accordingly. And make sure that the population in that region also has an interest in keeping the number of infections low!

My proposal is to divide the country into the 26 safety regions (or a division into even more regions). We would then have three qualifications: Green, Orange and Red.  Via NL-Alert you will receive a notification whether the qualification in your region has been adjusted.

The color coding does not concern the number of infected persons in that region, because that is related to the number of tests that are carried out, but the number of hospital admissions of people who have contracted corona.

For each of these three qualifications, there is a package of measures that you will see further on.

  • Because the risk of contamination in the open air is virtually zero, the measures are abandoned there. However, one is advised to be cautious.
  • In public transport throughout the country, the current rules regarding mouth protection are maintained. Regardless of which region it is. However, public transport organizations will ensure that there is maximum ventilation in their means of transport.
  • With regard to indoor spaces, the DeltaPlan Ventilation will be implemented as soon as possible. This means that indoor spaces (care institutions, schools, offices, shops, sports facilities, theatres, cinemas, restaurants, cafes, fitness rooms, exhibition halls, etc.) must be qualified whether or not they are corona proof!

This will be possible for a large part of those indoor spaces in the coming months, and for another part it will take more time (but they have an incentive to do so). There will be financial support from the government for those spaces where considerable amounts of money have to be invested to get the situation in order.

 

We can combine the above into an overview, in which we deal with mouth protection in an intelligent way.

 

Mouth caps, but back to 1 meter

However, there is one more very important point to address before I give you that overview. I was in Italy last week, near Pisa. There, mouth caps have to be worn in confined spaces (such as shops, public transport and restaurants). Outside and on the beach (fortunately) not, although there are people who do that voluntarily.

In Italy they keep a distance of 1 meter and not 1.5 meters!

If we look at the number of new infections per day, we have seen a stable 200 new infections per day in Italy for quite some time now. Because Italy has 60 million inhabitants, that would be 60 new infections per day according to Dutch proportions…

If you look at the number of daily tests in Italy, we see that they even test a bit more per million inhabitants per day there than in the Netherlands (around 700 in Italy and in the Netherlands until last week it was around 600).

On average, Italy has scored around 0.5% for weeks in the tests. Those were also the figures for the Netherlands, and we were very satisfied with them. The number of deaths per day fluctuates in Italy (if you would move it to the Dutch proportions) 2.

The conclusion is easy to draw: if the Netherlands would switch to wearing mouth protection in indoor areas, then we can also switch to the 1 meter distance in Italy, instead of the 1.5 meter.

A lot of warnings and stickers will have to be reapplied, but it also literally and figuratively gives the Dutch and the economy more air!

 

The intelligent approach for a country in the 21st century

If we combine the above, we get the following distribution with regard to the measures, the regions and the qualifications.

This is an approach that is easy to explain and that also gives people an incentive to stick to measures. If the region is green or remains green, this will bring benefits because there are fewer restrictions. Those who do not adhere to the measures can make the situation worse for the whole region.

This approach also provides an incentive for operators of indoor areas to ensure that their venue is corona free. In yellow or green areas it has a clear advantage to exploit an venue that is corona proof.

It also provides the population with tools.

 

In addition, I recommend carrying out various tests to see what works or doesn’t work well.  Further research could lead to reconsideration of the strict rules about keeping a distance. What I learn from the literature is that the risk of being infected by not being at a distance is only the case if you talk to each other face-to-face (or cough/sneeze). Not only by droplets (which can actually only hit you within 50 centimeters), but also by aerosols at a longer distance. But that only becomes problematic if the conversation takes a while.

The more we know about this, the more specific measures we can then take, so that this table can be adjusted on the basis of those experiences.

This is my proposal to take measures in an intelligent way that will also help us through the winter. An approach that is mainly based on rewarding the positive, and not punishing the negative. Through which you can also appeal to people with regard to their responsibility for others. And making it easier for people to hold each other to account.

An approach that fits a mature society in 2020.

Naar een intelligent mondkapjesbeleid

Die mondkapjes gaan er komen.

Drieëneenhalve maand geleden, op 31 maart en 6 april, schreef ik twee blogs waarin ik bepleitte om direct mondbescherming buitenshuis te gaan dragen. Met name om ervoor te zorgen dat je anderen niet zou besmetten.

Maar net zoals prof. Van Dissel vond dat bij zorginstellingen mondkapjes niet noodzakelijk waren (welke opvatting tijdens de driedelige serie van Nieuwsuur met de grond gelijk gemaakt is) was hij ook faliekant tegen mondbescherming buiten de zorg. Meerdere keren zei hij tijdens de informatiesessies met de Tweede Kamer dat het juist een negatieve werking zou hebben: “geeft schijnzekerheid”.  Een opvatting die vervolgens trouw werd herhaald (ook weer zo’n mantra)  door onze beleidsmakers en bestuurders.

Gisteravond interviewde Nieuwsuur prof. Cowling uit Hong-Kong en die maakte ook van deze opvatting van prof. Van Dissel (en RIVM/OMT) gehakt. (Kijk hier, vanaf 17:27 minuten).

De blinde paniek die sinds afgelopen dinsdag in de media is uitgebroken, omdat we onder de 12.000 geteste Nederlanders op één dag bijna 1,5% besmettingen hebben gevonden (de week ervoor was dat rond de 1,0%), is nu ook overgeslagen naar de politiek. Mede door nieuwe onderzoeken rondom de aerosols vanuit Twente en de maatregelen in landen om ons heen, staan de mondkapjes ineens hoog op de agenda.

Je kunt ook voorspellen wat er gebeurt. Het duurt niet meer zo lang voordat we hier ook een mondkapjesverplichting krijgen. Je kunt ook voorspellen wat prof. Van Dissel c.s. dan zal zeggen: “De 1,5 meter is voldoende om je te beschermen, maar als mensen zich er steeds minder aan houden, dan moeten we ze maar verplichten om mondkapjes te dragen.” “Pak ze bij de kladden” zoals prof. Marion Koopmans het ook gisteren zei.

 

Maar doe het dan intelligent!

In principe is het dragen van mondkapjes op plekken en momenten waar er echt een risico is om besmet te worden of anderen te besmetten, een goede aanpak. Maar de cruciale termen in deze zin zijn “plekken” en “momenten”.

Toen ik alleen al gisteren de nieuwsberichten volgde, hield ik mijn hart vast.  Alvorens ik dat gevoel uitleg en met een voorstel kom tot een goede aanpak, wil ik even de meest wijze woorden memoreren die ik gisteren gehoord heb. Ze waren van professor Gommers:

Ik hou mijn hart vast omdat ik merk dat er voorgesorteerd wordt op maatregelen, die zowel een complete overkill zullen zijn met fors nadelige gevolgen voor allerlei facetten van de economie en samenleving, als ineffectief zullen zijn om in het najaar de besmettingen heel laag te houden.

Het beleid wordt helaas aangestuurd door twee componenten die op zichzelf al de oorzaak zijn van het mislukken op termijn. Namelijk “de handhaafbaarheid” en “de persoonlijke opvattingen van Van Dissel en het OMT”.

Ik zal beide kort uitleggen:

  • “De handhaafbaarheid”:  vaak is door bestuurders gesteld dat de regels die er zijn heel simpel moeten zijn, zodat ze makkelijk door ordebewakers (politie en BOA’s) gehandhaafd kunnen worden. Plus dat ze dan makkelijker door de bevolking kunnen worden onthouden. Deze top-down benadering miskent dat we inmiddels in 2020 leven en niet in 1920.

Ik ben al heel lang voetbalscheidsrechter. In het afgelopen seizoen floot ik nog eerste elftallen in de 4de klasse van de KNVB. Ik heb altijd geprobeerd spelers serieus te nemen en met respect te behandelen. Ik had alle machtsmiddelen tot mijn beschikking om de spelers te laten doen wat ik vond dat ze moesten doen. Maar als jij uitstraalt dat je iemand serieus neemt en met respect behandelt, dan krijg je dezelfde behandeling terug en hoef je die machtsmiddelen amper te gebruiken.

Door de bevolking wel serieus te nemen en met logische maatregelen te komen, die ook niet primair van “straffen”  uitgaan als je niet doet wat je hoort te doen, maar vooral inspeelt op iemands verantwoordelijkheidsgevoel, dan zal het juist beter en makkelijker gaan.  Dat is ook de essentie van de boodschap van prof. Gommers.

  • “De persoonlijke opvattingen”:  de wetenschappelijke basis van veel van wat WHO/RIVM/OMT zegt is behoorlijk wankel. Dat geldt niet alleen voor de opvattingen van Van Dissel c.s. over mondkapjes. Maar ook ten aanzien van andere zaken. Ik heb er heel vaak over geschreven. Zo wordt het belang van grote druppels bij besmetting zwaar overschat. En wordt het belang van aerosols bij besmetting in besloten ruimtes zwaar onderschat.

Daarbij weigert men ook van nieuwe onderzoeksresultaten te leren, waaruit gebleken is wat veel minder voorkomt dan gedacht (zoals besmetten via oppervlaktes en het besmet raken in de buitenlucht) en wat veel gevaarlijker is dan gedacht (het langdurig inademen van aerosols in besloten ruimtes). Die onderzoeksresultaten worden niet meegenomen in het beleid.

Maar ook leert men niet van ervaringen in het buitenland. Namelijk dat mondbescherming in openbaar vervoer en in vliegtuigen, ook als men geen 1,5 meter houdt, niet geleid heeft tot toename van het aantal besmettingen op die locaties. Daarnaast wil de overheid ook geen real-life testen uitvoeren, zodat we lessen leren over wat wel en wat niet tot meer besmettingen leidt. (Bijvoorbeeld door onder strakke condities en begeleiding bepaalde buiten- en binnenevenementen te organiseren voor jongeren, ondanks initiatieven daartoe vanuit die sector).

Daarnaast is het natuurlijk ook te gek voor woorden dat we, terwijl er grote verschillen waren/zijn ten aanzien van het aantal besmette personen per regio, we overal dezelfde maatregelen hebben genomen. In Groningen was de situatie voortdurend veel gunstiger dan in Noord-Brabant. Toch waren daar de maatregelen vrijwel identiek aan die in Noord-Brabant.

 

Uit dit alles moeten we lering trekken.

Door niet weer generieke maatregelen te nemen, die ook nog gestapeld worden op de maatregelen die er al zijn (maar slecht worden opgevolgd), maar door een intelligente aanpak.

Een aanpak die de kans op besmettingen laag houdt, de maatschappij (economische en sociaal) zoveel mogelijk overeind houdt en door het overgrote deel van de bevolking gedragen wordt. Niet uit angst, maar vanuit de overtuiging dat ze daarmee andere mensen en zichzelf in Nederland het beste helpen. Plus dat het componenten heeft die werken met belonen, in plaats van bestraffen.

 

Naar een gedifferentieerde aanpak

Op deze plek heb ik die aanpak al beschreven, die je als individu kunt aanhouden. Hieronder mijn advies aan de Nederlandse bestuurders om op een intelligente wijze met deze crisis om te gaan (en daarbij niet langer blind te varen op RIVM en OMT):

A. Als in een regio vrijwel geen besmettingen zijn, dan zijn de risico’s om besmet te worden veel kleiner dan als er veel besmettingen zijn. Pas daar het beleid op aan. En zorg dat de bevolking in die regio er dus ook belang bij heeft dat het aantal besmettingen laag blijft!

Mijn voorstel is om het land te verdelen in de 26 veiligheidsregio’s  (of een verdeling in nog meer regios’s). We kennen dan drie kwalificaties: Groen, Oranje en Rood.  Via NL-Alert krijg je de melding of de kwalificatie in jouw regio is aangepast.

Bij de kleurencodering gaat het dan niet om het aantal besmette personen in die regio, want dat hangt samen met het aantal testen dat uitgevoerd worden, maar het aantal ziekenhuisopnames van mensen die corona hebben opgelopen.

Bij ieder van die drie kwalificaties past een pakketje aan maatregelen die u verderop ziet.

 

B. Omdat de kans op besmetting in de buitenlucht vrijwel nul is, worden daar de maatregelen losgelaten. Wel krijgt men het advies om voorzichtig te zijn.

 

C. In het openbaar vervoer in het hele land blijven de huidige regels rondom mondbescherming gehandhaafd. Ongeacht welke regio het is. Wel zullen de openbaar vervoer organisaties ervoor zorgen dat er maximale ventilatie in hun vervoermiddelen aanwezig is.

 

D. Ten aanzien van binnenruimtes wordt het Deltaplan Ventilatie zo snel mogelijk uitgevoerd. Dat houdt in dat binnenruimtes (zorginstellingen, scholen, kantoren, winkels, sportaccommodaties, theaters, bioscopen, restaurants, cafe’s, fitnessruimtes, beurshallen, etc.) een kwalificatie moeten krijgen of ze coronaproof zijn of niet.

Dat zal voor een groot deel van die binnenruimtes wel in de komende maanden kunnen lukken, en voor een ander deel niet (maar die hebben een incentive om dat wel te gaan realiseren). Er komt financiële steun van de overheid voor die ruimtes waar behoorlijke bedragen moeten worden geïnvesteerd om de situatie in orde te krijgen.

Dit bovenstaande kunnen we combineren tot een overzicht, waarbij we wel op een intelligente wijze met mondbescherming omgaan.

Mondkapjes, maar dan wel terug naar de 1 meter

Er is echter nog een heel belangrijk punt om mee te nemen, alvorens ik dat overzicht geef. Ik was vorige week in Italië, in de buurt van Pisa. Daar moeten mondkapjes gedragen worden in besloten ruimtes (zoals winkels, openbaar vervoer en restaurants). Buiten en op het strand (gelukkig) niet, hoewel er wel mensen zijn die dat vrijwillig doen.

In Italië houden ze 1 meter afstand en niet 1,5 meter!

Als we naar het aantal nieuwe besmettingen per dag kijken dan zien we al een hele tijd in Italië vrij stabiel 200 nieuwe besmettingen per dag. Omdat Italië 60 miljoen inwoners heeft, zou dat naar Nederlandse verhoudingen 60 nieuwe besmettingen per dag zijn…..

Als je naar het aantal dagelijkse testen kijkt in Italië, dan zien we dat ze daar per dag per miljoen inwoners zelfs wat meer testen dan in Nederland (rond 700 in Italië en in Nederland was dat tot en met vorige week rond de 600).

Gemiddeld scoort Italië bij de testen al wekenlang stabiel rond de o,5% besmette personen. Dat waren ook de cijfers van Nederland toen we er heel tevreden mee waren. Het aantal doden per dag schommelt in Italië (als je het naar de Nederlandse verhoudingen zou verplaatsen) 2.

De conclusie is eenvoudig te trekken: als we in Nederland inderdaad overgaan om mondbescherming in binnenruimtes te gaan dragen, dan kunnen we dus ook overstappen naar de 1 meter afstand die in Italië wordt aangehouden, in plaats van de 1,5 meter.

Er zullen heel wat stickers moeten worden overgeplakt, maar het geeft ook letterlijk en figuurlijk de Nederlanders en de economie meer ruimte!

 

De intelligente aanpak voor een land in de 21e eeuw

 

Als we dit bovenstaande met elkaar combineren krijgen we de volgende verdeling ten aanzien van de maatregelen, de regio’s en de kwalificatie:

Dit is een aanpak die goed uit te leggen is en die mensen ook een incentive geeft om zich aan maatregelen te houden. Als de regio namelijk groen is of groen blijft dan levert dat voordelen op, omdat er minder restricties zijn. Degenen die zich niet aan de maatregelen houden, kunnen dan zorgen dat voor de hele regio de situatie verslechtert.

Deze aanpak geeft ook een incentive aan exploitanten van binnenruimtes om te zorgen dat die ruimte coronaproof is. In regio’s waar het geel of groen is heeft het een duidelijk voordeel om een ruimte te exploiteren die wel coronaproof is.

Ook biedt het de bevolking handvaten.

 

Daarnaast beveel ik aan diverse tests uit te voeren om te bezien wat nu wel of niet goed werkt.  Verdere onderzoeken zouden best nog eens heroverwegingen kunnen opleveren ten aanzien van die strikte regels rondom afstand houden. Wat ik uit de literatuur haal is dat het risico om besmet te worden doordat je niet op afstand bent, alleen het geval is als je met gezichten naar elkaar toe praat (of hoest/niest). Niet alleen door druppels (die kunnen je eigenlijk alleen treffen binnen 50 centimeter), maar ook door aerosols op langere afstand. Maar dat wordt pas problematisch als het gesprek een tijdje duurt.

Hoe meer we daarvan weten, hoe specifieker we vervolgens dan maatregelen kunnen nemen, zodat deze tabel aangepast kan worden op basis van die ervaringen.

 

Dit is mijn voorstel om op een intelligente manier maatregelen te nemen die ons ook door de winter helpen. Een aanpak die vooral uitgaat van het belonen van het positieve, en niet van het bestraffen van het negatieve. Waardoor je ook een beroep kunt doen op mensen ten aanzien van hun verantwoordelijkheid voor anderen. En mensen elkaar daarop makkelijker kunnen aanspreken.

Een aanpak die hoort bij een volwassen samenleving anno 2020.

About aerosols, masks and RIVM

In my -firm- criticism of the RIVM (the Dutch CDC) and specific persons of those bodies, I am convinced that all those persons have always acted in good faith. However, I think that they should have been aware by now, that they regularly lag behind the facts and have a tendency, when new important knowledge is available, to stubbornly insist that their original points of view still applies. With disastrous consequences.

My criticism is mainly aimed at ensuring that policymakers and politicians recognize these major shortcomings of the RIVM and OMT, so that they do not continue to follow the advice of the RIVM and OMT almost blindly.

 

The harmful role of RIVM in the disaster situation in the health care sector

Yesterday evening Nieuwsuur (a Dutch news program(  started a three-part series about the drama that has taken place in care institutions and the harmful role of the RIVM in it.

Of all the Dutch mass media, Nieuwsuur is the only one, that regularly critically examines the roles of the government, RIVM, OMT and GGD. Yesterday’s episode was the provisional high point (or low point). We saw how the RIVM guidelines played an important role in the disasters that occurred in the months of March, April and May in healthcare institutions and in home care.

I am not even going to start formulating the errors of those guidelines. Take a look at that broadcast for yourself. But the most important thing, in fact, is that the German RIVM (RKI) and Labor Inspectorate already came up with the advice in March that we would now describe as adequate. But the Dutch RIVM came up with bad advice, which made many elderly people and care workers unnecessarily ill. And I don’t even dare to estimate how many extra deaths that has cost.

But I realized at the end of March that there were major risks in the care institutions. I came to that conclusion from the aspects “aerosols”, “humidity” and “ventilation”, as I described  in earlier blogs.  And behind the scenes I tried – for pity’s sake – to get attention for this from politicians in The Hague.

But the decision-makers in The Hague have completely surrendered themselves to the RIVM and actually still seem to do so. Especially someone like Hugo de Jonge. With disastrous consequences not only in health care, but also in other areas (such as a collapsing economy, a society that is unnecessarily hampered in many respects, and public health).

I won’t elaborate on it in this blog. I already did it in previous postings. I will briefly mention the following points:

First, not wanting to acknowledge the importance of aerosols, and now arguing that they do play a role, but only to a limited extent. (A good example of this is Prof. Wallinga, who last Monday in the AD, literally said “I’m not an expert when it comes to face masks, but I do know that we keep 1.5 meters distance. If you do that, the added value of a mouth cap is not there”.  A text that is identical to that of Prof. Van Dissel in one of his last interviews so far).

Already in March there were movements in Western Europe to promote that everyone would wear mouth protection in places with a lot of people, as they did by default in East Asia. In the Czech Republic they did so as early as mid-March. But the WHO continued to say that oral protection does not provide any additional benefit. And time and again when Prof. Van Dissel was questioned about this, as in the sessions in the Lower House, he said it only delivered false safety.  A mantra that was then repeated to annoyance by all members of the cabinet and mayors.

In April/May, mouth protection was introduced in several places, but it was not until the beginning of June that the WHO changed its mind, and since then the WHO has also recommended wearing mouth protection in public places (i.e. in indoor spaces where foreigners are not allowed to wear mouth protection).

The great importance of aerosols

The prominent role of aerosols in the spread of the virus is becoming increasingly clear. I belong to the – fortunately ever-growing – group, which states that aerosols are the dominant means of spreading the virus. Prof. Jimenez from Colorado has made this overview. And he’s worked it out in detail in this document.

But there too we see the pattern that the WHO and the RIVM must be pulled along like stubborn donkeys in order to eventually recognize this important element in the spread of the virus and to take the right measures.

It is also important to realize that the massacre at health care institutions was partly caused by the aerosols that were able to float unhindered in those institutions. And I have heard the distressing stories about this from staff members of those institutions. They also pointed out at an early stage that the internal HVAC system did not work adequately and therefore contributed to the spread of the virus throughout the healthcare institution.

Not only are the measures taken far from adequate to combat the virus worldwide, but they are also far too disproportional. As a result, much avoidable damage is caused to the economy, society and public health.

 

Proportional measures

If the virus only spreads indoors, then all the restrictions you impose on people outdoors are harmful. Because there too – completely unnecessarily – you have to adhere to the 1.5 meter distance rule. With a policy on terrace seating that we didn’t even apply in the past when you wanted to visit someone in hospital. With restrictions for people who want to relax or be active outside. And with the risk of getting fines and a criminal record.

But that also applies to the dangers you do and don’t run when you are somewhere indoors with other people. In some places and at some moments you really run a high risk of being infected. But in many places at many times you don’t have that.

If you only proclaim generic measures (keep 1.5 meters everywhere and wear mouth protection in public transport) then you will also cause great unnecessary damage there.

Just as it was very damaging that in areas where the virus hardly existed, such as in the north of the country, we took the same measures as in the south of the country, where the virus had really struck. An approach that Mayor Bruls apparently prefers to apply again in the event of new outbreaks in the autumn.

 

Precisely for this reason, I made an overview that allows you to determine much more specifically when you need to do something in order not to become infected and not to infect others. Fortunately, it has already been viewed by many people.

What is crucial is that you make the approach proportional. At the beginning of April I expressed my support for mouth protection. It prevents people from infecting others in places with a lot of people you do not know. And if – just like in East Asia – face masks had been made compulsory in indoor spaces in Western Europe and New York at an early stage, there would have been far fewer victims and the economy would have been far less disrupted.

But I have also indicated that if very few people are infected in an area, it is unnecessary to wear that mouth protection. I had made this as an aid.

As long as we are in the green zones, the advantages of mouth protection in those confined spaces do not outweigh the disadvantages. But outside those green zones, I think it is very desirable to wear it in places where there is indeed risk.

However, that risk can be eliminated in indoor areas by good ventilation, the right humidity or an HVAC system that is truly corona-proof.  In those cases, there is no risk in those indoor areas and mouth protection is unnecessary. That is also what I have described here. Plus that people in risk groups can decide for themselves whether or not they want to run certain risks.

This allows us to find the right balance between combating the virus and maintaining our society ourselves. So that we are no longer at the mercy of people from the WHO/RIVM/OMT who’s policies are way behind when it comes to combating the virus. There are even countries where people are obliged to wear mouth protection outside.

I fear that the Netherlands is also pre-sorting to work in confined spaces with mandatory mouth protection, as has now happened in Belgium and France.  Whereas two weeks ago almost 10,000 tests were carried out per day and an average of 60 people were infected per day, in the past week the number of tests has averaged almost 11,000 per day and the average per day has risen from 58 to 68.  An increase of 10 per day, half of which was due to more testing. But even when we have 200 a day with so many tests conducted, that is not something be afraid for.

Yet I already heard Prof. Voss in Tijs van den Brink’s DIDD worrying about this “rise”. You can bet that all our usual suspects will proclaim on TV that the second wave is coming at the next local outbreak, perhaps because a cluster is popping up somewhere in the Netherlands, perhaps again in a meat processing company. If we get a further increase of maybe 50 or 100 per day, I’m pretty sure that we have to wear mandatory mouth protection in all public areas.

 

Something that’s a complete overkill with such low numbers of infected people.

I’m annoyed every day by the fact that we’re not preparing for the real danger in the fall. That if we then have closed spaces where there is no proper ventilation and the HVAC system is not corona-proof, we will have major outbreaks there. With many drastic measures as a result.  Wearing mouth protection will not be the only thing we will have to do in those areas, but we will undoubtedly get even tougher measures, which will throw back both the population and the economy.

But as long as WHO/RIVM downplay the great importance of aerosols in the spread of the virus, virtually nothing will happen in that respect.  And Nieuwsuur can prepare it’s next critical series on the Government and RIVM in the autumn. But that will again be too late.

When will politicians like Hugo de Jonge free themselves from the dictates of the RIVM and OMT and show that they can make a good assessment of what our society needs? And when do they really anticipate on what is coming to us instead of slowly chasing after the facts with dramatic consequences, as has happened in healthcare?

And what these consequences will be for the economy and society will only become visible in the autumn.

Over aerosols, mondkapjes en RIVM

In mijn -stevige- kritiek op het RIVM, OMT en specifieke personen van die gremia, ben ik ervan overtuigd dat al die personen, steeds ter goeder trouw hebben gehandeld. Wel vind ik dat zij zich inmiddels bewust hadden moeten zijn dat ze regelmatig achter de feiten aanlopen en nogal de neiging hebben als er nieuwe belangrijke kennis is, toch hardnekkig te willen aantonen, dat hun oorspronkelijke standpunt nog steeds geldt. Met noodlottige gevolgen. 

Mijn kritiek is er vooral op gericht, dat beleidsmakers en politici deze grote tekortkomingen van het RIVM en OMT onderkennen, zodat ze niet vrijwel klakkeloos de adviezen van RIVM en OMT blijven volgen.

De kwalijke rol van het RIVM bij de rampsituatie in de zorg

Gisteravond startte Nieuwsuur een driedelige serie over het drama dat zich in zorginstellingen heeft afgespeeld en de kwalijke rol van het RIVM erbij.

Nieuwsuur is van alle Nederlandse massamedia de enige die echt met enige regelmaat kritisch de rol van de overheid, RIVM, OMT en GGD doorlicht. De aflevering van gisteren was daarvan het voorlopige hoogtepunt (of dieptepunt). We zagen hoe de richtlijnen van het RIVM een belangrijke rol hebben gespeeld bij de rampen die zich hebben afgespeeld in de maanden maart, april en mei in de zorginstellingen en in de thuiszorg.

Ik ga niet eens beginnen aan het formuleren van de fouten van die richtlijnen. Bekijk daarvoor zelf maar die uitzending. Maar het belangrijkste is eigenlijk dat de Duitse RIVM (RKI) en de arbeidsinspectie al in maart met de adviezen kwamen die we nu ook als adequaat zouden omschrijven. Maar de Nederlandse RIVM kwam met slechte adviezen, waardoor vele ouderen en hulpverleners onnodig ziek geworden zijn. En ik durf niet eens te schatten hoeveel extra doden dat heeft gekost.

In dat kader wil ik iets melden waarvan ik niet de vrijheid voelde om dat te doen terwijl de campagne tussen De Jonge en Omtzigt liep. Dat Pieter dat niet zelf in die tweestrijd wilde inbrengen was een keuze, die ik respecteerde.

Maar besef dat ik eind maart tot het besef kwam dat er grote risico’s waren in de zorginstellingen. Ik kwam tot die constatering vanuit de aspecten “aerosols”, “luchtvochtigheid”  en “ventilatie”, zoals ik die in mijn blogs beschreef.  En achter de schermen probeerde ik daar -tevergeefs-  aandacht voor te krijgen in politiek Den Haag.

Begin april kreeg ik via iemand die daar ook hard mee bezig was, contact met Pieter Omtzigt. Achter de schermen was hij heel hard aan het vechten om de situatie bij de zorginstellingen en voor de zorgmedewerkers te doen veranderen (in de richting die Nieuwsuur gisteren aangaf), als hij deed op andere dossiers. Hij had de noodkreten van velen uit de zorg gekregen en was daarop aan het acteren.

Ik sprak een wanhopige man, omdat hij, ook op dit dossier, geen weerklank vond bij degenen die aan de touwtjes trokken. (Dezelfde wanhoop die ik ook voelde, omdat ik noch gehoor kreeg bij de politiek, noch ruimte in de media, om dit onderwerp te agenderen).

Hij heeft ervoor gekozen om dat niet in de strijd om het leiderschap van het CDA te gebruiken ten opzichte van Hugo de Jonge.

Maar het is wel relevant om het te weten, omdat het laat zien dat de beslissers in Den Haag zich volledig overgeleverd hebben aan het RIVM en dat eigenlijk nog steeds lijken te doen. Zeker iemand als Hugo de Jonge. Met niet alleen noodlottige gevolgen in de zorg, maar ook op andere terreinen (zoals een instortende economie, een samenleving, die op veel punten nodeloos wordt gehinderd en volksgezondheid).

Ik ga er in dit blog niet uitgebreid op in. Ik deed het al in vorige postings. Ik noem kort wel de volgende punten:

  1. Het eerst niet willen onderkennen van het belang van aerosols, en nu stellen dat die wel een rol spelen, maar slechts in beperkte mate. (Een goed voorbeeld ervan is prof. Wallinga, die afgelopen maandag in het AD, nog letterlijk zei  “Ik ben geen expert als het aankomt op mondkapjes, maar weet wel dat wij die 1,5 meter afstand houden. Als je dat doet, is de meerwaarde van een mondkapje er niet”. Een tekst die identiek is aan die van prof. Van Dissel bij één van zijn laatste interviews tot nu toe.)
  2. Al in maart waren er bewegingen in het westen om te promoten dat iedereen mondbescherming ging dragen op plekken met veel mensen, zoals men in Oost-Azië standaard deed. In Tsjechië deed men dat al vanaf half maart. Maar de WHO bleef zeggen dat mondbescherming geen extra voordeel opleverde buiten de zorg. En keer op keer wanneer prof. Van Dissel hierover bevraagd werd, zoals in de sessies in de Tweede Kamer, zei hij dat het alleen maar schijnveiligheid opleverde.  Een mantra dat vervolgens tot vervelens toe door alle leden van het kabinet en burgemeesters werd herhaald.

In april/mei werd op meerdere plekken wel mondbescherming ingevoerd, maar pas begin juni ging de WHO overstag en sindsdien raadt die organisatie ook het dragen van mondbescherming in openbare ruimtes aan (dus in binnenruimtes waar vreemde mensen elkaar ontmoeten en het houden van afstand problematisch is).

Het grote belang van aerosols

Steeds duidelijker wordt de prominente rol van de aerosols bij de verspreiding van het virus. Ik behoor tot de -gelukkig steeds grotere- groep, die stelt dat aerosols de dominante wijze van verspreiden van het virus is. Prof. Jimenez uit Colorado heeft dit overzicht gemaakt. En in dit document heeft hij het uitgebreid uitgewerkt.

Maar ook daar zien we het patroon dat de WHO en het RIVM als een soort koppige ezels moeten worden meegetrokken om dit belangrijke element bij de verspreiding van het virus uiteindelijk te onderkennen en daar de juiste maatregelen bij te nemen.

Besef daarbij ook dat de grote slachting bij de zorginstellingen mede is veroorzaakt door de aerosols die ongehinderd in die zorginstellingen konden rondzweven. En ik heb daarover van medewerkers uit die instellingen schrijnende verhalen gehoord. Waarbij ze ook al vroeg signaleerden dat het interne HVAC-systeem niet adequaat werkte en derhalve bijdroeg tot de verspreiding van het virus door de hele zorginstelling.

Niet alleen zijn de maatregelen die genomen worden dus verre van adequaat om het virus wereldwijd te bestrijden, maar ook zijn ze veel te grofmazig. Daardoor wordt er veel vermijdbare schade aangericht aan economie, samenleving en volksgezondheid.

 

Proportionele maatregelen

Als het virus zich alleen binnen verspreidt, dan zijn alle beperkingen die je aan de mensen in de buitenlucht oplegt schadelijk. Want ook daar moet men zich -geheel onnodig- aan die 1,5 meter afstandsregel houden. Met een beleid op terrassen dat we in het verleden niet eens toepasten als je in het ziekenhuis iemand wilde bezoeken. Met beperkingen voor mensen die zich buiten met elkaar willen ontspannen of actief willen zijn. En het risico te lopen boetes te krijgen en een strafblad.

Maar ook geldt dat voor de gevaren die je wel en niet loopt als je ergens in binnenruimtes bent met andere mensen. Op sommige plekken en op sommige momenten heb je dan echt een groot risico besmet te worden. Maar op veel plekken op veel momenten heb je dat niet.

Als je dan alleen generieke maatregelen afkondigt (overal 1,5 meter houden en in het OV mondbescherming dragen) dan richt je ook daar grote onnodige schade aan.

Net zoals het natuurlijk heel schadelijk was dat we in gebieden waar het virus amper heerste, zoals in het noorden van het land, we dezelfde maatregelen namen als in het zuiden van het land, waar het virus echt had toegeslagen. Een aanpak, die burgemeester Bruls bij nieuwe uitbraken in het najaar blijkbaar het liefst weer wil toepassen.

Juist daarom heb ik een overzicht gemaakt waarmee je veel specifieker kunt bepalen wanneer je wat moet doen om niet besmet te raken en anderen niet te besmetten. Gelukkig is die al door heel veel mensen bekeken.

Cruciaal daarbij is dat je de aanpak ook proportioneel maakt. Ik heb me al begin april een voorstander geuit van mondbescherming. Waarmee mensen voorkomen dat ze anderen kunnen besmetten op plekken met veel vreemde mensen. En als -net zoals in Oost-Azië- in West-Europa en New York al in een vroeg stadium mondkapjes verplicht waren gesteld in die binnenruimtes, dan waren er veel minder slachtoffers gevallen en was de economie veel minder ontwricht geraakt.

Maar ook heb ik aangegeven, dat als er maar heel weinig mensen besmet zijn in een gebied, het onnodig is om die mondbescherming te dragen. Daarvoor had ik dit als hulpmiddel gemaakt.

Zolang we ons in de groene zones bevinden wegen de voordelen van de mondbescherming in die besloten ruimtes niet op tegen de nadelen. Maar buiten die groene zones is het mijns inziens wel zeer gewenst die te dragen op plekken waar er inderdaad risico is.

Dat risico kan echter in binnenruimtes weggenomen worden als daar goede ventilatie, de juiste luchtvochtigheid of een HVAC-systeem dat echt coronaproof is.  In die gevallen loopt men ook in die binnenruimtes geen risico en is mondbescherming daar onnodig. Ook dat heb ik hierin beschreven. Plus dat mensen in risicogroepen zelf kunnen bepalen of ze bepaalde risico’s wel of niet willen lopen.

Zo kunnen we de goede balans vinden in het bestrijden van het virus en het in stand houden van onze samenleving. En zijn we niet overgeleverd aan mensen van de WHO/RIVM/OMT die ten aanzien van de bestrijding van het virus achter de feiten aanlopen. Er zijn zelfs landen waar de mensen in de buitenlucht mondbescherming verplicht moeten dragen.

Ik vrees met grote vreze dat we in Nederland ook aan het voorsorteren zijn om nu al in besloten ruimtes verplicht met mondbescherming te gaan werken, zoals nu in België en in Frankrijk is gebeurd.  Terwijl er twee weken geleden bijna 10.000 testen per dag werden uitgevoerd en per dag gemiddeld 60 mensen besmet raakten, is het aantal testen de afgelopen week gemiddeld per dag bijna 11.000 geweest en is het gemiddelde per dag gestegen van 58 naar 68.  Een toename van 10 per dag, waarvan de helft kwam doordat er meer getest is.

Toch hoorde ik prof. Voss bij DIDD van Tijs van den Brink zich al zorgen maken over deze “stijging”.  En als we – wellicht doordat er ergens in Nederland een clustertje opduikt, wellicht weer in een vleesverwerkend bedrijf- een verdere toename krijgen van 10 of 20 per dag, dan hoor ik al onze usual suspects op tv waarschuwen dat dit het begin is van een tweede golf. En van de weeromstuit wordt aangekondigd dat we in alle openbare ruimtes verplicht mondbescherming moeten dragen.

Iets wat met zulke lage aantallen besmette personen een complete overkill is.

 

Ik erger me dagelijks aan het feit dat we ons niet voorbereiden op het echte grote gevaar in het najaar. Dat als we dan gesloten ruimtes hebben waar geen goede ventilatie is en het HVAC-systeem niet coronaproof is gemaakt, dat we dan daar wel forse uitbraken krijgen. Met veel ingrijpende maatregelen tot gevolg.  Dan zal het dragen van mondbescherming niet het enige zijn dat we zullen moeten gaan doen in die ruimtes, maar krijgen we ongetwijfeld nog steviger maatregelen, die zowel de bevolking als de economie weer terugwerpt.

Maar ja, zolang WHO/RIVM het grote belang van aerosols bij de verspreiding van het virus bagatelliseren, gebeurt er op dat punt vrijwel niets.  En kan Nieuwsuur zich al voorbereiden voor een nieuwe serie à la de huidige voor ergens in het najaar. Maar dat zal dan wederom te laat zijn.

Wanneer ontworstelen politici als Hugo de Jonge zich nu eens aan de dictaten van het RIVM en OMT en laten ze zien dat ze wel een goede afweging kunnen maken wat onze samenleving nodig heeft? En ze echt anticiperen op datgene wat er op ons af komt in plaats van langzaam achter de feiten aan te hobbelen, zoals dat ook in de zorg is gebeurd? Met dramatische gevolgen.

En wat de gevolgen zijn voor economie en samenleving zal pas in het najaar goed zichtbaar gaan worden.

Prevent contamination and live as normal as possible

Based on this information you can determine for yourself what you can or want to do, in relation to the risk of being infected with Covid-19. The aim is to be able to live as normal as possible. The basis is based on the latest findings with an important role for the aerosols and you will find here.

Table of contents:

(Click to go to that section)

1. My mortality rate

It is important to realize how small the risk is of dying from Covid-19. Once you become infected, your age, gender and health are important determinants of your chances of survival.

Men have a higher risk of dying in each age group than women. Most of those who die of Covid-19 had other health problems.

2. My risk to get infected

You can only be infected by someone who is contagious at the time. If there is hardly anyone in the area where you are who is contagious at that moment, the chance that you will be infected is very small.

At this moment (July 12th) there is hardly anyone in the Netherlands who can infect others. That may be different in other countries. It could also be different in the Netherlands in the coming months.  On the basis of this table you will get a feeling of that risk.

You can use two types of figures. These are figures that are published by the national organizations (RIVM/CDCs) and can be found on the internet. They can often also be found per province or region:

  1. The current percentage of infected people found during tests.
  2. The most recent number of infected people found in 1 day per 1 million inhabitants.

Both figures depend on the testing policy in the country/region. The more tests are carried out, the more infected people are found. Therefore A is a somewhat better indication than B.

 

Around 9 July the figures in the Netherlands were A: 0.45% and B: 2.5.

3. Points of attention per situation

On the basis of this overview per situation you can determine for yourself what you can and want to do to prevent contamination. The following is actually only important if the risk factor in the region/country is yellow, orange or red.

But you can make your own choices based on your own situation and feelings.  However, you must adhere to the measures taken by the authorities.

A. By touching surfaces

There is more and more evidence that the chance of getting infected by touching a surface is very small.

 

B. Outside

  • Chance of being infected is very small.
  • Only be cautious if you are talking face to face to someone within 1 meter of each other (this is very different from consistently keeping a 1.5 meter distance, as RIVM and the government demand).

 

C. In confined spaces with (many) people you don’t see on a daily basis

  • There should be a lot of fresh air (ventilation) and/or an air humidity level of more than 45% at 20 degrees Celsius.
  • An HVAC system that lets in a lot of fresh air.  If not, the system must remove virus particles via filters and/or control devices (Corona proof). This also applies to air conditioners in summer (when the risk level is not green).
  • If this is not possible, you may only stay in the room for a short time or those present must wear face masks. This also includes public transport.
  • In these areas it is unwise to talk to someone face to face at less than 1 meter distance. (This is very different from always keeping 1.5 meters distance from each other).
  • If a room has an HVAC system that is Corona proof (according to Deltaplan Ventilation) then you run very little risk and if the risk colors are yellow or higher then it is better not to talk to each other face to face in this room at a distance of 1 meter.

In places where there is a lot of shouting, singing, speaking loudly or strenuous effort, the above measures should be carried out to a greater extent because the risks are greater.

 

D. At home with roommates you’re pretty sure aren’t contagious

  • No measures are necessary

 

E. At home with a (possibly) infectious visitor

  • Provide fresh air, ventilation and/or bring the humidity at 20 degrees to at least 45%.
  • Keep a distance of at least 1 meter.
  • Do not talk to each other face to face at a short distance
  • If you want to be together for a longer period of time and you don’t feel safe, let the visitor(s) wear mouth protection.

 

F. At home and one of the housemates is (possibly) contagious

  • Wear face masks in each other’s proximity. If that is too heavy for the patient, make sure the others do.
  • If you cannot wear a mouth mask, make sure that you keep a minimum distance of 1 meter, do not talk face to face with each other and only stay in the same room for a short time.
  • Provide ventilation in the rooms where the patient is present/wash for a while.
  • Provide air humidity of at least 45% at a temperature of 20 degrees in the rooms where the patient is and others can/must be.
  • Do not stay too long in the same room with the potential patient.

 

G. Visiting others

  • Do what you want others to do in your home and respect the wishes of the residents.

 Stay healthy and live your life