Het houden aan de voorschriften en de angst voor het virus

Ten opzichte van half juli zien we bij de bevolking dat men zich wat beter houdt aan de voorschriften die er zijn ten aanzien van het verhinderen van de verspreiding van het coronavirus. Dat is in deze grafiek te zien.

Dit hangt voor een belangrijk deel samen met de lichte toename van de angst om besmet te raken. Half juli gaf 10% aan de kans om besmet te worden boven de 50% in te schatten en nu geeft 14% aan de kans boven de 50% in te schatten.

Het onderstaande overzicht laat zien hoe de scores zijn ten aanzien van vier belangrijke indices. 60% geeft aan (vrij) veel interesse te hebben in de informatie over de coronacrisis. 64% geeft aan zich goed tot zeer goed te houden aan de voorschriften. 42% maakt zich (vrij) grote zorgen dat hij ernstig ziek wordt door het coronavirus en dat is 43% voor wat betreft de familie.

De relatie tussen de eigen angst om ernstig ziek te worden en het houden aan de voorschriften is uit de volgende grafiek op te maken. Als men zich grote zorgen maakt, dan houdt 94% zich goed tot zeer goed aan de voorschriften. Bij mensen die zich weinig zorgen maken is dat 40%.

Deze twee belangrijke indices zijn ook afgezet naar een aantal kenmerken. Daarvoor is een gemiddelde score berekend. De hoogste waarde is 5 waard en de laagste waarde 1. De gemiddelde score van het zich zorgen maken is 2,7 en het zich houden aan de voorschriften 3,7.

Dit zijn de scores gerelateerd aan het huidige stemgedrag. Kiezers van de regeringspartijen, PvdA, GroenLinks en 50Plus scoren gemiddeld een 4 of hoger ten aanzien van het houden aan de voorschriften. Kiezers van PVV en FVD scoren dicht bij de 3. De scores ten aanzien van het zorgen maken om ernstig ziek te worden door het virus vertonen een wat andere relatie naar het huidige stemgedrag. De hoogste score is 3,6 (50Plus) en de laagste 2,1 (FVD).

 

Dit is ook afgezet tegen een serie demografische en andere kenmerken. Vrouwen maken zich meer zorgen om ernstig ziek te worden door het virus dan mannen. Ze houden zich gemiddeld wel even goed aan de voorschriften.

Ten aanzien van de leeftijd zien we duidelijke verschillen naar leeftijd voor wat betreft het zorgen maken. Dat loopt gemiddeld van 3,4 tot 2,1. Voor wat betreft het houden aan voorschriten zien we bij de leeftijdsverdeling minder grote verschillen. Alleen de groep boven de 65 jaar houdt zich er duidelijk meer aan dan de rest.

Er is ook een relatie naar opleiding en naar zorgen over de eigen financiële situatie.

Personen met een lagere opleiding en personen die zich zorgen maken om de eigen financiële toekomst maken zich ook meer zorgen over het ernstig ziek worden door het coronavirus. Personen met een lagere opleiding houden zich gemiddeld wat minder aan de voorschriften daarentegen dan de personen met een hogere opleiding. Ten aanzien van wel of geen zorgen over de financiële toekomst zien we geen verschillen ten aanzien van het houden aan de voorschriften.

Zo had de persconferentie ook kunnen zijn

Ik heb de laatste maanden veel kritiek geuit op de aanpak van onze regering. Ook de laatste twee persconferenties zijn mij rauw op de maag gevallen. Er wordt geen gebruikgemaakt van de nieuwste kennis over het virus.

Het effect van alle maatregelen op onze maatschappij in termen van economie en werkgelegenheid, maar ook juist op de niet coronagerelateerde gezondheidszorg wordt nauwelijks ter sprake gebracht en kennelijk ook nauwelijks in de besluitvorming betrokken. En er zijn andere en betere manieren om de mensen anno 2020 (en zeker ook de jongeren) mee te krijgen in een gewenste aanpak.

In plaats van aan te geven wat mijn kritiek is op de inhoud van de persconferentie probeer ik op een constructieve wijze bij te dragen aan de maatschappelijke discussie. Dat doe ik door mijn visie te geven op hoe de laatste persconferentie van ons kabinet ook had kunnen verlopen. Onderbouwingen voor de inhoud van deze fictieve persconferentie kunt u terugvinden in mijn eerdere blogs, met name deze drie (1), (2), (3).

Tekst van Fictieve Persconferentie Kabinet Rutte

(Klik hier als u het als video wilt zien)

“Dames en heren. Nadat we, net zoals de meeste andere West-Europese landen, er begin juli in geslaagd waren het coronavirus onder controle te krijgen, zien we nu weer een opleving. Gelukkig is deze nog maar zeer beperkt, zeker als we kijken naar de ontwikkelingen in termen van ziekenhuisopnames, IC-belasting en sterfgevallen.

Desondanks kunnen we er niet gerust op zijn dat we het virus definitief een halt hebben weten toe te roepen.

Op basis van alle ontwikkelingen in ons land sinds maart van dit jaar beseffen we maar al te goed als regering, dat het onze gezamenlijke opgave is om een evenwicht te vinden tussen het minimaliseren van de gezondheidsschade die corona veroorzaakt, en het beperken van de ontwrichtende schade die maatregelen daartoe aanrichten aan onze maatschappij op allerlei andere terreinen, zowel wat betreft fysieke en psychische gezondheid, als ten aanzien van de economie en werkgelegenheid. Er is een evident risico dat het middel erger is dan de kwaal die we bestrijden.

Daarbij moeten we onderkennen en accepteren dat er ziektes zijn waar mensen aan dood gaan. Alleen aan longkanker zijn dat er in Nederland al ongeveer 10.000 mensen per jaar. En in 2018 zijn bijvoorbeeld ook ruim 10.000 mensen aan de griep overleden.

Er is een nieuwe ziekte op ons pad gekomen. Dat is niet fijn, maar we weten gelukkig dat het aantal mensen dat na besmetting aan deze ziekte overlijdt bij lange na niet die 3% is die de World Health Organisation (WHO) nog in februari aangaf.

Het lijkt ook ruim onder de 0,5% te liggen en betreft dan vooral ouderen, doorgaans met onderliggend lijden, zoals het ook met de griep het geval is. En ja, omdat het ziekteverloop ervoor zorgde dat patiënten gemiddeld 3 weken op een Intensive Care afdeling (IC) lagen in plaats van de gebruikelijke week, liepen onze IC’s vol. Bovendien was het tempo waarin het virus zich verspreidde in maart ongekend hoog.

We zien nu steeds duidelijker dat de gevolgschade van alle door ons genomen maatregelen tegen corona op de overige aspecten van onze maatschappij uitzonderlijk groot wordt en dat een nieuwe afweging noodzakelijk is.

Half maart konden we met wat we toen wisten waarschijnlijk niet anders doen dan wat we toen gedaan hebben.

Nu we inmiddels veel meer weten over het COVID-19 virus kunnen we nu wel een veel gerichtere aanpak volgen dan we tot dusverre hebben kunnen doen. En als iedereen zich daaraan houdt, hebben we er vertrouwen in dat dit voor zowel de individuele Nederlanders als voor Nederland in het algemeen de beste uitkomst biedt.

Daar hebben we iedereen bij nodig. En dat wil ik bereiken door volstrekt duidelijk te zijn waarom we bepaalde maatregelen nemen en u daarbij helpen om de voor u zelf zo goed mogelijke keuzes te maken.

 

Wat wij inmiddels wel weten

Daarom wil ik graag eerst met u delen wat wij inmiddels weten over het virus en hoe we dat gaan gebruiken bij onze nieuwe aanpak:

  • De kans dat iemand in de buitenlucht besmet wordt is gelukkig vrijwel nihil. Eerdere argumenten en illustraties van het besmettingsrisico in de buitenlucht, zoals de inmiddels beruchte wedstrijd tussen Atalanta Bergamo en Valencia of het incident met 14 jongeren op een terras in Dokkum, blijken bij nadere toetsing vrijwel zeker niet in de buitenlucht plaatsgevonden te hebben. Dus buiten is een veilige plek en daar moeten we van profiteren.
  • De kans dat iemand besmet wordt door overdracht via voorwerpen is eveneens vrijwel nihil. Dat bleek eigenlijk al in april, maar dat is de laatste tijd steeds duidelijker geworden. En ook dat is fijn om te weten. Persoonlijke hygiëne was en is altijd belangrijk, maar handen stuk wassen is om vele redenen niet goed.
  • Een afstand van 1 meter is net zo goed als 1,5 meter. In landen waar men een afstand van 1 meter aanhoudt, zoals in Italië, in plaats van de 1,5 meter zijn de effecten hetzelfde als in Nederland. Ondanks een bijna 4 keer zo grote bevolking hebben ze per dag ongeveer hetzelfde aantal besmettingen en doden als wij hier. Dus 1,5 meter is niet echt nodig. Door terug te gaan naar het houden van een afstand van 1 meter geven we elkaar meer ruimte op weg naar normaal.
  • In besloten openbare ruimtes met slechte ventilatie is het risico op besmetting het grootst. Dat aerosolen belangrijk zijn bij besmettingen heeft bondskanselier Merkel bij haar rede van 18 augustus ook opgemerkt. Dat merken we ook als we de voorbeelden van massale uitbraken nader onderzoeken. Die blijken vrijwel allemaal plaatsgevonden te hebben in besloten binnenruimtes, zoals bij bruiloften, familiefeestjes, begrafenissen en in kroegen.

Bij onze nieuwe voorstellen willen we nadrukkelijk rekening houden met het risico dat men loopt als gevolg van de combinatie van kwetsbaarheid van de persoon zelf en mogelijke besmettingen. De behoefte aan meer specifieke en meer doelgerichte maatregelen wordt immers steeds groter. Daarbij zullen we ook rekening kunnen houden met de grote verschillen aan risico’s op gezondheidsschade tussen ouderen en jongeren.

We willen meer plekken creëren waar mensen terug kunnen naar het oude normaal. En natuurlijk vooral ook jongeren tussen 15 en 30 jaar, die op dit moment wel heel erg worden beperkt in hun bij hun leeftijd horende behoefte aan interactie.

Dat kan alleen goed gaan, als we ons op de plaatsen en in de situaties waar wel serieuze risico’s zijn, goed aan de afspraken houden. En als we ook allemaal goed begrijpen waarom we dat doen.

 

Onze voorstellen

Daarom heeft het kabinet besloten vanaf morgen de volgende maatregelen in te stellen:

  • In de buitenlucht worden geen formele beperkingen meer opgelegd. Wel ontraden we u te lang met gezichten naar elkaar op afstand van minder dan 1 meter met elkaar te praten. En het is natuurlijk nooit slecht om drukke plekken te vermijden. Dat betekent dat we ook meer ruimte zullen bieden voor het bezoek aan stadions en het organiseren van evenementen in de buitenlucht. Wel zullen we die in het begin intensief monitoren.
  • Waar binnen nog wel beperkende maatregelen gelden, wordt de aanbevolen afstand verminderd van 1,5 tot 1 meter.
  • We richten ons binnenshuis en vooral in publieke ruimtes op goede ventilatie. We gaan ons met volle kracht inzetten op goed functionerende ventilatiesystemen zodat we, ook als het buiten weer kouder wordt, zo min mogelijk onveilige ruimtes hebben. Daarbij zullen we ook met spoed uit het aanbod aan ventilatiesystemen (filters en purifiers) die producten certificeren waarvan is gebleken dat zij het virus effectief verwijderen.
  • We zullen systematisch alle publieke binnenruimtes beoordelen op de kwaliteit van hun ventilatie. We zorgen ervoor dat zo snel mogelijk per publieke binnenruimte wordt vastgesteld of het ventilatiesysteem voldoet aan basale voorwaarden om het coronarisico te beperken. Wanneer dat niet het geval is, zullen er bepaalde beperkingen voor die ruimtes gelden. Iedere bezoeker zal dan op basis van een certificaat kunnen zien of die ruimte al dan niet coronaproof is. Dat wordt zowel bij de ingang aangegeven, als via een app.
  • We zullen een gericht beleid invoeren voor structureel kwetsbare burgers, zoals bijvoorbeeld in zorginstellingen en zelfstandig wonende ouderen. Het gaat erom dat deze burgers zich veilig kunnen blijven voelen, terwijl andere groepen niet onnodig beperkt worden.
  • We geven speciale aandacht aan het onderwijs. Daardoor is de kans het grootst dat dit voor iedereen zo belangrijke onderdeel van onze samenleving ongehinderd door kan gaan met zo min mogelijk risico’s voor alle betrokkenen.
  • We voeren drie kleurencodes in voor elke veiligheidsregio. Deze kleurencodes bieden een algemene indicatie voor het besmettingsrisico in de regio. Bij elk van de codes hoort een set van maatregelen. De kleuren zijn Groen, Oranje en Rood. Iedere dag wordt voor elke regio die kleur bepaald. Die kleurencodes zijn bepalend voor het gedrag in publieke binnenruimtes en adviserend voor kwetsbare mensen en mensen die bang zijn om besmet te worden. Als ruimtes niet coronaproof zijn en er is onvoldoende ventilatie, dan kunnen die alleen gebruikt worden onder stringente voorwaarden, zoals beperking van het aantal mensen, beperking van wat men daar mag doen, en verplicht gebruik van mondkapjes als men niet aan die beperkingen kan voldoen. Maar die beperkingen hangen samen met de kleur in die regio’s. Als de kleur oranje of rood is, dan zijn er ook beperkingen voor ruimtes die wel coronaproof zijn. (Ik verwijs naar het schema hieronder).
  • Als de kleurcode in een regio rood is, dan raden we mensen aan zoveel mogelijk vanuit huis te werken.
  • We gaan het testen op een aantal manieren verbeteren en verrijken. We gaan veel meer data verzamelen van degenen die zich laten testen, zodat wij en ieder ander het verloop van de verspreiding van het virus beter kunnen volgen en voorspellen. We gaan ook beter bepalen wat nu exact betekent als de uitslag positief is. Dat doen we door steekproefsgewijs mensen na een positieve uitslag nog een keer te testen. Deels via dezelfde testmethode, deels via het afnemen van bloed. Het hele proces van testaanvraag tot uitslag zal binnen 24 uur geregeld worden.
  • De dataverzameling en datapresentatie over de ontwikkelingen rondom het virus komt in handen van een externe groep deskundigen. Daarmee zullen alle Nederlanders een beter inzicht krijgen in wat de werkelijke risico’s zijn.
  • Bij de aanpak van de scholen zijn de aanpak en kwaliteit van de ventilatiesystemen in de school en de individuele lokalen cruciaal. Ieder lokaal/leraar krijgt een CO2 meter, waardoor het niveau van de luchtverversing continu gevolgd kan worden. In het protocol van de school staat vermeld wat er gebeurt als dat niveau van CO2 te hoog is geworden. Ook in relatie tot de kleurencode in de regio. Voor de verdere aanpak van de scholen verwijs ik naar het aparte advies in het Deltaplan Ventilatie; afdeling scholen.

Ten slotte

Dames en Heren, niet alleen Nederland maar de hele wereld staat voor grote uitdagingen. Wat zich het afgelopen half jaar heeft voltrokken heeft grote gevolgen voor alle facetten van onze samenleving. De toekomst wordt anders dan we ons het een half jaar geleden nog hadden voorgesteld.

We moeten alle zeilen bijzetten om dat ook een hoopgevende toekomst te laten zijn voor alle Nederlanders. De bestrijding van het coronavirus is slechts een onderdeel van die grote uitdagingen.

De gevaren zullen niet verdwijnen, maar zullen een onderdeel vormen van gevaren die we als mensen al veel langer kennen. En waarmee we geleerd hebben om op een goede manier om te gaan.

Ik ben ervan overtuigd dat we met de aanpak die ik u net heb geschetst een goed evenwicht hebben gevonden in het onder controle houden van de gevolgen van het virus, en het minimaliseren van de gevolgschade aan onze samenleving.

Door deze richtlijnen te respecteren, elkaar erop aan te spreken daar waar men dat niet doet, maar zeker ook degenen die het meest last hebben van die richtlijnen zo veel mogelijk te helpen, zullen we er samen goed uitkomen. Juist in een tijd van crisis is het goed als we dichter bij elkaar komen in plaats van dat we verder uit elkaar drijven.

Wij zullen goed luisteren naar uw ervaringen en adviezen en transparant zijn over de ontwikkelingen en onze eigen afwegingen.

Ik ben er trots op premier te zijn van dit land en van de ruim 17 miljoen Nederlanders. En als we dit echt samen doen, dan wordt op den duur het nieuwe normaal beter dan het oude.

 

P.S. En ik zou het op prijs stellen als u Maurice de Hond een klein beetje financieel helpt om zijn goede werk verder uit te breiden.

 

Opinie over opening van scholen

Via Peil.nl zijn een aantal vragen gesteld over de aanstaande opening van de scholen. De vragen zijn afgezet tegen het gegeven of men één of meer leerlingen op een PO-school heeft, één of meer leerlingen op een VO-school of geen schoolgaande kinderen.

Er is een duidelijk verschil in oordeel tussen ouders met kinderen op de basisschool en in het voortgezet onderwijs. Die laatsten zijn minder positief.

Men mocht meerdere manieren aangeven wat op VO-scholen zou moeten gebeuren om besmettingen te voorkomen. Maximaal aantal leerlingen per lokaal wordt dan het meest aangegeven. En lokalen niet of kort gebruiken als er geen goede ventilatie is.

 

Het echte risico voor het onderwijs is dat als er onverhoopt toch uitbraken op scholen komen, dat dan rond de 20% van de ouders hun kinderen thuis gaan houden en nog eens 30% erover denkt.

 

 

 

 

 

Zo kan het wel goed gaan op scholen

Laat ik vooropstellen, ik hoop intens dat de scholen in Nederland vanaf nu open kunnen en open kunnen blijven. Juist daarom heb ik 7 weken geleden opgeroepen dat er als de wiedeweerga in Nederland een Deltaplan Ventilatie ingevoerd zou moeten worden. Je zou denken dat ik nu wel blij ben dat het onderwerp wel ineens hoog op de agenda gekomen is, maar wat er nu gebeurt maakt de kans alleen maar groter dat het in de komende tijd mis gaat in het onderwijs. Niet alleen door een niet gering aantal besmettingen van leerlingen en leraren, maar ook leraren die er de brui aan geven en ouders die de kinderen thuis gaan houden. Je hebt echt weinig fantasie nodig om te bedenken wat er op ons af zal komen als er nu niet goed wordt opgetreden.

Ventilatie, ventilatie, ventilatie

Al vanaf begin april vraag ik aandacht voor ventilatie als een belangrijke manier om de kans op besmettingen in openbare binnenruimtes aanzienlijk te verkleinen. Ik deed dat op basis van bestudering van het verspreidingspatroon van COVID-19 bij met name de grote uitbraken, de ervaringen met influenza en een aantal wetenschappers die daar ook toen al aandacht om vroegen. Besef dat die groep wetenschappers in april al een gesprek had met topmensen bij de WHO. Maar ook daarna bleven de WHO en RIVM de rol van aerosolen negeren en hoewel er nu schoorvoetend wordt gesteld dat er een rol kan zijn, wordt die nog steeds sterk onderschat. Met alle gevolgen van dien.

Ik hoef al mijn punten die ik sinds maart opschrijf, niet te herhalen, maar als je alleen denkt dat je het besmetten kunt voorkomen door 1,5 meter afstand te houden dan heb je, zoals mijn moeder altijd zei “poep in je ogen”. Dan zeg je als Van Dissel bij de hearing in de Tweede Kamer van afgelopen dinsdag, dat het dankzij 1,5 meter afstand is dat het aantal besmettingen sinds eind maart zo naar beneden is gegaan en dat de toename nu komt, omdat dit nu weer minder het geval is. Terwijl hij zich niet realiseert dat die daling met name gebeurd kan zijn, doordat bijeenkomsten met meerdere mensen in maart verboden zijn en dat nu de meeste besmettingen voorkomen op plekken waar mensen in besloten ruimtes bij elkaar zijn. (Besef dat het uitbraakje op de camping op Terschelling plaatsvond in een afgesloten semi-permanent huisje met 4 stapelbedden).

Die mate van ontkenning van Van Dissel wordt ook gesymboliseerd door de GGD in Rotterdam, die in een persbericht probeerde de informatie te ontkrachten dat in een verzorgingshuis in Maassluis 17 bewoners en 18 verzorgers via het ventilatiesysteem waren besmet. Het is een wanhopige poging om nog steeds de rol van aerosolen te bagatelliseren.

 

 

Vorige week werd ventilatie in Nederland, eindelijk, een onderwerp. Niet alleen door de gebeurtenissen in de zorginstelling in Maassluis waar ventilatie onomstotelijk een cruciale rol speelde bij het besmetten van bewoners en personeel, maar ook door een uitgebreid artikel in het AD over de slechte stand van zaken ten aanzien van de luchtkwaliteit in scholen. Een artikel waarvoor ik op de achtergrond een initiërende rol heb gespeeld, nadat ik het concept van dit blog een week eerder aan de journaliste had voorgelegd. Diezelfde dag werd de VO-raad wakker en vroeg aan de regering om het OMT om een advies te vragen inzake de ventilatieproblematiek op scholen.

Maar als je dinsdag Van Dissel hoorde reageren op een vraag over ventilatie en je hebt wel kennis van zaken (wat zeker het geval is bij de specialisten op dat terrein waarmee ik contact heb), dan besef je waar de kern van het probleem ligt rondom dit onderwerp.

Ik noteer letterlijk wat Van Dissel zei als antwoord op een vraag van Lodewijk Asscher (zie de video vanaf 1:08:55):

“in ieder geval zou het wetenschappelijk advies zijn, want dat hebben we eerder geconcludeerd, zorg dat je voldoet aan het Bouwbesluit. Dat lijkt mij een helder advies”.

en

“Wij denken dat een aantal dingen van belang zijn bij scholen:

    1. Als kinderen ziek zijn of milde klachten hebben, blijven ze thuis. Dat is natuurlijk heel erg belangrijk.
    2. Ten tweede wat we afgesproken hebben met betrekking tot de afstand tot de leraar. Dat is om wederzijds te beschermen.
    3. Ten derde dat we nauwgezet controles op scholen doen.

En daarnaast vinden we dingen als ventilatie, en dat hebben we ook steeds beleden, vinden we belangrijk.”

“Wij zeggen dat het advies is, dat het op orde is”

 

Besef dat hier een man spreekt, die eigenlijk ontkent dat besmettingen door de lucht van enig belang zijn. Iets wat hij ook nog uitgebreid toonde in dezelfde uitleg aan de Tweede Kamer. Dat beschrijf ik ook hier.

Wat Van Dissel miskent

Maar als je wel onderkent dat de kans op besmettingen vrij groot is in slecht geventileerde ruimtes met veel mensen, waarvan er minimaal één besmettelijk is, dan besef je dat deze woorden van Van Dissel een aankondiging zijn van een ramp, die staat te gebeuren met ons onderwijs.  Ik heb het hier al uitgebreid beschreven, maar hieronder een vorm van samenvatting in het licht van wat Van Dissel zei.

  • Een uitbraak in Goes op 4 juli tijdens een klassenavond van leerlingen rond de 18 jaar waarbij 24 van de 30 werden besmet. Vervolgens werden nog 21 ouderen door hen besmet, waaronder veel ouders. Dit stond ook letterlijk in een vertrouwelijk stuk van het RIVM van 23 juli, zie hieronder

Leerlingen van VO-leeftijd kunnen dus wel besmet worden en kunnen hun ouders ook besmetten.

  • Een studie in Georgia bij een grote uitbraak bij een jeugdkamp waar de jongeren ook ’s nachts bleven slapen is ongeveer de helft van alle jongeren besmet. Het betreft honderden jongeren. Opmerkelijk is dat ook onder de jongeren tussen 6 en 10 jaar de helft besmet was geraakt.
  • Dit is een studie die op 12 augustus werd gepubliceerd over dit onderwerp. Dit is de samenvatting:
  • De referentie van Van Dissel naar het Bouwbesluit is een enorm zwaktebod. In 2012 is er een nieuw Bouwbesluit gekomen, waar de eisen voor de ventilatie aanzienlijk zijn verhoogd. Het overgrote deel van de scholen is echter gebouwd voor 2012 en die moesten voldoen aan veel lagere eisen. Na 2012 zijn die eisen voor die gebouwen niet verhoogd. Daarbij hoor ik ook van vele kanten dat de onderhoudsstatus van de HVAC-systemen in schoolgebouwen nogal slecht is. Plus dat ten aanzien van COVID-19 de eisen nog wel zouden moeten worden opgeschroefd.

Hoe slecht het met de frisse lucht en de ventilatie was gesteld blijkt uit dit artikel in het Onderwijsblad in 2013.  De conclusie was: in basisscholen in het hele land is het slecht gesteld met de ventilatie”.

En in verschillende media kon je de afgelopen dagen teruglezen dat het nu echt niet anders is.

 

Hoe inconsequent het allemaal is zien we ook ten aanzien van het houden van 1,5 meter afstand. Terwijl Van Dissel (in mijn ogen onterecht) steeds hamert op het houden van de 1,5 meter afstand, zou dat voor leerlingen onder de 18 jaar ineens niet relevant zijn.

Maar je kunt al voorspellen wat er gebeurt: als er uitbraken zijn op de scholen, dan kan Van Dissel zeggen “ja, maar ze hebben zich niet gehouden aan het Bouwbesluit” en/of “ja, dat kwam omdat de 1,5 meter niet gehouden kon worden”.

In de discussie die Dit is de Dag had georganiseerd op 11 augustus vond ik het een verademing om met de Belgische Van Dissel, Marc van Ranst in gesprek te gaan. Hij vindt ventilatie wel een belangrijk onderwerp en beschrijft dat dit in België als voortschrijdend inzicht wordt gezien. Een begrip dat ik Van Dissel tot nu toe sinds februari nooit heb horen bezigen.

De brief van minister Slob van woensdag helpt ook niet veel, want dit is de sleutelzin ten aanzien van ventilatie: Bij het verstrekken van deze informatie ga ik steeds af op de onderbouwde adviezen van het RIVM”.

En op die manier weet je het al zeker: op een paar scholen in de komende tijd ontstaan uitbraken waar een groep leerlingen besmet raakt. (Ik denk dat het eerder VO-scholen dan PO-scholen zullen zijn. En het zou mij niet verbazen als dat in Amsterdam of Rotterdam het geval zal zijn).

De angstcultuur die in Nederland continu wordt gevoed door het optreden van onze virologen/epidemiologen, bestuurders als Rutte, De Jonge, Grapperhaus, Bruls en de uitvergrotingen door veel media, zal als gevolg krijgen dat nogal wat leraren er de brui aan zullen geven en nogal wat ouders hun kinderen niet meer naar school laten gaan. En dat wordt een domino-effect dat eigenlijk niemand zou moeten willen. Maar toch zal het gebeuren, omdat er niet tijdig is ingespeeld op deze risico’s.

En ik ben niet gerust op de adviesaanvragen aan het OMT. De meningen lopen daar nog steeds zeer uiteen. Men denkt daar vooral dat de 1,5 meter afstand belangrijk is. Dus je kunt wel indenken wat hun adviezen zullen gaan worden. Wel afstand houden en in zoveel mogelijk situaties mondkapjes gaan dragen. En ja, ook op de ventilatie letten: hou je aan het Bouwbesluit!

Maar dat is dus weer van dezelfde categorie als de adviezen vanaf maart jl. Veel te grofmazig, hindert de normale operaties onnodig, en miskent een belangrijke gevaarcomponent.

Zo kan het beter

Terwijl het -in ieder geval tot begin/half oktober met vrij goed weer- op deze manier wel kan:

  1. Onderscheidt twee type regio’s: ‘groen’ met vrijwel geen besmettingen in de omgeving en ‘rood’ met een besmettingsniveau boven een bepaalde grens.
  2. Zet in alle lokalen (zowel in het PO als het VO-onderwijs) waar het kan, ramen en deuren open, zodat er veel uitwisseling van lucht is.
  3. Rust alle leraren/lokalen met CO2-meters uit. Daarmee kan vastgesteld worden of het doel om frisse lucht naar binnen te halen gerealiseerd wordt. De CO2 meter houdt dat bij. Als het niveau boven een bepaalde waarde komt, dan weet je zeker dat het niet gelukt is, en dan moet je onmiddellijk maategelen nemen. In groene gebieden is dat risiconiveau bijvoorbeeld 1250 ppm CO2 en in rode gebieden 950 ppm CO2. De normale score is rond de 450. Als men ventileert en dat niveau wordt toch overschreden, dan moeten de activiteiten in dat lokaal beëindigd worden en alle personen moeten het lokaal verlaten. Per school, afhankelijk van de mogelijkheden in dat gebouw, moet dan vastgesteld zijn wat men dan wel of niet kan. (Staan er andere lokalen leeg? Is er een plek buiten waar de les doorgezet kan worden? etc.). Elke school moet daarover een eigen protocol hebben.(Ik ben trouwens bang dat ten aanzien van de CO2-metertjes hetzelfde gaat gebeuren als met mondkapjes in februari en maart: er ontstaat een wereldwijd tekort.)
  1. Zorg dat de komende 6 weken het hele ventilatiegebeuren in de school wordt doorgelicht, zoals ik trouwens adviseerde voor alle gebouwen in Nederland waar in het openbaar mensen bij elkaar komen, en de stand van zaken wordt vastgesteld en wat er moet gebeuren om de school/ de lokalen echt coronaproof te maken. Tot dat dit niet is gebeurd moet de aanpak met de CO2-metertjes worden voortgezet.
  2. De resultaten moeten transparant zijn voor alle betrokkenen (leraren, leerlingen en ouders) en op basis daarvan wordt er een plan de campagne opgesteld per school.

Wel zal deze periode gebruikt moeten worden om te zien wat we nog meer moeten doen om het virus niet te kunnen laten toeslaan. Want dit stond ook in het artikel van de NOS van gisteravond.

Deze aanpak levert minder risico op besmettingen en een grotere kans dat het komend schooljaar zich zonder grote problemen kan voltrekken. Maar ja, met zoveel mensen in belangrijke posities bij RIVM en het OMT die tot de groep “aersolen-ontkenners” behoren en een kabinet dat zich met huid en haar aan het RIVM heeft overgeleverd, kun je deze chaos, die dus volledig te vermijden was, wel verwachten.

En, het klinkt arrogant, het is eigenlijk wel heel typerend dat, terwijl ik al in april ventilatie en aerosolen publiekelijk op de agenda heb gezet, de Nederlandse media het niet nodig vinden om mij nu bij deze discussies te betrekken. Maar in zoverre vind ik die oude media weinig verschillen van bijvoorbeeld LinkedIn, dat mij gisteravond van hun platform verwijderd heeft. Welkom bij COVID-1984.

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier .

De mail van 2 april, die ik -helaas- nog een keer moet versturen

Mijn Eureka-moment

Eind maart was ik ruim een maand met analyses en lezen van onderzoeken bezig.  Ik ben toen begonnen met er blogs over te schrijven op deze site. Als u naar mijn inhoudsopgave gaat kunt u ze makkelijk terugvinden.

Mijn manier van werken was enerzijds het uitvoeren van data-analyses over de verspreiding van het virus (met daarbij de opvallende ontwikkelingen toen van regio’s in landen waar het wel en niet uitgebroken was). Anderzijds probeerde ik via het lezen van artikelen en studies, zowel over COVID-19 (ja, toen waren ze er al), influenza en SARS (uit 2003) verklaringen te vinden voor die opmerkelijke patronen.

Nogmaals: als u de eerste 6 artikelen van maart terugleest, dan ziet u wat ik tot dat moment gevonden had.

Het grote Eureka-moment kwam rond 1 april. Het kwam allereerst door de beschrijving van de uitbraak van het koor, dat zo goed was beschreven in de L.A. Times van 29 maart. Er waren wat reacties van wetenschappers in de VS op Twitter (niet de virologen, maar een aantal van degenen die onlangs de brief aan de WHO hebben gestuurd). Die gaven aan dat zoiets als bij het koor in Seattle kwam door aerosolen. Ik las vervolgens al hun artikelen en studies. Daarbij bleek dat ook bij SARS en Influenza vaak op de belangrijke invloed werd gewezen van aerosolen. Dus waarom dan niet bij COVID-19 werd er gesteld.

De doorslag gaf de video die ik zag van een Japanse professor. Hij is voorzitter van de Japanse federatie voor infectieziektes. En dat was een video waarin hij proefondervindelijk liet zien hoe lang aerosolen blijven hangen en hoe belangrijk ventilatie daarbij is om dat te voorkomen.

Die video kun je hier zien.

Dat gaf voor mij de doorslag en ik schreef mijn blog, die ik op 2 april plaatste met de titel “Eureka! Dit zijn de verspreidingsversnellers: de microdruppels”

In het licht van wat er sindsdien met het onderwerp aerosolen en het RIVM is gebeurd (namelijk vrijwel niets) is dit wel het meest opmerkelijke: ik ontving de link naar deze overtuigende video van die Japanse professor over aersolen van iemand, die werkt voor het RIVM. 

Ja, lees die zin nog maar een keer terug. Van iemand, die werkt voor het RIVM. Je denkt misschien dat het vooral een wetenschappelijk instituut is, maar ik kan je verzekeren dat de besluitvorming daar niet bepaald wordt door de wetenschap, maar door macht. Het is een compleet verpolitiseerde ambtelijke instelling, waar ook nogal wat wetenschappers tussenlopen die daarover gefrustreerd zijn (maar het helaas alleen achter de schermen vertellen).

Verstuurde een e-mail op 2 april

Omdat ik me bij het schrijven van dat blog realiseerde hoeveel deze bevindingen zouden kunnen betekenen voor de aanpak in Nederland van COVID-19, en dan ook met name voor zorginstellingen en de plekken waar veel mensen bij elkaar waren in openbare ruimtes heb ik op 2 april een mail gestuurd. Die stuurde ik naar een twintigtal politici (veel fractievoorzitters en ook Mark Rutte) en adviseurs van politici. Plus nog eens 30 mensen werkzaam in oude en nieuwe media en 20 influentials (uit de analoge wereld).

Wat gebeurde er met die mail?

Vrijwel niets. Uiteindelijk leidde het op 19 april tot een uitnodiging om bij Op1 te komen. Maar de opvolging daarvan in de oude media was nul, behalve twee vernietigende tv-kritieken in het AD (van Angela de Jong) en in De Volkskrant.

Alleen kon ik via een aantal kanalen op internet mijn verhaal wel kwijt. Dat zijn de plekken waar velen werkzaam in de oude media (plus degenen die daar wel regelmatig mogen opdraven of hun columns hebben) hun neus voor ophalen: Harry Mens (die me als eerste de ruimte al gaf in maart), Cafe Weltschmerz (waarvan het eerste interview met Pim van Galen meer dan 550.000 keer is bekeken), de nieuwe wereld en het kanaal van Vincent Everts. Je ziet een opgave ervan hier op mijn site.

Opmerkelijk is dat ik zowel bij YouTube, Google, Facebook en LinkedIn een duidelijke vorm van censuur heb ervaren. Minimaal werden uitingen van mij daar veel moeilijker vindbaar gemaakt of begeleid met een waarschuwing dat het fake nieuws was. Als je me dat in februari had verteld dat dit zou kunnen gebeuren, dan had ik je voor gek verklaard.

Hoewel mijn geluid indirect nu wel op steeds meer plekken doorklinkt is het bij veel van die oude media blijkbaar nog heel moeilijk om te onderkennen, dat ik al in een vroeg stadium de juiste inhoudelijke lijn te pakken had.

 

Nog steeds is de boodschap niet aangekomen

Dat de regering (en het RIVM) die lijn nog steeds niet te pakken hebben, bleek wel bij de tragische persconferentie van Mark Rutte en Hugo de Jonge van afgelopen donderdag. Het was 1,5 meter, 1,5 meter, 1,5 meter wat de klok sloeg. Een betere illustratie van dit blog kon er niet gegeven worden. De kernzin van dat blog was “als je enige gereedschap een hamer is, dan ziet ieder probleem eruit als een spijker”.  Dat inmiddels ook mainstream (eindelijk) steeds meer duidelijk wordt wat een belangrijke rol aerosolen spelen bij het verspreiden van het COVID-19 virus en hoe belangrijk dus goede ventilatie is, blijken Rutte en De Jonge (in navolging van het RIVM) nog steeds niet te onderkennen. Hun enige gereedschap is “1,5 meter”, dus problemen worden veroorzaakt door het niet houden aan die 1,5 meter en de enige oplossing is om te zorgen dat mensen zich aan die 1,5 meter houden.  (Bijzonder is dat gisteren bij Nieuwsuur Coutinho, voormalig directeur van het RIVM, erkende dat er geen wetenschappelijk bewijs was voor die 1,5 meter).

Daarom stuur ik de mail die ik op 2 april stuurde nog een keer. Maar niet via e-mail, maar gewoon hier als een soort open brief.

Nogmaals: die Japanse professor waar naar verwezen wordt is niet zomaar iemand, maar gewoon de voorzitter van de Japanse organisatie voor infectieziektes. Plus dat ik attent werd gemaakt op die video door iemand die werkzaam is voor het RIVM!

Dit is die mail/open brief

Mijn e-mail, nu als open brief

“Onderwerp: Nieuwe wetenschappelijke inzichten vanuit Japan en Korea reiken de sleutel aan voor de oplossing!

Wellicht heb je -een deel van – deze mails van mij in relatie tot de Corona-crisis niet gelezen. Begrijp ik goed gezien wat zich allemaal aan het afspelen is.

Maar dit blog naar aanleiding van nieuwe wetenschappelijke inzichten vanuit Japan en Korea reikt de sleutel aan hoe we snel uit deze crisis kunnen komen. Dus ik verzoek je vriendelijk doch dringend, lees het blog en kijk naar de video van de Japanse voorzitter van de organisatie van infectieziekten.

Hij biedt de missende schakel in de puzzel die ik ook heb proberen op te lossen. En daaruit volgt ook duidelijk welke maatregelen we (nog) wel en niet moeten nemen.

https://bit.ly/2USsmik

Mind you: In Japan zijn er tot dusverre 66 doden op een bevolking van 124 miljoen. In Korea is er wel een eerdere uitbraak geweest, maar bij een bevolking van 50 miljoen hebben ze nu 100 nieuwe gevallen per dag en minder dan 200 doden. Wij hebben dus per capita minstens 100 maal meer doden (en counting).

Wat de Japanners en Koreanen stellen is, dat het virus zich niet alleen verspreidt door dicht bij elkaar te zijn, maar er komen ook via  microdruppels (aerosolen) naar buiten en die blijven heel lang in de lucht. Daarbij zijn er bewijzen uit onderzoek in de VS dat bij hogere luchtvochtigheid die microdruppels niet in de lucht blijven, (Dus de monddoekjes zijn niet om je te beschermen, maar om anderen te beschermen!)

Dat verklaart dus waarom in gebieden met lage luchtvochtigheid die verspreiding zo snel is gegaan, en in gebieden met hogere luchtvochtigheid vele malen langzamer.

En ook waarom in een kerkgebouw bij Seattle op 10 maart, terwijl de 60 aanwezigen zich aan alle voorschriften hielden, toch 45 besmet werden.

 

Maar ook leert het ons wat we wel en niet nog kunnen doen ten aanzien van de te nemen maatregelen.

Lees het blog voor die conclusies. Op die manier kunnen we op een veel intelligentere manier het virus bestrijden en de economie en de samenleving in stand houden.

Blijf gezond

Maurice de Hond”

 

Het is in- en intriest dat ruim 4 maanden na het versturen van deze mail, ik die nu nog een keer hier moet plaatsen.

Strong evidence of the effect of ventilation on the spread of Covid-19 in a nursing home

I regularly receive relevant information from people working for official institutions, which is not disclosed to the public. Information which those persons believe to be important to share.

Its content reinforces the view that these official institutions only publish information that confirms their traditional views and justifies their choices. Information that contradicts this, must be ignored or – even worse – kept under wraps. Whatever the cost, be it public health, economic or social.

A few days ago I received such a piece. When I read it my jaw dropped. It took some time to really comprehend what it all meant. Not only the content of it, but also (and maybe especially) that the Dutch CDC (RIVM) did not share this information en masse.

(Translated from Dutch in English)

The findings

This is the summary of the document  I received. It is an internal report to the Dutch CDC of a study commissioned by the local health organization of Rotterdam. You can read the translation of the whole document above.

  1. The date of this report is 23 July. While I am writing this it is 14 days later.
  2. This is a care institution with 7 separate departments and a total of 120 residents close to Rotterdam.
  3. At the end of June, 17 out of 21 residents tested positive in one of these wards. 6 of them died. Shortly afterwards 18 employees also tested positive.
  4. One knows which patient was the index patient.
  5. From mid-April the staff members wore professional mouth masks, except during their breaks.
  6. In view of these developments (the outbreak that took place almost simultaneously and that the staff wore mouth masks), the ventilation system was examined in addition to the normal source and contact examination.
  7. The description of the ventilation system shows that the department in question had been renovated not long ago. The ventilation system was not connected to the other departments. The system was energy efficient, which meant that fresh air was only taken in (and heated or cooled) if the CO2 content was too high. Normally, therefore, the air was recirculated unfiltered.

In the living room of the ward there was also special ventilation equipment, plus 2 air conditioning units. This filter system was designed to remove dust from the air.

In the other wards this equipment was not available and the outside air was used directly for ventilation purposes.

  1. At the beginning of July, Covid-19 was found in several places in or near the filters of the ventilation system in this ward.
  2. In conclusion, the findings are “suggestive of the spread of the virus through the ventilation system”.
  3. It is also stated that the results prompted the involved microbiologists at the Rotterdam hospital, to draw the attention of other health care institutions to the possible risks of spreading the virus through recirculation of air through the ventilation system.

 

The conclusions

Once again: the wording of the investigation is by an employee of the Dutch CDC himself, who wrote this report. They used the terminology ‘suggestive of’ and ‘possible risks’. I seriously wonder what other possible explanation you could have for these research results, other than that the virus was spread through the ventilation system, so that even the staff members were infected when they did not have their mouthpieces on.

I assess these results as a hard confirmation of the many pieces of evidence:

  • Poorly adjusted or just circulating ventilation systems play an important role in the massive spread of the virus among those who are (long-term) present in those rooms.
  • Aerosols play a clear role in the spread of the virus. And that through those aerosols, many people can be infected at the same time in a relatively short period of time.

This also supports my thesis that since the beginning of April many people in care institutions have become ill (and died) due to the way the ventilation systems functioned. Little or no fresh air. And the spread of the virus over the entire department/through the entire building. Especially where many of the residents (and employees) have become infected, the chances are very high that it happened this way. In this way the viral doses are also extra high, so that a relatively large number of infected people die.

 

This is not only important information to evaluate what has happened in recent months, but even more importantly, it provides crucial information regarding the policy that now needs to be implemented to prevent new infections as much as possible from now on.

Because:

  1. Take aerosol contamination in confined spaces seriously.
  2. Make sure the ventilation systems are set properly and provide as much fresh air as possible.

Het document dat alles zou moeten doen veranderen

Een document ontvangen

Met enige regelmaat ontvang ik mails van personen, werkzaam bij officiële instanties, die de beschikking hebben over relevante informatie die niet naar buiten wordt gebracht. Maar waarvan die personen wel menen dat het relevant is dat dit gebeurt.

De inhoud ervan versterkt het beeld dat die officiële instanties alleen maar behoefte hebben aan informatie die hun standpunten uit het recente verleden bevestigt. Informatie die daar haaks op staat, is alleen maar erg lastig en moet genegeerd worden of – nog erger- onder de pet gehouden worden, wat daarvan ook de kosten mogen zijn qua volksgezondheid, economie of maatschappij.

Enkele dagen geleden ontving ik op deze manier zo’n stuk. Ik las het met open mond. En daarna kostte het nog een tijd om echt te laten indalen wat dit allemaal betekende. Niet alleen de inhoud ervan, maar ook (en misschien vooral) dat het RIVM deze informatie niet direct massaal is gaan delen.

De bevindingen

Ik geef hieronder de samenvatting van dit stuk. Het is een interne beschrijving van de resultaten van het onderzoek door iemand van het RIVM zelf.

  1. De datum van dit stuk is 23 juli. Terwijl ik dit schrijf is het 13 dagen later.
  2. Er is een zorginstelling met 7 aparte afdelingen en in totaal 120 bewoners in de regio Rotterdam-Rijnmond. Inmiddels is bekend dat het Maassluis betreft.
  3. In één van die afdelingen werden eind juni 17 van de 21 bewoners positief getest. Kort erna werden ook 18 medewerkers positief getest.
  4. Men weet welke patiënt de index-patiënt was.
  5. De medewerkers droegen vanaf half april professionele mondkapjes, behalve tijdens hun pauzes.
  6. Gezien deze ontwikkelingen (de uitbraak die vrijwel tegelijkertijd plaatsvond en dat het personeel mondkapjes droeg) en het feit dat er op dat moment buiten de instelling ook maar heel weinig besmette personen waren, heeft men naast het normale bron- en contactonderzoek, ook het ventilatiesysteem onderzocht.
  7. Uit de beschrijving van het ventilatiesysteem bleek dat de bewuste afdeling niet lang geleden was gerenoveerd. Het ventilatiesysteem stond niet in verbinding met andere afdelingen. Het systeem was energie-efficiënt en dat hield in dat er alleen verse lucht naar binnen werd gehaald (en verwarmd of gekoeld) als het CO2-gehalte te hoog was. Normaal werd de lucht dus ongefilterd gerecirculeerd.

In de huiskamer van die afdeling stond ook speciale ventilatieapparatuur plus ook 2 airco-units. Het filtersysteem was erop gericht om stof uit de lucht te halen.

In de andere afdelingen was die apparatuur er niet en werd de buitenlucht rechtstreeks gebruikt

  1. Op diverse plekken werd begin juli in de filters van dit ventilatiesysteem of in de buurt ervan COVID-19 aangetroffen!
  2. Als conclusie staat er dat de bevindingen “suggestief zijn voor de verspreiding van het virus via het ventilatiesysteem”.
  3. Plus dat blijkbaar de resultaten voor de betrokken microbiologen van het Rotterdamse ziekenhuis aanleiding waren om andere zorginstellingen te attenderen op de mogelijke risico’s van de verspreiding van het virus door recirculatie van lucht via het ventilatiesysteem.

EenVandaag heeft zojuist over dit document deze reportage gemaakt. En De Volkskrant pleegde ook nog aanvullend onderzoek, dat je hier aantreft.

 

De conclusies

De bewoording van het onderzoek in het document is van een medewerker van RIVM zelf. De terminologie “suggestief voor” en “mogelijke risico’s” hebben zij gebruikt. Ik vraag me af welke andere mogelijke verklaring je kunt hebben bij deze onderzoeksresultaten.

Ik beoordeel deze resultaten als een bevestiging van de vele bewijzen dat:

  • Slecht afgestelde of slechts circulerende ventilatiesystemen een belangrijke rol spelen bij het massaal verspreiden van het virus onder degenen die in die ruimtes (langdurig aanwezig zijn).
  • Aerosolen dus een rol spelen bij het verspreiden van het virus. En dat via die aerosolen in een relatief korte tijd veel mensen tegelijk kunnen worden besmet.

Dit is -helaas- ook een ondersteuning van mijn stelling dat er sinds maart veel mensen in zorginstellingen ziek zijn geworden (en overleden) door de wijze waarop de ventilatiesystemen functioneerden. Vooral daar waar veel van de bewoners (en medewerkers) in korte tijd waren besmet. Ik had onlangs beschreven dat juist dan de bewoners heel lang het virus inademen (dus een hoge virale doses krijgen) en daardoor veel zieker worden. In dit geval zijn er 6 van de 17 besmette personen overleden.

Dit is niet alleen belangrijke informatie ter evaluatie van wat er is gebeurd, maar nog belangrijker, het levert cruciale informatie ten aanzien van het beleid dat nu gevoerd moet worden om nieuwe besmettingen zoveel mogelijk te voorkomen.

Want: hou rekening met besmettingen via aerosolen, zorg dat de ventilatiesystemen goed zijn en zorg voor zoveel mogelijk verse lucht. En dat geldt niet alleen voor zorginstellingen, maar op ieder plek in binnenruimtes waar veel mensen bij elkaar komen. En -zeker nu het mooi weer is- verplaats activiteiten, zoals feestjes, zoveel mogelijk naar buiten.

 

En wat deed het RIVM hiermee?

Maar niet alleen voor zorginstellingen is dit cruciale informatie, maar ook voor scholen, die binnenkort weer opengaan, voor kantoren, voor restaurants, voor theaters, voor bioscopen. Daarom stelde ik eind juni al het Deltaplan Ventilatie voor. Om te zorgen dat we in het najaar zo min mogelijk risico’s zouden lopen in binnenruimtes.

En dat leidt tot mijn tweede schok. En misschien nog wel een grotere dan de eerste.

Het RIVM beschikte in ieder geval op 23 juli over deze informatie. Uit het stuk is eigenlijk op te maken dat de informatie zelf nog minstens enkele dagen ouder is. Er staat heel expliciet dat blijkbaar de microbiologen die het onderzoek hadden gedaan, zorginstellingen zijn gaan attenderen op het “mogelijk risico”.

Ik weet van journalisten dat ze geprobeerd hebben een reactie hierover te krijgen bij RIVM, GGD, de zorginstelling of de betrokken microbioloog. Geen van hen reageerde.

Ik had echter al wel via mijn klokkenluider vernomen dat de betrokken microbioloog de zorginstellingen niet heeft gewaarschuwd, zoals het wel in dat rapportje staat, op instigatie van GGD/RIVM.

 

Waarom zijn deze bevindingen voor het RIVM geen reden geweest om er zelf onmiddellijk mee naar buiten te komen, zodat alle beheerders van HVAC-systemen in Nederland direct zich bewust werden van de risico’s van niet goed functionerende ventilatiesystemen? Dus niet alleen die van zorginstellingen, maar overal!

Maar als je het opereren van het RIVM en Van Dissel c.s. sinds februari goed hebt gevolgd, dan is het antwoord heel eenvoudig. Je haalt het al uit de tweet van het RIVM van 31 juli jl. Voor het eerst dat het RIVM expliciet aandacht vroeg voor het onderwerp ventilatie. Lees het onderstaande met het besef dat men bij het RIVM zeker 8 dagen ervoor al de bevindingen wist van dat onderzoek.

Het volgt het nu al maanden herkenbare patroon van het RIVM: bij de oude standpunten blijven. En als men wat van positie verschuift, doet men het op een manier dat je niet zou kunnen denken dat het eigenlijk een verschuiving is.

Besef daarbij dat veel van de besmettingen die nu ontstaan gebeuren op plekken waar in besloten ruimtes mensen bij elkaar zijn. Kroegen, feestruimtes, zorginstellingen. En hoe belangrijk het zou zijn dat elke keer als we onze autoriteiten horen, zoals de ministers en burgemeesters, ze niet alleen hun standaard mantra’s aflopen: “1,5 meter, persoonlijke hygiëne, thuis blijven bij klachten”, maar als eerste voortaan zeggen “niet in besloten ruimtes komen zonder goede ventilatie”. En met het mooie weer de instructie erbij geven, zoals de Amerikanen in april al zeiden “move all activities outside”.

Maar ja, dat vond het RIVM nooit echt van groot belang, en zelfs na deze bevindingen in die zorginstelling van Rijnmond, nu nog steeds niet. En onze bestuurders hebben tot nu toe steeds hun oren laten hangen naar het RIVM.

Laten we hopen dat de bevindingen rondom dit bijzondere document een wake-up call worden voor onze bestuurders in Nederland. Want anders gaan we in het najaar een echte tweede golf meemaken en/of vormen van al dan niet regionale lockdowns met verdere desastreuze gevolgen voor economie en samenleving.

 

P.S. Het is voor mij en waarschijnlijk ook voor nabestaanden van slachtoffers in zorginstellingen wrang om dit alles nu te lezen. Op 2 april jl. had ik een mail gestuurd naar 70 politici, adviseurs van politici, en een groot aantal journalisten. Het ging over dit blog met de titel “Eureka, dit zijn de verspreidingsversnellers, de microdruppels”. Daarin vraag ik aandacht voor de aerosolen en ook wijs ik op het belang van ventilatie en luchtvochtigheid. In die mail vestigde ik de aandacht op dit blog met de titel “Nieuwe wetenschappelijke inzichten vanuit Japan en Korea reiken de sleutel aan voor de oplossing!”  Ik zag daar in de media niets van terug.

Op 19 april was ik voor het eerst bij Op1. Ten aanzien van zorginstellingen wees ik in dit fragment nadrukkelijk op het gevaar van de verspreiding van aerosolen via de ventilatie.

In het beleid heb ik daar helaas tot voor kort vrijwel niets van teruggezien. En nog steeds hoor ik van onze bestuurders alleen maar het belang van 1,5 meter en niet om te zorgen voor goede ventilatie in besloten ruimtes. Daar waar vrijwel alle clusters van besmettingen nu ontstaan. Niet alleen waren de slachtoffers in die zorginstelling in Maassluis onnodig, maar ook veel besmettingen die nu plaatsvinden.