Die “Verborgen Crisis” is groter

Beste Sander van Walsum,

Terecht dat de titel van jouw commentaar in de Volkskrant van vrijdagochtend “verborgen crisis” is.  Je gaat daarbij in op het OESO rapport over het onderwijs in Nederland, dat aangeeft dat ons onderwijs zich teveel richt op de gemiddelde leerling, Met o.a. als gevolg dat veel leerlingen gedesinteresseerd en ongezeglijk zijn.

Ik wil echter een belangrijke kanttekening plaatsen bij jouw commentaar en daarmee ook bij het OESO-rapport.

Sinds we met een nieuw model voor het basisonderwijs zijn begonnen (Steve JobsSchool genoemd, in de wandelgangen vaak met iPad -school aangegeven) hebben we bezoekers gehad uit meer dan 60 landen en ben ik ook in veel landen geweest om daar lezingen te geven over deze nieuwe aanpak. Daarbij heb ik een goed inzicht gekregen van de problematiek rondom het onderwijs in de hele wereld en begrijp ik ook beter waarom men zo in onze aanpak is geïnteresseerd.

Als kern van de problematiek in Nederland zie jij, zoals je het in je commentaar formuleert, als:  “De gedroomde situatie -aandacht voor de persoonlijke mogelijkheden- is onbereikbaar in  een publiek onderwijsbestel”.

Dat is absoluut geen unieke situatie in Nederland. In elk land waar wij contact mee hebben gehad, inclusief Finland, is dit het geval. Het is namelijk het schoolmodel dat sinds de tweede helft van de 19e eeuw de hele wereld heeft veroverd en door Ken Robinson via zijn door miljoenen bekeken lezing “Changing Education Paradigms”  zo perfect is beschreven en bekritiseerd.

Een schoolmodel dat door de regulering van overheden, gericht op de kwaliteit van de output, trouwens in bijna alle landen ook is opgelegd aan de steeds meer groeiende private onderwijssector.

Dat dit model wordt gehanteerd heeft ook te maken met de ratio van het aantal leerlingen op het aantal leerkrachten (en dus ook met het beschikbare geld).  Als er per leerkracht bij voorbeeld 22 leerlingen zijn en de leerlingen worden gegroepeerd op basis van hun leeftijd, dan is het inderdaad niet echt mogelijk om aandacht te besteden aan die persoonlijke mogelijkheden.

Daarmee worden kinderen tekort gedaan. Een probleem dat in de 21e eeuw nijpender is, omdat kinderen die nu opgroeien, vanaf hun geboorte verkeren in een omgeving met veel technologie (televisie, computer, tablets, smartphone) en de gevolgen ervaren van onze veel grotere mobiliteit dan vroeger. Zowel door zelf veel vaker en verder van de geboorteplaats te komen dan de kinderen van vroeger en veel vaker (fysiek of virtueel) met mensen en culturen in contact te komen van plekken over de hele wereld. Om dan op school gelijkt behandeld te worden als andere kinderen, louter omdat men dezelfde leeftijd heeft, is de bron van veel problemen.

Dat heeft niet alleen in Nederland tot gevolg dat er veel meer kinderen gedesinteresseerd zijn en ongezeglijk. Misschien komt het door de Nederlandse cultuur dat het meer herkend wordt. In andere landen uit zich dat op andere wijzen, terwijl de problematiek van gedesinteresseerdheid en ongezeglijkheid in alle landen een stijgende trend kent.

Waar ik ook kom, overal is er de behoefte om in het onderwijs meer aandacht te besteden aan de persoonlijke mogelijkheden van kinderen. En onderkennen velen dat het onderwijsstelsel in hun land te weinig ruimte geeft voor de ontwikkeling van de individuele talenten van de kinderen. Maar ook teveel aandacht schenkt aan kennis en vaardigheden die door de digitale revolutie van de laatste 20 jaar minder van belang zijn geworden. En te weinig aandacht aan kennis en vaardigheden die sindsdien (veel) belangrijker zijn geworden.

Daarmee komen we tot de kern van het schoolmodel dat wij gestart zijn en dat door Tech Insider als een van meest innovatieve scholen in de wereld is aangeduid. Dat voor velen in de wereld als richtinggevend wordt gezien voor de weg die het onderwijs zou moeten volgen. Door het slim gebruiken van technologie zorgen we ervoor dat, voor ongeveer hetzelfde geld en met ongeveer hetzelfde aantal medewerkers, wel aandacht is voor de persoonlijke mogelijkheden van de leerlingen.

En wat zien we dan: niet alleen dat kinderen meer kennis en vaardigheden opdoen die van belang zijn voor hun leven in de 21e eeuw. Er is meer ruimte om zich op hun eigen tempo te ontwikkelen. Ze kunnen meer bezig zijn met hun talenten en passies. En dat (daardoor) de problematiek rondom het  ongeïnteresseerd en ongezeglijk zijn beduidend minder is.

Wij bewijzen dat die ook volgens jou “gedroomde situatie”  wel mogelijk is in een publiek onderwijsstelsel! In veel landen wordt inmiddels onderzocht om scholen te starten met onze aanpak. Bij voorbeeld: over vier weken ben ik in Zuid-Afrika om twee scholen te openen die hiermee gaan beginnen.  Helaas is in veel landen de regelgeving en het controlemechanisme op het terrein van onderwijs dusdanig dat het alleen ruimte biedt voor het oude systeem. (O.a. door na ieder schooljaar examens/toetsen af te nemen om vast te stellen dat alle leerlingen ieder jaar op alle vakken een bepaalde ontwikkeling hebben doorgemaakt.) Waarmee de vernieuwingsslag onmogelijk wordt gemaakt of gefrustreerd.  Gelukkig is Nederland daarop een uitzondering. Overal is bewondering voor het feit dat ons schoolmodel gewoon mogelijk is binnen een publiek gefinancierd stelsel.

Concluderend: Die verborgen crisis in het onderwijs, zoals de titel van jouw commentaar luidt, is er inderdaad.  Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Gekoppeld aan een schoolmodel dat stamt uit de 19e eeuw. Met regelgeving en controle die op veel punten achterhaald is. Met steeds negatievere gevolgen voor kinderen, die overal in de wereld door overheden verplicht worden, gedurende 10 a 15 jaar, circa 1000 uur per jaar, naar school te gaan, onder het voorwendsel dat ze daar prima worden voorbereid op de toekomst. Terwijl ze in werkelijkheid gevangen worden gezet in ons verleden en te weinig ruimte wordt geboden om hun eigen talenten en passies te ontdekken en te ontwikkelen.

Wij bewijzen dat dit oude model doorbroken kan worden, ook binnen een publiek onderwijsstelsel. Aan de ene kant is de door jou gememoreerde verborgen crisis dus wereldwijd het geval. Aan de andere kant is het anno 2016 toch mogelijk een publiek onderwijsbestel te hebben waar wel aandacht is voor de persoonlijke mogelijkheden van de leerling. En dat kan door slim gebruik te maken van ICT. Een aanpak waar iedereen met een verantwoordelijkheid voor het onderwijs, inclusief de ouders, veel sterker op zou moeten inzetten. In het belang van onze kinderen.

Wat we nu al weten over de regeringvorming na TK2017 (of TK2016?)

Aan het eind van 2015 zijn we maximaal 15 maanden verwijderd van de volgende Tweede Kamerverkiezingen. De contouren van die verkiezingen en de vorming van de regering erna dienen zich al aan, met name door de uitslag van de Eerste Kamerverkiezingen en de electorale ontwikkelingen in 2015. Op deze laatste zondag van het jaar daarom een vooruitblik van wat ons te wachten staat bij die verkiezingen en de vorming van de volgende regering. Lees meer

Naar een versterking van de gemeentelijke democratie

In 2003 heb ik een voorstel gedaan tot een ingrijpende hervorming van ons parlementaire stelsel. Dat heb ik gedaan uit bezorgdheid over afnemende vertrouwensrelatie tussen kiezers en gekozenen.

Lees meer

Sleuteltabel Suriname

Een maand geleden schreef ik een artikel over het opinieonderzoek dat ik begin april heb begeleid in de aanloop naar de verkiezingen in Suriname. In het hart van dat artikel stond een tabel dat heel veel zegt over de electorale situatie in Suriname. Weliswaar is dat onderzoek 7 weken voor de verkiezingen gedaan en kunnen er zeker verschuivingen zijn opgetreden, de essentie van de tabel zal ook morgen bij de verkiezingenovereind blijven. Dat de jonge kiezers veel minder langs lijnen van bevolkingsgroepen zullen stemmen dan de ouderen (ten faveure van de NDP van Bouterse).  Als ik de diverse artikelen in de Nederlandse media de afgelopen dagen lees, herken ik daar niet zoveel meer van. Dinsdagochtend zullen we het weten wat er echt gebeurd is.

Index NDP – V7 2010-2015 naar leeftijd-bevolkingsgroep combinatie
Leeftijd-bevolkingsgroep combinatie
TotaalTotaal jongJong- HindoestJong- CreoolJong- OverigTotaal oudOud- HindoestOud- CreoolOud- Overig
Welke partij heeft u in 2010 gestemd?Megacomb32%32%27%40%32%32%26%45%32%
Nieuwe Front25%21%31%16%16%29%39%31%20%
Overige partijen15%12%26%25%35%18%14%8%24%
Niet gestemd/ te jong29%35%17%20%17%21%21%17%24%
Op welke partij bent u van plan op 25 mei 2015 te stemmen?NDP38%43%37%57%43%32%27%45%33%
V720%17%25%7%15%23%32%21%17%
Overige partijen9%10%2%12%14%8%5%6%12%
Weet nog niet/stem niet33%30%36%24%28%37%37%28%38%
Index 2010                 Megacomb/Nieuw Front1,281,520,862,532,001,100,661,461,62
Index 2015 NDP/V71,862,531,488,172,871,390,842,121,94

Dit onderzoek is begin april uitgevoerd door LC Media.

De foute prognoses bij UK2015

Bij de uitslagen van de verkiezingen op 7 mei jl. in de UK bleek dat de alle prognoses t.a.v. de twee grootste partijen fors miszaten.  Er was geen nek-aan-nek strijd, de Conservatieven hebben 6% meer stemmen gekregen dan Labour (36 t.ov. 30%) in plaats van de ongeveer 33% die voor beide werd voorspeld.

Dit lijkt sterk Lees meer

De PvdA verloor haar traditionele aanhang

In mijn peiling van zondag jl.  geef ik aan dat de PvdA haar traditionele achterban definitief kwijt is. Daarbij maak ik de vergelijking met het CDA waar de afgelopen 30 jaar hetzelfde is gebeurd. Zowel het CDA (althans de drie partijen KVP-ARP-CHU) en de PvdA haalden tot aan het eind van de zestiger jaren van de vorige eeuw vrijwel altijd meer dan 30%.  Het record van CDA en de PvdA sinds 1970 is ruim 35% der kiezers.

Omdat het overgrote deel van de CDA-kiezers confessioneel is, en die groep in Nederland steeds kleiner wordt (met name door de demografische ontwikkelingen, ouderen zijn namelijk veel vaker kerkelijk dan jongeren) is het “vaste” electoraat van het CDA steeds kleiner geworden. Inmiddels is de omvang van dit vaste electoraat van het CDA gedaald naar ruim 10%.  Alleen met een populaire lijsttrekker (Lubbers in 1986 en 1989 en Balkenende in 2003 en 2004) scoort het CDA ook vrij goed bij niet-confessionelen en trokken ook veel kiezers aan buiten de traditionele kern.

Het proces dat de PvdA heeft doorgemaakt lijkt daar enigszins op. Maar is in essentie toch anders. Ook de PvdA had een groep kiezers die altijd op deze partij stemde. De PvdA was de partij bij uitstek bij de (niet-confessionele) kiezers met lage inkomens en lage opleiding. Daarnaast was er een wat kleinere groep met hogere opleiding en inkomen die PvdA stemde uit solidariteit met “de zwakkeren in de samenleving”.

Aan de ene kant is de groep kiezers met lage inkomens en lage opleiding fors gedaald. In 1960 bij voorbeeld wees de volkstelling uit dat de groep kiezers met alleen Lager Onderwijs en/of nog enkele jaren Uitgebreid Lager Onderwijs bijna 80% van het electoraat was. Inmiddels heeft 40% van de 30-jarigen een Universitaire opleiding gevolgd of HBO.

Als deze groep kiezers rond 1960 niet-confessioneel was dan stemden ze voor het overgrote deel PvdA en als ze wel confessioneel waren dan stemden ze vaak hun confessionele partij.

Maar niet alleen is die groep door de jaren heen kleiner geworden, ook zie je dat de PvdA er steeds minder in slaagt die kiezers aan zich te blijven binden. Uit het onderzoek van zondag jl. blijkt dat onder de kiezers met lage opleiding en lage inkomens (dat zijn gemiddeld wat oudere kiezers) de SP en de PVV duidelijk populairder zijn dan de PvdA. En dat is dus het grote probleem voor de PvdA. Voor dat traditionele electoraat van de PvdA zijn er nu alternatieven. (Bedenk dat in de Eerste Kamer SP en PVV na mei a.s. ieder meer senatoren hebben dan de PvdA).

Toch lijkt het of noch de PvdA zelf, noch de media, zich realiseren dat dit een onherroepelijk proces is voor de PvdA. Want een uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen als die van september 2012 (PvdA haalde 25% = 38 zetels) strooit zand in de ogen.

Drie weken voor de Tweede Kamerverkiezingen van september 2012 stond de PvdA nog op 12% en de SP op 22%. Dat de PvdA in korte tijd zo fors steeg was vooral omdat er nogal wat kiezers zich met hun stem wilde uitspreken over wie ze wel en niet als premier wilde hebben:  Roemer deed het bij het begin van de campagne slecht en Samsom, als “new kid on the block” deed het goed, waardoor er een tweestrijd Rutte – Samsom ontstond. Dat is de problematiek van ons kiesstelsel. Er is geen aparte stem voor de premier/regering en een voor de Tweede Kamer, maar de kiezer heeft maar een stem. Ruim een kwart gaf na de verkiezing aan dat ze strategisch hadden gestemd. Dus niet de partij van hun hoogste voorkeur, maar de VVD of de PvdA om te zorgen dat hetzij Rutte of Samsom premier zou worden of juist om te zorgen dat een van de twee het niet zou worden. (Met als uitkomst, omdat daardoor die twee partijen samen de meerderheid kregen interpreteerden zij het als een opdracht van de kiezer om met elkaar de regering te vormen.)

Na de vorming van het kabinet daalde de PvdA naar 18% en in maart 2013 daalde de PvdA naar het niveau dat ze vlak voor de verkiezingen hadden gestaan (12%). Een score waar ze sindsdien onder zijn gebleven, zowel in onze wekelijkste peilingen als bij de drie verkiezingen, die er sindsdien zijn gehouden.

Juist omdat de PvdA in de 20e eeuw doorgaans rond de 30% scoorde, werd de uitslag van de PvdA in 2012 beschouwd als een “normale” score voor de PvdA.  De werkelijkheid is dat die uitslag in het tweede decennium van de 21 e eeuw voor de PvdA abnormaal is.

In 2002 haalde de PvdA 15%.  In 2003 toen er sprake was van een tweestrijd Bos-Balkenende haalde Bos als “new kid on the block” 27%, maar verloor van Balkende. In 2006 was die strijd er ook en haalde Bos 21%, maar verloor van Balkende.  In 2010 was er de strijd Cohen – Rutte en haalde de PvdA 20% en verloor. En in 2012 was er de strijd Samsom – Rutte en haalde de PvdA 25% en verloor.

Het lijkt erop alsof de motivatie van kiezers om te zorgen dat de voorman van de PvdA niet de volgende premier groter is dan ervoor te zorgen dat hij wel de volgende premier wordt.

Bij alle andere verkiezingen dan de Tweede Kamer sinds 2006, met uitzondering van de Provinciale Statenverkiezingen van 2007, toen het kabinet Balkenende-Bos nog in haar wittebroodsweken was, scoorde de PvdA steeds tussen de 9 en 15%.

Het probleem van de PvdA is dus niet alleen dat -met name als ze in de regering zitten, zoals tussen 2007 en 2010 en na 2012-  een groot deel van de kiezers met de lage inkomens verliest. Maar ook dat voor die kiezers nu wel alternatieve partijen zijn van een behoorlijke omvang: de SP en PVV.

Daarom de conclusie dat de PvdA haar traditionele achterban definitief kwijt is.

Maar dat hoeft niet te betekenen dat bij een Tweede Kamerverkiezing in de toekomst wanneer de lijsttrekker een van de twee serieuze premierskandidaten zou zijn, de PvdA nooit meer boven de 15% kan scoren. Maar dan moet die lijsttrekker wel weer een “new kid on the block”  zijn en er mag geen alternatieve betere premierskandidaat zijn bij de andere partijen, die het goed doet tegenover een rechtsere premierskandidaat.

Maar bij andere dan Tweede Kamerverkiezingen in de toekomst zal een resultaat van 15% voor de PvdA een prima resultaat gaan betekenen. En daarmee staat de PvdA voor dezelfde uitdaging als het CDA. Om echt weer scores te bereiken van meer dan 20% moeten die beide partijen zich heruitvinden of zich hergroeperen met andere partijen.

Thorbeckelezing 2013: Peilingen en de stand van de democratie

Op maandag 22 april gaf ik in de oude zaal van de Tweede Kamer de Thorbeckelezing 2013 uit.  De titel was “Peilingen en de stand van de democratie”. Dit is de tekst van de lezing:   Thorbeckelezing 2013

Interessante aanvulling op mijn lezing was het eind van het verhaal van de coreferent Senator Jan Nagel. Die gaf aan ….

Lees meer