Eerst strafschoppen, dan verlenging

Jaren geleden heb ik samen met een goede vriend van mij aan de KNVB voorgesteld om bij de FIFA het volgende voorstel in te brengen waardoor voetbalwedstrijden, die in een beslissing moeten eindigen, aantrekkelijker worden gemaakt.

Naar aanleiding van de afloop van de ChampionsLeague finale van gisteravond en de aanstaande EK, herhaal ik dit voorstel nog een keer. Misschien is er nu een gunstiger voedingsbodem.

Bij bekerwedstrijden of beslissingswedstrijden, waar na de reguliere tijd een verlenging nodig is, gebeurt het volgende: Eerst worden de strafschoppen genomen en daarna begint de verlenging. Als de verlenging in gelijkspel eindigt dan wint de winnaar van de eerder genomen strafschoppen.

Dit heeft vele interessante voordelen:

  1. Bij iedere verlening wordt de strafschopserie genomen en niet alleen als de verlenging onbeslist eindigt.
  2. De verlenging wordt spannender omdat de verliezer van de strafschopserie moet scoren om te zorgen dat ze de wedstrijd niet verliezen in plaats dat beide teams tevreden zijn als er strafschoppen genomen kunnen gaan worden.
  3. De uitslag wordt voetballend bepaald en niet via de laatst genomen strafschop.

Net zoals bij hockey zou het verstandig zijn als de hoogste bazen bij het bepalen van de regels wat minder conservatief zouden zijn. Hoe lang duurt het niet om de video-referee ingevoerd te krijgen? En er zijn nogal wat andere regels die veranderd zouden kunnen worden waardoor het spel sneller verloopt en er meer lik-op-stuk beleid door de scheidsrechter gevoerd zou kunnen worden.

Die “Verborgen Crisis” is groter

Beste Sander van Walsum,

Terecht dat de titel van jouw commentaar in de Volkskrant van vrijdagochtend “verborgen crisis” is.  Je gaat daarbij in op het OESO rapport over het onderwijs in Nederland, dat aangeeft dat ons onderwijs zich teveel richt op de gemiddelde leerling, Met o.a. als gevolg dat veel leerlingen gedesinteresseerd en ongezeglijk zijn.

Ik wil echter een belangrijke kanttekening plaatsen bij jouw commentaar en daarmee ook bij het OESO-rapport.

Sinds we met een nieuw model voor het basisonderwijs zijn begonnen (Steve JobsSchool genoemd, in de wandelgangen vaak met iPad -school aangegeven) hebben we bezoekers gehad uit meer dan 60 landen en ben ik ook in veel landen geweest om daar lezingen te geven over deze nieuwe aanpak. Daarbij heb ik een goed inzicht gekregen van de problematiek rondom het onderwijs in de hele wereld en begrijp ik ook beter waarom men zo in onze aanpak is geïnteresseerd.

Als kern van de problematiek in Nederland zie jij, zoals je het in je commentaar formuleert, als:  “De gedroomde situatie -aandacht voor de persoonlijke mogelijkheden- is onbereikbaar in  een publiek onderwijsbestel”.

Dat is absoluut geen unieke situatie in Nederland. In elk land waar wij contact mee hebben gehad, inclusief Finland, is dit het geval. Het is namelijk het schoolmodel dat sinds de tweede helft van de 19e eeuw de hele wereld heeft veroverd en door Ken Robinson via zijn door miljoenen bekeken lezing “Changing Education Paradigms”  zo perfect is beschreven en bekritiseerd.

Een schoolmodel dat door de regulering van overheden, gericht op de kwaliteit van de output, trouwens in bijna alle landen ook is opgelegd aan de steeds meer groeiende private onderwijssector.

Dat dit model wordt gehanteerd heeft ook te maken met de ratio van het aantal leerlingen op het aantal leerkrachten (en dus ook met het beschikbare geld).  Als er per leerkracht bij voorbeeld 22 leerlingen zijn en de leerlingen worden gegroepeerd op basis van hun leeftijd, dan is het inderdaad niet echt mogelijk om aandacht te besteden aan die persoonlijke mogelijkheden.

Daarmee worden kinderen tekort gedaan. Een probleem dat in de 21e eeuw nijpender is, omdat kinderen die nu opgroeien, vanaf hun geboorte verkeren in een omgeving met veel technologie (televisie, computer, tablets, smartphone) en de gevolgen ervaren van onze veel grotere mobiliteit dan vroeger. Zowel door zelf veel vaker en verder van de geboorteplaats te komen dan de kinderen van vroeger en veel vaker (fysiek of virtueel) met mensen en culturen in contact te komen van plekken over de hele wereld. Om dan op school gelijkt behandeld te worden als andere kinderen, louter omdat men dezelfde leeftijd heeft, is de bron van veel problemen.

Dat heeft niet alleen in Nederland tot gevolg dat er veel meer kinderen gedesinteresseerd zijn en ongezeglijk. Misschien komt het door de Nederlandse cultuur dat het meer herkend wordt. In andere landen uit zich dat op andere wijzen, terwijl de problematiek van gedesinteresseerdheid en ongezeglijkheid in alle landen een stijgende trend kent.

Waar ik ook kom, overal is er de behoefte om in het onderwijs meer aandacht te besteden aan de persoonlijke mogelijkheden van kinderen. En onderkennen velen dat het onderwijsstelsel in hun land te weinig ruimte geeft voor de ontwikkeling van de individuele talenten van de kinderen. Maar ook teveel aandacht schenkt aan kennis en vaardigheden die door de digitale revolutie van de laatste 20 jaar minder van belang zijn geworden. En te weinig aandacht aan kennis en vaardigheden die sindsdien (veel) belangrijker zijn geworden.

Daarmee komen we tot de kern van het schoolmodel dat wij gestart zijn en dat door Tech Insider als een van meest innovatieve scholen in de wereld is aangeduid. Dat voor velen in de wereld als richtinggevend wordt gezien voor de weg die het onderwijs zou moeten volgen. Door het slim gebruiken van technologie zorgen we ervoor dat, voor ongeveer hetzelfde geld en met ongeveer hetzelfde aantal medewerkers, wel aandacht is voor de persoonlijke mogelijkheden van de leerlingen.

En wat zien we dan: niet alleen dat kinderen meer kennis en vaardigheden opdoen die van belang zijn voor hun leven in de 21e eeuw. Er is meer ruimte om zich op hun eigen tempo te ontwikkelen. Ze kunnen meer bezig zijn met hun talenten en passies. En dat (daardoor) de problematiek rondom het  ongeïnteresseerd en ongezeglijk zijn beduidend minder is.

Wij bewijzen dat die ook volgens jou “gedroomde situatie”  wel mogelijk is in een publiek onderwijsstelsel! In veel landen wordt inmiddels onderzocht om scholen te starten met onze aanpak. Bij voorbeeld: over vier weken ben ik in Zuid-Afrika om twee scholen te openen die hiermee gaan beginnen.  Helaas is in veel landen de regelgeving en het controlemechanisme op het terrein van onderwijs dusdanig dat het alleen ruimte biedt voor het oude systeem. (O.a. door na ieder schooljaar examens/toetsen af te nemen om vast te stellen dat alle leerlingen ieder jaar op alle vakken een bepaalde ontwikkeling hebben doorgemaakt.) Waarmee de vernieuwingsslag onmogelijk wordt gemaakt of gefrustreerd.  Gelukkig is Nederland daarop een uitzondering. Overal is bewondering voor het feit dat ons schoolmodel gewoon mogelijk is binnen een publiek gefinancierd stelsel.

Concluderend: Die verborgen crisis in het onderwijs, zoals de titel van jouw commentaar luidt, is er inderdaad.  Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Gekoppeld aan een schoolmodel dat stamt uit de 19e eeuw. Met regelgeving en controle die op veel punten achterhaald is. Met steeds negatievere gevolgen voor kinderen, die overal in de wereld door overheden verplicht worden, gedurende 10 a 15 jaar, circa 1000 uur per jaar, naar school te gaan, onder het voorwendsel dat ze daar prima worden voorbereid op de toekomst. Terwijl ze in werkelijkheid gevangen worden gezet in ons verleden en te weinig ruimte wordt geboden om hun eigen talenten en passies te ontdekken en te ontwikkelen.

Wij bewijzen dat dit oude model doorbroken kan worden, ook binnen een publiek onderwijsstelsel. Aan de ene kant is de door jou gememoreerde verborgen crisis dus wereldwijd het geval. Aan de andere kant is het anno 2016 toch mogelijk een publiek onderwijsbestel te hebben waar wel aandacht is voor de persoonlijke mogelijkheden van de leerling. En dat kan door slim gebruik te maken van ICT. Een aanpak waar iedereen met een verantwoordelijkheid voor het onderwijs, inclusief de ouders, veel sterker op zou moeten inzetten. In het belang van onze kinderen.

Zoo, nu wil ik mijn pannekoek

Mijn vader is in 1914 geboren. Op elfjarige leeftijd werd hij van school gehaald om zijn arme ouders te helpen fruit te verkopen op het Waterlooplein in Amsterdam. Ik vond dat hij goed Nederlands sprak, maar bij het schrijven maakte hij -vond ik- eigenaardige fouten.  Zo schreef hij “zo” altijd als “zoo”.  En schreef hij “mens” als “mensch”.  Onlangs zag ik dat weer terug, toen ik zijn oorlogsdagboek doorbladerde.

Mijn van origine Cubaanse vrouw heeft kort na haar aankomst in Nederland, via de inburgering, goed Nederlands geleerd (NT2). Zij had in Cuba ook Engels gestudeerd en na de lessen Nederlands gaf ze aan dat ze onze taal op veel punten zo onlogisch vond.  Zij begreep niet waarom wij woorden als “slapen” zo schrijven, terwijl we het toch met een “lange a”   uitspreken. Waarom schrijven we dat niet als “slaapen”? En “jij wordt” met “dt”, terwijl je die “t” niet hoort , vond ze ook lastig om onder de knie te krijgen. Ze merkte op dat ze veel regels uitgelegd kreeg, maar dat elke regel weer een groot aantal uitzonderingen had.

Mijn dochter is nu op school lezen en schrijven aan het leren. Ze is tweetalig (Spaans en Nederlands) en leert nu eerst lezen en schrijven in het Nederlands.

Door de opmerkingen van mijn vrouw over het Nederlands en mijn ervaringen met het schrijven van mijn vader heb ik me verdiept hoe de taalregels in Nederland in het verleden tot stand zijn gekomen.  Op Wikipedia staat daar een prima overzicht van.

Extra aandacht gaf ik aan de veranderingen van 1934, want die zijn gekomen toen mijn vader 20 was en hij 9 jaar van de lagere school af was. Die verandering door Minister Marchant had blijkbaar de volgende zaken tot gevolg (zoals op Wikipedia staat):

  • naamvalsverbuiging (zoals op den stoel) verviel, behalve bij woorden die uitsluitend een man of een mannelijk dier aanduiden (zoals aan den heer en van den stier).
  • oo en ee aan het einde van open lettergrepen (zoo, heeten) veranderde in o of e, behalve ee aan het einde van een woord (zee).
  • de sinds de periode van het  Middelnederlands  uit de gesproken taal verdwenen palatalo-alveolaire klank aan het eind van veel woorden op -s verdween, bijvoorbeeld in visch en mensch.
  • de ‘th’ (met niet uitgesproken h) bleef soms (thans, theater, thee, katholiek) en verdween soms (atleet, auteur, retoriek, panter).
  • De uitgangen ‘-isch’ (als in logisch) en ‘-lijk’ (mogelijk) bleven wel onveranderd

Daar zag ik dus o.a. waardoor de grammatica van mijn vader verschilde van wat ik geleerd had. Daar staat inderdaad bij dat “zoo”  voortaan als “zo” moest geschreven worden en “heeten” voortaan “heten”.  (Maar “zee”  moest “zee” blijven en werd niet “ze”, terwijl dat in relatie tot “zo” logischer lijkt).

Als je de overige veranderingen ziet door de jaren heen op die Wikipedia pagina, dan herken ik verder wat mijn vrouw bedoelde met het gebrek aan logica en de vele uitzonderingen. Dat is trouwens iets wat steeds opvalt als die veranderingen van de laatste 200 jaar worden bekeken. Zo heeft de verandering in 1995 veel verwarring geschetst over de zogenaamde tussen-n.   En net zoals mijn vader problemen had met “zoo” ben ik op dat punt van tussen-n vaak volledig in twijfel over hoe het nu ook weer zit.

Als ik wel eens bij lezingen of discussies zeg dat het goed zou zijn als we de regels van het schrijven van het Nederlands meer zouden moeten vergemakkelijken, dan merk ik zelfs nog meer weerstand dan wanneer ik het over de noodzakelijke veranderingen in het onderwijs heb. Alsof de regels van het Nederlands al eeuwenlang in beton gegoten zijn en niet gebaseerd zijn op keuzes die in  het verleden gemaakt zijn en daarbij ook nog regelmatig zijn veranderd, zoals die Wikipedia-pagina mooi laat zien.

Als onze regels logischer en consequenter zijn en meer lijken op onze uitspraak (“slaapen” in plaats van “slapen” dus),  dan hoeven we minder tijd op school te besteden aan het leren van het goed spellen van het Nederlands. Dat kan aan andere nuttige zaken worden besteed. Worden er ook minder fouten gemaakt in teksten.

Ongetwijfeld zal dat ouderen eerst problemen op leveren (want het wordt anders), maar we bevrijden onze kinderen en hun nageslacht van een onnodige last en verspilling van tijd op school.

 

P.S. Over het leren van Nederlands door Spaanstaligen en andersom vond ik dit leuke blog.