Politieke barometer misleidt

Bijgaand het persbericht dat ik uitgebracht heb over het feit dat de politieke barometer en Nova dezelfde fout maken m.b.t. de inschatting van de omvang van Verdonk als in februari 2002 m.b.t. de inschatting van de omvang van Fortuyn.

Gistereavond maakte Nova bekend dat uit de politieke barometer bleek dat Verdonk op 5 zetels zou staan en Wilders op 17. Iedereen met enig gevoel van politieke verhoudingen binnen het electoraat weet dat de aanhang van Verdonk beduidend groter is dan de aanhang van Wilders.
De uitslag in de politieke barometer van gisteravond (vrijwel dezelfde als vorige week) zegt NIETS over de electorale verhoudingen aan de rechterkant van het politieke spectrum. Maar het is het gevolg van fout uitgevoerd onderzoek. Een vergelijkbare fout als in februari 2002, toen de politieke barometer aangaf dat na de breuk tussen Fortuyn en Leefbaar Nederland het overgrote deel van de kiezers niet met Fortuyn meeging.

Het is alsof het KNMI een thermometer heeft die maximaal tot 20 graden kan aanwijzen. Op een dag is het in werkelijkheid 28 graden, maar omdat de thermometer 20 graden aangeeft (het maximum voor die thermometer), meldt de KNMI dat het die dag maximaal 20 graden is geworden.

Ik heb de afgelopen week diverse mails naar Inter/View-NSS en Nova gestuurd om ze op deze fout opmerkzaam te maken, maar er is niet (serieus) op gereageerd en gisteravond zijn dezelfde foute cijfers als vorige week wederom gepresenteerd.
Daarom dit persbericht.

Verdonk-partij

Vanavond zit ik bij Pauw & Witteman, inzake de ontwikkelingen rondom Rita Verdonk. Morgen schrijf ik daar een inhoudelijk stuk over. Wat er in feite al zeker 6 jaar in Nederland aan de gang is, zijn de stuiptrekkingen van een politiek (partij-)systeem dat niet meer aansluit op de ontwikkelingen binnen de bevolking.
En zoals de Amerikanen zeggen “you aint seen nothing yet”.

US DNA specialist maakt gehakt van onderbouwing vonnis

In de afgelopen maanden hebben een aantal vrijwilligers een groot deel van de documenten rondom het DNA onderzoek waarop Louwes in 2004 in Den Bosch is veroordeeld in het Engels vertaald. Die zijn gestuurd naar een grote DNA deskundige in de VS, Dan E. Krane. Gisteren hebben wij zijn reactie gekregen en hij maakt gehakt van de kwaliteit van het DNA onderzoek dat destijds is uitgevoerd en de conclusies die er bij en door het hof van Den Bosch uit zijn getrokken.

Dan Krane is o.a. medeauteur van het artikel over de problemen rondom forensic DNA-bewijzen.

Onderaan treft u zijn verklaring in het Engels met daaraan toegevoegd zijn CV (op een echte Amerikaanse manier). Hieronder een samenvatting van zijn verklaring met daarbij kort de relatie tussen die verklaring en de veroordeling van Louwes.
(Als men meer over dit onderwerp wil lezen dan tref je het hier aan).

1. I am an Associate Professor in the Department of Biological Science at Wright University in Dayton, Ohio. Since 1991 I have testified in approx. 70 criminal cases that have involved DNA forensic typing.

2. Contemporary DNA profiling tests are generally not capable of determining the tissue source of DNA sampling.

3. Generally speaking, it is very unlikely that handling a piece of clothing with bare hands would transfer a sufficient amount of material for the reliable generation of a DNA-profile, especially if larger amounts of DNA from another individual (e.g. the habitual wearer of the piece of clothing) are present.

4. Contamination and cross-contamination of evidence samples can easy occur. It is essential that evidence samples be handled with great care and that chain of custody (or continuity) records of articles are meticulously maintained to ensure that there either was no opportunity for contamination or cross-contamination to occur or that adequate measures were employed to minimize their possibility if opportunities existed.

5. It is reasonable to expect that DNA associated with one portion of an article of evidence (i.e. a blouse) could be transferred to another portion of the same article if those portions came in direct contact (i.e. in an envelope) during prolonged storage. The potential for transfer between one portion of an article of evidence and another portion of the same article is generally greater when the article is wet than when it is dry. Similarly, a blouse that has been draped on a mannequin, both right-side out and inside out, opportunities for transferring DNA from one location on the blouse to another are introduced. In such circumstances it is usually not possible to distinguish between an individual?s DNA being associated with a particular location as a result of direct contact or a result of a transfer that has occurred during the course of storage, handling or examination.

Wat zegt deze verklaring over de onderbouwing van de veroordeling van Ernest Louwes in 2004 door het Hof in Den Bosch?
Bij de veroordeling van Ernest Louwes op basis van de gevonden DNA contactsporen in 2004 wordt gesteld dat:

Het gevonden DNA ?greepsporen? zou betreffen.
Dan Krane stelt in punt 3 dat hij het zeer onwaarschijnlijk (?very unlikely?) acht dat door het vastgrijpen van de blouse DNA contactsporen zijn overgedragen.
(De hoeveelheid DNA gevonden in spoor 20 door het NFI, die als relatief veel wordt beschreven, wijst er dus sterk op dat dit juist geen greepspoor is. Deze hoeveelheid past veel meer bij een microdruppel speeksel).

Er geen contaminatie kan hebben plaatsgevonden
Dan Krane stelt in punt 4 dat zowel zeer goed bijgehouden moet worden wat er met het kledingstuk is gebeurd en dat het kledingstuk zelf zeer zorgvuldig moet worden bewaard en behandeld.
In werkelijkheid is de blouse van de weduwe een tijd zoek geweest en juist zeer onzorgvuldig behandeld (vochtig in een zak gepropt, vier jaar in een A4 doosje opgevouwen bewaard, voor een onderzoek naar de messcheuren in de blouse onderzocht en binnenste buiten op een etalagepop opgehangen).

Uit de locatie waarop de DNA sporen wel en niet gevonden zijn is geconcludeerd dat het er niet tijdens het bezoek ?s morgens is opgekomen, maar tijdens de moord.
Dan Krane stelt in punt 5 dat de onzorgvuldige wijze waarop de blouse is behandeld gezorgd kan hebben voor de overdracht van DNA sporen van de ene plek op de blouse naar een andere plek (cross-contamination), zodat de locatie waarop de sporen na vier jaar zijn gevonden niets zegt over de plek waar de DNA contactsporen waren op het moment van de moord.
Hij spreekt trouwens ook zijn verbazing uit dat ‘het bewijs wordt geaccepteerd terwijl de “chain of custody” duidelijk is doorbroken. Dat is in de VS een absolute no-no.

Op een andere manier zegt Dan Krane inhoudelijk hetzelfde als het FSS in februari 2007 geschreven heeft. Met name het aspect “de sporen zijn greepsporen” en “de locatie waarop de sporen zijn gevonden is veelbetekenend” blijkt volgens deze buitenlandse deskundigen absoluut niet te handhaven zijn.

Statement US DNA Specialist Dan E. Krane