Waar macht ontspoort, moet de burger spreken

Gisteren was dan het proces. Zoals aangekondigd heb ik zelf mijn verdediging gevoerd, maar Plasman was erbij en heeft op een aantal momenten mij (erg goed) aangevuld.
Door de uitspraak van de civiele rechter in april zou het kunnen dat ik (helaas) niet alles wat ik tijdens de rechtszaak heb gezegd -wat op zichzelf een openbare zitting was- hier plaatsen. Daarover verschillen de geleerden, dus plaats ik een gecensureerde versie, waarover men wel eens is Ook kan ik niet praten over de sensationele vondst uit het dossier bij het begin van het proces.
Dit is wat ik in ieder geval wel mag zeggen…

Allereerst was er een haast vermakelijke discussie rondom het mogen uitnodigen van getuigen.
In de dagvaarding, die was ondertekend door de OvJ, werd expliciet mijn aandacht gevraagd voor punten 1, 6, 7 en 8 van de achterkant. Punt 7 betrof de procedure t.a.v. het uitnodigen van getuigen. Dat verzoek diende ik uiterlijk 14 dagen van te voren in te dienen bij de OvJ. Ik had keurig 8 aanvragen, gemotiveerd ingediend.
Een dag voor de zitting kreeg ik een afwijzing. De OvJ wees de getuigen allemaal af, omdat ik te laat was. Dat had ik namelijk bij de regiezitting in april moeten doen.
uit mijn vraag, waarom ik dan in een door hem ondertekende brief werd gewezen op de mogelijkheid getuigen uit te nodigen, bleek dat het een standaardbrief was, die gestuurd werd, ongeacht of er een regiezitting was geweest.
Blijkbaar was dat probleem al een aantal jaren het geval en weten advocaten ervan.
Men is er nog niet in geslaagd om de uitnodigingsbrief te veranderen.
En de OvJ reageerde alsof ik dat had moeten weten. Dat hij dus een brief had ondertekend met een bepaalde inhoud, maar dat het in werkelijkheid heel anders was.
En de rechter legde uit dat jurisprudentie bepaalde dat de OvJ gelijk had. Jaja, zo zijn onze juristenmanieren. We sturen een brief met een bepaalde inhoud. We ondertekenen het. Dan zeggen we dat je de inhoud niet mag interpreteren op basis van wat er staat. En legt de rechter uit dat op basis van jurisprudentie dit inderdaad juist is.
(Hoe moeilijk is het om in de gevallen dat er een regiezitting is geweest de uitnodigingsbrief aan te passen en de regel weg te laten zodat er geen verwarring hoeft te zijn.)

De getuigenaanvragen waren o.a. gebaseerd op artikel 6 van het Europese Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens. Daar staat o.a. dat de verdachte het recht heeft om een getugie a charge te ondervragen. Ik beweerde dat de aanklagers (Michael de Jong en Meike Wittermans) in feite als getuige a charge optraden. Zeker omdat er in het procesdossier een stuk van 18 pagina’s zat door hen ondertekend, waarin ze aangaven wat hen allemaal was overkomen. En, zoals ik aangaf en via een aantal getuigenverklaringen onderbouwde, wederom doorspekt was van leugens.

De rechter wees -wederom- alle getuigenverzoeken af. (In totaal betreft het samen met de regiezitting 13 getuigen).
Mocht na een eventueel Hoger Beroep en een eventueel afgewezen cassatie ik veroordeeld zijn (ongeacht wat de straf is) zal ik zeker bij het Europese Hof dat over dit verdrag gaat klagen wegens het verbieden van het horen van getuigen in het algemeen en de twee aanklagers in het bijzonder.

Na het afwijzen van de getuigen (en toen waren we al rond 13.45 uur) mocht ik de DVD tonen waarom ik had verzocht. Daarin liet ik scenes zien uit het programma van Peter R. de Vries van 27-5-2001 waar Michael de J. vrijwillig voor het eerst uit de anonimiteit trad. Mijn optreden bij Woestijnruiters, waar ik op 26-2-2006 al goed uitlegde wat mijn insteek was. En het optreden van Dan Krane bij Reporter.

Er waren wat vragen van de rechter die ik beantwoordde. De rechter wilde toen graag een soort verantwoording van me horen, waarom ik gedaan had wat ik had gedaan. Afgesproken werd toen dat ik dan maar mijn pleidooi zou houden (want anders had ik slechts een deel ervan moeten zeggen en na het requisitoir het ander deel). Mijn pleidooi had als motto “Als macht ontspoort, moet een burger spreken”. Dit zijn delen uit het Pleidooi, die ik zeker mag plaatsen zonder dat ik in overtreding ben ten aanzien van de uitspraak van de rechter bij de civiele zaak. Sommige juristen zeggen dat ik het helemaal zou mogen plaatsen, maar anderen denken van niet en ik wil geen risico nemen. (Het geeft trouwens heel schrijnend aan hoezeer de uitspraak van de rechter mij treft in mijn recht op vrije meningsuiting dat er juristen zijn die stellen dat ik mijn pleidooi uitgesproken in een openbare rechtzitting, niet integraal kan plaatsen.

Vervolgens kwam het requisitoir, door een Officier van Justitie, die inderdaad amper luisterde naar mijn pleidooi. Maar ja het luisteren naar burgers is en daar vervolgens iets mee doen is toch niet een eigenschap die hoog in het vaandel zit bij het OM. Dus was zijn gedrag wel exemplarisch.
De rechters luisterden zeker aandachtig.

Er werd op een gegeven moment een pauze ingelast, en aan het eind werd mijn stuk wat verkort.
Toen kwam het requisitoir met een eis van 240 uren taakstraf en een maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. (Met nog een conditie die specifiek de Deventer Moordzaak betrof, maar die ik nu even niet kan reproduceren).
Daarna sloot Plasman kort en goed af. Een soort reactie op de woorden van de OvJ en een vraag van de rechter.

Over twee weken is de uitspraak.

Gezien de wijze waarop in Nederland het recht is geregeld is de uitspraak door deze rechters eigenlijk onbelangrijk. Als er in Hoger Beroep wordt gegaan (en ik denk dat wat de uitspraak ook wordt, een van de twee partijen in Hoger Beroep gaat) dan wordt de rechtszaak overgedaan.
Daarna is er in Nederland nog een mogelijkheid tot cassatie.
En dan pas de mogelijkheid om naar het Europese Hof te gaan.

Als je het pleidooi leest dan zie je hoezeer ik me beroep op artikel 10 van dat Europese Verdrag. Op deze site staan de uitspraken van het Europese Hof in Straatsburg inzake dit artikel en dan kan je vaststellen hoe vaak daar gekozen wordt voor het recht op vrije meningsuiting.
Derhalve zal ik, bij een veroordeling in Nederland, die ook na cassatie zou blijven staan, zeker doorgaan tot bij het Europese Hof.

Ten slotte doe ik nu al een aanbod.
Mijn taakstraf wil ik graag benutten om een opleiding te geven op de rechercheschool en bij het Openbaar Ministerie hoe je professioneel onderzoek doet en wat eerlijke en objectieve waarheidsvinding is.
(In dat kader is de sensationele vondst uit het dossier, informatie die dus al sinds juli 2006 in bezit is van het OM, wederom een prachtig voorbeeld hoezeer het OM compleet de weg kwijt is. Helaas mag ik ook hier op deze site niet over praten, en de bezoekers mogen dat HIER ook niet, maar ik weet zeker dat Mr. Knoops het zal gaan gebruiken).

Politieke barometer misleidt

Bijgaand het persbericht dat ik uitgebracht heb over het feit dat de politieke barometer en Nova dezelfde fout maken m.b.t. de inschatting van de omvang van Verdonk als in februari 2002 m.b.t. de inschatting van de omvang van Fortuyn.

Gistereavond maakte Nova bekend dat uit de politieke barometer bleek dat Verdonk op 5 zetels zou staan en Wilders op 17. Iedereen met enig gevoel van politieke verhoudingen binnen het electoraat weet dat de aanhang van Verdonk beduidend groter is dan de aanhang van Wilders.
De uitslag in de politieke barometer van gisteravond (vrijwel dezelfde als vorige week) zegt NIETS over de electorale verhoudingen aan de rechterkant van het politieke spectrum. Maar het is het gevolg van fout uitgevoerd onderzoek. Een vergelijkbare fout als in februari 2002, toen de politieke barometer aangaf dat na de breuk tussen Fortuyn en Leefbaar Nederland het overgrote deel van de kiezers niet met Fortuyn meeging.

Het is alsof het KNMI een thermometer heeft die maximaal tot 20 graden kan aanwijzen. Op een dag is het in werkelijkheid 28 graden, maar omdat de thermometer 20 graden aangeeft (het maximum voor die thermometer), meldt de KNMI dat het die dag maximaal 20 graden is geworden.

Ik heb de afgelopen week diverse mails naar Inter/View-NSS en Nova gestuurd om ze op deze fout opmerkzaam te maken, maar er is niet (serieus) op gereageerd en gisteravond zijn dezelfde foute cijfers als vorige week wederom gepresenteerd.
Daarom dit persbericht.

Verdonk-partij

Vanavond zit ik bij Pauw & Witteman, inzake de ontwikkelingen rondom Rita Verdonk. Morgen schrijf ik daar een inhoudelijk stuk over. Wat er in feite al zeker 6 jaar in Nederland aan de gang is, zijn de stuiptrekkingen van een politiek (partij-)systeem dat niet meer aansluit op de ontwikkelingen binnen de bevolking.
En zoals de Amerikanen zeggen “you aint seen nothing yet”.

US DNA specialist maakt gehakt van onderbouwing vonnis

In de afgelopen maanden hebben een aantal vrijwilligers een groot deel van de documenten rondom het DNA onderzoek waarop Louwes in 2004 in Den Bosch is veroordeeld in het Engels vertaald. Die zijn gestuurd naar een grote DNA deskundige in de VS, Dan E. Krane. Gisteren hebben wij zijn reactie gekregen en hij maakt gehakt van de kwaliteit van het DNA onderzoek dat destijds is uitgevoerd en de conclusies die er bij en door het hof van Den Bosch uit zijn getrokken.

Dan Krane is o.a. medeauteur van het artikel over de problemen rondom forensic DNA-bewijzen.

Onderaan treft u zijn verklaring in het Engels met daaraan toegevoegd zijn CV (op een echte Amerikaanse manier). Hieronder een samenvatting van zijn verklaring met daarbij kort de relatie tussen die verklaring en de veroordeling van Louwes.
(Als men meer over dit onderwerp wil lezen dan tref je het hier aan).

1. I am an Associate Professor in the Department of Biological Science at Wright University in Dayton, Ohio. Since 1991 I have testified in approx. 70 criminal cases that have involved DNA forensic typing.

2. Contemporary DNA profiling tests are generally not capable of determining the tissue source of DNA sampling.

3. Generally speaking, it is very unlikely that handling a piece of clothing with bare hands would transfer a sufficient amount of material for the reliable generation of a DNA-profile, especially if larger amounts of DNA from another individual (e.g. the habitual wearer of the piece of clothing) are present.

4. Contamination and cross-contamination of evidence samples can easy occur. It is essential that evidence samples be handled with great care and that chain of custody (or continuity) records of articles are meticulously maintained to ensure that there either was no opportunity for contamination or cross-contamination to occur or that adequate measures were employed to minimize their possibility if opportunities existed.

5. It is reasonable to expect that DNA associated with one portion of an article of evidence (i.e. a blouse) could be transferred to another portion of the same article if those portions came in direct contact (i.e. in an envelope) during prolonged storage. The potential for transfer between one portion of an article of evidence and another portion of the same article is generally greater when the article is wet than when it is dry. Similarly, a blouse that has been draped on a mannequin, both right-side out and inside out, opportunities for transferring DNA from one location on the blouse to another are introduced. In such circumstances it is usually not possible to distinguish between an individual?s DNA being associated with a particular location as a result of direct contact or a result of a transfer that has occurred during the course of storage, handling or examination.

Wat zegt deze verklaring over de onderbouwing van de veroordeling van Ernest Louwes in 2004 door het Hof in Den Bosch?
Bij de veroordeling van Ernest Louwes op basis van de gevonden DNA contactsporen in 2004 wordt gesteld dat:

Het gevonden DNA ?greepsporen? zou betreffen.
Dan Krane stelt in punt 3 dat hij het zeer onwaarschijnlijk (?very unlikely?) acht dat door het vastgrijpen van de blouse DNA contactsporen zijn overgedragen.
(De hoeveelheid DNA gevonden in spoor 20 door het NFI, die als relatief veel wordt beschreven, wijst er dus sterk op dat dit juist geen greepspoor is. Deze hoeveelheid past veel meer bij een microdruppel speeksel).

Er geen contaminatie kan hebben plaatsgevonden
Dan Krane stelt in punt 4 dat zowel zeer goed bijgehouden moet worden wat er met het kledingstuk is gebeurd en dat het kledingstuk zelf zeer zorgvuldig moet worden bewaard en behandeld.
In werkelijkheid is de blouse van de weduwe een tijd zoek geweest en juist zeer onzorgvuldig behandeld (vochtig in een zak gepropt, vier jaar in een A4 doosje opgevouwen bewaard, voor een onderzoek naar de messcheuren in de blouse onderzocht en binnenste buiten op een etalagepop opgehangen).

Uit de locatie waarop de DNA sporen wel en niet gevonden zijn is geconcludeerd dat het er niet tijdens het bezoek ?s morgens is opgekomen, maar tijdens de moord.
Dan Krane stelt in punt 5 dat de onzorgvuldige wijze waarop de blouse is behandeld gezorgd kan hebben voor de overdracht van DNA sporen van de ene plek op de blouse naar een andere plek (cross-contamination), zodat de locatie waarop de sporen na vier jaar zijn gevonden niets zegt over de plek waar de DNA contactsporen waren op het moment van de moord.
Hij spreekt trouwens ook zijn verbazing uit dat ‘het bewijs wordt geaccepteerd terwijl de “chain of custody” duidelijk is doorbroken. Dat is in de VS een absolute no-no.

Op een andere manier zegt Dan Krane inhoudelijk hetzelfde als het FSS in februari 2007 geschreven heeft. Met name het aspect “de sporen zijn greepsporen” en “de locatie waarop de sporen zijn gevonden is veelbetekenend” blijkt volgens deze buitenlandse deskundigen absoluut niet te handhaven zijn.

Statement US DNA Specialist Dan E. Krane