mijn boeken

Klik hier om uw eigen tekst toe te voegen

Tijdens mijn studie Sociale Geografie heb ik in 1971 heb ik (samen met Jan Koetsier) een boekje geschreven over de Tweede Woning in Nederland. In 1977 kwam er bij de VARA een boekje uit over de bijzondere Tweede Kamerverkiezingen van dat jaar.

In 1986 schreef ik een boek: “Hoe wij kiezen”. Daarin staan alle verkiezingen beschreven sinds 1918. En een beschrijving van de beschikbare verkiezingsonderzoeken sinds de jaren vijftig. Van dat boek treft u een gescande versie aan.

In 1995 kwam mijn boek uit “Dankzij de snelheid van het licht”. Daarin beschreef ik mijn verwachtingen over de opkomst van internet en de gevolgen daarvan voor de samenleving en de economie. Dit boek is al lang uitverkocht. Maar als u geïnteresseerd bent wat ik in 1995 dacht en vooral wat er wel of niet van uitgekomen is dan kunt u het boek op deze website bekijken.

In 2002 kwam mijn, tot dusverre, laatste boek uit: “De Vijfde Dimensie”.

Wilt u niet naar De Slegte gaan om het boek te kopen dan kunt u het hier lezen.

boek-dankzij-de-snelheid-van-het-lichtDankzij de snelheid van het licht’ is in november 1995 uitgebracht door Het Spectrum. In april 1997 volgde versie 2.0, op een aantal plekken was het boek toen geupdate.

U treft hier de originele versie aan, geschreven in de zomer van 1995 toen er in Nederland nog minder dan 200.000 internet aansluitingen waren. De eindredactie van het boek werd gevoerd door Anton van Elburg.


Download delen van ‘Dankzij de snelheid van het licht’:


boek-de-vijfde-dimensieIn 2002 kwam mijn boek uit ‘De Vijfde Dimensie‘.  Daarin geef ik aan dat belangrijke technologische ontwikkelingen van de afgelopen 120 jaar, zoals telefoon, radio, televisie, computer en internet, beschouwd kan worden als de geleidelijke schepping van een nieuwe dimensie waar de mens in kan opereren. Naast de drie ruimtelijke dimensies en de dimensie Tijd noem ik dit de vijfde dimensie. Vanuit dat gezichtspunt worden in het boek de huidige en verwachte ontwikkelingen in samenleving en economie bekeken.

Daarnaast beschrijf ik in het laatste deel de geschiedenis van Newconomy, vanuit mijn prespectief. In tegenstelling tot “Dankzij de snelheid van het licht” werd dit boek slecht verkocht. Mocht u niet naar De Slegte willen gaan, dan kunt u op deze site toch kennis maken met de inhoud ervan.


Download delen van ‘De Vijfde Dimensie’:


boek-hoe-wij-kiezenIn de aanloop naar de verkiezingen van 1986 heb ik een boek geschreven over de Tweede Kamerverkiezingen tussen 1918 en 1986. Enerzijds betrof dat de verkiezingsuitslagen uit die periode en anderzijds een samenvatting van onderzoeken, die er rondom verkiezingen zijn uitgevoerd. Ook filosofeer ik over de toekomst. Het boek is uitgebracht door uitgeverij Sijthoff.


Download delen van ‘Hoe wij kiezen’:


240 uur taakstraf

De eis gisteren tegen de 7 frauderende speurhondengeleiders was symptomatisch voor de crisis van onze rechtsstaat. Overall was het lager dan wat drie weken geleden tegen mij geeist werd (naast de 240 uur taakstraf werd bij mij ook nog een voorwaardelijke gevangenisstraf geeist). In veel landen worden ernstige overtredingen van politieambtenaren tegen hun voorschriften zwaar bestraft, maar in Nederland houdt het OM de hand boven het hoofd van politieambtenaren en leden van het OM.

Laten we even op een rijtje zetten wat de hondenbegeleiders hebben gedaan en het effect van hun werk:

1. Uit wetenschappelijk onderzoek was gebleken dat testen met geurhonden minder betrouwbaar zijn als ze worden uitgevoerd, terwijl de begeleider weet welke buisje van de verdachte is. Dat MINDER BETROUWBAAR betekent dat de honden de verdachte er MEER ONTERECHT uitkiezen dan als de begeleider niet weet welk buisje van de verdachte is.
Vanaf 1997 staat dat expliciet in de voorschriften dat de hondenbegeleider niet mag weten welk buisje van de verdachte is. Toch heeft men bij ALLE geurproeven van de desbetreffende dienst (Oost- en Noord Nederland) sinds 1997 deze voorschrift doorbroken.

2. Om de proeven zo willekeurig mogelijk te houden en te voorkomen dat de honden bepaalde patronen herkennen dient voorafgaande aan iedere proef een loting gehouden te worden welke van de 36 mogelijke opstellingen gebruikt dient te worden. (2 x 7 buisjes, waarbij het buisje van de verdachte niet beide keren op dezelfde positie mag komen te liggen). Ook deze voorschrift heeft men niet gevolgd. Er zijn aanwijzingen dat men vooral die opstelling koos, waarbij de kans groter was dat de hond het geurbuisje van de verdachte uitkoos.

3. Niet alleen dat de hondenbegeleiders de proef niet conform de voorschriften opvoerden in het Proces Verbaal werd gezet dat het wel conform de opdracht was. Dat dus de loting WEL had plaatsgevonden en dat de hondenbegeleider NIET wist welk buisje van de verdachte was.

Dit heeft gedurende 9 jaar plaatsgevonden. In die periode heeft men 2600 geurproeven gedaan (gemiddeld ruim 1 per werkdag).

De gevolgen van hun optreden was:

A. Bij een onbekend aantal gevallen is er door de hond onterecht een positieve geurherkenning geweest. In ieder geval weten we het zeker van 2. Ernest Louwes is gekoppeld aan een mes dat hij niet in handen gehad kan hebben. Maar ook heeft Louwes in de gevangenis iemand ontmoet die door dezelfde hond gekoppeld was aan een revolver, waarmee een moordaanslag was gepleegd. Toen het slachtoffer maanden later uit coma kwam vertelde hij dat die man de dader niet was geweest. In ieder geval zou zonder de geurproef Louwes in 2000 niet veroordeeld zijn, vrijwel zeker zou hij toen niet eens voor de rechter zijn gebracht.

B. Bij meer dan 50 veroordelingen heeft -in de visie van de advocaat- de geurproef een dusdanige belangrijke rol gespeeld dat er inmiddels een herziening gevraagd is bij de Hoge Raad. Die dient te oordelen of zonder de geurproef de verdachte wel veroordeeld zou zijn. Dit houdt zeker niet in dat bij alle gevallen een onschuldige vast is komen te zitten, maar het zou me zeker niet verbazen als het meer dan een klein deel hiervan zou betreffen.

Resumerend: Deze politieambtenaren zijn dus in hun werk afgeweken van hun instructies en hebben daarbij de kans dat iemand onschuldig vast komt te zitten duidelijk vergroot. En zij hebben 9 jaar lang valse processen verbaal opgemaakt, waarbij zij dit afwijkend optreden bewust hebben verborgen gehouden.

Politieambtenaren en leden van het Openbaar Ministerie zijn pijlers waarop onze rechtsstaat steunt. Eerlijkheid is daarbij een cruciale eigenschap. Maar ook een aanpak waarbij men zowel onderzoek naar schuld als onschuld van een verdachte doet. Rechters bouwen op verklaringen van politie. Ze gaan uit van de eerlijkheid van zowel politie als openbaar ministerie.
Als een burger dit soort handelingen verricht is dat al een fors misdrijf. Maar het heeft geen gevolgen voor onze rechtsstaat.
Maar als een politieambtenaar dit doet zijn de consequenties veel groter.
Het tast de basis van ons rechtssysteem aan.

In een goed functionerende rechtsstaat zouden politieambtenaren dit dergelijke misdrijven hebben gepleegd niet alleen direct ontslagen zijn, maar ook een aanzienlijke gevangenisstraf krijgen. Om daarmee uit te drukken hoe belangrijk het is de rechtsstaat overeind te houden en als voorbeeldwerking voor anderen in de justitiele keten.
Dat het Openbaar Ministerie slechts 240 uur taakstraf eist zonder ontslag (men mag slechts een tijd geen opsporingsactiviteiten verrichten), is symptomatisch voor de wijze waarop het Openbaar Ministerie met onze rechttstaat omgaat. Slecht en onprofessioneel onderzoek wordt geaccepteerd. Zware conclusies worden daarop getrokken. En mogelijke problemen worden zo nodig via valse verklaringen of leugenachtig gedrag bij de rechter verhuld.
En als dat de aanpak is die door de top van het Openbaar Ministerie wordt geaccepteerd (zie daarvoor het persbericht over het Orienterend Vooronderzoek bij de Deventer Moordzaak) dan kan je als Openbaar Ministerie natuurlijk niet zware eisen gaan stellen in een rechtszaak tegen ambtenaren die qua gedrag niet al teveel afwijken van het gedrag van een aantal van je eigen collega’: “ons soort mensen”.
Maar als er een burger is die met zijn optreden vooral de misstanden van het Openbaar Ministerie aan de kaak wil stellen, die dus wel komt aan “ons soort mensen”, dan dient hij zwaarder aangepakt te worden dan politieambtenaren die niet alleen valse processen verbaal hebben opgemaakt, maar ook het werk zo zijn gaan uitvoeren dat een aantal onschuldigen (langdurig) in de gevangenis terecht zijn gekomen.

Symptomatisch en ontluisterend gedrag.

De ontluistering in beeld

Dinsdag om 9 uur begint in Zutphen de rechtszaak tegen de zeven hondenbegeleiders die ervan beschuldigd worden dat ze 9 (!) jaar langs de geurproeven zodanig hebben uitgevoerd dat ze de kans opzettelijk hebben vergroot dat een verdachte ONTERECHT aan de geur van het object werd gekoppeld. Als je de kans hebt, zou ik er zeker naartoe gaan.

Waarom laat dit proces de ontluistering zien van onze rechtsstaat? Omdat hier alles bij elkaar komt van een totaal doorgeschoten in zichzelf gekeer systeem dat geen zelfreinigend vermogen heeft en gebrek aan professionalisme paart aan een gebrek aan integriteit. Bedenk maar het volgende:

– Zeven hondenbegeleiders hebben negen jaar lang BEWUST de geurproeven zodanig uitgevoerd dat de kans groter werd dat de speurhonden de verdachten koppelden aan het onderzochte voorwerp. Niet alleen door te weten welke buisje van de verdachte was, maar ook te sjoemelen met de loting rondom de testopstelling (aangetoond door Prof. Fryters).
Dat 7 man het gedaan hebben en dat meer dan 9 jaar hebben kunnen blijven doen geeft aan welke mentaliteit er achter de schermen blijkbaar heerst. Het moet samenhangen met de cultuur die er heerst.

– Het OM wist al lang dat er ernstige problemen waren met de geurproeven. Niet alleen dankzij het onderzoek dat begin 2003 werd gedaan op het mes waar Louwes op veroordeeld werd. Daaruit bleek dat Louwes het mes niet in handen had gehad, maar toch door de hond Spike was gekoppeld aan een mes. Louwes ontmoette in de gevangenis een Oostenrijker die door Spike aan een revolver was gekoppeld waarmee een moordaanslag was gepleegd. Toen het slachtoffer echter na lange tijd uit coma kwam wees hij iemand anders aan als dader.

– Vele malen is bij rechtszaken gevraagd aan de rechters om de hondenbegeleiders onder ede te horen over hun test. Dat is ook bij de rechtszaak van Louwes gebeurd (o.a. bleek de video verdwenen die van de geurproef gemaakt zou zijn). Maar de rechter was doof en vertrouwde blindelings op de verklaring van de politieambtenaren. Pas toen in oktober 2006 in Leeuwarden ze wel onder ede werden gehoord bleek wat er al 9 jaar aan de hand was en werden 2000 geurproeven vervallen verklaard (met meer dan 40 herzieningsverzoeken als gevolg).

– Prof. Fryters heeft vele brieven geschreven, klachten opgestuurd, aangiftes gedaan, vanaf 2002 over de problemen met de geurproeven. Steeds weer werd het vanuit de ontvanger doorgestuurd naar de Hoofdofficier van Justitie van IJsselland die er NIETS mee deed. Vaak niet eens antwoord gaf. Maar ja, als je zelf eindverantwoordelijk bent voor datgene waarover de klacht gaat en je werkt bij het OM dan leg je het gewoon ongestraft naast je en geen haan die ernaar kraait.

– Als de hondenbegeleiders gewoon correct hun werk hadden gedaan was Louwes nooit in Arnhem tot 12 jaar veroordeeld. Hoogstwaarschijnlijk was hij niet eens voor de rechter gebracht en had het onderzoeksteam alternatieve scenario?s wel goed onderzocht.

Als de rechters wel alerter waren geweest en het Openbaar Ministerie wel al rond 2000 goed intern onderzoek had gedaan dan had dat niet alleen gezorgd dat de geurproeven wel correct uitgevoerd zouden worden, maar er had ook een preventieve werking vanuit gegaan. (Politie-)ambtenaren hadden dan goed begrepen dat als ze Processen Verbaal opmaken dat het dan ook op waarheid dient te gebeuren. En Officieren van Justitie hadden dan beseft dat ze er waren om aan eerlijke en objectieve waarheidsvinding te doen en de rechter niet mogen voorliegen. Maar dat is niet gebeurd en de cultuur van slordig en slecht onderzoek is gewoon voortgezet en werd toegedekt door valse verklaringen, rommelen met documenten en rechters keken de andere kant op.

Dat men bij het OM nog steeds niets geleerd heeft van deze gebeurtenissen blijkt wel uit het volgende. Eind april van dit jaar heb ik Hoofdofficier Vast zowel in kennis gesteld van de keiharde aanwijzingen van vervalsing van het Proces Verbaal over de ?chain of custody? door Ruiter en Oldenhof op 16 december 2003, en de vele aanwijzingen van de aanpassing van het Tactisch Journaal alvorens het aan het Hof van Den Bosch werd overhandigd.
Eind mei 2007 kreeg ik een bevestiging van ontvangst van de twee stukken en de melding dat er inhoudelijk gereageerd zou worden. We zijn nu 6 (!) maanden later en ik heb nog steeds NIETS gehoord.
Vorige week heb ik een rappel gestuurd naar de opvolger van Mr. Vast en heb ik ook het de voorzitter van het landelijk parket, de heer Brouwer in kennis gesteld, dat het Openbaar Ministerie ?wederom- duidelijke bewijzen voor ambtelijk misdrijf weigert te onderzoeken.

Daarom raad ik jullie aan dat proces in Zutphen intensief te volgen (of er naartoe te gaan) en daarbij te beseffen dat in feite niet alleen deze 7 hondenbegeleiders voor de rechter staan, maar ook degenen die hun vervalste informatie met genoegen hebben gebruikt om onschuldigen de gevangenis in te krijgen en er tot op vandaag NIETS van geleerd hebben.

Waar macht ontspoort, moet de burger spreken

Gisteren was dan het proces. Zoals aangekondigd heb ik zelf mijn verdediging gevoerd, maar Plasman was erbij en heeft op een aantal momenten mij (erg goed) aangevuld.
Door de uitspraak van de civiele rechter in april zou het kunnen dat ik (helaas) niet alles wat ik tijdens de rechtszaak heb gezegd -wat op zichzelf een openbare zitting was- hier plaatsen. Daarover verschillen de geleerden, dus plaats ik een gecensureerde versie, waarover men wel eens is Ook kan ik niet praten over de sensationele vondst uit het dossier bij het begin van het proces.
Dit is wat ik in ieder geval wel mag zeggen…

Allereerst was er een haast vermakelijke discussie rondom het mogen uitnodigen van getuigen.
In de dagvaarding, die was ondertekend door de OvJ, werd expliciet mijn aandacht gevraagd voor punten 1, 6, 7 en 8 van de achterkant. Punt 7 betrof de procedure t.a.v. het uitnodigen van getuigen. Dat verzoek diende ik uiterlijk 14 dagen van te voren in te dienen bij de OvJ. Ik had keurig 8 aanvragen, gemotiveerd ingediend.
Een dag voor de zitting kreeg ik een afwijzing. De OvJ wees de getuigen allemaal af, omdat ik te laat was. Dat had ik namelijk bij de regiezitting in april moeten doen.
uit mijn vraag, waarom ik dan in een door hem ondertekende brief werd gewezen op de mogelijkheid getuigen uit te nodigen, bleek dat het een standaardbrief was, die gestuurd werd, ongeacht of er een regiezitting was geweest.
Blijkbaar was dat probleem al een aantal jaren het geval en weten advocaten ervan.
Men is er nog niet in geslaagd om de uitnodigingsbrief te veranderen.
En de OvJ reageerde alsof ik dat had moeten weten. Dat hij dus een brief had ondertekend met een bepaalde inhoud, maar dat het in werkelijkheid heel anders was.
En de rechter legde uit dat jurisprudentie bepaalde dat de OvJ gelijk had. Jaja, zo zijn onze juristenmanieren. We sturen een brief met een bepaalde inhoud. We ondertekenen het. Dan zeggen we dat je de inhoud niet mag interpreteren op basis van wat er staat. En legt de rechter uit dat op basis van jurisprudentie dit inderdaad juist is.
(Hoe moeilijk is het om in de gevallen dat er een regiezitting is geweest de uitnodigingsbrief aan te passen en de regel weg te laten zodat er geen verwarring hoeft te zijn.)

De getuigenaanvragen waren o.a. gebaseerd op artikel 6 van het Europese Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens. Daar staat o.a. dat de verdachte het recht heeft om een getugie a charge te ondervragen. Ik beweerde dat de aanklagers (Michael de Jong en Meike Wittermans) in feite als getuige a charge optraden. Zeker omdat er in het procesdossier een stuk van 18 pagina’s zat door hen ondertekend, waarin ze aangaven wat hen allemaal was overkomen. En, zoals ik aangaf en via een aantal getuigenverklaringen onderbouwde, wederom doorspekt was van leugens.

De rechter wees -wederom- alle getuigenverzoeken af. (In totaal betreft het samen met de regiezitting 13 getuigen).
Mocht na een eventueel Hoger Beroep en een eventueel afgewezen cassatie ik veroordeeld zijn (ongeacht wat de straf is) zal ik zeker bij het Europese Hof dat over dit verdrag gaat klagen wegens het verbieden van het horen van getuigen in het algemeen en de twee aanklagers in het bijzonder.

Na het afwijzen van de getuigen (en toen waren we al rond 13.45 uur) mocht ik de DVD tonen waarom ik had verzocht. Daarin liet ik scenes zien uit het programma van Peter R. de Vries van 27-5-2001 waar Michael de J. vrijwillig voor het eerst uit de anonimiteit trad. Mijn optreden bij Woestijnruiters, waar ik op 26-2-2006 al goed uitlegde wat mijn insteek was. En het optreden van Dan Krane bij Reporter.

Er waren wat vragen van de rechter die ik beantwoordde. De rechter wilde toen graag een soort verantwoording van me horen, waarom ik gedaan had wat ik had gedaan. Afgesproken werd toen dat ik dan maar mijn pleidooi zou houden (want anders had ik slechts een deel ervan moeten zeggen en na het requisitoir het ander deel). Mijn pleidooi had als motto “Als macht ontspoort, moet een burger spreken”. Dit zijn de gedeelten van dit pleidooi, dat ik zeker mag plaatsen zonder dat ik in overtreding ben ten aanzien van de uitspraak van de rechter bij de civiele zaak. Sommige juristen zeggen dat ik het helemaal zou mogen plaatsen, maar anderen denken van niet en ik wil geen risico nemen. (Het geeft trouwens heel schrijnend aan hoezeer de uitspraak van de rechter mij treft in mijn recht op vrije meningsuiting dat er juristen zijn die stellen dat ik mijn pleidooi uitgesproken in een openbare rechtzitting, niet integraal kan plaatsen.

Vervolgens kwam het requisitoir, door een Officier van Justitie, die inderdaad amper luisterde naar mijn pleidooi. Maar ja het luisteren naar burgers is en daar vervolgens iets mee doen is toch niet een eigenschap die hoog in het vaandel zit bij het OM. Dus was zijn gedrag wel exemplarisch.
De rechters luisterden zeker aandachtig.

Er werd op een gegeven moment een pauze ingelast, en aan het eind werd mijn stuk wat verkort.
Toen kwam het requisitoir met een eis van 240 uren taakstraf en een maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. (Met nog een conditie die specifiek de Deventer Moordzaak betrof, maar die ik nu even niet kan reproduceren).
Daarna sloot Plasman kort en goed af. Een soort reactie op de woorden van de OvJ en een vraag van de rechter.

Over twee weken is de uitspraak.

Gezien de wijze waarop in Nederland het recht is geregeld is de uitspraak door deze rechters eigenlijk onbelangrijk. Als er in Hoger Beroep wordt gegaan (en ik denk dat wat de uitspraak ook wordt, een van de twee partijen in Hoger Beroep gaat) dan wordt de rechtszaak overgedaan.
Daarna is er in Nederland nog een mogelijkheid tot cassatie.
En dan pas de mogelijkheid om naar het Europese Hof te gaan.

Als je het pleidooi leest dan zie je hoezeer ik me beroep op artikel 10 van dat Europese Verdrag. Op deze site staan de uitspraken van het Europese Hof in Straatsburg inzake dit artikel en dan kan je vaststellen hoe vaak daar gekozen wordt voor het recht op vrije meningsuiting.
Derhalve zal ik, bij een veroordeling in Nederland, die ook na cassatie zou blijven staan, zeker doorgaan tot bij het Europese Hof.

Ten slotte doe ik nu al een aanbod.
Mijn taakstraf wil ik graag benutten om een opleiding te geven op de rechercheschool en bij het Openbaar Ministerie hoe je professioneel onderzoek doet en wat eerlijke en objectieve waarheidsvinding is.
(In dat kader is de sensationele vondst uit het dossier, informatie die dus al sinds juli 2006 in bezit is van het OM, wederom een prachtig voorbeeld hoezeer het OM compleet de weg kwijt is. Helaas mag ik ook hier op deze site niet over praten, en de bezoekers mogen dat HIER ook niet, maar ik weet zeker dat Mr. Knoops het zal gaan gebruiken).

Politieke barometer misleidt

Bijgaand het persbericht dat ik uitgebracht heb over het feit dat de politieke barometer en Nova dezelfde fout maken m.b.t. de inschatting van de omvang van Verdonk als in februari 2002 m.b.t. de inschatting van de omvang van Fortuyn.

Gistereavond maakte Nova bekend dat uit de politieke barometer bleek dat Verdonk op 5 zetels zou staan en Wilders op 17. Iedereen met enig gevoel van politieke verhoudingen binnen het electoraat weet dat de aanhang van Verdonk beduidend groter is dan de aanhang van Wilders.
De uitslag in de politieke barometer van gisteravond (vrijwel dezelfde als vorige week) zegt NIETS over de electorale verhoudingen aan de rechterkant van het politieke spectrum. Maar het is het gevolg van fout uitgevoerd onderzoek. Een vergelijkbare fout als in februari 2002, toen de politieke barometer aangaf dat na de breuk tussen Fortuyn en Leefbaar Nederland het overgrote deel van de kiezers niet met Fortuyn meeging.

Het is alsof het KNMI een thermometer heeft die maximaal tot 20 graden kan aanwijzen. Op een dag is het in werkelijkheid 28 graden, maar omdat de thermometer 20 graden aangeeft (het maximum voor die thermometer), meldt de KNMI dat het die dag maximaal 20 graden is geworden.

Ik heb de afgelopen week diverse mails naar Inter/View-NSS en Nova gestuurd om ze op deze fout opmerkzaam te maken, maar er is niet (serieus) op gereageerd en gisteravond zijn dezelfde foute cijfers als vorige week wederom gepresenteerd.
Daarom dit persbericht.

Verdonk-partij

Vanavond zit ik bij Pauw & Witteman, inzake de ontwikkelingen rondom Rita Verdonk. Morgen schrijf ik daar een inhoudelijk stuk over. Wat er in feite al zeker 6 jaar in Nederland aan de gang is, zijn de stuiptrekkingen van een politiek (partij-)systeem dat niet meer aansluit op de ontwikkelingen binnen de bevolking.
En zoals de Amerikanen zeggen “you aint seen nothing yet”.

US DNA specialist maakt gehakt van onderbouwing vonnis

In de afgelopen maanden hebben een aantal vrijwilligers een groot deel van de documenten rondom het DNA onderzoek waarop Louwes in 2004 in Den Bosch is veroordeeld in het Engels vertaald. Die zijn gestuurd naar een grote DNA deskundige in de VS, Dan E. Krane. Gisteren hebben wij zijn reactie gekregen en hij maakt gehakt van de kwaliteit van het DNA onderzoek dat destijds is uitgevoerd en de conclusies die er bij en door het hof van Den Bosch uit zijn getrokken.

Dan Krane is o.a. medeauteur van het artikel over de problemen rondom forensic DNA-bewijzen.

Onderaan treft u zijn verklaring in het Engels met daaraan toegevoegd zijn CV (op een echte Amerikaanse manier). Hieronder een samenvatting van zijn verklaring met daarbij kort de relatie tussen die verklaring en de veroordeling van Louwes.
(Als men meer over dit onderwerp wil lezen dan tref je het hier aan).

1. I am an Associate Professor in the Department of Biological Science at Wright University in Dayton, Ohio. Since 1991 I have testified in approx. 70 criminal cases that have involved DNA forensic typing.

2. Contemporary DNA profiling tests are generally not capable of determining the tissue source of DNA sampling.

3. Generally speaking, it is very unlikely that handling a piece of clothing with bare hands would transfer a sufficient amount of material for the reliable generation of a DNA-profile, especially if larger amounts of DNA from another individual (e.g. the habitual wearer of the piece of clothing) are present.

4. Contamination and cross-contamination of evidence samples can easy occur. It is essential that evidence samples be handled with great care and that chain of custody (or continuity) records of articles are meticulously maintained to ensure that there either was no opportunity for contamination or cross-contamination to occur or that adequate measures were employed to minimize their possibility if opportunities existed.

5. It is reasonable to expect that DNA associated with one portion of an article of evidence (i.e. a blouse) could be transferred to another portion of the same article if those portions came in direct contact (i.e. in an envelope) during prolonged storage. The potential for transfer between one portion of an article of evidence and another portion of the same article is generally greater when the article is wet than when it is dry. Similarly, a blouse that has been draped on a mannequin, both right-side out and inside out, opportunities for transferring DNA from one location on the blouse to another are introduced. In such circumstances it is usually not possible to distinguish between an individual?s DNA being associated with a particular location as a result of direct contact or a result of a transfer that has occurred during the course of storage, handling or examination.

Wat zegt deze verklaring over de onderbouwing van de veroordeling van Ernest Louwes in 2004 door het Hof in Den Bosch?
Bij de veroordeling van Ernest Louwes op basis van de gevonden DNA contactsporen in 2004 wordt gesteld dat:

Het gevonden DNA ?greepsporen? zou betreffen.
Dan Krane stelt in punt 3 dat hij het zeer onwaarschijnlijk (?very unlikely?) acht dat door het vastgrijpen van de blouse DNA contactsporen zijn overgedragen.
(De hoeveelheid DNA gevonden in spoor 20 door het NFI, die als relatief veel wordt beschreven, wijst er dus sterk op dat dit juist geen greepspoor is. Deze hoeveelheid past veel meer bij een microdruppel speeksel).

Er geen contaminatie kan hebben plaatsgevonden
Dan Krane stelt in punt 4 dat zowel zeer goed bijgehouden moet worden wat er met het kledingstuk is gebeurd en dat het kledingstuk zelf zeer zorgvuldig moet worden bewaard en behandeld.
In werkelijkheid is de blouse van de weduwe een tijd zoek geweest en juist zeer onzorgvuldig behandeld (vochtig in een zak gepropt, vier jaar in een A4 doosje opgevouwen bewaard, voor een onderzoek naar de messcheuren in de blouse onderzocht en binnenste buiten op een etalagepop opgehangen).

Uit de locatie waarop de DNA sporen wel en niet gevonden zijn is geconcludeerd dat het er niet tijdens het bezoek ?s morgens is opgekomen, maar tijdens de moord.
Dan Krane stelt in punt 5 dat de onzorgvuldige wijze waarop de blouse is behandeld gezorgd kan hebben voor de overdracht van DNA sporen van de ene plek op de blouse naar een andere plek (cross-contamination), zodat de locatie waarop de sporen na vier jaar zijn gevonden niets zegt over de plek waar de DNA contactsporen waren op het moment van de moord.
Hij spreekt trouwens ook zijn verbazing uit dat ‘het bewijs wordt geaccepteerd terwijl de “chain of custody” duidelijk is doorbroken. Dat is in de VS een absolute no-no.

Op een andere manier zegt Dan Krane inhoudelijk hetzelfde als het FSS in februari 2007 geschreven heeft. Met name het aspect “de sporen zijn greepsporen” en “de locatie waarop de sporen zijn gevonden is veelbetekenend” blijkt volgens deze buitenlandse deskundigen absoluut niet te handhaven zijn.

Statement US DNA Specialist Dan E. Krane