Het tweede golfje

Veel interessante informatie is deze week binnengekomen. Samen geven die een goed beeld van waar we nu staan en waar we naar op weg zijn. Met steeds meer antwoorden en steeds minder vragen.

De dagcijfers

Laten we beginnen met het verloop van “de tweede golf”, die weer op ons af zou komen. En waarmee we vanaf begin augustus werden overspoeld in de media. Vanaf dat moment namen de geconstateerde positieve testuitslagen toe. Deels door grotere aantallen uitgevoerde testen en deels op “eigen kracht”.

In een aantal andere West-Europese landen was een vergelijkbare ontwikkeling te zien. In Spanje 10 dagen eerder dan in Nederland. Daar verdubbelde het aantal positieve testen vanaf begin juli al per 10 dagen. Tussen 1 en 10 juli waren het er 4.000. De laatste 10 dagen is het 60.000. Spanje heeft bijna 3 keer zoveel inwoners dan Nederland.

Maar als je naar het aantal overlijdensgevallen kijkt, dan loopt het zo’n vaart niet. De laatste paar dagen zijn het er ruim 20 per dag. Naar de Nederlandse verhoudingen zouden het er 8 per dag zijn.  Er waren dagen begin april dat Spanje 800 doden per dag had (een factor van 40 keer zoveel als nu het geval is).

Als je het aantal positieve testen per dag in Nederland bekijkt, dan was het hoogtepunt op 11 augustus (met meer dan 700 gemeld). Sindsdien is de trend naar beneden. De afgelopen dagen schommelt het rond de 500. Als je de ontwikkelingen van nu vergelijkt met de eerste twee weken van augustus en de verspreiding over gebieden en wijken, dan is het duidelijk dat de piek rondom het Offerfeest is veroorzaakt, maar die ontwikkeling zich niet verder heeft doorgezet.

Op de website van BDDataplan zijn vele interessante overzichten te zien. De onderstaande laat zien dat het zwaartepunt van de positieve testen zit in de wat jongere leeftijdsgroepen. En dat er geen verschuiving is in de afgelopen weken in de richting van ouderen.

Er is dus in absolute toename geen forse toenames van ziekenhuisopnames of toestroom in de IC’s.  Terwijl begin april bijna 1400 COVID-19 patiënten lagen op de IC’s, zijn het er nu 40. Dat is dus 1/30e.

En er is geen enkele reden om te veronderstellen dat dit beeld de komende weken fors zal verslechteren.

Omdat dit patroon, als je goed naar andere landen in onze omgeving keek, ook te verwachten was, vond ik het ook zo erg dat de angst die weer gecreëerd werd. Kijk nog maar eens terug naar het interview met Ernst Kuipers op 17 augustus. Op dat moment hadden we al circa 5 dagen stabiele cijfers. Elke vorm van stijging van een cijfer werd in de media gebruikt om die uit te vergroten en te gebruiken om het angstbeeld van eind maart/begin april weer te creëren.

En in de rapporten van het RIVM staat altijd wel een cijfer wat je daarvoor kunt gebruiken. Vorige week nog werd geschat dat 52.000 Nederlanders besmettelijk waren (een vreemde stijging van 20.000 met een week ervoor). Dat zou 1/6e zijn van de situatie van eind maart. En minister De Jonge gebruikte dat natuurlijk weer in zijn toelichtingen om de alarmbel te luiden. Maar die schattingen van het RIVM zijn boterzacht en uitermate onwaarschijnlijk. Zowel voor wat betreft de schatting van deze week, als die uit maart.

Morgen krijgen we bij het weekrapport een nieuw voorbeeld van de tutti frutti van de cijfers van het RIVM. Het aantal geconstateerde positieve testen is deze week duidelijk lager dan de week ervoor. En er is ook nog een stuk meer getest. Maar de reproductiefactor die men in het rapport zal presenteren is van circa 18 dagen geleden. En toen maakten we nog wel stijgingen door. Dus wat krijgen we dan: terwijl we nu een daling doormaken (en de reproductiefactor dus nu onder de 1 is) zal in het rapport een waarde staan van meer dan 1. Ik ben benieuwd wie van de politici of journalisten dat cijfer morgenavond zal gaan gebruiken om toch te zeggen dat we moeten blijven oppaassen!

Besef daarbij wel dat deze lagere cijfers niet het gevolg zijn van de richtlijnen die Rutte, De Jonge en de burgemeesters op 18 augustus hadden aangekondigd. Want als die al effect gaan hebben is dat pas te merken in de cijfers van deze en de volgende week.

Dus wat we deze zomer meemaken mag eigenlijk niet eens de naam van “tweede golfje” hebben.

Maar ja, wat er ook gebeurt, ook in de komende tijd zullen er burgemeesters zijn die echt denken dat je buiten besmet kan raken en dus op bepaalde plekken in de buitenlucht mensen dwingen een mondkapje te dragen.

(N.B. Er zijn twee wielrenners, Van der Heijden en Godrie, die eerst positief getest zijn en vervolgens bij een hertest negatief. Sporters laten zich bij een positieve test nog een keer testen. Zou het niet eens tijd worden om via een steekproefonderzoek in Nederland te bepalen in hoeveel procent van de gevallen we in Nederland false positves krijgen, zoals blijkbaar bij die wielrenners is gebeurd?)

 

De sleutelvraag is wat we echt in het najaar en de winter kunnen gaan verwachten. Komt daar een echte tweede golf? En wat zouden we wel of niet moeten gaan doen in relatie tot wat er op ons afkomt?

Om alles in perspectief te zetten

Alvorens ik daar wat dieper op inga behandel ik twee heel interessante componenten van informatie die deze week beschikbaar kwamen en eigenlijk alles goed in perspectief zetten.

Allereerst gaf Johan Hellström (@Jhnhelstrom) een overzicht van de sterftecijfers per maand per miljoen inwoners in Zweden sinds 1850. Met name uit ergernis dat in media gemeld werd dat Zweden de hoogste sterftecijfers in 150 jaar had gehad door het gevolgde COVID-19 beleid.  Zijn nieuwe grafiek plaatst inderdaad de ontwikkelingen van de afgelopen maanden in perspectief. (En ook hoe in de media cijfers worden misbruikt voor een doel). Dit zijn dus de sterftecijfers per maand in Zweden per miljoen inwoners.

Hier is goed te zien dat de omvang van het aantal extra sterfgevallen per miljoen inwoners van COVID-19, ook als alleen de afgelopen 40 jaar in beschouwing wordt genomen, niet exorbitant was.

Daarnaast vond ik dit interview met een aantal artsen in Het Parool ook sterk relativerend. Zij vragen zich af hoe lang in de zorg nog alles om COVID-19 kan draaien. Zij beschrijven wat de gevolgen zijn van die grote aandacht en hoe mensen de nodige zorg mijden uit angst voor besmetting met COVID-19. Het is dezelfde lijn van de brandbrief die op 11 augustus naar de Tweede Kamer is gestuurd door 1800 medische professionals. De twee dikgedrukte zinnen uit het begin van de brief zijn:

Om in de beleidsdiscussie over corona weer oog te krijgen voor het doel dat maatregelen zouden moeten dienen, namelijk het toegankelijk houden van zorg, het beschermen van kwetsbaren en het bevorderen van de volksgezondheid, roepen wij u hierbij op om zich onafhankelijk en kritisch te blijven informeren en de vragen te stellen die een democratische rechtstaat toebehoren. 

en

Wij vragen politici openbaarheid van besluitvorming te eisen en te allen tijde proportionaliteit en subsidiariteit mee te laten wegen bij het uitrollen van beleid.

En dan gaat dit nog alleen over de volksgezondheid. De grote gevolgen voor economie en maatschappij worden daarbij nog niet eens meegewogen.

Dat zouden belangrijke lessen moeten zijn voor ons allen.

 

Wat gebeurt er in het najaar?

Als je het voorgaande mee in beschouwing neemt dan mag je hopen dat het beleid een duidelijk andere wordt dan in de afgelopen zes maanden. In mijn alternatieve persconferentie heb ik de gewenste richting al proberen aan te geven: accepteren dat dit virus er is. De juiste maatregelen nemen op de plekken waar er echt een groot risico op besmetting is. De mensen die bescherming nodig hebben beschermen. Mensen niet onnodig angst aanjagen. De samenleving zoveel mogelijk normaal door laten gaan.

Als dat goed gebeurt, waarbij het Deltaplan Ventilatie een cruciale rol zou dienen te spelen, dan zullen de gevolgen in het najaar en winter in Nederland heel overzichtelijk blijven. Maar zolang het RIVM, OMT en de regering niet onderkennen hoe groot de rol van aerosolen is, lopen we een risico dat het aantal positief getesten in het najaar toch weer heel fors gaat stijgen. En men vervolgens maatregelen neemt, die veel meer kwaad doen dan goed. En voor degenen die denken dat het mijn persoonlijke hobby is, raad ik aan om te lezen wat prof. Jimenez over aerosolen schrijft. Ik heb regelmatig overleg met hem en hij komt inmiddels tot de schatting dat 75% van de besmettingen via aerosolen verloopt. En Angela Merkel benadrukte in haar recente persconferentie (op 4 minuut 20) ook de rol van aerosolen bij de besmettingen. Terwijl Rutte en De Jonge de woorden aerosolen en ventilatie mijden als de pest.

Ten aanzien van een mogelijke forse uitbraak van het virus in het najaar zijn er drie belangrijke onderwerpen:

  1. Er wordt van vele kanten inmiddels bericht dat het erop lijkt dat besmette mensen minder erg ziek worden dan in het voorjaar. Dat wordt gemeld door artsen die de zieken behandelen in het ziekenhuis. Er zijn meerdere verklaringen mogelijk. Het kan zijn dat door mutatie van het virus dit het geval is. Maar het kan ook zijn dat de hoeveelheid virus, die mensen in de zomer inademen gemiddeld minder is dan in de rest van het jaar. En de virale doses heeft een relatie met de mate waarin men ziek wordt. Hoe eerder duidelijk wordt welke verklaring de juiste is, hoe eerder daarop ingespeeld kan worden. Ten aanzien van de mutatie van het virus is deze studie interessant. Bij mutaties kan zowel de mate van besmettelijkheid veranderen als de mate van ernst van de ziekte.
  2. In dit artikel wordt beschreven dat waar COVID-19 is uitgebroken influenza vrijwel niet (meer) wordt aangetroffen. Dat was al in februari-maart in West-Europa te zien. En in dit artikel stellen ze het ook vast op het Zuidelijk Halfrond, daar waar het winter is. In Zuid-Afrika waar men normaliter sinds maart een groot aantal gevallen zou gedetecteerd hebben, is het nu vrijwel nul. Er zijn een aantal mogelijke verklaringen voor. Zelf denk ik dat ieder seizoen er een “flavour of the year” is ten aanzien van ziekte van de ademhalingsorganen en dat COVID-19 dat dit jaar is. Daarnaast werken de voorzorgsmaatregelen die we nemen ten aanzien van het oplopen van COVID-19 eveneens tegen influenza. (En ook influenza wordt vooral via aerosolen overgedragen. Dit artikel van Linsey Marr uit 2011 beschrijft dat en dit uit 2019 ook.  En deze studie vanuit het RIVM uit 2011 wijst ook in die richting.).

Mijn conclusie is dat de kans dat we dit najaar/winter zowel uitbraken krijgen van COVID-19 als van griep klein is.

  1. Er is veel discussie over wanneer een bevolking nu echt immuun is voor COVID-19. Ik ben daar nog niet echt uit. In ieder geval is het zeker dat mensen via hun T-cellen meer bescherming kunnen hebben tegen de infectie dan alleen blijkt uit de hoeveelheid antistoffen die men heeft. Er zijn wetenschappers die aangeven dat als 20% van de mensen besmet is met COVID-19 dit al een vorm van herd-immunity betekent. Dus dat er daarna geen echte uitbraken meer komen.

In New Delhi is vastgesteld dat 30% van de bevolking antibodies heeft. Dat zijn er al 6 miljoen. (Nog los dus van de bescherming via alleen de T-cellen). Inmiddels zijn er ongeveer 4300 mensen overleden aan COVID-19.  Dat is 0,07%. In Nederland is circa 4% van de bevolking boven de 80 jaar, in India is dat 1%.  Maar ook als je dat mede in beschouwing neemt is het percentage erg laag.

Op welk percentage Nederland staat is niet goed aan te geven. Het zou mij niet verbazen als het al in de buurt van de 15 is.

Wat natuurlijk het meest interessant gaat worden in het najaar en de winter is of daar waar het virus flink geheerst heeft (zoals in Zweden) iets anders gaat gebeuren dan in vergelijkbare landen waar men direct stevige maatregelen heeft genomen.

Daarbij gaat het me dan niet om het aantal positief getesten (want dat is erg afhankelijk van de teststrategie), maar met name de overlijdensgevallen.

 

Mijn grote zorg voor het najaar is eigenlijk niet zozeer de mogelijke toename van besmettingen, zieken en overlijdensgevallen. Mijn zorg is hoe met die cijfers door politiek, bestuurders en media zal worden omgegaan. Enerzijds waardoor mensen bang blijven en er verdere schade wordt aangebracht aan economie, maatschappij en volksgezondheid. Anderzijds doordat door politici en bestuurders wederom wordt overgereageerd met vergelijkbare negatieve gevolgen.

Wat er ook gebeurt, de situatie dat we weer ruim boven de 1000 COVID-19 zieken op de IC’s krijgen, acht ik uitgesloten. Een getal van meer dan 500 zou me al erg verbazen.

Maar als RIVM/OMT, de regering en de media niet echt geleerd hebben van de afgelopen 6 maanden, dan lopen we wel grote risico’s dat door de aanpak in de komende maanden de gevolgschade van deze crisis nog vele malen groter wordt dan nu al het geval is.

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier .

Zo had de persconferentie ook kunnen zijn

Ik heb de laatste maanden veel kritiek geuit op de aanpak van onze regering. Ook de laatste twee persconferenties zijn mij rauw op de maag gevallen. Er wordt geen gebruikgemaakt van de nieuwste kennis over het virus.

Het effect van alle maatregelen op onze maatschappij in termen van economie en werkgelegenheid, maar ook juist op de niet coronagerelateerde gezondheidszorg wordt nauwelijks ter sprake gebracht en kennelijk ook nauwelijks in de besluitvorming betrokken. En er zijn andere en betere manieren om de mensen anno 2020 (en zeker ook de jongeren) mee te krijgen in een gewenste aanpak.

In plaats van aan te geven wat mijn kritiek is op de inhoud van de persconferentie probeer ik op een constructieve wijze bij te dragen aan de maatschappelijke discussie. Dat doe ik door mijn visie te geven op hoe de laatste persconferentie van ons kabinet ook had kunnen verlopen. Onderbouwingen voor de inhoud van deze fictieve persconferentie kunt u terugvinden in mijn eerdere blogs, met name deze drie (1), (2), (3).

Tekst van Fictieve Persconferentie Kabinet Rutte

(Klik hier als u het als video wilt zien)

“Dames en heren. Nadat we, net zoals de meeste andere West-Europese landen, er begin juli in geslaagd waren het coronavirus onder controle te krijgen, zien we nu weer een opleving. Gelukkig is deze nog maar zeer beperkt, zeker als we kijken naar de ontwikkelingen in termen van ziekenhuisopnames, IC-belasting en sterfgevallen.

Desondanks kunnen we er niet gerust op zijn dat we het virus definitief een halt hebben weten toe te roepen.

Op basis van alle ontwikkelingen in ons land sinds maart van dit jaar beseffen we maar al te goed als regering, dat het onze gezamenlijke opgave is om een evenwicht te vinden tussen het minimaliseren van de gezondheidsschade die corona veroorzaakt, en het beperken van de ontwrichtende schade die maatregelen daartoe aanrichten aan onze maatschappij op allerlei andere terreinen, zowel wat betreft fysieke en psychische gezondheid, als ten aanzien van de economie en werkgelegenheid. Er is een evident risico dat het middel erger is dan de kwaal die we bestrijden.

Daarbij moeten we onderkennen en accepteren dat er ziektes zijn waar mensen aan dood gaan. Alleen aan longkanker zijn dat er in Nederland al ongeveer 10.000 mensen per jaar. En in 2018 zijn bijvoorbeeld ook ruim 10.000 mensen aan de griep overleden.

Er is een nieuwe ziekte op ons pad gekomen. Dat is niet fijn, maar we weten gelukkig dat het aantal mensen dat na besmetting aan deze ziekte overlijdt bij lange na niet die 3% is die de World Health Organisation (WHO) nog in februari aangaf.

Het lijkt ook ruim onder de 0,5% te liggen en betreft dan vooral ouderen, doorgaans met onderliggend lijden, zoals het ook met de griep het geval is. En ja, omdat het ziekteverloop ervoor zorgde dat patiënten gemiddeld 3 weken op een Intensive Care afdeling (IC) lagen in plaats van de gebruikelijke week, liepen onze IC’s vol. Bovendien was het tempo waarin het virus zich verspreidde in maart ongekend hoog.

We zien nu steeds duidelijker dat de gevolgschade van alle door ons genomen maatregelen tegen corona op de overige aspecten van onze maatschappij uitzonderlijk groot wordt en dat een nieuwe afweging noodzakelijk is.

Half maart konden we met wat we toen wisten waarschijnlijk niet anders doen dan wat we toen gedaan hebben.

Nu we inmiddels veel meer weten over het COVID-19 virus kunnen we nu wel een veel gerichtere aanpak volgen dan we tot dusverre hebben kunnen doen. En als iedereen zich daaraan houdt, hebben we er vertrouwen in dat dit voor zowel de individuele Nederlanders als voor Nederland in het algemeen de beste uitkomst biedt.

Daar hebben we iedereen bij nodig. En dat wil ik bereiken door volstrekt duidelijk te zijn waarom we bepaalde maatregelen nemen en u daarbij helpen om de voor u zelf zo goed mogelijke keuzes te maken.

 

Wat wij inmiddels wel weten

Daarom wil ik graag eerst met u delen wat wij inmiddels weten over het virus en hoe we dat gaan gebruiken bij onze nieuwe aanpak:

  • De kans dat iemand in de buitenlucht besmet wordt is gelukkig vrijwel nihil. Eerdere argumenten en illustraties van het besmettingsrisico in de buitenlucht, zoals de inmiddels beruchte wedstrijd tussen Atalanta Bergamo en Valencia of het incident met 14 jongeren op een terras in Dokkum, blijken bij nadere toetsing vrijwel zeker niet in de buitenlucht plaatsgevonden te hebben. Dus buiten is een veilige plek en daar moeten we van profiteren.
  • De kans dat iemand besmet wordt door overdracht via voorwerpen is eveneens vrijwel nihil. Dat bleek eigenlijk al in april, maar dat is de laatste tijd steeds duidelijker geworden. En ook dat is fijn om te weten. Persoonlijke hygiëne was en is altijd belangrijk, maar handen stuk wassen is om vele redenen niet goed.
  • Een afstand van 1 meter is net zo goed als 1,5 meter. In landen waar men een afstand van 1 meter aanhoudt, zoals in Italië, in plaats van de 1,5 meter zijn de effecten hetzelfde als in Nederland. Ondanks een bijna 4 keer zo grote bevolking hebben ze per dag ongeveer hetzelfde aantal besmettingen en doden als wij hier. Dus 1,5 meter is niet echt nodig. Door terug te gaan naar het houden van een afstand van 1 meter geven we elkaar meer ruimte op weg naar normaal.
  • In besloten openbare ruimtes met slechte ventilatie is het risico op besmetting het grootst. Dat aerosolen belangrijk zijn bij besmettingen heeft bondskanselier Merkel bij haar rede van 18 augustus ook opgemerkt. Dat merken we ook als we de voorbeelden van massale uitbraken nader onderzoeken. Die blijken vrijwel allemaal plaatsgevonden te hebben in besloten binnenruimtes, zoals bij bruiloften, familiefeestjes, begrafenissen en in kroegen.

Bij onze nieuwe voorstellen willen we nadrukkelijk rekening houden met het risico dat men loopt als gevolg van de combinatie van kwetsbaarheid van de persoon zelf en mogelijke besmettingen. De behoefte aan meer specifieke en meer doelgerichte maatregelen wordt immers steeds groter. Daarbij zullen we ook rekening kunnen houden met de grote verschillen aan risico’s op gezondheidsschade tussen ouderen en jongeren.

We willen meer plekken creëren waar mensen terug kunnen naar het oude normaal. En natuurlijk vooral ook jongeren tussen 15 en 30 jaar, die op dit moment wel heel erg worden beperkt in hun bij hun leeftijd horende behoefte aan interactie.

Dat kan alleen goed gaan, als we ons op de plaatsen en in de situaties waar wel serieuze risico’s zijn, goed aan de afspraken houden. En als we ook allemaal goed begrijpen waarom we dat doen.

 

Onze voorstellen

Daarom heeft het kabinet besloten vanaf morgen de volgende maatregelen in te stellen:

  • In de buitenlucht worden geen formele beperkingen meer opgelegd. Wel ontraden we u te lang met gezichten naar elkaar op afstand van minder dan 1 meter met elkaar te praten. En het is natuurlijk nooit slecht om drukke plekken te vermijden. Dat betekent dat we ook meer ruimte zullen bieden voor het bezoek aan stadions en het organiseren van evenementen in de buitenlucht. Wel zullen we die in het begin intensief monitoren.
  • Waar binnen nog wel beperkende maatregelen gelden, wordt de aanbevolen afstand verminderd van 1,5 tot 1 meter.
  • We richten ons binnenshuis en vooral in publieke ruimtes op goede ventilatie. We gaan ons met volle kracht inzetten op goed functionerende ventilatiesystemen zodat we, ook als het buiten weer kouder wordt, zo min mogelijk onveilige ruimtes hebben. Daarbij zullen we ook met spoed uit het aanbod aan ventilatiesystemen (filters en purifiers) die producten certificeren waarvan is gebleken dat zij het virus effectief verwijderen.
  • We zullen systematisch alle publieke binnenruimtes beoordelen op de kwaliteit van hun ventilatie. We zorgen ervoor dat zo snel mogelijk per publieke binnenruimte wordt vastgesteld of het ventilatiesysteem voldoet aan basale voorwaarden om het coronarisico te beperken. Wanneer dat niet het geval is, zullen er bepaalde beperkingen voor die ruimtes gelden. Iedere bezoeker zal dan op basis van een certificaat kunnen zien of die ruimte al dan niet coronaproof is. Dat wordt zowel bij de ingang aangegeven, als via een app.
  • We zullen een gericht beleid invoeren voor structureel kwetsbare burgers, zoals bijvoorbeeld in zorginstellingen en zelfstandig wonende ouderen. Het gaat erom dat deze burgers zich veilig kunnen blijven voelen, terwijl andere groepen niet onnodig beperkt worden.
  • We geven speciale aandacht aan het onderwijs. Daardoor is de kans het grootst dat dit voor iedereen zo belangrijke onderdeel van onze samenleving ongehinderd door kan gaan met zo min mogelijk risico’s voor alle betrokkenen.
  • We voeren drie kleurencodes in voor elke veiligheidsregio. Deze kleurencodes bieden een algemene indicatie voor het besmettingsrisico in de regio. Bij elk van de codes hoort een set van maatregelen. De kleuren zijn Groen, Oranje en Rood. Iedere dag wordt voor elke regio die kleur bepaald. Die kleurencodes zijn bepalend voor het gedrag in publieke binnenruimtes en adviserend voor kwetsbare mensen en mensen die bang zijn om besmet te worden. Als ruimtes niet coronaproof zijn en er is onvoldoende ventilatie, dan kunnen die alleen gebruikt worden onder stringente voorwaarden, zoals beperking van het aantal mensen, beperking van wat men daar mag doen, en verplicht gebruik van mondkapjes als men niet aan die beperkingen kan voldoen. Maar die beperkingen hangen samen met de kleur in die regio’s. Als de kleur oranje of rood is, dan zijn er ook beperkingen voor ruimtes die wel coronaproof zijn. (Ik verwijs naar het schema hieronder).
  • Als de kleurcode in een regio rood is, dan raden we mensen aan zoveel mogelijk vanuit huis te werken.
  • We gaan het testen op een aantal manieren verbeteren en verrijken. We gaan veel meer data verzamelen van degenen die zich laten testen, zodat wij en ieder ander het verloop van de verspreiding van het virus beter kunnen volgen en voorspellen. We gaan ook beter bepalen wat nu exact betekent als de uitslag positief is. Dat doen we door steekproefsgewijs mensen na een positieve uitslag nog een keer te testen. Deels via dezelfde testmethode, deels via het afnemen van bloed. Het hele proces van testaanvraag tot uitslag zal binnen 24 uur geregeld worden.
  • De dataverzameling en datapresentatie over de ontwikkelingen rondom het virus komt in handen van een externe groep deskundigen. Daarmee zullen alle Nederlanders een beter inzicht krijgen in wat de werkelijke risico’s zijn.
  • Bij de aanpak van de scholen zijn de aanpak en kwaliteit van de ventilatiesystemen in de school en de individuele lokalen cruciaal. Ieder lokaal/leraar krijgt een CO2 meter, waardoor het niveau van de luchtverversing continu gevolgd kan worden. In het protocol van de school staat vermeld wat er gebeurt als dat niveau van CO2 te hoog is geworden. Ook in relatie tot de kleurencode in de regio. Voor de verdere aanpak van de scholen verwijs ik naar het aparte advies in het Deltaplan Ventilatie; afdeling scholen.

Ten slotte

Dames en Heren, niet alleen Nederland maar de hele wereld staat voor grote uitdagingen. Wat zich het afgelopen half jaar heeft voltrokken heeft grote gevolgen voor alle facetten van onze samenleving. De toekomst wordt anders dan we ons het een half jaar geleden nog hadden voorgesteld.

We moeten alle zeilen bijzetten om dat ook een hoopgevende toekomst te laten zijn voor alle Nederlanders. De bestrijding van het coronavirus is slechts een onderdeel van die grote uitdagingen.

De gevaren zullen niet verdwijnen, maar zullen een onderdeel vormen van gevaren die we als mensen al veel langer kennen. En waarmee we geleerd hebben om op een goede manier om te gaan.

Ik ben ervan overtuigd dat we met de aanpak die ik u net heb geschetst een goed evenwicht hebben gevonden in het onder controle houden van de gevolgen van het virus, en het minimaliseren van de gevolgschade aan onze samenleving.

Door deze richtlijnen te respecteren, elkaar erop aan te spreken daar waar men dat niet doet, maar zeker ook degenen die het meest last hebben van die richtlijnen zo veel mogelijk te helpen, zullen we er samen goed uitkomen. Juist in een tijd van crisis is het goed als we dichter bij elkaar komen in plaats van dat we verder uit elkaar drijven.

Wij zullen goed luisteren naar uw ervaringen en adviezen en transparant zijn over de ontwikkelingen en onze eigen afwegingen.

Ik ben er trots op premier te zijn van dit land en van de ruim 17 miljoen Nederlanders. En als we dit echt samen doen, dan wordt op den duur het nieuwe normaal beter dan het oude.

 

P.S. En ik zou het op prijs stellen als u Maurice de Hond een klein beetje financieel helpt om zijn goede werk verder uit te breiden.

 

RIVM data voor elk wat wils

Vandaag is de dag geworden, die je wist die zou komen, ten aanzien van de data-chaos van het RIVM.

Het is nu dinsdag kort na 14:15, het weekrapport is net uitgekomen.

Aan de hand van de cijfers en het rapport kan iedereen er vervolgens naar hartenlust uit citeren om ermee te doen wat die graag wil.

Mensen als Rutte, De Jonge, Bruls zullen wel weer het rapport gebruiken om te roepen: “Help, het wordt steeds erger, we moeten wat doen!”  Veel media zullen ook in die modus schieten om Nederlanders nog verder de stuipen op het lijf jagen. We zagen het gisteren al gebeuren toen Ernst Kuipers uitlegde dat als je de cijfers maar elke week verdubbelt, we eind september weer volle IC’s hebben. (Ik heb nieuws voor hem: als je het daarna nog 4 keer verdubbelt zijn er meer dan 20 miljoen Nederlanders besmet geraakt. En met nog eens 2 keer verdubbelen, zitten we zo op 80 miljoen Nederlanders die besmet zijn).

Maar als je gewoon goed naar de data kijkt, dan weet je dat het op dit moment juist beter gaat in de afgelopen 8 dagen. Maar dat nieuws wordt compleet gemaskeerd door de dramatische wijze van dataverzameling en datapresentatie. Plus het feit dat veel interviewers en journalisten blijkbaar, of weinig kaas hebben gegeten van cijfers, of het veel fijner vinden om het meest negatieve scenario te schetsen.

 

Ik zal de elementen van deze problemen even los behandelen:

  1. Het is een weekrapportage.

Als je slechts met één weekrapportage komt en er is een ontwikkeling gedurende de week dat het wel de goede kant op gaat, dan wordt dat juist versluierd doordat je een totaal over 7 dagen laat zien. En laat dat nu net deze week het geval zijn.

Kijk maar:

Week 30    1292 positieve gevallen

Week 31    2375 positieve gevallen

Week 32    3914 positieve gevallen

Vandaag (week 33) waren het 4045 positieve gevallen. Dus er is sprake van een stijging van (maar of maar liefst, u mag kiezen) 3%.

Als je echter de ontwikkeling per dag ziet van de afgelopen week, dan zie je vanaf het hoogste cijfer 779 van afgelopen dinsdag, dat het daarna aan het dalen is. Gisteren was het 482. Vandaag zijn het er 489.

Dit is de grafiek van de dagelijkse meldingen.  Om toeval per dag te voorkomen is dit het voortschrijdend gemiddelde over steeds 3 dagen (van BDDataplan). U ziet het goed: er is duidelijk sprake van een dalende trend. Het driedaagse gemiddelde ligt nu op 492 en was het hoogst 6 dagen geleden op 662.

Maar die meldingen hoeven helaas weer niet te betekenen dat de bewuste testen ook echt de dag ervoor hebben plaatsgevonden. Want de administratie van de 25 GGD’s lopen (wat) achter en het verschilt ook nog eens per afzonderlijke GGD.

De RIVM plaatst in de wekelijkse grafiek wel de datum van de test, maar niet van de melding (die dus wellicht pas een paar dagen later komt). Dan zie je het patroon zoals in de onderliggende grafiek. Maar daarbij weten we dus dat er in de komende dagen nog cijfers bij komen voor de afgelopen paar dagen. Maar zelfs dan is te zien dat er sprake is van een duidelijke afname. Die is nu ruim 20% lager dan ruim een week geleden!

 

Hier zien we alweer die chaos van data, waardoor het beeld steeds wordt versluierd. Want als we naar de grafiek van de RIVM van vandaag kijken weten we ook weer dat die cijfers de komende dagen worden aangpast.

Het is iets waar iedereen die met de data aan de slag is, zich al vanaf eind maart aan ergert. Maar RIVM, GGD en VWS hebben er eigenlijk nog steeds niets aan gedaan. De GGD’s zijn 25 aparte clubs met hun eigen aanpak en hun eigen financiële problemen.

Mijn conclusie:  ik denk dat de stijging in de eerste 10 dagen van augustus sterk samenhing met het Offerfeest en dat we nu weer op een lager niveau zijn terechtgekomen.

Iets heel anders dan Ernst Kuipers ons gisteren bij Op1 voorschotelde.

 

2. De RO-factor die eigenlijk niets zegt

Maar zoals de Amerikanen zeggen “to add insult to injury”: dit gedoe met de dagelijkse data wordt nog overtroffen door de wijze waarop de R0 wordt berekend en gepresenteerd.

Ik heb hier al uitgelegd wat voor een soort ratjetoe die R0-berekening is geworden. Naast de problemen die er al voor juni waren, zijn er sinds 11 juni twee bijgekomen. Men is afgestapt van de ziekenhuisopnames als basis voor de berekening, maar heeft het verdere model niet aangepast. Dat heeft gevolgen voor de kwaliteit van het cijfer (er wordt niet gecorrigeerd op aantal tests en men verhoogt per dag de cijfers op basis van een formule die men gebruikte voor ziekenhuisopnames). Maar terwijl de besmettingen actueler zijn dan de ziekenhuisopnames presenteert men de R0 zoals die 19 dagen eerder gold.

Dus de R0-waarde die vandaag gepresenteerd wordt is van 31 juli!  Toen was er wel een duidelijke stijging, dus de R0 wordt vandaag gepresenteerd met de waarde 1,19.

Maar als je de R0 wel zou berekenen op basis van de ontwikkelingen van de besmettingen vanaf 15 augustus, dan is er sprake van een R0 van circa 0,8.

Plus dat ook bij die groene lijnen goed te zien is dat er ook nog kunstmatig een stijging van de besmettingen wordt gegenereerd, terwijl er duidelijk sprake is van een daling (maar dat komt omdat ze het model niet op 11 juni inhoudelijk hebben aangepast).

De R0 van 1,19 die vandaag bekendgemaakt wordt heeft niets meer te maken met de situatie van de afgelopen week, maar zal ongetwijfeld ook vandaag en morgen gebruikt (misbruikt) worden.

3. De schatting van het totale aantal Nederlanders die besmettelijk zijn

Op haar onnavolgbare wijze heeft het RIVM een nieuwe schatting gemaakt van het aantal Nederlanders dat besmettelijk is. Vorige week schatte ze die op 32.000, nu is de schatting 52.000.  Terwijl dus het aantal geconstateerde positieve testen in deze week ongeveer gelijk is gebleven. Volgens mij hebben ze bij het RIVM een soort bingozaal, waar ze iedere week een trekking doen, met welk cijfer ze dan vervolgens naar buiten komen.

4. De geruststellende IC-cijfers

Ter afsluiting om een beetje het gevoel te krijgen hoe het nu echt gaat, krijg je de IC-cijfers. Laat je daarbij niet wijsmaken dat die IC-cijfers normaliter 4 weken ofzo na-ijlen op de besmettingen. Normaliter is dat circa 10 dagen. Nu zou het iets meer kunnen zijn

Ik hoor vanuit ziekenhuizen dat het ziektebeeld van de opgenomen mensen milder is dan het geval is geweest eind maart. Dat kan liggen aan de mate waarin mensen zijn besmet (viral load), maar het zou ook kunnen liggen aan het feit dat mensen nu makkelijker in ziekenhuizen worden opgenomen (omdat er geen tekort aan bedden is). Kortom, de cijferontwikkelingen geven geen reden om paniek te zaaien over wat er de komende weken gaat gebeuren.

Het najaar/winter is een ander verhaal, maar daarvan is te hopen dat de regering bij zinnen komt en snapt wat je echt moet doen om een grote golf te voorkomen. Maar als ik de leden van het kabinet tot nu toe hoor, vrees ik met grote vreze.

Wellicht kunnen we nu starten met de campagne Good Data Matters (GDM). Want dat is hard nodig.

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier .

Varia 16-8-2020

Het geheim van De Appelhof

De afgelopen week was de camping De Appelhof op Terschelling uitgebreid in het nieuws. Er waren 8 personen, afkomstig uit de regio Haarlem, besmet geraakt en er werd direct een teststraat opgezet. Maar toen van de 500 geteste personen slechts 1 besmet bleek, verdween de media-aandacht snel.

Terwijl wat er op de camping gebeurd lijkt te zijn, juist heel interessant is.

Dit was één van de eerste berichten.  Let op: hoe er vooral de nadruk op werd gelegd dat de jongeren daar hutjemutje zaten. Door die eerste geconstateerde besmettingen, verwachtte men dat die nieuwe teststraat nog vele andere besmettingen zou opleveren.

Maar uiteindelijk bleek van de 500 geteste personen, maar 1 een positieve test op te leveren (onduidelijk was of dit ook een bezoeker van die camping was).

Media schonken er verder geen aandacht aan, maar er was wel iets heel opvallends en leerzaams.  Als je naar de foto’s van die camping kijkt, dan zie veel vaste tenthuisjes. Dit is van hun website:

En in de tenten links staan minimaal 4 stapelbedden, zoals uit deze foto van de website te zien is:

Nu is het zo dat de 8 besmette jongens uit de omgeving van Haarlem kwamen en al niet meer op de camping logeerden toen hun tests positief uitvielen.

Dus dat er vervolgens vrijwel niemand een positieve test had op De Appelhof de afgelopen week kan mede daardoor gekomen zijn.

Maar twee dingen weten we wel:

  1. Die jongens hebben samen in één van die tenthuisjes geslapen. De kans is groot dat daar die besmetting heeft plaatsgevonden. Ik heb namelijk het gevoel dat de ventilatie in dit soort tenten niet zo geweldig zal zijn (mede ter voorkoming van geluidsoverlast). Vrijwel zeker was één van die acht jongens eerder besmet.
  2. Er lijken geen anderen besmet te zijn terwijl ze op de Appelhof waren. Dus het feit dat ze vervolgens hutjemutje buiten hun vakantie vierden en geen afstand hielden lijkt niet tot besmettingen te hebben geleid. Dat kan toeval zijn (want er zal waarschijnlijk maar één jongen dat virus hebben kunnen overdragen).

De belangrijkste conclusie zou horen te zijn dat door de haast hysterische wijze waarop we omgaan met het houden van 1,5 meter afstand, ook in de buitenlucht, we een belangrijke andere besmettingsweg negeren. (Maar ik besef dat onze “aerosolen-ontkenners” wel weer zullen stellen dat dit binnen de tent ook kwam omdat ze geen 1,5 meter hielden. Maar dan is mijn vraag altijd om mij dan uit te leggen hoe het komt dat bij patiënten thuis maar 15% van de medebewoners wordt besmet en in deze slaaphut blijkbaar allemaal).

 

Dokkum en de falende media

Afgelopen maandag hebben wij in dit blog al laten zien dat het verhaal dat 14 jongeren op een terras in Dokkum waren besmet een soort idee-fixe was geweest van de GGD Fryslan. De jongeren waren zowel op het terras samen geweest als binnen in de kroeg.

Desondanks heeft Van Dissel een dag later bij de voorlichting van de Tweede Kamer gesteld dat het EVIDENT was, dat men in Dokkum buiten besmet was geraakt. Een trieste conclusie van iemand die zich zo vaak op “wetenschap” beroept, maar als het hem uitkomt onwaarschijnlijke informatie in het licht van wat er wetenschappelijk is vastgesteld zonder blikken of blozen doorgeeft.

Maar hij is niet de enige die gefaald heeft. Alle media die over die jongeren op het terras hadden geschreven zitten in hetzelfde schuitje. Eerst publiceren ze iets, dat op zich al uitermate onwaarschijnlijk is. En het minimaal verdiende om goed nagetrokken te worden. Maar vervolgens rectificeren ze niet op het moment dat anderen duidelijk hebben vastgesteld dat het bericht in feite fake nieuws was.

Ik zou het geweldig vinden als een paar van die jongeren worden geïnterviewd over wat ze toen in Dokkum hebben gedaan en hoe de GGD met hun info is omgegaan.

 

Waar blijven de onderzoeken van Marion Koopmans?

Ik krijg met enige regelmaat verontrustende mails van klokkenluiders. Vaak willen ze anoniem blijven, omdat ze bang zijn dat het anders gevolgen voor hen zal hebben.

Wat ze me melden is eigenlijk steeds hetzelfde. Er wordt onderzoek gedaan, met uitkomsten die niet in lijn liggen met wat WHO/RIVM steeds stelt en die komen dan vervolgens niet naar buiten. In het begin dacht ik dat ze overdreven, maar al snel bleek het een patroon te zijn. Het topje van die ijsberg hebben we gezien bij de uitbraak in de zorginstelling in Maassluis. Dankzij de microbioloog De Man weten we meer over het onderzoek en de pogingen om het onder de pet te houden. Opvallend is trouwens hoe na de uitzending van Op1 dit onderwerp vrij snel uit de publiciteit verdween.

In dat kader valt mij het volgende op. Marion Koopmans is bij diverse onderzoeken betrokken en heeft daar dan ook wel eens wat over in de media geroepen (met natuurlijk de conclusies die passen bij aerosolen-ontkenners), maar van geen van die onderzoeken is ooit het resultaat gepubliceerd, waardoor niemand kan vaststellen of haar conclusies juist zijn, of dat er andere conclusies getrokken moeten worden.

Ik weet er al drie (en misschien zijn er veel meer).

  • Het onderzoek op Goeree Overflakkee, waar op 14 mei publiciteit over verscheen en waarvan Gommers eind juni, bij het debat tussen mij en Voss bij Op1, de verkeerde bevindingen meldde (“een koor op Goeree-Overflakkee). Drie maanden na de publiciteit over dit onderzoek is er nog steeds geen rapportage.
  • In Rotterdam deden ze een onderzoek naar besmettingen onder fretten. Dit was de publiciteit Ze hadden aangekondigd dat ze een onderzoeksopzet zouden doen, waarbij ze konden vaststellen of de besmetting via aerosolen verliep. Maar je raadt het al. Sindsdien niets meer van vernomen.
  • Het uitgevoerde onderzoek in het zorgcentrum in Maassluis. Met uitkomsten die hele grote gevolgen kunnen hebben voor de juiste aanpak van besmettingen in gebouwen in het algemeen en zorginstellingen in het bijzonder. Het onderzoek is ca. 1 maand geleden afgerond. De samenvatting stond vertrouwelijk op de website van de RIVM. De GGD bracht een persbericht uit om al van tevoren het tv-optreden van de microbioloog die het onderzoek had uitgevoerd te ontkrachten. Ook Marion Koopmans deed haar duit in het zakje…..Maar het onderzoeksverslag snel naar buiten brengen?  Ho maar.

Mede in het licht van de mails die ik krijg van klokkenluiders denk ik dat het bovenstaande geen toeval is, maar samenhangt met een manier van denken: “zolang wij het onderzoek niet transparant naar buiten brengen, kunnen wij de nieuwsvoorziening daarover monopoliseren”. En kan niemand die conclusies ontkrachten.

Dat is vanuit de wetenschap geredeneerd onacceptabel gedrag. Maar gezien de crisis waarin we met z’n allen zitten is het eigenlijk een doodzonde om niet snel en transparant met belangrijke data naar buiten te komen.

 

Mondkapjes in de gangen van het VO?

Bij de opening van de scholen wreekt zich ook nu, dat men vanaf het begin louter stuurde op 1,5 meter afstand houden. Pas sinds kort wordt er over ventilatie en aerosolen gesproken. Maar er is al veel tijd verloren gegaan om te zorgen dat leerlingen niet op school worden besmet.

Daarnaast worden we ook nog verkeerd voorgelicht. Ook leerlingen onder de 15 jaar kunnen besmet worden. (Maar worden er amper ziek van, maar kunnen blijkbaar het virus wel verder verspreiden).

We zien nu dat alle scholen op hun eigen manier maatregelen nemen. Er zijn inmiddels scholen die van de leerlingen vragen op de gangen een mondkapje te dragen.  Dat is een maatregel van dezelfde categorie, om in de buitenlucht op drukke plekken mondkapjes te dragen.

Het echte gevaar op scholen loert in lokalen waar de leerlingen zitten en aerosolen lang kunnen blijven zweven. Daar zijn maatregelen nodig als de condities daar niet geschapen zijn om het virus dat in de lucht zweeft te verdrijven. Het uitrusten van leraren met CO2-meters en een protocol als de waarde van die meters te hoog oploopt is cruciaal voor leraar en leerling.

Mondkapjes op de gang lijken voor een directeur wel een stoere maatregel (“zie wat ik doe om besmettingen te voorkomen”), maar een goed protocol ten aanzien van ventilatie dat gedeeld wordt met alle leraren en ouders, is een veel belangrijkere stap.

Ik ben gewoon bang dat er toch een uitbraak komt in een VO-school (bijvoorbeeld in Amsterdam, want die starten morgen). En dan krijg je de poppen aan het dansen, want dan zullen er ouders en leraren zijn die een terugtrekkende beweging maken. Zeker als het advies van Van Dissel is om je “gewoon te houden aan het Bouwbesluit”.  Een bouwbesluit, dat niet alleen NIET gericht is op virusbestrijding, maar voor oudere schoolgebouwen minder stringent was ten aanzien van ventilatie dan voor nieuwe schoolgebouwen.

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier 

 

 

Men doet alles om ons bang te houden

Ja, ik geef het toe. Ik ben lang te naïef geweest. Ik dacht dat de slechte dataverzameling door de GGD’s en het niet verzamelen van echt relevante informatie, lag aan het feit dat men niet gewend was om goed met data om te gaan. Vele keren maakte ik me daar op deze plek druk om, zoals in dit blog. Maar er veranderde niets.

Tot voor kort dacht ik dat het onvermogen was, maar inmiddels ben ik tot een andere conclusie gekomen. Men is helemaal niet geïnteresseerd in goede additionele informatie, omdat men anders de bevolking, de bestuurders en politici niet meer kan manipuleren. Want door als RIVM en GGD’s de angst erin te houden en met regelmaat de term “wetenschappelijk”  te hanteren, eten de bestuurders uit hun hand en kunnen onze nieuwe BN-ers, zoals Van Dissel, Koopmans, Bruijning, Kuipers, Gommers e.a. hun hoofdrollen in de media blijven vervullen met amper enig tegengeluid.

Het is een combinatie van factoren, waardoor ik tot deze trieste conclusie ben gekomen. Sommige wist ik al een tijdje. Maar in combinatie met elkaar werd het een patroon.

Aan de hand van drie hoofdstukken zal ik dit onderbouwen:

 

Dubieuze rol van GGD en RIVM

Juist om bij zo’n ingrijpende crisis als de huidige de best mogelijke beslissingen te nemen, is goede data heel belangrijk en dat geldt zeker ook voor de kwaliteit van de conclusies die je daar dan uit trekt. Daarbij is transparantie ten aanzien van die data een belangrijke voorwaarde, want anders kun je niet beoordelen of het terechte conclusies zijn.

Twee recente voorbeelden hebben mijn vertrouwen in GGD en RIVM volledig weggeslagen. Namelijk dat wat er gebeurd is rondom het besmettingscluster in Dokkum en rondom de uitbraak in de zorginstelling in Maassluis.

Dokkum

Opeens was er in het nieuws dat 14 jongeren op een terras in Dokkum waren besmet. En volgens de GGD Fryslan was dat een bewijs van hoe voorzichtig we ook in de buitenlucht moesten zijn.

Dit was een sensationele vaststelling, want wereldwijd wordt gedacht dat de kans om buiten besmet te raken heel klein is.

Media in Nederland namen dit vrijwel klakkeloos over zonder om het harde bewijs te vragen. Toen er echter door sceptici, die mijn site bezoeken, echt werd doorgevraagd aan het hoofd van de GGD Fryslan, verviel de hele basis van het verhaal. Die groep jongeren had op het terras gezeten, maar ook samen binnen in de kroeg. De GGD had gewoon de -op zichzelf onlogische- keuze gemaakt dat het buiten gebeurd moest zijn. Kortom: de conclusie was boterzacht, maar werd gebruikt om hiermee de mensen toch maar op het hart te drukken om 1,5 meter afstand ook buiten aan te houden.

En zelfs toen er, ook via dit blog was beschreven hoe ongefundeerd die conclusie van de GGD was zei Van Dissel dinsdag bij de toelichting aan de Tweede Kamer letterlijk dat het in Dokkum EVIDENT buiten was gebeurd. En dat zegt dan iemand die te pas en te onpas het woord “wetenschappelijk” laat vallen.

Maassluis

Ook hoe RIVM en GGD zijn opgetrokken rondom de uitbraak in het zorgcentrum in Maassluis met een belangrijke rol voor het ventilatiesysteem, laat zien dat ze niet in de waarheid zijn geïnteresseerd. Zeker als de waarheid de grote invloed van aerosolen laat zien en verspreiding via ventilaties. Want dat staat haaks op de opvattingen van RIVM en WHO.

Maar het moet en zal gedownplayed worden. Waarbij ook opvalt dat terwijl dit belangwekkende onderzoek al meer dan een maand geleden is uitgevoerd, er geen onderzoeksrapport is met de uitslagen, zodat mensen als Marion Koopmans kunnen blijven beweren dat het niet via het ventilatiesysteem is gegaan. Met heel zwakke argumenten trouwens, die de onderzoeker Peter de Man al heeft weerlegd. Maar anderen niet kunnen beoordelen, omdat het onderzoek niet beschikbaar is gekomen.

 

Ik kan me een rits aan onderzoeksvragen voorstellen, die beantwoord zouden kunnen en moeten worden met betrekking tot de stijging van het aantal geconstateerde positieve uitslagen van de PCR-tests. Ik heb die al eerder geformuleerd en anderen ook. Zo zou men bij een steekproef van mensen met een positieve uitslag direct daarna nog een keer die test kunnen uitvoeren om vast te stellen of de uitslag echt positief is. En men zou kunnen vaststellen en rapporteren hoe het zit met de symptomen van degenen met een positieve uitslag. Plus dat men uitgebreide statistische informatie kan geven van degenen die in het ziekenhuis zijn opgenomen, op de IC’s terecht zijn gekomen en zijn overleden. Met name het verloop ervan. Waar komen de clusters met name vandaan? Zijn dat in de grote steden met name specifieke bevolkingsgroepen, zoals ik achter de schermen gehoord heb?

Maar inmiddels besef ik goed waarom we die informatie niet krijgen. Door alleen die bruto cijfers te geven kunnen de usual suspects op televisie hun eigen conclusies blijven trekken en daarmee vooral de rol vervullen om ons weer bang te (blijven) maken.

En dus zagen we aan het eind van de afgelopen week Kuipers en Gommers ons weer angst aanjagen omdat als de cijfers blijven verdubbelen, we eind september het weer zo erg zouden kunnen krijgen als in maart…… (De laatste 5 dagen zien we cijfers die gemiddeld zo rond ruim 600 schommelen en geen exponentiële groei indiceren).

Door toch weer die angstkaart te spelen wordt de ruimte gemaakt voor Rutte, De Jonge en Bruls om strengere maatregelen in te voeren.  Zoals “je moet verplicht in quarantaine als je iemand hebt ontmoet die besmettelijk is”…..

Maar als je echt naar de data kijkt, dan zie je toch een veel rustiger beeld.

 

Het grote verschil met maart

De patronen van de toename van het aantal geconstateerde positieve testen zijn behoorlijk overeenkomstig tussen Spanje, Frankrijk, België en Nederland. In Spanje zien we dat de stijgingen ruim een week eerder werden geconstateerd dan in België en Nederland.

Elke 10 dagen verdubbelde het aantal geconstateerde besmettingen sinds 1 juli. Maar als je naar de ontwikkelingen van het aantal sterftegevallen kijkt, zie je echter niet het patroon van maart terug. Deze grafiek laat het heel goed zien. In blauw het aantal positieve uitslagen van de tests en in rood het aantal sterfgevallen.

Vergelijkbare grafieken kunnen gemaakt worden van een aantal andere landen, hoewel daar de stijgingen van positieve tests later zijn gekomen.

Even als illustratie: de afgelopen 7 dagen zijn er in totaal in Nederland gemiddeld  2 overlijdensgevallen per dag gemeld, terwijl 10 dagen daarvoor het gemiddelde aantal positieve tests ruim 300 was.  Dus de verhouding is 1 op 150. Half april hadden we gemiddeld 140 doden per dag in die week, terwijl 10 dagen ervoor dagelijks ongeveer 900 tests positief waren. Een verhouding van 1 op 6. Als we corrigeren voor het aantal uitgevoerde tests (nu 3 keer zoveel dan toen), dan zou dat toen 1 dode op 20 positieve tests zijn en nu is dat 1 op 150. Een heel groot verschil dus.

En omdat Spanje in de tijd ongeveer 10 dagen op ons vooruitloopt, zie je dat je ook niet hoeft te verwachten dat de komende weken we exorbitante stijgingen krijgen van ziekenhuisopnames en overlijdensgevallen. Zelfs niet, zoals ik van mensen achter de schermen heb doorgekregen, terwijl men nu veel eerder tot ziekenhuisopnames overgaat dan eind maart, omdat er nu een behoorlijke leegstand is, terwijl de ziekenhuizen eind maart overvol waren!

Dus de spookverhalen dat we als het zo doorgaat eind september weer overvolle ziekenhuizen en IC’s hebben, is pure bangmakerij.

Helaas wordt dat amper in de media doorgeprikt.

En daarbij speelt de WHO ook een bedenkelijke rol. Ontkennen dat er seizoenspatronen zijn (zoals eerder gezegd) dan heb je echt “poep in je ogen”. Maar ook keer op keer de angst aanwakkeren voor de gevolgen van het virus. En helemaal blind zijn voor de reusachtige gevolgen voor economie, maatschappij en andere componenten van de volksgezondheid dan het bestrijden van dit virus. Het is helaas een standaardpatroon geworden van dit soort instanties.

 

Wat zegt die PCR-test nu eigenlijk?

In de afgelopen maanden ben ik met regelmaat informatie tegengekomen die me erg geholpen heeft bij de verdere kennis over wat zich aan het afspelen is. Deze video valt onder die categorie. Het is een korte weergave van het gesprek van 45 minuten in Café Weltschmerz met Mario Ortiz, een biochemicus. Hij weet veel van de testvorm waarmee de GGD’s nu werken, en als je die video bekeken hebt snap je in feite hoe weinig de positieve uitslagen van de tests de laatste twee maanden betekenen.  Dit is de volledige versie.

Ik wist er al wel wat van, maar als je het hele interview bekijkt dan blijf je vol verbijstering achter.

Toen we in maart/begin april veel mensen hadden met symptomen van COVID-19 was de PCR test een goede manier om snel te bevestigen dat het ook COVID-19 betrof (en dat was in 30% van de gevallen ook zo). Maar als je in een fase bent waar er maar weinig besmette mensen zijn, is het blijkbaar een zeer grove test. Met grote kansen dat je daardoor de verkeerde conclusies trekt. Nu begrijp ik ook beter dat men geen hertest doet na een positieve uitslag, want de kans is te groot dat dan blijkt dat de test minder robuust is als men ons wil doen geloven.

Maar door deze informatie ben ik me wat meer gaan verdiepen in een andere interessante bron over de ontwikkeling van ziekten van de luchtwegen. Nivel doet al sinds 1970 een wekelijkse surveillance bij een groot aantal huisartsen naar de ontwikkeling van ziektes in Nederland. Met 330 huisartsenposten voor de meer algemene statistieken en circa 30 als zogenaamde peilstations. Per week nemen die laatsten van 2 patiënten met griepachtige verschijnselen neus- en keelmonsters af. Die worden door het RIVM onderzocht en bekeken welke virus(sen) aangetroffen worden.

Die informatie is dus over vele jaren bekend en kan hier teruggevonden worden.

Op twee componenten hiervan wil ik inzoomen. Allereerst de vergelijking tussen de totaalcijfers en vervolgens op het onderzoek naar het virus zelf.

Dit is de schatting van Nivel hoeveel mensen in Nederland in afzonderlijke weken contact opnamen met hun huisarts met klachten die lijken op die van COVID-19:

Besef hierbij dat niet iedereen met klachten naar de huisarts gaat. (En vermoedelijk gingen er in maart/april relatief meer niet, wegens de bij de huisartsen gevolgde procedures en de angst om besmet te raken).

In de tweede plaats hoeft het dus geen COVID-19 te zijn, want het kunnen ook daarop lijkende symptomen zijn geweest.

Ook als je naar leeftijd of regio kijkt in dat rapport zie je geen toename in de laatste drie weken.

De ontwikkeling van patiënten met koorts over 5 verschillende jaren in 330 huisartsenstations laat ook een patroon zien dat nu heel normaal is. Donkerblauw is dit jaar. Rond week 16 (half april) waren de cijfers identiek aan de drie jaren hiervoor.

Als ik het uitgebreide weekrapport bekijk (o.a. naar leeftijd en provincie) dan valt er eigenlijk ook niets op als we deze zomerweken vergelijken met die van de vorige 3 jaar!

Besef daarbij dat het RIVM op 11 augustus schatte dat het aantal besmettelijke personen met COVID-19 op dat moment rond de 30.000 lag en eind maart op zijn hoogtepunt op 275.000. Laten we gemakshalve stellen dat het er nu 10% zouden zijn van dat hoogtepunt in maart. Maar dan is het toch wel heel vreemd dat bij de overzichten van de huisartsen de cijfers voor alle leeftijdsgroepen nu, vrijwel niets verschillen van die van de vorige drie zomers. Zou dit niet ook vallen onder de categorie “bangmakerij”?

 

Wellicht kan aanvullende informatie verkregen worden uit de onderzoeken van de peilstations van de huisartsen? Daar is wel onderzocht welk virus men kon vinden. Nu zijn er dus maar 32 peilstations, die steeds 2 patiënten per week selecteren. En als ze geen patiënten hebben met griepachtige verschijnselen, dan sturen ze geen testen in. Dus per week is het niet veel. Maar die info is wel gedurende vele jaren beschikbaar.

Ik heb eerst de griepperiode genomen van 2017-2018. Dat was er één met totaal een oversterfte van 10.000. Die peilstations gaven dit beeld. Het gaat steeds om weinig tests per week (ieder van de maximaal 32 peilstations stuurden maar 2 in). Op het hoogtepunt vond men in 45% van de tests die men deed het influenzavirus.

Van de zomermaanden vond ik geen overzichten.

Voor dit jaar is er wel een overzicht dat tot en met deze week loopt.

Eerst alleen het overzicht van het aantal testen en bij welk percentage men COVID-19 vond:

Tussen week 11 en week 14 vond men gemidddeld in 16% van de tests die men deed het COVID-19 virus.

Het aantal testen dat men sinds week 23 doet is dus 20 of kleiner. (Dat houdt in dat er weinig mensen bij die huisartsen komen met griepachtige verschijnselen). En als men test heeft men bij niemand COVID-19 gevonden.

Aan de ene kant zijn het per week natuurlijk wel (erg) weinig testen, maar het zijn wel patiënten waarvan de huisarts vermoedt dat het griep of COVID-19 is. En vanaf week 11 tot en met 18 was in 14% van de monsters wel COVID-19 gevonden. Nu al wekenlang niet.

Dit is dezelfde grafiek, maar dan met een verdere uitsplitsing:

Sinds eind mei vindt men, als men überhaupt wat vindt, vooral het rhinovirus.

Vanuit deze overzichten is geen ultieme conclusie te trekken. Maar als de geschatte aantallen van het RIVM op basis van de PCL-test juist zijn (circa 30.000 Nederlanders zijn besmettelijk en dat is ongeveer 10% van de getallen die we eind maart hadden), dan zou je toch ergens in de afgelopen weken bij de tests van de huisartsen één of meer keer COVID-19 moeten hebben aangetroffen!

Conclusies

Deze drie onderwerpen komen uiteindelijk op hetzelfde neer. De informatie die er is, kan op een aantal manieren geïnterpreteerd worden. Via aanvullend onderzoek en dataverzameling kunnen er steviger onderbouwingen komen van die conclusies en sommige ervan wellicht uitgesloten.

Maar dat gebeurt helemaal niet. Men trekt altijd de conclusie die hen het best uitkomt om ons bang te maken en te houden, en ons het gedrag te laten vertonen dat men blijkbaar wil. Relativeringen worden amper aangebracht, laat staan dat men aanvullende informatie verzamelt waarmee de conclusies waarmee ons angst wordt aangejaagd, sterk kunnen worden afgezwakt.  En de media zijn daarbij vooral hun outlet geworden om die angsten te verkopen en vervullen, maar vervullen heel weinig een kritische rol daarbij.

Ondanks dat het ons nu niet grote zorgen zou hoeven te baren wordt er, evenals in veel andere landen waar eigenlijk dezelfde ontwikkelingen zijn, met een WHO die voor en achter de schermen iedereen blijft opjutten, vooral weer angst gekweekt. Met als gevolg onnodige maatregelen en negatieve effecten op economie en samenleving.

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier .

Dolende Van Dissel

Als je gisteren de ontwikkelingen in de Tweede Kamer en op televisie goed volgde, zag je het demasqué van Van Dissel. Hij lijkt het contact met de werkelijkheid volkomen kwijt te zijn. Daarnaast kon je gisteren ook zien dat zowel Van Dissel als de GGD het begrip “wetenschappelijk” compleet om zeep helpen. En dan te bedenken dat ons Coronabeleid vooral bepaald wordt door Van Dissel en zijn kompanen.

De vermoorde waarheid in Dokkum

Het begin was eigenlijk alleen maar lachwekkend. Maandag beschreef ik hoe de GGD Fryslân de besmetting van een groep jongeren in Dokkum op het terras plaatste, terwijl dezelfde groep ook samen in een kroeg was geweest. Een volledige willekeurige keuze, niet in lijn met de ervaringen wereldwijd dat er vrijwel geen besmettingen in de buitenlucht plaatsvinden.

Een gênante poging om te “bewijzen” dat je buiten ook gevaar loopt om besmet te worden, uiteraard gevolgd door de waarschuwing om je buiten ook aan de 1,5 meter regel te houden. Ik eindigde met de voorspelling dat deze manipulatie van de GGD Fryslân nog lang zal dooretteren.

Binnen 14 uur was het raak. Om 13:49 tijdens de briefing door Van Dissel aan de Tweede Kamer zei hij over het buiten besmetten “We hebben in Dokkum een voorbeeld waar het besmetten EVIDENT buiten gebeurd is”.

Weer een knoepert van een logicafout

Maar dat was niet het enige. Kort ervoor zei hij iets wat feitelijk juist was, maar als argument quatsch. Hij wilde uitleggen dat de aerogene verspreiding hooguit een kleine rol speelde bij de verspreiding van het virus. Hij zei toen “wij hebben bij de bestrijding van de uitbraak hier helemaal geen rekening gehouden met aerogene verspreiding, en we zijn toch tot maar 40 gevallen per dag gekomen”.

Het klopt dat hij er helemaal geen rekening mee heeft gehouden. Maar wat hij, met zijn oogkleppen op, blijkbaar niet onderkent, is dat de maatregelen die genomen zijn, ook de kans op besmetting langs aerogene weg tot een minimum beperkten. Namelijk het verbieden van bijeenkomsten met meer dan een paar mensen.

Dat je dan juist het argument dat je er geen rekening mee hebt gehouden, vervolgens als bewijs hanteert, is verbijsterend.

Maar het wordt nog erger. Hij zei dat als aerogene verspreiding echt zou plaatsvinden dan zouden in ziekenhuizen ook forse uitbraken geweest moeten zijn. Daarbij ging hij gemakshalve voorbij aan het feit dat als er nu één plek is waar men veel aandacht geeft aan het ventilatiesysteem dan is het in ziekenhuizen. Want daar weet men al lang dat allerlei virussen en bacteriën zich door de lucht kunnen verplaatsen. De patiënten en personeel in ziekenhuizen worden tegen de aerogene verspreiding van het virus beschermd door dat goede ventilatiesysteem.

In een paar minuten tijd bezigde Van Dissel drie enormiteiten die hem compleet diskwalificeren voor de rol die hij in Nederland speelt bij de bestrijding van het virus.

Hij gaf een uitstekend bewijs voor de strekking van deze twee blogs:

Miskenning van het belang van ventilatie

Maar dat was nog lang niet alles van deze historische 11e augustus. Op de vraag van Lodewijk Asscher over de opening van de scholen en de ventilatiesystemen antwoordde Van Dissel dat zijn advies was dat scholen zich aan het Bouwbesluit van 1984 dienden te houden en het advies is dat “het in orde is”.

De balans van dit optreden van Van Dissel is dus:

  • Hij herhaalt onwaarschijnlijke onzin-informatie van de GGD Fryslân kritiekloos.
  • Maakt een kanjer van een redeneerfout over de gevolgen van maatregelen.
  • Onderkent niet dat juist in ziekenhuizen de verspreiding van het virus was tegengegaan door een goed ventilatiesysteem.
  • En geeft als advies dat de ventilatiesysteem in orde zijn.

Bij Dit is de Dag werd een gesprek gevoerd met de Belgische Van Dissel, Marc van Ranst  en met mij. In dat gesprek maakte Van Ranst duidelijk dat er in België wel expliciet aandacht geschonken is (al enkele maanden) aan het belang van ventilatie. Zeker ook ten aanzien van het openen van de scholen op 1 september. Dat was voortschrijdend wetenschappelijk inzicht.

De ultieme doodsteek voor de geloofwaardigheid

De ultieme doodsteek voor de geloofwaardigheid, maar ook -helaas- van de integriteit van Van Dissel’s RIVM en de GGD kwam aan het eind van de avond.

Het was naar aanleiding van het document over de uitbraak in de zorginstelling in Maassluis, waar ik hier uitgebreid over heb geschreven en EenVandaag en De Volkskrant uitgebreid op zijn ingegaan.

Overtuigend bewijs dat de uitbraak in die zorginstelling gekomen was door het ventilatie/airco-systeem. Gezien het feit dat naast 17 van de 21 bewoners, ook 18 van de zorgmedewerkers (die mondkapjes droegen als ze bij die bewoners waren) besmet waren, kon het niet anders zijn dan dat de verspreiding aerogeen via het ventilatiesysteem was verlopen. De Rotterdamse microbioloog had zelfs nog de virusresten in de filters van die systemen gevonden.

Dat laat ook zien dat de kans heel groot is, dat bij nogal wat zorginstellingen in de afgelopen maanden veel slachtoffers zijn gevallen juist door hetzelfde wat eind juni in Maassluis is gebeurd.

Maar het stuitende van dit onderzoek is dat in plaats van het omarmen van deze informatie, het RIVM de verspreiding van deze informatie juist tegengewerkt. De Volkskrant schreef daar op 10 augustus een artikel over. De Telegraaf maakte deze kop:

 

Gisteravond zou microbioloog Peter de Man, die het onderzoek naar het ventilatiesysteem had gedaan, in Op1 komen. Een half uur ervoor kwam de GGD met een persbericht. De verspreiding was waarschijnlijk niet door de ventilatie gekomen. De vondst van het virus in het ventilatiesysteem werd gebagatelliseerd en dat er 18 medewerkers besmet waren zou gekomen zijn doordat ze samen lunchten en niet genoeg afstand hielden.

Laat dat laatste even goed tot u doordringen. Bij een patiënt thuis wordt circa 15% van de huisgenoten besmet, terwijl men dagenlang in elkaars nabijheid is. Maar uit wanhoop om maar niet te moeten onderkennen dat het virus aerogeen is en door ventilatiesystemen wordt verspreid vinden ze het blijkbaar wel aannemelijk dat 18 personen tijdens hun lunch worden besmet.

Wat Peter de Man daarna bij Op1 zei zou de finale klap gegeven moeten hebben aan het restje geloofwaardigheid dat er nog is m.b.t. RIVM en GGD. Niet alleen gaf hij duidelijk aan dat de kans uitermate klein is dat het ventilatiesysteem niet de oorzaak was van de uitbraak. Maar wat veel erger was, hij beschreef hoe RIVM en GGD niet wilden dat zijn conclusies naar buiten kwamen. Dit is het hele interview met hem. En dit is het kortere fragment. En ik denk dat hij nog niet alles vertelde wat hij werkelijk weet over de pogingen van RIVM en GGD om de resultaten onder de pet te houden.

Ik moet me echt inhouden om te beschrijven wat ik van dit gedrag van RIVM en GGD echt vind. Ik doe het dan ook maar niet.

Wel vraag ik me af hoe lang de regering nog denkt, deze leiding van het RIVM en van de GGD nog te blijven handhaven. Zij zijn verantwoordelijk voor de steeds grotere chaos die uit het Nederlandse beleid voortkomt. De grotere risico’s die men in de komende maanden loopt in gesloten ruimtes met weinig of slechte ventilatie (inclusief scholen). En de directe en indirecte gevolgen van het toenemen van besmettingen in Nederland.

Ik sluit af met een Amerikaans gezegde wat heel goed van toepassing is “If you are not a part of the solution, you are a part of the problem”.

 

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier