WHO/RIVM negeren de nieuwste bevindingen met enorme gevolgen

In dit blog zal ik laten zien hoezeer de WHO en het RIVM cruciale nieuwe onderzoeken negeren, met enorme gevolgen voor de samenleving en risico’s voor de volksgezondheid.

Inleiding

Ik heb twee schrijnende voorbeelden gevonden van hoe de WHO/RIVM en de meeste deskundigen die we in de Nederlandse media zien, nieuwe onderzoeksresultaten negeren of die bevindingen zo buigen, dat die altijd in hun -inmiddels achterhaalde- opvatting past.

Het gaat om de cruciale vraag hoe mensen elkaar kunnen besmetten. Dat is immers de belangrijkste kennis om de verspreiding van het virus te vertragen en te stoppen. De WHO/RIVM gaan ervan uit dat de verspreiding volledig plaatsvindt via “direct contact”. Dit staat bijvoorbeeld in een “Scientific Brief” van de WHO eind maart 2020.

Dat “direct contact overdracht” kan dus gebeuren, zoals hierboven staat, als je heel dichtbij een besmet persoon bent geweest, of als je voorwerpen of oppervlaktes aanraakt die een besmet persoon ook heeft aangeraakt.

Om ons te beschermen tegen besmetting met COVID-19 moeten we volgens de WHO en het RIVM aan social distancing doen. In Nederland is dat 1,5 meter afstand houden en veel handen wassen.  De verspreiding via aerosols, minuscule druppeltjes die lang in de lucht blijven zweven, vindt volgens de WHO/RIVM niet of amper plaats en als het gebeurt, spelen ze nauwelijks een rol in het verspreidingsproces. Dat heeft directeur Van Dissel regelmatig gezegd. Zie hier o.a. zijn opmerkingen in de Tweede Kamer begin april, zoals Trouw schreef.

Op basis van deze uitgangspunten heeft Nederland vervolgens de 1,5 meter-samenleving ingevoerd als het nieuwe normaal.

Maar via de nieuwste onderzoeken door buitenlandse wetenschappers (o.a. het onderzoek in Gangelt van prof. Streeck) zijn er steeds meer bewijzen voor de grote rol van die lang zwevende microdruppels (Dit is een groot aantal wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp).  Onderzoeken naar superspreading events, die aan de basis staan voor de gigantische groei van het aantal besmettingen, laten steeds sterker zien dat het niet anders kan, dan dat daar vooral via aerosols besmetting heeft plaatsgevonden over veel grotere afstanden dan 1,5 meter.

Op basis daarvan is mijn conclusie, en die van vele anderen, dat COVID-19 voor het overgrote deel juist wordt verspreid via aerosols, die in besloten ruimtes worden ingeademd door mensen die daar enige tijd in verkeren. En dat de “direct contact”-besmetting een veel kleinere rol speelt. Ik zie steeds meer bewijzen dat “direct contact” met mensen en voorwerpen bij COVID-19 vrijwel geen enkele rol speelt (Zo is er de bevinding van prof. Streeck in Duitsland bij het onderzoek in de huizen van 300 besmette personen, dat er geen overdracht via voorwerpen mogelijk is).

Op basis hiervan zou de 1,5 meter-maatschappij onnodig zijn. En bovendien ook nog onveilig, omdat je daarmee allerlei risicosituaties handhaaft, waarin het virus zich onder de verkeerde omstandigheden, over veel grotere afstand alsnog verspreidt.

Via twee indringende voorbeelden wil ik laten zien dat aerosols bij superspreading events worden genegeerd/ontkend door de WHO/RIVM en door een groot aantal virologen en epidemiologen die regelmatig in de media verschijnen. Daarnaast wil ik laten zien hoe men zich in bochten wringt om die nieuwe inzichten toch in hun oude opvattingen te laten passen.

1. De SARS-vlucht uit 2003 tussen Hong Kong en Beijing

Eerst een veelzeggende video naar aanleiding van de uitzending van De Kennis van Nu van 11 mei jl.  Kijk hoe de befaamde klinisch epidemioloog professor Rosendaal uit Leiden daarin redeneert, om uit te komen op de gewenste conclusie, namelijk dat de besmetting via direct contact tot stand kwam, zoals door de WHO/RIVM altijd wordt beweerd.

 

Op een China Air-vlucht van Hong Kong naar Beijing besmette een 72-jarige man in totaal 2 stewardessen en 20 medepassagiers met SARS.  Dit is het plaatje uit het wetenschappelijk onderzoek dat naar aanleiding van deze vlucht is uitgevoerd. Het toont de gemarkeerde zitplaatsen van de besmette passagiers ten opzichte van de verspreider, die met het rode kruisje is aangegeven.

Dus er hebben in dit vliegtuig 22 besmettingen plaatsgevonden tot 7 rijen schuin voor en 5 rijen achter de virusdrager. Maar juist niet bij de twee personen die ruim drie uur lang pal naast hem zaten. Het wetenschappelijk onderzoek naar het incident  uit 2003 wijst besmetting door de lucht (airborne) als meest waarschijnlijke boosdoener aan, omdat de meeste besmette personen op meer dan 1,5 meter (tot wel 5,5 meter) van de patiënt zaten. Dit staat er:

Maar prof. Rosendaal zegt tijdens de uitzending dat als de besmettingen niet IN het vliegtuig binnen 1,5 meter hebben plaatsgevonden, dat die dan wel BUITEN het vliegtuig, bijvoorbeeld tijdens het boarden, binnen die afstand moeten hebben plaatsgevonden (wat in het wetenschappelijk artikel juist niet wordt aangenomen!)

Besef dat dit item bij “De Kennis van Nu”  werd aangekondigd met de vraag “waar komt die 1,5 meter nu vandaan?”.

Een goed voorbeeld van oogkleppen op:

  • De enige wijze waarop de overdracht plaats kan vinden is per direct contact.
  • 90% van de besmette personen zit op meer dan 1,5 meter.
  • Dus dan moeten die ergens anders door direct contact met de patient zijn besmet.

Is dat een logische en wetenschappelijk verantwoorde conclusie? Natuurlijk niet. Je moet nogal wat gedachtenkronkels maken om te accepteren dat de patiënt blijkbaar buiten het vliegtuig grote aantallen passagiers via direct contact heeft besmet, maar dat hij zijn beide directe buren tijdens de 3 uur durende vlucht, niet heeft besmet. Plus dat in het wetenschappelijk artikel nota bene expliciet wordt gesteld, dat besmetting door de lucht de meest logische verklaring is voor het besmetten van medepassagiers op grote afstand.

2. De repetitie van het koor in Seattle in maart 2020

Het tweede voorbeeld is het onderzoek naar de besmettingen bij het koor in Seattle. Ook een heel interessant onderzoek naar een superspreading event, dat voor het eerst werd beschreven in de L.A.-Times eind maart 2020.

Dit onderzoek is door het CDC in de VS uitgevoerd. Dat is de Amerikaanse tegenhanger van het Nederlandse RIVM.

Eén persoon heeft volgens dat onderzoek 53 van de 61 personen besmet (87%). Dit is een plaatje uit dat onderzoek.

Wat is dan de logische conclusie?  Dat de besmetting plaats heeft gevonden omdat al die koorleden binnen 1,5 meter van die ene virusdrager zijn gekomen en toen vrijwel allemaal besmet zijn geraakt? Of dat het virus in kleine druppels is gaan zweven die gedurende de hele repetitie zijn ingeademd door het hele koor?

Wat denkt u?  Via het directe contact binnen 1,5 meter of door de lucht op grotere afstand?

De CDC is duidelijk in zijn conclusie, want dit staat er:

 

Dus ook op basis van dit voorbeeld concludeert de CDC dat afstand houden tot elkaar het belangrijkste is.

In Nederland is er ook een koor geweest waarvan het overgrote deel der leden besmet is geraakt. Trouw heeft daar het eerst over gepubliceerd.  En ook bij andere bekende superspreading events (zoals op 5 maart in Kessel) is een groot aantal van de aanwezigen via aerosols besmet.

Om dit cijfer van 87% besmettingen in Seattle reliëf te geven, dient u te beseffen dat binnen een huishouden met één virusdrager, slechts 10 tot 35% van de leden van dat huishouden wordt besmet. Dat laatste cijfer komt uit het onderzoek in Gangelt.  En dat dus bij deze repetitie van 2,5 uur in Seattle vrijwel iedereen is besmet (87%).

De grote gevolgen van het negeren van de besmetting door de lucht

Maar noch prof. Rosendaal, noch het Amerikaanse CDC trekt de logische en meest voor de hand liggende conclusie met betrekking tot de wijze van besmetting tijdens deze superspreading events, namelijk via de lucht. Virusdeeltjes die ook al bij praten (en zeker bij zingen) door de patiënt naar buiten worden gebracht en die dus de kans lopen om een tijd lang te blijven zweven. Deze nieuwe studie, die op 13 mei is gepubliceerd, laat dat ook proefondervindelijk zien.

En dit is ook een belangrijk artikel dat net is verschenen: “Airborne transmission of SARS-CoV-2: The world should face the reality.”

 

Nieuwe onderzoeken naar specifiek de overdracht van COVID-19, geven de WHO of het RIVM geen enkele aanleiding om hun opvattingen aan te passen. Een treffend voorbeeld kunnen we zien toen het NRC op 13 maart het Amsterdamse koor beschreef, waar meer dan 75% van de 130 leden zijn besmet. Dat is dus 7 weken nadat de gebeurtenissen bij het koor in Seattle via kranten openbaar werden. Dit was de uitspraak van de woordvoerder van het RIVM:

Het Nederlandse beleid is gebaseerd op de stellingnames van het RIVM. Het is duidelijk dat zij vasthouden aan eerder ingenomen standpunten, welk nieuw onderzoek er ook bijkomt.

Dat zij nieuwe onderzoeksresultaten niet meenemen in hun beleid en voor alles dat daar niet in past met onwaarschijnlijke verklaringen komen, is vanuit wetenschappelijk oogpunt zeer kwalijk.

Vasthouden aan die oude standpunten heeft o.a. de volgende gevolgen:

  • Men ziet niet de relevantie van de mondbescherming. Zoals Van Dissel het letterlijk zei in een interview met het NRC. “Als men 1,5 meter afstand houdt heb je mondkapjes niet nodig”.
  • Men negeert de risico’s van besmetting door de lucht. Die kunnen bestreden worden door ventilatie en hogere luchtvochtigheid en het goed instellen van het HVAC-systeem in gebouwen. Het is vrijwel zeker dat grote uitbraken in zorginstellingen, kerken, kloosters en cruise- en marineschepen, zijn ontstaan door de verspreiding van die microdruppels via de luchtventilatiesystemen. Maar als je dat ontkent, zoals de WHO en het RIVM doen, dan staat er bijvoorbeeld ook niets over dit onderwerp in de protocollen voor de opening van de scholen.
  • Tegelijkertijd, als je wel goed weet hoe de besmetting via de lucht gaat, dan is het uitstekend mogelijk om maatregelen te nemen waardoor bijeenkomsten met veel meer mensen dan nu is toegestaan, wel plaats kunnen vinden. Hetgeen hele positieve gevolgen heeft voor de horeca, bioscopen, theaters, concert- en evenementenorganisatoren, religieuze bijeenkomsten, etc.
  • Een ander onderwerp waarover  via recent onderoek ook steeds meer duidelijk is geworden, is dat besmet worden in de buitenlucht (vrijwel) niet voorkomt. Daarom was het advies van het gerenommeerde viruslab in de VS “move activities outside”.

En zo zijn er nog meer fronten, waarop met de juiste maatregelen al veel meer kan, zonder dat de gevaren groter worden.

Doordat het RIVM nieuwe onderzoeksresultaten niet meeneemt zijn wij nu in Nederland in de 1,5 meter-samenleving beland.  Een zeer zwakke basis voor een zo ingrijpende maatregel.

Als die nieuwste onderzoeksgegevens wel meegenomen zouden worden, dan zou die 1,5 meter-samenleving niet als de ultieme oplossing worden gezien om te zorgen dat het virus onder controle komt.  Het kan echt veel slimmer, sneller en per saldo ook veiliger.

Daarom een oproep aan allen die zich bezorgd maken over de toekomst van Nederland. Help mee om ervoor te zorgen dat het Nederlandse beleid op basis van het nieuwste onderzoeksmateriaal wordt gebaseerd, zodat we zowel de gezondheidsrisico’s, als de schade voor de Nederlandse economie en maatschappij kunnen beperken.

 

NAGEKOMEN BERICHT:  In Hong Kong is een studie uitgevoerd met hamsters om te kijken hoe beschermend mondkapjes werken. De cijfers zijn zeer overtuigend. Wat je gewoon al op je vingers had kunnen natellen door de lage cijfers van slachtoffers in Oost-Azie, maar door iemand als Van Dissel altijd wordt ontkend, wordt nu via deze proef met hamsters onomstotelijk bevestigd.

Spraakmakende nieuwe studie over spreken en aerosols

Nadat EenVandaag vorige week voor het eerst een item besteedde aan het onderwerp “aerosols” en “ventilatie” deed Nieuwsuur dat gisteravond.

Lees meer

De nieuwe grote boze wolf: de tweede golf

Als iemand die zijn hele werkzame leeftijd met data aan de slag is geweest, moet ik bekennen dat ik me iedere dag de haren uit mijn hoofd trek als ik merk hoe slecht men met data omgaat. (Wel handig omdat ik al 8 weken niet naar de kapper kon). Lees meer

De blinde vlek met grote gevolgen

Inleiding

Het is van belang te weten waar die 1,5 meter eigenlijk vandaan komt, die we zo vaak  horen. En hoe logisch dat voorschrift is in het licht van de recente onderzoeken, die uitgevoerd zijn m.b.t. Covid-19.

Allereerst geeft het WHO op haar website aan, dat er een afstand van 1 meter aangehouden zou moeten worden. In Nederland is daar blijkbaar 1,5 meter van gemaakt. Besef wat voor consequenties die 50 centimeter extra heeft voor ons dagelijks functioneren en voor de economie. Wat is dat extra rendement van die 50 centimeter voor de volksgezondheid? En wat zijn daarvan de economische en sociale kosten voor economie en maatschappij?

Maar waar komt die 1,5 meter eigenlijk vandaan?

In de literatuur over influenza wordt gesteld dat de overdracht van dat virus vooral gaat via druppels en direct contact. In veel mindere mate zou dat op indirecte wijze gaan via aerosols. Dat zijn minuscule druppeltjes die door de lucht zweven.

Dit schema van Dr. Walter Hugentobler maakt dat goed duidelijk.

Het RIVM (en alle prominente virologen) in Nederland zitten in hun pogingen om het Covid-19 virus in te dammen, volledig op die influenza lijn: het gaat via direct contact en dus als je op 1,5 meter blijft is er heel weinig risico. De impact van de andere overdrachtsmethoden zijn volgens Prof. van Dissel van het RIVM heel klein.

Vanuit dat perspectief is het houden van afstand een goede strategie. Maar hoe zeker is het eigenlijk dat de directe overdracht van het Coronavirus binnen een straal van 1,5 meter van een besmet iemand inderdaad de prominente overdrachtswijze is?

De onverklaarbare seizoenspatronen van influenza

Influenza is de afgelopen 80 jaar veel bestudeerd. Maar als je naar die onderzoeken kijkt dan blijkt er toch nog behoorlijk wat onduidelijkheid te zijn over hoe de overdracht van het virus nu echt plaatsvindt.

Dit zijn o.a. studies waaruit vastgesteld kan worden hoeveel men eigenlijk nog niet weet. (1), (2)

In 2014 was er een groot congres in Dubai over infectieziekten. Een arts verbonden aan de WHO gaf een presentatie over de zoektocht naar een verklaring voor de verschillen in seizoenspatronen in de landen onder 30 graden Noorderbreedte.

Dat men daar absoluut nog niet uit is merk je als je die presentatie leest. Het wordt het best aangegeven met de tekst van deze sheet.

Er komen in dat verslag allerlei mogelijke verklaringen langs (dia 14 en verder), maar steeds constateert de auteur dat het geen sluitende verklaring is voor de verschillen in de patronen die er zijn. (Echt een aanrader om te lezen).

Maar als dat niet passend te maken is, hoe weten we dan eigenlijk zeker dat de verspreiding van het influenzavirus overwegend gaat via directe contactvormen binnen 1,5 meter van elkaar? Dat is dan toch niet echt logisch.

Met wat we inmiddels uit wetenschappelijk onderzoek naar de verspreiding van Covid-19 weten, is dat er nog meer onlogische zaken zijn. Zomaar 5 vragen:

  1. Er zijn diverse onderzoeken, die uitwijzen dat de besmetting veel meer binnenshuis dan buiten plaatsvindt. In China wordt een score gemeld van 350 op 1 en in Japan 20 op 1. Prof. Streeck stelde in zijn onderzoek in Heinsburg vast, dat ook daar het overgrote deel van de besmettingen binnen hadden plaatsgehad. Het net gestarte onderzoek onder de Nederlandse besmette Corona-patiënten  www.onderzoekcorona.nl wijst ook al uit dat besmettingen buitenshuis ver in de minderheid zijn.

De eerste logische vraag is dus: als directe overdracht binnen 1,5 meter tussen twee mensen zo dominant is bij de besmetting van anderen, waarom gebeurt dat dan niet in ongeveer gelijke mate buiten als binnen?  Buiten ontmoeten we immers ook nog eens veel meer vreemden dan binnen, dus dat zou dus helemaal tot veel meer besmettingen moeten leiden.

  1. Uit minstens vier studies van Covid-19 blijkt, dat huisgenoten van een patiënt veel minder besmet worden dan je zou verwachten.(1) (2) (3) (4). Bij die vier studies zien we percentages tussen 5% en 35%. Dus het overgrote deel van de leden in het huishouden waren niet besmet. Maar dat is dan eigenlijk volstrekt onlogisch. Want binnen een huishouden zal die 1,5 meter afstand veel minder in acht genomen zijn, zeker toen men nog niet wist dat de symptomen van de patiënt het gevolg waren van een Covid-19 besmetting.
  2. Op 10 maart vond er bij Seattle een koorrepetitie plaats van 60 man. Men hield zich aan de 1,5 meter, raakten elkaar niet aan en gebruikten desinfecterende middelen. 3 weken later was 75% besmet, enkelen dood. Vergelijkbare cijfers, die we ook zien bij een koor in Amsterdam, zoals beschreven door Trouw. Ook 75% ziek en enkelen dood. Maar die hielden geen 1.5 meter.

Bij het onderzoek van Prof Streeck in Heinsberg bleek dat degenen die tijdens de karnavalsbijeenkomst besmet waren geraakt, zwaarder ziek waren geworden dan de mensen die het virus thuis hadden opgelopen.
Maar hoe kan dat nu? Hoe is het mogelijk dat bij superspreading events een beduidend groter percentage wordt besmet dan thuis en ze ook nog zieker zijn (16% van de besmettingen zonder symptomen, thuis 36%)? Is dat te verenigen met het standpunt dat het overgrote deel van de overdracht via direct 1-op-1 contact gaat binnen 1,5 meter?

Het wordt nog gekker als we dan ook nog weten dat een groot deel van de besmettingen, voordat de lockdowns kwamen, ontstonden bij superspread events.

  1. Op marine- en cruiseschepen zijn heel veel mensen besmet geraakt. Dat lijkt ook het geval te zijn bij nogal wat zorginstellingen. Zou dat nu echt komen doordat al die marinemensen binnen anderhalve meter zijn gekomen van een besmet iemand? Of is er een andere reden?
  2. We zien bij herhaling op televisie opnames van arme landen in Afrika en vluchtelingenkampen. Ook hoe het toegaat in India. Mensen die hutje bij mutje wonen en hutje bij mutje leven. Zelfs het houden van een afstand van 50 centimeter zou daar al moeilijk zijn. Al twee maanden wordt dan dreigend gezegd “als het hier gaat uitbarsten, dan wordt het een ramp……” . Maar die ramp heeft zich niet voltrokken. Niet op Lesbos, niet in Afrika.In India zijn er nu welgeteld 2.000 doden op een bevolking van meer dan 1,3 miljard.

Dit zijn dus al 5 verschillende soorten waarnemingen, waardoor je vraagtekens kan zetten bij de stelling, dat de besmetting overwegend geschiedt via directe overdracht binnen 1,5 meter. Samen met het gebrek aan verklaring van de seizoenspatronen van griep, kan er maar één logische verklaring zijn.

“De overdracht van influenza en COVID-19 geschiedt niet primair via direct contact binnen anderhalve meter tussen een besmet persoon en een ander”

Wat is dan een andere wel logische verklaring?

Maar hoe gaat het dan?  Op basis van de recente studies is dit mijn hypothese:

“De overdracht van influenza en COVID-19 geschiedt vrijwel volledig via aerosols. Je ademt ze in en daarmee komt het virus je lichaam in.  Je moet er wel een bepaalde tijd aan blootgesteld zijn, want anders wordt je niet besmet/er niet ziek van”.

Dit is een uitgebreid artikel van Prof.Shelley Miller, die goed de aerosols beschrijft.

Laten we de 5 vragen nog eens de revue laten passeren en aannemen dat de hypothese waar is:

  1. Omdat aerosols in de buitenlucht vervliegen en niet op één plek blijven, worden mensen daardoor bijna nooit buiten besmet.
  2. Ook als je thuis een patiënt hebt hoeft het niet zo te zijn dat de rest van de leden van het huishouden lang genoeg besmet worden door aerosols. Het kan liggen aan ventilatie en luchtvochtigheid in het huis, of dat men niet lang bij de patiënt verblijft en dat de patiënt weinig aerosols uitstoot.
  3. Bij superspreading events verkeer je 2 à 4 uur in een gesloten ruimte met de aerosols van een besmet persoon. Thuis doorgaans aanzienlijk korter achter elkaar of er is wel ventilatie. Dus dat is de reden dat er meer ziek worden bij die events.
  4. Via interne ventilatie systemen worden aerosols verspreid over ruimtes en blijven dan lang hangen. Daardoor worden er zoveel aanwezigen op schepen en in zorginstellingen besmet.
  5. In vluchtelingenkampen, in Afrika en India, zijn de huizen/tenten van de mensen zodanig, dat er een altijd natuurlijke ventilatie plaats vindt. Ook als er aerosols door een besmet persoon worden uitgestoten, blijven ze niet lang genoeg hangen om iemand te besmetten. Daarom zien we zo weinig besmettingen daar.

Deze nieuwe hypothese geeft dus wel bevredigende antwoorden op ieder van deze vijf vragen.

Het zou prachtig zijn als de grote en jarenlange zoektocht van de virologen en epidemiologen naar de verklaring over de seizoenspatronen van influenza hiermee ook tot resultaat zou leiden. Nog even een ander bewijs dat men hiernaar aan het zoeken was en geen verklaring vond. Dit staat in een paper uit 2016.

 

Dus laten we kijken of we met deze hypothese dan wel een verklaring kunnen vinden voor de start van een griepepidemie in die gebieden. En ik kan al verklappen, die is gevonden.

Dus de hypothese is: “je wordt besmet door aerosols, die een langere tijd bij je in de buurt blijven hangen en die je in voldoende mate inademt om ziek te worden.”

  1. Besmet worden ten Noorden van de 30e breedtegraad:

Als de luchtvochtigheid laag is blijven de aerosols in een slecht geventileerde ruimte lang hangen. Deze omstandigheid komt alleen in de herfst of winter voor. Dan ontstaat er de griepepidemie.

  1. In de rest van de wereld:

De luchtvochtigheidsgraad is te hoog voor een aerosol om lang binnen te blijven hangen.

(Airconditioning is wel ongunstig, maar als dat gebeurt in ruimtes waar alleen het eigen gezin aanwezig is, leidt dat niet tot grote uitbraken.)

We zien vele verschillende patronen van die griepuitbraak:

  • In deze studie in India blijkt dat de griepgolf in Srinagar, in het noorden van het land  allleen in de winter is (zoals bij ons). Daar was in de winter het weer ongeveer zoals in Nederland. In het veel zuidelijker Delhi was de griepgolf tijdens de moesson (tussen juli en september).
  • In die zelfde studie uit 2014 staat een opsomming van landen onder de 30 graden Noorderbreedte met verschillende patronen van de griep. Bij alle landen, behalve vlak bij de evenaar, zien we dat de griepgolf er is tijdens de regentijden.
  • Maar vlak bij de evenaar ziet men geen duidelijk patroon. Maleisië wordt als voorbeeld genoemd (ook vlak bij de evenaar) en als men meerdere jaren bij elkaar telt wordt het beeld zeer diffuus.

Hoe past dit bovenstaande nu in die hypothese over de grote rol van de aerosols?

Manaus biedt de verklaring

Die verklaring vond ik in Manaus.

Daar zijn de cijfers per dag bekend van de besmettingen met COVID-19. Rond 19 maart begon de uitbraak. Dus er moest tussen 12 en 15 maart iets gebeurd zijn. Maar wat?

Ik vond geen grote gebeurtenissen. Maar wel iets anders. De onderstaande grafiek laat het zien. Op zaterdagochtend 14 maart waren er “heavy rains”:

Via mijn ervaringen in Cuba bij mijn schoonouders weet ik wat er gebeurt. In het huis (waar geen glazen ramen zijn en de deur vrijwel altijd open staat) wonen circa 20 mensen. Soms ben je met 8 man, soms met 4, soms met 12. Men leeft vaak buiten. En binnen probeert men het hoofd koel te houden d.m.v. natuurlijke ventilatie van de lucht, waarbij alles open staat. Plus wat ventilatoren. Eventuele aerosols worden zo snel het huis uit verdreven en verdwijnen. Als ze al niet door de hoge luchtvochtigheid snel neerslaan.

Totdat het erg gaat regenen en onweren en iedereen het huis in vlucht. De deuren en ramen blijven nog wel open. Dus nog steeds prima ventilatie.

Maar dat is niet het geval bij zo’n zware regenbui. En die verklaring heb  ik gehoord van  een deskundige op dat terrein. Zo omschreef hij het

“Bij een regenbui zal er een extra weerstand gaan ontstaan voor lucht die door een open raam naar binnen of naar buiten stroomt. Ventilatie wordt dus moeilijker en dit zal erger worden bij meer regen. De lucht moet dwars door de vallende regen druppels gaan en dit kost drukval, druk van de lucht voor en achter het regenscherm.”

Dus als het hard regent dan is er als het ware een muur van water om het huis. Maar er is meer, en dat lijkt de belangrijkste component erbij te zijn. En dat is onweer. Ik weet nog goed hoe we thuis als het ging onweren de stekkers van de tv en radio uit het stopcontact haalden. Blijkbaar is dat nog steeds verstandig. Ik begrijp dat zeker arme mensen dat nog steeds doen, omdat ze bang zijn dat hun apparaat kapot gaat (of er brand uitbreek).

Dus als het hard regent en het onweert, dan haalt men in die landen de stekker uit het stopcontact van o.a. de losse ventilator(en) die ze hebben. Dus dat is het enige moment dat in die landen binnenshuis de lucht min of meer blijft stilhangen. De regenbui sluit ontsnapping van de lucht naar buiten af. En het uitzetten van de ventilator(en) zorgt dat de lucht ook in huis vrij stil blijft hangen.

Vanuit de website waar het onweer over de wereld bijgehouden wordt is er ook een archief. En als je dan naar Manaus gaat kijken dan heeft het daar dagenlang niet geonweerd in die periode, maar wel op de ochtend van 14 maart.

De lucht in het huis kan niet doorstromen en er zijn geen luchtstromen in huis. Als er binnen het huishouden een persoon aanwezig is die al besmet was dan kan die persoon een groot deel van de 15 à 20 familieleden eenvoudig besmetten.

Dat zijn dus de “distributed superspreading events” van de tropische gebieden. En uit de informatie die ik vanuit Manaus heb gekregen bleek, dat er daarna nog een paar keer vergelijkbare weersomstandigheden zijn geweest en steeds daarna was er weer een stijging van het aantal slachtoffers.

Ook in Guayaquil in Ecuador was iets vergelijkbaar waarneembaar. Daar was op de ochtend  van zaterdag 8 maart onweer. En daaronderstaat in Wikipedia over de nieuwe besmettingen in Ecuador (Los Rios ligt noorderlijk van Guyaquil en daar had het ook geonweerd):

 

 

Een andere mogelijke relatie met het onweer zou kunnen zijn wat ik hiet tegen ben gekomen. Prof. Galembeck heeft onderzoek gedaan naar de electrische lading van waterdruppeltjes. Hij constateert o.a. dat tijdens een onweersbui die electrische lading in de lucht verandert. Dat zou een andere verklaring kunnen zijn dat de aerosols, die normaliter bij hoge luchtvochtigheid niet blijven zweven, door die bijzonder situatie tijdens een onweersbui, een ander gedrag vertonen en wel in de lucht blijven.  Dit is een paper over zijn onderzoek.

Welke van de twee verklaringen de juiste is moet verder onderzocht worden, maar het is evident dat die onweerbui het startpunt was van een superspreadevent in Manous en Guayaquit.

Daarom kon men geen patroon zien bij de griepgolven in de gebieden vlak bij de evenaar! Als je over een paar jaar naar de gemiddeldes kijkt dan zie je niet de specifieke momenten die de uitbraken triggerden. Want misschien onweerde het een jaar ervoor niet op 14 maart, maar op 28 maart of op 2 maart!

En met deze uitleg kunnen ineens wel de verschillen in de patronen van de griepgolven in de tropische gebieden verklaard kunnen worden.  De uitbraak van griep en Covid-19 onstaat wanneeer het zwaar regent en onweert….Dat is het enige moment dat in die gebieden er geen doorstroming is van lucht in de huizen en ook geen frisse lucht van buiten komt, omdat “het regenscherm”  die luchtverversing als het ware blokkeert.

Concluderend:  deze hypothese over het besmetten van een ander via aerosols is veel robuuster dan die waarmee de WHO en anderen al jarenlang werken dat het vrijwel alleen binnen 1,5 meter geschiedt. Een hypothese, die wel een antwoord geeft op de 5 hierboven gestelde vragen en ook een elegante en complete verklaring biedt voor de lang gezochte heilige graal van het grieponderzoek.

De grote gevolgen

Hieruit zou dus blijken dat die anderhalve meter veel minder belangrijk is dan hoe de aerosols zich door ruimtes bewegen en ze al dan niet mensen kunnen besmetten. En dat heeft grote gevolgen voor de aanpak besmettingen te verhinderen.

Als deze informatie niet snel door de WHO (en het RIVM wordt meegenomen), dan kan dat grote gevolgen hebben.  Als de aanwijzingen van de WHO/RIVM (deels) op verkeerde uitgangspunten is gebaseerd, dan leidt dat tot veel meer doden wereldwijd en veel meer schade aan de economie dan nodig is.

Niet alleen is de anderhalve meter samenleving onzinnig als het dus vooral de aerosols zijn die binnenshuis problemen kunnen veroorzaken. Het bestrijden daarvan is beduidend simpeler en de economische en sociale restricties zijn ook veel minder drastisch.

En welke bescherming geven spatschermen als het met name de aerosols zijn, die in de lucht zweven, die zorgen voor de besmetting?

Maar qua mensenlevens kunnen die aanwijzingen ook tot grote rampen leiden. Neem India. Daar is nu niet veel aan de hand. Maar in een groot deel van India breekt over twee maanden het regenseizoen aan. En als men dan niet weet welk risico men binnenshuis loopt, dan kunnen daar echt heel veel slachtoffers gaan vallen. Terwijl het beste advies  voor ze is als het zwaar regent (en onweert) voor luchtcirculatie te zorgen (via een ventilator of anderszins).

De grote vraag is of al die mensen die zo lang dachten dat de besmetting vrijwel alleen door het directe contact kwam, nu bereid zijn om te onderkennen, dat een dominante rol van aerosols veel betere antwoorden geven op de zoektocht naar de seizoenspatronen en de resultaten die uit de meest recente onderzoeken komen.

Maar hopelijk zijn er voldoende mensen in de medische wereld, die bereid zijn om feiten en logica onder ogen te zien en er vervolgens alles aan te doen om met de juiste aanpakken te komen. Dit is gelukkig al een website van een groep professoren en artsen die de WHO oproepen om wel de aerosols en de luchtvochtigheid bij hun beleidsadviezen meet te nemen.

Het zal heel veel mensenlevens wereldwijd schelen en het kan de economie en maatschappij overal in de wereld sneller weer laten normaliseren als WHO en RIVM dit alles serieus gaan nemen.

Ga naar SmartExit.nu

De afgelopen week hebben we met een groep van mensen hard gewerkt om alle kennis die er is op het terrein van het virus te bundelen en toegankelijk te maken voor alle Nederlanders. Zodat men de feiten en cijfers kan zien (inclusief de persoonlijke risico’s), met daarbij de belangrijkste conclusies die getrokken kunnen worden uit de recente onderzoeken wereldwijd. Plus de beste aanpak die op basis daarvan gevolgd kan worden voor allerlei sectoren in de samenleving.

Ook is het Nederlandse besmettingspercentage berekend (16%). En er is een kaart met de schatting van de besmettingspercentages per gemeente.

Bekijk de site en de informatie die daar wordt geboden en deel het maximaal. Zodat alle Nederlanders op basis van informatie inzicht verkrijgen in deze pandemie, en wat we ermee kunnen doen.

Ook is er een oproep aan de regering om de exit ook slim te doen.

www.smartexit.nu

 

Hadden ze het wel over het COVID-19 virus?

Gisteren hoorde ik de briefing van het RIVM en daarna volgde ik het debat in de Tweede Kamer. En ik vroeg me af of ze het wel over het COVID-19 virus hadden. Er is inmiddels door onderzoek zoveel meer bekend, maar op geen enkel moment hoorde ik dat gisteren terug. Echt van niemand.

In de Nederlandse politiek en in de media spelen de nieuwste onderzoeksbevindingen vrijwel geen rol.

Aan de ene kant komt dat doordat er zo weinig onderzoek in Nederland zelf wordt gedaan, terwijl aan de andere kant het onderzoek uit het buitenland vrijwel niet in Nederland wordt opgepikt. Zelfs niet als het uitgevoerd is op steenworp afstand van onze grens (in Gangelt).

Als je die onderzoeken wel volgt, dan zijn de discussies binnen de Nederlandse politiek -zoals gisteren in de Tweede Kamer- en de interviews met deskundigen in talkshows, om het heel vriendelijk te zeggen, verbazingwekkend. Alsof het om een totaal ander virus gaat.

Eerst even een paar belangrijke zaken met betrekking tot het virus, waarover inmiddels internationaal behoorlijk consensus bestaat, en dan nog wat recente informatie:

  • Het overdragen van een besmetting met COVID-19 via het aanraken van voorwerpen vindt niet plaats. Ik herhaal: vindt niet plaats.
  • Alles wat we doen om te voorkomen dat we via het aanraken van voorwerpen besmet worden, is van geen waarde.
  • De kans dat we besmet worden met COVID-19 in de buitenlucht is heel, heel klein. Helemaal als de zon schijnt.

In Nederland zijn helaas geen contactstudies gepubliceerd (en die zijn ook amper uitgevoerd). Dat betreft dus onderzoeken dus naar de contacten van besmette personen met mensen uit hun omgeving. In het buitenland gelukkig wel. Er zijn o.a. studies uit China, Zuid-Korea, de VS en Duitsland.

Daaruit komt hetzelfde beeld naar voren:

  1. De besmetting vindt plaats via nauw en langdurig contact binnen besloten ruimtes, maar niet door incidenteel en kortstondig contact. Dus als je een tijd dichtbij een besmet persoon bent (in de eerste 5 dagen van waarbinnen de symptomen optreden) dan is de kans het grootst dat je besmet wordt. Belangrijk is dus de tijdsfactor. (De tijd wordt in de onderzoeken niet gespecificeerd, maar het gaat eerder om een half uur dan om 5 minuten). Het beeld dat je besmet wordt omdat je kortstondig in de buurt van een besmet persoon bent waarvan je een druppeltje “opvangt”, is volkomen misplaatst.
  2. Hoe langer men verkeert op een plek waar je het virus naar binnen krijgt, hoe zwaarder gemiddeld de symptomen zijn, hoe zieker je wordt.
  3. Huisgenoten van een besmet persoon worden bij lange na niet zo vaak besmet als gedacht werd. Percentages die vastgesteld zijn liggen zo tussen de 5 en 25%. Het overgrote deel van de leden van het huishouden is niet besmet. Zelfs degenen die wel besmet worden, zijn dan doorgaans (veel) minder ziek dan mensen die bij een superspreading event besmet zijn geraakt.
  4. Op plekken waar veel mensen zijn en waar de aerosols met het virus kunnen blijven zweven kunnen veel mensen tegelijk worden besmet. Hierbij spelen de tijd die je in die ruimte doorbrengt en de hoeveelheid aerosols met het virus die in de lucht aanwezig zijn, een belangrijke rol bij de mate waarin je ziek wordt. (Dit zijn de superspreading events)
  5. De effecten van aerosols worden verminderd door een goede ventilatie en een luchtvochtigheid van 6gr/Kg.
  6. De exponentiële groei van het aantal besmette personen komt voort uit superspreading events en niet uit het aantal directe contacten tussen besmette en niet-besmette personen.
  7. Op plekken in binnenruimtes waar je lang in dezelfde ruimte verkeert met een besmet persoon zijn de risico’s op besmetting het grootst. Hierbij wordt gedacht aan het huishouden, openbaar vervoer, kantoren en restaurants. Op plekken waar door veel mensen wordt gesproken/geschreeuwd/gezongen vormen een duidelijk risico dat veel van de aanwezigen besmet worden.

Het zou fijn zijn als alle betrokkenen in het politieke en publieke debat op de hoogte zijn van deze internationale onderzoeksresultaten. Dan kunnen discussies op een zinvolle wijze worden gevoerd en besluiten gegrond worden genomen. Nu lijkt het erop dat men zelfs niet eens koerst op 50% van de kennis.

Het voorkomt ook dat veel Nederlanders denken dat hun kans om besmet te worden vele malen groter is dan dit in werkelijkheid is. Ze maken zich op die manier te grote zorgen en beperken hun gedrag (veel) te veel.

De achterhaalde “mantra’s” van onze deskundigen en de grote gevolgen

We weten steeds meer over hoe COVID-19 zich verspreidt. Helaas lijkt het er niet op dat de deskundigen die de regering adviseren, tot nu toe meer over die verspreiding hebben geleerd, dan wat ze er al in februari van wisten (of niet van wisten).  Dat blijkt al wel uit dit interview.

Lees meer