Naar een intelligent mondkapjesbeleid

Die mondkapjes gaan er komen.

Drieëneenhalve maand geleden, op 31 maart en 6 april, schreef ik twee blogs waarin ik bepleitte om direct mondbescherming buitenshuis te gaan dragen. Met name om ervoor te zorgen dat je anderen niet zou besmetten.

Maar net zoals prof. Van Dissel vond dat bij zorginstellingen mondkapjes niet noodzakelijk waren (welke opvatting tijdens de driedelige serie van Nieuwsuur met de grond gelijk gemaakt is) was hij ook faliekant tegen mondbescherming buiten de zorg. Meerdere keren zei hij tijdens de informatiesessies met de Tweede Kamer dat het juist een negatieve werking zou hebben: “geeft schijnzekerheid”.  Een opvatting die vervolgens trouw werd herhaald (ook weer zo’n mantra)  door onze beleidsmakers en bestuurders.

Gisteravond interviewde Nieuwsuur prof. Cowling uit Hong-Kong en die maakte ook van deze opvatting van prof. Van Dissel (en RIVM/OMT) gehakt. (Kijk hier, vanaf 17:27 minuten).

De blinde paniek die sinds afgelopen dinsdag in de media is uitgebroken, omdat we onder de 12.000 geteste Nederlanders op één dag bijna 1,5% besmettingen hebben gevonden (de week ervoor was dat rond de 1,0%), is nu ook overgeslagen naar de politiek. Mede door nieuwe onderzoeken rondom de aerosols vanuit Twente en de maatregelen in landen om ons heen, staan de mondkapjes ineens hoog op de agenda.

Je kunt ook voorspellen wat er gebeurt. Het duurt niet meer zo lang voordat we hier ook een mondkapjesverplichting krijgen. Je kunt ook voorspellen wat prof. Van Dissel c.s. dan zal zeggen: “De 1,5 meter is voldoende om je te beschermen, maar als mensen zich er steeds minder aan houden, dan moeten we ze maar verplichten om mondkapjes te dragen.” “Pak ze bij de kladden” zoals prof. Marion Koopmans het ook gisteren zei.

 

Maar doe het dan intelligent!

In principe is het dragen van mondkapjes op plekken en momenten waar er echt een risico is om besmet te worden of anderen te besmetten, een goede aanpak. Maar de cruciale termen in deze zin zijn “plekken” en “momenten”.

Toen ik alleen al gisteren de nieuwsberichten volgde, hield ik mijn hart vast.  Alvorens ik dat gevoel uitleg en met een voorstel kom tot een goede aanpak, wil ik even de meest wijze woorden memoreren die ik gisteren gehoord heb. Ze waren van professor Gommers:

Ik hou mijn hart vast omdat ik merk dat er voorgesorteerd wordt op maatregelen, die zowel een complete overkill zullen zijn met fors nadelige gevolgen voor allerlei facetten van de economie en samenleving, als ineffectief zullen zijn om in het najaar de besmettingen heel laag te houden.

Het beleid wordt helaas aangestuurd door twee componenten die op zichzelf al de oorzaak zijn van het mislukken op termijn. Namelijk “de handhaafbaarheid” en “de persoonlijke opvattingen van Van Dissel en het OMT”.

Ik zal beide kort uitleggen:

  • “De handhaafbaarheid”:  vaak is door bestuurders gesteld dat de regels die er zijn heel simpel moeten zijn, zodat ze makkelijk door ordebewakers (politie en BOA’s) gehandhaafd kunnen worden. Plus dat ze dan makkelijker door de bevolking kunnen worden onthouden. Deze top-down benadering miskent dat we inmiddels in 2020 leven en niet in 1920.

Ik ben al heel lang voetbalscheidsrechter. In het afgelopen seizoen floot ik nog eerste elftallen in de 4de klasse van de KNVB. Ik heb altijd geprobeerd spelers serieus te nemen en met respect te behandelen. Ik had alle machtsmiddelen tot mijn beschikking om de spelers te laten doen wat ik vond dat ze moesten doen. Maar als jij uitstraalt dat je iemand serieus neemt en met respect behandelt, dan krijg je dezelfde behandeling terug en hoef je die machtsmiddelen amper te gebruiken.

Door de bevolking wel serieus te nemen en met logische maatregelen te komen, die ook niet primair van “straffen”  uitgaan als je niet doet wat je hoort te doen, maar vooral inspeelt op iemands verantwoordelijkheidsgevoel, dan zal het juist beter en makkelijker gaan.  Dat is ook de essentie van de boodschap van prof. Gommers.

  • “De persoonlijke opvattingen”:  de wetenschappelijke basis van veel van wat WHO/RIVM/OMT zegt is behoorlijk wankel. Dat geldt niet alleen voor de opvattingen van Van Dissel c.s. over mondkapjes. Maar ook ten aanzien van andere zaken. Ik heb er heel vaak over geschreven. Zo wordt het belang van grote druppels bij besmetting zwaar overschat. En wordt het belang van aerosols bij besmetting in besloten ruimtes zwaar onderschat.

Daarbij weigert men ook van nieuwe onderzoeksresultaten te leren, waaruit gebleken is wat veel minder voorkomt dan gedacht (zoals besmetten via oppervlaktes en het besmet raken in de buitenlucht) en wat veel gevaarlijker is dan gedacht (het langdurig inademen van aerosols in besloten ruimtes). Die onderzoeksresultaten worden niet meegenomen in het beleid.

Maar ook leert men niet van ervaringen in het buitenland. Namelijk dat mondbescherming in openbaar vervoer en in vliegtuigen, ook als men geen 1,5 meter houdt, niet geleid heeft tot toename van het aantal besmettingen op die locaties. Daarnaast wil de overheid ook geen real-life testen uitvoeren, zodat we lessen leren over wat wel en wat niet tot meer besmettingen leidt. (Bijvoorbeeld door onder strakke condities en begeleiding bepaalde buiten- en binnenevenementen te organiseren voor jongeren, ondanks initiatieven daartoe vanuit die sector).

Daarnaast is het natuurlijk ook te gek voor woorden dat we, terwijl er grote verschillen waren/zijn ten aanzien van het aantal besmette personen per regio, we overal dezelfde maatregelen hebben genomen. In Groningen was de situatie voortdurend veel gunstiger dan in Noord-Brabant. Toch waren daar de maatregelen vrijwel identiek aan die in Noord-Brabant.

 

Uit dit alles moeten we lering trekken.

Door niet weer generieke maatregelen te nemen, die ook nog gestapeld worden op de maatregelen die er al zijn (maar slecht worden opgevolgd), maar door een intelligente aanpak.

Een aanpak die de kans op besmettingen laag houdt, de maatschappij (economische en sociaal) zoveel mogelijk overeind houdt en door het overgrote deel van de bevolking gedragen wordt. Niet uit angst, maar vanuit de overtuiging dat ze daarmee andere mensen en zichzelf in Nederland het beste helpen. Plus dat het componenten heeft die werken met belonen, in plaats van bestraffen.

 

Naar een gedifferentieerde aanpak

Op deze plek heb ik die aanpak al beschreven, die je als individu kunt aanhouden. Hieronder mijn advies aan de Nederlandse bestuurders om op een intelligente wijze met deze crisis om te gaan (en daarbij niet langer blind te varen op RIVM en OMT):

A. Als in een regio vrijwel geen besmettingen zijn, dan zijn de risico’s om besmet te worden veel kleiner dan als er veel besmettingen zijn. Pas daar het beleid op aan. En zorg dat de bevolking in die regio er dus ook belang bij heeft dat het aantal besmettingen laag blijft!

Mijn voorstel is om het land te verdelen in de 26 veiligheidsregio’s  (of een verdeling in nog meer regios’s). We kennen dan drie kwalificaties: Groen, Oranje en Rood.  Via NL-Alert krijg je de melding of de kwalificatie in jouw regio is aangepast.

Bij de kleurencodering gaat het dan niet om het aantal besmette personen in die regio, want dat hangt samen met het aantal testen dat uitgevoerd worden, maar het aantal ziekenhuisopnames van mensen die corona hebben opgelopen.

Bij ieder van die drie kwalificaties past een pakketje aan maatregelen die u verderop ziet.

 

B. Omdat de kans op besmetting in de buitenlucht vrijwel nul is, worden daar de maatregelen losgelaten. Wel krijgt men het advies om voorzichtig te zijn.

 

C. In het openbaar vervoer in het hele land blijven de huidige regels rondom mondbescherming gehandhaafd. Ongeacht welke regio het is. Wel zullen de openbaar vervoer organisaties ervoor zorgen dat er maximale ventilatie in hun vervoermiddelen aanwezig is.

 

D. Ten aanzien van binnenruimtes wordt het Deltaplan Ventilatie zo snel mogelijk uitgevoerd. Dat houdt in dat binnenruimtes (zorginstellingen, scholen, kantoren, winkels, sportaccommodaties, theaters, bioscopen, restaurants, cafe’s, fitnessruimtes, beurshallen, etc.) een kwalificatie moeten krijgen of ze coronaproof zijn of niet.

Dat zal voor een groot deel van die binnenruimtes wel in de komende maanden kunnen lukken, en voor een ander deel niet (maar die hebben een incentive om dat wel te gaan realiseren). Er komt financiële steun van de overheid voor die ruimtes waar behoorlijke bedragen moeten worden geïnvesteerd om de situatie in orde te krijgen.

Dit bovenstaande kunnen we combineren tot een overzicht, waarbij we wel op een intelligente wijze met mondbescherming omgaan.

Mondkapjes, maar dan wel terug naar de 1 meter

Er is echter nog een heel belangrijk punt om mee te nemen, alvorens ik dat overzicht geef. Ik was vorige week in Italië, in de buurt van Pisa. Daar moeten mondkapjes gedragen worden in besloten ruimtes (zoals winkels, openbaar vervoer en restaurants). Buiten en op het strand (gelukkig) niet, hoewel er wel mensen zijn die dat vrijwillig doen.

In Italië houden ze 1 meter afstand en niet 1,5 meter!

Als we naar het aantal nieuwe besmettingen per dag kijken dan zien we al een hele tijd in Italië vrij stabiel 200 nieuwe besmettingen per dag. Omdat Italië 60 miljoen inwoners heeft, zou dat naar Nederlandse verhoudingen 60 nieuwe besmettingen per dag zijn…..

Als je naar het aantal dagelijkse testen kijkt in Italië, dan zien we dat ze daar per dag per miljoen inwoners zelfs wat meer testen dan in Nederland (rond 700 in Italië en in Nederland was dat tot en met vorige week rond de 600).

Gemiddeld scoort Italië bij de testen al wekenlang stabiel rond de o,5% besmette personen. Dat waren ook de cijfers van Nederland toen we er heel tevreden mee waren. Het aantal doden per dag schommelt in Italië (als je het naar de Nederlandse verhoudingen zou verplaatsen) 2.

De conclusie is eenvoudig te trekken: als we in Nederland inderdaad overgaan om mondbescherming in binnenruimtes te gaan dragen, dan kunnen we dus ook overstappen naar de 1 meter afstand die in Italië wordt aangehouden, in plaats van de 1,5 meter.

Er zullen heel wat stickers moeten worden overgeplakt, maar het geeft ook letterlijk en figuurlijk de Nederlanders en de economie meer ruimte!

 

De intelligente aanpak voor een land in de 21e eeuw

 

Als we dit bovenstaande met elkaar combineren krijgen we de volgende verdeling ten aanzien van de maatregelen, de regio’s en de kwalificatie:

Dit is een aanpak die goed uit te leggen is en die mensen ook een incentive geeft om zich aan maatregelen te houden. Als de regio namelijk groen is of groen blijft dan levert dat voordelen op, omdat er minder restricties zijn. Degenen die zich niet aan de maatregelen houden, kunnen dan zorgen dat voor de hele regio de situatie verslechtert.

Deze aanpak geeft ook een incentive aan exploitanten van binnenruimtes om te zorgen dat die ruimte coronaproof is. In regio’s waar het geel of groen is heeft het een duidelijk voordeel om een ruimte te exploiteren die wel coronaproof is.

Ook biedt het de bevolking handvaten.

 

Daarnaast beveel ik aan diverse tests uit te voeren om te bezien wat nu wel of niet goed werkt.  Verdere onderzoeken zouden best nog eens heroverwegingen kunnen opleveren ten aanzien van die strikte regels rondom afstand houden. Wat ik uit de literatuur haal is dat het risico om besmet te worden doordat je niet op afstand bent, alleen het geval is als je met gezichten naar elkaar toe praat (of hoest/niest). Niet alleen door druppels (die kunnen je eigenlijk alleen treffen binnen 50 centimeter), maar ook door aerosols op langere afstand. Maar dat wordt pas problematisch als het gesprek een tijdje duurt.

Hoe meer we daarvan weten, hoe specifieker we vervolgens dan maatregelen kunnen nemen, zodat deze tabel aangepast kan worden op basis van die ervaringen.

 

Dit is mijn voorstel om op een intelligente manier maatregelen te nemen die ons ook door de winter helpen. Een aanpak die vooral uitgaat van het belonen van het positieve, en niet van het bestraffen van het negatieve. Waardoor je ook een beroep kunt doen op mensen ten aanzien van hun verantwoordelijkheid voor anderen. En mensen elkaar daarop makkelijker kunnen aanspreken.

Een aanpak die hoort bij een volwassen samenleving anno 2020.

Ziende blind

In alle nieuwsprogramma’s dinsdagavond, bij Op1 en in alle kranten en nieuwswebsites, kon je de praktijkvoorbeelden zien, van wat ik zondag bedoelde met de timmerlieden van WHO/RIVM: “de besmettingen lopen via grotere druppels” – “we moeten 1,5 meter afstand houden” – “dat is verslapt, daarom is er een toename van besmettingen” – “we moeten ons beter aan die 1,5 meter houden”

Dat ging gepaard met schaamteloze bangmakerij. Ja, er is een toename van het aantal geconstateerde besmettingen. Deels komt dat doordat we sinds de eerste week juni nu ruim 60% meer testen. Het overgrote deel van de 12.000 personen die zich per dag laat testen, denkt blijkbaar dat ze wellicht besmet zijn met Corona. Maar slechts ruim 1%, ik herhaal, ruim 1% blijkt dan positief te zijn.

Maar de enige reden waarom we bij de nieuwsuitzendingen Aura Timen zagen (Van Dissel is blijkbaar op vakantie) en tijdens Op1 onze groep van usual suspects, was om bang te maken. “Als u zich nu niet houdt aan die 1,5 meter kunnen we weer de toestanden krijgen zoals in maart, en moeten we toch weer harde maatregelen nemen”. Marion Koopmans zei letterlijk “Mensen, die zich niet meer aan de adviezen houden, pak ze bij de kladden”.

Een goede kennis van mij die eind maart, werkelijk volledig in paniek was over het virus, was in de maanden daarna, mede doordat ik haar het reëele beeld gaf, een stuk rustiger geworden. Die belde me gisteravond weer met dezelfde paniek in haar stem op. En gezien de mails die ik gehad heb, was ze echt niet de enige die gisteren weer bang is geworden.

Maar daar hebben degenen die in de media verschijnen, zoals Timen, Koopmans, Kluytmans, Voss en De Gouw geen boodschap aan. Dat die paniek op vele vlakken (gezondheid, sociaal en economisch) meer schade berokkent dan de reëel dreiging voor personen om grote schade op te lopen door het virus, dat is blijkbaar niet relevant voor hen.

200 besmette personen bij 12.000 uitgevoerde tests per dag is echt nog geen ramp. En in de komende weken zal dat aantal nog toenemen. Enerzijds, omdat het aantal uitgevoerde tests verder zal stijgen en anderzijds, omdat er nog wat meer besmettingen ontstaan.

Dat laatste gebeurt vooral omdat onze timmerlieden nog steeds niet door hebben hoe de belangrijkste besmettingen ontstaan. En vervolgens ook niet komen met de juiste maatregelen/adviezen.

 

Nog steeds: het grote belang van de superspreading events.

In diverse blogs heb ik beschreven welke grote rol superspreading events spelen bij de verspreiding van het virus. In deze video zie je dat het beste.

Bij een superspreading event worden tegelijkertijd veel mensen besmet (dat kan variëren tussen 5 tot meer dan 1.000). Een deel ervan besmet (met name thuis) weer anderen. Maar omdat die -gelukkig- gemiddeld maar rond 0,5 personen besmetten, dooft het dan uit. Behalve als er weer iemand in een situatie beland waardoor er een nieuwe superspreading event ontstaat. Dan begint alles weer opnieuw. En dat is nu precies datgene wat in ons land tussen 25 februari en 16 maart vrijwel ongebreideld is gebeurd. Waarbij in korte tijd honderduizenden zijn besmet geraakt. Zeker in het zuiden van het land: superspreading event op superspreading event op superspreading event.

Door de weersomstandigheden kwamen veel mensen in besloten ruimtes en door de lage luchtvochtigheid bleven die druppels lang zweven en werden velen met name via de inademing van aerosols besmet.

Door het verbieden van bijeenkomsten en zorgen dat mensen vooral thuis bleven en afstand hielden, daalde het aantal nieuwe besmettingen rap.

Bij het afschalen van de maatregelen worden we nu in Nederland geholpen door de zomer. Veel ramen en deuren open en een hogere luchtvochtigheid. Maar doordat de timmerlieden nog steeds niet de essentie van het gevaar van de toename van de verspreiding willen onderkennen, zullen we in de komende tijd een geleidelijke stijging van het aantal besmettingen zien, met een grote versnelling in de loop van de herfst.

Goed wordt dat geïllustreerd door de uitspraken van GGD-baas De Gouw. Inmiddels zijn er ongeveer 100 clusters geïdentificeerd (besmettingen van 5 of meer mensen tegelijk). De GGD-Amsterdam meldt dat het feestjes waren, bruiloften en begrafenissen. In Goes was iets dergelijks ook aan de hand.  En ten aanzien van de uitbraak in een kroeg in Hillegom (met inmiddels 27 besmette personen) zegt De Gouw dan : “Hoe de besmetting in het café gegaan is, kunnen we nooit meer nagaan”.  Maar vervolgens debiteert deze oppertimmerman natuurlijk het standaard mantra, dat cafébezoekers anderhalve meter van elkaar moeten blijven houden. (De term timmerman komt uit dit blog gebaseerd op de uitspraak: “als het enige gereedschap dat je hebt een hamer is, dan zie je ieder probleem als een spijker”)

 

Doe goed onderzoek

In dit interview met de eigenaar van het café  in Hillegom staat iets bijzonders. Van de 50 bezoekers aan het café op 11 juli, zijn inmiddels bij 27 gasten besmettingen vastgesteld. Hij geeft aan dat men zich die avond goed aan de voorschriften heeft gehouden. En dan komt een cruciale zin: “Alle besmettingen waren na elf uur ‘s avonds, toen de deuren dicht moetsen vanwege het geluid’’.

Goh, mijnheer de Gouw, misschien zou u het toch wel kunnen nagaan hoe die besmettingen daar zijn ontstaan. Als u ten minste, met uw collega’s, uw “1,5 meter oogkleppen” zou willen afzetten.

Een degelijk onderzoek zou volgens mij namelijk het volgende gaan opleveren (en wat ik hieronder zet is een inschatting van mij op basis van wat ik vanuit de media weet, een goed onderzoek ter plekke en het bevragen van de aanwezigen, moet hardere kunnen resultaten opleveren):

  • Is het inderdaad waar dat alle besmettingen na 23 uur zijn ontstaan? Zo ja, dan gebeurde dat toen de deuren dicht waren gegaan. Was er toen nog een vorm van ventilatie?
  • Op dat moment was de temperatuur buiten rond de 12 graden en de relatieve luchtvochtigheid 75%.
  • Onder de dan aanwezigen was degene die besmettelijk was, zonder het te weten. Hij heeft aerosols de lucht in gebracht. (Maar heel belangrijk is om vast te stellen wat zijn gedrag was. Heeft hij gezongen, veel gesproken, weinig gesproken? Op welke plek of welke plekken stond die persoon en waar stonden degenen die wel en niet besmet zijn?)
  • Gemeld is dat de eigenaar en zijn zoon ook besmet zijn geraakt, maar zijn vrouw niet. Plus dat blijkbaar geen van de besmette personen ernstig ziek zijn geworden. Dat kan komen doordat het vooral jongeren waren (maar ook dat kan goed onderzocht worden) en, wat ik denk, dat de aanwezigen niet heel erg veel virus hebben ingeademd. Maar ook dat kan met goed onderzoek beter worden nagegaan, dan ik nu inschat. Ik doe dat mede door dit interview met één van de aanwezigen in het café op die zaterdagavond en besmet is geraakt.

Maar ja, als je maar blijft denken dat ook bij superspreading events de besmetting via grote druppels verloopt, dan kom je ook niet met een goede onderzoeksopzet en een oplossingsrichting.

 

Het zijn de aerosols

Een van de artsen die regelmatig op televisie komt heeft blijkbaar wel een groot vraagteken, zoals uit deze twee tweets van haar blijkt van 19 juli.

Het antwoord mevrouw Bruijning en mijnheer de Gouw is naar mijn mening heel eenvoudig. Zowel in het café als thuis verloopt de besmetting maar heel beperkt via de grote druppels die je in je mond/neus krijgt als je binnen 1,5 meter bent. (Die kans is namelijk klein, zoals deze studie laat zien en ik hier uitwerk). Maar in overwegende mate via de lucht. Dat gebeurt als er geen sprake is van ventilatie en -ook van groot belang- je voldoende hebt ingeademd om ziek te worden. En dat laatste is afhankelijk van de hoeveelheid virus in de lucht en de tijdsduur.

Wat mevrouw Bruijning maar niet kan verklaren, heeft dus alles te maken met die oogkleppen. Ze probeert alles te verklaren vanuit de besmetting via grote druppels en dan zijn de percentages thuis inderdaad laag.  Maar als ze -los van het overweldigende internationale onderzoek naar aerosols- vanmorgen het AD had opengeslagen of het NOS Journaal had bekeken, dan had ze de uitkomsten kunnen kennen van het aerosol onderzoek dat al een tijd aan de Universiteit Twente loopt. Maar zolang het belang van die zwevende minidruppels door de RIVM en onze deskundigen die op tv verschijnen, inclusief De Gouw, worden genegeerd of gebagatelliseerd en mensen niet gewaarschuwd worden t.a.v. het handhaven van goede ventilatie, dan blijven die clusters ontstaan.

En zal men er vrij snel in Nederland ook toe overgaan om mondkapjes verplicht te stellen in alle binnenruimtes. Iets wat gewoon niet nodig zou hoeven te zijn als het Deltaplan Ventilatie zou worden ingevoerd. Als binnenruimtes de kwalificatie Coronaproof hebben dan is mondbescherming namelijk niet nodig en als die kwalificatie er niet is, dan is mondbescherming wel nodig en zou ik zelfs afraden om daar lange tijd in die ruimte te vertoeven. Dat heb ik hier beschreven.

(Besef ook dat toen de uitbraak op zijn hoogtepunt was, wel direct de mondkapjes op alle plekken in binnenruimtes hadden ingevoerd, dan hadden we toen al een fors deel van de maatregelen kunnen afbouwen, wat ik o.a. op 31 maart al beschreef. Maar Prof. Van Dissel was daar falikant tegen zoals hij meerdere keren in die periode in de Tweede Kamer en in interviews aangaf).

Het is nu een maand geleden dat ik het Deltaplan Ventilatie heb voorgesteld. Inmiddels is er dus alweer een maand verstreken zonder ons goed voor te bereiden op de veel grotere uitbraken die ons in het najaar te wachten staan door superspreading events. Doordat de timmerlieden van het RIVM, OMT en aanpalende media het grote belang van aerosols bij de verspreiding bij clusters negeren en/of ontkennen, zullen zij ons, bij elke gelegenheid die er is (zoals gisteravond) blijven waarschuwen om ons aan die 1,5 meter te blijven houden, want anders…..

En zo blijkt wederom dat het RIVM, de deskundigen en de Nederlandse media, de afgelopen 4 maanden, heel weinig hebben geleerd en ligt een herhaling van zetten voor de hand.

De timmerlieden van WHO en RIVM

Als ik de deskundigen van de WHO/RIVM/OMT hoor, dan moet ik steeds denken aan die uitspraak van Maslow (1966), dat als je enige gereedschap een hamer is, dat dan ieder probleem eruit ziet als een spijker.

Volgens de WHO (en de RIVM in Nederland en vrijwel alle virologen/epidemiologen in de media) wordt COVID-19 verspreid door grotere druppels. Als iemand hoest, niest of praat en je bent te dichtbij (binnen 1, 1,5 of 2 meter, afhankelijk in welk land je woont 😉) dan kan een druppel je besmetten. Dat kan ook indirect, wordt gesteld, doordat de druppel op een oppervlakte komt die jij dan aanraakt en die vervolgens in je oog terecht kan komen.

Op basis daarvan zijn er allerlei maatregelen genomen, erop gericht dat mensen zo min mogelijk dichtbij elkaar komen, met als codewoord “social distancing”.  In Nederland is het die 1,5 meter-samenleving.  Als het aantal nieuwe besmettingen duidelijk afneemt dan stellen zij dat het te danken is aan de mensen die deze afstand hebben gehouden. Als er dan toch weer een stijging komt van nieuwe besmettingen, dan komt dat volgens hen doordat mensen die afstand niet meer in acht hebben genomen.

Met wat kleine nuances is dit de lijn geweest van de WHO en haar trouwe volgers, vanaf het begin van dit jaar. En als er door wetenschappers gewezen werd op de mogelijke andere verspreidingsmogelijkheid via de lucht, dan werd dat eerst ontkend en vervolgens onder aanhoudende druk schoorvoetend erkend maar wel meteen gebagatelliseerd.

Deel van het probleem

Nu op allerlei plekken in de wereld uitbraken zijn op plekken waar ze eerst niet waren of waar ze onder controle leken, zien we dat de aanhangers van de WHO-lijn zich gedragen conform die uitspraak van Maslow over de hamer en de spijker. “Nadat de maatregelen zijn versoepeld, zien we weer een toename van het aantal besmettingen, mensen komen weer veel te dicht bij elkaar. Dus moeten er weer hard maatregelen genomen: nieuwe lockdowns, strakker handhaven van social distancing, etc.”

Maar wat die deskundigen van WHO en aanhang daarbij niet door hebben, is dat zij allen hiermee, zoals een andere uitspraak luidt “niet een deel van de oplossing zijn, maar een deel van het probleem”.

 

Ik zal deze boude bewering uitleggen:

Mijn start van de data-analyses over de verspreiding van COVID-19 kwam doordat ik eind februari – begin maart zag dat het virus zich eigenlijk alleen aan het verspreiden was in de gebieden met een bepaald winterweer. Dat bleek zich voor te doen boven de 30 graden noorderbreedte bij temperaturen tussen de 4 en 12 graden en een specifieke luchtvochtigheid van onder de 6g/kg.

Toen ik naar de verklaringen daarvan zocht, kwam ik influenzastudies tegen in de afgelopen 15 jaar, waarbij bleek dat mensen in die gebieden, door die weersomstandigheden, vaker in gesloten ruimtes verblijven en dat de lage luchtvochtigheid die er dan is, ervoor zorgde dat het influenzavirus lange tijd in de lucht kon blijven hangen. Hier heb ik dat eind maart beschreven.

Dit is het kaartje met de gemiddelde temperaturen in de wereld in de maand februari en de cirkels met de grote uitbraken rond 1 maart.

 

Dat leidde bij mij tot een belangrijke conclusie (die op dit moment trouwens zelfs nog nadrukkelijker getrokken kan worden dan toen): 

Er zijn heel duidelijke regionale patronen zichtbaar, wat aangeeft dat de verspreiding van het virus duidelijk samenhangt met het weer in die regio’s.

 

Kijk naar de situatie van dit moment in veel landen in West- en Noord-Europa. Vrijwel overal zien we nu vrijwel geen ziekenhuisopnames of doden meer en lage aantallen nieuwe gevallen. Zou dat nu echt zijn, omdat de bevolking in al die landen zich zo keurig gedraagt conform de voorschriften van de WHO? Waarom is er nergens in West-Europa een echt grote uitbraak, die er nu wel in Florida en Texas is? Waarom zien we nu wel heel duidelijke toenames in alle Balkanstaten en Spanje? Waarom zijn er nu wel grote uitbraken in India en Zuid-Afrika, terwijl die twee maanden geleden daar nog niet waren?

Omdat men zich daarvoor wel keurig gedroeg conform de voorschriften van de WHO en nu niet meer? Kom nou!

Kijk naar Melbourne, waar sinds begin juli een duidelijke stijging is van nieuwe gevallen. Komt dat dan doordat men vanaf begin juli zich niet langer aan de WHO-instructies hield van social distancing, terwijl men dat in de twee maanden ervoor wel heeft gedaan?

Besef dat in Melbourne in juni al enkele dagen het weer onder de luchtvochtigheidsgrens van 6 g/kg kwam en vanaf 27 juni dat een aantal dagen kort na elkaar. (Groen zijn de dagen waar in de middag of avond de luchtvochtigheid buiten onder de 6g/kg kwam).

Als je de WHO en aanpalende deskundigen hoort, zou je het wel zeggen.  Want we moeten afstand van elkaar houden, want anders worden we door de druppels besmet, die binnen 1 meter van de besmette persoon op de grond vallen. En als je het niet doet, dan heb je het risico van uitbraken.

Maar het is van een logica tartende simpelheid!

 

De basispatronen in de wereld

Als je nu wereldwijd kijkt zijn er een aantal duidelijke patronen te herkennen. Die trouwens veel lijken op de jaarlijkse verspreiding van influenza over de wereld:

  • In de gebieden boven de 30 graden NB en onder de 30 graden ZB houdt het virus huis tijdens de periode tussen eind van de herfst en ergens in de lente. In deze studie uit maart wordt dat duidelijk beschreven. Daarom zien we nu de sterke stijging in Melbourne en ook die in Zuid-Afrika, waar het in de regio van Johannesburg al een tijd behoorlijk koud is.
  • In de (sub-)tropische gebieden houdt het virus, net als influenza, huis tijdens de regenperiodes. In Brazilië is die periode tussen maart en juli (en trekt dan van noord naar zuid). In India is dat tijdens de moesson (van juni tot september, die van west naar oost trekt). Je hebt veel gebieden in Zuid-Amerika die twee keer per jaar een regenperiode hebben en daar zie je die COVID-19 uitbraken ook vooral tijdens de regenperiodes
  • Vlak bij de evenaar zijn er minder duidelijk gedefinieerde regenperiodes. Maar ook daar zien we duidelijke relaties met hevige regenbuien (zoals in Manous en Guayaquil het geval was in maart).
  • Daarnaast is er een ander patroon dat hier min of meer los van staat en bij influenza niet zo opviel.  Er is een duidelijke samenhang tussen uitbraken in regio’s waar de temperatuur sterk is opgelopen en  men veel gebruikmaakt van airco’s. Je ziet dat in de zuidelijke staten van de VS, maar je kunt het ook heel goed zien in de Balkanstaten. Waar de duidelijke stijging van gevallen ontstond kort nadat de temperaturen naar rond de 30 graden stegen. Je ziet het in het Midden-Oosten (Israël, Irak, Iran). Plus dat de uitbraken in Saoedi-Arabië daar ook mee samen lijken te hangen.

Gooi die oogkleppen af; het zijn de aerosols

En daarmee zijn we tot de kern gekomen van waarom ik zeg dat de aanpak van de WHO iedere logica tart.

Als de verspreiding van het virus in overgrote mate gebeurt door besmettingen via druppels, die je kunnen treffen en infecteren als je te dichtbij een besmet persoon bent, hoe kan je dan patronen verklaren, waar landen in dezelfde regio en met hetzelfde klimaat dezelfde trends laten zien? Omdat de bevolking van -noem eens wat- Nederland, Oostenrijk en Frankrijk zich tegelijkertijd min of meer identiek gedraagt?

Natuurlijk kan dat niet. Er is een andere reden.

Besef dat ten aanzien van de verspreiding van de griep wereldwijd de WHO en haar deskundigen al jarenlang met de handen in het haar zitten om te verklaren waarom de verspreidingspatronen van de griep over de aarde gaan zoals ze gaan.

Dit komt uit een presentatie van één van de WHO-dokteren in 2014.

In de rest van de op zichzelf prima presentatie probeert men op allerlei manieren toch een verklaring te vinden: “men zit dicht bij elkaar”, “het heeft met de schoolvakantie te maken”, etc. etc.  Maar zelf komen ze tot de conclusie dat het uiteindelijk toch geen verklaring biedt voor alle geconstateerde patronen in de verschillende delen van de wereld.

 

En zowel bij de influenza als nu bij COVID-19 is er maar één logische conclusie te trekken uit het onvermogen om die patronen toen en nu te duiden:

Er wordt een gigantische basisfout gemaakt:  noch influenza, noch COVID-19 verspreiden zich primair via die grotere druppels. In beide gevallen verspreidt het virus zich primair via de lucht. 

Als je dat laatste als verklaring neemt, dan kan je ineens wel begrijpen waarom in landen in dezelfde regio en hetzelfde klimaat de patronen sterk op elkaar lijken. En dan kan je ineens wel verklaren waarom het nu in Melbourne precies begin juli is gaan uitbreken en dat het in de zuidelijke staten van de VS nu veel erger is dan enkele maanden geleden en in New York precies andersom. En kan je ook een rationele verklaring geven voor die jarenlange zoektocht naar de patronen van de griepgolven.

De weersomstandigheden hebben weinig invloed op het gedrag van grotere druppels die een niet-besmet persoon binnen een straal van 1 meter, in neus, mond of oog kunnen treffen, zodat die daardoor geïnfecteerd wordt. 

Maar de weersomstandigheden hebben wel een grote invloed op het gedrag van de kleinste druppels. Namelijk of ze al dan niet lang blijven zweven.

In de winters boven 30 NB en onder 30 ZB zijn mensen vaker binnenshuis zonder goede ventilatie. Als de luchtvochtigheid onder 6 g/kg daalt, blijven de kleinste druppels lang airborne en kunnen ze ingeademd worden door de aanwezigen. (En studies hebben al vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw aangetoond dat je veel erger ziek wordt als een virus dat zich met name richt op de lagere luchtwegen, zich direct kan nestelen in je longen).  Wells liet dat al in 1955 zien. Inmiddels heb ik veel meer studies gezien die dat al sinds die jaren beweren. (1)(2)(3) En -heel pikant- ook deze studie van dr. Peter Teunis van het RIVM uit 2010  beschrijft dat. De infectiekans neemt veel sterker toe als aerosols in je longen komen, dan als er druppels in je neus worden ingebracht.

In (sub-)tropische gebieden is de unieke situatie tijdens een regenbui dat om ieder huis als het ware een watergordijn hangt, die dezelfde rol speelt als muren en ramen in de winter boven de 30 graden. Er is geen uitwisseling van de lucht in huis en erbuiten. Het water houdt dat tegen.

En als mensen in hele warme ruimtes de airco aanzetten, dan creëer je dus ook omstandigheden met een slechte ventilatie met buitenlucht en een lagere temperatuur, die gunstig zijn voor de aerosols om langer in de lucht te blijven.

Ik ga hier niet nog een keer de bewijsvoering beschrijven van de grote rol die aerosols spelen bij zowel griep als COVID-19. Ik heb het al in meerdere artikelen gedaan, zoals deze en deze en deze.

Twee belangrijke bronnen raad ik u aan om te lezen, als ik u niet kan overtuigen.

Deze van Prof. JimenezEn deze van Dr. Fluxman.

Prof. Jimenez heeft ook nog dit overzicht gemaakt dat hij in het uitgebreide stuk toelicht.

Het mooie aan dit overzicht van prof. Jiminez is ook dat hij zo goed blootlegt in wat voor gedachtenkronkels de timmerlieden, die alleen een hamer hebben, moeten maken, om de grotere superspreading events te kunnen verklaren: “Ze hebben nog samen staan koffiedrinken” (prof. Van Dissel). Of “buiten loop je het toch ook op, kijk maar naar de wedstrijd Atalanta Bergamo- Valencia” (OMT en premier Rutte), waarbij men gemakshalve vergeet dat de toeschouwers 50 km moesten reizen omdat de wedstrijd in Milaan was.

Een belangrijk punt van de argumentatie van degenen die beweren dat besmettingen van COVID-19 niet via de lucht verlopen wil ik er wel even kort eruit lichten. Omdat men daar gebruikmaakt van een manier van redeneren die van elke logica is gespeend:

Men stelt (en die argumentatie zien en horen we steeds): mazelen is aerogeen en heeft een reproductiefactor die tussen de 12 en 20 ligt. COVID-19 heeft een reproductiefactor van 2,5, en dat geeft aan dat het dan niet aerogeen kan zijn.

Over de logicafouten hierbij heb ik hier uitgebreid over geschreven.

Twee van de vele argumenten hiertegen:

  1. Niet ieder virus dat door de lucht gaat is even besmettelijk. Misschien word je van het inademen van 10 virusdeeltjes mazelen al ziek en pas bij 500 virusdeeltjes COVID-19. Dat heeft grote gevolgen voor de reproductiefactor. Maar zegt vervolgens niets over het al dan niet aerogeen zijn.
  2. Adams en Cowling stellen dat 10% van de besmette personen 80% van de nieuwe besmette personen infecteren. Als je dat doorrekent betekent dat bij die 10% er sprake is van een R0 van 20; ik heb dat hier uitgewerkt. Dat zou dan inhouden, conform de stelling dat blijkbaar een hoge reproductiefactor wijst op aerogene besmetting, men dus met dat argument ten aanzien van mazelen ten opzichte van CIVID-19 impliciet erkent dat COVID-19 wel via de lucht gaat.

Maar ja, als je alleen een hamer tot je beschikking hebt…….

….. dan gebruik je ook argumenten die iedere logica tarten, om toch niet een ander stuk gereedschap te moeten gaan gebruiken!

 

Ja, onze timmerlieden zijn inmiddels wel bereid toe te geven dat aerosols een rol kunnen spelen, maar dan wel een (hele) kleine rol, zeggen ze dan. Dat er -gelukkig- inmiddels ook virologen en epidemiologen zijn die aangeven dat die rol groter is/kan zijn dan van grote druppels, wordt door de mainstream, inclusief veel media in Nederland, nog steeds genegeerd.

Besef dat tot nu toe het bewijs voor ALLE drie manieren waarop je besmet zou kunnen worden door COVID-19 hooguit indirect bewijs is. Aerosols, grote druppels, of via oppervlaktes. Maar als je naar de verspreidingspatronen kijkt en de overzichten van Jimenez en Fluxman en je durft dan nog steeds met droge ogen te beweren dat die rol van aerosols hooguit klein is, dan laat je niet alleen zien dat je oogkleppen op hebt, maar ook dat die vastgemaakt zijn aan dat deel van de hersens dat dient om logisch te kunnen denken.

Er kan een discussie gevoerd worden of het belang van aerosols 60%, 70%, 80%, 90% of 100% is. Zelf denk ik te kunnen aantonen dat het ergens tussen de 90% en 100% is. Dat doe ik mede op basis van deze studie en hier werk ik dat verder uit.

Maar welke van deze waarden het ook is, het is voor mij meer dan duidelijk, dat doordat de WHO/RIVM/OMT sinds het begin de lijn hebben gekozen dat “COVID-19 zich (vrijwel) alleen verspreidt via direct contact” en dat op basis van voortschrijdend inzicht niet fundamenteel hebben aangepast, zij verantwoordelijk zijn voor de stijgingen van het aantal slachtoffers wereldwijd. Maar ook dat politici klakkeloos maatregelen hebben ingevoerd als social distancing, die grote schade tot gevolg hebben voor economie, maatschappij (en volksgezondheid).

Plus dat we ons dankzij die timmerlieden ook niet focussen op datgene, wat de uitbraken in onze regio komende herfst en winter, tot een minimum kan beperken. Zorgen dat in alle gesloten ruimtes de ventilatie in orde is, zoals aangegeven in het Deltaplan Ventilatie.

Het wordt eens tijd dat politici, bestuurders, journalisten en burgers onderkennen dat die starheid van denken van WHO/RIVM/OMT de wereld meer kwaad doet, dan goed.

Het verdwenen koor op Goeree-Overflakkee

Op 30 juni was ik bij Op1 en had ik een debat met prof. Voss. We spraken o.a. over superspreading events, die op veel plekken in de literatuur worden gezien als de belangrijkste aanjager van de uitbraak van COVID-19.  De interviewers gaven prof. Gommers de ruimte om op het gesprek te reageren. Dit zei hij toen (na ongeveer 17 minuten):

“Volgens mij hebben ze allebei gelijk. We hadden toen een koor op Goeree-Overflakkee en we zeiden, nou de kerk, slecht geventileerd en dergelijke… daar is uiteindelijk door de afdeling van Marion Koopmans onderzoek gedaan en toen vonden ze 4 mutaties van het COVID-19 virus, er was dus niet één en hetzelfde virus en toen zijn ze dat verder gaan onderzoeken en toen bleek dat de groep koffie met elkaar had gedronken, hadden een feestje gehad, dat is heel belangrijk.”

Nu ken ik behoorlijk wat superspreading events in Nederland tussen eind februari en half maart, maar van een koor op Goeree-Overflakkee had ik niet gehoord. En de beschrijving van prof. Gommers was een interessante bevinding van een superspreading event dat daar blijkbaar had plaatsgevonden, die anders in elkaar zat dan de superspreading events, waar ik inmiddels veel over had gelezen.

Dus direct na de uitzending ging ik op zoek naar wat er gebeurd was met dat koor op Goeree-Overflakkee………

Maar er was niets te vinden over een koor op Goeree-Overflakkee, waar besmettingen waren ontstaan met COVID-19.

Wel heb ik in de media informatie kunnen vinden over een keten van besmettingen op Goeree-Overflakkee, die prof. Gommers blijkbaar bedoelde. Maar dat lag behoorlijk anders dan hij in de uitzending aangaf.

 

Om het beeld compleet te krijgen ben ik nu 18 dagen bezig om het door hem genoemde onderzoek van Marion Koopmans te krijgen, maar ik loop tegen een betonnen muur op. En daarom doe ik hier verslag van wat ik vastgesteld heb. Omdat het -helaas- symbolisch is voor wat ik vaststel als ik leden van het OMT in de media zie optreden. Informatie wordt gebracht alsof het zekerheden zijn en als dan geprobeerd wordt om de basisinformatie te krijgen, waarop die meldingen lijken op te zijn gebaseerd, dan geeft men niet thuis. Daardoor blijft het foute beeld dat gegeven is, overeind.

Laat ik vooropstellen dat ik ervan overtuigd ben dat het van prof. Gommers geen kwader trouw was, dat hij bij de uitzending van Op1 onjuiste informatie gaf. Maar het is wel opzet dat ik op mijn informatieverzoeken in zijn richting en die van Marion Koopmans geen enkele inhoudelijke reactie kreegMen vindt het blijkbaar niet relevant foute informatie te corrigeren en relevante wetenschappelijke informatie te delen, om zo te kijken hoe die informatie gebruikt kan worden om meer kennis op te doen over de verspreiding van het virus.

 

Dit heb ik zelf kunnen vaststellen, maar dan op basis van informatie uit de nieuwsmedia die het over Goeree-Overflakkee hebben gehad:

  • Er is geen uitbraak op Goeree-Overflakkee geweest in een koor. Wel is er behoorlijk wat aan de hand geweest in de zorginstelling Nieuw Rijsenburgh in Sommelsdijk. In de bijlage treft u aan wat ik daarvan teruggevonden heb.
  • Van belang is te weten dat er op 8 maart een kerkdienst was in Sommelsdijk, waar 14 bewoners van Nieuw Rijsenburgh aanwezig waren, waarvan er later 7 besmet bleken. (Van de overige 25 mensen van elders is ook nog eens de helft besmet).

In de 5 à 6 weken erna zijn er minimaal nog eens 65 mensen besmet in Nieuw Rijsenburgh. In totaal zijn er 23 overleden. Die besmettingen kunnen niet rechtstreeks gekoppeld worden aan die kerkdienst. In ieder geval zijn die personen daar niet aanwezig geweest.

Ook is voor mij niet duidelijk of er onder de 23 overledenen iemand was die bij de kerkdienst aanwezig was. Maar het is onaannemelijk dat onder die 23 ook de 7 zaten die bij de kerkdienst op 8 maart aanwezig waren geweest.
Op heel Goeree-Overflakkee zijn er in totaal volgens de opgave van de GGD 33 mensen overleden aan COVID-19, waarvan dus 23 in Nieuw Rijsenburgh.

  • Over het onderzoek dat prof. Koopmans heeft gedaan, en prof. Gommers dus over sprak, is op 14 mei al wel wat gepubliceerd in NRC Handelsblad en andere madia. Het echte rapport zou nog gaan verschijnen, werd in de krant gemeld. Maar dat is dus, twee maanden later, nog steeds niet gebeurd.

Waar het in het artikel vooral om ging was dat het onderzoek had aangetoond dat de kerkdienst op 8 maart niet het begin van de uitbraak op Goeree-Overflakkee was geweest. Er moeten al mensen besmet zijn geweest voor de kerkdienst op 8 maart. En er staat in het artikel dat bij 7 bewoners in Nieuw Rijsenburgh 5 varianten van het virus zijn aangetroffen, een afspiegeling van wat er op het eiland is aangetroffen.

 

Over dit onderzoek is dus 2 maanden geleden in de media gepubliceerd. Het lijkt me interessante informatie te bevatten. Dus hoe eerder dat gepubliceerd wordt, hoe beter het voor het begrip van de verspreiding van het virus is. Maar juist omdat prof. Gommers tijdens het debat op TV de verschillende virusvarianten koppelde aan een niet bestaande koorbijeenkomst, lijkt het me niet alleen voor mij, maar ook voor geïnteresseerde kijkers (zowel wetenschappers als anderen) belangrijk dat de juiste informatie wel beschikbaar komt.

Dus daarom ben ik vanaf de uitzending bezig om hetzij het eindonderzoek te bemachtigen, dan wel de data die ten grondslag liggen aan het onderzoek te krijgen.

Welke poging ik ook heb ondernomen, ik liep tegen een muur. Geen enkele inhoudelijke reactie. Ook de redactie van Op1 heeft pogingen gedaan, maar ook zij hebben niets gekregen.

 

Helaas is dit symptomatisch voor de wijze waarop de wetenschappers van RIVM, OMT en GGD met feiten en informatie omgaan.

De kwaliteit van de data, die men dagelijks presenteert laat veel te wensen over.

Men suggereert op tv, dat het onderzoek tot een bepaalde belangwekkende conclusie heeft geleid (die geheel in lijn ligt met wat men altijd al beweerde). Maar men biedt ons niet de mogelijkheid om te kijken of de feiten juist zijn weergegeven en de juiste conclusie is getrokken.

Zelfs als het evident is dat de informatie die naar buiten is gebracht onjuist is, voelt men geen enkele noodzaak om de onderliggende informatie vervolgens ter beschikking te stellen.

 

Juist omdat het allemaal professoren zijn, leden van het OMT, die zich ook nog eens beroepen op hun wetenschappelijke insteek en kwaliteiten, is dat een laakbare manier van optreden, gedurende een grote crisis, waar informatie en transparantie zo belangrijk zijn.

Het heeft helaas weinig te maken met wetenschap, waarheidsvinding en transparantie.

 

 

In de onderstaande bijlage treft u aan wat er uit de media te vinden was over deze uitbraak op Goeree- Overflakkee.

 

Bijlage over de ontwikkelingen bij Nieuw Rijsenburgh (Goeree-Overflakkee) op basis van nieuwsberichten

Rijmondnieuws 5 april: Op 8 maart was er een dienst in de kerk: 39 aanwezigen, waarvan  twee derde besmet is (26), 5 aanwezigen zijn overleden. (Later werd vermeld dat van de bewoners van Nieuw Rijsenburgh 14 aanwezig waren en 7 besmet zijn).

AD 25 maart: 13 besmet en 3  zijn overleden.

AD 30-maart: 35 besmet en 7 overleden.

In dat artikel staat:

Vermoedelijk raakten meerdere bewoners op zondag 8 maart geïnfecteerd toen zij een dienst in de eigen Lukaskapel bezochten. Die dienst werd bezocht door bewoners, maar ook door anderen. Van deze kerkelijke gemeenschap zijn meerdere leden ziek of ernstig ziek.

Rijnmond nieuws 18 april:  19 overleden

NRC 14 mei:  De kop was: Corona-uitbraak Goeree Overflakkee begon niet met de kerkdienst.

22 overleden, 72 besmet.

Bij kerkdienst waren 14 bewoners van het verzorgingshuis aanwezig, waarvan 7 later besmet bleken.

Dit staat in het artikel:

26 mei: 23 doden

 

Conclusies op basis van de nieuwsberichten voor Nieuw Rijsenburgh (plaats voor ongeveer 300 bewoners, 146 zorgappartementen, 24 zorghotelkamers 17 woongroepen voor 7 à 8 personen, totaal 129 cliënten):

  • Tijdens de kerkdienst op 8 maart waren 14 bewoners van de zorginstelling aanwezig. 7 zijn ervan besmet.
  • 25 maart: 13 besmet, 3 overleden
  • 30 maart: 35 besmet, 7 overleden
  • 18 april: 19 overleden
  • 14 mei: 72 besmet   22 overleden
  • 28 mei: 23 overleden

Op heel Goeree-Overflakkee zijn er 33 overleden.

 

Een paar dingen vallen op:

  • Als we in de wereld zien hoeveel mensen er overlijden van degenen die besmet zijn in relatie tot leeftijd (IFR), dan geven 23 sterfgevallen in totaal een indicatie, dat er sprake moet zijn geweest van meer besmettingen dan de 72 die vastgesteld zijn. En als dat zeker niet het geval is geweest verdient het extra onderzoek om vast te stellen waardoor die IFR dan zo hoog is geweest,
  • Het is onduidelijk wanneer precies is vastgesteld of de 7 die op 8 maart bij de kerkdienst aanwezig waren en besmet zijn, inderdaad tijdens de kerkdienst besmet zijn geworden. Als het onderzoek naar hun besmetting en het virus ruim na 8 maart heeft plaatsgevonden, dan zou die besmetting ook later kunnen hebben plaatsgevonden. Maar als de symptomen rond 13 maart opgemerkt zijn, dan is het heel waarschijnlijk dat het wel op 8 maart of eerder is gebeurd.
  • Van de in totaal 72 besmette gevallen (dat is dus het minimumaantal) zijn er maximaal 7 besmet tijdens de kerkdienst.
    Als het overzicht klopt, dan waren er op 30 maart 32 besmetten. Dus minimaal 25 zijn besmet na de kerkdienst op de een of andere manier.
  • Op 14 mei waren er (minimaal) 72 besmetten. Dus zijn er (minimaal) 35 mensen bijgekomen na 30 maart. Dat hoeft niet te zeggen dat ze pas na 30 maart besmet zijn geraakt; dat zou ook eerder kunnen zijn, maar niet zijn vastgesteld.

 

Nieuw Rijsenburgh is een relatief nieuw complex (2014).

Zowel qua bouwkundige opzet als qua indeling (met zorgappartementen, zorggroepen en zorghotel) zal enerzijds het HVAC-systeem modern zijn en anderzijds verblijven de bewoners in 4 verschillende hoofdgebouwen.

Over aerosols, mondkapjes en RIVM

In mijn -stevige- kritiek op het RIVM, OMT en specifieke personen van die gremia, ben ik ervan overtuigd dat al die personen, steeds ter goeder trouw hebben gehandeld. Wel vind ik dat zij zich inmiddels bewust hadden moeten zijn dat ze regelmatig achter de feiten aanlopen en nogal de neiging hebben als er nieuwe belangrijke kennis is, toch hardnekkig te willen aantonen, dat hun oorspronkelijke standpunt nog steeds geldt. Met noodlottige gevolgen. 

Mijn kritiek is er vooral op gericht, dat beleidsmakers en politici deze grote tekortkomingen van het RIVM en OMT onderkennen, zodat ze niet vrijwel klakkeloos de adviezen van RIVM en OMT blijven volgen.

De kwalijke rol van het RIVM bij de rampsituatie in de zorg

Gisteravond startte Nieuwsuur een driedelige serie over het drama dat zich in zorginstellingen heeft afgespeeld en de kwalijke rol van het RIVM erbij.

Nieuwsuur is van alle Nederlandse massamedia de enige die echt met enige regelmaat kritisch de rol van de overheid, RIVM, OMT en GGD doorlicht. De aflevering van gisteren was daarvan het voorlopige hoogtepunt (of dieptepunt). We zagen hoe de richtlijnen van het RIVM een belangrijke rol hebben gespeeld bij de rampen die zich hebben afgespeeld in de maanden maart, april en mei in de zorginstellingen en in de thuiszorg.

Ik ga niet eens beginnen aan het formuleren van de fouten van die richtlijnen. Bekijk daarvoor zelf maar die uitzending. Maar het belangrijkste is eigenlijk dat de Duitse RIVM (RKI) en de arbeidsinspectie al in maart met de adviezen kwamen die we nu ook als adequaat zouden omschrijven. Maar de Nederlandse RIVM kwam met slechte adviezen, waardoor vele ouderen en hulpverleners onnodig ziek geworden zijn. En ik durf niet eens te schatten hoeveel extra doden dat heeft gekost.

In dat kader wil ik iets melden waarvan ik niet de vrijheid voelde om dat te doen terwijl de campagne tussen De Jonge en Omtzigt liep. Dat Pieter dat niet zelf in die tweestrijd wilde inbrengen was een keuze, die ik respecteerde.

Maar besef dat ik eind maart tot het besef kwam dat er grote risico’s waren in de zorginstellingen. Ik kwam tot die constatering vanuit de aspecten “aerosols”, “luchtvochtigheid”  en “ventilatie”, zoals ik die in mijn blogs beschreef.  En achter de schermen probeerde ik daar -tevergeefs-  aandacht voor te krijgen in politiek Den Haag.

Begin april kreeg ik via iemand die daar ook hard mee bezig was, contact met Pieter Omtzigt. Achter de schermen was hij heel hard aan het vechten om de situatie bij de zorginstellingen en voor de zorgmedewerkers te doen veranderen (in de richting die Nieuwsuur gisteren aangaf), als hij deed op andere dossiers. Hij had de noodkreten van velen uit de zorg gekregen en was daarop aan het acteren.

Ik sprak een wanhopige man, omdat hij, ook op dit dossier, geen weerklank vond bij degenen die aan de touwtjes trokken. (Dezelfde wanhoop die ik ook voelde, omdat ik noch gehoor kreeg bij de politiek, noch ruimte in de media, om dit onderwerp te agenderen).

Hij heeft ervoor gekozen om dat niet in de strijd om het leiderschap van het CDA te gebruiken ten opzichte van Hugo de Jonge.

Maar het is wel relevant om het te weten, omdat het laat zien dat de beslissers in Den Haag zich volledig overgeleverd hebben aan het RIVM en dat eigenlijk nog steeds lijken te doen. Zeker iemand als Hugo de Jonge. Met niet alleen noodlottige gevolgen in de zorg, maar ook op andere terreinen (zoals een instortende economie, een samenleving, die op veel punten nodeloos wordt gehinderd en volksgezondheid).

Ik ga er in dit blog niet uitgebreid op in. Ik deed het al in vorige postings. Ik noem kort wel de volgende punten:

  1. Het eerst niet willen onderkennen van het belang van aerosols, en nu stellen dat die wel een rol spelen, maar slechts in beperkte mate. (Een goed voorbeeld ervan is prof. Wallinga, die afgelopen maandag in het AD, nog letterlijk zei  “Ik ben geen expert als het aankomt op mondkapjes, maar weet wel dat wij die 1,5 meter afstand houden. Als je dat doet, is de meerwaarde van een mondkapje er niet”. Een tekst die identiek is aan die van prof. Van Dissel bij één van zijn laatste interviews tot nu toe.)
  2. Al in maart waren er bewegingen in het westen om te promoten dat iedereen mondbescherming ging dragen op plekken met veel mensen, zoals men in Oost-Azië standaard deed. In Tsjechië deed men dat al vanaf half maart. Maar de WHO bleef zeggen dat mondbescherming geen extra voordeel opleverde buiten de zorg. En keer op keer wanneer prof. Van Dissel hierover bevraagd werd, zoals in de sessies in de Tweede Kamer, zei hij dat het alleen maar schijnveiligheid opleverde.  Een mantra dat vervolgens tot vervelens toe door alle leden van het kabinet en burgemeesters werd herhaald.

In april/mei werd op meerdere plekken wel mondbescherming ingevoerd, maar pas begin juni ging de WHO overstag en sindsdien raadt die organisatie ook het dragen van mondbescherming in openbare ruimtes aan (dus in binnenruimtes waar vreemde mensen elkaar ontmoeten en het houden van afstand problematisch is).

Het grote belang van aerosols

Steeds duidelijker wordt de prominente rol van de aerosols bij de verspreiding van het virus. Ik behoor tot de -gelukkig steeds grotere- groep, die stelt dat aerosols de dominante wijze van verspreiden van het virus is. Prof. Jimenez uit Colorado heeft dit overzicht gemaakt. En in dit document heeft hij het uitgebreid uitgewerkt.

Maar ook daar zien we het patroon dat de WHO en het RIVM als een soort koppige ezels moeten worden meegetrokken om dit belangrijke element bij de verspreiding van het virus uiteindelijk te onderkennen en daar de juiste maatregelen bij te nemen.

Besef daarbij ook dat de grote slachting bij de zorginstellingen mede is veroorzaakt door de aerosols die ongehinderd in die zorginstellingen konden rondzweven. En ik heb daarover van medewerkers uit die instellingen schrijnende verhalen gehoord. Waarbij ze ook al vroeg signaleerden dat het interne HVAC-systeem niet adequaat werkte en derhalve bijdroeg tot de verspreiding van het virus door de hele zorginstelling.

Niet alleen zijn de maatregelen die genomen worden dus verre van adequaat om het virus wereldwijd te bestrijden, maar ook zijn ze veel te grofmazig. Daardoor wordt er veel vermijdbare schade aangericht aan economie, samenleving en volksgezondheid.

 

Proportionele maatregelen

Als het virus zich alleen binnen verspreidt, dan zijn alle beperkingen die je aan de mensen in de buitenlucht oplegt schadelijk. Want ook daar moet men zich -geheel onnodig- aan die 1,5 meter afstandsregel houden. Met een beleid op terrassen dat we in het verleden niet eens toepasten als je in het ziekenhuis iemand wilde bezoeken. Met beperkingen voor mensen die zich buiten met elkaar willen ontspannen of actief willen zijn. En het risico te lopen boetes te krijgen en een strafblad.

Maar ook geldt dat voor de gevaren die je wel en niet loopt als je ergens in binnenruimtes bent met andere mensen. Op sommige plekken en op sommige momenten heb je dan echt een groot risico besmet te worden. Maar op veel plekken op veel momenten heb je dat niet.

Als je dan alleen generieke maatregelen afkondigt (overal 1,5 meter houden en in het OV mondbescherming dragen) dan richt je ook daar grote onnodige schade aan.

Net zoals het natuurlijk heel schadelijk was dat we in gebieden waar het virus amper heerste, zoals in het noorden van het land, we dezelfde maatregelen namen als in het zuiden van het land, waar het virus echt had toegeslagen. Een aanpak, die burgemeester Bruls bij nieuwe uitbraken in het najaar blijkbaar het liefst weer wil toepassen.

Juist daarom heb ik een overzicht gemaakt waarmee je veel specifieker kunt bepalen wanneer je wat moet doen om niet besmet te raken en anderen niet te besmetten. Gelukkig is die al door heel veel mensen bekeken.

Cruciaal daarbij is dat je de aanpak ook proportioneel maakt. Ik heb me al begin april een voorstander geuit van mondbescherming. Waarmee mensen voorkomen dat ze anderen kunnen besmetten op plekken met veel vreemde mensen. En als -net zoals in Oost-Azië- in West-Europa en New York al in een vroeg stadium mondkapjes verplicht waren gesteld in die binnenruimtes, dan waren er veel minder slachtoffers gevallen en was de economie veel minder ontwricht geraakt.

Maar ook heb ik aangegeven, dat als er maar heel weinig mensen besmet zijn in een gebied, het onnodig is om die mondbescherming te dragen. Daarvoor had ik dit als hulpmiddel gemaakt.

Zolang we ons in de groene zones bevinden wegen de voordelen van de mondbescherming in die besloten ruimtes niet op tegen de nadelen. Maar buiten die groene zones is het mijns inziens wel zeer gewenst die te dragen op plekken waar er inderdaad risico is.

Dat risico kan echter in binnenruimtes weggenomen worden als daar goede ventilatie, de juiste luchtvochtigheid of een HVAC-systeem dat echt coronaproof is.  In die gevallen loopt men ook in die binnenruimtes geen risico en is mondbescherming daar onnodig. Ook dat heb ik hierin beschreven. Plus dat mensen in risicogroepen zelf kunnen bepalen of ze bepaalde risico’s wel of niet willen lopen.

Zo kunnen we de goede balans vinden in het bestrijden van het virus en het in stand houden van onze samenleving. En zijn we niet overgeleverd aan mensen van de WHO/RIVM/OMT die ten aanzien van de bestrijding van het virus achter de feiten aanlopen. Er zijn zelfs landen waar de mensen in de buitenlucht mondbescherming verplicht moeten dragen.

Ik vrees met grote vreze dat we in Nederland ook aan het voorsorteren zijn om nu al in besloten ruimtes verplicht met mondbescherming te gaan werken, zoals nu in België en in Frankrijk is gebeurd.  Terwijl er twee weken geleden bijna 10.000 testen per dag werden uitgevoerd en per dag gemiddeld 60 mensen besmet raakten, is het aantal testen de afgelopen week gemiddeld per dag bijna 11.000 geweest en is het gemiddelde per dag gestegen van 58 naar 68.  Een toename van 10 per dag, waarvan de helft kwam doordat er meer getest is.

Toch hoorde ik prof. Voss bij DIDD van Tijs van den Brink zich al zorgen maken over deze “stijging”.  En als we – wellicht doordat er ergens in Nederland een clustertje opduikt, wellicht weer in een vleesverwerkend bedrijf- een verdere toename krijgen van 10 of 20 per dag, dan hoor ik al onze usual suspects op tv waarschuwen dat dit het begin is van een tweede golf. En van de weeromstuit wordt aangekondigd dat we in alle openbare ruimtes verplicht mondbescherming moeten dragen.

Iets wat met zulke lage aantallen besmette personen een complete overkill is.

 

Ik erger me dagelijks aan het feit dat we ons niet voorbereiden op het echte grote gevaar in het najaar. Dat als we dan gesloten ruimtes hebben waar geen goede ventilatie is en het HVAC-systeem niet coronaproof is gemaakt, dat we dan daar wel forse uitbraken krijgen. Met veel ingrijpende maatregelen tot gevolg.  Dan zal het dragen van mondbescherming niet het enige zijn dat we zullen moeten gaan doen in die ruimtes, maar krijgen we ongetwijfeld nog steviger maatregelen, die zowel de bevolking als de economie weer terugwerpt.

Maar ja, zolang WHO/RIVM het grote belang van aerosols bij de verspreiding van het virus bagatelliseren, gebeurt er op dat punt vrijwel niets.  En kan Nieuwsuur zich al voorbereiden voor een nieuwe serie à la de huidige voor ergens in het najaar. Maar dat zal dan wederom te laat zijn.

Wanneer ontworstelen politici als Hugo de Jonge zich nu eens aan de dictaten van het RIVM en OMT en laten ze zien dat ze wel een goede afweging kunnen maken wat onze samenleving nodig heeft? En ze echt anticiperen op datgene wat er op ons af komt in plaats van langzaam achter de feiten aan te hobbelen, zoals dat ook in de zorg is gebeurd? Met dramatische gevolgen.

En wat de gevolgen zijn voor economie en samenleving zal pas in het najaar goed zichtbaar gaan worden.

Voorkom besmetting en leef zo normaal mogelijk

Aan de hand van deze informatie kun je voor jezelf zo goed mogelijk bepalen wat je wel kunt of wilt doen, in relatie tot het gevaar om besmet te worden met COVID-19. Met als insteek om toch zo normaal mogelijk te kunnen leven. De basis hiervan is gebaseerd op de nieuwste bevindingen met een belangrijke rol voor de aerosoles en tref je hier aan.

Inhoudsopgave:

(Klik het aan om naar dat onderdeel te gaan)

 

1. Mijn sterftekans

Het is belangrijk te beseffen hoe klein het risico is om aan COVID-19 dood te gaan. Als je eenmaal besmet wordt, bepalen je leeftijd, sekse en gezondheid in belangrijke mate je overlevingskans.

Per leeftijdsklasse hebben mannen een grotere sterfterisico dan vrouwen.

Het grootste deel van degenen die aan COVID-19 overlijden, hadden andere gezondheidsproblemen, zoals overgewicht.

 

2. Mijn risico om besmet te raken

Je kunt alleen besmet worden door iemand die op dat moment besmettelijk is. Als er in het gebied waar je bent vrijwel niemand aanwezig is die op dat moment besmettelijk is, dan is de kans dat jij besmet wordt heel klein.

Op dit moment (12 juli) is er vrijwel niemand in Nederland die anderen kan besmetten. Dat kan in andere landen anders zijn. Ook kan het in de komende maanden in Nederland weer anders worden.  Aan de hand van deze tabel krijg je een gevoel van dat risico.

Je kunt van twee soorten cijfers gebruikmaken. Dit zijn cijfers die door de nationale organisaties (RIVM/CDC’s) worden gepubliceerd en op internet te vinden zijn. Die zijn vaak ook per provincie of regio te vinden:

A. Het actuele percentage besmette mensen gevonden tijdens tests.

B. Het zo recent mogelijke cijfer van het aantal gevonden besmette personen op 1 dag per 1 miljoen inwoners.

Beide cijfers zijn afhankelijk van het testbeleid in het land/regio. Hoe meer er wordt getest, hoe meer besmette personen worden gevonden. Daarom is A een wat betere indicatie dan B.

Rond 9 juli waren de cijfers in Nederland A: 0,45% en B: 2,5

 

3. Aandachtspunten per situatie

Aan de hand van dit overzicht per situatie kun je voor jezelf bepalen wat je kunt en wilt doen om besmetting te voorkomen. Het onderstaande is eigenlijk alleen van belang als in de regio/het land de risicofactor geel, oranje of rood is.

Maar je kunt vanuit je eigen situatie en gevoel eigen keuzes maken.  Je dient je daarbij wel aan de maatregelen van de autoriteiten te houden.

A. Via aanraken van oppervlaktes

Inmiddels is er steeds meer bewijs dat de kans dat je besmet raakt door een oppervlakte aan te raken heel erg klein is.

 

B. Buiten

  • Kans om besmet te worden is heel erg klein.
  • Wees alleen voorzichtig als je met iemand binnen 1 meter afstand in gesprek bent met de gezichten naar elkaar toe. (Dit is iets heel anders dan consequent 1,5 meter afstand houden, zoals het RIVM en de regering eisen).

 

C. In besloten ruimtes met (veel) mensen die je niet dagelijks ziet

  • Er dient veel frisse lucht te zijn (ventilatie) en/of een luchtvochtigheidsniveau van meer dan 45% bij 20 graden Celsius
  • Een HVAC-systeem dat veel frisse lucht in laat.  Zo niet, dan moet het systeem virusdeeltjes verwijderen via filters en/of bestrijdingsapparaten (coronaproof). Dat geldt dus ook voor airco’s in de zomer (als het risiconiveau geen groene kleur heeft)
  • Als dit bovenstaande niet kan, dan mag je maar kort in de ruimte verblijven of dienen de aanwezigen mondbescherming te dragen. Het openbaar vervoer valt hier ook onder.
  • Het is in deze ruimtes onverstandig om met de gezichten naar elkaar toe op minder dan 1 meter afstand met iemand te praten. (Dit is iets heel anders dan steeds 1,5 meter afstand van elkaar houden).

Als een ruimte een HVAC-systeem heeft dat coronaproof is (volgens Deltaplan Ventilatie) dan loopt u dus heel weinig risico, en als de risicokleuren geel of hoger zijn, dan kan je beter in deze ruimte niet met het gezicht naar elkaar toe op 1 meter afstand met elkaar gaan praten.

Op plekken waar veel geschreeuwd, gezongen, hard gesproken wordt of zware inspanningen worden verricht, dienen de bovenstaande maatregelen in sterkere mate te worden uitgevoerd, omdat de risico’s groter zijn.

 

D. Thuis met huisgenoten, waarvan je vrijwel zeker weet dat ze niet besmettelijk zijn.

Geen enkele maatregel is nodig

 

E. . Thuis met een (wellicht) besmettelijke bezoeker

  • Zorg voor frisse lucht, ventilatie en/of zorg ervoor om de luchtvochtigheid bij 20 graden naar minstens 45% te brengen
  • Houd onderling afstand (minimaal 1 meter).
  • Praat niet op korte afstand met elkaar met de gezichten naar elkaar toe
  • Mocht je langere tijd bij elkaar willen/moeten zijn en je voelt je niet veilig, laat de bezoeker(s) dan mondbescherming dragen.

 

F. Thuis en één van de huisgenoten is (wellicht) besmettelijk

  • Draag mondkapjes in elkaars nabijheid. Als dat voor de patiënt te zwaar is, zorg dan dat de anderen dat wel doen.
  • Als je geen mondkapje kunt dragen, zorg dan dat je een minimale afstand van 1 meter aanhoudt, niet face to face met elkaar praat en maar kort in dezelfde ruimte verblijft
  • Zorg voor ventilatie in de ruimtes waar de patiënt een tijd aanwezig is/was.
  • Zorg voor luchtvochtigheid van minimaal 45% bij een temperatuur van 20 graden in de ruimtes waar de patiënt is en anderen ook kunnen/moeten zijn.
  • Blijf niet te lang in dezelfde ruimte met de mogelijke patiënt.

 

G. Op bezoek bij anderen

  • Doe datgene wat je wilt dat anderen bij jou thuis doen en respecteer de wensen van de bewoners.

 

Blijf gezond en leef je leven

&nbsp

Een aanzet tot kwantificering van de invloed van de aerosols

Het slakkentempo van de WHO

De sleutelvraag is niet of er al dan niet besmetting via de lucht plaatsvindt, maar welk deel van alle besmettingen dat uitmaakt. Het zal duidelijk zijn dat de WHO/RIVM en anderen, die eerst de besmetting door de lucht van weinig tot geen importantie vonden, nu hooguit bereid zijn te erkennen dat het wellicht enige importantie heeft. Maar het gaat niet van harte en het moet en zal slechts een klein deel zijn.

Kijk maar wat er in de Q&A sinds een paar dagen op de site van de WHO staat:

Om tranen van in je ogen te krijgen. Dit is dus wat de WHO hierover zegt 5 maanden na de grootste wereldwijde uitbraak van een virus in de hedendaagse geschiedenis. Het lijkt sterk op de reacties in Nederland van de meeste virologen en epidemiologen. Ze blijven, althans in het openbaar, dicht bij het standpunt van WHO/RIVM.

 

Het vinden van het door jezelf verborgen Paasei

Maar er zijn ook journalisten die op deze manier opereren. Als je ziet hoe bijvoorbeeld Maarten Keulemans gisteren zondigde tegen basale logica, dan snap je dat het niet gaat om wetenschap, maar om gelijk krijgen. Ik ga er wat dieper op in omdat het zo typerend is voor de kwaliteit van de discussie.

Dit schreef hij gisteren in De Volkskrant:

In zijn artikel is dus beschreven dat meer dan de helft van de besmettingen die men in Nederland bij het contactonderzoek sinds 4 mei kon herleiden, plaatsvonden in de thuis- en de werksituatie. (Die laatste zullen met name besmettingen zijn geweest in de vlees- en visindustrie).

Maar wie zegt dat die besmettingen niet voor een deel -of in zijn geheel- via de lucht plaatsvonden?  En ook thuis is het toch mogelijk dat een besmetting via de lucht verloopt in plaats van via druppel contact. Waarom zou dat exclusief gebeuren tijdens een bijeenkomst in bar, kerk, etc.?  En waarom zouden er na het hoesten van een patiënt thuis, geen virusdeeltjes kunnen gaan zweven, die op een gegeven moment tot de besmetting van een huisgenoot kunnen leiden?

Ik zeg dus niet dat het thuis zeker via de lucht verloopt, maar men kan evenmin met zekerheid zeggen dat het niet zo is.

Kortom Keulemans vond zijn door hemzelf verborgen paasei via deze redenering: ik ga ervan uit dat thuis de besmetting alleen verloopt via direct contact. En op basis van die aanname zeg ik dus dat er geen aerogene besmettingen waren…..

 

Het centrale probleem bij de discussie over de invloed van ieder van de besmettingsvormen is, dat eigenlijk alle studies die ik tegengekomen ben slechts partieel bewijs leveren. Waarbij het gevaar is dat Keulemans zo goed illustreert: je ziet alleen wat je wilt zien.

Dat wordt ook zo mooi geïllustreerd door de uitspraken van RIVM, OMT en premier Rutte: in het addendum van het OMT van 25 mei staat letterlijk: “De genomen maatregelen zijn gericht op het vermijden van virusoverdracht door grote druppels, en de maatregelen hebben effect. Als coronavirus aerogeen verspreid zou worden, dan hadden de 1,5 meter afstandsmaatregelen geen effect gehad.”

Men vergeet daarbij dat er meerdere maatregelen genomen zijn. Zoals het verbieden van bijeenkomsten. Het zou kunnen zijn dat die ook een rol hebben gespeeld of zelfs de belangrijkste rol of misschien zelfs de enige rol.

 

Mijn conclusies

Juist omdat ik als buitenstaander via data-analyses de verspreidingspatronen van het virus probeerde te verklaren, had ik geen vooringenomen of uitgesproken ideeën over de besmettingsvormen. Ik vond alleen dat de gevonden patronen simpelweg niet pasten bij het louter verspreiden van het virus via grotere druppels en voorwerpen.

En ik zag al gauw in verschillende studies dat er diverse infectieziektes waren waar de besmetting louter via de lucht verliep. Maar ook dat er al heel lang wetenschappers waren, die wezen op het verspreiden van influenza via de lucht. Zoals deze en deze en deze en deze. En ook bij SARS in 2003 is dat door nogal wat wetenschappers beweerd. (1 , 2).

Het meest opvallende was deze vondst op de website van het RIVM onder de richtlijnen influenza.

Lees nog eens goed wat hier staat ten aanzien van subtypes influenza-A!

COVID-19 lijkt ook voornamelijk huis te houden in de lagere luchtwegen (de longen). Waarom men met deze kennis over influenza op de website van het RIVM zo star vasthoudt aan de verspreiding van COVID-19 via grotere druppels kan ik niet uit de onderbouwingen halen van de WHO of het RIVM.

Die discussie leek door de jaren heen op een geloofsstrijd (zoals tussen de katholieken en protestanten) in plaats van een wetenschappelijk discours. Waarbij in mijn ogen aanvankelijk vooral de wetenschap het slachtoffer was. Maar inmiddels lijdt de hele wereld eronder met kolossale gevolgen, zoals we dat in de afgelopen maanden al hebben gezien en -helaas- de komende jaren met vervolgschade in nog sterkere mate zullen zien.

Helaas ben ik dus niet al te optimistisch over de wijze waarop de WHO/RIVM gaan schuiven in de richting van de mate van belang die men aan de aerosolbesmetting hecht. Kijk nog maar eens in Noord-Ierland rond hoe katholieken en protestanten ook nog vandaag de dag tegenover elkaar staan.

 

Ik ben net op een nieuwe studie gestuit die mij meer richting geeft bij het inschatten van het belang van de verschillende besmettingsvormen, die nog meer wijst op het grote belang van de aerosole besmetting ten opzichte van de besmetting via de druppels.

Aan het eind van dit stuk zult u die cijfers aantreffen.

Voordat ik die studie bespreek beschrijf ik kort wat ik de belangrijkste bevindingen vind ten aanzien van de verspreiding van COVID-19, die ik de afgelopen maanden ben tegengekomen en in mijn blogs heb beschreven. Via de inhoudsopgave en de zoekmogelijkheid op deze site kunt u die terugvinden.

  • Een heel groot deel van de besmettingen in de wereld vond voor de lockdown plaats via superspreading events.
  • COVID-19 volgt grotendeels het verspreidingspatroon van influenza over de wereld.
  • In huizen met een patiënt werden er beduidend minder huisgenoten besmet dan je zou denken, op basis van het veronderstelde gevaar van besmetting binnen 1,5 meter en via voorwerpen.
  • Op basis van de verspreidingspatronen en de uitgevoerde onderzoeken is de kans dat je via oppervlaktes met COVID-19 besmet wordt vrijwel nihil.
  • Als men bij een superspreading event wordt besmet, dan heeft men beduidend meer symptomen dan als men thuis wordt besmet. En ook zijn er veel minder mensen zonder symptomen.
  • Een fors deel van degenen met antistoffen in het bloed hebben geen symptomen ervaren.
  • Als men via druppels het virus in de neus krijgt, betekent het nog niet automatisch dat iemand dan zeker geïnfecteerd raakt.
  • Als men het airborne virus via inademing in de longen krijgt, dan wordt men daar zieker van dan als het via een druppel in de neus komt.
  • In alle situaties is het zo dat er een minimum aantal virusdeeltjes nodig is om geïnfecteerd of ziek te worden. (“Viral load”).

 

 

De verhouding tussen besmetting via grotere druppels en via aerosoles

De sleutelvragen zijn dus:

  • Hoe komt het virus bij iemand binnen? Bij verschillende virusziektes is dat anders. (Bij HIV is dat heel anders dan bij influenza). Er zijn maar een paar plekken op/in het lichaam, waar dat dan tot een infectie leidt.
  • Als het op de “juiste” plek binnen is gekomen, dan betekent het nog niet dat je daar zeker door besmet raakt. Het gaat dan vooral om de hoeveelheid van het virus en de wijze waarop je lichaam het virus probeert de verwijderen. Daar zijn meerdere methodes voor.
  • En als je wel geïnfecteerd raakt, is de vraag hoe ziek je ervan wordt. Er zijn mensen die het niet merken (asymptomatisch) en mensen die er erg ziek van worden en dood aan gaan. Helaas kennen we daarvan de echte percentages nog niet en die zijn heel erg afhankelijk van de leeftijd van de geïnfecteerde persoon. Maar wereldwijd komen we nu cijfers tegen die ergens tussen de 0,1 en 0,5% liggen.

 

Het gaat dus om de verhouding tussen de besmettingen via grotere druppels en via aerosols.

Een recente studie geeft in dat kader zeer belangwekkende informatie. Dit is de samenvatting van de resultaten:

De belangrijkste resultaten van deze studie zijn, zoals het staat beschreven boven het artikel:

  • Hoe kleiner de uitgeademde druppels zijn, hoe besmettelijker de korte afstand airborne route is.
  • De snelheid van het uitstoten heeft een significante invloed op de afstand die een druppel aflegt en de verandering van de omvang ervan.
  • De grote druppel route is alleen dominant als de personen binnen 20 cm van elkaar zijn bij het spreken, of 50 cm wanneer er gehoest wordt.
  • De grote druppel route draagt slechts 10% bij aan de blootstelling als de druppels kleiner zijn dan 50μm als men zich face-to-face 30 cm ten opzichte van van elkaar bevindt.

Ook dit is een studie gebaseerd op een model met bepaalde aannames. Want hoeveel virussen bevatten de druppels met verschillende groottes? Wordt men al dan niet besmet als men die druppel binnen krijgt en hoeveel virussen zijn dan minimaal nodig? Maar het is in ieder geval een steviger onderbouwing dan die ik tot nu toe over de grote druppels heb gevonden en de 1,5 meter.

Deze andere studie is evenwel de eerste die een poging doet om te kwantificeren hoeveel virus je via aerosols binnen moet krijgen om besmet te raken. Dat is afhankelijk van het aantal virusdeeltjes in de lucht en de tijdsduur van het inademen. Het sleutelbegrip daarbij  is “quanta”. Het is complexe materie, maar als je de studie leest is het goede nieuwes dat je bij aerosoles niet na een of twee keer ademhalen besmet raakt. Het hangt af van hoeveel aerosoles er in de lucht zijn en hoe lang je in die omgeving verkeert. Uit die studie is op te maken dat het in veel gevallen wel eens veel meer dan tien minuten moet duren.

 

Bij dit alles vond ik deze uitgebreide bron over verspreidingsvormen en het belang van aerosoles zeer leerzaam. (Het zijn wel meer dan 10.000 woorden, maar als je een keer tijd hebt zou ik het echt lezen.)

Het vinden van de juiste balans

De grote uitdaging voor de wereld is om enerzijds ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk nieuwe mensen ernstig ziek worden door dit virus, en dat anderzijds de schade aan de samenleving (economie, sociaal, volksgezondheid, etc.) tot nul wordt teruggebracht.

Er is helaas altijd een balans nodig. Via een complete lockdown zullen zo min mogelijk nieuwe mensen ernstig ziek worden, maar is de schade aan de samenleving kolossaal.

Ten aanzien van allerlei risico’s in onze samenleving maken we zo’n soort afweging. We hebben meer dan 600 verkeersdoden in Nederland. Als we de maximum snelheid naar 30 km/uur op de snelwegen verlagen neemt het aantal doden met, laten we zeggen, 200 af.
Dus door 100km/uur als maximum snelheid te handhaven accepteren we die 200 extra doden. Of we geven mensen de ruimte om te roken, terwijl het aantal doden daardoor op -veel meer dan- 10.000 per jaar wordt geschat.

We beseffen inmiddels dat nationale lockdowns een veel te grote schade opleveren. Zelfs locale lockdowns moeten vermeden worden. Maar ook is het noodzakelijk dat burgers goed kunnen inschatten welke risico’s ze echt lopen en waar dat vooral is. Omdat het hen anders in hun gedrag (sterk) beperkt, met zowel nadelige gevolgen voor die persoon zelf, als voor de samenleving  (economische, sociaal en volksgezondheid).

Voor slimme maatregelen zullen we moeten weten op welke wijze men echt besmet kan worden, hoe groot de risico’s op besmettingen zijn op diverse locaties en wat er gedaan kan worden om die risico’s te verlagen. Zowel op individueel niveau als wat betreft de omgevingsfactoren.

De opstelling van de WHO/RIVM is dat het vrijwel alleen gebeurt via grote druppels en direct contact. 1,5 meter afstand houden, je handen wassen en in je elleboog hoesten is niet alleen eendimensionaal, maar wordt niet onderbouwd met empirisch onderzoek. Steeds meer onderzoek laat zien dat er veel meer aan de hand is.

Om dat vol te kunnen houden, kunnen WHO/RIVM dan ook alleen maar stellen dat mensen, als het toch weer mis gaat, zich dus niet aan die 1,5 meter afstand hebben gehouden. (De ultieme cirkelredenering).

 

Die eendimensionaliteit is volgens mij de reden dat het virus wereldwijd niet onder controle wordt gekregen. En dat in Europa, ergens tussen oktober en december, het virus weer gaat toeslaan op dezelfde manier als nu in Melbourne het geval is. Terwijl er een maand geleden in die staat Victoria nog maar een paar nieuwe gevallen per dag werden ontdekt, is dat nu al weer gestegen naar 300. Daardoor heeft men een lockdown ingesteld van de gehele staat met ruim 6 miljoen inwoners!

Op basis van alle studies die ik gelezen heb, geef ik wetenschappers een voorzetje met een zogenaamde “best guess” van het belang van de verschillende besmettingsvormen en hoe je daar de risico’s kunt minimaliseren.

Ik denk dat we met deze “best guess” in de wereld veel verder komen met het bestrijden van het virus en het in stand houden van onze samenleving.

Ik hoop op een betere versie van deze “best guess” op basis van de input van deskundigen met een open mind voor alles wat beschikbaar is. Dus niet op basis van vooringenomen posities. Want hoe dat eeuwenlang gegaan is met de strijd tussen katholieken en protestanten kennen we maar al te goed.

 

Mijn best guess is:

  • 75 % van alle besmettingen gebeurt bij zogenaamde (super)-spreading events. Dat zijn bijeenkomsten waar 5 of meer aanwezigen besmet worden. Die vinden plaats in gesloten ruimtes met weinig tot geen frisse lucht. Hieronder vallen ook besmettingen die via een HVAC-systeem verlopen, waarbij de virusdeeltjes over alle ruimtes van het gebouw/complex worden verdeeld. Ik schat dat daar meer dan 99% van deze besmettingen via aerosoles verloopt.
  • De overig besmettingen vinden als het ware per persoon plaats. (Met soms meer dan één tegelijk). Dat kan op drie manieren:
    • Je krijgt een druppel van een besmet persoon in je neus/mond/ogen. Dat kan gebeuren bij hoesten/niezen en praten, maar alleen op zeer korte afstand.
    • Bij het hoesten/niezen/praten van een besmet persoon en je bent op korte afstand, dan adem je een tijd de aerosols in die daarbij vrijkomen. 
    • Je verkeert een tijd alleen of met een klein aantal mensen in een ruimte waar er aerosols in de lucht zijn gebracht door die ene patiënt, en je raakt besmet.

Het is natuurlijk zo dat in zorgsituaties (ziekenhuis, zorgcentra) het bovenstaande relatief vaker voorkomt dan in een normale thuissituatie.

Mijn best guess voor deze drie varianten (dus beredeneerd vanuit het aantal besmette personen) is:

  • Via een druppel van een besmet persoon in je neus/mond/ogen schat ik op 2%.
  • Door het een tijdje inademen van aerosols op korte afstand schat ik op 8%.
  • Door het een tijdje inademen van aerosols gedurende een tijd schat ik op 15%.

Op basis van deze best guess kom ik één van de komende dagen met een document, waarbij iedereen kan aflezen wat te doen in specifieke situaties op basis van het feitelijke risico en de risico’s die je bereid bent te lopen.

Daar hebben we veel meer aan dan de 1,5 meter-doctrine, zoals ik in dit stuk al heb laten zien.