De achterhaalde “mantra’s” van onze deskundigen en de grote gevolgen

We weten steeds meer over hoe COVID-19 zich verspreidt. Helaas lijkt het er niet op dat de deskundigen die de regering adviseren, tot nu toe meer over die verspreiding hebben geleerd, dan wat ze er al in februari van wisten (of niet van wisten).  Dat blijkt al wel uit dit interview.

Lees meer

Zeilen in de mist, met oude kaarten en een kapot roer

In de afgelopen weken zijn er diverse heel belangrijke onderzoeken naar buiten gekomen over de verspreiding van COVID-19. Met die in de hand zou het goed mogelijk zijn om een slimme en snelle exitstrategie te ontwikkelen. Zonder het gevaar dat er een snelle stijging komt van het aantal ernstig zieken en doden.

Lees meer

Belangwekkende onderzoekscijfers uit Heinsberg

Prof. Hendrik Streeck heeft onderzoek gedaan in het zwaar getroffen Heinsberg/Gangelt. Hij is de directeur van het Instituut voor Virologie van de Universiteit van Bonn, en was gisteravond in het ZDF-Journaal. Het belangwekkende paper van zijn onderzoek in Gangelt (vlak over de grens bij Sittard) is net verschenen. Dat geeft een heel goed beeld van wat er daar is gebeurd na een superspreading event op 15 februari 2020. Het is bovendien karakteristiek voor wat er in een gemeenschap gebeurt na zo’n event met een grote uitbraak. In de gemeenschap van ruim 12.000 personen werd een steekproef getrokken van 919 personen, afkomstig uit 405 huishoudens. Er werd een vragenlijst beantwoord, bloed afgenomen, en monsters verzameld van zowel de keel als van oppervlaktes in huis. Het is het meest complete random onderzoek dat ik tot dusverre heb gezien. Met belangwekkende resultaten.

Voordat ik in ga op de resultaten, eerst een voor mij schokkende en helaas veelbetekenende bevinding. Rond 15 februari was het carnaval, naar later is gebleken, een superspreading event. Toen men op 28 februari door had dat er in Gangelt veel mensen besmet waren vond een complete shutdown van de gemeente plaats . Scholen gingen dicht, alle plekken waar groepen mensen konden samenkomen ook, openbaar vervoer stopte en nog een verscheidenheid van andere maatregelen. 1.000 feestgangers gingen in quarantaine.

Dit was dus op 28 februari, vlak bij de Nederlandse grens. Op 5 maart gaf Minister Bruins antwoord op kamervragen van o.a. Kamerlid Omtzigt over de ontwikkelingen in Gangelt. Het is uitermate boeiend om dit antwoord te lezen met de kennis van nu.

Op dezelfde dag, 5 maart, als deze brief aan de Kamer, vond in Kessel, hemelsbreed 40 kilometer afstand van Gangelt, een liefdadigheidsevent plaats met 500 mensen. Ook dat is een superspreading event geweest, waar ik op deze plek over geschreven heb. Kort erna bleken er veel mensen besmet te zijn. Alleen is er in Kessel vervolgens geen enkele specifieke maatregel genomen. Alleen de generieke maatregelen die rond 19 maart voor heel Nederland werden getroffen. In die gemeente is er ook geen enkel specifiek onderzoek gestart. Eind maart werd de plaats opgemerkt in de regionale pers. Pas rond half april kwam het geval Kessel in de landelijke media. EenVandaag besteedde er op 19 april een reportage aan met de veelbetekenende titel “Maar waarom hier, in dit kleine dorpje?”. In 6 weken waren er in de gemeente 165 mensen overleden. In week 13 (eind maart) overleden er 5 keer zoveel mensen als gemiddeld in de weken 1 tot en met 10.

Inmiddels behoort de gemeente tot de top-5 gemeenten in Nederland ten aanzien van het aantal besmette personen, ziekenhuisopnames en sterftegevallen.

Dus terwijl in Gangelt 2 weken na het superspreading event op 15 februari hard is ingegrepen, is dat niet gebeurd in Kessel. Noch dat er eind maart direct een groot onderzoeksprogramma in die gemeenschap is opgestart. Wat een verschil van aanpak tussen Nederland en Duitsland! De kwalificatie “goedwillende amateurs” voor de aanpak in Nederland, is nog het meest positieve dat je kan zeggen.

Prof. Streeck is in het ZDF-journaal geinterviewd.

Hij vertelt daar over de belangrijkste resultaten. Inmiddels heb ik ook zijn paper gelezen en dit vind ik de belangrijkste bevindingen:

  • 22% van de mensen die besmet waren hebben er zelf niets van gemerkt en hebben geen klachten gehad.
  • 0,41% van alle besmette personen is overleden. Dit houdt in dat de IFR (Infected Fatality Rate) op maximaal 0,52% wordt berekend. Als dit percentage voor Nederland zou gelden, dan zou in Nederland de besmettingsgraad al ergens tussen 15% en 20% liggen. Maar omdat het in Gangelt om een relatief klein aantal doden gaat, denk ik dat het percentage dat uit een groot Italiaans onderzoek komt van 0,75% toch waarschijnlijker is voor Nederland. En dan ligt het percentage nu ergens tussen 10 en 13%.
  • Streeck toont aan dat de mensen die aanwezig waren bij het superspreading event meer symptomen hadden en zieker waren, dan de mensen die daar niet waren besmet (met een factor 1,63).  Zij die besmet waren geraakt bij dat superspreading event vertoonden in 16% van de gevallen geen symptomen. Zij die elders besmet waren (vooral in het eigen huishouden) vertoonden in 36% van de gevallen geen symptomen. Dit is een bevestiging van het beeld dat patiënten zieker worden naarmate ze meer aan het virus zijn blootgesteld, maar ook dat je blijkbaar bij een superspreading event (met zwevende aerosols) intenser met het virus in aanraking komt, dan als je besmet wordt omdat je bijvoorbeeld thuis met een besmet persoon samenleeft.
  • De kans dat je besmet wordt door een familielid dat ook besmet is, bleek duidelijk kleiner dan je zou verwachten, ondanks het feit dat je dus veel in de buurt van een besmet persoon bent geweest (en dus zeker geen 1,5 meter afstand hebt gehouden).  In een gezin met 4 personen heb je dus een risico van 40% dat je ook besmet wordt. Daarvan vertoont x% vervolgens ook lichtere symptomen.

De resultaten zijn in lijn met bevindingen in andere onderzoeken en ook van datgene dat ik mijn blogs de afgelopen anderhalve maand heb geschreven.

Die wetenschappelijke bevindingen zouden grote gevolgen moeten hebben voor het beleid dat nu verder wordt gevolgd in Nederland (en de hele wereld). Gecombineerd met datgene wat we al uit andere studies wisten zijn dit mijn conclusies:

  • Superspreading events zijn de belangrijkste bron voor de exponentiële groei van het aantal besmette personen.
  • De mate waarin je besmet (en ziek) wordt is bij een besmetting door zwevende aerosols beduidend groter dan als je besmet wordt door een vorm van direct contact met een besmet persoon.
  • De kans dat je besmet wordt als je onbeschermd dicht bij een besmet persoon bent is beduidend kleiner dan tot nu toe aangenomen werd. (Als je thuis maar een kans van 40% hebt om besmet te raken door een huisgenoot, hoeveel risico loop je dan op straat of in een winkel als je even in de buurt bent van iemand die besmet is?).
  • Het stoppen van bijeenkomsten van veel mensen, zoals eigenlijk wereldwijd is gedaan, heeft een grotere impact op de daling van de uitbraak van het virus, dan het houden van de 1,5 meter afstand.
  • In combinatie met het gegeven dat je buiten een veel kleinere kans op besmetting hebt dan binnen, is eigenlijk elke restrictie die je oplegt aan de omgangsvormen van mensen in de buitenlucht onzinnig. Het heeft vrijwel geen effect op de omvang van de verspreiding van het virus!
  • In binnenruimtes moet je wel oppassen, Maar dan eigenlijk meer om niet via aerosols besmet te worden, dan rechtstreeks door een besmet persoon zelf. Voorzichtigheid (o.a. door mondbescherming) is wel verstandig. 1,5 meter afstand is eigenlijk veel minder relevant.

Laten we hopen dat ook het RIVM en de virologen in Nederland deze studie snel tot zich nemen en dan de juiste maatregelen nemen, waardoor Nederland snel op een slimmere manier uit de lockdown kan komen.

Wat zeggen Manaus en Guayaquil?

In Manaus (Brazilië) en Guayaquil (Ecuador) zien we grote corona-uitbraken. Dat zijn locaties waar het warm was/is en er ook vaak een hoge luchtvochtigheid is. Lees meer

Het kan zoveel beter, het moet zoveel beter

Dit wordt een kort blog. Misschien dringen mijn bevindingen dan beter door bij de media en het brede publiek. Ik ben geen viroloog en pretendeer dat ook niet. Ik ben wel academisch gevormd en in staat wetenschappelijk onderzoek te beoordelen.  Mijn achtergrond als sociaal-geograaf en mijn ervaring met data en statistiek helpen om tot onderbouwde inzichten te komen in de COVID-19 crisis.

Ik beweer al heel lang dat binnenshuis de aerosols een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van het virus en dat buitenshuis de kans op besmetting beduidend lager ligt.. Dit betekent dat de 1,5 meter in binnenruimtes bij bepaalde omstandigheden niet voldoende is, maar ook dat buitenshuis de 1,5 meter niet altijd nodig hoeft te zijn (als het kan prima, maar niet per se).

Ik beweer ook al lang dat superspreading-events een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de exponentiele stijging van het virus in het begin van de uitbraak. Omdat dergelijke events er wereldwijd amper meer zijn, zien we overal een forse afbuiging  van de exponentiele groei en zijn er  geen grote tweedeuitbraakgolven. Helaas wordt nog niet ingezien dat aerosols ook een rol spelen bij de verspreiding binnen zorginstituten, zoals ik al 5 weken geleden aan verantwoordelijke instanties heb gecommuniceerd. Daardoor zijn soms situaties  ontstaan, waarin vrijwel iedereen binnen die instelling besmet is geraakt.

In plaats van mijn tekst verder te lezen, raad ik jullie aan dit artikel te lezen van een professor uit Colorado, die de beste beschrijving geeft van aerosols, die ik tot nu toe heb gelezen. Zeer toegankelijk en zeer afgewogen. Dit staat o.a. aan het eind van dit artikel.

In de recente Japanse studie, waar naar verwezen wordt, staat dit in de samenvatting:

Het RIVM en aanpalende deskundigen, die met regelmaat op tv verschijnen, denken dat de rol van aerosols miniem is. De beperkte scoop van deze deskundigen negeert mijn inbreng, terwijl die komt vanuit relevante wetenschappelijke bronnen. Het leidt er bovendien toe dat mijn bevindingen in de media worden gemarginaliseerd. . Keer op keer blijkt wat ik gezegd heb te worden bevestigd door nieuwe studies en nieuwe voorbeelden. (Nu ook weer in Velp waar werknemers in de vleesverwerkende industrie besmet zijn geraakt en dat risico beschreef ik enkele dagen geleden al).

Dit interview van afgelopen zaterdag met Van Dissel en Wallinga vind ik onthutsend. Na twee maanden horen we alleen dat we eigenlijk nog zoveel niet weten. Zelfs de basale informatie over hoeveel procent van de bevolking besmet is, blijkt te ontbreken. Ook de berekening van de R0  berust niet op harde informatie en is mede gebaseerd op aannames die niet openbaar zijn gemaakt. Toch is  er echt al veel meer duidelijk. Het is alleen hoog tijd dat alle relevante wetenschappelijke inzichten worden meegenomen in de afwegingen voor beleid en maatregelen.,

Zolang de informatie over de aerosols niet serieus wordt genomen duwen RIVM en virologen ons onnodig de 1,5 meter maatschappij in. Daar komt bij dat men een   bron van besmetting negeert, die  relevant kan zijn als de scholen straks weer openen, met alle mogelijke gevolgen van dien.

 

Aerosols, de cruciale missende schakel

Dit is echt de meest cruciale vraag bij de bestrijding van de verspreiding van het virus. Het antwoord gaat een enorme invloed hebben op de ontwikkelingen, niet alleen in de komende maanden, maar ook in de jaren erna. Spelen aerosols nu wel of niet een belangrijke rol bij de besmetting met het virus? Lees meer

Vleesverwerkende industrie: superspreading hot spots

Het viel mij voor het eerst een maand geleden op in de VS: arbeiders in vleesverwerkende industrie gingen in staking omdat COVID-19 was uitgebroken bij een aantal collega’s. Dat bleek slechts het begin te zijn. Lees meer