Het tweede golfje

Veel interessante informatie is deze week binnengekomen. Samen geven die een goed beeld van waar we nu staan en waar we naar op weg zijn. Met steeds meer antwoorden en steeds minder vragen.

De dagcijfers

Laten we beginnen met het verloop van “de tweede golf”, die weer op ons af zou komen. En waarmee we vanaf begin augustus werden overspoeld in de media. Vanaf dat moment namen de geconstateerde positieve testuitslagen toe. Deels door grotere aantallen uitgevoerde testen en deels op “eigen kracht”.

In een aantal andere West-Europese landen was een vergelijkbare ontwikkeling te zien. In Spanje 10 dagen eerder dan in Nederland. Daar verdubbelde het aantal positieve testen vanaf begin juli al per 10 dagen. Tussen 1 en 10 juli waren het er 4.000. De laatste 10 dagen is het 60.000. Spanje heeft bijna 3 keer zoveel inwoners dan Nederland.

Maar als je naar het aantal overlijdensgevallen kijkt, dan loopt het zo’n vaart niet. De laatste paar dagen zijn het er ruim 20 per dag. Naar de Nederlandse verhoudingen zouden het er 8 per dag zijn.  Er waren dagen begin april dat Spanje 800 doden per dag had (een factor van 40 keer zoveel als nu het geval is).

Als je het aantal positieve testen per dag in Nederland bekijkt, dan was het hoogtepunt op 11 augustus (met meer dan 700 gemeld). Sindsdien is de trend naar beneden. De afgelopen dagen schommelt het rond de 500. Als je de ontwikkelingen van nu vergelijkt met de eerste twee weken van augustus en de verspreiding over gebieden en wijken, dan is het duidelijk dat de piek rondom het Offerfeest is veroorzaakt, maar die ontwikkeling zich niet verder heeft doorgezet.

Op de website van BDDataplan zijn vele interessante overzichten te zien. De onderstaande laat zien dat het zwaartepunt van de positieve testen zit in de wat jongere leeftijdsgroepen. En dat er geen verschuiving is in de afgelopen weken in de richting van ouderen.

Er is dus in absolute toename geen forse toenames van ziekenhuisopnames of toestroom in de IC’s.  Terwijl begin april bijna 1400 COVID-19 patiënten lagen op de IC’s, zijn het er nu 40. Dat is dus 1/30e.

En er is geen enkele reden om te veronderstellen dat dit beeld de komende weken fors zal verslechteren.

Omdat dit patroon, als je goed naar andere landen in onze omgeving keek, ook te verwachten was, vond ik het ook zo erg dat de angst die weer gecreëerd werd. Kijk nog maar eens terug naar het interview met Ernst Kuipers op 17 augustus. Op dat moment hadden we al circa 5 dagen stabiele cijfers. Elke vorm van stijging van een cijfer werd in de media gebruikt om die uit te vergroten en te gebruiken om het angstbeeld van eind maart/begin april weer te creëren.

En in de rapporten van het RIVM staat altijd wel een cijfer wat je daarvoor kunt gebruiken. Vorige week nog werd geschat dat 52.000 Nederlanders besmettelijk waren (een vreemde stijging van 20.000 met een week ervoor). Dat zou 1/6e zijn van de situatie van eind maart. En minister De Jonge gebruikte dat natuurlijk weer in zijn toelichtingen om de alarmbel te luiden. Maar die schattingen van het RIVM zijn boterzacht en uitermate onwaarschijnlijk. Zowel voor wat betreft de schatting van deze week, als die uit maart.

Morgen krijgen we bij het weekrapport een nieuw voorbeeld van de tutti frutti van de cijfers van het RIVM. Het aantal geconstateerde positieve testen is deze week duidelijk lager dan de week ervoor. En er is ook nog een stuk meer getest. Maar de reproductiefactor die men in het rapport zal presenteren is van circa 18 dagen geleden. En toen maakten we nog wel stijgingen door. Dus wat krijgen we dan: terwijl we nu een daling doormaken (en de reproductiefactor dus nu onder de 1 is) zal in het rapport een waarde staan van meer dan 1. Ik ben benieuwd wie van de politici of journalisten dat cijfer morgenavond zal gaan gebruiken om toch te zeggen dat we moeten blijven oppaassen!

Besef daarbij wel dat deze lagere cijfers niet het gevolg zijn van de richtlijnen die Rutte, De Jonge en de burgemeesters op 18 augustus hadden aangekondigd. Want als die al effect gaan hebben is dat pas te merken in de cijfers van deze en de volgende week.

Dus wat we deze zomer meemaken mag eigenlijk niet eens de naam van “tweede golfje” hebben.

Maar ja, wat er ook gebeurt, ook in de komende tijd zullen er burgemeesters zijn die echt denken dat je buiten besmet kan raken en dus op bepaalde plekken in de buitenlucht mensen dwingen een mondkapje te dragen.

(N.B. Er zijn twee wielrenners, Van der Heijden en Godrie, die eerst positief getest zijn en vervolgens bij een hertest negatief. Sporters laten zich bij een positieve test nog een keer testen. Zou het niet eens tijd worden om via een steekproefonderzoek in Nederland te bepalen in hoeveel procent van de gevallen we in Nederland false positves krijgen, zoals blijkbaar bij die wielrenners is gebeurd?)

 

De sleutelvraag is wat we echt in het najaar en de winter kunnen gaan verwachten. Komt daar een echte tweede golf? En wat zouden we wel of niet moeten gaan doen in relatie tot wat er op ons afkomt?

Om alles in perspectief te zetten

Alvorens ik daar wat dieper op inga behandel ik twee heel interessante componenten van informatie die deze week beschikbaar kwamen en eigenlijk alles goed in perspectief zetten.

Allereerst gaf Johan Hellström (@Jhnhelstrom) een overzicht van de sterftecijfers per maand per miljoen inwoners in Zweden sinds 1850. Met name uit ergernis dat in media gemeld werd dat Zweden de hoogste sterftecijfers in 150 jaar had gehad door het gevolgde COVID-19 beleid.  Zijn nieuwe grafiek plaatst inderdaad de ontwikkelingen van de afgelopen maanden in perspectief. (En ook hoe in de media cijfers worden misbruikt voor een doel). Dit zijn dus de sterftecijfers per maand in Zweden per miljoen inwoners.

Hier is goed te zien dat de omvang van het aantal extra sterfgevallen per miljoen inwoners van COVID-19, ook als alleen de afgelopen 40 jaar in beschouwing wordt genomen, niet exorbitant was.

Daarnaast vond ik dit interview met een aantal artsen in Het Parool ook sterk relativerend. Zij vragen zich af hoe lang in de zorg nog alles om COVID-19 kan draaien. Zij beschrijven wat de gevolgen zijn van die grote aandacht en hoe mensen de nodige zorg mijden uit angst voor besmetting met COVID-19. Het is dezelfde lijn van de brandbrief die op 11 augustus naar de Tweede Kamer is gestuurd door 1800 medische professionals. De twee dikgedrukte zinnen uit het begin van de brief zijn:

Om in de beleidsdiscussie over corona weer oog te krijgen voor het doel dat maatregelen zouden moeten dienen, namelijk het toegankelijk houden van zorg, het beschermen van kwetsbaren en het bevorderen van de volksgezondheid, roepen wij u hierbij op om zich onafhankelijk en kritisch te blijven informeren en de vragen te stellen die een democratische rechtstaat toebehoren. 

en

Wij vragen politici openbaarheid van besluitvorming te eisen en te allen tijde proportionaliteit en subsidiariteit mee te laten wegen bij het uitrollen van beleid.

En dan gaat dit nog alleen over de volksgezondheid. De grote gevolgen voor economie en maatschappij worden daarbij nog niet eens meegewogen.

Dat zouden belangrijke lessen moeten zijn voor ons allen.

 

Wat gebeurt er in het najaar?

Als je het voorgaande mee in beschouwing neemt dan mag je hopen dat het beleid een duidelijk andere wordt dan in de afgelopen zes maanden. In mijn alternatieve persconferentie heb ik de gewenste richting al proberen aan te geven: accepteren dat dit virus er is. De juiste maatregelen nemen op de plekken waar er echt een groot risico op besmetting is. De mensen die bescherming nodig hebben beschermen. Mensen niet onnodig angst aanjagen. De samenleving zoveel mogelijk normaal door laten gaan.

Als dat goed gebeurt, waarbij het Deltaplan Ventilatie een cruciale rol zou dienen te spelen, dan zullen de gevolgen in het najaar en winter in Nederland heel overzichtelijk blijven. Maar zolang het RIVM, OMT en de regering niet onderkennen hoe groot de rol van aerosolen is, lopen we een risico dat het aantal positief getesten in het najaar toch weer heel fors gaat stijgen. En men vervolgens maatregelen neemt, die veel meer kwaad doen dan goed. En voor degenen die denken dat het mijn persoonlijke hobby is, raad ik aan om te lezen wat prof. Jimenez over aerosolen schrijft. Ik heb regelmatig overleg met hem en hij komt inmiddels tot de schatting dat 75% van de besmettingen via aerosolen verloopt. En Angela Merkel benadrukte in haar recente persconferentie (op 4 minuut 20) ook de rol van aerosolen bij de besmettingen. Terwijl Rutte en De Jonge de woorden aerosolen en ventilatie mijden als de pest.

Ten aanzien van een mogelijke forse uitbraak van het virus in het najaar zijn er drie belangrijke onderwerpen:

  1. Er wordt van vele kanten inmiddels bericht dat het erop lijkt dat besmette mensen minder erg ziek worden dan in het voorjaar. Dat wordt gemeld door artsen die de zieken behandelen in het ziekenhuis. Er zijn meerdere verklaringen mogelijk. Het kan zijn dat door mutatie van het virus dit het geval is. Maar het kan ook zijn dat de hoeveelheid virus, die mensen in de zomer inademen gemiddeld minder is dan in de rest van het jaar. En de virale doses heeft een relatie met de mate waarin men ziek wordt. Hoe eerder duidelijk wordt welke verklaring de juiste is, hoe eerder daarop ingespeeld kan worden. Ten aanzien van de mutatie van het virus is deze studie interessant. Bij mutaties kan zowel de mate van besmettelijkheid veranderen als de mate van ernst van de ziekte.
  2. In dit artikel wordt beschreven dat waar COVID-19 is uitgebroken influenza vrijwel niet (meer) wordt aangetroffen. Dat was al in februari-maart in West-Europa te zien. En in dit artikel stellen ze het ook vast op het Zuidelijk Halfrond, daar waar het winter is. In Zuid-Afrika waar men normaliter sinds maart een groot aantal gevallen zou gedetecteerd hebben, is het nu vrijwel nul. Er zijn een aantal mogelijke verklaringen voor. Zelf denk ik dat ieder seizoen er een “flavour of the year” is ten aanzien van ziekte van de ademhalingsorganen en dat COVID-19 dat dit jaar is. Daarnaast werken de voorzorgsmaatregelen die we nemen ten aanzien van het oplopen van COVID-19 eveneens tegen influenza. (En ook influenza wordt vooral via aerosolen overgedragen. Dit artikel van Linsey Marr uit 2011 beschrijft dat en dit uit 2019 ook.  En deze studie vanuit het RIVM uit 2011 wijst ook in die richting.).

Mijn conclusie is dat de kans dat we dit najaar/winter zowel uitbraken krijgen van COVID-19 als van griep klein is.

  1. Er is veel discussie over wanneer een bevolking nu echt immuun is voor COVID-19. Ik ben daar nog niet echt uit. In ieder geval is het zeker dat mensen via hun T-cellen meer bescherming kunnen hebben tegen de infectie dan alleen blijkt uit de hoeveelheid antistoffen die men heeft. Er zijn wetenschappers die aangeven dat als 20% van de mensen besmet is met COVID-19 dit al een vorm van herd-immunity betekent. Dus dat er daarna geen echte uitbraken meer komen.

In New Delhi is vastgesteld dat 30% van de bevolking antibodies heeft. Dat zijn er al 6 miljoen. (Nog los dus van de bescherming via alleen de T-cellen). Inmiddels zijn er ongeveer 4300 mensen overleden aan COVID-19.  Dat is 0,07%. In Nederland is circa 4% van de bevolking boven de 80 jaar, in India is dat 1%.  Maar ook als je dat mede in beschouwing neemt is het percentage erg laag.

Op welk percentage Nederland staat is niet goed aan te geven. Het zou mij niet verbazen als het al in de buurt van de 15 is.

Wat natuurlijk het meest interessant gaat worden in het najaar en de winter is of daar waar het virus flink geheerst heeft (zoals in Zweden) iets anders gaat gebeuren dan in vergelijkbare landen waar men direct stevige maatregelen heeft genomen.

Daarbij gaat het me dan niet om het aantal positief getesten (want dat is erg afhankelijk van de teststrategie), maar met name de overlijdensgevallen.

 

Mijn grote zorg voor het najaar is eigenlijk niet zozeer de mogelijke toename van besmettingen, zieken en overlijdensgevallen. Mijn zorg is hoe met die cijfers door politiek, bestuurders en media zal worden omgegaan. Enerzijds waardoor mensen bang blijven en er verdere schade wordt aangebracht aan economie, maatschappij en volksgezondheid. Anderzijds doordat door politici en bestuurders wederom wordt overgereageerd met vergelijkbare negatieve gevolgen.

Wat er ook gebeurt, de situatie dat we weer ruim boven de 1000 COVID-19 zieken op de IC’s krijgen, acht ik uitgesloten. Een getal van meer dan 500 zou me al erg verbazen.

Maar als RIVM/OMT, de regering en de media niet echt geleerd hebben van de afgelopen 6 maanden, dan lopen we wel grote risico’s dat door de aanpak in de komende maanden de gevolgschade van deze crisis nog vele malen groter wordt dan nu al het geval is.

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier .

Het houden aan de voorschriften en de angst voor het virus

Ten opzichte van half juli zien we bij de bevolking dat men zich wat beter houdt aan de voorschriften die er zijn ten aanzien van het verhinderen van de verspreiding van het coronavirus. Dat is in deze grafiek te zien.

Dit hangt voor een belangrijk deel samen met de lichte toename van de angst om besmet te raken. Half juli gaf 10% aan de kans om besmet te worden boven de 50% in te schatten en nu geeft 14% aan de kans boven de 50% in te schatten.

Het onderstaande overzicht laat zien hoe de scores zijn ten aanzien van vier belangrijke indices. 60% geeft aan (vrij) veel interesse te hebben in de informatie over de coronacrisis. 64% geeft aan zich goed tot zeer goed te houden aan de voorschriften. 42% maakt zich (vrij) grote zorgen dat hij ernstig ziek wordt door het coronavirus en dat is 43% voor wat betreft de familie.

De relatie tussen de eigen angst om ernstig ziek te worden en het houden aan de voorschriften is uit de volgende grafiek op te maken. Als men zich grote zorgen maakt, dan houdt 94% zich goed tot zeer goed aan de voorschriften. Bij mensen die zich weinig zorgen maken is dat 40%.

Deze twee belangrijke indices zijn ook afgezet naar een aantal kenmerken. Daarvoor is een gemiddelde score berekend. De hoogste waarde is 5 waard en de laagste waarde 1. De gemiddelde score van het zich zorgen maken is 2,7 en het zich houden aan de voorschriften 3,7.

Dit zijn de scores gerelateerd aan het huidige stemgedrag. Kiezers van de regeringspartijen, PvdA, GroenLinks en 50Plus scoren gemiddeld een 4 of hoger ten aanzien van het houden aan de voorschriften. Kiezers van PVV en FVD scoren dicht bij de 3. De scores ten aanzien van het zorgen maken om ernstig ziek te worden door het virus vertonen een wat andere relatie naar het huidige stemgedrag. De hoogste score is 3,6 (50Plus) en de laagste 2,1 (FVD).

 

Dit is ook afgezet tegen een serie demografische en andere kenmerken. Vrouwen maken zich meer zorgen om ernstig ziek te worden door het virus dan mannen. Ze houden zich gemiddeld wel even goed aan de voorschriften.

Ten aanzien van de leeftijd zien we duidelijke verschillen naar leeftijd voor wat betreft het zorgen maken. Dat loopt gemiddeld van 3,4 tot 2,1. Voor wat betreft het houden aan voorschriten zien we bij de leeftijdsverdeling minder grote verschillen. Alleen de groep boven de 65 jaar houdt zich er duidelijk meer aan dan de rest.

Er is ook een relatie naar opleiding en naar zorgen over de eigen financiële situatie.

Personen met een lagere opleiding en personen die zich zorgen maken om de eigen financiële toekomst maken zich ook meer zorgen over het ernstig ziek worden door het coronavirus. Personen met een lagere opleiding houden zich gemiddeld wat minder aan de voorschriften daarentegen dan de personen met een hogere opleiding. Ten aanzien van wel of geen zorgen over de financiële toekomst zien we geen verschillen ten aanzien van het houden aan de voorschriften.

Zo had de persconferentie ook kunnen zijn

Ik heb de laatste maanden veel kritiek geuit op de aanpak van onze regering. Ook de laatste twee persconferenties zijn mij rauw op de maag gevallen. Er wordt geen gebruikgemaakt van de nieuwste kennis over het virus.

Het effect van alle maatregelen op onze maatschappij in termen van economie en werkgelegenheid, maar ook juist op de niet coronagerelateerde gezondheidszorg wordt nauwelijks ter sprake gebracht en kennelijk ook nauwelijks in de besluitvorming betrokken. En er zijn andere en betere manieren om de mensen anno 2020 (en zeker ook de jongeren) mee te krijgen in een gewenste aanpak.

In plaats van aan te geven wat mijn kritiek is op de inhoud van de persconferentie probeer ik op een constructieve wijze bij te dragen aan de maatschappelijke discussie. Dat doe ik door mijn visie te geven op hoe de laatste persconferentie van ons kabinet ook had kunnen verlopen. Onderbouwingen voor de inhoud van deze fictieve persconferentie kunt u terugvinden in mijn eerdere blogs, met name deze drie (1), (2), (3).

Tekst van Fictieve Persconferentie Kabinet Rutte

(Klik hier als u het als video wilt zien)

“Dames en heren. Nadat we, net zoals de meeste andere West-Europese landen, er begin juli in geslaagd waren het coronavirus onder controle te krijgen, zien we nu weer een opleving. Gelukkig is deze nog maar zeer beperkt, zeker als we kijken naar de ontwikkelingen in termen van ziekenhuisopnames, IC-belasting en sterfgevallen.

Desondanks kunnen we er niet gerust op zijn dat we het virus definitief een halt hebben weten toe te roepen.

Op basis van alle ontwikkelingen in ons land sinds maart van dit jaar beseffen we maar al te goed als regering, dat het onze gezamenlijke opgave is om een evenwicht te vinden tussen het minimaliseren van de gezondheidsschade die corona veroorzaakt, en het beperken van de ontwrichtende schade die maatregelen daartoe aanrichten aan onze maatschappij op allerlei andere terreinen, zowel wat betreft fysieke en psychische gezondheid, als ten aanzien van de economie en werkgelegenheid. Er is een evident risico dat het middel erger is dan de kwaal die we bestrijden.

Daarbij moeten we onderkennen en accepteren dat er ziektes zijn waar mensen aan dood gaan. Alleen aan longkanker zijn dat er in Nederland al ongeveer 10.000 mensen per jaar. En in 2018 zijn bijvoorbeeld ook ruim 10.000 mensen aan de griep overleden.

Er is een nieuwe ziekte op ons pad gekomen. Dat is niet fijn, maar we weten gelukkig dat het aantal mensen dat na besmetting aan deze ziekte overlijdt bij lange na niet die 3% is die de World Health Organisation (WHO) nog in februari aangaf.

Het lijkt ook ruim onder de 0,5% te liggen en betreft dan vooral ouderen, doorgaans met onderliggend lijden, zoals het ook met de griep het geval is. En ja, omdat het ziekteverloop ervoor zorgde dat patiënten gemiddeld 3 weken op een Intensive Care afdeling (IC) lagen in plaats van de gebruikelijke week, liepen onze IC’s vol. Bovendien was het tempo waarin het virus zich verspreidde in maart ongekend hoog.

We zien nu steeds duidelijker dat de gevolgschade van alle door ons genomen maatregelen tegen corona op de overige aspecten van onze maatschappij uitzonderlijk groot wordt en dat een nieuwe afweging noodzakelijk is.

Half maart konden we met wat we toen wisten waarschijnlijk niet anders doen dan wat we toen gedaan hebben.

Nu we inmiddels veel meer weten over het COVID-19 virus kunnen we nu wel een veel gerichtere aanpak volgen dan we tot dusverre hebben kunnen doen. En als iedereen zich daaraan houdt, hebben we er vertrouwen in dat dit voor zowel de individuele Nederlanders als voor Nederland in het algemeen de beste uitkomst biedt.

Daar hebben we iedereen bij nodig. En dat wil ik bereiken door volstrekt duidelijk te zijn waarom we bepaalde maatregelen nemen en u daarbij helpen om de voor u zelf zo goed mogelijke keuzes te maken.

 

Wat wij inmiddels wel weten

Daarom wil ik graag eerst met u delen wat wij inmiddels weten over het virus en hoe we dat gaan gebruiken bij onze nieuwe aanpak:

  • De kans dat iemand in de buitenlucht besmet wordt is gelukkig vrijwel nihil. Eerdere argumenten en illustraties van het besmettingsrisico in de buitenlucht, zoals de inmiddels beruchte wedstrijd tussen Atalanta Bergamo en Valencia of het incident met 14 jongeren op een terras in Dokkum, blijken bij nadere toetsing vrijwel zeker niet in de buitenlucht plaatsgevonden te hebben. Dus buiten is een veilige plek en daar moeten we van profiteren.
  • De kans dat iemand besmet wordt door overdracht via voorwerpen is eveneens vrijwel nihil. Dat bleek eigenlijk al in april, maar dat is de laatste tijd steeds duidelijker geworden. En ook dat is fijn om te weten. Persoonlijke hygiëne was en is altijd belangrijk, maar handen stuk wassen is om vele redenen niet goed.
  • Een afstand van 1 meter is net zo goed als 1,5 meter. In landen waar men een afstand van 1 meter aanhoudt, zoals in Italië, in plaats van de 1,5 meter zijn de effecten hetzelfde als in Nederland. Ondanks een bijna 4 keer zo grote bevolking hebben ze per dag ongeveer hetzelfde aantal besmettingen en doden als wij hier. Dus 1,5 meter is niet echt nodig. Door terug te gaan naar het houden van een afstand van 1 meter geven we elkaar meer ruimte op weg naar normaal.
  • In besloten openbare ruimtes met slechte ventilatie is het risico op besmetting het grootst. Dat aerosolen belangrijk zijn bij besmettingen heeft bondskanselier Merkel bij haar rede van 18 augustus ook opgemerkt. Dat merken we ook als we de voorbeelden van massale uitbraken nader onderzoeken. Die blijken vrijwel allemaal plaatsgevonden te hebben in besloten binnenruimtes, zoals bij bruiloften, familiefeestjes, begrafenissen en in kroegen.

Bij onze nieuwe voorstellen willen we nadrukkelijk rekening houden met het risico dat men loopt als gevolg van de combinatie van kwetsbaarheid van de persoon zelf en mogelijke besmettingen. De behoefte aan meer specifieke en meer doelgerichte maatregelen wordt immers steeds groter. Daarbij zullen we ook rekening kunnen houden met de grote verschillen aan risico’s op gezondheidsschade tussen ouderen en jongeren.

We willen meer plekken creëren waar mensen terug kunnen naar het oude normaal. En natuurlijk vooral ook jongeren tussen 15 en 30 jaar, die op dit moment wel heel erg worden beperkt in hun bij hun leeftijd horende behoefte aan interactie.

Dat kan alleen goed gaan, als we ons op de plaatsen en in de situaties waar wel serieuze risico’s zijn, goed aan de afspraken houden. En als we ook allemaal goed begrijpen waarom we dat doen.

 

Onze voorstellen

Daarom heeft het kabinet besloten vanaf morgen de volgende maatregelen in te stellen:

  • In de buitenlucht worden geen formele beperkingen meer opgelegd. Wel ontraden we u te lang met gezichten naar elkaar op afstand van minder dan 1 meter met elkaar te praten. En het is natuurlijk nooit slecht om drukke plekken te vermijden. Dat betekent dat we ook meer ruimte zullen bieden voor het bezoek aan stadions en het organiseren van evenementen in de buitenlucht. Wel zullen we die in het begin intensief monitoren.
  • Waar binnen nog wel beperkende maatregelen gelden, wordt de aanbevolen afstand verminderd van 1,5 tot 1 meter.
  • We richten ons binnenshuis en vooral in publieke ruimtes op goede ventilatie. We gaan ons met volle kracht inzetten op goed functionerende ventilatiesystemen zodat we, ook als het buiten weer kouder wordt, zo min mogelijk onveilige ruimtes hebben. Daarbij zullen we ook met spoed uit het aanbod aan ventilatiesystemen (filters en purifiers) die producten certificeren waarvan is gebleken dat zij het virus effectief verwijderen.
  • We zullen systematisch alle publieke binnenruimtes beoordelen op de kwaliteit van hun ventilatie. We zorgen ervoor dat zo snel mogelijk per publieke binnenruimte wordt vastgesteld of het ventilatiesysteem voldoet aan basale voorwaarden om het coronarisico te beperken. Wanneer dat niet het geval is, zullen er bepaalde beperkingen voor die ruimtes gelden. Iedere bezoeker zal dan op basis van een certificaat kunnen zien of die ruimte al dan niet coronaproof is. Dat wordt zowel bij de ingang aangegeven, als via een app.
  • We zullen een gericht beleid invoeren voor structureel kwetsbare burgers, zoals bijvoorbeeld in zorginstellingen en zelfstandig wonende ouderen. Het gaat erom dat deze burgers zich veilig kunnen blijven voelen, terwijl andere groepen niet onnodig beperkt worden.
  • We geven speciale aandacht aan het onderwijs. Daardoor is de kans het grootst dat dit voor iedereen zo belangrijke onderdeel van onze samenleving ongehinderd door kan gaan met zo min mogelijk risico’s voor alle betrokkenen.
  • We voeren drie kleurencodes in voor elke veiligheidsregio. Deze kleurencodes bieden een algemene indicatie voor het besmettingsrisico in de regio. Bij elk van de codes hoort een set van maatregelen. De kleuren zijn Groen, Oranje en Rood. Iedere dag wordt voor elke regio die kleur bepaald. Die kleurencodes zijn bepalend voor het gedrag in publieke binnenruimtes en adviserend voor kwetsbare mensen en mensen die bang zijn om besmet te worden. Als ruimtes niet coronaproof zijn en er is onvoldoende ventilatie, dan kunnen die alleen gebruikt worden onder stringente voorwaarden, zoals beperking van het aantal mensen, beperking van wat men daar mag doen, en verplicht gebruik van mondkapjes als men niet aan die beperkingen kan voldoen. Maar die beperkingen hangen samen met de kleur in die regio’s. Als de kleur oranje of rood is, dan zijn er ook beperkingen voor ruimtes die wel coronaproof zijn. (Ik verwijs naar het schema hieronder).
  • Als de kleurcode in een regio rood is, dan raden we mensen aan zoveel mogelijk vanuit huis te werken.
  • We gaan het testen op een aantal manieren verbeteren en verrijken. We gaan veel meer data verzamelen van degenen die zich laten testen, zodat wij en ieder ander het verloop van de verspreiding van het virus beter kunnen volgen en voorspellen. We gaan ook beter bepalen wat nu exact betekent als de uitslag positief is. Dat doen we door steekproefsgewijs mensen na een positieve uitslag nog een keer te testen. Deels via dezelfde testmethode, deels via het afnemen van bloed. Het hele proces van testaanvraag tot uitslag zal binnen 24 uur geregeld worden.
  • De dataverzameling en datapresentatie over de ontwikkelingen rondom het virus komt in handen van een externe groep deskundigen. Daarmee zullen alle Nederlanders een beter inzicht krijgen in wat de werkelijke risico’s zijn.
  • Bij de aanpak van de scholen zijn de aanpak en kwaliteit van de ventilatiesystemen in de school en de individuele lokalen cruciaal. Ieder lokaal/leraar krijgt een CO2 meter, waardoor het niveau van de luchtverversing continu gevolgd kan worden. In het protocol van de school staat vermeld wat er gebeurt als dat niveau van CO2 te hoog is geworden. Ook in relatie tot de kleurencode in de regio. Voor de verdere aanpak van de scholen verwijs ik naar het aparte advies in het Deltaplan Ventilatie; afdeling scholen.

Ten slotte

Dames en Heren, niet alleen Nederland maar de hele wereld staat voor grote uitdagingen. Wat zich het afgelopen half jaar heeft voltrokken heeft grote gevolgen voor alle facetten van onze samenleving. De toekomst wordt anders dan we ons het een half jaar geleden nog hadden voorgesteld.

We moeten alle zeilen bijzetten om dat ook een hoopgevende toekomst te laten zijn voor alle Nederlanders. De bestrijding van het coronavirus is slechts een onderdeel van die grote uitdagingen.

De gevaren zullen niet verdwijnen, maar zullen een onderdeel vormen van gevaren die we als mensen al veel langer kennen. En waarmee we geleerd hebben om op een goede manier om te gaan.

Ik ben ervan overtuigd dat we met de aanpak die ik u net heb geschetst een goed evenwicht hebben gevonden in het onder controle houden van de gevolgen van het virus, en het minimaliseren van de gevolgschade aan onze samenleving.

Door deze richtlijnen te respecteren, elkaar erop aan te spreken daar waar men dat niet doet, maar zeker ook degenen die het meest last hebben van die richtlijnen zo veel mogelijk te helpen, zullen we er samen goed uitkomen. Juist in een tijd van crisis is het goed als we dichter bij elkaar komen in plaats van dat we verder uit elkaar drijven.

Wij zullen goed luisteren naar uw ervaringen en adviezen en transparant zijn over de ontwikkelingen en onze eigen afwegingen.

Ik ben er trots op premier te zijn van dit land en van de ruim 17 miljoen Nederlanders. En als we dit echt samen doen, dan wordt op den duur het nieuwe normaal beter dan het oude.

 

P.S. En ik zou het op prijs stellen als u Maurice de Hond een klein beetje financieel helpt om zijn goede werk verder uit te breiden.

 

Deze cartoon zegt eigenlijk alles

Deze cartoon staat in een artikel dat o.a. deze cruciale zin bevat: “The continued denial of scientific evidence of airborne transmission, and shifting goal posts as the evidence accrues, reflects a dogged determination to entrench a position based more on an ideology than science.“

Het komt uit het artikel van de Australische prof. Raina Macintyre  met de titel “The false narratives of SARS-COV-2 transmission have compromised healthcare worker safety”.

Een Nederlandse variant van deze cartoon moet een expert hebben die lijkt op Marion Koopmans of Jaap van Dissel.

En dit artikel slaat in Nederland ook op bewoners van zorginstellingen en leraren en leerlingen op scholen.

Helaas is minister Slob volledig geïndoctrineerd door deze experts. Dat liet hij gisteravond bij Op1 zien. Het heeft mij 4 paar schoenen en een televisie gekost. Dat laatste gebeurde toen hij letterlijk zei over de uitbraak bij de zorginstelling in Maassluis “waar we van weten dat de ventilatie daar niet de oorzaak van de uitbraak was”……..

Hier het fragment waar hij over Ventilatie sprak.

Luister nog eens terug wat de microbioloog hierover zei, die het onderzoek daar gedaan heeft. Maar met kulargumenten is het door Marion Koopmans gedownplayed.  Er zou maar zwak virus in de ventilatie gevonden zijn (De Mans’s reactie, “ik deed het onderzoek 9 dagen nadat het gebeurd was, dan blijft er weinig virus over”). En de zorgmedewerkers die bij de patiënten met een mondkapje liepen hielden in de kantine geen 1,5 meter afstand (Reactie: en dus werden 18 medewerkers vrijwel tegelijkertijd besmet, terwijl als iemand een patiënt thuis heeft, dan wordt maar 15% van de huisgenoten besmet).  En minister Slob liep erin.

Exact wat prof. Mactintyre zei: “Blijven hangen in een positie die meer op idelogie is gebaseerd dan op wetenschap”.

Lees nog maar eens mijn blog terug over aerosolen ontkenners.  Zij zijn helaas de oorzaak van de puinhoop die in het najaar gaat ontstaan en jammer genoeg ook rond de scholen.

Want ook de instelling van de commissie van Terpstra over de ventilatie op de scholen is niet alleen te weinig en te laat, maar zal zich niet op de kern richten van de problematiek als we blijven luisteren naar het RIVM en OMT.

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier 

Varia 16-8-2020

Het geheim van De Appelhof

De afgelopen week was de camping De Appelhof op Terschelling uitgebreid in het nieuws. Er waren 8 personen, afkomstig uit de regio Haarlem, besmet geraakt en er werd direct een teststraat opgezet. Maar toen van de 500 geteste personen slechts 1 besmet bleek, verdween de media-aandacht snel.

Terwijl wat er op de camping gebeurd lijkt te zijn, juist heel interessant is.

Dit was één van de eerste berichten.  Let op: hoe er vooral de nadruk op werd gelegd dat de jongeren daar hutjemutje zaten. Door die eerste geconstateerde besmettingen, verwachtte men dat die nieuwe teststraat nog vele andere besmettingen zou opleveren.

Maar uiteindelijk bleek van de 500 geteste personen, maar 1 een positieve test op te leveren (onduidelijk was of dit ook een bezoeker van die camping was).

Media schonken er verder geen aandacht aan, maar er was wel iets heel opvallends en leerzaams.  Als je naar de foto’s van die camping kijkt, dan zie veel vaste tenthuisjes. Dit is van hun website:

En in de tenten links staan minimaal 4 stapelbedden, zoals uit deze foto van de website te zien is:

Nu is het zo dat de 8 besmette jongens uit de omgeving van Haarlem kwamen en al niet meer op de camping logeerden toen hun tests positief uitvielen.

Dus dat er vervolgens vrijwel niemand een positieve test had op De Appelhof de afgelopen week kan mede daardoor gekomen zijn.

Maar twee dingen weten we wel:

  1. Die jongens hebben samen in één van die tenthuisjes geslapen. De kans is groot dat daar die besmetting heeft plaatsgevonden. Ik heb namelijk het gevoel dat de ventilatie in dit soort tenten niet zo geweldig zal zijn (mede ter voorkoming van geluidsoverlast). Vrijwel zeker was één van die acht jongens eerder besmet.
  2. Er lijken geen anderen besmet te zijn terwijl ze op de Appelhof waren. Dus het feit dat ze vervolgens hutjemutje buiten hun vakantie vierden en geen afstand hielden lijkt niet tot besmettingen te hebben geleid. Dat kan toeval zijn (want er zal waarschijnlijk maar één jongen dat virus hebben kunnen overdragen).

De belangrijkste conclusie zou horen te zijn dat door de haast hysterische wijze waarop we omgaan met het houden van 1,5 meter afstand, ook in de buitenlucht, we een belangrijke andere besmettingsweg negeren. (Maar ik besef dat onze “aerosolen-ontkenners” wel weer zullen stellen dat dit binnen de tent ook kwam omdat ze geen 1,5 meter hielden. Maar dan is mijn vraag altijd om mij dan uit te leggen hoe het komt dat bij patiënten thuis maar 15% van de medebewoners wordt besmet en in deze slaaphut blijkbaar allemaal).

 

Dokkum en de falende media

Afgelopen maandag hebben wij in dit blog al laten zien dat het verhaal dat 14 jongeren op een terras in Dokkum waren besmet een soort idee-fixe was geweest van de GGD Fryslan. De jongeren waren zowel op het terras samen geweest als binnen in de kroeg.

Desondanks heeft Van Dissel een dag later bij de voorlichting van de Tweede Kamer gesteld dat het EVIDENT was, dat men in Dokkum buiten besmet was geraakt. Een trieste conclusie van iemand die zich zo vaak op “wetenschap” beroept, maar als het hem uitkomt onwaarschijnlijke informatie in het licht van wat er wetenschappelijk is vastgesteld zonder blikken of blozen doorgeeft.

Maar hij is niet de enige die gefaald heeft. Alle media die over die jongeren op het terras hadden geschreven zitten in hetzelfde schuitje. Eerst publiceren ze iets, dat op zich al uitermate onwaarschijnlijk is. En het minimaal verdiende om goed nagetrokken te worden. Maar vervolgens rectificeren ze niet op het moment dat anderen duidelijk hebben vastgesteld dat het bericht in feite fake nieuws was.

Ik zou het geweldig vinden als een paar van die jongeren worden geïnterviewd over wat ze toen in Dokkum hebben gedaan en hoe de GGD met hun info is omgegaan.

 

Waar blijven de onderzoeken van Marion Koopmans?

Ik krijg met enige regelmaat verontrustende mails van klokkenluiders. Vaak willen ze anoniem blijven, omdat ze bang zijn dat het anders gevolgen voor hen zal hebben.

Wat ze me melden is eigenlijk steeds hetzelfde. Er wordt onderzoek gedaan, met uitkomsten die niet in lijn liggen met wat WHO/RIVM steeds stelt en die komen dan vervolgens niet naar buiten. In het begin dacht ik dat ze overdreven, maar al snel bleek het een patroon te zijn. Het topje van die ijsberg hebben we gezien bij de uitbraak in de zorginstelling in Maassluis. Dankzij de microbioloog De Man weten we meer over het onderzoek en de pogingen om het onder de pet te houden. Opvallend is trouwens hoe na de uitzending van Op1 dit onderwerp vrij snel uit de publiciteit verdween.

In dat kader valt mij het volgende op. Marion Koopmans is bij diverse onderzoeken betrokken en heeft daar dan ook wel eens wat over in de media geroepen (met natuurlijk de conclusies die passen bij aerosolen-ontkenners), maar van geen van die onderzoeken is ooit het resultaat gepubliceerd, waardoor niemand kan vaststellen of haar conclusies juist zijn, of dat er andere conclusies getrokken moeten worden.

Ik weet er al drie (en misschien zijn er veel meer).

  • Het onderzoek op Goeree Overflakkee, waar op 14 mei publiciteit over verscheen en waarvan Gommers eind juni, bij het debat tussen mij en Voss bij Op1, de verkeerde bevindingen meldde (“een koor op Goeree-Overflakkee). Drie maanden na de publiciteit over dit onderzoek is er nog steeds geen rapportage.
  • In Rotterdam deden ze een onderzoek naar besmettingen onder fretten. Dit was de publiciteit Ze hadden aangekondigd dat ze een onderzoeksopzet zouden doen, waarbij ze konden vaststellen of de besmetting via aerosolen verliep. Maar je raadt het al. Sindsdien niets meer van vernomen.
  • Het uitgevoerde onderzoek in het zorgcentrum in Maassluis. Met uitkomsten die hele grote gevolgen kunnen hebben voor de juiste aanpak van besmettingen in gebouwen in het algemeen en zorginstellingen in het bijzonder. Het onderzoek is ca. 1 maand geleden afgerond. De samenvatting stond vertrouwelijk op de website van de RIVM. De GGD bracht een persbericht uit om al van tevoren het tv-optreden van de microbioloog die het onderzoek had uitgevoerd te ontkrachten. Ook Marion Koopmans deed haar duit in het zakje…..Maar het onderzoeksverslag snel naar buiten brengen?  Ho maar.

Mede in het licht van de mails die ik krijg van klokkenluiders denk ik dat het bovenstaande geen toeval is, maar samenhangt met een manier van denken: “zolang wij het onderzoek niet transparant naar buiten brengen, kunnen wij de nieuwsvoorziening daarover monopoliseren”. En kan niemand die conclusies ontkrachten.

Dat is vanuit de wetenschap geredeneerd onacceptabel gedrag. Maar gezien de crisis waarin we met z’n allen zitten is het eigenlijk een doodzonde om niet snel en transparant met belangrijke data naar buiten te komen.

 

Mondkapjes in de gangen van het VO?

Bij de opening van de scholen wreekt zich ook nu, dat men vanaf het begin louter stuurde op 1,5 meter afstand houden. Pas sinds kort wordt er over ventilatie en aerosolen gesproken. Maar er is al veel tijd verloren gegaan om te zorgen dat leerlingen niet op school worden besmet.

Daarnaast worden we ook nog verkeerd voorgelicht. Ook leerlingen onder de 15 jaar kunnen besmet worden. (Maar worden er amper ziek van, maar kunnen blijkbaar het virus wel verder verspreiden).

We zien nu dat alle scholen op hun eigen manier maatregelen nemen. Er zijn inmiddels scholen die van de leerlingen vragen op de gangen een mondkapje te dragen.  Dat is een maatregel van dezelfde categorie, om in de buitenlucht op drukke plekken mondkapjes te dragen.

Het echte gevaar op scholen loert in lokalen waar de leerlingen zitten en aerosolen lang kunnen blijven zweven. Daar zijn maatregelen nodig als de condities daar niet geschapen zijn om het virus dat in de lucht zweeft te verdrijven. Het uitrusten van leraren met CO2-meters en een protocol als de waarde van die meters te hoog oploopt is cruciaal voor leraar en leerling.

Mondkapjes op de gang lijken voor een directeur wel een stoere maatregel (“zie wat ik doe om besmettingen te voorkomen”), maar een goed protocol ten aanzien van ventilatie dat gedeeld wordt met alle leraren en ouders, is een veel belangrijkere stap.

Ik ben gewoon bang dat er toch een uitbraak komt in een VO-school (bijvoorbeeld in Amsterdam, want die starten morgen). En dan krijg je de poppen aan het dansen, want dan zullen er ouders en leraren zijn die een terugtrekkende beweging maken. Zeker als het advies van Van Dissel is om je “gewoon te houden aan het Bouwbesluit”.  Een bouwbesluit, dat niet alleen NIET gericht is op virusbestrijding, maar voor oudere schoolgebouwen minder stringent was ten aanzien van ventilatie dan voor nieuwe schoolgebouwen.

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier 

 

 

Opinie over opening van scholen

Via Peil.nl zijn een aantal vragen gesteld over de aanstaande opening van de scholen. De vragen zijn afgezet tegen het gegeven of men één of meer leerlingen op een PO-school heeft, één of meer leerlingen op een VO-school of geen schoolgaande kinderen.

Er is een duidelijk verschil in oordeel tussen ouders met kinderen op de basisschool en in het voortgezet onderwijs. Die laatsten zijn minder positief.

Men mocht meerdere manieren aangeven wat op VO-scholen zou moeten gebeuren om besmettingen te voorkomen. Maximaal aantal leerlingen per lokaal wordt dan het meest aangegeven. En lokalen niet of kort gebruiken als er geen goede ventilatie is.

 

Het echte risico voor het onderwijs is dat als er onverhoopt toch uitbraken op scholen komen, dat dan rond de 20% van de ouders hun kinderen thuis gaan houden en nog eens 30% erover denkt.