Naar een versterking van de gemeentelijke democratie

In 2003 heb ik een voorstel gedaan tot een ingrijpende hervorming van ons parlementaire stelsel. Dat heb ik gedaan uit bezorgdheid over afnemende vertrouwensrelatie tussen kiezers en gekozenen.

Lees meer

Sleuteltabel Suriname

Een maand geleden schreef ik een artikel over het opinieonderzoek dat ik begin april heb begeleid in de aanloop naar de verkiezingen in Suriname. In het hart van dat artikel stond een tabel dat heel veel zegt over de electorale situatie in Suriname. Weliswaar is dat onderzoek 7 weken voor de verkiezingen gedaan en kunnen er zeker verschuivingen zijn opgetreden, de essentie van de tabel zal ook morgen bij de verkiezingenovereind blijven. Dat de jonge kiezers veel minder langs lijnen van bevolkingsgroepen zullen stemmen dan de ouderen (ten faveure van de NDP van Bouterse).  Als ik de diverse artikelen in de Nederlandse media de afgelopen dagen lees, herken ik daar niet zoveel meer van. Dinsdagochtend zullen we het weten wat er echt gebeurd is.

Index NDP – V7 2010-2015 naar leeftijd-bevolkingsgroep combinatie
Leeftijd-bevolkingsgroep combinatie
Totaal Totaal jong Jong- Hindoest Jong- Creool Jong- Overig Totaal oud Oud- Hindoest Oud- Creool Oud- Overig
Welke partij heeft u in 2010 gestemd? Megacomb 32% 32% 27% 40% 32% 32% 26% 45% 32%
Nieuwe Front 25% 21% 31% 16% 16% 29% 39% 31% 20%
Overige partijen 15% 12% 26% 25% 35% 18% 14% 8% 24%
Niet gestemd/ te jong 29% 35% 17% 20% 17% 21% 21% 17% 24%
Op welke partij bent u van plan op 25 mei 2015 te stemmen? NDP 38% 43% 37% 57% 43% 32% 27% 45% 33%
V7 20% 17% 25% 7% 15% 23% 32% 21% 17%
Overige partijen 9% 10% 2% 12% 14% 8% 5% 6% 12%
Weet nog niet/stem niet 33% 30% 36% 24% 28% 37% 37% 28% 38%
Index 2010                 Megacomb/Nieuw Front 1,28 1,52 0,86 2,53 2,00 1,10 0,66 1,46 1,62
Index 2015 NDP/V7 1,86 2,53 1,48 8,17 2,87 1,39 0,84 2,12 1,94

Dit onderzoek is begin april uitgevoerd door LC Media.

De foute prognoses bij UK2015

Bij de uitslagen van de verkiezingen op 7 mei jl. in de UK bleek dat de alle prognoses t.a.v. de twee grootste partijen fors miszaten.  Er was geen nek-aan-nek strijd, de Conservatieven hebben 6% meer stemmen gekregen dan Labour (36 t.ov. 30%) in plaats van de ongeveer 33% die voor beide werd voorspeld.

Dit lijkt sterk Lees meer

De PvdA verloor haar traditionele aanhang

In mijn peiling van zondag jl.  geef ik aan dat de PvdA haar traditionele achterban definitief kwijt is. Daarbij maak ik de vergelijking met het CDA waar de afgelopen 30 jaar hetzelfde is gebeurd. Zowel het CDA (althans de drie partijen KVP-ARP-CHU) en de PvdA haalden tot aan het eind van de zestiger jaren van de vorige eeuw vrijwel altijd meer dan 30%.  Het record van CDA en de PvdA sinds 1970 is ruim 35% der kiezers.

Omdat het overgrote deel van de CDA-kiezers confessioneel is, en die groep in Nederland steeds kleiner wordt (met name door de demografische ontwikkelingen, ouderen zijn namelijk veel vaker kerkelijk dan jongeren) is het “vaste” electoraat van het CDA steeds kleiner geworden. Inmiddels is de omvang van dit vaste electoraat van het CDA gedaald naar ruim 10%.  Alleen met een populaire lijsttrekker (Lubbers in 1986 en 1989 en Balkenende in 2003 en 2004) scoort het CDA ook vrij goed bij niet-confessionelen en trokken ook veel kiezers aan buiten de traditionele kern.

Het proces dat de PvdA heeft doorgemaakt lijkt daar enigszins op. Maar is in essentie toch anders. Ook de PvdA had een groep kiezers die altijd op deze partij stemde. De PvdA was de partij bij uitstek bij de (niet-confessionele) kiezers met lage inkomens en lage opleiding. Daarnaast was er een wat kleinere groep met hogere opleiding en inkomen die PvdA stemde uit solidariteit met “de zwakkeren in de samenleving”.

Aan de ene kant is de groep kiezers met lage inkomens en lage opleiding fors gedaald. In 1960 bij voorbeeld wees de volkstelling uit dat de groep kiezers met alleen Lager Onderwijs en/of nog enkele jaren Uitgebreid Lager Onderwijs bijna 80% van het electoraat was. Inmiddels heeft 40% van de 30-jarigen een Universitaire opleiding gevolgd of HBO.

Als deze groep kiezers rond 1960 niet-confessioneel was dan stemden ze voor het overgrote deel PvdA en als ze wel confessioneel waren dan stemden ze vaak hun confessionele partij.

Maar niet alleen is die groep door de jaren heen kleiner geworden, ook zie je dat de PvdA er steeds minder in slaagt die kiezers aan zich te blijven binden. Uit het onderzoek van zondag jl. blijkt dat onder de kiezers met lage opleiding en lage inkomens (dat zijn gemiddeld wat oudere kiezers) de SP en de PVV duidelijk populairder zijn dan de PvdA. En dat is dus het grote probleem voor de PvdA. Voor dat traditionele electoraat van de PvdA zijn er nu alternatieven. (Bedenk dat in de Eerste Kamer SP en PVV na mei a.s. ieder meer senatoren hebben dan de PvdA).

Toch lijkt het of noch de PvdA zelf, noch de media, zich realiseren dat dit een onherroepelijk proces is voor de PvdA. Want een uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen als die van september 2012 (PvdA haalde 25% = 38 zetels) strooit zand in de ogen.

Drie weken voor de Tweede Kamerverkiezingen van september 2012 stond de PvdA nog op 12% en de SP op 22%. Dat de PvdA in korte tijd zo fors steeg was vooral omdat er nogal wat kiezers zich met hun stem wilde uitspreken over wie ze wel en niet als premier wilde hebben:  Roemer deed het bij het begin van de campagne slecht en Samsom, als “new kid on the block” deed het goed, waardoor er een tweestrijd Rutte – Samsom ontstond. Dat is de problematiek van ons kiesstelsel. Er is geen aparte stem voor de premier/regering en een voor de Tweede Kamer, maar de kiezer heeft maar een stem. Ruim een kwart gaf na de verkiezing aan dat ze strategisch hadden gestemd. Dus niet de partij van hun hoogste voorkeur, maar de VVD of de PvdA om te zorgen dat hetzij Rutte of Samsom premier zou worden of juist om te zorgen dat een van de twee het niet zou worden. (Met als uitkomst, omdat daardoor die twee partijen samen de meerderheid kregen interpreteerden zij het als een opdracht van de kiezer om met elkaar de regering te vormen.)

Na de vorming van het kabinet daalde de PvdA naar 18% en in maart 2013 daalde de PvdA naar het niveau dat ze vlak voor de verkiezingen hadden gestaan (12%). Een score waar ze sindsdien onder zijn gebleven, zowel in onze wekelijkste peilingen als bij de drie verkiezingen, die er sindsdien zijn gehouden.

Juist omdat de PvdA in de 20e eeuw doorgaans rond de 30% scoorde, werd de uitslag van de PvdA in 2012 beschouwd als een “normale” score voor de PvdA.  De werkelijkheid is dat die uitslag in het tweede decennium van de 21 e eeuw voor de PvdA abnormaal is.

In 2002 haalde de PvdA 15%.  In 2003 toen er sprake was van een tweestrijd Bos-Balkenende haalde Bos als “new kid on the block” 27%, maar verloor van Balkende. In 2006 was die strijd er ook en haalde Bos 21%, maar verloor van Balkende.  In 2010 was er de strijd Cohen – Rutte en haalde de PvdA 20% en verloor. En in 2012 was er de strijd Samsom – Rutte en haalde de PvdA 25% en verloor.

Het lijkt erop alsof de motivatie van kiezers om te zorgen dat de voorman van de PvdA niet de volgende premier groter is dan ervoor te zorgen dat hij wel de volgende premier wordt.

Bij alle andere verkiezingen dan de Tweede Kamer sinds 2006, met uitzondering van de Provinciale Statenverkiezingen van 2007, toen het kabinet Balkenende-Bos nog in haar wittebroodsweken was, scoorde de PvdA steeds tussen de 9 en 15%.

Het probleem van de PvdA is dus niet alleen dat -met name als ze in de regering zitten, zoals tussen 2007 en 2010 en na 2012-  een groot deel van de kiezers met de lage inkomens verliest. Maar ook dat voor die kiezers nu wel alternatieve partijen zijn van een behoorlijke omvang: de SP en PVV.

Daarom de conclusie dat de PvdA haar traditionele achterban definitief kwijt is.

Maar dat hoeft niet te betekenen dat bij een Tweede Kamerverkiezing in de toekomst wanneer de lijsttrekker een van de twee serieuze premierskandidaten zou zijn, de PvdA nooit meer boven de 15% kan scoren. Maar dan moet die lijsttrekker wel weer een “new kid on the block”  zijn en er mag geen alternatieve betere premierskandidaat zijn bij de andere partijen, die het goed doet tegenover een rechtsere premierskandidaat.

Maar bij andere dan Tweede Kamerverkiezingen in de toekomst zal een resultaat van 15% voor de PvdA een prima resultaat gaan betekenen. En daarmee staat de PvdA voor dezelfde uitdaging als het CDA. Om echt weer scores te bereiken van meer dan 20% moeten die beide partijen zich heruitvinden of zich hergroeperen met andere partijen.

Thorbeckelezing 2013: Peilingen en de stand van de democratie

Op maandag 22 april gaf ik in de oude zaal van de Tweede Kamer de Thorbeckelezing 2013 uit.  De titel was “Peilingen en de stand van de democratie”. Dit is de tekst van de lezing:   Thorbeckelezing 2013

Interessante aanvulling op mijn lezing was het eind van het verhaal van de coreferent Senator Jan Nagel. Die gaf aan ….

Lees meer

Vuilspuiterij van/in NRC-Handelsblad

NRC-Handelsblad publiceert in krant en op internet een artikel waarbij zij met behulp van een aantal professoren/politicologen stellen dat mijn onderzoeken  tendentieus en discutabel zijn. Deze conclusies zijn gericht op onderzoeken die ik voor 50PLUS heb verricht.

Nu kan ik een uitgebreid artikel schrijven om op alle details van de vuilspuiterij in dit artikel in te gaan, maar ik heb wel belangrijkere en aangenamere dingen te doen.  Toch kan ik dit niet zomaar voorbij laten gaan en zal ik de lezer de componenten aanreiken om zelf zijn oordeel te vellen.

Lees meer

Voorbereiden op het verleden

Al jaren zeg ik dat de jeugd van tegenwoordig thuis vooral digitaal, interactief, multimediaal, multitasking bezig zijn en als ze naar school gaan ze dan zien hoe het vroeger was. De wereld buiten school is vooral digitaal. De school is vrijwel geheel analoog. Dit weekend kreeg ik op twee manieren een onthullende en onthutsende illustratie daarvan.

Lees meer