Waarom Peilingwijzer geen goed beeld geeft van de verschuivingen!

Op 8 januari heb ik een uitgebreid stuk gepubliceerd over peilingen en het verschil van de wijze waarop ik het uitvoer en de anderen het doe. Met name laat ik daar zien hoe ik probeer verschuivingen van peiling tot peiling nauwkeuriger vast te stellen. Daarbij heb ik ook aangegeven dat ik te vaak onverklaarbare grote verschuivingen bij andere peilingen zie, die vervolgens in de peiling daarna weer verdwenen zijn. Maar dat dan toch uit die verschuivingen conclusies trekt. En laat vandaag nu precies dat gebeuren bij de peiling van Kantar Public (het voormalige TNS Nipo)!

Nadat in de periode na de verkiezing van Trump tot en met de veroordeling van Wilders het verschil tussen PVV en de VVD bij mij van vrijwel niets naar boven de 10 zetels steeg, is de situatie sindsdien per week weinig verschoven.  Het verschil tussen die twee partijen is nu bij mij 9 zetels.

Wat zien we bij Kantar Public (het voormalige TNS Nipo)?  Op 6 december stond de PVV 10 zetels voor op de VVD en op 20 december was dat 13 zetels.  Behoorlijk in lijn met de anderen.

Plotsklaps daalde op 17 januari bij Kantar Public de PVV er 6 en steeg de VVD er 6. Het verschil tussen die 2 was ineens nog maar 1 zetel. Bedenk wat dit betekent: Rond de 400.000 kiezers waren in die periode blijkbaar van de PVV naar de VVD overgestapt.

Alleen was er tijdens Kerst en begin 2017 niet zoveel electoraat gebeurt. Dus waar die verschuivingen vandaan moeten zijn gekomen “Joost mag het weten”.

Louter door die verandering van Kanter op 17 januari is de PVV bij Peilingwijzer gisteren 1 zetel gedaald en de VVD 1 zetel gestegen! Waardoor Tom Louwerse van Peilingwijzer (via de NOS) de volgende conlcusie trok: “Maar inmiddels gaat het echt om een daling (van de PVV) die je significant mag noemen. Daarbij speelt ook mee dat we inmiddels een nieuwe serieuze peiling hebben toegevoegd aan de bestaande vijf in de Peilingwijzer: het LISS-panel van de Universiteit Tilburg. In dat onderzoek staat de PVV namelijk wat lager dan bij verschillende andere bureaus.”

Vandaag kwam Kantar Public (TNS Nipo) met een nieuwe peiling uit. De VVD daalde er 7 en de PVV steeg er 5 en het verschil is weer 13 zetels. Dus vrijwel de score van 20 december…. (In die periode zie je dus bij mijn peilingen weinig verschuivingen en ik legde uit, evenals 1Vandaag gisteren en de Peilingwijzer, dat er geen Van der Steur effect in de peiling was).

En wat zegt men dan bij Kantar Public?  Dat Van der Steur affaire de VVD veel zetels heeft gekost. Terwijl de enige juiste conclusie kan zijn dat de peiling van 17 januari van Kanter Public een forse misser was (de omvang van de verschuiving heeft daarbij NIETS te maken met  statistische marges, want daar valt die verschuiving fors buiten).

Maar we weten ook dat deze uitslag van Kantar Public van vandaag bij de volgende Peilngwijzer de VVD 1 zetel zal laten dalen en de PVV 1 zetel laten stijgen.

Misschien toch nog eens verstandig dat media, peilingbureaus en Tom Louwerse van Peilingwijzer mijn stuk van 8 januari lezen?

Ik vind het ook een dubieuze beslissing van Peilingwijzer om per 1 februari een nieuwe peiling mee te gaan nemen, nl. van LISS, en niet te wachten tot na de verkiezing.  Omdat LISS bij voorbeeld de PVV fors lager heeft dan het gemiddelde van de andere bureaus en D66 en de PvdA fors hoger, zorgt deze beslissing van Peilingwijzer, dat alleen hierdoor de PVV wat lager uit gaat komen en D66 en PvdA wat hoger. Een dergelijke beslissing van Peilingwijzer om op 1 februari een nieuw bureau mee te nemen is daarmee geen wetenschappelijke geworden, maar een politieke. Die ook nog een effect kan hebben op de uiteindelijke -belangrijke- keuzes welke partijen aan het RTL-debat mogen meedoen.

 

 

 

Wie doen er mee aan het -doorgaans cruciale- RTL-debat?

Over dit onderwerp heb ik een apart stuk geschreven en een analyse uitgevoerd. Ook daarin kom ik terug op het feit dat Peilingwijzer meer problemen heeft dan op het eerste gezicht gedacht wordt.

Realiseer je daarbij dat Wouter Bos in 2003 en Diederik Samsom in 2012 sterk de wind mee kregen na hun optreden in dat debat.  Wat zou er gebeuren als Klaver wel of niet, en als Asscher wel of niet meedoen?

Wie doet er mee…

 

Wat wordt de uitslag op 15 maart?

Er resten nu nog minder dan 3 maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017. Het is interessant om na te gaan wat er in de aanloop naar de verkiezingen nog zou kunnen gebeuren en hoe de uiteindelijke uitslag eruit zal gaan zien.

Wat er nog allemaal electoraal kan gaan verschuiven in die laatste perioden, leren we uit de patronen voorafgaande aan de laatste 4 verkiezingen. Als we dan de peilingen van vlak voor de verkiezing met die van 11 weken ervoor vergelijken dan zien we het volgende:

Lees meer

GeenPeil, antwoord op het democratisch deficit!?

Al lang geef ik aan dat ons parlementaire stelsel, zoals trouwens in vrijwel alle landen waar zo een stelsel is, een ernstig democratisch deficit kent. Een systeem dat goed werkte in de 19e eeuw en ook een groot deel van de 20e eeuw is inmiddels achterhaald. De ontwikkelingen van internet hebben op vele manieren effect op de wijze waarop burgers zich informeren en kunnen organiseren en dat botst met het in de 19e eeuw ontwikkelde stelsel.

Dat heeft echter niet geleid tot aanpassingen of veranderingen in politieke stelsels, die nog steeds opereren, zoals ze het de laatste 100 jaar hebben gedaan. Een referendum was nog een soort poging om de burger toch een vorm van invloed te geven, maar zoals ik vaak zeg “een oud systeem wordt geen nieuw systeem door er technologie aan toe te voegen”.  In Nederland zagen we zowel in 2005 als in 2016 dat de uitslag van een referendum, amper serieus genomen werd. (We zagen trouwens ook dat een dergelijk referendum gekoppeld aan een oud systeem, voor de kiezers een mogelijkheid is hun middelvinger op te steken tegen het heersende systeem, los van wat nog het onderwerp was van het referendum).

Via Peil.nl probeer ik al lang zichtbaar te maken wat er onder de Nederlanders leeft. En regelmatig zie je dat kiezers van bepaalde partijen andere opvattingen hebben dan uit het stemgedrag in de Tweede Kamer van die partij blijkt. Op zichzelf hoeft dat geen drama te zijn, maar ik heb toch meestal de indruk dat die opvattingen van de eigen kiezers weinig invloed hebben op het stemgedrag van die partijen, zeker als ze in de regering zitten.

In 2010 richtte mijn zoon Marc, No Ties en ik de dag na de verkiezingen Schaduwkamer op. Daarbij boden we de kiezers mee te stemmen met hun eigen partijen in de Tweede Kamer. Regelmatig legden we de meer dan 20.000 leden van Schaduwkamer belangrijke moties voor die in de Tweede Kamer in stemming waren gebracht.

Dit was het verslag na 1 jaar Schaduwkamer.  En dit waren de resultaten van 15 moties per partij.

We hoopten dat de politieke partijen op de een of andere manier in de uitslagen geinteresseerd waren, maar dat bleek een misrekening en daarom stopten we na ruim 1 jaar ermee.

Vandaag is GeenPeil gestart. Zij gaan proberen om de stem van de kiezer op een heel eigentijdse manier in de Tweede Kamer te laten horen onder het motto “Stem op Jezelf”. De gekozen kamerleden van deze partij zullen bij stemmingen in de Tweede Kamer op een directe wijze de mening vertegenwoordigen van haar leden. Leden van GeenPeil mogen hun stem uitbrengen en de kamerleden zullen stemmen conform het oordeel van de leden. Bij minder dan 5 kamerleden zal dat gaan volgens het principe “winner takes all”  en bij meer dan 5 kamerleden via een verdeling gebaseerd op de percentuele uitslag.

Als je op de website kijkt dan zie je dat ze de moderne mogelijkheden van technologie goed gebruiken. Gecombineerd met een grote groep Nederlanders die GeenStijl volgen, zodat men niet afhankelijk is van de traditionele media, zou dit best eens succesvol kunnen worden. Het Oekraine referendum heeft al laten zien waartoe GeenStijl in staat is.  300.000 stemmen zou al 5 zetels kunnen betekenen.

Mocht GeenStijl succesvol worden bij deze verkiezingen dan zou dit wel eens een katalysator kunnen worden van de -in mijn opvattingen – hoognodige hervorming van ons democratisch stelsel, met duidelijk meer invloed van de burgers. Niet omdat vervolgens ons hele stelsel zo zal gaan opereren (want dan werkt het ook niet), maar wel doordat bestaande partijen gedwongen ons hele parlementaire stelsel aan een grondige hervorming moeten onderwerpen met duidelijk meer directe invloed van kiezers op zowel ons landsbestuur als hun eigen lot.

Als GeenPeil in Nederland succesvol zal zijn dan valt het te verwachten dat de infrastructuur en aanpak ook door groepen burgers in andere landen wordt overgenomen met alle gevolgen van dien.

Een heel boeiend initiatief dat niet alleen voor Nederland wel eens historisch zou kunnen zijn.

Trump, Brexit, peilingen en de PVV

Zowel bij het Brexit-referendum als bij de verkiezingen in de VS viel de uitslag in landelijke percentages (net) binnen de marge van de peilingen in die landen. Clinton heeft 0,5% meer stemmen in de VS dan Trump, terwijl bij de laatste peilingen dat verschil gemiddeld rond de 3% zat.  Toch was de uitslag van Brexit en de Amerikaanse presidentsverkiezingen overall anders dan verwacht werd. (Een kleine meerderheid voor REMAIN en Clinton president).

Als bij voorbeeld de uitslag was geweest dat Clinton met 5,5% meerderheid had gewonnen (ook een verschil van 2,5%) dan had het gevoel over de peilingen duidelijk anders geweest dan nu t.a.v. de peilingen in de VS. Dat verschil was er in 2012 ook, maar toen won Obama met meer dan verwacht.

Maar dat is verder geen goed excuus. Er is zeker wat fundamenteels aan de hand. Het verschil berust zeker niet alleen op statistische marges. Maar het heeft met iets anders te maken. Iets wat ook in Nederland het geval is: de oude patronen van het stemmen zijn inmiddels fors doorbroken. En daar wordt bij de peilingen geen of te weinig rekening mee gehouden.

Enerzijds zien we dat het oude onderscheid in het kiesgedrag tussen links-rechts, arbeiders en middenstanders, ouderen-jongeren zich niet meer op dezelfde manier voordoet. Anderzijds, en dat is nog belangrijker, zie je dat een bepaalde groep, die van oudsher relatief minder opkwam bij verkiezingen dan de rest (in zowel de VS als bij Brexit was dat de blanke, doorgaans wat oudere, niet stedelijke bewoner) beduidend beter opkomt dan voorheen (zeker in relatie tot de jongeren). En dat komt door de combinatie van boosheid ten opzichte van de elite, het politieke stelstel en dat er een politicus is die daar goed op inspeelt.

In mijn analyses maak ik al lange tijd gewag van twee parallelle werelden en hoe die elkaar steeds minder begrijpen (en soms zelfs wel verachten). Dat de regels in de ene wereld niet opgaan in de andere wereld. Peilers en peilingen, maar ook het overgrote deel van de journalisten, commentatoren en politici, maken deel uit van die ene wereld. En hebben daardoor een soort bias ten opzichte van die andere wereld. Dit is een prima artikel erover. (En zelfs na het lezen van dit artikel had ik zelf ook gedacht dat Clinton zou winnen.)

Ook bij de peilingen in Nederland stel ik dat patroon vast. En uit dat ook met regelmaat in mijn weekpeilingen.  Bij mij heeft de PVV in januari 2016 op 42 zetels gestaan, terwijl bij de Politieke Barometer de PVV toen op 32 zetels stond. (Inmiddels is dat bij mij 27 en bij de Politieke Barometer 22 zetels). Het kan natuurlijk niet zo zijn dat de PVV zowel op 42 staat als op 32, zoals in januari jl. het geval was.

Die partij en het electoraat ervan is ook zo een relatief nieuwe factor in de Nederlandse politiek. Iets wat eigenlijk vanaf Fortuyn in 2001-2002 het geval is. Hoewel ik toen zelf geen peilingen deed heb ik meerdere keren aangegeven dat de peilingen van toen een onderschatting waren van de score van Fortuyn. Als hij niet was vermoord dan had de LPF beduidend meer zetels gehaald dan de 26 die gehaald zijn (en was hij vrijwel zeker de grootste geworden).  Iets wat toen (en ook later) werd ontkend door de Politieke Barometer.

Uit mijn Nederlandse peilingen van begin 2016 blijkt dat op een gegeven moment in de tijd ruim 30% van de Nederlanders de PVV een kans geven op een stem. Een score die we tot nu toe nog niet bij verkiezingen voor de PVV hebben gezien 16% was het hoogste (en dat is wat lager dan de score die ik nu aangeef, namelijk 18%).

Bij andere verkiezingen dan voor de Tweede Kamer doet de PVV het overall slechter dan in de landelijke peilingen. Dat lijkt dan samen te hangen met een lagere opkomt door de potentiele PVV-kiezer. Maar als de factoren gunstig staan bij Tweede Kamerverkiezingen kan de PVV ruim boven haar maximum van 2010 (24 zetels) scoren.  In 2012 is dat niet gebeurd, omdat enerzijds de periode dat de PVV de regering gedoogde, niet erg bij de aanhang aansloeg. En anderzijds bij de tweestrijd tussen Rutte en Samsom, de potentiele PVV-kiezers voor een niet gering deel Rutte stemde om Samsom tegen te houden.

Afgelopen zondag liet ik al zien dat er nu een veel diepere kloof is tussen de PVV- en VVD-kiezer mbt Rutte en Wilders. De grote vraag voor 15 maart 2017 t.a.v. de uitslag en met name die van de PVV zal zijn of de potentiele aanhang wel massaal gaat opkomen. Welke onderwerpen op dat moment vooral spelen en op welke wijze die potentiele kiezers worden aangesproken? Daarbij zal het minder belangrijk zijn wat Wilders zegt en doet (want die draagt het overgrote deel der PVV-kiezers op handen), maar op welke wijze ze door de andere politici (en media) worden benaderd/behandeld. Als dat gaat op de wijze zoals in de VS met Trump de laatste maanden, dan is de kans groot dat de PVV op 15 maart de grootste partij gaat worden, (zoals ik al vaker heb aangegeven). En aangezien er een potentieel is van meer dan 30% zou de PVV ook boven de 35 zetels kunnen eindigen!

In ieder geval is ook de uitslag in de VS weer een bewijs dat de (electorale) wereld zoals we die lang kenden, niet meer bestaat. En wordt steeds meer bewezen dat de politieke stelsels niet meer passen bij deze tijd en het huidig electoraat. Dat kan niet anders dan uiteindelijk stevig mis gaan. De scheiding binnen de bevolking wordt steeds groter en de slagvaardigheid van het bestuur neem verder af. Het van binnenuit vernieuwen van die stelsels lijkt onmogelijk te zijn, terwijl dat toch op de een of andere manier moet gaan gebeuren. Het nut van peilingen, althans zoals ik het wekelijks invul, dat ontwikkelingen binnen de bevolking over relevante onderwerpen goed gevolgd kan worden en IEDEREEN dat kan zien en daar zijn eigen conclusies uit kan trekken.

 

Die “Verborgen Crisis” is groter

Beste Sander van Walsum,

Terecht dat de titel van jouw commentaar in de Volkskrant van vrijdagochtend “verborgen crisis” is.  Je gaat daarbij in op het OESO rapport over het onderwijs in Nederland, dat aangeeft dat ons onderwijs zich teveel richt op de gemiddelde leerling, Met o.a. als gevolg dat veel leerlingen gedesinteresseerd en ongezeglijk zijn.

Ik wil echter een belangrijke kanttekening plaatsen bij jouw commentaar en daarmee ook bij het OESO-rapport.

Sinds we met een nieuw model voor het basisonderwijs zijn begonnen (Steve JobsSchool genoemd, in de wandelgangen vaak met iPad -school aangegeven) hebben we bezoekers gehad uit meer dan 60 landen en ben ik ook in veel landen geweest om daar lezingen te geven over deze nieuwe aanpak. Daarbij heb ik een goed inzicht gekregen van de problematiek rondom het onderwijs in de hele wereld en begrijp ik ook beter waarom men zo in onze aanpak is geïnteresseerd.

Als kern van de problematiek in Nederland zie jij, zoals je het in je commentaar formuleert, als:  “De gedroomde situatie -aandacht voor de persoonlijke mogelijkheden- is onbereikbaar in  een publiek onderwijsbestel”.

Dat is absoluut geen unieke situatie in Nederland. In elk land waar wij contact mee hebben gehad, inclusief Finland, is dit het geval. Het is namelijk het schoolmodel dat sinds de tweede helft van de 19e eeuw de hele wereld heeft veroverd en door Ken Robinson via zijn door miljoenen bekeken lezing “Changing Education Paradigms”  zo perfect is beschreven en bekritiseerd.

Een schoolmodel dat door de regulering van overheden, gericht op de kwaliteit van de output, trouwens in bijna alle landen ook is opgelegd aan de steeds meer groeiende private onderwijssector.

Dat dit model wordt gehanteerd heeft ook te maken met de ratio van het aantal leerlingen op het aantal leerkrachten (en dus ook met het beschikbare geld).  Als er per leerkracht bij voorbeeld 22 leerlingen zijn en de leerlingen worden gegroepeerd op basis van hun leeftijd, dan is het inderdaad niet echt mogelijk om aandacht te besteden aan die persoonlijke mogelijkheden.

Daarmee worden kinderen tekort gedaan. Een probleem dat in de 21e eeuw nijpender is, omdat kinderen die nu opgroeien, vanaf hun geboorte verkeren in een omgeving met veel technologie (televisie, computer, tablets, smartphone) en de gevolgen ervaren van onze veel grotere mobiliteit dan vroeger. Zowel door zelf veel vaker en verder van de geboorteplaats te komen dan de kinderen van vroeger en veel vaker (fysiek of virtueel) met mensen en culturen in contact te komen van plekken over de hele wereld. Om dan op school gelijkt behandeld te worden als andere kinderen, louter omdat men dezelfde leeftijd heeft, is de bron van veel problemen.

Dat heeft niet alleen in Nederland tot gevolg dat er veel meer kinderen gedesinteresseerd zijn en ongezeglijk. Misschien komt het door de Nederlandse cultuur dat het meer herkend wordt. In andere landen uit zich dat op andere wijzen, terwijl de problematiek van gedesinteresseerdheid en ongezeglijkheid in alle landen een stijgende trend kent.

Waar ik ook kom, overal is er de behoefte om in het onderwijs meer aandacht te besteden aan de persoonlijke mogelijkheden van kinderen. En onderkennen velen dat het onderwijsstelsel in hun land te weinig ruimte geeft voor de ontwikkeling van de individuele talenten van de kinderen. Maar ook teveel aandacht schenkt aan kennis en vaardigheden die door de digitale revolutie van de laatste 20 jaar minder van belang zijn geworden. En te weinig aandacht aan kennis en vaardigheden die sindsdien (veel) belangrijker zijn geworden.

Daarmee komen we tot de kern van het schoolmodel dat wij gestart zijn en dat door Tech Insider als een van meest innovatieve scholen in de wereld is aangeduid. Dat voor velen in de wereld als richtinggevend wordt gezien voor de weg die het onderwijs zou moeten volgen. Door het slim gebruiken van technologie zorgen we ervoor dat, voor ongeveer hetzelfde geld en met ongeveer hetzelfde aantal medewerkers, wel aandacht is voor de persoonlijke mogelijkheden van de leerlingen.

En wat zien we dan: niet alleen dat kinderen meer kennis en vaardigheden opdoen die van belang zijn voor hun leven in de 21e eeuw. Er is meer ruimte om zich op hun eigen tempo te ontwikkelen. Ze kunnen meer bezig zijn met hun talenten en passies. En dat (daardoor) de problematiek rondom het  ongeïnteresseerd en ongezeglijk zijn beduidend minder is.

Wij bewijzen dat die ook volgens jou “gedroomde situatie”  wel mogelijk is in een publiek onderwijsstelsel! In veel landen wordt inmiddels onderzocht om scholen te starten met onze aanpak. Bij voorbeeld: over vier weken ben ik in Zuid-Afrika om twee scholen te openen die hiermee gaan beginnen.  Helaas is in veel landen de regelgeving en het controlemechanisme op het terrein van onderwijs dusdanig dat het alleen ruimte biedt voor het oude systeem. (O.a. door na ieder schooljaar examens/toetsen af te nemen om vast te stellen dat alle leerlingen ieder jaar op alle vakken een bepaalde ontwikkeling hebben doorgemaakt.) Waarmee de vernieuwingsslag onmogelijk wordt gemaakt of gefrustreerd.  Gelukkig is Nederland daarop een uitzondering. Overal is bewondering voor het feit dat ons schoolmodel gewoon mogelijk is binnen een publiek gefinancierd stelsel.

Concluderend: Die verborgen crisis in het onderwijs, zoals de titel van jouw commentaar luidt, is er inderdaad.  Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Gekoppeld aan een schoolmodel dat stamt uit de 19e eeuw. Met regelgeving en controle die op veel punten achterhaald is. Met steeds negatievere gevolgen voor kinderen, die overal in de wereld door overheden verplicht worden, gedurende 10 a 15 jaar, circa 1000 uur per jaar, naar school te gaan, onder het voorwendsel dat ze daar prima worden voorbereid op de toekomst. Terwijl ze in werkelijkheid gevangen worden gezet in ons verleden en te weinig ruimte wordt geboden om hun eigen talenten en passies te ontdekken en te ontwikkelen.

Wij bewijzen dat dit oude model doorbroken kan worden, ook binnen een publiek onderwijsstelsel. Aan de ene kant is de door jou gememoreerde verborgen crisis dus wereldwijd het geval. Aan de andere kant is het anno 2016 toch mogelijk een publiek onderwijsbestel te hebben waar wel aandacht is voor de persoonlijke mogelijkheden van de leerling. En dat kan door slim gebruik te maken van ICT. Een aanpak waar iedereen met een verantwoordelijkheid voor het onderwijs, inclusief de ouders, veel sterker op zou moeten inzetten. In het belang van onze kinderen.

Wat we nu al weten over de regeringvorming na TK2017 (of TK2016?)

Aan het eind van 2015 zijn we maximaal 15 maanden verwijderd van de volgende Tweede Kamerverkiezingen. De contouren van die verkiezingen en de vorming van de regering erna dienen zich al aan, met name door de uitslag van de Eerste Kamerverkiezingen en de electorale ontwikkelingen in 2015. Op deze laatste zondag van het jaar daarom een vooruitblik van wat ons te wachten staat bij die verkiezingen en de vorming van de volgende regering. Lees meer