Wat wordt de uitslag op 15 maart?

Er resten nu nog minder dan 3 maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017. Het is interessant om na te gaan wat er in de aanloop naar de verkiezingen nog zou kunnen gebeuren en hoe de uiteindelijke uitslag eruit zal gaan zien.

Wat er nog allemaal electoraal kan gaan verschuiven in die laatste perioden, leren we uit de patronen voorafgaande aan de laatste 4 verkiezingen. Als we dan de peilingen van vlak voor de verkiezing met die van 11 weken ervoor vergelijken dan zien we het volgende:

  • In 2003 steeg de PvdA (Bos) 15 zetels. De andere grote partijen daalden allemaal met gemiddeld 3 zetels. Het CDA bleef op het eind de PvdA net voor. De VVD eindigde als 3e, ruim voor op de overige partijen.
  • In 2006 daalde de PvdA 10 zetels, de VVD 7. De SP steeg 10 en het CDA 3, en werd daarmee duidelijk groter dan de PvdA. SP werd met 25 zetels een sterke nummer 3.
  • In 2010 steeg de VVD in die periode 13 zetels, D66 daalde er 5 en de PVV ook. De VVD won nipt van de PvdA en de PVV werd een sterke nummer 3 met 24 zetels.
  • In 2012 steeg de PvdA 20 zetel en daalde de SP met hetzelfde aantal. De VVD steeg er 13, PVV daalde er 7 en D66 daalde er 6. De VVD won van de PvdA. Alle andere partijen eindigden op grote afstand.

Bij alle vier verkiezingen zien we verschuivingen van 10 zetels of meer in de laatste periode. De grootste bewegingen zagen we in de periode van de laatste 4 weken voor de verkiezingen, na het eerste debat. Het lijkt er dan wel op dat er een vorm van “stampede” ontstaat bij het electoraat.

De grootste stijging zagen we bij een nieuwe lijsttrekker (Bos en Samsom). De electorale ontwikkelingen, behoudens in 2010, kwamen sterk onder invloed te staan van wie de grootste partij zou worden. In 2003, 2006 en 2010 zagen we dat een derde partij 24 zetels of meer haalde. Alleen in 2012 niet.

Dus het is onwaarschijnlijk dat de huidige peiling ook ongeveer de verkiezingsuitslag wordt op 15 maart. Maar er valt toch wel wat te zeggen over wat zich tot 15 maart zal kunnen voltrekken.

  • Omdat in Nederland geen aparte verkiezing is voor premier/samenstelling van de regering, gebruiken we onze stem bij de Tweede Kamerverkiezing ook om  een bepaalde partij de grootste te laten worden of juist niet. Dan krijgen we het patroon van strategisch stemmen. Men kiest niet de partij waar men het meest achter staat, maar wil met de stem invloed hebben op die tweestrijd wie de grootste wordt. (Bij de verkiezingen van 2012 was dat ongeveer een kwart van het electoraat dat daarom VVD of PvdA stemde)
  • De regeringspartij, die niet de premier levert, heeft het moeilijk bij verkiezingen.
  • Er is altijd wel een “new kid on the block” die extra wind in de rug krijgt. Die mensen verrast, veel aandacht krijgt in de media (ook op persoonlijk vlak). Dat kan ook een partij zijn, die dan als het ware “in de mode” komt. Zoals de SP in 2006 en de PVV in 2010.

 

De kans is groot dat bij deze verkiezingen er een tweestrijd tussen PVV en VVD gaat ontstaan (Wilders en Rutte) welke partij de grootste wordt. Op zichzelf zou dat uniek zijn, want het is altijd een tweestrijd geweest tussen de kandidaat links van het midden (was altijd van de PvdA) en rechts van het midden (eerst het CDA en de laatste twee keer die van de VVD). De VVD lijkt voor te sorteren op die tweestrijd met Wilders, maar de andere partijen zullen wel proberen daar tussen te komen. Klaver is de  “new kid on the block’, die daar misschien in zou kunnen slagen. Of Asscher het “new kid on the block”-effect heeft, is nog onduidelijk.  Maar de regeringsdeelname van de PvdA (en ook van hemzelf), zal het moeilijk maken bij deze verkiezingen de PvdA weer sterk in de lift te krijgen.

Alle vier laatste verkiezingen kregen als centrale vraag “Wie wordt onze nieuwe premier?”. (het is één van de eigenaardigheden van ons politiek stelsel, dat deze vraag als het ware verpakt zit in de verkiezing voor de samenstelling van de Tweede Kamer).

Maar als er een tweestrijd Wilders-Rutte zou ontstaan zit er t.a.v. deze centrale vraag wel een eigen “twist” in. Namelijk dat als Wilders de grootste wordt de kans dat hij premier wordt, door velen als heel klein wordt gezien.  En dat zou weer kunnen betekenen dat die tweestrijd een wat ander karakter krijgt dan voorheen. Kan Rutte kiezers van andere partijen achter zich krijgen om te zorgen dat de PVV niet de grootste wordt? En wat gaan die kiezers doen als ze denken dat PVV en VVD samen een meerderheid zouden kunnen gaan halen met de mogelijkheid dat die twee partijen samen gaan regeren?

Of de PVV inderdaad een score gaat halen boven de 30 zetels hangt ook af van externe gebeurtenissen. Welk  onderwerp of welke onderwerpen overheersen de laatste dagen voor de verkiezingen? En in welke mate zijn de potentiele PVV-kiezers gemotiveerd om op te komen? In Engeland en de VS hebben we gezien dat er een grote motivatie was om de machthebbers te laten zien, wie echt de baas is.

Alleen als in de weken voor de verkiezingen een derde partij in de buurt komt van de score van de VVD  is er een kans dat kiezers die niet willen dat Rutte weer premier wordt en die niet PVV (willen) kiezen, op die partij gaan stemmen.

Net zoals vorige keren lijkt daarbij het eerste grote debat hierbij een cruciale rol te spelen. Die definieert namelijk zowel de strijd als de posities van de verschillende partijen. (Bos in 2003, Balkenende contra Bos in 2006,  Rutte-Cohen-Wilders in 2010, Samsom in 2012). De debatten zullen in februari/maart duidelijkheid geven of er nog een andere partij echt met de strijd gaat meedoen buiten PVV en VVD.

Als je sommetjes maakt op basis van de mogelijke scenario’s krijg je meer gevoel over de mogelijke dynamiek, die er dan zal zijn.

De laagste score ooit voor de twee grootste partijen was in 2002. Toen haalde de partijen 61 samen zetels. Op dit moment staan VVD en PVV in mijn peiling op 59.  Laten we zeggen dat ze samen op minimaal 60 zetels uitkomen. (En als de tweestrijd tussen hen echt ontbrand dan zou dat ook wel eens tot 70 zetels of meer kunnen uitgroeien).

Laten we kijken naar 50PLUS, ChristenUnie, SGP, Partij voor de Dieren, DENK, VNL en de overige nieuwe kleine partijen. Op dit moment staan deze in de peiling samen op 27 zetels. Als er een tweestrijd ontbrandt tussen PVV en VVD dan zou dit wel eens wat kunnen dalen. Maar het lijkt me geen onjuiste verwachting dat deze groep partijen plus PVV en VVD 85 zetels halen of meer.

Dan houden we dus 65 zetels of minder over voor CDA, PvdA, SP, D66 en GroenLinks.  Gemiddeld  is dat 13 zetels per partij. Als een van deze partijen duidelijk meer dan 13 zetels haalt, en zich nestelt op de derde plek of zelf mee gaat doen met wie de grootste partij wordt, dan blijven voor de andere 4 partijen gemiddeld 12 zetels of minder over.  De kans wordt dus groot dat minstens 4 van de volgende partijen minder dan 14 zetels (minder dan 10%) haalt: CDA, PvdA, SP, D66 en GroenLinks.

Na de vorige verkiezingen hadden de twee grootste partijen een meerderheid behaalt, en gingen samen regeren. Hoe waarschijnlijk is dat dit keer (met maar 22 zetels voor VVD en PVV samen in de Eerst Kamer en geen enkele combinatie van 3 partijen daar een meerderheid haalt)?

En als de twee grootste partijen niet samen in de regering gaan zitten dan moet de partij van deze 2 die wel in de regering komt minstens 30 zetels hebben gehaald om een regering met 4 partijen te kunnen vormen.

We leven in een nogal onstabiele wereld. Ruim 7 weken voor onze verkiezingen treed Trump aan als president van de VS. Ook dat kan tot een nieuwe hectiek leiden met invloed op de Nederlandse kiezer.

Wat de uitslag precies gaat worden is dus nog onzeker. Maar dat we daarna ook in Nederland in situaties belanden, die we nog niet eerder gekend hebben, lijkt mij zeker.

0 reacties

Laat een reactie achter

Discussieer mee.
Gebruik onderstaand formulier om een reactie achter te laten.

Geef een reactie