Train jonge hersenen voor de 21e eeuw

Dankzij de column van Aleid Truijens van vandaag in De Volkskrant, weet ik eindelijk waarop onze grote verschillen in opvatting over het onderwijs zijn gebaseerd en we blijkbaar voor een deel langs elkaar heen praten.

Mijn eyeopener kwam door haar reactie op mijn stelling “dat de wereld waarin we nu leven compleet anders is dan de wereld waarin de mensen boven de 40 jaar zijn opgegroeid”.  Zij  vindt dat een dooddoener, want dat geldt volgens haar voor iedere generatie.  Ze bevestigt dat kinderen inmiddels alles in 3 seconden kunnen opzoeken en concludeert dat de noodzaak voor een stabiele basis groot is: “hoe plaatsen ze die nieuwe feiten? Hoe leren ze samenhang zien? Hoe wordt informatie tot kennis en leidt kennis tot inzicht?” schrijft ze.

Ons verschil van mening zit erin dat ik de verandering, die we de laatste 20 jaar hebben doorgemaakt, van een heel andere orde vind, dan de veranderingen die vorige generaties hebben doorgemaakt.  De ontwikkeling van internet en mobiele apparatuur heeft onze toegang tot en onze relatie met informatie revolutionair veranderd. Daarnaast heeft de snelle, massale en globale uitrol van deze technologie onze communicatiemogelijkheden met anderen, waar ook ter wereld, exponentieel uitgebreid. Zoals ik in mijn boek uit 1995 “Dankzij de snelheid van het licht” al had aangekondigd. De factor afstand is in veel van ons opereren volledig irrelevant geworden. Door die ontwikkelingen zijn er veel nieuwe beroepen en bedrijven gekomen. Door de alom aanwezigheid van de digitale technologie zijn nieuwe vaardigheden belangrijk geworden en andere vaardigheden van veel minder groot belang.

Als je, zoals Truijens, deze verandering ongeveer gelijk stelt aan veranderingen die vorige generaties hebben meegemaakt, dan kom je inderdaad tot de conclusie, dat je in het onderwijs niet zoveel hoeft te veranderen. Maar ik vind dat die veranderingen zo ingrijpend zijn, dat het onderwijs juist wel een forse veranderingsslag moet maken (wat trouwens het Platform Onderwijs2032 ook vindt). De noodzaak is groot, omdat die door mij geschetste ontwikkeling nog een belangrijk effect heeft. Leerlingen hebben buiten school, via de daar beschikbare technologie, toegang tot alles wat die digitale, virtuele wereld biedt, aan informatie, kennis, ontspanning, contacten, relaties etc. Ook een totaal andere situatie dan de generatie die voor 1995 opgroeide, met grote gevolgen voor het leven buiten en op school.

Ook ik vind dat het belangrijk is dat kinderen leren hoe ze de nieuwe feiten plaatsen, hoe ze de samenhang leren zien en hoe informatie tot kennis leidt en kennis tot inzicht. Maar in tegenstelling tot Truijens denk ik dat dit nu op scholen niet of niet meer goed gebeurt, omdat men zo slecht inspeelt op de door mij geschetste veranderingen. Die stabiele basis die zij noodzakelijk vindt, is namelijk niet een basis die door de tijd heen hetzelfde blijft, maar is er één die door al die veranderingen, ook fors aangepast dient te worden.

Het grappige is, dat zij mijn stelling prima illustreert in de rest van haar column, waarin ze het o.a. heeft over het Grieks en wiskunde in relatie tot mijn opmerkingen over ondernemerschap en programmeren.  Zij stelt dat Grieks leren zo belangrijk is geweest omdat daarmee jonge hersenen geweldig mee worden getraind. Het mag volgens haar ook een andere moeilijke taal zijn. Want als je die onder de knie krijgt dan zijn andere talen een eitje. En wiskunde legt de basis voor een leven lang abstract en analytisch denken, geeft ze aan. En ondernemen en programmeren zijn volgens geen basisvakken, maar beroepen. Waarna ze verzucht “duw kinderen aub niet, althans in de algemeen vormende fase, door het trechtertje van de beroepskeuze, laat ze hun mogelijkheden en verlangens ontdekken.”

Inderdaad kan je met Grieks (of een andere taal) hersens geweldig mee trainen. En met wiskunde kan een basis gelegd worden voor een leven lang abstract en analytisch denken. (Hoewel ik nogal wat mensen ken die wiskunde op school hebben gehad en niet goed abstract en analytisch kunnen denken). Maar er is nog veel  meer dan Grieks en wiskunde, waarmee je jonge hersenen geweldig kan trainen en ze abstract en analytisch kan leren denken. Bij voorbeeld door te leren programmeren, waarbij een moeilijk vraagstuk, via de regels van de eenduidige logica die een programmeertaal nu eenmaal heeft, toch tot een oplossing gebracht moet worden.  Of uitdagingen in een complexe situatie op te lossen waar je als ondernemer voor kan staan. En zo kan ik nog met een rits van voorbeelden komen, die blijkbaar door Truijens worden opgevat als een beroepsvoorbereiding. Maar door mij juist wordt gezien als een geweldige training van je hersenen en je persoonlijkheid.

Waarom denkt Truijens dat als je zegt dat je zou moeten leren programmeren dat dit dan een beroepskeuze is waarbij je iemand opleidt tot programmeur?  Zij vindt toch ook niet dat als je op school Wiskunde geeft dat je dan louter iemand opleidt tot Wiskundige/Wiskundeleraar! Leren programmeren is namelijk ook een prima manier om abstract en logisch te leren denken. Met als extra component dat je ook vaardigheden leert die je prima van pas kunnen komen bij het gebruik van digitale apparatuur en –als je die kant op wilt- ook een uitstekend ondergrond geeft voor bepaalde (veelal nieuwe) beroepen.

Veel van hetgeen ooit in het onderwijs terecht kwam (zoals Grieks, Latijn en Wiskunde) werd niet primair ingebracht omdat het zo een geweldige training was van de jonge hersenen, maar had als expliciete bedoeling dat je het later in je (academische)  carrière ook echt ging gebruiken. Dat is ook nog goed te herkennen in de wijze waarop dat onderwijs nu nog wordt gegeven en uit welke onderdelen (zie de wiskunde) dat nog bestaat. Zoals Conrad Wolfram in zijn TED-lezing zo prima uitlegt.

Nu is het grotendeels een soort relict uit het verleden, die wordt onderbouwd, omdat het zo geweldig is voor de ontwikkeling van je hersenen. Mijn pleidooi is nog steeds om die hersenen van de jongeren geweldig te trainen maar dat vooral te doen met projecten, activiteiten, lessen, en uitdagingen, die veel meer aansluiten bij de wereld waarin we nu leven en de kinderen later in terecht komen. Programmeren en ondernemerschap vallen daaronder.

Last but not least: Als er nu één ding is waar ik scholen op dit moment ernstig in vind tekort schieten is dat het laten  ontdekken van de mogelijkheden en verlangens van leerlingen.  Uit onderzoek dat ik heb gedaan bleek dat bijna twee derde van de Nederlanders aangeeft op hun 19e nog niet geweten te hebben wat men later wilde worden. En geeft 55% van de afgestudeerden HBO-ers aan dat als men het over had moeten doen een andere studie had gekozen. Ik verwacht dat als het trainen van de door Truijens en mij  gewenste training van jonge hersenen wel op een manier gebeurt, die ik bepleit, leerlingen veel beter hun mogelijkheden en verlangens kunnen ontdekken dan nu het geval is. En dat is toch wat we onze kinderen toewensen.

3 reacties
  1. pim
    pim says:

    Grotendeels eens Maurice. Ik heb dagelijks met docenten gesprekken over dit onderwerp en het blijkt dat docenten erg verdeeld zijn over dit onderwerp. Wat ze wel allemaal bevestigen is het belang van het aanleren van vakoverstijgende vaardigheden zoals studie en sociale vaardigheden. Kernwoord is voor mij motivatie. Het onderwijs van de toekomst moet afgestemd worden op het motiveren van jongeren om te weten, ervaren, analyseren en evalueren. Dat vraagt verandering bij docenten, leermiddelen en leeromgeving. Ik kom soms op ROC’s waar jongeren aan statafels op hun Macbook en Iphone bezig zijn met een werkstuk, presentatie etc. Docenten drinken koffie en overleggen in een open ruimte tussen de studenten. Jongeren moeten zich vooral veilig voelen en zichzelf leren kennen, om vandaaruit contact te maken met hun sociale/leer ongeving. Een schitterende uitdaging waarin jongeren zelfvertrouwen opbouwen en met plezier studeren.

  2. Peter Lammers
    Peter Lammers says:

    Beste Maurice,
    Ik heb destijds ook op het artikel van Aleid Truijens gereageerd. Mijn reactie is niet geplaatst maar Aleid heeft er wel persoonlijk op gereageerd. Ik vind het een slecht idee om vakken te geven omdat die vakken je zouden helpen bij andere vakken. Ik werk op het Barlaeus en daar worden uiteraard klassieke talen onderwezen. Ik ben het daar mee eens, maar niet omdat ik denk dat je daarmee hersens traint. Ik geloof eigenlijk helemaal niet in een soort abstracte training. Ik heb dat echter wel lang gedacht. Ik was daarom voorstander van het aanbieden van formele logica. Ik ben daar echter volledig op teruggekomen. Als je formele logica gaat aanbieden (en ik heb het gedaan) leer je formele logica (uiteraard), maar je leert er niets anders door. Als je Grieks aanbiedt leren leerlingen Grieks. Als je daar geen onafhankelijke reden voor hebt moet je het niet doen. Als je leerlingen programmeren aanleert, leren ze uiteraard programmeren. Kan heel handig zijn, maar verder dan dat gaat het niet.
    Hartelijke groet,
    Peter Lammers
    Docent economie
    Barlaeus Gymnasium
    Amsterdam

Laat een reactie achter

Discussieer mee.
Gebruik onderstaand formulier om een reactie achter te laten.

Geef een reactie