Wat we nu al weten over de regeringvorming na TK2017 (of TK2016?)

Aan het eind van 2015 zijn we maximaal 15 maanden verwijderd van de volgende Tweede Kamerverkiezingen. De contouren van die verkiezingen en de vorming van de regering erna dienen zich al aan, met name door de uitslag van de Eerste Kamerverkiezingen en de electorale ontwikkelingen in 2015. Op deze laatste zondag van het jaar daarom een vooruitblik van wat ons te wachten staat bij die verkiezingen en de vorming van de volgende regering.

Natuurlijk kunnen zich nog forse electorale verschuivingen voordoen tot aan de volgende Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017 in Nederland (of zoveel eerder als nodig is, mocht het kabinet de eindstreep niet halen). Of het kabinet de rit uitzit of niet en wie de lijsttrekkers zullen zijn, zal zeker zijn invloed hebben op de uitslag. Maar toch dienen de contouren van de vorming van de nieuwe regering zich al aan, omdat een aantal belangrijke componenten al vastliggen. De meest belangrijke daarvan is de samenstelling van de Eerste Kamer dankzij de uitslag van PS2015. Er is namelijk geen enkele combinatie van 3 partijen die in die nieuwe Eerste Kamer een meerderheid heeft en dat gaat grote gevolgen hebben voor de vorming van een nieuwe regering.

Hoe groot daarvan de invloed is op de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 (of 2016) en de regering die dan gevormd gaat worden, is goed te zien als we ons realiseren wat de logische gevolgen zijn van de volgende uitgangspunten.

  1. Het volgende kabinet zal zowel in de Tweede als Eerste Kamer een meerderheid moeten hebben. Hoewel dat na de laatste verkiezingen niet zo is geweest en D66, ChristenUnie en SGP vanuit een vorm van “constructieve oppositie”, de regering in oktober 2013 ging steunen, is het onwaarschijnlijk dat een vergelijkbare deal bij de vorming van een volgend kabinet al gemaakt kan worden. Dan zullen partijen die mede op basis van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen in de samenstelling van de Eerste Kamer de nieuwe regering aan een meerderheid moeten helpen, ongetwijfeld eisen in het nieuwe kabinet opgenomen te worden.
  2. Door de samenstelling van de Eerste Kamer is het zeker dat ongeacht de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen de PVV niet in de regering terechtkomen. Zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat PVV + VVD de meerderheid halen in de Tweede Kamer, zal die regering nooit een meerderheid realiseren in de Eerste Kamer, want er zijn geen twee andere partijen te vinden die deze regering dan zullen steunen. Het lijkt een beetje op wat in Frankrijk is gebeurd met het Front National; je zou het een electorale variant van een cordon sanitair kunnen noemen.

De combinatie van deze twee uitgangspunten heeft als logisch gevolg dat er niet zoveel werkbare regeringscombinaties na de verkiezingen gevormd kunnen worden.  Om dat te illustreren is de volgende tabel gemaakt. De samenstelling van de Eerste Kamer van groot naar klein en de laatste peiling van dit jaar van Peil.nl en per partij de hoogste en laagste score in onze peiling gedurende 2015.

Overzicht 2015

Het belangrijkste dat deze tabel laat zien is dat zelfs als er een meerderheid van vier partijen in de Eerste Kamer is, dat nog niet hoeft te betekenen dat dezelfde partijen ook een meerderheid in de Tweede Kamer zullen halen. Op basis van de laatste peiling van Peil.nl dit jaar zou je zelfs 5 partijen nodig hebben als je een meerderheid zou willen vormen in de Tweede Kamer zonder de PVV!

En dat geeft meteen een cruciale component aan voor de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen en de daaropvolgende vorming van een regering. De hoogte van de uitslag van de PVV bepaalt namelijk de mogelijkheid of er überhaupt een regering met vier partijen te vormen is. Bij een uitslag van 35 zetels of hoger van de PVV lijkt die kans klein te zijn en kan er alleen een meerderheidsregering aantreden als het uit 5 partijen bestaat!

Naarmate de PVV lager scoort worden steeds meer combinaties van 4 partijen mogelijk. Dat kan op de volgende wijze gesimuleerd worden. Bij onze laatste peiling haalden CDA+VVD+D66 55 zetels.  PvdA+SP+GroenLinks haalden 39 zetels.  De overige partijen zonder de PVV haalden 17.  Gezien de herkomst van de PVV kiezers zou bij een score van 10 zetels minder dan de 39 van nu CDA+VVD+D66 op circa 60 zetels terecht komen en PvdA+SP+GroenLinks op circa 44. Dat zou inhouden dat de combinatie CDA+VVD+D66 alleen met die partij of partijen van PvdA, SP, GroenLinks die meer dan 15 zetels haalt een regering kunnen vormen. Andere combinatie van 4 zijn er dan niet mogelijk.

Naarmate de PVV minder dan 29 zetels haalt wordt de kans groter dat PvdA, SP en GroenLinks ieder voldoende zetels in de Tweede Kamer halen om als partij alleen met CDA+VVD+D66 een meerderheidsregering te vormen.

Hoewel PvdA+SP samen met twee van de drie partijen uit de combinatie VVD+CDA+D66 in de Eerste Kamer een meerderheid vormen, acht ik de kans veel kleiner dat een mogelijke vier partijen regering na de volgende verkiezingen zal bestaan uit PvdA+SP plus twee partijen van het drietal VVD, CDA en D66. Allereerst moeten PvdA+SP dan bij de Tweede Kamerverkiezingen in ieder geval in de buurt komen van 40 zetels (nu staan ze op 24). Maar zelfs dan zal het moeilijker zijn om aan de combinatie PvdA+SP  twee van de drie partijen VVD, CDA en D66  toe te voegen dan aan de combinatie VVD+CDA+D66 een van de drie partijen PvdA, SP en GroenLinks. Hoewel het zeker zo is dat als er ook een combinatie met vier partijen met PvdA en SP samen erin op basis van de uitslag  mogelijk is, dit de onderhandelingen voor een regering sterk zal kunnen beïnvloeden (denk maar aan 1977 toen behoudens de combinatie PvdA-CDA ook de combinatie CDA-VVD mogelijk was).

Er is een heel kleine kans PvdA+SP+GroenLinks met één partij uit de serie VVD, CDA en D66 een meerderheid in de nieuwe Tweede Kamer haalt. Maar deze combinatie heeft geen meerderheid in de Eerste Kamer.

De ChristenUnie wordt in dit overzicht niet meegenomen. Hoewel VVD+CDA+D66+ChristenUnie in de Eerste Kamer wel een kleine meerderheid heeft, is de kans dat deze vier partijen in de volgende Tweede Kamer samen ook een meerderheid haalt heel klein. Daarvoor haalt de ChristenUnie te weinig zetels. Die electorale ruimte is er alleen als de PVV weg zou zakken naar een niveau van 10 zetels en dus VVD+CDA+D66 in de richting van de 70 zetels kunnen gaan.

Deze beschouwingen laat goed zien welke uitwerking de huidige samenstelling van de Eerste Kamer en de “uitsluiting” van de PVV heeft op zowel de vorming van de volgende regering en de dynamiek van de verkiezingen voor de volgende Tweede Kamer. Het lijkt erop dat de twee belangrijkste vragen zullen gaan worden  “Wordt het mogelijk een combinatie van 4 partijen te vormen zonder de PVV?”  en “Met welke van de drie linkse partijen kunnen VVD+CDA+D66 een regering vormen: PvdA, SP of GroenLinks?”.

Er is echter nog een belangrijke punt dat bij Tweede Kamerverkiezingen normaliter een grote rol speelt, namelijk wie wordt de grootste partij?

Er is namelijk een groot verschil tussen Tweede Kamerverkiezingen en de andere verkiezingen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen heeft de kiezer een gevoel dat hij invloed heeft op het bestuur van de toekomst, met name wie de premier wordt (doorgaans de lijsttrekker van de grootste partij). Bij alle andere verkiezingen heeft de kiezer dat niet en geeft met zijn stem vooral een oordeel over het opereren van die partij tot dusverre (met de nadruk op het opereren op landelijk niveau). Daarom zijn er nogal wat kiezers die bij de Tweede Kamerverkiezingen een andere partij stemmen dan de partij van hun eerste voorkeur; het zogenaamd “strategisch stemmen”.

In 2012 heeft ruim een kwart van de kiezers strategisch gestemd. Dat betekent dat ze VVD of PvdA hebben gestemd om op die manier invloed te hebben of Rutte of Samsom al dan niet premier zou worden. Anders hadden ze op een andere partij gestemd. Dat heeft een fragmentatie van het politieke landschap in de Tweede Kamer voorkomen. Bij de daarop volgende verkiezingen voor gemeente, provincie en Europa zagen we die fragmentatie wel in zijn volle glorie. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 haalde de grootste partij 27% en de twee grootste partijen 52%. Bij de Provinciale Statenverkiezingen haalde de grootste partij maar 16% en de twee grootste 31%.

Door het buitensluiten van de PVV gaat het bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen er vooral om wie het grootste wordt op de PVV na. En zelfs dan is het nog niet zeker of die persoon ook de premier wordt van het vier- of vijfpartijenkabinet dat dan gaat ontstaan. Mede daarom zal er minder duidelijk sprake worden van een electorale tweestrijd a la Den Uyl-Lubbers, Kok-Brinkman, Balkende-Bos, Rutte-Cohen en Rutte-Samsom. En zullen er ook (veel) minder kiezers die strategisch zullen gaan stemmen, met als gevolg een duidelijk grotere fragmentatie dan in 2012.

Wel zal de vraag wie de lijsttrekker is van de deelnemende partijen en daarmee ook de kandidaat-premier een rol spelen bij de keuze van de kiezers.

Op drie van de zes partijen die een rol zouden kunnen gaan spelen bij een vierpartijenregering ga ik nu dieper in, omdat de keuzes die daar gemaakt worden/zijn m.i. het grootste effect op de uitslag gaat hebben, zowel bij hun eigen partij als bij de andere partijen. De onderstaande tabel geeft daarbij een goed beeld van wat de kiezers denken t.a.v. de vraag wie de volgende premier zou moeten worden. Per politicus mocht men aangeven of men het positief, neutraal of negatief beoordeelt dat hij/zij de volgende premier wordt. Het cijfer dat in de tabel staat is het percentage dat positief reageert minus het percentage dat negatief reageert.  Het is afgezet tegen het huidig stemgedrag.

 

Premierkandidaten

Hoewel Rutte een goede campaigner is voor de VVD, zal hij als hij weer lijsttrekker wordt het toch moeilijker krijgen dan tot nu toe, zoals deze tabel laat zien.  Enerzijds is zijn imago dan na 5 jaar premier behoorlijk ingesleten en heeft hij, zoals iedere premier na zo een tijd aan de macht ook behoorlijke krassen opgelopen. Daarnaast wordt het voor hem, alsmede iedere andere mogelijke lijsttrekker van de VVD, moeilijk een campagne te voeren om enerzijds het verlies aan de PVV te beperken en anderzijds aantrekkelijk te zijn voor potentiele kiezers uit het midden.

De PvdA heeft na 2012 alleen nog maar de slechtste verkiezingen uit de geschiedenis gekend. 8 Zetels in de Eerste Kamer (11%) is een ongekend laag aantal voor deze partij. Ook de peilingen van de afgelopen twee jaar geven de PvdA weinig hoop dat met Samsom als lijsttrekker niet een record-nederlaag wordt geleden. Een verlies van meer dan 20 zetels (t.o.v. de 38 uit 2012) lijken dan vrijwel zeker. Ook als, zoals in 2010 het geval is geweest, de PvdA het kabinet laat vallen.

Uit onze peiling blijkt dat er twee kandidaten zijn die het als lijsttrekker beter kunnen gaan doen als Samsom:  Asscher en Aboutaleb.  De vraag bij Asscher zou zijn in hoeverre de PvdA-kiezers hun teleurstelling in de opstelling van de PvdA in dit kabinet kunnen overwinnen om toch PvdA te stemmen. Vooral omdat zich ook nog een andere sterke kandidaat op links aandient, namelijk Klaver.

Aboutaleb scoort op dit moment als kandidaat-premier van alle mogelijke kandidaten het hoogst. Hij heeft ook aantrekkingskracht op kiezers die nu geen PvdA zeggen te stemmen. Zelfs bij de huidige VVD-kiezers zijn er meer die positief op hem reageren als mogelijke volgende premier dan negatief. De vraag is echter hoeveel, als hij van rol zou veranderen van burgemeester naar lijsttrekker van de PvdA daarvan overblijft. In 2010 liep dat met Cohen ook niet echt goed af.

De lijsttrekker die naar mijn stellige overtuiging een cruciale rol gaat spelen bij de volgende verkiezingen is Klaver van Groen Links. Bij iedere verkiezing is er wel een lijsttrekker die “in de mode is”. Doorgaans is dat “the new kid on te block”, die de meeste publicitaire aandacht trekt en de electorale wind mee krijgt. In 2012 was dat Samsom. Dit keer lijkt dat Klaver te zullen zijn. Dat is mede het geval omdat hij door zijn leeftijd extra aantrekkelijk is voor de jongere kiezers en het aspect “groen” voor de jongere kiezers ook een aantrekkelijke component is. GroenLinks is zowel een forse electorale concurrent voor de PvdA en SP, als voor D66.

Zijn positie bij de campagne voor de verkiezingen van 2017 of 2016 wordt ook nog extra interessant omdat, zoals uiteengezet, de partij die de grootste wordt van PvdA, SP en GroenLinks de meeste kans heeft in de regering te komen (althans als er een vierpartijenregering gevormd wordt met VVD, CDA en D66).  Ik sluit zelfs niet uit dat als de PVV hoog scoort, GroenLinks een kans maakt om van VVD, CDA en D66 de grootste te worden!

Beeld je eens in wat voor dynamiek de verkiezingscampagne krijgt als kort voor de verkiezingen zou blijken dat Groen Links, VVD, CDA en D66 electoraal dicht bij elkaar liggen en kiezers beseffen dat de lijsttrekker van de partij die het grootst van deze vier wordt, de grootste kans heeft premier te worden! Dan zou het strategisch stemmen toch weer zich kunnen gaan voordoen.

Natuurlijk er kan politiek en electoraal nog heel veel gebeuren tot uiterlijk maart 2017. Maar de samenstelling van de Eerste Kamer verandert niet in de tussentijd, en de kans van de PVV om in de regering te komen blijft ook nul.

Wel laat deze exercitie zien hoezeer ons politiek stelsel aan een ingrijpende hervorming toe is. En hoe triest het is dat Den Haag bij alle “hervormingen” die zij de afgelopen jaren hebben doorgevoerd de politieke hervormingen heel laag op de agenda had staan. Terwijl de slagkracht om die veranderingen door te voeren door de geschetste fragmentatie na de verkiezingen alleen maar kleiner zal worden. Het lijkt me niet dat we na de volgende verkiezingen in een fase terechtkomen waar het vertrouwen in de politiek en de werking van onze democratie weer gaat stijgen.

 

0 reacties

Laat een reactie achter

Discussieer mee.
Gebruik onderstaand formulier om een reactie achter te laten.

Geef een reactie